Christian_Thielemann

Piotr Beczala: thuis ben ik inmiddels overal

Beczala Halka

Na een zorgvuldig opgebouwde carrière van meer dan 25 jaar bij kleinere operahuizen staat Piotr Beczala inmiddels al vele jaren aan de absolute top. Een vijf jaar oud gesprek met de Poolse tenor, over nee zeggen, zijn liefde voor operette en over eigenlijk van alles

Beczala Das-Land-des-Lächelns-foto-T-T-Fotografie-Toni-Suter-1

Piotr Beczala in Das Land des Lächelns. (© T + T Fotografie / Toni Suter)

Het is niet zo dat de tenoren (en niet alleen de tenoren!) plotseling uit de hemel vallen, al lijkt het er soms wel op. Een stem moet groeien, rijpen, ervaring opdoen, repertoire opbouwen. Slowly, slowly… alleen dan kom je er. En – nog belangrijker – je blijft er.

Niemand die daar beter van doordrongen is dan Piotr Beczala. “Je moet geduld hebben, dingen niet overhaasten en geen rollen aannemen die niet bij je passen”, zegt hij. “Vroeger was ik een notoire ‘nee-zegger’. Het is bijna niet te geloven wat voor rollen mij wel eens werden aangeboden, rollen die ik absoluut niet kon zingen, zeker toen niet. Maar ik stond stevig in mijn schoenen. Ik wilde geen eendagsvlieg zijn.”

“Nu, na een jarenlange carrière, kan en ken ik veel meer. Mijn stem heeft zich ontwikkeld en is groter en donkerder geworden, mijn techniek is solide en mijn zekerheid is gegroeid, waardoor ik mij nu veel meer op het acteren kan concentreren. De meeste rollen die mij nu aangeboden worden, kan ik zingen, dus steeds minder vaak hoef ik nee te zeggen. Casting directors en intendanten weten heel goed wat ik wel of niet zal aannemen, zodoende krijg ik ook steeds minder krankzinnige voorstellen. En mochten ze er toch mee aankomen, dan zeg ik gewoon weer nee.”

Tauber

Beczala-Tauber

Beczała was lange tijd een ‘geheimtip’. Zijn professionele carrière begon in 1997 in Linz, maar echt ontdekt werd hij in Zürich, het operahuis dat blijkbaar een goede neus heeft voor tenoren (ook Jonas Kaufmann en Pavol Breslik komen daar vandaan).

Voordat hij zijn debuut maakte in de grootste en belangrijkste operahuizen ter wereld, zong hij ook in Amsterdam. Drie keer maar liefst: in Król Roger van Szymanowski, Jevgeni Onjegin van Tsjaikovski en La Bohème van Puccini.

Hieronder zingt Beczala aria van Pasterz uit Król Roger. Het geluid komt uit de Naxos opname olv Jacek Kaspszyk, de beelden zijn uit Amsterdam , oktober 2000

Beczala heeft een wat vooroorlogse look en beschikt over een meer dan gewoon acteertalent, wat tegenwoordig niet onbelangrijk is. Toch bleven de contracten met platenfirma’s uit, wat misschien ook wel goed voor hem was. Zo kon hij zich zonder lawaaierige reclamecampagnes ontwikkelen tot wat hij is geworden: één van de beste lyrische tenors ter wereld. Ook Deutsche Grammophon kon niet langer meer om hem heen en Beczala tekende in het najaar van 2012 een exclusief contract bij de firma.

Beczala-Stefanie-Starz

Beczala bij de ondertekening van zijn contract met Deutsche Grammophon (foto: Stefanie Starz)

Beczala’s ietwat ouderwetse timbre doet denken aan een Wunderlich, Gedda of zelfs Kiepura. Wat hij verder met die voorgangers gemeen heeft, is zijn voorliefde voor operette, een genre dat hij een warm hart toedraagt en dat hij vaak en graag zingt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn eerste solorecital bij DG, Mein ganzes Herz, een operetteprogramma bevat

“Van DG kreeg ik groen licht voor mijn eigen keuze van het orkest en de dirigent. Ik dacht onmiddellijk aan de jonge Poolse dirigent Łukasz Borowicz, met wie ik eerder een cd met Slavische opera-aria’s heb opgenomen (Orfeo C814 101). Ook wat het orkest betreft stond mijn keuze meteen vast: het moest het Royal Philharmonic zijn!”

“Het programma is simpel: operette! Van Lehár en Kalmán tot Robert Stoltz en Carl Bohm. Er wordt ook moderne technologie toegepast, dus behalve echte gasten van nu, zoals Anna Netrebko, Avi Avital en de Berlin Comedian Harmonists, komt ook Richard Tauber zelf langs. Met hem ga ik een duet zingen! Als dat niet bijzonder is…”

Lohengrin

Beczala Lohengrin

Beczala wil niet de geschiedenis ingaan als de operettezanger. “Ik houd van operette, maar ik ben een operazanger en ik wil ook meer doen met de liederen. Voorlopig ben ik dat aan het aftasten.

Hieronder zingt Piotr Beczala ‘Daleko zostal caly swiat’ van Karol Szymanowski:

Met Christian Thielemann heb ik liederen van Strauss gezongen en in Santa Monica heb ik een recital gegeven met onder anderen Schumann en Karłowicz, een ongebruikelijke maar mooie en logische combinatie.”

Piotr Beczala en Helmut Deutsch in ‘Pamietam ciche, jasne, zlote dnie’ van Mieczyslaw Karlowicz:

“Het is nu ook de tijd om mijn repertoire te gaan uitbreiden. Tegen 2015 ga ik zwaardere rollen uitproberen.

Hieronder: trailer van Lohengrin uit Dresden, met Anna Netrebko, Piotr Beczala & Christian Thielemann

En hier ‘E lucevan le stelle’ (Tosca) – encore in de Wienner Staatsoper 10.02.2019

Dirigenten

Piotr Beczala & Nello Santi: Un ballo di Maschera in Opernhaus Zürich

Met welke maestro’s Beczala, naast Thielemann en Borowicz, nog meer graag samenwerkt? “De allerbeste is voor mij Nello Santi. Absoluut. Maar ik houd ook van Marco Armiliato. Of dat komt doordat zijn broer een operazanger is? Het kan. Maar of het echt zo is…”

Er zijn ook dirigenten waar Beczala minder blij van wordt. “Ik wil niet meer werken met dirigenten die geen respect hebben voor zangers en niet weten hoe ze met zangers moeten omgaan. Ik noem geen namen, maar de meesten komen uit de oude muziek. Wat absoluut niet betekent dat álle oudemuziekdirigenten niet deugen.”

Wat zijn ervaring is met zangers die zijn gaan dirigeren, zoals Plácido Domingo? “Domingo heeft het euvel dat hij in het heden leeft, in de tegenwoordige tijd. Hoe zal ik dat uitleggen… Beschouw het verschil tussen een ‘zangerdirigent’ en een ‘gewone’ dirigent als het verschil tussen een pianist en een organist. Een pianist denkt aan de klank die nu klinkt, een organist denkt vooruit, aan de resonans van de klank die komen gaat.”

REGISSEURS (en zijn beroemd ‘zwartboekje’)

beczala boheme

Beczala als Rodolfo in Salzburg

“Ik heb helemaal niets tegen updaten, als het maar herkenbaar wordt. Ik ben dan ook niet tegen modern, maar wel tegen dom, tegen idioot, tegen vergezocht! Ik heb inderdaad een ‘zwartboekje’ met de namen van regisseurs met wie ik nooit (meer) samen wil werken.”

“Ik heb het geluk dat ik dingen kan aannemen of weigeren, maar veel van mijn (beginnende) collega’s hebben het privilege niet. Soms denken ze dat als ze in een spraakmakende productie staan ze het dan gaan maken, maar zo werkt dat niet. In ons beroep moet je het van de muzikaliteit en de toewijding hebben. De regisseurs denken vaak dat ze God zijn, maar dat zijn ze niet, je moet je je niet aan hen overleveren maar aan de genius van de componisten.”

“Welke regisseur ik het meeste bewonder? Franco Zeffirelli, zonder meer. Zeffirelli is meer dan een regisseur, hij is een monument, je kan hem inmiddels als ons cultureel erfgoed beschouwen. Zijn producties waren (en zijn nog steeds!) immer fantastisch, ze moeten gekoesterd worden. Het was voor mij een feest om met hem te werken, het geeft een mens achter de zanger immens veel plezier.

Ik heb ook een bijzonder zwak en veel bewondering voor Guy Joosten. Zijn Romeo et Juliette in de Newyorkse Metropolitan was werkelijk prachtig, daar hebben wij, de zangers ook enorm van genoten.

THUIS

Beczala-Met

Als je zo veel reist en in zo veel verschillende steden verblijft, heb je dan nog het gevoel dat je ergens ‘thuis’ bent? “Thuis zijn wij inmiddels overal”, lacht Beczala. “Al houdt Kasia, mijn vrouw, het meeste van New York.”

“Ons echte thuis is in Kraków, in Polen, maar daar zijn we niet vaker dan twee weken per jaar. Gelukkig heb ik nu appartementen in steden waar ik het meeste optreed: Wenen, Zürich en New York. Dat is fijn en vertrouwd. Eigen bed, eigen toilet en eigen wijn: het helpt!

Op mijn: “kunnen wij je ook in Amsterdam verwachten” komt een diepe zucht. Maar dan komt er toch een antwoord: “Wie weet? Ik zou best graag in de ZaterdagMatinee willen optreden”.

Met dank aan Jenny Dorolores

Advertenties

Michael Volle zingt Wunderhorn-lieder

 Mahler Volle Thielemann

Als ik het niet beter wist dan zou ik denken dat Mahler zijn ‘Wunderhorn-lieder’ met de stem van Michael Volle in zijn hoofd componeerde. Ze passen hem zo perfect dat ik de neiging krijg om mijn geliefde uitvoering door Bernd Weikl te vergeten!

Zo gek nog niet, want beide zangers zijn aan elkaar gewaagd. Beiden beschikken ze over een volle, donker getimbreerde en welluidende bariton met een onmiskenbaar macho ondertoon. Het is het type stem dat bij een ‘boerse soldaat’ hoort, zo een die van een verzetje houdt, zijn borreltje lust en meisjes in de billen knijpt, maar ook voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang is.

In die opvatting zijn Volle en Thielemann – voor wie Mahler een serieuze zaak is – aan elkaar gewaagd, het is dan ook heel erg jammer dat ze maar acht liederen van de volledige cyclus opnamen.

Helaas is de opname nogal scherp, waardoor de orkestklank niet optimaal is en de strijkers soms behoorlijk schril klinken. Jammer nogmaals want daardoor klinkt het, toch niet zo geweldig gedirigeerde Adagio nogal lelijk. Voor dat laatste bent u beter af bij Abbado. Of Rattle…

 

GUSTAV MAHLER
Wunderhorn-Lieder
Symphony No.10: Adagio
Michael Volle bariton
Münchner Philharmoniker olv Christian Thielemann
MPHIL Archive 0007

 

DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG. Discografie

Meistersinger scenefoto

Die Meistersinger von Nürnberg – Stolzings Probesingen. Gemälde von Michael Echter

Te midden van de tientallen cd’s en dvd’s van Die Meistersinger von Nürnberg ben ik de kluts een beetje kwijtgeraakt, dus de kans dat uw geliefde opname er niet tussen zit, is meer dan mogelijk. Ik heb het op naam van de dirigent gerangschikt, de zangers komen vanzelf aan de beurt. En: zullen we maar eens met de Nederlanders beginnen?

Jaap van Zweden

meistersinger van Zweden

7 februari 2009 was één van die middagen die nu al als legendarisch gelden, en dat niet vanwege de ongewone begintijd (11.00 uur ‘s morgens) en de lange duur (tot 17.00 uur in de namiddag). Jaap van Zweden tilde in het Concertgebouw in Amsterdam Die Meistersinger op tot een werkelijk ongekend hoog niveau. En dan te bedenken dat het pas zijn tweede Wagner-opera was!

Niet minder imposant was de bezetting. Allereerst was er Robert Holl (Hans Sachs), die de rol al jaren achtereen tijdens de Bayreuther Festspiele zong en er helemaal mee was vergroeid. Met zijn soepel gevoerde sonore bas riep hij allerlei gevoelens op – het meest die van een diepe bewondering. Wat een vertolking!

Eike Wilm Schulte (Beckmesser) kroop helemaal in zijn rol van een oude intrigant, Burkhard Fritz was zeer geloofwaardig in zijn prachtig gezongen ‘prijslied’ en Rainer Trost was een mooie David. Barbara Havemann liet een gemengde indruk op mij achter. Ik had een groter en ronder geluid verwacht, maar misschien lag het aan de rol?

Om de sfeer te vergroten werd de foyer van het Concertgebouw destijds ingericht als een heuse ‘bierstube’: men kon plaats nemen achter lange houten tafels en zich tegoed doen aan zuurkool met worst.

De uitvoering werd gelukkig op cd uitgebracht, op QuattroLive (2009014s). De opname is via de vakhandel en de webwinkel van het Koninklijk Concertgebouworkest te koop, maar voor zuurkool met worst en het biertje moet u zelf zorgen.

Bernard Haitink

Meistersinger Haitink

Er zijn ten minste drie redenen om Haitinks Meistersinger (ROHS 008) aan te schaffen: de zoetgevooisde Walther van de te vroeg overleden Gösta Winbergh, de fenomenale Beckmesser van Thomas Allen en de dirigent zelf.

Haitink is minder uitgesproken dan Van Zweden. Zijn lezing is, zoals wij van hem gewend zijn, zeer degelijk. De opera werd tijdens de inmiddels legendarische ‘laatste avond’ (het Royal Opera House zou verbouwd worden en ging twee jaar lang dicht) op 12 juli 1997 opgenomen.


Wolfgang Sawallisch

5099973901822_wag_bl_cdq301e CD Booklet - Printers Pairs

Ben Heppner was in 1994 nog een volop lyrisch-dramatische Walther, met de nadruk op lyrisch. Zijn hoogte was stralend en hij zong met veel gevoel. Een Walther die ook Plácido Domingo gezongen zou kunnen hebben (iets wat hij overigens ook deed – hij kweet zich voortreffelijk van zijn rol, maar voor de rest is de opname niet echt aan te bevelen).

Cheryl Studer is voor mij één van de beste Eva’s ooit, en zal dat voorlopig ook wel blijven. Hetzelfde geldt voor Bernd Weikls Hans Sachs.

De stem van Deon van der Walt (David) heeft veel weg van jonge Klaus Florian Vogt. Wie weet was ook hij richting Walther gegaan als zijn vader hem niet had doodgeschoten?

Het Bayerischer Statsorchest klinkt ‘himmlisch’ (Warner 5099973901822)         ).


Herbert von Karajan

untitled

Het beste voorbeeld van een David die ooit volwassen ging worden is bij Karajan geleverd. Tegenover de Walther van René Kollo (niet mijn kopje thee, maar ik moet toegeven dat zijn ‘prijslied’ prachtig klinkt) staat de David van niemand minder dan Peter Schreier.

Geraint Evans is hier een ietwat karikaturale Beckmesser, maar Helen Donath is een heerlijke, meisjesachtige Eva. En het orkestspel staat als een huis (Warner 5099964078823)      



Thomas Schippers

Meistersinger Schi[pers

Nu de Metropolitan Opera haar archieven heeft geopend, worden wij met veel schatten uit het tot nu toe verborgen Sesam verblijd. Deze Meistersinger werd op 15 januari 1972 opgenomen en ik moet nogmaals constateren dat er niets boven live gaat.

Schippers dirigeert adembenemend lichtvoetig en de ouverture vliegt bij hem voorbij, al doet hij er maar een halve minuut sneller over dan Karajan of Sawallisch.

James King is een triomferende Walther. Zeer macho ook – zo worden ze echt niet meer gemaakt! Pilar Lorengar is een lichte Eva, een echt jong meisje (Sony 85304)

 

Christian Thielemann en Otto Schenk

Mestersinger Euroarts

Wilt u er ook beeld bij, dan heb ik voor u twee echte aanbevelingen. In 2008 werd in Wenen de oude productie van Otto Schenk hernomen (Euroarts 0880242724885). HEERLIJK! Je maakt het werkelijk bijna nooit meer mee dat je alles in zijn verband kan zien: de decors, de kostuums, het verhaal…

U gelooft het misschien niet, maar zelfs Johan Botha (Walther) doet aan acteren in deze productie! Alleen al daarvoor is de dvd een must…

Maar er is meer. Wat dacht u van Falk Struckmann als Sachs (oké, die man kan bij mij niets fout doen)? En de heerlijk vileine Adrian Eröd (Beckmesser)? En als u weet dat de dirigent Christian Thielemann heet … Tja!

Hieronder trailer van de productie:

 

Vladimir Jurowski en David McVicar

Meistersinger-Glyndebourne

Ik ben er zeker van dat David McVicar goed naar Otto Schenk heeft gekeken. Het is meer dan duidelijk dat hij zijn pappenheimers kent! De door hem in 2012 in Glyndebourne geregisseerde voorstelling (Opus Arte OA BD7108) is in alles een tribuut aan de oude meester. Hulde!

Ik vind de voorstelling verder mooier dan mooi. Lyrisch, ingehouden… Zou dat ook de bedoeling zijn geweest van Bayreuth? Ooit? Ik weet het niet, ik ben er nog nooit geweest.

Alle zangers zijn ronduit fantastisch, al moet ik toegeven dat Gerald Finley (Sachs) en Johannes Martin Kränzle (Beckmesser) optisch iets te jong ogen. Mijn held echter heet Vladimir Jurowski. Door zijn sierlijke gebaren alleen al maakt hij dat ik mijn ogen niet van hem kan afslaan!

The making of:

 

Sebastian Weigle en Katharina Wagner

Meistersinger-Bayreuth

En dan komen we bij Bayreuth anno nu, bij Katharina Wagner (Opus Arte OA 1041 D). Haar idee op zich is niet eens zo slecht. Walther is niet alleen een vernieuwer, maar ook een breker. Hij maakt zowel de traditie als vakmensen kapot, terwijl hij niet meer dan een prutsende amateur is. Aan het eind conformeert hij zich aan de regels en dan wordt Beckmesser de nieuwe ‘rebel’. Intussen is Hans Sachs een soort ‘führer’ geworden, want we bevinden ons in het Bayreuth van eind jaren dertig…

Helaas, concepten werken niet als ze niets, maar dan ook niets met de opera in kwestie hebben en dat is hier het geval. Klaus Florian Vogt is een (toen nog) fatsoenlijke Walther, de erepalm gaat echter naar de  Beckmesser van Michael Volle.

En nu iets leuks: Romanticism vs. Modernism at the Royal Opera House

Deze clip komt uit de in de jaren negentig opgenomen Britse documentaire over het ROH. Ergens halverwege zien we een klein fragment uit de ook hier besproken (helaas alleen audio) prachtige, traditionele productie van ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ ‘, onder leiding van Bernard Haitink.

Kerst Operette-Gala’s uit Dresden

operette

Mijn lieve lezers: u zou eens moeten weten hoe belangrijk u allemaal bent. Wij muziekrecensenten, ook wij zijn egotrippers, net zo goed als romanschrijvers of psychologen. Ook wij doen wat wij doen, omdat het ons van onze problemen af helpt. Of juist niet.

Omdat u allemaal zo trouw bent en de moeite neemt om mij te lezen (hoop ik), ga ik u wat over mezelf vertellen. Ook omdat ik naar aanleiding van een interview ‘doodsbedreigingen’ heb gekregen (ben ik nu een BN’er?) en er een beetje ‘unheimlisch’ van werd.

Muziek is geen wetenschap, zeker niet in de strikte zin. Er bestaan geen wiskundige regeltjes voor, al waren (en zijn er nog steeds) genoeg ‘pioniers’ die dat beweerden. Het resultaat van hun wiskundige berekeningen was kakofonie of juist het tegenovergestelde: de zich eindeloos herhalende reeks van drie noten. Ik weet dat er genoeg liefhebbers voor zijn en ik gun ze hun plezier. Maar nu wil ik het met u over iets hebben wat nog steeds een taboe is: het sentiment.

Toen ik een meisje van 4 was werd ik door mijn ouders ‘gescheiden’. Mijn viool spelende vader nam mij mee naar Sviatoslav Richter, wat uiteraard in pianolessen resulteerde. Mijn moeder hield van operette en aangezien er niemand anders was om haar te begeleiden, werd ik meegenomen. Ik ging mee en ik genoot. Nog steeds, meer dan 60 jaar later, ken ik de meeste operettes uit mijn hoofd. In het Pools, dat wel, want alles was toen vertaald.

Jan Kiepura en Martha Eggerth in het duet uit de Lustige Witwe van Lehár. In het Pools:

Waarom ik het aan u vertel? Omdat ik u deelgenoot wil maken van wat ik noem ‘my little sentimental journey’. Op oudejaarsdag – gezeten op de bank in mijn verwarmde huis, met mijn kat naast mij en het glaasje bubbles in de hand – luisterde en keek ik naar de operetteavond uit Dresden en ik werd bevangen door weemoed en, nou ja, verlangen naar vroeger. Ik voelde mij weer het vierjarige meisje en het enige wat ik wilde, was dat mijn moeder naast mij kon zitten en het ook mee kon maken. Jammer genoeg bestaat er geen telefoonverbinding met het hiernamaals, anders kon ik haar bellen: ‘Mam, je moet het horen!’

Afijn. Nu zullen we de sentimenten sentimenten laten en ons beperken tot het ‘product’. De jaarlijkse ‘Kerst Operette-Gala’s’ in Dresden zijn inmiddels beroemd en halen hoge kijkcijfers. De Staatskapelle Dresden wordt door niemand minder dan Christian Thielemann gedirigeerd en behalve Piotr Beczała doet er ook een sopraan (of twee) aan mee.

In 2011 waren Angela Denoke en Ana Maria Labin van de partij, in 2012 moest de geplande Diana Damrau wegens ziekte op het laatste moment afzeggen en werd vervangen door Ingeborg Schlöpff.

Beide Gala’s zijn in 2013 bij DG op de markt uitgebracht: Kalmán (2012) op cd met als bonus Lehár uit 2011 op dvd.

 

Hieronder zingt Beczala ‘Freunde, das Leben ist lebenswert’ uit Giuditta (Lehár-Gala Dresden 2011):

Dat ik de cd (waarom niet op dvd?) iets hoger schat dan de dvd heeft alles met mijn eigen voorkeuren te maken: ik houd waanzinnig veel van Lehár, maar Kalmán heeft mijn hart al lang geleden meer dan gestolen. ‘Weisst du es noch’ uit de Csárdásfürstin is dagenlang (en nachtenlang!) niet van mijn speler (en mijn hoofd) weggeweest.

Vindt u het een rare recensie? Ik ook. Maar als u van operette houdt, nee, als u van muziek houdt en het sentiment niet schuwt, dan gaat u het doosje aanschaffen. Ik verzeker u dat uw hart er warm van wordt.


Happy New Year
Kalmán en Lehár
Staatskapelle Dresden olv Christian Thielemann.
Solisten: Piotr Beczala en Ingeborg Schöpf (cd) en Angela Denoke en Ana Maria Labin (dvd).
DG 4790929

Zie ook:

HEART’S DELIGHT. Piotr Beczała zingt operette

PARSIFAL. Een selectieve mini discografie

parsifal-de-verzoeking

Arthur Hacker: The Temptation of Sir Percival

Ik denk niet dat ‘Parsifal’ de moeilijkste Wagner-opera is om te zingen, althans niet voor de tenor. Oké, het eeuwenlang durende duet tussen Kundry en de titelheld vereist enorme uithoudingsvermogen, maar vergelijk het maar met een Siegfried of een Tristan!

Het is wel een zware klus voor een regisseur, want hoe moet je omgaan met de symboliek waar het werk bijna onder bezwijkt? Ga je het helemaal tot op het bot “strippen” om alle sentimentaliteit uit de weg te gaan of ga je juist voor het tegenovergestelde en gooi je er nog een steentje bovenop?

DVD’S

Stephen Langridge

Print

Van de op de IC-afdeling van een ziekenhuis opgenomen Amfortas, die vastzit aan allerlei slangen en infusen kijk ik echt niet op. Een kale Kundry? Gaap. Al zo vaak gezien. Dat haar haar groeit naarmate de opera vordert? De wonderen zijn blijkbaar de wereld nog niet uit. Dat er vrouwen rondlopen, terwijl wij het met een zeer strikte “men only” sekte te maken hebben … ach.

Alles wat je in deze Parsifal, in 2013 opgenomen in Londen, te zien krijgt, heeft niets met het libretto te maken. Maar dat is onderhand niets nieuws meer.

Stephen Langridge ontdoet het verhaal van al zijn Christelijke symbolen en brengt het naar de gewone wereld van gewone stervelingen, zegt hij. Zelf heeft hij over “humaniseren”. Eén ding moet hij mij dan uitleggen: wat doet dan de in een lendendoek gestoken jongeling, die de plaats van de heilige graal heeft ingenomen?

Vernieuwend toneel? Best. Maar Parsifal? Nee. Het beeld uitzetten is in dit geval niet echt behulpzaam: geen van de zangers kan mij echt bekoren. Gerald Finley is een kei van een acteur maar geen Amfortas. Er ontbreekt iets in zijn manier van zingen, het klinkt alsof hij het zo mooi mogelijk wil laten klinken. Maar het is niet ondenkbaar dat de regie hem in de weg staat. Afijn: zonder beeld blijft van de rol helemaal niets meer over.

Willard White (Klingsor) mist het vileine en wie het onzalige idee heeft gehad om Angela Denoke als Kundry (en nog erger: als de “stem van boven”) te casten …..  Zelfs René Pape klinkt monochroom, alsof hij zijn rol mechanisch aan het afspelen is.

En Parsifal (Simon O’Neill)? Ach. Hij doet zijn best. Een prangende vraag: weet iemand eigenlijk waarom er tegenwoordig altijd zo ontzettend spastisch bewogen moet worden?

Maar het orkest van de ROH onder Antonio Pappano speelt niet minder dan goddelijk, toch wel een belangrijk pluspunt! (Opus Arte OA 1158)

Nikolas Lehnhoff

parsifal-lehnhoff

 

Lehnhoff, een regisseur die ik zeer bewonder en die ik tot één van de beste hedendaagse Wagner-regisseurs reken, heeft het verhaal omgekeerd. In zijn visie strijden de Graal Ridders niet tegen de destructieve krachten, nee, zijzelf zijn de destructieve kracht.

Ooit met de beste intenties opgericht om mensen nader tot elkaar te brengen, zijn ze in de loop der tijd al hun menselijkheid kwijt geraakt, een soort sekte aldus, verstard en verroest in hun oude gewoontes. Het kan ook niet anders dan dat ze gedoemd zijn om samen met Amfortas (uit) te sterven; en willen ze overleven dan moeten ze samen met Parsifal, en met Kundry, de tunnel door, een nieuwe toekomst tegemoet. Het is een open einde, anders dan Wagner had gewild, maar zeer logisch en verklaarbaar, en als zodanig meer dan acceptabel.

De cast is voortreffelijk. Christopher Ventris is een zeer overtuigende Parsifal. Waltraud Meier is een Kundry uit duizenden en Thomas Hampson ontroert als een gekwelde Amfortas. Schitterend ook Matti Salminen (Gurnemanz) en Tom Fox (Klingsor).

De kostuums zijn prachtig en de choreografie (de dansende bloemenmeisjes en de verleidingscéne in het bijzonder) zeer fraai. Het zeer sensueel spelende Deutsches Symphonie-Orchester Berlin staat onder leiding van Kent Nagano. Deze schitterende productie was oorspronkelijk voor het ENO in Londen gemaakt, waarna zij in San Francisco en Chicago te zien was. Uit Chicago werd zij vervolgens naar Baden Baden gehaald, waar het in 2005 werd verfilmd (Opus Arte OA 0915 D)


CD’S

Jaap van Zweden

parsifal-van-zweden
Opera’s van Wagner, door Jaap van Zweden op de ZaterdagMatinee gedirigeerd, het is inmiddels een begrip geworden. Na de met jubel ontvangen opvoeringen van Lohengrin en Die Meistersinger von Nürnberg, stond het bij voorbaat vast dat ook Parsifal een feest ging worden.

Wij werden niet teleurgesteld, want wat die middag, op 11 december 2010  in het Amsterdams Concertgebouw gebeurde was niet minder dan een belevenis. Gelukkig werd de opera toen live opgenomen en is het op de markt uitgebracht (Challenge Classics CC72519). Het fraai vormgegeven, compacte doosje bevat naast 4 sacd’s een dvd met beelden van de hoogtepunten van de opera en een uitgebreid boekje met toelichtingen, synopsis en libretto.

Het is wellicht niet de beste Parsifal ooit: van Zweden begint naar mijn mening iets te voorzichtig en te nuchter, maar gaandeweg gebeurt het  ..  Klaus Florian Vogt is een lichte Parsifal, precies zoals ik mij een onnozele jongeman kan voorstellen en Katarina Dalayman een meer dan overtuigende, verleidelijke Kundry. Falk Struckman’s Amfortas klinkt zeer gekweld, maar de erepalm gaat naar de Gurnemanz van Robert Holl.

Hier alvast de eerste acte:

Marek Janowski

parsifal-janowski

 

Janowski is een zeer ervaren Wagner dirigent. Zijn Ring, die hij in de jaren tachtig voor RCA heeft opgenomen staat als een huis. In 2010 is hij met het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin aan een cyclus van 10 Wagner-opera’s begonnen, die allemaal door de Nederlandse label PentaTone Classics live worden vastgelegd.

De in april 2011 opgenomen Parsifal (PTC 5185 401 ) vind ik, zij het met een paar kanttekeningen, heel erg mooi. Elke Wilm Schulte (Klingsor) klinkt lekker gemeen en de werkelijk fantastische Franz Josef Selig zingt een zeer imponerende, maar bij vlagen ook  ontroerende Gurnemanz.

Michelle deYoung (Kundry) is een kwestie van smaak. Persoonlijk hoor ik in die rol liever een voller geluid met een betere hoogte, minder borsttonen en iets minder vibrato, maar ze weet mij toch te overtuigen. Zo ook de gekwelde Amfortas van de toen nog zeer jonge Russische bariton, Evgeni Nikitin.

Ik moet toegeven dat ik een beetje moeite heb met de vertolker van de titelrol, Christian Elsner. Hij doet mij een beetje denken aan de Wagner-tenoren van vroeger, één van de redenen waarom ik zo laat aan Wagner toekwam. Ik vind zijn stem scherp, bovendien heeft hij de neiging tot schreeuwen en dat vind ik niet mooi.

Ik heb geen SACD, maar zelfs via een gewone cd speler komt het geluid werkelijk grandioos je kamer in. Alsof je er door omringd bent, zeer natuurlijk en met een prachtige dynamiek.


Christian Tieleman

thielemann_wagner_parsifal

Van Christian Thielemann zegt men dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler, en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen en banken, en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen, zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. Het meest bevallen me zijn Wagner interpretaties, vaak uitbundig en breed uitgesponnen.

Op dat punt stelt hij me in de tien jaar geleden live in Wenen opgenomen Parsifal (DG 4776006) opnieuw niet teleur. Hij legt de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk en het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.

Het was Domingo’s laatste Parsifal, die rol had hij (terecht) laten vallen, en al is hij hoorbaar niet zo piep meer, nog steeds weet hij volkomen te overtuigen. Wat ook eigenlijk voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz, zijn warme bas met een prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen, en Falk Struckmann zet een pracht van een Amfortas neer .


DOCUMENTAIRE

Tony Palmer

 

 

In 1998 heeft Tony Palmer een fascinerende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is er de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal. Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python. En uit de opvoering van de opera in het Mariinski, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Wagner and Stephen Fry

wagner-fry

Een klein zijsprongetje. Een beetje film- en toneelliefhebber kent natuurlijk Stephen Fry, een van de grootste Engelse acteurs van de laatste decennia. Fry is echter meer. Door zeer openhartig over zijn homoseksualiteit en zijn psychische problemen (hij lijdt aan een manisch-depressieve stoornis, waar hij een film over heeft gemaakt, The Secret Life of the Manic Depressive) te praten, heeft hij zich buitengewoon kwetsbaar opgesteld.

Hij is ook een enorme Wagner fan, iets wat hem in zijn “bipolariteit” heeft versterkt: Fry is Joods en de meerderheid van zijn familie is in de Holocaust vermoord. Daar heeft hij ook een film over gemaakt, Wagner & Me (1102DC).

De documentaire heeft op diverse festivals prijzen gewonnen. Zeer terecht, want het resultaat is niet alleen enorm boeiend vanwege de tweespalt, of noem het een spagaat, waarin een Joodse Wagner liefhebber zich bevindt, maar geeft ons ook beelden die een gewone “sterveling” nooit te zien krijgt. Want: mocht het je ooit lukken om kaartjes voor Bayreuth te krijgen – je geraakt nooit achter het toneel.

Trailer:

Wanneer je de wereld even wilt vergeten

bruckner
Wil je de wereld even vergeten, dan moet je bij Christian Thielemann en Renée Fleming zijn. Op een  dvd van Opus Arte haalt de maestro het beste uit Bruckners zevende en geeft de sopraan onweerstaanbare interpretaties van liederen van Wolf en Strauss.

De zevende was samen met de vierde Bruckners meest succesvolle symfonie – al tijdens zijn leven. Dat dat nog steeds zo is, ligt volgens mij (beslist geen ‘Bruckneriaan’) aan het aangrijpende Adagio, waarin Bruckner vier tuba’s introduceert die rechtstreeks uit Wagners Ring lijken te zijn gewandeld. Hiermee wilde Bruckner een soort statement maken en zijn idool eren, wiens naderende dood hij voorvoelde.

Het is dan ook geen wonder dat er zo veel, echt goede, opnamen van het werk bestaan. Noem maar op: Haitink, Klemperer, Horenstein…

Zelf heb ik altijd een enorme zwak voor Giulini met het Suttgart Radio Symphony (Hänssler) gehad; en ook Barenboim kon mij meer dan bekoren. Maar geen van deze opnamen heeft mij zo de wereld laten vergeten als deze nieuwe, gedirigeerd door Christian Thielemann.

Is dit dan de beste uitvoering van zevende van Bruckner die er is? Dat weet ik niet. Maar het doet iets met mij. Het voelt alsof de muziek rechtstreeks mijn hart in wandelt en daar beslag van al mijn emoties neemt.

Dat Renée Fleming even daarvoor zowat de allermooiste versie van ‘Kennst du das land’, één van de Mignon – liederen van Hugo Wolf zingt is wellicht ook niet zonder invloed. Haar interpretatie ontroert mij zeer diep, meer nog dan de tot dan toe mijn favorieten: Evelyn Lear en Edda Moser. Zo veel waanhoop en verdriet, zo veel verlangen en dan ook nog eens zo mooi gezongen. Zo hoort dat, denk ik dan. Zo en niet anders.

Ook het Befreit van Strauss behoort tot de beste interpretaties van het lied. Prachtig.

Fleming zing ‘Befreit’ (zonder beeld)

Een DVD om te hebben

Trailer:

BRUCKNER, WOLF, RICHARD STRAUSS
Symphony Nr.7 (Robert Haas Edition)
Staatskapelle Dresden olv Christiaan Thielemann
Renée Fleming sopraan
Opus Arte OA 1115 • 106’