Richard_Tauber

Piotr Beczala: thuis ben ik inmiddels overal

Beczala Halka

Na een zorgvuldig opgebouwde carrière van meer dan 25 jaar bij kleinere operahuizen staat Piotr Beczala inmiddels al vele jaren aan de absolute top. Een vijf jaar oud gesprek met de Poolse tenor, over nee zeggen, zijn liefde voor operette en over eigenlijk van alles

Beczala Das-Land-des-Lächelns-foto-T-T-Fotografie-Toni-Suter-1

Piotr Beczala in Das Land des Lächelns. (© T + T Fotografie / Toni Suter)

Het is niet zo dat de tenoren (en niet alleen de tenoren!) plotseling uit de hemel vallen, al lijkt het er soms wel op. Een stem moet groeien, rijpen, ervaring opdoen, repertoire opbouwen. Slowly, slowly… alleen dan kom je er. En – nog belangrijker – je blijft er.

Niemand die daar beter van doordrongen is dan Piotr Beczala. “Je moet geduld hebben, dingen niet overhaasten en geen rollen aannemen die niet bij je passen”, zegt hij. “Vroeger was ik een notoire ‘nee-zegger’. Het is bijna niet te geloven wat voor rollen mij wel eens werden aangeboden, rollen die ik absoluut niet kon zingen, zeker toen niet. Maar ik stond stevig in mijn schoenen. Ik wilde geen eendagsvlieg zijn.”

“Nu, na een jarenlange carrière, kan en ken ik veel meer. Mijn stem heeft zich ontwikkeld en is groter en donkerder geworden, mijn techniek is solide en mijn zekerheid is gegroeid, waardoor ik mij nu veel meer op het acteren kan concentreren. De meeste rollen die mij nu aangeboden worden, kan ik zingen, dus steeds minder vaak hoef ik nee te zeggen. Casting directors en intendanten weten heel goed wat ik wel of niet zal aannemen, zodoende krijg ik ook steeds minder krankzinnige voorstellen. En mochten ze er toch mee aankomen, dan zeg ik gewoon weer nee.”

Tauber

Beczala-Tauber

Beczała was lange tijd een ‘geheimtip’. Zijn professionele carrière begon in 1997 in Linz, maar echt ontdekt werd hij in Zürich, het operahuis dat blijkbaar een goede neus heeft voor tenoren (ook Jonas Kaufmann en Pavol Breslik komen daar vandaan).

Voordat hij zijn debuut maakte in de grootste en belangrijkste operahuizen ter wereld, zong hij ook in Amsterdam. Drie keer maar liefst: in Król Roger van Szymanowski, Jevgeni Onjegin van Tsjaikovski en La Bohème van Puccini.

Hieronder zingt Beczala aria van Pasterz uit Król Roger. Het geluid komt uit de Naxos opname olv Jacek Kaspszyk, de beelden zijn uit Amsterdam , oktober 2000

Beczala heeft een wat vooroorlogse look en beschikt over een meer dan gewoon acteertalent, wat tegenwoordig niet onbelangrijk is. Toch bleven de contracten met platenfirma’s uit, wat misschien ook wel goed voor hem was. Zo kon hij zich zonder lawaaierige reclamecampagnes ontwikkelen tot wat hij is geworden: één van de beste lyrische tenors ter wereld. Ook Deutsche Grammophon kon niet langer meer om hem heen en Beczala tekende in het najaar van 2012 een exclusief contract bij de firma.

Beczala-Stefanie-Starz

Beczala bij de ondertekening van zijn contract met Deutsche Grammophon (foto: Stefanie Starz)

Beczala’s ietwat ouderwetse timbre doet denken aan een Wunderlich, Gedda of zelfs Kiepura. Wat hij verder met die voorgangers gemeen heeft, is zijn voorliefde voor operette, een genre dat hij een warm hart toedraagt en dat hij vaak en graag zingt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn eerste solorecital bij DG, Mein ganzes Herz, een operetteprogramma bevat

“Van DG kreeg ik groen licht voor mijn eigen keuze van het orkest en de dirigent. Ik dacht onmiddellijk aan de jonge Poolse dirigent Łukasz Borowicz, met wie ik eerder een cd met Slavische opera-aria’s heb opgenomen (Orfeo C814 101). Ook wat het orkest betreft stond mijn keuze meteen vast: het moest het Royal Philharmonic zijn!”

“Het programma is simpel: operette! Van Lehár en Kalmán tot Robert Stoltz en Carl Bohm. Er wordt ook moderne technologie toegepast, dus behalve echte gasten van nu, zoals Anna Netrebko, Avi Avital en de Berlin Comedian Harmonists, komt ook Richard Tauber zelf langs. Met hem ga ik een duet zingen! Als dat niet bijzonder is…”

Lohengrin

Beczala Lohengrin

Beczala wil niet de geschiedenis ingaan als de operettezanger. “Ik houd van operette, maar ik ben een operazanger en ik wil ook meer doen met de liederen. Voorlopig ben ik dat aan het aftasten.

Hieronder zingt Piotr Beczala ‘Daleko zostal caly swiat’ van Karol Szymanowski:

Met Christian Thielemann heb ik liederen van Strauss gezongen en in Santa Monica heb ik een recital gegeven met onder anderen Schumann en Karłowicz, een ongebruikelijke maar mooie en logische combinatie.”

Piotr Beczala en Helmut Deutsch in ‘Pamietam ciche, jasne, zlote dnie’ van Mieczyslaw Karlowicz:

“Het is nu ook de tijd om mijn repertoire te gaan uitbreiden. Tegen 2015 ga ik zwaardere rollen uitproberen.

Hieronder: trailer van Lohengrin uit Dresden, met Anna Netrebko, Piotr Beczala & Christian Thielemann

En hier ‘E lucevan le stelle’ (Tosca) – encore in de Wienner Staatsoper 10.02.2019

Dirigenten

Piotr Beczala & Nello Santi: Un ballo di Maschera in Opernhaus Zürich

Met welke maestro’s Beczala, naast Thielemann en Borowicz, nog meer graag samenwerkt? “De allerbeste is voor mij Nello Santi. Absoluut. Maar ik houd ook van Marco Armiliato. Of dat komt doordat zijn broer een operazanger is? Het kan. Maar of het echt zo is…”

Er zijn ook dirigenten waar Beczala minder blij van wordt. “Ik wil niet meer werken met dirigenten die geen respect hebben voor zangers en niet weten hoe ze met zangers moeten omgaan. Ik noem geen namen, maar de meesten komen uit de oude muziek. Wat absoluut niet betekent dat álle oudemuziekdirigenten niet deugen.”

Wat zijn ervaring is met zangers die zijn gaan dirigeren, zoals Plácido Domingo? “Domingo heeft het euvel dat hij in het heden leeft, in de tegenwoordige tijd. Hoe zal ik dat uitleggen… Beschouw het verschil tussen een ‘zangerdirigent’ en een ‘gewone’ dirigent als het verschil tussen een pianist en een organist. Een pianist denkt aan de klank die nu klinkt, een organist denkt vooruit, aan de resonans van de klank die komen gaat.”

REGISSEURS (en zijn beroemd ‘zwartboekje’)

beczala boheme

Beczala als Rodolfo in Salzburg

“Ik heb helemaal niets tegen updaten, als het maar herkenbaar wordt. Ik ben dan ook niet tegen modern, maar wel tegen dom, tegen idioot, tegen vergezocht! Ik heb inderdaad een ‘zwartboekje’ met de namen van regisseurs met wie ik nooit (meer) samen wil werken.”

“Ik heb het geluk dat ik dingen kan aannemen of weigeren, maar veel van mijn (beginnende) collega’s hebben het privilege niet. Soms denken ze dat als ze in een spraakmakende productie staan ze het dan gaan maken, maar zo werkt dat niet. In ons beroep moet je het van de muzikaliteit en de toewijding hebben. De regisseurs denken vaak dat ze God zijn, maar dat zijn ze niet, je moet je je niet aan hen overleveren maar aan de genius van de componisten.”

“Welke regisseur ik het meeste bewonder? Franco Zeffirelli, zonder meer. Zeffirelli is meer dan een regisseur, hij is een monument, je kan hem inmiddels als ons cultureel erfgoed beschouwen. Zijn producties waren (en zijn nog steeds!) immer fantastisch, ze moeten gekoesterd worden. Het was voor mij een feest om met hem te werken, het geeft een mens achter de zanger immens veel plezier.

Ik heb ook een bijzonder zwak en veel bewondering voor Guy Joosten. Zijn Romeo et Juliette in de Newyorkse Metropolitan was werkelijk prachtig, daar hebben wij, de zangers ook enorm van genoten.

THUIS

Beczala-Met

Als je zo veel reist en in zo veel verschillende steden verblijft, heb je dan nog het gevoel dat je ergens ‘thuis’ bent? “Thuis zijn wij inmiddels overal”, lacht Beczala. “Al houdt Kasia, mijn vrouw, het meeste van New York.”

“Ons echte thuis is in Kraków, in Polen, maar daar zijn we niet vaker dan twee weken per jaar. Gelukkig heb ik nu appartementen in steden waar ik het meeste optreed: Wenen, Zürich en New York. Dat is fijn en vertrouwd. Eigen bed, eigen toilet en eigen wijn: het helpt!

Op mijn: “kunnen wij je ook in Amsterdam verwachten” komt een diepe zucht. Maar dan komt er toch een antwoord: “Wie weet? Ik zou best graag in de ZaterdagMatinee willen optreden”.

Met dank aan Jenny Dorolores

Advertenties

Dein ist mein ganzes Herz, Piotr Beczała!

 beczala-tauber

Daar was die dan: de allereerste solo-cd van Piotr Beczała bij Deutsche Grammophon. Een album zonder de standaard tenorhits, maar mét heel veel goud uit het operetterepertoire. Geweldig!

Nu Beczala een exclusief contract met het prestigieuze label Deutsche Grammophon heeft getekend, draait ook de pr-afdeling op volle toeren. Naast trailers, making of’s, reclamefilmpjes, artikelen en interviews op de radio en in allerlei kranten en magazines mocht de gevierde tenor ook in de Yellow Lounge optreden.

Ook aan Facebook werd gedacht en er is, naast een ‘fan page’, een professionele ‘wall’ van de artiest. Beroemd worden en blijven kent zijn prijs.

Ik bedoel dat niet sarcastisch. Het is de alledaagse waarheid die al sinds mensenheugenis geldt: zonder reclame geen verkoopcijfers en zonder verkoopcijfers geen nieuwe opnamen.

Nu is Piotr Beczała geen onbekende meer. De zanger heeft al lang en breed zijn kwaliteiten bewezen, in de grootste operahuizen van de wereld en op cd’s en dvd’s, die zowel live (de meeste) als in de studio zijn opgenomen.

Zijn commerciële eersteling is anders dan andere ‘debuutrecitals’ van bekende en minder bekende sterren. Hier dus geen ‘La donna e mobile’ en geen ‘E lucevan le stelle’, hits die op geen enkele tenor-cd ontbreken. En toch: aan hits geen gebrek. Alleen gelden ze een ander genre, door velen smalend als minderwaardig bestempeld: operette.

 

Ik, een grote operetteliefhebber (ik neem aan dat er veel meer moeten zijn? Kom op! Spreek je uit!) kan dan niet anders dan hardop juichen: eindelijk! En ik moet ook eerlijk zeggen dat ik mij geen betere pleitbezorger van het genre kan voorstellen.

Beczala’s ‘Wien, du Stadt meiner Traüme’ van Sieczynski is smachtend en sappig. De gezonde dosis ‘schmalz’ maakt dat het net op het randje balanceert. Het walst, het duizelt en het laat je verliefd achter. Je doet je ogen dicht en dan komen de zoete dromen… Zo hoort dat. Althans, voor mij. Zijn hoge c aan het eind klinkt een beetje geforceerd, van mij mocht het ook een bes zijn.

‘Girls were made to love and kiss’ (uit Paganini van Lehár) weet hij met een knipoog over te brengen en ‘Ob blond ob braun’ van Robert Stolz is ouderwets lekker. Maar het allermooiste vind ik zijn Kálmán. Het lijkt alsof hij er de meeste binding mee heeft; de melodieën vloeien als honing uit zijn keel.

Van ‘Wenn es Abend wird’ uit Gräfin Mariza werd uw recensente een beetje week en de muziek echode nog na toen ze naar bed ging. En nog steeds kan ze het niet uit haar hoofd krijgen…

De cd is bedoeld als tribuut aan Richard Tauber, de operettezanger uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Al was Tauber, uiteraard, meer dan een operettester. Hij was ook gevierd operazanger (zijn Mozart is ongeëvenaard!) en componist.

In zijn ‘Du bist die Welt für mich’ (Der Singende Traum) uit 1934 wordt Beczała bijgestaan door de maestro zelf. Grappig en leuk, maar voor mij had het niet gehoeven. Beczała is Tauber niet, gelukkig niet. Hij heeft zijn eigen timbre, iets wat hem zo uniek en zo herkenbaar maakt. Nu ga je ongewild vergelijken en dat is gewoon niet eerlijk. Zeker ook omdat Tauber de pre heeft van de vooroorlogse opname techniek, waardoor het veel authentieker klinkt.

Over opnametechniek gesproken: de cd is in dezelfde Londense studio opgenomen waar ook Tauber werd geregistreerd en men gebruikte ook de microfoons uit die tijd.

Het Royal Philharmonic Orchestra onder leiding van Lukasz Borowicz begeleidt met schwung. Je merkt dat iedereen er met veel plezier aan heeft gewerkt.

Het is jammer dat in het boekje geen woord wordt gerept over de andere artiesten die mee hebben gewerkt aan de cd. Goed, Anna Netrebko kennen we wel, maar Avi Avital was toen nog niet echt een naam die een belletje deed rinkelen. Hij is een virtuoos op de mandoline en zijn begeleiding van ‘O mia bella Napoli’ smaakt naar meer.

Van de Berlin Commedian Harmonists (fantastisch, maar geef mij maar ‘onze’ Frommermann) heb ik zelf ook nooit eerder gehoord. Natuurlijk: Google helpt, maar het was fijn als het allemaal in het tekstboekje was opgenomen.

Het boekje zelf is, althans mijn exemplaar, hoe zou ik het zeggen… mismaakt? Er ontbreken een paar nummers.

Dein ist mein ganzes Herz, Piotr Beczała!

 


Heart’s Delight
The songs of Richard Tauber
Piotr Beczała (tenor),  Anna Netrebko (sopraan), Avi Avital (mandoline), Berlin Comedian Harmonists
Royal Philharmonic Orchestra olv Lukasz Borowicz
DG 4790838

PIOTR BECZALA: The French Collection

Kerst Operette-Gala’s uit Dresden

Manon-Premiere Oper Zürich 7.4.2019: Man hat schon Schlimmeres gesehen

Piotr Beczala: thuis ben ik inmiddels overal

Gedenkwaardige Adriana Lecouvreur uit de Met