Month: januari 2019

Met harp in de hoofdrol: Rachel Talitman speelt werken van Anna Segal

annasegalharp

De Israëlische, in Oekraïne geboren componiste Anna Segal is niet echt een naam die je vaak ergens tegenkomt. Best jammer want haar composities zijn het aanhoren meer dan waard.

annasegallenrachel

Anna Segal en Rachel Talitman

Speciaal voor haar landgenote Rachel Talitman componeerde ze werken voor harp en kamermuziekensemble, waarbij de harpiste samenwerking aangaat met verschillende instrumenten. Het resultaat is niet minder dan verbluffend, al realiseer ik mij dat het niet ieders cup of tea zal zijn.

Alle composities op deze cd doen zeer impressionistisch aan, maar dan met een stevigere body; aardser en toch dromerig. Waarbij ook de oude jazz niet ver weg is en de sfeer mij doet denken aan jamsessions van weleer, in de “wee small hours in de morning”. Zeer visueel en sfeervol. Ik vind het prachtig.

Van alle hier opgenomen werken vind ik het Concertino voor harp, klarinet en strijkkwintet het beste. De muziek, die de harp in een soort dialoog laat gaan met de klarinet en de strijkers klinkt zeer spannend. Niks geen softie ‘gepingel’, maar een zeer evenwichtige verdeling van de hoofdrollen, zoals het hoort. Dat het daarbij zeer aangenaam is om er naar te luisteren – Segalls muziek is zeer melodieus, met rijke harmonieën – is zeker meegenomen.

In de Suite heeft de klarinet plaats gemaakt voor de hobo. Zelf vind ik de compositie zwakker en onevenwichtiger. Het klinkt mij iets te luchtig, waarbij Segal zich helaas te veel herhaalt. Best jammer want de warmte en de sensualiteit van de hobo vormt een  geweldige match met de zoete klanken van de harp. Wat ik wel mooi vind is het dansante karakter van het stuk, iets wat eigenlijk alle Segals werken domineert. Het beste hoor je het in de met zijn overheersend donkere tonen zeer melancholisch andoende Sonate voor harp en cello.

Rachel Talitman (harp) en haar partners: Jean-Marc Fessard (klarinet), Adrien Able (hobo) en het Ensemble Mendelssohn spelen op een allerhoogst niveau. Een waarlijk prachtige cd.


website van Anna Segal:
http://www.anna-segal.com/

Anna Segal
Chamber music for harp
Rachel Talitman (harp), Jean-Marc Fessard (klarinet), Adrien Able (hobo); Ensemble Mendelssohn
Harp&Company CD5050-41

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.


FAURÉ, DEBUSSY, SZYMANOWSKI, CHOPIN
Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671

 

 

Visser brengt Juditha Triumphans als propagandafilm

Door Peter Franken

juditha caravaggio

Caravaggio’s Judith onthoofdt Holofernes


In het gelijknamige hypocriefe bijbelboek onthoofdt Judith de Assyrische veldheer Holofernes. Een vreselijke daad maar zij is slechts de hand van God die zijn volk tegen de indringers beschermt. En dan is het goed

Een moord die op de goedkeuring van de lezer of kijker kan rekenen moet goed aansluiten bij reeds aanwezige gevoelens. Gaat het om een politiek conflict dan krijgt zo’n verhaal direct propagandistische waarde. Een van de fraaiste voorbeelden vind ik de scène aan het einde van Casablanca, waarin Rick onder de neus van politiecommissaris Louis Renault de gehate Gestapo officier Strasser doodschiet. Renault pakt de telefoon en belt het politiebureau met de opdracht: ‘major Strasser has been shot, round up the ususal suspects’. Er is een moord gepleegd maar dat is goed, het slachtoffer was een nazi.

Vivaldi heeft met zijn oratorium Juditha Triumphans een werk geschreven dat het moreel van de Venetiaanse bevolking een duwtje in de rug moest geven. De republiek was in oorlog met de Ottomanen en het waren moeilijke tijden. Voor wie het niet zelf had kunnen uitvogelen werd de link met Juditha aan het einde nog even uitgelegd. Juditha staat voor de stad Venetië en Holofernes voor de Ottomaanse Sultan. Het is een vroeg voorbeeld van propaganda in de vorm van een schouwspel, een theaterstuk.

Regisseur Floris Visser heeft deze lijn doorgetrokken naar een tijd waarin nieuwe beeldende vormen beschikbaar waren: hij heeft er een propagandafilm van gemaakt. Dat wringt hier en daar met het libretto maar zeker niet in ernstiger mate dan dat het libretto eerder al uit de pas liep met het bijbelboek. Er is sprake van een nieuw verhaal gebaseerd op dezelfde oorsprong: Judith en Holofernes.

Het toneelbeeld wordt bepaald door de ruïne van een kapotgeschoten kapel in een omgeving die bezaaid ligt met puin. Vluchtelingen onder begeleiding van gewapende partizanen banen zich voetje voor voetje een weg tussen de brokstukken en over de puinhopen. We bevinden ons in een dorp in Italië tijdens WOII, de perfect uitgevoerde kledingontwerpen van Dieuweke van Reij suggereren dat heel duidelijk.

Dan arriveert een kolonne Wehrmachtsoldaten en krijgen we de gebruikelijke taferelen te zien: de partizanen worden ontwapend en ter plekke geëxecuteerd, een vrouw wordt verkracht. Dan verschijnt een hoge officier te tonele, Holofernes, hier een Duitse generaal. Hij schiet zonder te aarzelen de verkrachter dood en helpt het slachtoffer overeind.

Dan laat hij zich fotograferen met een paar kinderen en met de rest van de bevolking. Een cameraman is ter plekke om het vast te leggen. Wat we zien is propaganda binnen een propagandafilm. Kennelijk vindt een en ander plaats in 1944 ergens in de Republiek van Salo, Mussolini’s vazalstaat waarin de Duitsers vochten tegen de partizanen maar tegelijkertijd de bevolking nog de indruk wilden geven dat men aan dezelfde kant stond. Mooie vondst, goed uitgewerkt

Een zelfbewuste mooie vrouw, type contessa, presenteert zich aan Holofernes als bemiddelaar, Judith in Italië.

Het verhaal ontrolt zich en Holofernes wordt onthoofd met zijn eigen zwaard.

Het probleem hoe dat te rijmen met de Italiaanse oorlogssetting heeft Visser briljant opgelost. Hij voegt het fenomeen roofkunst aan zijn propagandafilm toe en laat kisten met schilderijen ten tonele voeren. Een ervan is Caravaggio’s Judith en Holofernes. Verder kleedt hij zich voor zijn gezellige avond met die mooie dame in het galauniform van een generaal van de Waffen SS, compleet met ceremonieel zwaard. Zo komen de idee van een onthoofding en het benodigde zwaard als vanzelf samen, op het toneel en in het hoofd van de ‘contessa’.

Als de daad eenmaal is verricht en haar achterban de dappere vrouw bij wijze van spreken op de schouders wil nemen, schrikt ze terug. Ze beseft iets gruwelijks te hebben gedaan, onthoofden is veel confronterender dan simpelweg neerschieten, daar is geen direct contact en inspanning voor nodig. Visser laat hier Judith zien als het personage dat figureert in het 19e eeuwse toneelstuk van Friedrich Hebbel. Met haar komt het niet meer goed. Anders dan haar bijbelse voorbeeld kan zij zich niet troosten met het waanidee dat ze slechts de wil van een hogere macht ten uitvoer bracht.

Dankzij de vreemde ontstaansgeschiedenis van Vivaldi’s oratorium Juditha Triumphans bestaat de cast louter uit vrouwen. Het werk werd geschreven voor een meisjesschool en daar waren geen mannen stemmen voorradig. Het verklaart ook de opzet als oratorium, geen stuk voor een toneel, zeker niet met al die meiden. Doordat de tekst in het Latijn is gesteld zal deze aan veel toehoorders voorbij zijn gegaan. De propagandistische waarde zit hem louter in de titel, de bekendheid van de bijbelse Judith en de verklarende tekst aan het einde.

Voor deze nieuwe productie van DNO werd een beroep gedaan op het La Cetra Barockorchester Basel onder leiding van Andrea Marcon. Spelend op periode instrumenten leverde dit orkest een verbluffend goede begeleiding van het tot theaterstuk omgevormde oratorium. Speciale vermelding voor concertmeester Eva Saladin en voor Francesco Spendolini voor zijn uitgebreide solo op chalumeau.

De zangers leverden elk een bijzonder goede prestatie. De Franse mezzo Gaëlle Arquez was op en top het eerder genoemde type ‘contessa’ en wist vocaal haar rol uitstekend in te vullen. Haar directe tegenspeler was de Italiaanse mezzo Teresa Iervolino, prima optreden.

Vuurwerk kwam er vooral van Holofernes’ adjudant Vagaus, gezongen door de wel zeer wendbare Russische mezzo Vasilisa Berzhanskaya. Vagaus heeft in mijn beleving de meest onsympathieke rol maar de spectaculairste muziek. Vasilisa wist met beide aspecten goed raad.

De Britse mezzo Polly Leech vertolkte heel overtuigende de rol van Juditha’s bediende Abra. Verdere rollen waren er voor Gloria Giurgola (Puella Judaica) en Francesca Asciotti (Ozias). Verder zong het koor de stem van het volk, niet ongebruikelijk natuurlijk.

Muzikaal een zeer goede voorstelling van een stuk in een genre waar ik persoonlijk niet veel mee op heb. Des te groter het compliment voor de uitvoerenden dat ik er tot het laatste moment door werd geboeid. Deze Juditha Triumphans is een opmerkelijke productie die de aandacht verdient van een breed operapubliek.

Hieronder trailer van de productie:

Bezocht op 26 januari 2019

 

Entartete Musik, Teresienstadt and Channel Classics

entartAt the end of the 1980s the music-loving world (and here I mean not only listeners, but also publicists, reviewers and music experts) found out that there was more between heaven and earth, or, since we are talking about music: between Strauss and Stockhausen. People began to realise that an entire generation of composers had been deleted from the history books and concert halls. Just like that. And it was not _only_ the fault of the Nazis.

entart-du

In 1988, the exhibition ‘Entartete Musik’ was put on in Düsseldorf, exactly 50 years after the original event held by the Nazis. The exhibition also traveled to other cities, including Amsterdam, and became the occasion of much discussion.

entartete affiche

 

The term ‘entartet’ (degenerate) was not invented by the Nazis. Already in the nineteenth century it was used in criminology, meaning something like ‘biologically degenerated’. The term was eagerly borrowed by the rulers of the Third Reich to prohibit the expressions of art that they considered ‘non-Aryan’. Modernism, expressionism, jazz … And everything that had to do with Jews, because they were already seen as a degenerate race.

entertet zwe vielschreiber

 

What had begun as a ban soon developed into exclusion and resulted in murder. Those who had managed to flee to America or England have survived the war. Those who stayed in Europe were doomed.

Many, mainly Czech composers were deported via Terezín to the extermination camps, many ended up there directly. After the war they were totally forgotten, and thus murdered for the second time. Those who survived were found hopelessly old-fashioned and no longer played.

It was only at the end of the 1980s that it became clear that Korngold was more than a composer of Hollywod scores; that without Schreker and Zemlinski there would probably have been no Strauss either and that Boulez and Stockhausen were not the first to experiment with serialism. The turnaround came too late for most of the survivors …

 In Germany the foundation Musica Reanimata was established, but the Netherlands did not stay behind either. Under the name Musica Ritrovata a few enthusiasts have tried to bring the music back to the concert halls.

That this succeeded was partly thanks to Channel Classics. The Dutch CD label, founded by Jared Sachs was the very first to record the music of forgotten composers.

Already in 1991 and 1992 they released four CD’s with music of the ‘Theresienstadt – Composer’ of whom one had almost never heard before: Gideon Klein, Hans Krása, Pavel Haas, Viktor Ullman… Even though the last three were really household names before the war. Gideon Klein had not had the chance – he was murdered in the gas chambers at the age of 24.

HANS KRÁSA

entartete brundibar

The first four Channel Classics CDs were truly pioneering. Hans Krása’s child opera Brundibar was recorded in Prague. Brundibar was actually composed before the war, but its premiere took place in Terezín, in 1943.

The CD (CCS 5198) was combined with songs by Domažlicky. Not a high-flyer, but certainly interesting.

 

krasa

On the other hand, the recording of Krása’s chamber music by the La Roche Quartet (CCS 3792) is great, probably the best performance of it.

PAVEL HAAS

haas

Of all Janácek’s students, Pavel Haas succeeded best in combining the influences of his teacher with his own musical language. At the request of the bass Karel Berman, he wrote Four Songs on Chinese Poetry in 1944. Berman, who survived the war, recorded them together with his own songs (CCS 3191).

Karel Berman sings  ‘Far Away Is The Moon Of Home’:

GIDEON KLEIN

entartete klein

But the best thing, in my opinion, is the recording with four works by 24-year-old Gideon Klein and Victor Ulmann’s third string quartet,. Listen to Klein’s Trio and shiver (CCS 1691)

SCHULHOFF, WOLPE AND KOFFLER. AND MORE

entartete griebel schulhoff

Channel Classics continues, now in collaboration with the acclaimed Werner Herbers and his Ebony Band. Thanks to Herbers many composers have become more than just a Wikipedia entry. Think of Schulhoff: you do know his CD with Dada-inspired works, with Otto Griebel’s drawings, don’t you?

The Ebony Band plays H.M.S.Royal Oak, Schulhoff’s jazz oratorio:

 

 

 

entartet dancing

Think of Stefan Wolpe, of whom Herbers performed the opera Zeus und Elida during the Holland Festival in 1997 and whose music he still records: the latest CD is called Dancing.

Ebony Band plays ‘Tanz (Charleston)’ by Wolpe:

Besides compositions by Wolpe, Milhaud and Martinů it inlcudes works by Emil František Burian and Mátyás Seiber.

entartkof

And think of the Polish composer Józef Koffler, the first Polish composer who used the dodecaphony. Koffler, together with his family, was murdered by the Nazis, probably in the city of Krosno. His String Trio and the beautiful cantata Die Liebe (sung by Barbara Hannigan) are combined with the Quintet of the other unknown Pole, Konstanty Regamey (CCS 31010).

Koeffler’s ‘Die Liebe’ (Miłość):

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Auf Deutsch:
Entartete Musik, Theresienstadt und Channel Classics. Deutsche Übersetzung

For more ‘Theresienstadt-composers’
“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

DROMEN ZIJN BEDROG

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

 

Voice in the Wilderness: music as salvation

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Music can save your life. Literally. Anita Lasker-Wallfisch has survived Auschwitz. And also Bergen Belsen. She knows for sure that music was the cause of this. She was 16 when she was arrested. Her parents were already dead, but she didn’t know that yet.

wallfisch100_v-panorama

Young Anita played the cello and once in Auschwitz she was deployed in the Women’s Orchestra, which was conducted by Alma Rosé, Gustav Mahler’s niece. After the war she came to London, married pianist Peter Wallfisch and was a co-founder of the English Chamber Orchestra.

Her son, Raphael, is also a cellist. A famous one too, with many recordings to his name. And his son, Benjamin, is a conductor. Father and son Wallfisch made a recording together, which they dedicated to their relatives who were killed in the camps. The CD was released just before Holocaust Memorial Day on 27 January 2014.

wallfisch nimbus

It has become a surprising CD, because besides Bloch’s almost inevitable Schelomo also his rarely played Voice in the Wilderness is included and Ravel’s Kaddish follows André Caplet’s Epiphanie (d’après une légende éthiopienne). The latter escapes me a bit, it feels like the odd one out. I have to admit that I have no affinity with the work whatsoever. It just ripples on.

Instead I would have preferred to hear Baal-Shem by Bloch. Or something from Joseph Achron. Or Alexander Krein. Or the other two Mélodies hébraiques by Ravel. And even if I prefer the sung version of ‘Kaddish’ (can I make a recommendation? Gerard Souzay!) I have to admit that Raphael Wallfisch with his cello stole my heart. But the most beautiful thing is the orchestra. Soft. Dear. Loving.

Raphael Wallfisch discusses his Jewish music release:

ERNEST BLOCH

Wallfisch Bloch

I am often asked if there is such a thing as Jewish music ….. Well, there certainly is! Just take Ernest Bloch. He was born in 1880 in Geneva in an assimilated family. Around the age of twentyfive he became interested in everything to do with Judaism and translated it into his language – music. “I’m interested in the Jewish soul” he wrote to Edmund Fleg, cantor and librettist of his opera Macbeth. “I want to translate all this into music.”

He developed a very personal style: his compositions reflect the atmosphere of Hebrew chant, without actually being a literal imitation of it. His intention was not to reconstruct old Hebrew music, but to write his own, good music, because, as he said, he was not an archaeologist. He succeeded.


Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rhapsody hébraïque
André Caplet – Epiphany (d’après une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales conducted by Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Muziek als redding. Voice in the Wilderness

“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

terezin-von otter

De liederen die Anne Sofie von Otter, bijgestaan door de bariton Christian Gerhaher zingt op de in 2008 op Deutsche Gramophon (DG 4776546) uitgekomen cd TerezínTheresienstadt behoren tot verschillende muziekgenres. Één ding hebben ze echter gemeen: alle werden ze gecomponeerd in het concentratiekamp Terezín en hun daar naartoe gedeporteerde scheppers werden later in Auschwitz vermoord.

Het initiatief kwam van von Otter zelf: voor de Holocaustherdenking in Stockholm heeft ze een ruime selectie van de ‘Terezín-liederen’ verzameld en daar een recital van samengesteld.  Dit programma werd vervolgens op cd vastgelegd, “opdat we het nooit vergeten”.

terezin ilse weber

Ilse Weber

Het is geen cd om tussendoor te draaien, al zijn veel van de liederen afkomstig van het lichtere genre. Het meest ontroerend vind ik de liederen van Ilse Weber.

terezin wiegala

Probeer het maar droog te houden bij ‘Wiegala’, het slaapliedje dat Weber de kinderen toezong tot in de gaskamers. Of bij de huiveringwekkende woorden “ ik wil zo graag naar huis”, afkomstig uit Webers ‘Ich wandre durch Theresienstadt”.

Hieronder ‘Wiegala’ van Ilse Weber, gezongen door Anne Sofie von Otter:

terezin schulhoff

Erwin Schulhoff

De prachtige vioolsolosonate van Erwin Schulhoff hoort hier eigenlijk niet thuis, Schulhoff is nooit in Terezín geweest. Hij werd op 23 juni 1941 in Praag opgepakt en naar het concentratiekamp Würzburg gedeporteerd, waar hij in 1942 overleed aan tuberculose. Dat Daniel Hope al jarenlang aan muziek van Schulhoff  is verknocht dat hoor je, hij vertolkt het werk op een onnavolgbare manier.

Hieronder speelt Daniel Hope ‘Andante Cantabile’, tweede deel van de sonate van Schulhoff. Het is een opname van de cd ‘Forbidden Music’, uitgebracht door Nimbus:


Ilse Weber, Hans Krása, Viktor Ullmann, Pavel Haas, Karel Svenk, Erwin Schulhoff
Terezín – Theresienstadt
Anne Sofie von Otter (mezzosopraan), Christian Gerhaher (bariton), Daniel Hope (viool), Bengt Forsberg (piano), Bebe Risengf (accordeon, gitaar en contrabas) e.a.

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Plácido Domingo en Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

waxman zeissl

In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de (ooit zeer gerenommeerde) klassieke muziek label Decca een onvolprezen serie ‘Entartete Musik’ opgestart. Onder supervisie van de producer Michael Haas werden er werken opgenomen van de door nazi’s vervolgde componisten van wie velen in de concentratiekampen werden vermoord en daarna decennialang werden genegeerd en zelfs vergeten.

Lang heeft het niet geduurd. De verkoopcijfers vielen tegen, Haas werd ontslagen, en de meeste van die cd’s zijn inmiddels uit de catalogus.

Franz Waxman

waxmann zeisl waxman-resize-800x955

Franz Waxman

Elke oprechte liefhebber van filmklassiekers kent de muziek van Franz Waxman. Zijn composities voor o.a. Rebecca, Sunset Boulevard en A Place in the Sun hebben hem ettelijke Oscar nominaties bezorgd en twee keer mocht hij het beeldje ook daadwerkelijk in ontvangst nemen.

waxman zeisl humoresque

Voor Humoresque van Jean Negulesco, met in de hoofdrollen Joan Crawford en John Garfield componeerde hij een regelrechte kraker: ‘Carmen Fantasie’ (in de film gespeeld door Isaac Stern), een niet uit de concertzalen en opnamen weg te krijgen virtuoze stuk voor viool en orkest.

Weinig mensen weten echter dat hij ook ‘serieuze’ muziek heeft gecomponeerd. Het wordt gewoon genegeerd.

 

Eric Zeisl

waxman zeisl zeisl

Eric Zeisl

Zeisls naam is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Ooit heeft Harmonia Mundi een paar van zijn kamermuziekwerken opgenomen, maar ook die opnamen is inmiddels uit de catalogus verdwenen. Beide componisten waren generatie- en lotgenoten, die op de vlucht voor de nazi’s in Hollywood belandden. Mochten hun beider lotgevallen op elkaar lijken, hun muziek doet het allerminst.

De liederencyclus Das Lied von Terezín bestaat uit acht gedichten, geschreven door Tsjechische kinderen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar tijdens hun verblijf in de concentratiekamp Theresienstadt.

Hevig aangedaan door het lot van deze kinderen componeerde Waxman in 1965 een zeer aangrijpende muziekstuk dat qua uitdrukkingskracht valt te vergelijken met Schönbergs Overlevende uit Warschau. Het gros is geschreven in twaalftoonstechniek, maar er valt ook een duidelijke invloed van Zemlinsky te bespeuren (‘Der Garten’) en in ‘Dachbodenkoncert in einer alten Schule’ wordt een motief uit de Mondscheinsonate van Beethoven geciteerd. Het geheel wordt zeer ontroerend vertolkt door de beide koren en de mezzosopraan Della Jones.

Het Requiem Ebraico van Eric Zeisl heeft als basis Psalm 92 en is opgedragen aan de vader van de componist en ‘alle slachtoffers van de Joodse tragedie in Europa’. Zeisls muziek is zeer melodieus en sterk beïnvloed door de Joodse en Hebreeuwse thema’s. Onvoorstelbaar, dat het niet vaker wordt uitgevoerd!


Franz Waxman: The Song of Terezín
Eric Zeisl: Requiem Ebraico
Deborah Riedel, Della Jones, Michael Kraus Rundfunk-kinderchor Berlin, Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Lawrence Foster (Decca 4602112)

TUSSEN TWEE WERELDEN

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

DNO scoort hit met Porgy and Bess

Tekst: Peter Franken

Een volledig uitverkochte reeks voorstellingen, en dat al maanden tevoren. Vervlogen tijden lijken te herleven met de nieuwe productie van Porgy and Bess. Voor een bomvolle zaal beleefde Gershwins succesnummer zijn première afgelopen woensdag. De voorstelling kon op veel bijval rekenen van het enthousiaste publiek.

95.porgyandbess-d-sbaus-7683

Foto: BAUS Copyright (c) DNO 2019

Porgy and Bess is een buitenbeentje in het operarepertoire, teveel een musical volgens velen. Het heeft mede daarom lang geduurd voordat het werk een geaccepteerde waarde werd in de grotere operahuizen. De productie van regisseur James Robinson en decorbouwer Michael Yeargan laat dit aspect duidelijk zien, het geheel oogt als een Broadway productie voor een extra groot toneel. De zwarte vissersgemeenschap van Catfish Row nabij Charleston South Carolina wordt getoond in opengewerkte huizen rondom een binnenplaats. Het geheel staat op een draaitoneel waardoor snelle scènewisseling mogelijk zijn. De meer ingrijpende wisselingen vinden plaats achter gesloten doek. De kostuums van Catherine Zuber zijn prachtig om te zien en suggereren dat ook armoedzaaiers trots genoeg kunnen zijn om er goed uit te zien. Er is alles aan gedaan om het werk goed over het voetlicht te krijgen.

11.porgyandbess-d-sbaus-7948

Foto: Mathias BAUS Copyright (c) DNO 2019

Het probleem zit hem in de opera zelf en dan met name in het libretto. Feitelijk is het een reeks succesnummers – het metier van de gebroeders Ira en George Gershwin – ingebed in een zedenschets. De plot is betrekkelijk eenvoudig en iemand als Mascagni zou er niet veel meer tijd voor nodig hebben gehad dan voor zijn Cavalleria. Maar de Gerswins hebben veel tijd uitgetrokken voor de context waarbinnen de primaire handeling zich voltrekt. Het lijkt erop alsof ze alles dat hun studie op locatie van de zeden en gewoonten van een vergelijkbare vissersgemeenschap in hun opera hebben willen betrekken. Er zijn gewoon te weinig keuzes gemaakt en dat leidt tot een trage voortgang.

03.porgyandbess-d-sbaus-8074

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Dat wordt direct duidelijk tijdens de eerste scène waarin wordt gedobbeld. Muzikaal begint het met een klapper: ‘Summertime’ fraai gezongen door Janai Brugger als Clara, maar daarna zakt het in. Even is er een opleving als Porgy binnenkomt na een dag hard bedelen en aankondigt zijn ‘witmannengeld’ te willen vergokken. Menens wordt het pas als het nogal proleterig aangezette personage Crown met vriendin Bess ten tonele verschijnt. Maar dan duurt het weer betrekkelijk lang voordat de scène eindigt met de moord op Robbins.

04.porgyandbess-d-sbaus-8124

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

De eigenaardigheden van de zwarte gemeenschap worden breed uitgemeten. Happy Dust oftewel cocaïne en whisky moeten helpen het bestaan te verlichten. En als alternatief is er de vlucht in het geloof, een karikatuur van het christendom culminerend in de genezing van de zieke Bess door het aanroepen van ‘Doctor Jesus’. Zuur verdiend geld is er om te vergokken en vrouwen mogen de problemen oplossen die hun mannen veroorzaken. Hoezeer die twee joodse immigrantenjongen uit New York zich bewust geweest moeten zijn van hun eigen problematische jeugd waarin ze er zelfs in hun eigen buurt maar nauwelijks bij mochten horen, toch bespeur ik hier een wat meewarige kijk van mannen die het gemaakt hebben in de muziekwereld van New York en hun publiek een inkijkje willen geven in het leven ‘at the bottom part of the food chain’. Wie zal het zeggen. Laten we het erop houden dat ze integer te werk zijn gegaan en de beste bedoelingen hadden.

08.porgyandbess-d-sbaus-9109

Foto: Copyright (c) DNO 2019

 

Een speciaal voor de productie, eerder te zien bij ENO Londen, samengesteld koor speelde de sterren van de hemel. De choreografie van Dianne McIntyre staat volledig in de Broadway traditie en doet wonderen. Hulde ook aan Aldert Vermeulen voor de koorinstudering. Het Nederlands Philharmonische Orkest onder leiding van James Gaffigan zorgde voor excellente ondersteuning en mocht bij tijd en wijle ook even de boventoon voeren. Wat moet het heerlijk zijn voor de klarinettisten in het orkest om dit werk te mogen spelen, bedacht ik mij. Dat krijg je als je zelf in een grijs verleden dat instrument zelf hebt bespeeld.

01.porgyandbess-d-sbaus-7958

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Dat de focus van de godsbeleving binnen de gemeenschap vooral op Jezus ligt, de redder, Doctor en beschermer van allen die het op aarde niet zo goed hebben, komt aardig naar voren in het topnummer ‘It ain’t necessarily so’ gezongen door cocaïne dealer Sportin’Life (Frederick Ballentine). Daarin neemt hij een paar weinig gellofwaardige passages uit het Oude Testament op de hak, tot groot vermaak van alle Jezusaanhangers. Het is een fantastisch nummer maar tevens een goed voorbeeld van een totaal overbodige toevoeging die de toch al trage handeling weer eens onderbreekt. Natuurlijk geldt dat ook voor ‘Vissi d’arte’ maar die aria staat op zichzelf. In Porgy and Bess gebeurt dit echter bij herhaling.

09.porgyandbess-d-sbaus-9207

De problematische relatie van Crown met Bess, type heerser-slavin, zorgde voor wat ongemakkelijke momenten en dat kan worden opgevat als een compliment voor invaller Nmon Ford die de zieke Mark S. Doss verving. Ford was overigens volledig voor die taak berekend omdat hij de rol al eerder in Londen had vertolkt. Een dagje repeteren zal vooral besteed zijn geweest aan de interactie met zijn nieuwe tegenspelers, niet in de laatste plaats de gecompliceerde vechtpartij met Porgy. Net als bij Iago kreeg ik direct een hekel aan de man, en dan zit je goed.

99.porgyandbess-d-sbaus-7812

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Adina Aaron zette een heel mooie Bess neer met een uitgebreid palet aan emoties: uitdagend zolang ze Crowns woman was, onzeker, kwetsbaar in de scènes erna, ten prooi aan hormonale opwinding als ze tegen haar wil met Crown achterblijft na de groepspicknick. Ze wil wel een nette vrouw zijn te midden van de anderen en huisje spelen met de kreupele Porgy maar na vijf jaar met de flashy Crown, als parttime hoer en aan de drugs, kan ze de verleiding van Sportin’ Life en zijn cocaïne niet weerstaan en gaat met hem mee naar New York.

97.porgyandbess-d-sbaus-7724

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Porgy legt zich er niet bij neer en gaat op pad naar New York, per boot merkwaardig genoeg. Is dat de manier waarop joden nu eenmaal naar New York komen, las ik ergens. Eric Owens was een krachtige maar ook ontroerende Porgy. Zijn spel was voorbeeldig (voorwenden dat je kreupel bent, lijkt me niet eenvoudig, en dan ook nog een gevecht winnen) en zijn hitsongs kwamen er geweldig uit: ‘Oh, I got plenty o’nuttin’ en ‘Bess, you is my woman now’.

10.porgyandbess-d-sbaus-9397

Copyright (c) DNO 2019

De cast kent veel kleinere rollen en in deze perfect geoliede machine rolden hun vocale bijdragen en er met bijna achteloze soepelheid uit. Het tekent het totaalbeeld van deze Porgy and Bess: een authentieke complete voorstelling op topniveau van een toch wel enigszins problematisch werk. Mooi dat het eindelijk eens bij DNO te zien is.

00.porgyandbess-d-sbaus-7848

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Wie geen kaart heeft kunnen bemachtigen krijgt een nieuwe kans bij de Metropolitan Opera. Het moet toch wel vreemd lopen als deze publiekstrekker niet wordt opgenomen in de Live from the Met serie. Dus hopelijk over een jaartje een herkansing in de bioscoop.

Bezocht op 16 januari 2019

Een paar woorden over ‘Porgy en Bess’ door Simon Rattle

porgy cd warner

Dertig jaar oud en nu al een klassieker? Zeker. De Porgy and Bess die Simon Rattle in 1988 dirigeerde in Glyndebourne is zelfs legendarisch te noemen. De dirigent had een prachtig spelend en verrassend goed swingend orkest (London Philharmonic Orchestra op zijn best) tot zijn beschikking, én een cast om je vingers bij af te likken (Warner Classics 0190295900649)


De opname uit 1988 heeft ettelijke prijzen en onderscheidingen gewonnen. In 1992 werd de productie (in vrijwel dezelfde bezetting) in Covent Garden herhaald en daarna in een studio voor de video vastgelegd, waarbij gebruik werd gemaakt van de vier jaar oudere geluidsopname.

porgy dvd warner

Het levert af en toe een beetje discrepantie tussen beeld en geluid op, maar een kniesoor die daarover klaagt. (Warner 0724349249790)

Willard White is een sensitieve Porgy. Met zijn sonore bas straalt hij zowel autoriteit als kwetsbaarheid uit. Cynthia Haymon is een ontroerende en letterlijk zeer mooie Bess.

De door Harolyn Blackwell kinderlijk naïef, maar ook zeer sensueel gezongen ‘Summertime’ klinkt als een slaapliedje voor volwassenen en Trevor Nunns realistische regie zorgt voor prachtige, zeer tot het hart sprekende beelden.

 

THE GERSHWIN MOMENT