Aldert_Vermeulen

Operettaland is voor alle leeftijden

Tekst: Peter Franken

Het is een traditie van Nationale Opera & Ballet dat er tegen het einde van  het jaar een familievoorstelling op het programma staat. In het verleden was dit vrijwel altijd een balletvoorstelling, meestal De Notenkraker en de Muizenkoning en deze keer The sleeping beauty. Dit jaar komt daar nog iets bij: niet een opera ‘geschikt voor kinderen’ zoals in Duitsland waar men Hänsel und Gretel vaak weer eens uit de kast haalt, maar een heuse nieuw geschreven operette: Operettaland.

Theatermaker Steef de Jong is een artistieke duizendpoot en heeft een stuk gemaakt waarin het fenomeen operette op licht ironische wijze wordt belicht aan de hand van een groot aantal fragmenten uit bestaande operettes. Een zelf bedacht verhaal in operettestijl vormt de raamvertelling voor deze pastiche en het merendeel van de stukken wordt in het Nederlands gezongen. Paulien Cornelisse is er prima in geslaagd om een nieuwe tekst te schrijven op de oorspronkelijke melodieën en is ook verantwoordelijk voor de gesproken dialogen. 

OperettaLand-NationaleOpera-repetitie Concept and performance Steef de Jong Text Paulien Cornelisse and Steef de Jong Music

Vooral aan die dialogen en de tekst van de ‘verzinner’, uiteraard gespeeld door de Jong zelf, is te merken dat de voorstelling ook voor kinderen een leuk uitje moet zijn. Niet eenvoudig de aandacht van vooral heel jonge kinderen vast te houden gedurende 110 minuten zonder pauze maar Cornelisse is daar goed in geslaagd al moest ik soms wel eens terugdenken aan de tijd dat ik mijn dochtertje meenam naar een voorstelling van Frank Groothof.

De teksten zijn dus nieuw, de muziek bestaand, wat verder? Wel, het belangrijkste aspect is nog niet genoemd: de decors en kostuums. Steef de Jong is een ware kunstenaar met karton, iemand die bij wijze van spreken een one man voorstelling kan geven met alleen een lege doos op het toneel.

OperettaLand-NationaleOpera-repetitie

Op zeer inventieve wijze heeft hij een enorme reeks kleurig beschilderde kartonnen platen weten te ontwerpen die gedurende de gehele voorstelling zorgen voor permante dynamiek, gewoon door ze open en dicht te klappen, op te hijsen, te laten zakken enz. Het is een groot bewegend prentenboek en als iemand problemen heeft met zijn kostuum wordt gewoon een kartonnen bladzijde omgeslagen. Je moet het zien natuurlijk. Dat de productie zo’n succes is komt wat mij betreft vooral op conto van Steefs karton.

Als de ‘verzinner’ is de Jong voortdurend actief om de zaak in gang te zetten en het verdere verloop te regelen. Daarbij geldt de ijzeren wet: in een operette komt altijd alles goed. Er zijn problemen, verkleedpartijen, geldgebrek door een lege staatskas, uithuwelijken om het land te redden van een bankroet, echte liefde na een ommezwaai in het gevoel van een protagonist, de clichés liggen voor het oprapen. Zo ook hier, al lijkt het toch een keertje fout te gaan doordat er een indringer is uit Operanië in de persoon van koning Pygmalion. En in de opera loopt het bijna altijd slecht af: de sopraan voelt zich gelukkig en wordt even later op de avond gedood. Zo ver komt het niet natuurlijk, Pygmalion is in de minderheid en moet het onderspit delven. Ja, wat wil je met iemand wiens favoriete kleur ‘betongrijs’ is.

Eleonora Hu nam de vrouwelijke hoofdrol voor haar rekening, die van prinses Galathea. Ze was oorspronkelijk een standbeeld en is door Venus op verzoek van Pygmalion omgetoverd in een mens. Haar hart is echter nog steeds van marmer, zo lijkt het. Hu zette een leuk personage neer, wist goed raad met haar gesproken teksten en gaf een fraaie vertolking van ‘Ich schenk mein Herz’ (Die Dubarry, Millöcker), in vertaling ‘Dit is mijn hart’.

Om ook een nog niet genoemd operette cliché uit de kast te halen kwam de koningin voor rekening van bariton Raoul Steffani en graaf Lothar van sopraan Laetitia Gerards. Beiden hadden aardige teksten al waren die van Lothar nogal herhalend en op den duur wel een beetje flauw.

Steffani mocht openen met ‘Ich bin im Land der Herr Regent’ (Der liebe Augustin, Leo Fall) in vertaling ‘Ik ben de koningin-regent’ en Gerards treurde over haar weggevlogen vogeltje Sir Taki in ‘Jái perdu mon ami’ (L’île de Tulipatan, Offenbach) in vertaling ‘Waar ben je kleine vriend?’ Lothar is verliefd op Galathea maar die heeft een hart van steen dus dat werkt niet.

Om de staatskas weer enigszins te vullen wordt een niet bestaande rijke prins uitgenodigd voor een bal, zodat Galathea aan de man kan worden gebracht. Dat deze prins Nicola slechts een verzinsel is van de verteller en de staatskas na het bal dus nog steeds leeg zal zijn vindt de minister van financiën iets van later zorg: ‘wij werken graag met korte termijn oplossingen voor lange termijn problemen’. Deze rol kwam voor rekening van Marc Pantus die zich er helemaal in kon uitleven. Ik zou hem ooit graag eens willen zien als de cholerische Wilhelm Giesecke in Im weißen Rössl.

Bariton Frederik Bergman zong zijn twee aria’s uit Faust zoals het een echte Mefistofeles betaamt. Uiteraard in het Frans want in de opera zingen ze altijd in een taal die niemand verstaat. Verder dubbelde hij als Heggenschaarhuzaar, leider van een heel peloton huzaren die met heggenscharen de decors van de Jong mogen bijknippen.

Behalve Pygamalion die verkleed als de niet bestaande Nicola het bal betreedt en Lothar die voorwendt Nicola te zijn om Galathea’s hart te winnen verschijnt plotseling een echte Nicola, iemand die zichzelf heeft verzonnen. Tot ieders opluchting blijkt hij op de ‘verzinner’ te vallen, het wordt immers al moeilijk genoeg om het verplichte gelukkige einde te realiseren en de tijd begint te dringen. Het is aanleiding voor tenor Ian Castro om een van Richard Taubers topstukken te zingen: ‘Welch ein tiefes Rätsel ist die Liebe, du bist meine Sonne (Giudita, Lehár). Gelukkig geen vertaling deze keer en daarmee was het voor mij het operettehoogtepunt van de voorstelling.

Richard Tauber zingt ‘Welch ein tiefes Rätsel ist die Liebe, du bist meine Sonne ‘:


Sopraan Femke Hulsman werd als Sir Taki door Venus tijdelijk veranderd in een mens zodat er tenminste iemand op het toneel zou staan om de almaar aarzelende handenwringende Lothar eindelijk eens een verbale schop onder de kont te geven. Een koor van zingende en figurerende ‘heggenscharen’ completeerde de cast.

Behalve de reeds genoemde componisten werd muziek ten gehore gebracht van Arthur Sullivan (zonder de teksten van Gilbert), Carl Zeller (‘Heggenschaarkoor’) en Johann Strauss II.

Aldert Vermwulwn tijdens de repetitie

Aldert Vermeulen had de dankbare taak om nu eens een echte première te dirigeren in het huis waar hij achter de schermen vaak zo’n enorme rol speelt. Hij had de beschikking over een groep talentvolle musici in de orkestbak die door het leven gaan als het Nationaal Jeugdorkest. Een geweldig ensemble en geknipt voor deze bijzondere voorstelling.

Er volgen nog vijf voorstellingen: drie in november en twee eind december. 

Trailer van de productie:

Foto’s © Bart Grietens

DNO scoort hit met Porgy and Bess

Tekst: Peter Franken

Een volledig uitverkochte reeks voorstellingen, en dat al maanden tevoren. Vervlogen tijden lijken te herleven met de nieuwe productie van Porgy and Bess. Voor een bomvolle zaal beleefde Gershwins succesnummer zijn première afgelopen woensdag. De voorstelling kon op veel bijval rekenen van het enthousiaste publiek.

95.porgyandbess-d-sbaus-7683

Foto: BAUS Copyright (c) DNO 2019

Porgy and Bess is een buitenbeentje in het operarepertoire, teveel een musical volgens velen. Het heeft mede daarom lang geduurd voordat het werk een geaccepteerde waarde werd in de grotere operahuizen. De productie van regisseur James Robinson en decorbouwer Michael Yeargan laat dit aspect duidelijk zien, het geheel oogt als een Broadway productie voor een extra groot toneel. De zwarte vissersgemeenschap van Catfish Row nabij Charleston South Carolina wordt getoond in opengewerkte huizen rondom een binnenplaats. Het geheel staat op een draaitoneel waardoor snelle scènewisseling mogelijk zijn. De meer ingrijpende wisselingen vinden plaats achter gesloten doek. De kostuums van Catherine Zuber zijn prachtig om te zien en suggereren dat ook armoedzaaiers trots genoeg kunnen zijn om er goed uit te zien. Er is alles aan gedaan om het werk goed over het voetlicht te krijgen.

11.porgyandbess-d-sbaus-7948

Foto: Mathias BAUS Copyright (c) DNO 2019

Het probleem zit hem in de opera zelf en dan met name in het libretto. Feitelijk is het een reeks succesnummers – het metier van de gebroeders Ira en George Gershwin – ingebed in een zedenschets. De plot is betrekkelijk eenvoudig en iemand als Mascagni zou er niet veel meer tijd voor nodig hebben gehad dan voor zijn Cavalleria. Maar de Gerswins hebben veel tijd uitgetrokken voor de context waarbinnen de primaire handeling zich voltrekt. Het lijkt erop alsof ze alles dat hun studie op locatie van de zeden en gewoonten van een vergelijkbare vissersgemeenschap in hun opera hebben willen betrekken. Er zijn gewoon te weinig keuzes gemaakt en dat leidt tot een trage voortgang.

03.porgyandbess-d-sbaus-8074

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Dat wordt direct duidelijk tijdens de eerste scène waarin wordt gedobbeld. Muzikaal begint het met een klapper: ‘Summertime’ fraai gezongen door Janai Brugger als Clara, maar daarna zakt het in. Even is er een opleving als Porgy binnenkomt na een dag hard bedelen en aankondigt zijn ‘witmannengeld’ te willen vergokken. Menens wordt het pas als het nogal proleterig aangezette personage Crown met vriendin Bess ten tonele verschijnt. Maar dan duurt het weer betrekkelijk lang voordat de scène eindigt met de moord op Robbins.

04.porgyandbess-d-sbaus-8124

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

De eigenaardigheden van de zwarte gemeenschap worden breed uitgemeten. Happy Dust oftewel cocaïne en whisky moeten helpen het bestaan te verlichten. En als alternatief is er de vlucht in het geloof, een karikatuur van het christendom culminerend in de genezing van de zieke Bess door het aanroepen van ‘Doctor Jesus’. Zuur verdiend geld is er om te vergokken en vrouwen mogen de problemen oplossen die hun mannen veroorzaken. Hoezeer die twee joodse immigrantenjongen uit New York zich bewust geweest moeten zijn van hun eigen problematische jeugd waarin ze er zelfs in hun eigen buurt maar nauwelijks bij mochten horen, toch bespeur ik hier een wat meewarige kijk van mannen die het gemaakt hebben in de muziekwereld van New York en hun publiek een inkijkje willen geven in het leven ‘at the bottom part of the food chain’. Wie zal het zeggen. Laten we het erop houden dat ze integer te werk zijn gegaan en de beste bedoelingen hadden.

08.porgyandbess-d-sbaus-9109

Foto: Copyright (c) DNO 2019

 

Een speciaal voor de productie, eerder te zien bij ENO Londen, samengesteld koor speelde de sterren van de hemel. De choreografie van Dianne McIntyre staat volledig in de Broadway traditie en doet wonderen. Hulde ook aan Aldert Vermeulen voor de koorinstudering. Het Nederlands Philharmonische Orkest onder leiding van James Gaffigan zorgde voor excellente ondersteuning en mocht bij tijd en wijle ook even de boventoon voeren. Wat moet het heerlijk zijn voor de klarinettisten in het orkest om dit werk te mogen spelen, bedacht ik mij. Dat krijg je als je zelf in een grijs verleden dat instrument zelf hebt bespeeld.

01.porgyandbess-d-sbaus-7958

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Dat de focus van de godsbeleving binnen de gemeenschap vooral op Jezus ligt, de redder, Doctor en beschermer van allen die het op aarde niet zo goed hebben, komt aardig naar voren in het topnummer ‘It ain’t necessarily so’ gezongen door cocaïne dealer Sportin’Life (Frederick Ballentine). Daarin neemt hij een paar weinig gellofwaardige passages uit het Oude Testament op de hak, tot groot vermaak van alle Jezusaanhangers. Het is een fantastisch nummer maar tevens een goed voorbeeld van een totaal overbodige toevoeging die de toch al trage handeling weer eens onderbreekt. Natuurlijk geldt dat ook voor ‘Vissi d’arte’ maar die aria staat op zichzelf. In Porgy and Bess gebeurt dit echter bij herhaling.

09.porgyandbess-d-sbaus-9207

De problematische relatie van Crown met Bess, type heerser-slavin, zorgde voor wat ongemakkelijke momenten en dat kan worden opgevat als een compliment voor invaller Nmon Ford die de zieke Mark S. Doss verving. Ford was overigens volledig voor die taak berekend omdat hij de rol al eerder in Londen had vertolkt. Een dagje repeteren zal vooral besteed zijn geweest aan de interactie met zijn nieuwe tegenspelers, niet in de laatste plaats de gecompliceerde vechtpartij met Porgy. Net als bij Iago kreeg ik direct een hekel aan de man, en dan zit je goed.

99.porgyandbess-d-sbaus-7812

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Adina Aaron zette een heel mooie Bess neer met een uitgebreid palet aan emoties: uitdagend zolang ze Crowns woman was, onzeker, kwetsbaar in de scènes erna, ten prooi aan hormonale opwinding als ze tegen haar wil met Crown achterblijft na de groepspicknick. Ze wil wel een nette vrouw zijn te midden van de anderen en huisje spelen met de kreupele Porgy maar na vijf jaar met de flashy Crown, als parttime hoer en aan de drugs, kan ze de verleiding van Sportin’ Life en zijn cocaïne niet weerstaan en gaat met hem mee naar New York.

97.porgyandbess-d-sbaus-7724

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Porgy legt zich er niet bij neer en gaat op pad naar New York, per boot merkwaardig genoeg. Is dat de manier waarop joden nu eenmaal naar New York komen, las ik ergens. Eric Owens was een krachtige maar ook ontroerende Porgy. Zijn spel was voorbeeldig (voorwenden dat je kreupel bent, lijkt me niet eenvoudig, en dan ook nog een gevecht winnen) en zijn hitsongs kwamen er geweldig uit: ‘Oh, I got plenty o’nuttin’ en ‘Bess, you is my woman now’.

10.porgyandbess-d-sbaus-9397

Copyright (c) DNO 2019

De cast kent veel kleinere rollen en in deze perfect geoliede machine rolden hun vocale bijdragen en er met bijna achteloze soepelheid uit. Het tekent het totaalbeeld van deze Porgy and Bess: een authentieke complete voorstelling op topniveau van een toch wel enigszins problematisch werk. Mooi dat het eindelijk eens bij DNO te zien is.

00.porgyandbess-d-sbaus-7848

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Wie geen kaart heeft kunnen bemachtigen krijgt een nieuwe kans bij de Metropolitan Opera. Het moet toch wel vreemd lopen als deze publiekstrekker niet wordt opgenomen in de Live from the Met serie. Dus hopelijk over een jaartje een herkansing in de bioscoop.

Bezocht op 16 januari 2019