Julia_Varady

Het een en ander over Die Frau ohne Schatten

frosch Amme_van_Alfred_Rollerkopie

Er wordt gezegd dat De vrouw zonder schaduw een soort remake van De Toverfluit is. Daar zit wat in, want ook in dit, zeer moralistisch sprookje worden de hoofdpersonen aan de verschrikkelijkste beproevingen onderworpen, die, mits goed doorstaan, een (beter) mens van je maken. Je kan er ook een ‘Pelleas-achtige’ symboliek in ontdekken, en ook Das Rheingold en Siegfried zijn nergens ver weg. Maar, simpel gezegd, is deze opera voornamelijk een soort apotheose van een met veel kinderen verrijkt huwelijksleven

‘FROSCH’, zoals de opera in de wandelgangen wordt genoemd, geldt als de moeilijkst te bezetten opera van Strauss – één van de redenen waarom hij bijna altijd wordt gecoupeerd. Jammer vind ik dat, des te meer daar er o.a. in het ‘melodrama’ (de uitbarsting van de Keizerin als ze zich realiseert dat de Keizer al bijna helemaal is versteend) wordt geknipt, en dat vind ik nou (samen met het begin van de derde acte) één van de spannendste en de meest dramatische momenten in de opera.

DVD’S
GEORG SOLTI, 1992

frosch martondvd3a

In 1992 dirigeerde Solti in Salzburg een helemaal complete uitvoering van het werk. De regie van Götz Friedrich werd toen bijzonder sterk gevonden, maar ik vind het niet helemaal bevredigend. De mise-en-scène is zonder meer voortreffelijk, maar in de personenregie schiet hij te kort, waardoor de zangers een beetje onbeholpen van hot naar her hollen.

Het mooi vormgegeven bühnebeeld is fraai met zeer minimalistische maar realistische decors, maar de kostuums zijn soms een beetje bizar. Er wordt veel gebruik gemaakt van stroboscoopverlichting, wat in combinatie met heftige muziekpassages nogal gewelddadig kan overkomen.

Cheryl Studer is een droom van een Keizerin. Haar stem, met een zeer herkenbaar timbre en prachtige hoogte, is zwevend, transparant bijna, onschuldig en erotisch tegelijk. Thomas Moser is een aantrekkelijke Keizer, wellicht een tikkeltje te licht voor zijn rol, wat hem af en toe ademnood en geperste noten bezorgt, maar hij zingt prima.

Robert Hale (Barak) was toen al uitgezongen, nog geen 50 jaar oud. Jammer, want zijn portrettering is zeer charismatisch. Eva Marton doet pijn aan je oren, maar is zo betrokken, dat je het haar vergeeft. Haar wanhoopsaria aan het begin van de derde akte is ontroerend en bezorgt je kippenvel.

De erepalm gaat echter naar Marjana Lipovšek, die een werkelijk fenomenale Amme neerzet. Wat die vrouw aan kleurnuancen tot haar beschikking heeft en hoe ze met haar (zeer warme) mezzo omgaat, grenst aan het onmogelijke. Daarbij is ze ook een begenadigd actrice, ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. (Decca 0714259)

WOLFGANG SAWALLISCH, 1992

frosch die-frau-ohne-schatten-073408388

Een half jaar later werd FROSCH gepresenteerd in Japan. Het was de allereerste keer dat die opera daar werd uitgevoerd, en de verwachtingen waren dan ook hoog gespannen. De productie lag in handen van een algeheel Japans team aangevoerd door Ennosuke Ichikawa, een beroemd regisseur en toneelspeler van het Kabuki-theater.

Wat hij en zijn collega’s hebben bereikt is gewoon betoverend. FROSCH laat zich wonderbaarlijk vertalen naar de regels van Kabuki, sterker – daar wint hij aan geloofwaardigheid en spanning door. Lipovšek is hier nog gemener, nog kwaadaardiger dan bij Solti. Haar bewegingen zijn nu kleiner en meer ingetogen waardoor ze, merkwaardig genoeg, aan zeggingskracht winnen, en ze nog meer met haar stem kan doen.

Peter Seiffert is een excellente Keizer, zijn stem is rijk, elegant, warm, gevoelig en buigzaam, en al zijn hoge noten klinken als een klok. Jammer genoeg is de Keizerin niet van hetzelfde niveau. Luana DeVol intoneert ruim, haar sopraan klinkt schril en is totaal verstookt van lyriek (waarom hebben ze Studer niet meegenomen?), maar ze is een zeer overtuigende actrice.

Alan Titus en Janis Martin zijn misschien een tikkeltje minder intensief dan Hale en Marton bij Solti, maar hun stemmen klinken veel aangenamer. Acteren kunnen ze ook, en hoe! Bovendien oogt Martin zeer aantrekkelijk, hetgeen niet onbelangrijk is voor die rol. Het orkest olv van Sawallisch vind ik nog mooier dan bij Solti, sprookjesachtiger, doorzichtiger ook, en zwoeler …  Een waarlijk fenomenale productie. (Arthaus Musik 107245)

CD’S

KARL BÖHM 1955

frosch4011790668321

De allereerste registratie van de opera dateert uit 1955. Hij werd in Wenen live opgenomen, en is door het team van Orfeo verbazingwekkend goed opgepoetst.

Leonie Rysanek is de allerbeste Keizerin die ik ooit heb gehoord. Ze durft risico’s te nemen, en voert haar prachtige, lyrische sopraan tegen de grenzen van het onmogelijke. Met die rol heeft ze toen een norm gezet, waar niet makkelijk tegen op te boksen valt.

Hans Hopf (Keizer) heeft een soort “heroïsche” manier van zingen waar ik niet echt van houd, maar ik kan me voorstellen dat hij door veel liefhebbers als een ideaalbezetting wordt beschouwd. Kwestie van smaak, zou ik zeggen.

Elisabeth Höngen is een vileine Amme, en Christel Glotz een indrukwekkende, al niet altijd zuiver intonerende Färberin. Böhm dirigeert zeer liefdevol (Orfeo D’Or 668053)

HERBERT VON KARAJAN, 1964

frosch r-strauss-die-frau-ohne-schatten-0028945767828

In 1964, ter gelegenheid van 100ste geboortedag van Strauss, dirigeerde Karajan een zeer bevlogen FROSCH in de Wiener Staatsoper. De bezetting van de Färberin door Christa Ludwig is niet echt idiomatisch, maar ze haalt ze wel, haar hoge noten, en haar lezing van de rol is op zijn minst zeer indrukwekkend.

Qua stemschoonheid is Walter Berry (toen ook in het echt haar man) wellicht de mooiste Barak, helaas valt Jess Thomas (Keizer) me een beetje tegen. Leonie Rysanek herhaalt haar magnifieke lezing van de Keizerin, nog intenser, nog meer met de rol vergroeid.

De luxueuze bezetting van de kleine rollen door Fritz Wunderlich (de Jüngeling) en Lucia Popp (o.a. Falke), maakt de opname nog aantrekkelijker. Karajan dirigeert zoals we van hem gewend zijn – narcistisch maar o zo imponerend en met veel gevoel voor nuances. (DG 4576782)

GEORG SOLTI 1987-1990

frosch 28943624329

U kunt niet om Solti’s studioregistratie (hij heeft er drie jaar over gedaan, tussen 1987-1990) heen, alleen al omdat hij elke noot die door Strauss is geschreven, heeft opgenomen.

De bezetting van de Keizer door Plácido Domingo werd toen door de vele ‘puristen’ als een aanslag op het werk beschouwd. Onterecht. Zijn stem is in alle opzichten ideaal voor die rol en met zijn muzikaliteit, de kleuren in zijn stem en zijn meer dan gewone stemacteertalent zet hij een zeer humane en kwetsbare Keizer neer.

Julia Varady is, wat mij betreft, samen met Studer de beste Keizerin na Rysanek, wat een stem, en wat een voordracht! Hildegard Behrens is een verscheurde Färberin, haar volledige identificatie met de rol is grenzeloos. (Decca 4362432)


Advertenties

La Juive, discography

Juive Halevy

Jacques Fromental Halévy (1799-1862) was a much loved and celebrated composer during his lifetime. He composed about forty operas, of which at least half were quite successful. Yet: none of his works has ever matched the popularity of La Juive.

Juive_Act1_set_1835_-_NGO2p927

La Juive: setting for the first act from the original production in 1835.

La Juive, ‘The Jewess’ once was an absolute audience favourite and until the thirties of the last century the piece was performed with great regularity. The role of Éléazar was sung by the greatest and most famous tenors of the time: Caruso, Leo Slezak, Giovanni Martinelli… Who not?

Juive carusoterracota3

Terracota portrait of Caruso as Éléazar, made by Onorio Ruotolo in 1920.

 

Enrico Caruso in a recording made on 14-09-1920:

Leo Slezak (in German) in a 1928 recording:

 

Juive Martinelli foto

Giovanni Martinelli as Éléaza

I could not find an example of Martinelli on Youtube, but a live recording from 1936 of the second act exists (with Elisabeth Rethberg as Rachel), plus some fragments of the fourth act, from 1926 (SRO 848-1).

Juive_opéra_d'Halévy_et_[...]Maleuvre_Louis_btv1b7001613w

Adolphe Nourrit, interpreter of the first Éléazar

Éléazar is not an amiable man. Like Shakespeare’s Shylock, he is repulsive and pitiful at the same time. He’s full of resentment and insists on retaliation for which he’s prepared to sacrifice anything, including what he loves most. But has he always been like that, or have circumstances made him like that? Moreover, he too has his doubts – in his great aria he sincerely asks himself (and God) whether he has acted well.

Actually, you can see him as a male equivalent of Azucena. Both have lost their own child(ren) and both have taken care of a child of their enemy and raised it as their own flesh and blood. As a result, Manrico became a gypsy boy and Rachel a Jewess. With all the consequences that follow.

RICHARD TUCKER

Juive Tucker Legato

In the 1930s Halévy was labelled ‘degenerate’ and, together with his opera, ended up in the big garbage dump of what the Nazis called ‘Entartete Musik.’

Nowadays La Juive is staged by all the major opera houses and in 2009 she even visited Amsterdam – in a magnificent production by Pierre Audi. However, it is not so long ago that Halévy was known as the composer of one aria and his opera was a real curiosity, especially in Europe. I wonder, therefore, what would have happened to La Juive if there had not been someone like Richard Tucker.

Tucker (1913-1975), one of the greatest tenors of his time, was not only the star singer at the Metropolitan Opera, but also the cantor at the New York main synagogue. Éléazar was his dream role and with his star status he could afford to get the opera on stage with different companies in different countries, if only in concert.

His greatest dream, however, was to sing La Juive in the Met, completely staged. In January 1975 he was told that the opera was planned for the 1975/1976 season. Bernstein would conduct and the other roles would be sung by Beverly Sills (Rachel), Nicolai Gedda (Léopold) and Paul Plischka (the cardinal).

It was not meant to be: on January 8, a day before the production talks were to start, Tucker suffered a heart attack, from which he died.

You can get the heavily cut La Juive with Tucker on several labels (mine is on Legato Classics LCD-120-2). The (pirate) recording was made in London, in 1973. The sound is poor and the rest of the singers are only so-so, but because of Tucker it is an absolute must.

Juive Tucker Moffo

In 1973 RCA (now Sony 88985397782) recorded highlights from the opera with Tucker, Anna Moffo and Martina Arroyo in the studio.

I have strong suspicions that the reason for this recording was Moffo (Eudoxie). At that time she was one of the stars of the firm. A literally gorgeous soprano, who not only presented herself well on the cover but also was not the worst singer. With her light, agile voice she was extremely suitable for young girl’s roles, but Eudoxie was also a good fit for her.

Martina Arroyo is a fine Rachel and Bonaldo Giaiotti a great cardinal, but the real star of the recording is – next to Tucker – the conductor. Antonio de Almeida has a clear feeling for the work.

Tucker and Martina Arroyo in the ‘Seider scene’:

JOSE CARRERAS

Juive Carreras Tokody
I have never been able to understand why José Carreras added the role of Éléazar to his repertoire. It did fit in with his desire to sing heavier, more dramatic roles. Roles that were one size too large for his beautiful, lyrical tenor. Which absolutely does not mean that he could not sing the role! He succeeded quite nicely and the result is more than worth listening to, but he doesn’t sound truly idiomatic.

In the live recording from Vienna 1981 Carreras also sounds too young (he was only thirty-five then!), something that is particularly noticeable in the Seider-evening scene. It is sung beautifully, but due to a lack of weight he tends to shout a bit.

José Carreras sings ‘Rachel, quand du Seigneur’:

Ilona Tokody is a Rachel of a Scotto-like intensity (what a pity she never sang the role onstage!) and Sona Ghazarian sings an excellent Eudoxie.

But, to be honest: nobody, but nobody can measure up to Cesare Siepi in his role as Cardinal Brogni. After his first big aria he is justifiably rewarded with a long ovation.

Below Cesare Siepi in ‘Si la rigeur’:

Chris Meritt (Léopold) may not have the most beautiful of all tenor voices, but he has all his high notes. Although they sometimes came out a little squeezed. The heavily cut score was conducted with great love by Gerd Albrecht (Legato Classics 224-2).

 

Juive Carreras Philips

La Juive, recorded by Philips in 1989, marked the first studio recording Carreras made after his illness. His voice was now less sweet and smooth than before, but sounded much more alive, which improved his interpretation of the role.

Julia Varady is a beautiful Rachel, perhaps one of the best ever and Eudoxie is in excellent hands with June Anderson.

Dalmacio Gonzales is a more than decent Léopold, in any case much better than Chris Merrit and the French-American-Portuguese conductor Antonio de Almeida shows he has a real affinity with the opera. (Philips 475 7629)


 

FRANCISCO CASANOVA

Juive Casanova

We know Eve Queler not only as one of the first famous female conductors, but also as one of the greatest champions of the unknown opera repertoire. On 13 April 1999 she conducted a very exciting performance of La Juive in New York’s Carnegie Hall.

Paul Plishka was a good cardinal and Jean-Luc Viala and Olga Makarina sounded excellent as respectively Léopold and Eudoxie.

Francisco Casanova – after Tucker and Shicoff – in my opinion is perhaps the greatest Éléazar of our time. His robust tenor sounds tormented and passionate but also extremely lyrical. The Rachel, sung by Asmik Papian with sizzling passion, fits in perfectly with this. So beautiful, I have no words for it.

If you manage to get the CDs: buy them right away! Also, because the recording is almost complete. (House of Opera CD 426)

Below Francisco Casanova sings ‘Dieu que ma voix tremblante’:

 

NEIL SHICOFF

Juive Shicoff Isokoski

Neil Shicoff, like Tucker, has made Éléazar the role of his life. The first time he sang him was in Vienna, in 1998. The performance, with an excellent cast (Soile Isokoski as Rachel, Zoran Todorovich as Léopold and Alastair Miles as the cardinal Brogni), was recorded live and released by RCA on CD (RCA 795962).

The same production (with Shicoff and Isokoski) travelled to the Met in 2003 and a few months later returned to Vienna, where the opera was recorded on DVD (DG 0734001). Shicoff was still present, but the other singers were replaced.

Juive Shicoff dvd

Rachel was sung by a breathtaking Krassimira Stoyanova (what a voice, and what radiance!), Eudoxie was in good hands with Simina Ivan, but Jianyi Zhang was a little problematic in his role of Léopold.

“The role that Shicoff was born to sing,” was the headline of the program booklet and that was certainly true. As the son of a cantor he was not only at home in the Jewish tradition and singing, but his voice, slightly nasal and with a tear, also sounded very Jewish.

The production by Günter Krämer was updated: no Constance in 1414, but clearly 1930s and the rise of National Socialism. And although it was not explicitly mentioned anywhere, the choir dressed in German hunter’s suits spoke volumes.

Éléazer was portrayed as a fanatic with little or no sympathetic qualities, the cardinal on the other hand was all love and forgiveness – a proposition I had quite a hard time with.

As a bonus, the DVD features an interview with Shicoff and we follow his preparations for the role. Extremely interesting and fascinating, but what a bag of nerves that man is!

Below Shicoff sings ‘Rachel, quand du Seigneur’:

LA JUIVE: discografie

Juive Halevy

Jacques Fromental Halévy (1799-1862) was tijdens zijn leven een zeer geliefde en gevierde componist. Op zijn naam staan zowat 40 opera’s, waarvan minstens de helft best succesvol was. Toch: geen één van zijn werken heeft ooit de populariteit van La Juive kunnen evenaren.

 

Juive_Act1_set_1835_-_NGO2p927

La Juive: decor voor de eerste acte uit de originele productie in 1835

La Juive, ‘De Jodin’, behoorde ooit tot de absolute publiekslievelingen en tot de jaren dertig van de vorige eeuw werd het stuk met grote regelmaat opgevoerd. De rol van Éléazar werd gezongen door de grootste en beroemdste tenoren uit die tijd: Caruso, Leo Slezak, Giovanni Martinelli… Wie eigenlijk niet?

Juive carusoterracota3

Terracota portret van Caruso als Éléazar, gemaakt door Onorio Ruotolo in 1920.

Enrico Caruso in een opname gemaakt op 14-09-1920:

Leo Slezak (in het Duits) in een opname uit 1928:

Juive Martinelli foto

Giovanni Martinelli als Éléazar

Van Martinelli kon ik geen voorbeeld vinden op Youtube, maar van hem bestaat er een opname van de hele tweede acte (met Elisabeth Rethberg als Rachel), opgenomen in 1936, plus wat fragmenten van de vierde akte, uit 1926 (SRO 848-1).

 

Juive_opéra_d'Halévy_et_[...]Maleuvre_Louis_btv1b7001613w

Adolphe Nourrit, vertolker van de eerste Éléazar

Éléazar is geen aimabele man. Gelijk Shakespeare’s Shylock is hij weerzin- en meelijwekkend tegelijk. Hij zit vol wrok en zint op vergelding waarvoor hij bereid is alles op te offeren, ook datgene wat hij het meest liefheeft. Maar is hij altijd zo geweest, of zijn het omstandigheden die hem zo hebben gemaakt? Bovendien kent ook hij zijn twijfels – in zijn grote aria vraagt hij zich (en God) oprecht af of hij goed heeft gehandeld.

Eigenlijk kun je hem als een mannelijk equivalent van Azucena zien. Beiden hebben ze hun eigen kind(eren) verloren en beiden hebben ze zich over een kind van hun vijand ontfermd en als eigen vlees en bloed opgevoed en grootgebracht. Waardoor Manrico een Zigeunerjongen en Rachel een Jodin is geworden. Met alle gevolgen van dien.

 

RICHARD TUCKER

Juive Tucker Legato

In de jaren dertig werd Halévy als ‘ontaard’ bestempeld en belandde samen met zijn opera op de grote vuilnisbelt van wat de nazi’s ‘Entartete Musik’ noemden.

Tegenwoordig gaat La Juive alle grote operahuizen rond en in 2009 heeft zij zelfs – in een schitterende productie van Pierre Audi – Amsterdam aangedaan. Het is echter nog niet zo lang geleden dat Halévy bekend was als componist van één aria en zijn opera was een echte rariteit, zeker in Europa. Ik vraag me dan ook af, hoe het met La Juive zou zijn afgelopen, als er niet iemand als Richard Tucker zou hebben bestaan.

Tucker (1913-1975), één van de grootste tenoren uit zijn tijd, was niet alleen de sterzanger bij de Metropolitan Opera, maar ook de voorzanger aan de New Yorkse hoofdsynagoge. Éléazar was zijn droomrol en met zijn sterstatus kon hij het zich permitteren om de opera op de planken te krijgen bij verschillende gezelschappen in verschillende landen, al was het maar concertante.

Zijn grootste droom was echter om La Juive in de Met te zingen, volledig geënsceneerd. Begin januari 1975 kreeg hij te horen dat de opera voor het seizoen 1975/1976 op de planning stond. Bernstein zou dirigeren en de andere rollen zouden gezongen worden door Beverly Sills (Rachel), Nicolai Gedda (Léopold) en Paul Plischka (de kardinaal).

Het mocht zo niet zijn: op 8 januari, een dag voor de productiebesprekingen zouden beginnen, kreeg Tucker een hartaanval, waaraan hij overleed.

Op verschillende labels (de mijne is op Legato Classics LCD-120-2) is de sterk gecoupeerde La Juive met Tucker te koop. De (piraten) opname is gemaakt in Londen, in 1973. Het geluid is pover en de rest van de rollen is zo-zo, maar vanwege Tucker een absolute must.


Juive Tucker Moffo

In 1973 heeft RCA (tegenwoordig Sony 88985397782) hoogtepunten uit de opera met Tucker, Anna Moffo en Martina Arroyo in de studio opgenomen.

Ik heb sterk de vermoedens dat het ze toen – voornamelijk – om Moffo (Eudoxie) te doen was. In die tijd was zij namelijk één van de stersterren van de firma. Een letterlijk bloedmooie sopraan, die zich niet alleen goed op de cover presenteerde maar ook als zangeres de slechtste niet was. Met haar lichte, wendbare stem was zij buitengewoon geschikt voor het zingen van jonge meisjesrollen, maar ook Eudoxie lag haar goed.

Martina Arroyo is een prima Rachel en Bonaldo Giaiotti een dito kardinaal, maar de echte ster van de opname is – naast Tucker – de dirigent. Antonio de Almeida heeft er duidelijk feeling mee.

Tucker en Martina Arroyo in de “Seider-scène”:

Niet op cd, maar wel op You Tube vindt u de Seider-scène uit Barcelona. De opname is gemaakt op 14 december 1974, drie weken voor Tuckers overladen:

 

JOSE CARRERAS
Juive Carreras TokodyNooit heb ik goed kunnen begrijpen waarom José Carreras de rol van Éléazar op zijn repertoire heeft gezet. Het paste wel bij zijn verlangen om ook zwaardere, meer dramatische rollen te gaan zingen. Rollen die voor zijn prachtige, lyrische tenor een maatje te groot waren. Wat absoluut niet inhoudt dat hij de rol niet aankon! Dat lukte hem best aardig en het resultaat is het beluisteren meer dan waard, maar echt idiomatisch klinkt hij niet.

In de live opname uit Wenen 1981 klinkt Carreras ook nog eens te jong (hij was toen nog maar vijfendertig!), iets wat zich voornamelijk wreekt in de Seider-avond scène. Het is mooi gezongen, maar bij gebrek aan overwicht gaat hij zich een beetje overschreeuwen.

José Carreras zingt ‘Rachel, quand du Seigneur‘

Ilona Tokody is een Rachel van intensiteit die alleen Renata Scotto wist te bereiken (jammer, dat zij de rol nooit heeft gezongen!) en Sona Ghazarian zingt een uitstekende Eudoxie.

Maar, eerlijk is eerlijk: niemand, maar dan ook niemand kan zich met Cesare Siepi in zijn rol van  kardinaal Brogni meten. Na zijn eerste grote aria wordt hij dan ook terecht beloont met een langdurend opendoekje.

Hieronder Cesare Siepi in ‘Si la rigeur’ in een opname uit 1954:

Chris Meritt (Léopold) bezat misschien niet de mooiste van alle tenorstemmen, maar hij had zijn hoge noten paraat. Al kwamen ze soms een beetje geknepen uit. De zeer sterk gecoupeerde partituur werd zeer liefdevol gedirigeerd door Gerd Albrecht (Legato Classics 224-2)

 

Juive Carreras Philips

De in 1989 door Philips opgenomen La Juive markeerde de eerste studio-opname dat Carreras maakte na zijn ziekte. Zijn stem was nu minder zoet en smeuïg dan voorheen maar klonk veel doorleefder, wat de invulling van de rol ten goede kwam.

Julia Varady is een schitterende Rachel, misschien één van de beste ooit en Eudoxie is bij June Anderson in uitstekende handen.

Dalmacio Gonzales is een meer dan fatsoenlijke Léopold, in ieder geval veel beter dan Chris Merrit en de Frans-Amerikaans-Portugese dirigent Antonio de Almeida bewijst alweer zijn affiniteit met de opera. (Philips 475 7629)


FRANCISCO CASANOVA

Juive Casanova

Eve Queler kennen we niet alleen als één van de eerste beroemde vrouwelijke dirigenten, maar ook als één van de grootste voorvechters van een onbekend operarepertoire. Op 13april 1999 dirigeerde zij in het New-Yorkse Carnegie Hall een zeer spannende uitvoering van La Juive.

Paul Plishka was een goede kardinaal en Jean-Luc Viala en Olga Makarina klonken uitstekend als resp. Léopold en Eudoxie.

Francisco Casanova vind ik – na Tucker en Shicoff – misschien de allerbeste Éléazar van onze tijd. Zijn robuust gevoerde tenor klinkt gekweld en gepassioneerd maar ook buitengewoon lyrisch. Daar past de door Asmik Papian met zinderende passie gezongen Rachel uitstekend bij. Om stil van te worden, zo mooi.  

Mocht het u lukken om de cd’s te bemachtigen: meteen doen! Ook omdat de opname vrijwel complete is. (House of Opera CD 426)

Hieronder zingt Francisco Casanova ‘Dieu que ma voix tremblante’:

 

NEIL SHICOFF

Juive Shicoff Isokoski

Neil Shicoff, gelijk Tucker, had van Éléazar zijn levensrol gemaakt. De eerste keer zong hij hem in Wenen, in 1998. De voorstelling, met ook verder een voortreffelijke cast (Soile Isokoski als Rachel, Zoran Todorovich als Léopold en Alastair Miles als de kardinaal Brogni), werd live opgenomen en door RCA op cd uitgebracht (RCA 795962).

Dezelfde productie (met Shicoff en Isokoski) reisde in 2003 naar de Met om een paar maanden later terug te keren naar Wenen, waar de opera op dvd (DG 0734001) werd geregistreerd. Shicoff was nog steeds van de partij, maar de rest van de rollen werd vervangen.

 

Juive Shicoff dvd

Rachel werd gezongen door een adembenemende Krassimira Stoyanova (wat een stem, en wat een uitstraling!), Eudoxie was in goede handen van Simina Ivan, maar Jianyi Zhang was een beetje problematisch in zijn rol van Léopold.

‘The rol that Shicoff was born to sing’, kopte het programmaboekje en daar zat wat in. Als zoon van een voorzanger was hij niet alleen kind aan huis in de Joodse traditie en gezangen, ook zijn stem, lichtelijk nasaal en met een traan, klonk zeer Joods.

De regie van Günter Krämer was geactualiseerd: geen Konstanz in 1414 dus, maar duidelijk jaren dertig van de vorige eeuw en de opkomst van het nationaal-socialisme. En al werd het nergens expliciet gezegd, het koor gekleed in Duitse jager pakjes sprak boekdelen.

Éléazer werd neergezet als een fanatiekeling met weinig of geen sympathieke eigenschappen, de kardinaal daarentegen was één en al liefde en vergiffenis – een stelling waar ik het behoorlijk moeilijk mee had.

Als bonus staat er op de dvd een interview met Shicoff en volgen we zijn voorbereidingen voor de rol. Buitengewoon interessant en fascinerend, maar wat is die man toch een zenuwpees!

Hieronder zingt Shicoff ‘Rachel, quand du Seigneur‘:

LA JUIVE Tel Aviv 2010

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam