Kurt_Weill

Kurt Weills Dreigroschenoper door Robert Wilson. Fenomenaal

Eind april 2009 bezocht het vermaarde Berliner Ensemble Amsterdam. Ze brachten Die Dreigroschenoper mee, in de prachtige enscenering die Robert Wilson twee jaar eerder het gezelschap maakte. Wetenswaardigheid: Berliner Ensemble is gevestigd in het Theater am Schiffbauerdam waar het werk in 1928 in première werd gebracht.

Alle vier de voorstellingen in het Muziektheater waren uitverkocht en het publiek reageerde uitzinnig enthousiast. Volkomen terecht want alles was gewoon geweldig. De productie, de regie, de belichting, de kostuums, de bewegingen… En de uitvoering, uiteraard, want daarvoor gaan we naar het muziektheater?

 

De voorstelling was zeer cabaretesk, in de goede zin van het woord. Het was grotesk en vaudevilleachtig met veel slapstick, (film)citaten en wat niet meer zonder dat het ‘theater van de lach’ werd. Af en toe moest ik aan Otto Dix denken. In één woord: adembenemend. En het was natuurlijk een feest om al die bekende en nog steeds o zo actuele nummers weer eens te kunnen horen, maar nu als onderdeel van een geheel.

De voorstelling duurde wel lang (ja mensen, het was niet alleen Wagner die er tijd voor nam), ruim drie uur, maar dan kreeg je ook wat. Om te beginnen de complete dialogen.

Stefan Kurt was een formidabele, androgyne dandy Macheath en Angela Winkler een zeer ontroerende Jenny. Ook Jürgen Holtz als J.J. Peachum en Axel Werner als Tiger Brown waren niet te versmaden en Christina Drechsler was een geweldige Polly.

fotomateriaal © Lesley Leslie-Spinks

 

Mahagonny uit de LA Opera is nog steeds de moeite waard

Tekst: Peter Franken

In maart stond Kurt Weils Mahagonny geprogrammeerd bij DNO maar de coronacrisis gooide roet in het eten. Voorlopig zal een uitvoering van deze productie uit Aix en Provence in regie van Ivo van Hove er wel niet van komen. Bij wijze van substituut belicht ik daarom een oude opname onder leiding van James Conlon. Het betreft de productie van John Doyle voor LA Opera in 2007, op dvd uitgebracht door EuroArts.

De opera Mahagonny heeft als voorloper het Mahagonny Songspiel, een concertante eenakter die in 1927 in première ging. Hieruit zijn de twee Engelstalige nummers afkomstig die ook buiten het werk grote bekendheid hebben gekregen: de ‘Benares Song’ en vooral de ‘Alabama Song’. In 1930 ging de ‘grote’ opera in première, afgezien van die twee songs geheel in het Duits op teksten van Berthold Brecht.

De productie in Los Angeles gebruikt Engels als voertaal en daarmee gaat veel van de sfeer verloren. Met name het topnummer ‘Denn wie man sich bettet, so liegt man‘ wordt in mijn beleving volledig onherkenbaar. Iedere liefhebber van Weil en Brecht kijkt uit naar de volgende tekst:
‘Meine Herren, meine Mutter prägte auf mich einst ein schlimmes Wort:
Ich würde enden im Schauhaus oder an einem noch schlimmern Ort.
Ja, so ein Wort, das ist leicht gesagt, aber ich sage euch: Daraus wird nichts!
Das könnt ihr nicht machen mit mir! Was aus mir noch wird, das werdet ihr schon sehen!
Ein Mensch ist kein Tier!
Denn wie man sich bettet, so liegt man, es deckt einen da keiner zu
Und wenn einer tritt, dann bin ich es, und wird einer getreten, dann bist’s du.

Audra McDonald heeft als operasopraan en toneelactrice geen enkele moeite met de vertolking van dit lied maar het doet me niets. De rauwe sfeer ontbreekt die de technisch onvolkomen interpretatie van Lotte Lenya kenmerkt. Net als de ‘Alabama Song’ moet ook dit nummer meer cabaretesk gebracht worden, vind ik. Denk aan Ute Lemper.

De decors van Mark Bailey en de kostuums van Ann Hould-Ward zijn inventief en goed verzorgd, ze sluiten uitstekend aan bij de inhoud van het stuk. Dat laatste geldt ook de casting van de voornaamste rollen. Zo wordt Fatty the Bookkeeper vertolkt door een zeer omvangrijke Robert Wörle en Trinity Moses door de zwaargewicht Donny Ray Albert.

Patti LuPone is op zich goed gecast als de Weduwe Begbick maar vertolkt de rol naar mijn smaak iets teveel als Norma Desmond in Sunset Boulevard. Haar bravoure is te gekunsteld, echte hardheid en sarcasme ontbreken. Hier was een ervaren Klytemnestra beter op haar plaats zijn geweest.

De tenor Anthony Dean Griffey is zeer goed op dreef als Jimmy Mahoney, hier Jimmy MacIntyre. Zijn vertolking van ‘When the sky turns brighter’ waarin hij de zon vraagt niet op te komen om zodoende de dag van zijn proces uit te stellen, is een hoogtepunt in Griffey’s optreden. Het nummer doet enigszins denken aan ‘E lucevan le stelle’ uit Tosca.

De hoer Jenny, hier alomtegenwoordig op het toneel, is in goede handen bij Audra McDonald. Ze is een absolute blikvanger, een effect dat nog wordt versterkt door haar ‘scanty costume’, en zet al haar acteertalent in om Jenny zoveel als mogelijk in de pas te laten lopen met wat men zich bij een ervaren professional in het Wilde Westen voorstelt. Maar betaalde liefde is geen liefde, ze laat Jim als een baksteen vallen en verklaart zich nader met ‘Meine Herren…. und wird einer getreten, dann bist’s du’.

Overigens is zij niet de enige. Jim heeft zich schuldig gemaakt aan de grootste misdaad die men in Mahagonny kan begaan: hij heeft geen geld en kan zijn whisky niet betalen. Daarvoor wordt hij ter dood veroordeeld, niemand springt voor hem in de bres.

Mahagonny is een politieke satire maar de inhoud is zo weinig eenduidig dat men er zeer verschillende interpretaties aan kan geven. De kritiek op de oppermacht van het geld in de maatschappij is echter duidelijk genoeg.

James Conlon heeft de muzikale leiding en is verantwoordelijk voor een muzikaal smetteloze vertolking van dit weinig gespeelde stuk, een opera die naar mijn smaak echter beter gespeeld kan worden als cabareteske musical. Alleen zo kan recht worden gedaan aan de tijd en sfeer waarin het stuk is ontstaan.

Zaubernacht van Kurt Weill is gewoon mooi

Zaubernacht Weill

Tegenwoordig geldt hij als één van de allerbeste componisten voor het muziektheater, maar in 1922 was Kurt Weill maar een beginner. De Zaubernacht, een ballet–pantomime voor kinderen (Weill noemde het zelf een ‘droom dans’) was de eerste opdracht die hij kreeg, het kwam van een Russisch balletgezelschap uit Berlijn. Het werk werd nooit uitgegeven en het scenario is kwijtgeraakt. Het enige wat overbleef was een onvolledige, met de hand geschreven piano-uittreksel.

In opdracht van de WDR heeft Meirion Bouwen, Engelse musicoloog en musicus (ooit de artistieke en persoonlijke manager van Michael Tippett) het ballet gereconstrueerd en in juni 2000 werd het op de Triennale in Keulen uitgevoerd. Het is een liefelijk sprookje over twee kinderen en een goede fee. Zodra de kinderen gaan slapen komt de fee aan hun bed en met een toverspreuk wekt zij hun speelgoed en de personages uit hun boeken tot leven.

Nee, het is geen meesterwerk, integendeel, het is eerder een niemendalletje, maar wat is het mooi! De dansjes zijn aanstekelijk en de melodieën buitengewoon prettig. Wat ik wel heel erg jammer vind is dat de ‘Tovernacht’ op cd en niet op dvd is verschenen, want ik neem aan, dat het visuele effect de waarde van het werk aanzienlijk kon vergroten. De uitvoering door het Ensemble Contrasts Köln olv Celso Antunes is van een zeer hoog niveau.


Kurt Weill
Zaubernacht
Ingrid Schmithüsen sopraan
Ensemble Contrasts Köln olv Celso Antunes
Capriccio 67011

Der Protagonist van Kurt Weill: je moet er even voor gaan zitten

protagonist

Een kunstenaar is een egoïst par excellence: hij leeft voornamelijk voor zijn kunst en daar moet alles en iedereen voor wijken. Soms gaat hij er zo intensief op in dat hij het (wel of niet verzonnen) verhaal met het echte leven verwart. Zo verre zelf dat je je als acteur in je rol van de bedrogen echtgenoot daadwerkelijk de overspelige vrouw vermoordt.

Het gegeven kennen wij al uit o.a. de Pagliacci van Leoncavallo, en het is ook het hoofdthema van Der Protagonist van Kurt Weill. Niet dat je die twee opera’s met elkaar kunt vergelijken (en dat bedoel ik niet alleen muzikaal) want ging het in de Leoncavallo’s hit om het drama pur sang, het libretto van Der Protagonist zit vol met dubbele bodems en morele vraagstukken.

Georg Kaiser, een in die tijd vermaard schrijver, cabaretier en satiricus bewerkte hiervoor zijn eigen toneelstuk en voor de muziek tekende de toen nog totaal onbekende Kurt Weill. De première in 1926 was een groot succes en maakte van de componist een beroemde man.

Er zijn van die opera’s die je eigenlijk zou moeten zien, en daar is Der Protagonist er één van: het is namelijk bijzonder moeilijk het theater in het theater in de muziek zelf te ontwarren. Toch, degene die de moeite neemt zich erin te verdiepen wordt dubbel en dwars beloond want zelden vormen muziek en tekst zo’n hechte eenheid. De zangers en de dirigent zijn voortreffelijk.


Kurt Weill
Der Protagonist
Robert Wörle, Amanda Halgrimson, Alexander Marco-Burmester, Corby Welch e.a.
Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v. John Mauceri.
Capriccio 60086