Plácido_Domingo

Plácido Domingo en Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Advertenties

Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

otello domingootello

Voor mij is er geen twijfel mogelijk: Plácido Domingo is de grootste vertolker van Otello, zeker in de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw.

Niet alleen als zanger, maar ook als acteur weet Domingo zich fantastisch aan zijn partners aan te passen, waardoor zijn interpretatie altijd boeiend en nooit hetzelfde is.

Sir Laurence Olivier, één van de allergrootste Britse acteurs, heeft ooit gezegd: ‘Domingo plays Othello as well as I do, and he has that voice!’

Domingo’s fascinatie met Otello is al vroeg begonnen. In 1960 maakte hij zijn debuut in de opera, maar dan als Cassio. In 1962 – het was tevens de laatste keer dat hij de rol zong – stond hij tegenover de Otello van Mario del Monaco. In zijn memoires schrijft hij dat hij toen al wist dat Otello zijn ‘droomrol’ ging worden.

 

otello-placido-domingo-katia_1_8e94452a005bdde991cf21943c48cdb0

Zijn allereerste ‘Moor uit Venetië’ zong hij in Hamburg, op 28 september 1975. Hijzelf noemt het één van de belangrijkste data in zijn carrière. Desdemona werd toen gezongen door de piepjonge Katia Ricciarelli en het werd gedirigeerd door James Levine. De complete opera is tegenwoordig op You Tube beschikbaar:

Een jaar later kwam de opera in de Milanese Scala. Het was de eerste samenwerking tussen Domingo en Carlos Kleiber (buiten de studio). Mirella Freni zong Desdemona en Piero Cappuccilli Jago. Het werd live op de Italiaanse tv uitgezonden en inmiddels staat ook op You Tube

Er bestaat ook een geluidsopname van. Het is inmiddels op verschillende piratenlabels uitgebracht en is ook op Spotify te vinden. Het is eigenlijk verplichte kost, en dat ondanks de povere geluidskwaliteit en het ontbreken van een paar maten uit de derde akte (er was iets in het publiek voorgevallen).


otello domingo en price
Een andere fantastische live-Otello komt uit Londen, opgenomen op 19 februari 1978. Carlos Kleiber was weer van de partij, maar Desdemona werd nu gezongen door Margaret Price en Silvano Carroli was Jago. Zeer spannend.

 

otello rca
Van al zijn studio-opnamen van Otello is die – ooit RCA, tegenwoordig Sony – uit 1978 mij het meest dierbaar. Desdemona werd gezongen door Renata Scotto en zij gaf de rol een extra dimensie. Zij was niet alleen maar onschuldig, maar ook hoorbaar boos, verdrietig en bang. Sherrill Milnes was een duivelse Jago en het geheel stond onder leiding van James Levine.


 

otello kiri

Opus Arte (OA R3102) heeft een ouderwets mooie voorstelling uit Covent Garden uitgebracht (regie: Elijah Moshinsky). Het werd in oktober 1992 opgenomen. Met haar mooie, lyrische sopraan is Kiri Te Kanawa een droom van een Desdemona. Haar passiviteit past goed bij de rol, zeker in het concept van de regisseur. Sergei Leiferkus (Jago) is niet echt idiomatisch, maar hij zingt en acteert goed en het orkest onder de ferme leiding van Georg Solti speelt de sterren van de hemel.

 

otello fleming

Dezelfde productie werd in 1996 in de Metropolitan Opera in New York uitgevoerd en door Deutsche Grammophon opgenomen (0730929). Het was een mijlpaal in de operageschiedenis, want met Desdemona maakte Renée Fleming haar ongeëvenaarde debuut in die rol.

Ze deed mijn hart sneller kloppen van smart en ontroering. Haar ‘Wilgenlied’ met de sterk geaccentueerde herhalingen van ‘cantiamo’, haar engelachtige ‘Ave Maria’, haar o zo menselijk gespeelde wanhoop, ongeloof en verdriet – dat kon niemand onberoerd laten.

De lyrische tenor Richard Croft was ook visueel goed gecast als Cassio, en het geheel stond onder de zinderende leiding van maestro Levine

Hieronder een fragment:

 

ALEKSANDRS ANTONENKO (CSO-resound CSOR 901 1301)

otello antonenkoNu moet u mij eerlijk vertellen: hoeveel goede Otello’s kent u, zeker als u zich tot de laatste 40 jaar beperkt (na Vickers en zeker Domingo, die zich de rol eigen heeft gemaakt)?

Het is niet dat er geen pogingen werden ondernomen. De meest geslaagde vond ik nog die van José Cura, maar ook zijn invulling van de rol vond ik niet meer dan goed. De rol vereist namelijk een kanon van een stem, een enorm uithoudingsvermogen, een solide laagte en een buitengewoon ontwikkeld middenregister. En dan heb ik het niet eens over de terecht beruchte ‘Esultate’, met de op volle sterkte gezongen hoge noten, die je paraat moet hebben zonder enige opwarming vooraf. En je moet kunnen acteren, echt goed acteren, al is het alleen maar met je stem.

Aleksandrs Antonenko had dat allemaal. Toen de in 2011 in Chicago opgenomen cd werd uitgebracht     was ik oprecht heel erg blij en vond hem de eerste na Domingo die de rol geloofwaardig neerzette. Zijn krachtige tenor is (Of moet ik zeggen ‘was’?) gezegend met een zeer aangenaam vleugje metaal, zonder dat er aan warmte wordt ingeboet. In alle registers, die ook nog eens soepel overlopen, klinkt hij zuiver en nergens forceert hij. Daarbij verliest hij de humane kant van zijn held niet uit het oog: de opkomst en de ondergang van de ‘Leeuw uit Cyprus’ weet hij zeer overtuigend over te brengen.

Hieronder Antonenko in ‘Dio mi potevi’, opgenomen in Salzburg 2008.

Krassimira Stoyanova is, naar mijn mening, de beste Desdemona van vandaag. Haar interpretatie stijgt boven het gemiddelde uit. Ze is meer dan een onschuldig meisje, ze is een liefhebbende vrouw, die ook begaan is met het lot van anderen en die niet tegen onrecht kan. Haar verdriet om een ander in ‘Salce’ gaat perfect over in het verdriet om haar eigen lot in ‘Ave Maria’. Angstig? Ja, maar nergens berustend. Daar ben ik stil van geworden.

Een beetje moeite heb ik met Carlo Guelfi. Voor mij klinkt hij niet gemeen genoeg, wellicht omdat zijn Jago niet slim genoeg is? Hij is een schurk, maar dan één van een laag allooi. Meer een doener dan een denker. Een gewone schurk, geen ‘brein erachter’. Het ligt een beetje aan zijn stem. Zijn op zich prachtige bariton mist verleidelijke noten – een eigenschap die een Milnes of Diaz juist zo afstotend en gevaarlijk maakte.

Juan Francisco Gatell is een goede Cassio met een (voor mij) iets te feminine klank – iets meer machismo zou de rol wat meer sieren. Wellicht had Michael Spyres (Roderigo) die rol moeten zingen?

Het orkest onder de voortreffelijke leiding van Riccardo Muti speelt alsof hun leven ervan afhangt en de spanning is werkelijk om te snijden.


 

SIMON O’NEILL (LSO Live LS 00700 (2SACD)

otello davisOp papier zag het er niet echt idiomatisch uit. Een Nieuw-Zeelandse tenor als Otello, een Duitse sopraan als Desdemona, een Canadese bariton als Iago en een Engels orkest onder leiding van een Engelse dirigent. Mijn verwachtingen waren dan ook niet hooggespannen toen ik de, in december 2009 in het Londense Barbican live opgenomen Otello ging beluisteren.

Deels kwamen mijn verwachtingen uit. Simon O’Neill (Otello) heeft een iel, dun geluid. Nergens klinkt hij als een veldheer en in zijn liefdesduetten klinkt hij eerder monotoon dan lyrisch. Maar hij was een ‘last minute’-vervanger voor Torsten Kerl en dan wil je veel door de vingers zien.

Anne Schwanewilms (Desdemona) is voor mij een regelrechte misbezetting. O ja, zij heeft een prachtige, romige sopraan, maar ik mis de onschuld, de angst, de liefde, de oprechtheid. Zij intoneert niet helemaal zuiver en heeft bovendien een nare gewoonte om de tonen naar boven te trekken.

Maar Gerald Finley maakt als Iago erg veel goed. Wat een verrassing! Zijn bariton klinkt echt Verdiaans en hij kleurt en speelt met zijn stem dat het een lieve lust is. Alleen al voor hem zou ik de opname niet meer willen missen.

Het London Symphony Orchestra zet Verdi’s partituur onder leiding van Sir Colin Davis ferm neer. Wat een tempo voor 82-jarige dirigent!


Over de eerste studio-opname van Edgar

Edgar
Er waren – en er zijn nog steeds – op zijn minst twee goede redenen om deze Edgar, door de Deutsche Grammophon in 2006 opgenomen een warm welkom te heten: het was de allereerste studio opname van het werk (de enige twee andere die ik toen kende zijn live opgenomen) en het was voor het eerst dat Plácido Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen.

Nooit heb ik begrepen waarom deze opera zo ongeliefd was. Toegegeven, het is niet Puccini’s beste werk, maar dat ligt voornamelijk aan het libretto. Muzikaal ligt de opera in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème, vingeroefeningen voor Turandot.

Het is de enige opera van Puccini met een grote rol voor een mezzosopraan, een stemtype dat Puccini blijkbaar niet nodig had voor zijn schetsen van vrouwen, die bij hem nooit helemaal goed of fout waren.

Tigrana en Fidelia (let op de namen!) zijn elkaars tegenpolen. In hun strijd om de tenor is er eigenlijk geen winnares: Edgar verlaat Tigrana, die dan prompt Fidelia doodsteekt.

In Adriana Damato (Fidelia) en Marianne Cornetti (Tigrana) mochten wij toen een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.


Plácido Domingo, Adriana Damato, Marianne Cornetti, Juan Pons, Rafal Siwek; Coro e Orchestra dell’a Academia Nazionale di Santa Cecilia olv Alberto Veronesi (DG 4776102)

De man die van vrouwen hield

Mijmeringen over Tosca

Discografie: Il Barbiere di Siviglia

barbiere_di_Siviglia_Gioacchino_Rossini

Ik kan mij natuurlijk vergissen maar ik kan het mij niet voorstellen dat er operaliefhebbers bestaan die nog geen opname van Il barbiere di Siviglia in de kast hebben liggen. Er zijn er ook zoveel verschenen, waarvan de allereerste al in 1929. Gek is dat niet: het gaat om één van de meest geliefde opera’s uit de geschiedenis

CD’S:

ROBERTO SERVILE

Barbiere Naxos

Mocht u toch nog Barbier-loos door het leven gaan, dan doet u er goed aan om de opname op Naxos (8660027-29) aan te schaffen. Niet dat deze de beste is, want op veel punten kun je je een beter alternatief voorstellen, om te beginnen met de dirigent (een beetje saaie, maar verder goede Humburg). Maar de zangers zijn werkelijk heel erg goed, met de haast ideale Almaviva van Ramon Vargas voorop, die me qua elegantie en zangcultuur een beetje aan Luigi Alva doet denken

Sonia Ganassi schittert met perfecte coloraturen en Roberto Servile is een geestige Figaro. Het straalt een echt Italiaanse sfeer uit en in zijn geheel is het voor mij de meest bevredigende opname van het werk. Op cd althans.


GINO BECHI

Barbiere de los Angeles Bechi

Een paar jaar geleden werd de oude (1952) EMI-opname met Victoria de los Angeles, Nicola Monti, Gino Becchi en Nicola Rossi-Lemeni op het budgetlabel Regis  (RRC 2069) heruitgebracht. Het geluid is zeer genietbaar en het is een must voor de liefhebbers van De los Angeles en Gino Bechi.

Dezelfde opname staat ook op Naxos. Hieronder de tweede acte:

PLÁCIDO DOMINGO

Barbiere Domingo

In 1992 kwam Deutsche Grammophon (4357632) met een wel heel bijzondere opname van het werk: de rol van Figaro werd namelijk door niemand minder dan Plácido Domingo gezongen. Hij doet het zeer overtuigend en bewijst dat hij niet alleen over een prachtige stem, maar ook over een komisch talent beschikt.

Jammer alleen van de rest van de cast: Frank Lopardo is een matige Almaviva en Kathleen Battle (kan iemand zich haar nog herinneren?) een ronduit afschuwelijke, mauwende Rosina. Jammer des te meer daar het sprankelende Chamber Orchestra of Europe onder Claudio Abbado werkelijk de sterren van de hemel speelt.


DVD’S:

SIMONE ALAIMO

Barbiere Dario Fo

De Amsterdamse productie van Dario Fo met Jennifer Larmore, Richard Croft en Simone Alaimo werd in 1992 voor Arthous (100412) opgenomen. Zelf ben ik er niet zo kapot van, er gebeurt teveel, er zijn teveel grappen en grollen, en dat hele gedoe leidt alleen van de muziek af. Maar er zijn mensen die het allemaal prachtig vinden, een kwestie van smaak, zal ik zeggen.

MANUEL LANZA

Barbiere Zurich Kassarova

Veel leuker vind ik de productie uit Zürich (Euroarts 2051248) met Vesselina Kasarova, Manuel Lanza en Reinaldo Macias, voornamelijk vanwege de regie van Grischa Asagaroff.

Dat hij ooit een assistent van Jean-Pierre Ponnelle is geweest, is meer dan evident. De decors zijn overdadig, en absoluut ‘to the point’. De handelingen onderstrepen het libretto en alles loopt parallel met de muziek. Het huis van Bartolo is opgebouwd uit waaiers, wat niet alleen de plaats van handeling verraadt (Sevilla), maar ook de vrouwelijke overheersing suggereert. Al gebeurt het met zachte hand.

Er wordt ook zeer goed gezongen: Manuel Lanza is een geestige Figaro, Kasarova een brilliante Rosina, Macias een lyrische Almaviva,  en de oude, niet zo lang geleden overleden Ghiaurov (Basilio) liet zien, dat de tijd geen grip op zijn stem heeft gehad.

Trailer van de productie:

HERMANN PREY

Barbiere Abbado Prey

Mijn allerliefste opname is een film uit 1972 van Jean-Pierre Ponnelle. Ik heb hem voor het eerst gezien in een bioscoop, op een zonnige zondagmiddag in 1988 en nog dagen erna was ik in opperbeste stemming. De film is (als film) lichtelijk gedateerd, maar het zingen en acteren niet en de decors zijn nog steeds een lust voor het oog.

Teresa Berganza is een prachtig koninklijke Rosina en Luigi Alva schittert als Almaviva. Maar de erepalm, voor mij althans, gaat naar Hermann Prey, die voor mij zowat een synoniem is geworden van Figaro. Ook het orkest uit La Scala, gedirigeerd door Claudio Abbado, is werkelijk fenomenaal (DG 0734039).

 

Barbiere Prey Wunderlich

De rol van Figaro was Hermann Prey werkelijk op het lijf geschreven. In 1959 zong hij hem in München en van de voorstelling op de eerste kerstdag werd een tv-opname gemaakt. Het was de allereerste live-opera-uitzending op de Duitse tv ooit en de spanning bij de zangers, maar ook bij het publiek is duidelijk voelbaar.

Lange tijd circuleerde het her en der op een video, waarvan de kwaliteit net zo obscuur was als de namen van de labels. De liefhebbers en verzamelaars namen het voor lief, het betrof namelijk één van de zeer weinige beeldopnamen van Fritz Wunderlich. Op 26 september 2005 zou de jong en tragisch gestorven tenor 75 jaar zijn geworden en naar aanleiding daarvan heeft Deutsche Grammophon (0734116) de opera op dvd uitgebracht.

De voorstelling zelf is legendarisch. Niet alleen waren alle zangers op elkaar ingespeeld (een teamgeest, tegenwoordig nog zelden te evenaren), maar ook hun individuele prestaties waren duizelingwekkend. Want waar vind je nog een coloratuurzangeres met de techniek van Erika Köth? Waar is er nog een Basilio met de autoriteit en (wie had dat nou gedacht?) het komische talent van Hans Hotter?

En waar ter wereld zijn er nog twee jonge zangers van nog geen 30 jaar, die zo een eenheid vormen (in het dagelijkse leven waren ze ook de beste vrienden) zoals Fritz Wunderlich en Hermann Prey?

Toegegeven: het orkest klinkt Duits en de dirigent is een beetje stijf. Maar de decors zijn heel erg leuk en de regie zeer bekwaam. Ook de opnamekwaliteit (het is zwart-wit) is prima. Het is geen kwestie meer van aanbeveling, deze dvd moet u kopen. En oh ja, er wordt in het Duits gezongen. So what?

Isaac Albéniz: Merlin

Merlin

De voorliggende opname biedt een geweldige mogelijkheid voor een muzikaal spelletje. De componist kwam uit Spanje, de orkestklank is Wagneriaans en de gezongen tekst is in het (oud)Engels: wie o wie?

Merlin isaac-albeniz-spanish-pianist-and-composer-1860-1909_a-G-9968947-4990831

Isaac Albéniz (want om hem gaat het) woonde een geruime tijd in Londen waar hij bevriend raakte met lord Francis Burdett Money-Coutts, een rijke bankier met grote ambities en literaire aspiraties. Zijn grootste droom was creatie van een Engelse tegenhanger van de Ring der Nibelungen en daar leende zich het verhaal van koning Arthur uitstekend voor.

Merlin francis-money-coutts

Lord Francis Burdett Money-Coutts

Albéniz kreeg alle mogelijke steun van de librettist/opdrachtgever en in 1897 ontstond Merlin, wat de eerste deel van de trilogie had moeten zijn. De opera werd in zijn geheel nooit opgevoerd en de partituur lag verspreid tussen Madrid en Londen. Dat het gevonden en gerestaureerd werd is te danken aan de dirigent José De Eusebio, die, gesterkt door een sterbezetting, het ook voor Decca mocht opnemen.

De werkelijk geweldige cast wordt aangevoerd door Plácido Domingo op zijn best als Arthur. Als Merlin horen wij Carlos Álvarez: een  droom van een bariton, warm, rond en gezegend met een bijna ouderwetse morbidezza.

Ana Mariá Martinéz  is onweerstaanbaar als de slavin Nivian (luister naar ‘Hark, hark! Did he call?’ aan het eind van de eerste acte) en Jane Henschel perfect als de gemene Morgan.

De muziek is, zoals gezegd zeer wagneriaans maar dan met een vleugje impressionisme en een snufje Spaanse folklore. Een absolute aanwinst!


Isaac Albéniz
Merlin
Carlos Álvarez, Plácido Domingo, Jane Henschel, Ana María Martinéz
Orquesta Sinfónica de Madrid olv José De Eusebio
Decca 4670962

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

Africaine_1865_-_settings_-_Gallica

Settings for the 1865 premiere of a L’Africaine (press illustrations). The stage designs for Act I (Council Scene) and Act II (Dungeon Scene) were created by Auguste-Alfred Rubé and Philippe Chaperon; for Act III (Sea Scene and Shipwreck) and Act IV (Hindu Temple), by Charles-Antoine Cambon and Joseph-François-Désiré Thierry; for Scene 1 of Act V (Queen’s Garden, not shown), by Jean Baptiste Lavastre; and for Scene 2 of Act V (The Machineel Tree), by Edouard-Désiré-Joseph

SHIRLEY VERRETT

Africaine Verrett

Shrirley Verrett  (Selika) en Plácido Domingo (Vasco da Gama) in San Francisco

Vasco da Gama (ja, de Vasco da Gama) houdt van Inès, maar als er een gevaar voor zijn eigen leven dreigt gaat hij zich achter de Afrikaanse koningin, Sélika, schuilen. Arme Sélika! Zij houdt oprecht van hem, maar op het moment dat Inès weer ten tonele verschijnt, moet zij opzij gaan. Dat doet zij ook letterlijk, door aan een van de giftige bloemen te ruiken.

Natuurlijk gebeurt er in de opera veel meer, voornamelijk muzikaal. Ik vraag mij dan ook af hoe het komt, dat de opera nog maar zo weinig wordt uitgevoerd.

Ligt het aan de zwakke mannelijke hoofdrol, die voornamelijk de roem nastreeft? Hij heeft in ieder geval een pracht van een aria van Meyerbeer gekregen, wellicht één van de mooiste ooit: ‘Pays merveilleux/Oh paradis’:

Domingo heeft altijd vertrouwen in de opera gehad en heeft da Gama meerdere keren gezongen. Het is ook dankzij hem dat de opera in de jaren zeventig een kleine revival beleefde.

 

Afrivaine Domingo cd

Er bestaat een piratenopname op cd (Legato Classics LCD-116-3), met in de hoofdrol Shirley Verrett en de werkelijk geniale Norman Mittlemann als Nelusco. Het is uit 1972, maar er wordt nergens vermeld waar het opgenomen is. Maar aangezien dat jaar een serie voorstellingen in San Francisco hebben plaatsgevonden, met Verrett, is het eigenlijk volkomen duidelijk.

 

Africaine Verrett SF dvd

De geluidskwaliteit is slecht, maar niet getreurd: de opera werd later ook voor tv opgenomen, zodat we er nu met volle teugen van kunnen genieten op dvd (Arthaus Music 100217).

De werkelijk prachtige productie werd gemaakt door Lotfi Mansouri (regie) en Wolfram en Amrei Skalicki (bühnebeeld en kostuums). Inès wordt gezongen door een (letterlijk) mooie, lichte coloratuursopraan Ruth Ann Swenson en Justino Díaz doet zijn best om ons te overtuigen dat hij eng is. Dat moet u echt gezien hebben!

MONTSERRAT CABALLÉ

Africane Cabelle

In 1977 werd de opera in het Teatre Liceu in Barcelona opgenomen, wederom met Plácido Domingo als Vasco da Gama. Maar of ik deze opname kan aanbevelen? Niet echt. Montserrat Caballé is een mooie maar weinig overtuigende Sélika en Juan Pons heeft betere dagen gehad en Christine Weidinger is een niet meer dan een fatsoenlijke Inez. (Legato Classics LCD 208-2).

 

MARTINA ARROYO

Africaine Myto

In november 1977 werd L’Africaine live in Monaco opgenomen met een prima Martina Arroyo in de hoofdrol. In het tekstboekje staat dat het waarschijnlijk de meest complete uitvoering van de partituur is die ooit is geregistreerd. Helaas is Giorgio Casellato-Lamberti een zwakke Vasco da Gama maar de prachtige Nélusco van Sherrill Milnes maakt veel goed (Myto 3MCD 011.235)

 

Meer Meyerbeer:
DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER
MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017
LES HUGUENOTS Brussel 2011
ROBERT LE DIABLE

 

 

Antônio Carlos Gomes: de ‘Braziliaanse Verdi’ en zijn kortstondige revival

Gomes

Antônio Carlos Gomez

IL GUARANY

Gomes Il Guarany

Antônio Carlos Gomez (1836-1896) wordt wel eens de ‘Braziliaanse Verdi’ genoemd. Niet zonder reden: niet alleen zijn muziek, maar ook zijn sterk nationalistisch gekleurde thema’s doen sterk aan zijn Italiaanse collega denken.

Ik ben een groot liefhebber van de opera’s van Gomes en ik denk niet dat ik alleen ben. Het verbaast mij dan ook zeer dat zijn opera’s niet de bekendheid genieten die ze verdienen. Tijdens zijn leven was hij zeer succesvol, tegenwoordig is hij zowat helemaal vergeten, al worden zijn opera’s nog her en der opgevoerd.

Plácido Domingo is altijd de grootste voorvechter van de muziek van Gomes geweest en het is alleen aan hem te danken dat Il Guarany in 1994 in Bonn uitgevoerd en live door Sony (66273) werd opgenomen.

Toegegeven, het libretto is af en toe lachwekkend. Stel je maar twee rivaliserende Indianenstammen voor,  die zowel met de Portugese edelen, Spaanse avonturiers en met elkaar vechten. Er komen ook kannibalen voorbij, er worden goudmijnen beroofd en kastelen in de fik gestoken en tussendoor gaat een mooie blanke met de Indianenhoofd ervandoor, maar eerst moet hij natuurlijk gedoopt worden. Het is niet na te vertellen, maar de muziek is zo goddelijk!

 

Gomes Placido

Domingo zingt Pery, de Guarany-Indiaan met een enorme gevoel van stijl, daar wordt je vanzelf stil van. Een draak van een rol, maar hij gelooft er in.

Ik ben nooit een grote bewonderaar van Verónica Villaroel (Cecilia) geweest en ook hier klinkt ze een beetje geknepen. Carlos Álvarez daarentegen is niet te versmaden als Gonzales en ook de rest van de cast is mooi.

Hieronder de finale van de opera:

Misschien ben ik een beetje bevooroordeeld (ik ben er bij geweest!), maar ik kan u allemaal de opname zeer aanbevelen.


COLOMBO

Gomes Colombo

Bij de Italiaanse firma Bongiovanni (GB 2429-2) is in 2008 Gomes’  Colombo uitgekomen. De ‘Braziliaanse Verdi’ componeerde het werk, een vierdelige cantate, ter gelegenheid van het vierhonderdste herdenkingsjaar van de ontdekking van Amerika.

Colombo is een zeer verrassend werk. De muziek is zo beeldend  dat je zelfs zonder het libretto  – bijgesloten in een zeer informatief tekstboekje-  je precies kunt voorstellen waar het verhaal over gaat.

Het werk werd in mei 2006 live opgenomen in Teatro Massimo in Catania, met in de hoofdrol de zeer charismatische bariton Alexandru Agache.