Der_Fliegende _Holländer

Der tigernde Holländer am Opernhaus Zürich

Text: Mordechai Aranowicz

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Mit gemischten Gefühlen verliess man den fliegenden Holländer am Opernhaus Zürich. Die Inszenierung des Intendanten Andreas Homoki und der Ausstattung von Wolfgang Gussmann aus dem Dezember 2012 war dabei eine grosse Enttäuschung. Es handelt sich um ein völlig austauschbares beliebiges Arrangement, das fast den ganzen Abend über mit Wagners selbst verfasstem Libretto frontal kollidiert, Libretto und Partitur einerseits und die Inszenierung andererseits waren völlig zweierlei Sachen, die kaum etwas miteinander zu tun haben.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Statt der geforderten Schauplätze befinden wir uns in einem Seemanns-Kontor zu Beginn des 20. Jahrhunderts in dem es eben spukt. Dass im Libretto von Schiffen, Stürmen, Häfen, Spinnrädern die Rede ist schien dem Regisseur völlig egal, auch wer die Oper nicht kennt, dürfte beim Mitlesen der Übertitel das flaue Gefühl im Magen bekommen haben, dass hier inszenatorisch etwas völlig schiefläuft.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Die unfreiwillige Komik mit einem afrikanischen Krieger in der Spukszene während des Fests der Matrosen im dritten Aufzug, war trauriger Höhepunkt, dieser völlig verfehlten Regie-Arbeit! Das war umso bedauerlicher, da mit Bryn Terfel einer der gefragtesten Holländer-Interpreten unserer Zeit zur Verfügung stand. Sein herber, robuster Bariton sprach am besagten Abend in allen Lagen bestens an, fand im Verlauf des Abends zu Leidenschaft und Ausdruck.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Camilla Nylund war dabei eine ebenbürtige Partnerin, der man ihr leichtes Tremolo in der berühmten Ballade leicht nachsehen konnte, ihr wunderbarer dramatischer Sopran verlieh der Senta zahlreiche Farben und blühte im zentralen Duett des zweiten Aktes wunderbar in der Höhe auf.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Steven Humes war ein Stimmlich etwas zu leichtgewichtiger Daland, man vermisste das Volumen und die Tiefe, die diese Rolle braucht. Marco Jentsch gab einen geschmeidig Stimmigen Erik, während die respaktable Leistung von Omer Kabiljak als Steuermann durch die Abstrusitäten der Regie völlig zunichtegemacht wurde.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Der von Janko Kastelic präparierte Chor brachte sich klangstark mit ein, war jedoch optisch einfach grausam und unpassend kostümiert und musste sich wie bei so vielen Regiearbeiten von Andreas Homoki ohne Grund hyperaktiv betätigen ohne, dass dafür ein Grund erkennbar war.

Das Orchester und Markus Poschner spielte von der Ouvertüre an einen Wagner, der an Spannung und Farbreichtum kaum zu überbieten war. Viel Jubel am Ende dieses pausenlos gespielten Nachmittags für Sänger, Chor und Orchester, lange Gesichter auf der Treppe wegen einer weiteren ernüchternden und ärgerlichen Inszenierung.

Foto T+T Fotografie: Toni Suter + Tanja Dorendorf

Am 28.03.2018 im Opernhaus Zürich besucht

Reisopera brengt uitstekende Holländer

Door Peter Franken

Reisopera 7477 foto Nienke Elenbaas

© Nienke Elenbas

 

De Nederlandse Reisopera waagt zich sinds de herstart als een kleinschalig productiebedrijf voor de tweede keer aan een opera van Richard Wagner. Na de succesvolle productie van Tristan und Isolde, die overigens in 2020 hernomen zal worden, is nu Der fliegende Holländer aan de beurt. Afgelopen zaterdag was de première in Enschede, het werd een groot succes.

 

Reisopera 5547 Hans van den Bogaard

© Hans van den Boogard

De Reisopera moet het doen met beperkte middelen maar slaagt er steeds weer in dat prima te maskeren. Een goede vormgever kan hier natuurlijke wonderen doen en dat is Gary McCann wel toevertrouwd. Evenals bij de fenomenale productie van Ariadne auf Naxos uit 2016 wist McCann met een aansprekend decor en fraaie kostuums een zeer aantrekkelijk toneelbeeld te creëren. Een grote stellage met meerdere niveaus weet zonder moeite de suggestie van een zeilschip op te wekken. Een open ruimte met een groot raam op het achtertoneel doet dienst als atelier en huiskamer van Daland. Net als in die Ariadne zorgen ook hier goed gekozen filmbeelden van Silbersalz Film voor een levende achtergrond. Woeste golven waar de Holländer over zijn ruige tochten verhaalt. Een kalme zee als men met windstilte kampt. En mooi gefilmd ochtendgloren als Senta door het grote raam naar buiten staart in afwachting van haar vader en misschien ook wel die ene man, je weet wel. En dat terwijl Erik ondertussen zijn uiterste best doet om haar uit deze obsessieve dagdroom te wekken.

 

Reisopera 7298 foto Nienke Elenbaas.jpg

Aile Assonyi (Senta) © Nienke Elenbaas

Regisseur Paul Carr ziet Senta als een verwend meisje dat weinig meer te doen heeft dan dagdromen. Ze is in de ban geraakt van het schilderij van de Holländer, misschien is ze zelfs wel verliefd geworden op deze legendarische figuur. Ja, dat kan zomaar gebeuren. Hoeveel jongens zijn er niet verliefd geworden op prinses Leia? Zo dus. En zoals dat gaat bij een onbereikbare liefde spelen al gauw fantasieën een rol waarin het liefdesobject wordt gered uit een benauwde situatie, bijvoorbeeld bewusteloos geraakt in een brandend pand. In geval van Senta is dat zich voor hem opofferen zodat hij eindelijk zal kunnen sterven. Zodra haar vader haar aan deze schimmige verschijning die al honderden jaren op zee rondzwalkt heeft beloofd, aarzelt ze geen moment. Dit is haar kans op de vervulling van haar dagdromen, haar gefantaseerde liefdesmoment. En vader blijft die man maar aanprijzen totdat hij eindelijk tot de conclusie komt dat die twee hem niet meer nodig hebben: ‘Sollt ich hier lästig sein?’. What was your first clue Daland?

 

Reisopera 0060 Hans van den Bogaard

Darren Jeffery (Holländer) en Yorck Felix Speer (Daland) © Hans van den Boogaard

Mijn allereerste kennismaking met het romantische ‘Mögst du mein Kind?’ was een uitvoering door Kurt Moll. Ik ben er zeer aan gehecht geraakt en voor mij is deze scène een ijkpunt in elke uitvoering. Als dat er goed uitkomt, volgt de rest vanzelf. Onzin natuurlijk maar zo heeft elke operaliefhebber zijn eigenaardigheden. Yorck Felix Speer zong de tekst voorbeeldig en acteerde met veel humor. Hij was blij met de vangst van die rijke schoonzoon en vierde al vast een feestje. Ook in de eerdere ontmoeting met de Holländer stond Speer zijn mannetje, mooie invulling van deze rol.

 

Reisopera 5574 Hans van den Bogaard

Samuel Sakker (Erik) en Aile Assonyi (Senta) © Hans van de Boogaard

De rol van Erik was in handen van Samuel Sakker. Hij heeft twee grote scènes maar speelt feitelijk een bijrol. Sakker is geen echte Wagner tenor maar goed beschouwd vraagt dit vroege werk daar ook niet om. Ik kon er goed mee leven met wat hij wist te brengen op de premièreavond.

Dat was minder het geval met de bijdrage van Thorsten Büttner als Steuermann. Zijn monoloog ‘Mit Gewitter und Sturm aus fernem Meer – mein Mädel, bin dir nah!‘ werd met overdreven lange uithalen gezongen en ‘bij het streepje’ overdreven lang onderbroken. Daarbij liet de regie hem telkens een slokje uit een heupfles drinken, wat op zich een goede verklaring was voor het feit dat hij zijn wacht vervolgens versliep, maar muzikaal de zaak teveel stilzette. De man heeft een mooi timbre maar zijn grote bijdrage wekte bij mij eerder irritatie dan bijval.

Carr heeft in zijn productie alleen de Holländer een historisch kostuum gegeven, compleet met chimney hat. De overige spelers zijn uitgedost conform een algemene stijl medio 20e eeuw. In plaats van een spinnerij is gekozen voor een bruidsjurken atelier waarbij de modinettes wat draaiende passen maken met hun paspoppen als het spinlied wordt gezongen. Senta loopt rond in een bruidsjurk zodra haar langverwachte bruiloft aanstaande is. Een zestal dansers is vrijwel permanent op het toneel aanwezig als kennelijke uitbeelding van Senta’s gedachten en gevoelens. Hun bewegingen waren mij soms iets te slangenachtig of gewoon overdreven maar in het totaalbeeld hadden ze als groep een toegevoegde waarde. Sterke vondst was het inzetten van dit zestal als pseudogeraamtes die de crew van de Holländer moesten uitbeelden.

 

Reisopera 5587 Hans van den Bogaard

Darren Jeffery (Holländer) en Aile Assonyi (Senta) © Hans van den Boogaard

Darren Jeffery wist te overtuigen als de gekwelde titelheld. Zijn grote monoloog ‘Die Frist ist um’ klonk welluidend al had hij wat moeite met de klederdiepe noten. Gaandeweg ontwikkelde Jeffery zich tot een voortreffelijke Holländer die vooral tegen het einde grote indruk wist te maken toen hij zich aan Senta bekendmaakte. Verneem van mij aan welk een gruwelijk lot je bent ontsnapt. Zij wil daar niet van weten, heeft zich aan hem gecommitteerd en is vastbesloten zijn reddende engel te zijn. Groots tegenspel van Aile Asszonyi in de rol van Senta. Dat ik op weg naar Enschede de opname onder Sinopoli in de auto had beluisterd zal wel een rol hebben gespeeld, neemt niet weg dat ik bij deze Senta associaties kreeg van de vertolking van Cheryl Studer.

 

Reisopera 8098 foto Nienke Elenbaas

Aile Assonyi (Senta) © Nienke Elenbas

Asszonyi gaf een prima vertolking van ‘de ballade’ en wierp zich geheel in overeenstemming met de monomane fascinatie van haar personage in het navolgende gebeuren. Hoewel hier en daar wat schril op spannende momenten wist ze de moeilijkste passages tot een goed einde te brengen en haar slotuitroep was zonder meer hartverscheurend. Deze Senta springt niet in zee om zich bij de Holländer te voegen maar doorsteekt zich met een dolk. De achter haar staande Holländer omarmt haar en sterft met haar. Dit verstilde slotbeeld wist mij voor het eerst te ontroeren, in al die vele Holländers die ik tot nu toe in het theater heb gezien. Prachtig gedaan.

Wie verder nog? Ceri Williams was een aardige Mary en de leden van Consensus Vocalis brachten een voortreffelijk koor op het toneel. In wisselende samenstelling: zeelui en modinettes apart en met aanstekelijk enthousiasme de hele boel bij elkaar in het topstuk ‘Steuermann, laß die wacht’.

Het Noord Nederlands Orkest onder leiding van Benjamin Levy verdient een bijzondere vermelding. Levy hield deze uitstekend spelende musici goed in toom waardoor er echt sprake was van een ‘pit band’ en niet een symfonie orkest dat was aangetrokken om een opera te begeleiden. Steeds zorgvuldig de zangers ondersteunend, nooit op de voorgrond treden en slechts uitpakkend als het gebeuren op het toneel daar nadrukkelijk om vroeg. Was het maar altijd zo.

De Reisopera haalt met deze productie opnieuw het niveau van het topstuk Ariadne auf Naxos en is het levende bewijs voor het feit dat je ook met beperkte middelen een heel mooie Wagneravond kunt verzorgen. Ik hoop op volle zalen in het land, deze Holländer verdient het.

 

Paul Carr over de essentie van Der fliegende Holländer:

Bezocht op 20 april 2018 in het Wilminktheater in Enschede
Voor de speeldata zie hier.

Zie ook: DER FLIEGENDE HOLLÄNDER op twee cd’s en twee dvd’s

De Holländers van Wagner en Dietsch

 HTP1_Thi_wagner_minkowski_fliegende_hollander_cover.jpg

Naïve heeft een zeer interessante combi op cd gezet: Richard Wagners Der fliegende Holländer en Pierre-Louis Dietsch’ Le Vaisseau Fantôme, een opera op hetzelfde verhaal. De uitvoering onder Marc Minkowski levert boeiend vergelijkingsmateriaal.

Wagner was de eerste. Het verhaal over de dolende ziel op zoek naar verlossing beviel de directeur van de Parijse Opéra zeer, maar met Wagner’s muziek had hij moeite. Hij kocht het verhaal en gaf het door aan Pierre-Louis Dietsch, een in die tijd bekende componist van voornamelijk kerkmuziek. Le Vaisseau Fantôme ou le maudit des Mers ging 1842 in Parijs in première, daarna werd de opera vergeten.

Het was een goede zet van de Deutsche Oper Berlin om beide opera’s (van Wagner werd de oerversie uit 1841 gebruikt) binnen een week uit te voeren om zo de nieuwsgierigheid van de liefhebbers te bevredigen. Latere opvoeringen in Frankrijk, wel met een andere cast, werden door Naïve vastgelegd, leuk vergelijkingsmateriaal.

Zelf vind ik Le Vaisseau Fantôme, hier opgevoerd met onder anderen Sally Matthews en Russell Braun, op zijn minst fascinerend. Dietsch bediende zich van het toen geldende idioom van de “Grand Opèra”, waardoor het geheel je bekend voorkomt. Neem alleen maar het door het gehele ensemble gezongen “Silence” – als je niet beter wist dan dacht je in Les Huguenots te zijn beland.

Ingela Brimbergs Senta kan mij helaas niet bekoren, in haar ballade klinkt zij ronduit schel. Eric Cutler is een lichtgewicht Georg (Erik) en Bernard Richter (Steuerman) klinkt te zoet in mijn oren. Als Magnus bij Dietsch doet hij het veel beter.

Evgeny Nikitin zingt Wagners Holländer zeer goed. Ik houd van zijn sonore geluid. Zeer macho.

Les Musiciens du Louvre Grenoble spelen onder leiding van Marc Minkowski lichtvoetig. Voor mij zelfs een beetje te, al snap ik het idee erachter wel: op deze manier sluit Wagner beter aan bij het werk van Dietsch..

Trailer van de opname:

RICHARD WAGNER
Der Fliegende Holländer

PIERRE-LOUIS DIETSCH
Le Vaisseau Fantôme ou le maudit des Mers

Evgeny Nikitin, Ingela Brimberg, Eric Cutler, Mika Kares, Russell Braun, Saly Matthews, Bernard Richter, Helene Schneiderman e.a.
Les Musiciens du Louvre Grenoble onder leiding van Marc Minkowski

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER Nelsons

nelsons

Na de semiconcertante uitvoeringen van Der Fliegende Holländer in het Amsterdamse Concertgebouw (24 en 26 mei 2013) waren de meningen van zowel de recensenten als het publiek dermate verdeeld dat het tot felle discussies op de operaforums heeft geleid. Het leek net oorlog.

De opera-uitvoering werd door het eigen label van het Concertgebouworkest vastgelegd en is inmiddels op de markt gebracht. Iedereen kan nu dus zijn eigen oordeel vormen.
Nu is een opname, zelfs als het live is gerealiseerd niet te vergelijken met wat je in de zaal hoort, maar het resultaat is voor mij meer dan bevredigend.

Echt moeite heb ik alleen met Anja Kampe (Senta). Het ligt aan haar manier van zingen, met te weinig legato en te veel uithalen. Haar klank kan bij luidere passages onaangenaam scherp worden, iets wat haar ballade bij vlagen ontsiert. Als Senta hoor ik toch liever een stem die lichter en lyrischer is, minder scherp.

Christopher Ventris vind ik een mooie Erik. Hij benadert zijn rol vanuit het belcanto, vanzelfsprekend eigenlijk, zeker voor de vroege Wagner.

Kwangchul Youn is een beetje onstabiel als Daland, maar zijn interpretatie staat als een huis, daarvoor wil ik een min of meer wankele noot voor lief nemen.
Hetzelfde geldt ook de oudgediende Terje Stensvold als de Hollander.

Over het orkest kan ik kort zijn: adembenemend. Nelsons schuwt het overweldigende geluid niet (de ouverture!), maar weet het, waar nodig tot de mooiste pianissimi te dimmen.

Als er zo gespeeld wordt, mag je wat mij betreft zelfs het telefoonboek op de lessenaars zetten!

Richard Wagner
Der Fliegende Holländer
Kwangchul Youn, Anja Kampe, Christopher Ventris, Jane Henschel, Russell Thomas, Terje Stensvold
Chor der Bayerischen Rundfunks, NDR Chor (Martin Wright); WDR Rundfunkchor Köln olv Andris Nelsons
RCO 14004

zie ook:

De Holländers van Wagner en Dietsch