Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

Bloch Hivers

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Het is niet zo dat men zijn naam niet meer kent, maar verder dan zijn celloconcerto komt men meestal niet.

De symfonische gedichten Hiver-Printemps zijn zeer beeldend. Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne, gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde en zeer onroerend gezongen door Sophie Koch (Kleenex bij de hand?) vormen ze als het ware één geheel, een soort ‘Jaargetijden’, waaraan alleen de zomer ontbreekt.

De suite voor altviool behoort tot de beste composities van Bloch en men kan zich geen betere uitvoering voorstellen dan die van Tabea Zimmermann.

De titel van de cd, ‘20th Century Portraits’ is enigszins misleidend want de meeste werken zijn tussen 1905 en 1919 gecomponeerd en hun idioom is sterk in de late romantiek en de fin de Siècle verankerd. Alleen het overweldigende Proclamation voor trompet en orkest stamt uit 1950.

Het Deutches Symphonie-Orchester Berlin speelt onder leiding van Steven Sloane zeer bezield.


Ernest Bloch
Hiver-Printemps; Proclamation; Poèmes d’automne; Suite
Tabea Zimmermann (altviool), Reinhold Friedrich (trompet), Sophie Koch (mezzosopraan);
Deutches Symphonie-Orchester Berlin olv Steven Sloane
Capriccio 67076

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea
Ernest Bloch: MACBETH
Muziek als redding. Voice in the Wilderness
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman vliegt de hele wereld rond om op te treden, tot aan het Midden-Oosten toe. De tenor kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in zijn vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden.

 

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

Volgens Calliope Tsoupaki, onze nieuwe Componist des Vaderlands is hij de beste Nederlandse tenor. En zij kan het weten, want hij heeft in veel van haar composities gezongen. Voor hem componeerde zij de 1-minuutopera Vesuvius 1927, naar de tekst van P.F. Tomése die zijn première beleefde in De Wereld Draait Door:

Maar hij zong ook in haar befaamde St. Luke’s Passion en redde de voorstelling van haar Greek Love Songs, uitgevoerd tijdens het Holland Festival in 2010. In juni 2014 was hij ook van de partij in haar opera Oidípous

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

En nu componeert zij voor hem – en voor de countertenor Maarten Engeltjes – een groot nieuw werk. Behalve de zangers doet ook een instrumentaal ensemble mee, PRJCT, het eigen ensemble van Maarten Engeltjes. Dit werk zal in première gaan tijdens de November Music 2019 en wellicht gaat het ook in andere steden geprogrammeerd worden.

We mogen ook andere Nederlandse componisten: Jeff Hamburg, Elmert Schönberger en Martijn Padding (om maar een paar namen te noemen) niet vergeten, ook zij schreven composities met zijn stem in hun achterhoofd.

HET BEGIN

De eerste keer ontmoetten we elkaar vijf jaar geleden in zijn prachtige woning in de Blaeu Erf, een soort hofje in een zijstraat van de drukker dan drukke Gravenstraat, pal achter de Nieuwe Kerk. Het is een oase van rust, waar nauwelijks nog geluiden doordringen. We dronken thee (zijn geheime mengsel, dat mij bijzonder smaakte) en praatten over zijn beginjaren, de ontdekking van de opera en zijn vele buitenlandse optredens, die hem zelfs naar landen in het Midden-Oosten brachten.

“Ik kom uit een provinciestad en heb gestudeerd aan een klein conservatorium, wat inhield dat ik eigenlijk voorbestemd was om een oratoriumzanger te worden. Of een leraar. Aan opera dacht toen niemand, ikzelf allerminst. Dat kwam pas toen ik gevraagd werd voor de opera/musical Jona de Neezegger van Willem Breuker. Het was een kleine schokervaring en ik kreeg de smaak te pakken. Dat wilde ik meer doen!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

Je zingt voornamelijk oude en nieuwe muziek. Heb je daar bewust voor gekozen of is het zo gekomen?
“Ik fladder inderdaad tussen het oude en het moderne in. Ik ben pragmatisch en communicatief ingesteld en ik vind het bijzonder opwindend om aan een nieuwe partituur te werken. Het aspect van het nieuwe is alsof je een nieuwe prisma creëert. Je bent niet alleen een uitvoerend medium, maar ook een beetje een scheppend kunstenaar. Het is ook fijn om met de componist te kunnen overleggen, en ja – ze willen ook naar je luisteren en de noten veranderen. Soms vraag ik om extra hoge noten, daar moeten ze om lachen, vinden ze leuk.”

“Ik vind het niet erg een soort ‘gereedschap’ te zijn in handen van een componist, dus als van mij non vibrato wordt geëist dan doe ik dat. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het soms juist heel erg mooi vind, het heeft iets puurs, iets natuurlijks.”

REGISSEURS

“Laat ik met een cliché beginnen: de repetities kunnen enorm verschillend zijn. De echte eye-opener was voor mij Salome onder Simon Rattle tijdens de Osterfestspiele in Salzburg. Rattle wilde dat wij eerst naar Berlijn kwamen om de partituur rustig door te nemen. Dat werkte echt fantastisch, want meestal hoor je de orkestklank voor het eerst als de eerste ‘sitzprobe’ komt. Een openbaring.

Stuttgart vond ik vroeger leuk, zeker het werken met het team Jossi Wieler en Sergio Morabito. Ze zijn vriendelijk, alles gebeurt in overleg en de sfeer is aangenaam. En – het allerbelangrijkste – ze zijn zo ontzettend respectvol. Dat werkt niet alleen prettig, maar dat maakt ook dat je je overgeeft. Als je zo behandeld wordt, gaat je hart open en wil je alles voor ze doen. Andersom gaat je luikje dicht, dan klap je dicht. Natuurlijk werk je mee, je moet je openstellen, anders kan je net zo goed achter de kassa in Lidl ziten.”

Marcel Beekman WOZZECK

Als Hauptmann in Wozzeck bij DNO © Ruth Waltz

In het seizoen 2016/17 mochten we Beekman in twee grote producties bij De Nationale Opera in Amsterdam bewonderen: Wozzeck van Alban Berg en Salome van Richard Strauss. Voornamelijk Wozzeck waarin hij zowel de Hauptmannn als de Narr zong was in dat seizoen voor de tenor erg belangrijk, de opname van die productie is onlangs bij Naxos (21110582) uitgekomen.

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Tegenwoordig is Beekman één van de beroemdste en de meest gevraagde karaktertenoren ter wereld, met een druk bezette agenda. Zijn seizoen 2019/2020 werd net geopenbaard en het liegt er niet om! Hij noemt de paar belangrijkste:

“In 2019 ga ik Pluton (Orphée aux Enfers van Jacques Offenbach) zingen in Salzburg, in de nieuwe productie van Barrie Kosky, de Australische regisseur die vooral bekend is van zijn werk bij de Komische Oper in Berlijn. De première is 14 augustus tijdens de Salzburger Festspiele 2019. Enrique Mazzola dirigeert het Wiener Philharmoniker en als collega’s krijg ik o.a. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) en Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). Daar kijk ik er echt naar uit. Ik heb nog nooit samen met Kosky gewerkt maar bewonder zijn werk zeer. En dan het idee alleen dat er een operette in Salzburg komt! En Pluton is natuurlijk een echte rol voor mij.”

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Nederlands Philharmonisch Orkest

Duitse componist Christian Jost  schrijft momenteel de opera Voyage vers l’Espoir waarin ik meerdere rollen ga vertolken. De première zal eind maart 2020 plaatsvinden in het Grand Théâtre de Genève”

In 2019 bestaat het Les Arts Florissants veertig jaar: de reden voor William Christie om een grootse internationale feesttournee te programmeren in december 2019. Op het programma staan werken van o.a. Lully en Rameau en, naast Beekman zullen meerdere solisten, onder wie Sandrine Piau, Christophe Dumaux er acte de présence geven.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman als Platée in Parijs © Vincent Pontet

Rameau’s  Platée in de regie van Carsen, één van Beekmans grootste rollen, wordt in december 2020 hernomen in drie verschillende landen. Helaas zit Nederland er niet bij. Zijn andere glansrol, de Nutrice (L’Incoronazione di Poppea van Monteverdi uit Salzburg 2018) is gelukkig voor dvd opgenomen en verschijnt bij Harmonia Mundi in september 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman als de Nutrice © Andreas Schaad

Verder vermeldt zijn agenda  veel losse projecten, waaronder een tournee met Israel Camerata in juni 2019 met de Cantata for Shabbath uit 1940 van de Israëlische componist Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “Daar kijk ik naar uit. Ik houd van dat land en iedere keer als ik er ben komt er iets van herkenning bij”. “Ik ben mijn verleden aan het uitzoeken. Het is niet voor niets dat ik mij zo thuis voel in Israël. Het Joodse, dat spreekt mij aan. Of er iets in het verleden zit?
Er was ooit een Beckman, met een “c”.. Maar of het er toe doet? Niet echt. Ik voel mij betrokken bij minderheden”.

“Ik heb mijn accenten verlegd en mijn prioriteiten veranderd, aangepast. Daar hoorde het verkopen van Blaeu Erf bij. Het geld interesseert mij niet, ik heb het huis verkocht om te kunnen leven, te kunnen genieten. Ik heb geen partner en of ik er een wil? Dat weet ik niet, maar ik ben wel gelukkig zo: mijn leven is op de juiste rail gekomen en het brengt mij wat ik het liefste wil: muziek, kunst, leven! Het duurde even voordat ik mijn draai vond, maar als karaktertenor kan ik de wereld veroveren!”

Voor de complete agenda van Marcel Beekman zie zijn  website.

This interview in English:
Marcel Beekman: as a character tenor I am able to conquer the world!

Zie ook:
CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

LOOKING EAST

SALOME IN AMSTERDAM

Ik ben Nino Machaidze!

Nino MACHAIDZE-Nino-Wilson-Santinelli1-886x1030

© Wilson-Santinelli. Courtesy Zemsky/Green Artists Management

Vergelijken doen we graag. En dan niet met de eerste de beste: nee, we gaan meteen Olympus bestormen. Elk voetbaltalent heet de volgende Johan Cruijff en een beetje verdienstelijke sopraan is al snel de Maria Callas van de toekomst. Die vergelijking wordt haar gelukkig bespaard, maar ook de nog maar 35 jaar oude Nino Machaidze kan niet gewoon Nino zijn.

“Mensen zeggen altijd dat ik een nieuwe Anna Netrebko ben. Dat ben ik niet. Anna is een fantastische zangeres en ik bewonder haar en haar stem zeer, maar ik ben haar niet! Ik ben Nino Machaidze. En ik blijf het eindeloos herhalen: ik ben Nino Machaidze!”

Nino koud

Haar buitengewoon fraaie uiterlijk, met haar afgetrainde lijf en haar sensuele mond, heeft haar ook de bijnaam ‘Angelina Jolie van de opera’ bezorgd. Daar kan ze hartelijk om lachen. “Het is natuurlijk een groot compliment, want Angelina Jolie is een zeer aantrekkelijke vrouw. Dus: bedankt!”

Zij is er zich volledig van bewust dat haar uiterlijk een niet onbelangrijke rol speelt in haar carrière, want met een mooie stem alleen red je het tegenwoordig niet meer.

 

GEORGIË

Nino Machaidze, in 1983 in Tbilisi geboren, is een trotse Georgische. “Mijn moeder was een grote opera liefhebber. Ik herinner mij dat zelfs in de slechte tijden, wanneer er problemen waren met de elektriciteit of als er weer eens niet voldoende te eten was, wij altijd naar het theater gingen. En daar was het altijd vol!”

“Zo lang ik het mij kan herinneren ben ik aan het zingen. Ik denk dat ik acht jaar oud was toen ik aria’s begon te zingen. In tegenstelling tot wat er in het Westen gewoon is, is het in Georgië vanzelfsprekend dat de kinderen al heel erg vroeg beginnen met het volgen van zanglessen. Iets, waar ik het mee eens ben.”

“Ik was acht toen ik met mijn zanglessen begon in de muziekschool van Tbilisi. Op mijn zeventiende begon ik aan de opleiding aan het conservatorium. Mijn opleiding heb ik in Georgië gedaan en mijn techniek is Georgisch. Mijn debuut, op mijn zeventiende (Norina in Don Pasquale), was in Tbilisi. Zelfs nu, nu ik de hele wereld rond- en doorreis, is en blijft mijn hele zangverleden Georgisch. Dus: ja, je kan stellen dat alles in en voor mij gelinkt blijft aan Georgië.”

Zij was 21 toen zij bij La Scala werd aangenomen voor hun opleiding voor de jonge zangers. Na het winnen van het Leyla Gencer Vocal Competition in 2006 heeft zij er de hoofdrol in La fille du régiment aangeboden gekregen.

 

Hieronder Nino Machaidze en Antonio Gandia in La Fille du Regiment:

 

JULIETTE

Nino Juliette

Haar carrière schoot als een komeet omhoog toen zij halsoverkop de rol van Juliette in Romeo et Juliette van Gounod in Salzburg overnam van de zwangere Netrebko.

“Ik was in La Scala, toen het aanbod kwam. Ik zong Lauretta in Gianni Schicchi van Puccini en opeens was er veel “buzz”: zij wilden mij in Salzburg hebben. Het gekke is: daar wist ik zelf niets van, het besluit werd gewoon genomen. Ik werd er door overrompeld, want ik kende de rol niet en ik sprak geen Frans. Ik moest alles in één maand tijd leren en mijn allereerste stap was om een leraar Frans te zoeken”

Hieronder Machaidze als Juliette in Salzburg:

Nino Machaidze, nog maar een paar jaar geleden één van de meest belovende jonge sopranen is inmiddels tot een echte diva uitgegroeid. Juliette, een rol die haar van de ene op de andere dag tot ‘the talk of the town’ heeft gemaakt is haar paradepaardje geworden. Na haar onverwachte debuut in Salzburg heeft zij de rol ook in Amsterdam bij de ZaterdagMatinee gezongen als een last minute vervangster voor Patrizia Ciofi.

Na de voorstelling schreef ik: “Dat de afzeggingen allerminst een ramp hoeven te betekenen werd op 8 november 2008 bewezen bij de uitvoering van Romeo & Juliette van Gounod. Na de afzeggingen van eerst Patrizia Ciofi en dan Matthew Polenzano, is het de casting directeur gelukt om op korte termijn twee fantastische vervangers te engageren: Nino Machaidze, die de rol van Juliette al in Salzburg (als vervangster van Netrebko) heeft gezongen, en Sèbastien Guéze. Hun verliefdheid spatte de bühne af, en aangezien niet alleen de beide hoofdrolvertolkers maar ook de rest van de cast zeer jong (en zeer goed) was, was de realiteitsgehalte van het verhaal gewaarborgd. Stelletje opgewonden teenagers op een rij.”.

LUCIA

Nino Lucia

In 2009 zong Machaidze een weergaloze Lucia di Lammermoor in Brussel, een opvoering die tot mijn grote spijt nooit op dvd is uitgebracht. De regie van Guy Joosten was zeer innoverend en toch in de traditie verankerd. Hij creëerde een wereld waarin niemand houdt van niemand, en waarin Lucia niet alleen het slachtoffer, maar ook de aanstichtster is.

In zijn opvatting was zij een puberaal ‘gothic meisje’ die intens van gruwelverhalen kan genieten, en waar een steekje aan los is nog voordat  ze “echt” gek gaat worden. De waanzinscène zelf was adembenemend: begeleid door de iele klanken van glasharmonica wreef Lucia met haar vingers over een glas die op de feesttafel stond, zo de illusie wekkend dat het geluid van onder haar handen kwam. Nino Machaidze was een formidabele Lucia: een hysterische puber die met een sardonisch lachje op haar gezicht zowat de meest perfecte ‘Regnava nel silenzio’ heeft gezongen.

Hoe bereidt Machaidze zich voor op haar voorstellingen? Vooraf praat ze zo weinig mogelijk. Eigenlijk alleen met haar man (bariton Guido Loconsolo) of haar vader, die haar zo vaak mogelijk begeleidt op haar trips. “Mijn vader is werkelijk de beste vader in de hele wereld! Hij kan niet altijd bij ons zijn – hij woont nog steeds in Georgië – maar als we in Europa zijn, dan komt hij en blijft bij ons. Hij en mijn kleine jongen zijn de beste vrienden!”

Ook wat het eten betreft heeft de sopraan haar voorkeuren voordat ze de bühne op moet, zo vertrouwde ze onlangs aan het Duitse magazine Concerti toe. “Voor de voorstelling eet ik graag pasta. Het liefst met olijfolie en parmezaan. Het is goed voor mijn maag en het geeft mij veel energie. Soms neem ik nog wat extra Vitamine C. En ik zing nooit zonder een degelijke warm-up. Ik moet altijd minstens twee uur voor de voorstelling in het theater zijn, dan begin ik met vocaliseren, zo warm ik mijn stem het beste op. Ik probeer ook om twee, drie dagen vóór een voorstelling zo veel mogelijk rust te hebben en geen parallelle producties te maken. Het is te gevaarlijk om tussen de repetities en voorstellingen door heen en weer te reizen”.

Zenuwachtig is Machaidze nooit, zei ze in hetzelfde interview. “Het heeft geen zin om zenuwachtig te zijn. Het wordt pas gevaarlijk als je je zorgen gaat maken om alles wat er mis kan gaan. Maar ik denk dat dat ook met je persoonlijke aanleg te maken heeft. Je bent nu eenmaal zus of zo…”

Wat Machaidze soms wel parten speelt, is het eeuwige gereis dat onlosmakelijk met het leven als operazangeres verbonden is. Maar het zingen verschaft haar zo veel geluk dat ze met dat ongemak kan leven.

“Nu ik moeder ben, is mijn geluk alleen maar groter geworden. Mama zijn is het mooiste wat er bestaat! En het valt best mee om het moederschap en mijn carrière te combineren, althans, voor mij. Er bestaat niets mooiers dan eerst te mogen zingen en dan terug naar huis te gaan om met je kindje te knuffelen. Dat gevoel is onbeschrijfelijk.”

Nino sony

In 2011, op haar 27-ste signeerde zij een exclusief contract met Sony, wat – tot nu toe – in twee solo albums resulteerde: “Romantic Arias” met voornamelijk Donizetti en Bellini, opgenomen met het orkest en het koor van het Teatro Communale di Bologna, dat geleid werd door de jonge dirigent Michele Mariotti en “Arias et Scenes”, waarin zij al een voorzichtige stap richting Puccini en Verdi deed. Op de tweede cd, gedirigeerd door Daniele Gatti werd zij bijgestaan door de jonge Braziliaanse tenor Atalla Ayan (Rodolfo in de Amsterdamse La Bohème).

SOCIALE MEDIA

Nino rosina“Here is my gorgeous dress 💖 I feel pretty, super cool and I’m in love”

Machaidze is zeer actief op Facebook, waar ze veel foto’s van haarzelf en haar twee grote ‘amores’ – haar man en haar zoontje – deelt met haar fans. Dat alles gaat gepaard met veel hartjes en kushandjes.

Nino in Amsterdam

Ja, Nino Machaidze is zeer aimabel! En ze draagt Amsterdam een warm hart toe. “Het is een geweldige stad. Toen ik hier laatst was, heb ik mij fantastisch vermaakt. Het maakt mij dan ook oprecht gelukkig dat ik hier weer kan zijn en dat ik in deze schitterende opera in jullie mooie operahuis mag optreden. Het publiek hier is ook zo warm! Can’t wait!”

Discografie: Il Barbiere di Siviglia

barbiere_di_Siviglia_Gioacchino_Rossini

Ik kan mij natuurlijk vergissen maar ik kan het mij niet voorstellen dat er operaliefhebbers bestaan die nog geen opname van Il barbiere di Siviglia in de kast hebben liggen. Er zijn er ook zoveel verschenen, waarvan de allereerste al in 1929. Gek is dat niet: het gaat om één van de meest geliefde opera’s uit de geschiedenis

CD’S:

ROBERTO SERVILE

Barbiere Naxos

Mocht u toch nog Barbier-loos door het leven gaan, dan doet u er goed aan om de opname op Naxos (8660027-29) aan te schaffen. Niet dat deze de beste is, want op veel punten kun je je een beter alternatief voorstellen, om te beginnen met de dirigent (een beetje saaie, maar verder goede Humburg). Maar de zangers zijn werkelijk heel erg goed, met de haast ideale Almaviva van Ramon Vargas voorop, die me qua elegantie en zangcultuur een beetje aan Luigi Alva doet denken

Sonia Ganassi schittert met perfecte coloraturen en Roberto Servile is een geestige Figaro. Het straalt een echt Italiaanse sfeer uit en in zijn geheel is het voor mij de meest bevredigende opname van het werk. Op cd althans.


GINO BECHI

Barbiere de los Angeles Bechi

Een paar jaar geleden werd de oude (1952) EMI-opname met Victoria de los Angeles, Nicola Monti, Gino Becchi en Nicola Rossi-Lemeni op het budgetlabel Regis  (RRC 2069) heruitgebracht. Het geluid is zeer genietbaar en het is een must voor de liefhebbers van De los Angeles en Gino Bechi.

Dezelfde opname staat ook op Naxos. Hieronder de tweede acte:

PLÁCIDO DOMINGO

Barbiere Domingo

In 1992 kwam Deutsche Grammophon (4357632) met een wel heel bijzondere opname van het werk: de rol van Figaro werd namelijk door niemand minder dan Plácido Domingo gezongen. Hij doet het zeer overtuigend en bewijst dat hij niet alleen over een prachtige stem, maar ook over een komisch talent beschikt.

Jammer alleen van de rest van de cast: Frank Lopardo is een matige Almaviva en Kathleen Battle (kan iemand zich haar nog herinneren?) een ronduit afschuwelijke, mauwende Rosina. Jammer des te meer daar het sprankelende Chamber Orchestra of Europe onder Claudio Abbado werkelijk de sterren van de hemel speelt.


DVD’S:

SIMONE ALAIMO

Barbiere Dario Fo

De Amsterdamse productie van Dario Fo met Jennifer Larmore, Richard Croft en Simone Alaimo werd in 1992 voor Arthous (100412) opgenomen. Zelf ben ik er niet zo kapot van, er gebeurt teveel, er zijn teveel grappen en grollen, en dat hele gedoe leidt alleen van de muziek af. Maar er zijn mensen die het allemaal prachtig vinden, een kwestie van smaak, zal ik zeggen.

MANUEL LANZA

Barbiere Zurich Kassarova

Veel leuker vind ik de productie uit Zürich (Euroarts 2051248) met Vesselina Kasarova, Manuel Lanza en Reinaldo Macias, voornamelijk vanwege de regie van Grischa Asagaroff.

Dat hij ooit een assistent van Jean-Pierre Ponnelle is geweest, is meer dan evident. De decors zijn overdadig, en absoluut ‘to the point’. De handelingen onderstrepen het libretto en alles loopt parallel met de muziek. Het huis van Bartolo is opgebouwd uit waaiers, wat niet alleen de plaats van handeling verraadt (Sevilla), maar ook de vrouwelijke overheersing suggereert. Al gebeurt het met zachte hand.

Er wordt ook zeer goed gezongen: Manuel Lanza is een geestige Figaro, Kasarova een brilliante Rosina, Macias een lyrische Almaviva,  en de oude, niet zo lang geleden overleden Ghiaurov (Basilio) liet zien, dat de tijd geen grip op zijn stem heeft gehad.

Trailer van de productie:

HERMANN PREY

Barbiere Abbado Prey

Mijn allerliefste opname is een film uit 1972 van Jean-Pierre Ponnelle. Ik heb hem voor het eerst gezien in een bioscoop, op een zonnige zondagmiddag in 1988 en nog dagen erna was ik in opperbeste stemming. De film is (als film) lichtelijk gedateerd, maar het zingen en acteren niet en de decors zijn nog steeds een lust voor het oog.

Teresa Berganza is een prachtig koninklijke Rosina en Luigi Alva schittert als Almaviva. Maar de erepalm, voor mij althans, gaat naar Hermann Prey, die voor mij zowat een synoniem is geworden van Figaro. Ook het orkest uit La Scala, gedirigeerd door Claudio Abbado, is werkelijk fenomenaal (DG 0734039).

en in het Duits

Barbiere Prey Wunderlich

De rol van Figaro was Hermann Prey werkelijk op het lijf geschreven. In 1959 zong hij hem in München en van de voorstelling op de eerste kerstdag werd een tv-opname gemaakt. Het was de allereerste live-opera-uitzending op de Duitse tv ooit en de spanning bij de zangers, maar ook bij het publiek is duidelijk voelbaar.

Lange tijd circuleerde het her en der op een video, waarvan de kwaliteit net zo obscuur was als de namen van de labels. De liefhebbers en verzamelaars namen het voor lief, het betrof namelijk één van de zeer weinige beeldopnamen van Fritz Wunderlich. Op 26 september 2005 zou de jong en tragisch gestorven tenor 75 jaar zijn geworden en naar aanleiding daarvan heeft Deutsche Grammophon (0734116) de opera op dvd uitgebracht.

De voorstelling zelf is legendarisch. Niet alleen waren alle zangers op elkaar ingespeeld (een teamgeest, tegenwoordig nog zelden te evenaren), maar ook hun individuele prestaties waren duizelingwekkend. Want waar vind je nog een coloratuurzangeres met de techniek van Erika Köth? Waar is er nog een Basilio met de autoriteit en (wie had dat nou gedacht?) het komische talent van Hans Hotter?

En waar ter wereld zijn er nog twee jonge zangers van nog geen 30 jaar, die zo een eenheid vormen (in het dagelijkse leven waren ze ook de beste vrienden) zoals Fritz Wunderlich en Hermann Prey?

Toegegeven: het orkest klinkt Duits en de dirigent is een beetje stijf. Maar de decors zijn heel erg leuk en de regie zeer bekwaam. Ook de opnamekwaliteit (het is zwart-wit) is prima. Het is geen kwestie meer van aanbeveling, deze dvd moet u kopen. En oh ja, er wordt in het Duits gezongen. So what?

David Parry dirigeert spannende en zeer muzikale Tosca

Tosca_NRO071

© Marco Borggreve

Na al die slechte berichten over de regie van de nieuwe Tosca door de Nederlandse Reisopera viel de productie mij alleszins mee. Goed: de eerste en (voornamelijk) de derde acte waren behoorlijk verwarrend, maar wie de opera goed kent kon er mee uit te voeten. We waren in een willekeurig politiestaat anno niet nader te bepalen beland, wat in contradictie was met de gezongen tekst (Napoleon? Slag om Marengo?), maar daar zijn we inmiddels aan gewend.

Veel meer moeite had ik met de logica – of gebrek er aan. Harry Fehr, de regisseur van dienst liet de opera met gesproken woorden beginnen: Scarpia geeft zijn assistenten de opdracht om beelden van bewakingscamera’s terug te draaien om eerder die dag gemaakte opnamebeelden te kunnen bekijken. Maar dan moeten ze toch weten waar Angelotti zich schuil houdt? Het staat duidelijk op hun camera’s vastgelegd: ‘nel pozzo del giardino’.

Als geen ander componist wist Puccini zijn opera’s in een paar akkoorden samen te vatten zodat je meteen in de juiste stemming werd gebracht. Ook bij Tosca, ja. Ik ga hier niet in details treden, maar de drie beginakkoorden van de opera:  Bes, As en E, die moeten een ‘duivel’ in de muziek verbeelden en die duivel, die heeft een naam. Scarpia. Dat is ook verder in de opera ‘Scarpia’s muziek’, daar heeft Puccini goed over nagedacht. Door de opera met gesproken tekst te laten beginnen en pas daarna de akkoorden te laten klinken haal je de angel uit het verhaal.

Tosca_NRO022

© Marco Borggreve

Wat ik ook jammer vond was de aankleding. Tosca is een diva die zich toch wel een spannendere jurken kan permitteren, laat staan de kleurloze en onflatteuze mantelpakje in de derde acte. Cavaradossi is iets meer dan een hippie in een korte broek: hij bezit immers een villa? En Scarpia, de belangrijkste man van de geheime politie, die zal nooit en te nimmer een uniform aan hebben gehad.

Tosca_NRO014

© Marco Borggreve

Maar wat de productie echter zeer de moeite maakte waren de zangers en, laten we wel zijn: daar gaat het in een opera voornamelijk om, om de zangers. Ik heb de uitvoering eerst op de radio gehoord en daar was ik best blij mee want zo kon ik de stemmen beoordelen zonder gestoord worden door beelden. En die stemmen, die waren echt, echt, echt TOP, allemaal! Gelukkig werd mijn eerste indruk ook live bevestigd: er werd werkelijk fantastisch goed gezongen.

Tosca_NRO009

Philip Rhodes (Scarpia) © Marco Borggreve

Allereerst was er een fenomenale Scarpia van de jonge Nieuw-Zeelandse bariton Phillip Rhodes. Goed: hij oogde (en klonk) een beetje jong voor die rol maar hij wist ontzettend goed zijn perverse emoties over te brengen. Hij zong dat hij van gewelddadige seks houdt en dat hoorde je terug in zijn stem. Zijn sonore bariton is groot en hij beschikt over een scala van kleuren en nuancen. Zijn buitengewoon aantrekkelijke en erotische stem deed mij in de verte een beetje aan Sherrill Milnes denken.

Tosca_NRO069

Noah Steward (Cavaradossi) © Marco Borggreve

De Amerikaan Noah Stewart was een uitstekende Cavaradossi. Niet alle noten waren helemaal zuiver en ik merkte dat hij af en toe kneep in de hoogte, maar zijn ‘E lucevan de stelle’ was precies dat, wat het moest zijn: een liefdesverklaring. Liefdesverklaring aan zijn minnares. En aan zijn leven, waar hij over enkele minuten afscheid van ging nemen. Zeer ontroerend.

Tosca_NRO058

Kari Postma (Tosca) © Marco Borggreve

De Noorse Kari Postma was een excellente Tosca. Ik kon het zonder meer waarderen dat zij de rol op een totaal andere manier benaderde dan haar grote voorgangsters, zij heeft er een eigen ‘Postma-Tosca’ van gemaakt.

Tosca_NRO004

© Marco Borggreve

Roman Ialcic wist mij zeer te imponeren als een indrukwekkend gezongen Angelotti (wat een stem!) en Oleksandr Pushniak was een voortreffelijke koster.

Michael J. Scott (Spoletta) viel mij een beetje tegen, zijn vertolking van de gemene spion en rechterhand van Scarpia vond ik een beetje kleurloos.

Schitterend daarentegen was de bijdrage van Bernaddeta Astari, hier geen herder maar een poetsvrouw (hoe verzin je dat?), die na de ontdekking van de moord (wie poetst kantoren om drie uur s ’ochtends? De logica, hè?) het lijk liet liggen.

Tosca_NRO041

© Marco Borggreve

Er waren goede bijdragen van Simon Wilding (Sciarrone) en Alexander de Jong (kerkermeester) en het kinderkoortje en het Consensus Vocalis klonken zeer goed.

Het Orkest van het Osten ontbrak het een beetje aan italianitá, maar David Parry wist de musici de essentie van de muziek van Puccini bij te brengen. Het was spannend, zinderend, erotisch en toch behoorlijk belcantesk.

Trailer van de productie:

Bezocht op 6 november 2018 in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

Mijmeringen over Tosca

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

Heliane

Wat doe je als er in je land niet gelachen mag worden en op de liefde de doodstraf staat? Als er alles, maar dan ook alles wat kleur geeft aan het leven wordt verbannen? En wat doe je als er op een dag een Vreemdeling opduikt die de mensen leert wat vreugde is en daar voor door de Heerser van het land (die toevallig ook je gehate echtgenoot is) ter dood wordt veroordeeld? Je zoekt die man in zijn cel op en dan ontdek je het mooiste en het belangrijkste: de liefde? Jullie worden betrapt, de doodstraf volgt, maar als je echt onschuldig was dan moet er een wonder gebeuren. En dat gebeurt, waarna jij samen met De Vreemdeling ten hemel vaart.

Das Wunder der Heliane was de vierde opera van Korngold en het was ongetwijfeld zijn meest ambitieuze project. Het libretto lijkt wellicht een beetje bizar, maar je moet het door de ogen van de toenmalige ‘tijdgeest’ bekijken. Het mysterieuze, onaardse, buitennatuurlijke, het goddelijke, de uitvergrote emoties, de decadentie en de onverholen erotiek… dat zie je in veel kunstwerken uit die tijd. Ook de opofferingsgezindheid en het motto dat liefde alles overwint: zo niet nu, dan in het hiernamaals. Alsook de felle kleuren met veel goud. Ook in de notenschrift.

heliane-lotte-lehmann-i-pura

Lotte Lehmann en Jan Kiepura

De première van ‘Heliane’ vond plaats in 1927 in Hamburg en werd maar liefst drie weken later in Wenen herhaald. Heliane werd gezongen door Lotte Lehmann en de rol van De Vreemdeling door Jan Kiepura, een _lyrische_ tenor.

Volgens Brendan Carroll, dé Korngold-biograaf en kenner is de aria ‘Ich ging zu Ihm’ de “muzikale uitdrukking van de seksuele extase, alleen te vergelijken met de soortgelijke passages uit Tristan und Isolde.

Hieronder: Lotte Lehmann zingt ‘Ich ging zu Ihm’

De rol van Heliane, de enige personage in de opera die een naam heeft is een echte tour de force, zeker omdat ze zowat de hele opera aanwezig moet zijn. De rol vraagt om een sterke dramatische sopraan met een overheersende lyriek in haar stem. Laat dat maar aan Annemarie Kremer over! Haar sopraan is donkergekleurd, haar hoogte onberispelijk en haar sensualiteit evident. Tel daarbij het schitterende tekstbegrip: vanaf de eerste noot weet ze je te ‘pakken’ en verliefd op haar (én haar personage!) te laten worden. Geen twijfel mogelijk: Kremer is de geboren vertolkster voor het fin de siècle repertoire.

Annemarie Kremer in ‘Ich ging zu Ihm’:

Helaas haalt Ian Storey (De Vreemdeling) haar niveau niet. Alle noten zijn er, maar het gevoel om naar iets bijzonders te luisteren ontbreekt. Daarvoor is zijn stem te Wagneriaans en te weinig Pucciniaans. Iets wat die rol absoluut nodig heb. Het is wel waar dat je stem groot moet zijn, maar er ontbreekt hem aan de zoete tonen, aan de mooie en verleidelijke klanken.Weet u nog wie de eerste vertolker van die rol was? Juist, ja.

Aris Argiris daarentegen is een schitterende Heerser. Zijn zeer indrukwekkende bariton klinkt autoritair en hij weet zijn allesoverheersende jaloezie goed over te brengen. Prachtig.

Katerina Hebelková is een zeer goede bode en ook de kleine rollen zijn goed ingevuld. Het orkest klinkt af en toe te hard en soms denk ik dat de balans ergens niet klopt. Zal het aan de opname liggen?

Puccini over Korngold: “Hij heeft zoveel talent dat hij ons gemakkelijk de helft kan geven en toch genoeg voor zichzelf kan behouden.” En dat is waar. Snel naar de winkels en haal ‘Heliane’ thuis. Daar zult u geen spijt van hebben.

Trailer van de opname:

Erich Wolfgang Korngold
Das Wunder der Heliane
Annemarie Kremer, Ian Storey, Aris Argiris, Katerina Hebelková e.a.
Opernchor und Extrachor of the Theater Freiburg
Philharmonisches Orchester Freiburg olv Fabrice Bollon
Naxos 8660410-12

Wonderlijke productie van Das wunder der Heliane uit Berlijn

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

DIE KATHRIN

Maak kennis met Merlin van Isaac Albéniz

Merlin

De voorliggende opname biedt een geweldige mogelijkheid voor een muzikaal spelletje. De componist kwam uit Spanje, de orkestklank is Wagneriaans en de gezongen tekst is in het (oud)Engels: wie o wie?

Merlin isaac-albeniz-spanish-pianist-and-composer-1860-1909_a-G-9968947-4990831

Isaac Albéniz (want om hem gaat het) woonde een geruime tijd in Londen waar hij bevriend raakte met lord Francis Burdett Money-Coutts, een rijke bankier met grote ambities en literaire aspiraties. Zijn grootste droom was creatie van een Engelse tegenhanger van de Ring der Nibelungen en daar leende zich het verhaal van koning Arthur uitstekend voor.

Merlin francis-money-coutts

Lord Francis Burdett Money-Coutts

Albéniz kreeg alle mogelijke steun van de librettist/opdrachtgever en in 1897 ontstond Merlin, wat het eerste deel van de trilogie had moeten zijn. De opera werd in zijn geheel nooit opgevoerd en de partituur lag verspreid tussen Madrid en Londen. Dat het gevonden en gerestaureerd werd is te danken aan de dirigent José De Eusebio, die, gesterkt door een sterbezetting, het ook voor Decca mocht opnemen.

De werkelijk geweldige cast wordt aangevoerd door Plácido Domingo op zijn best als Arthur. Als Merlin horen wij Carlos Álvarez: een  droom van een bariton, warm, rond en gezegend met een bijna ouderwetse morbidezza.

Ana Mariá Martinéz  is onweerstaanbaar als de slavin Nivian (luister naar ‘Hark, hark! Did he call?’ aan het eind van de eerste acte) en Jane Henschel perfect als de gemene Morgan.

De muziek is, zoals gezegd zeer wagneriaans maar dan met een vleugje impressionisme en een snufje Spaanse folklore. Een absolute aanwinst!


Isaac Albéniz
Merlin
Carlos Álvarez, Plácido Domingo, Jane Henschel, Ana María Martinéz
Orquesta Sinfónica de Madrid olv José De Eusebio
Decca 4670962

Mijmeringen over Tosca

Tosca partituur

Ik ben een groot Puccini bewonderaar. Zijn muziek komt rechtstreeks mijn hart in om het nooit meer te verlaten. Ik houd van al zijn opera’s en al zijn heldinnen zijn mij even lief. Ik houd zielsveel van Angelica en Cio-Cio-San en na hun dood blijf ik urenlang janken. Maar geen één haalt het bij Tosca: het verhaal is zo ontzettend complex en zit zo vernuftig in elkaar dat ik er – ook al kan ik de opera werkelijk dromen! – keer op keer iets nieuws in weet te ontdekken.

Is het u opgevallen, dat bij Puccini geen rollen zijn weggelegd voor de mezzo’s? Voor het gemak laat ik Edgar niet meetellen. Per slot van rekening was het nog geen ‘echte Puccini’. Ik denk dat het komt dat zijn vrouwen alles behalve ééndimensionaal zijn. Ze zijn sterk en kwetsbaar tegelijk, noch goed noch slecht. Cio-Cio-San was een geisha, Suor Angelica had een buitenechtelijk kind, Mimi had losse verhoudingen. En toch houden wij van ze, allemaal, zelfs van de wispelturige Manon Lescaut en hun dood doet ons naar de zakdoek grijpen.

De ‘Puccini baritons’ zijn de vriendelijkheid zelve: de lieve en behulpzame Marcello, de meelevende consul Sharpless. Zelfs de sheriff Jack Rance speelt een eerlijk spel en na een verloren partijtje poker laat hij zijn rivaal gaan.

Tosca 1907

Er is één uitzondering: baron Scarpia. Vanaf het begin beheerst hij het toneel in de letterlijke en figuratieve zin. Hij is degene, die het hele scenario heeft uitgedokterd en uitgewerkt tot in de kleinste details. Hij is de jager, die om zijn prooi te vangen geen middelen zou schuwen. Hij is de duivel, voor niets en niemand bang; en om zijn zin te krijgen is hij bereid een vals spel te spelen. Maar: let op! hij is alleszins weerzinwekkend. Nee, baron Scarpia is een  aantrekkelijke, charmante, erudiete en intelligente man en daardoor een uiterst gevaarlijke tegenspeler.

Tosca Giraldoni+as+Scarpia

Eerste Scarpia: Eugenio Giraldoni

Floria Tosca is een gevierde zangeres, een diva. Mooi, verleidelijk, vrouwelijk en beroemd; begeerd door vele mannen. Zij heeft een verhouding met een jonge schilder, Mario Cavaradossi.

Tosca hericlee-darclee-din-arhiva-teatrului-solis

De eerste Tosca: Hariclée Darclée

Hun verhouding is gepassioneerd, maar of ze werkelijk van elkaar houden? Tosca is op het hoogtepunt van haar carrière, dus niet zo piep meer. Zij heeft al vele minnaars achter de rug en realiseert zich dat Mario wellicht de laatste kan zijn. Dat maakt haar extreem jaloers.

Tosca DeMarchiTosca

Voor Cavaradossi is een verhouding met een beroemde diva iets om trots op te zijn. Dat is hij ook, wat hem niet weerhoudt om ook naar andere dames te kijken en hun schoonheid te bewonderen. Hij flirt een beetje met de revolutie, denkt zichzelf belangrijk te maken door een schuilplaats aan een echte revolutionair aan te bieden. Wat een makkelijke prooi voor onze jager!

Tosca_Te_Deum_Act_1-1

The Te Deum scene which concludes act 1; Scarpia stands at left. Photograph of a pre-1914 production at the old Metropolitan Opera House

Scarpia is belast met het opsporen van republikeinen. Angelotti, ex consul van de Romeinse Republiek ontsnapt echter en alle sporen leiden naar een kerk, waar onze schilder aan het werk is. Er is echter noch Angelotti, noch Cavaradossi aanwezig: wel een lege broodtrommel en deuren, die open staan. Scarpia maakt dankbaar gebruik van Tosca’s jaloezie in de (terechte) veronderstelling, dat zij hem naar de schuilplaats van Angelotti zou kunnen leiden. Bovendien zit hij al een tijd achter de diva aan: hij wil dolgraag een nacht met haar doorbrengen. Hij laat Cavaradossi martelen en ondertussen is hij bezig Tosca te versieren.

Scotti_as_Scarpia_Kobbe

Antonio Scotti als Scarpia

De ruil, die hij haar biedt (het leven van Mario tegen een partijtje vrijen) verbaast ons niets. Dat hebben wij al vaker in de opera meegemaakt. Maar de ontknoping, het is zo anders! De meeste sopranen in dezelfde situatie plegen zelfmoord (Gioconda, Leonora ‘Trovatore’), of geven gelaten toe (Maddalena). Zo niet onze diva. Zij vecht, bidt, smeekt en vertoont een gedrag van een opgesloten tijger, om uitendelijk Scarpia met zijn eigen broodmes te vermoorden. Wat denkt zij hiermee te bereiken? De moord op de zo belangrijke man wordt gauw ontdekt en dan is zij, noch haar vriendje (die zij nog steeds denkt te kunnen bevrijden) veilig meer. Dat kan zelfs een niet bijster intelligente diva bedenken. Wat drijft haar? Welnu: Tosca is bang voor haar eigen emoties!

Tosca_Act_2_Victrola_Book_of_Opera

Tosca reverently lays a crucifix on Scarpia’s body. Photograph of a pre-1914 production at the old Metropolitan Opera House, New York

Weet u nog hoe aantrekkelijk Scarpia is? Ook Tosca blijft er niet ongevoelig voor en dat beangstigt haar in hoge mate. Om aan de erotische aantrekkingskracht van Scarpia te ontsnappen, moet zij hem doden. Dan pas kan zij werkelijk vrij zijn. Zij spoedt zich naar de Engelenburcht waar haar minnaar gevangen zit, vertelt hem wat zij gedaan had en dat zij vrij zijn. Er rest nog een kleinigheidje: een ‘schijnexecutie’.

Puccini_-_Tosca_-_The_execution_of_Cavaradossi_-_The_Victrola_book_of_the_opera

Helaas, Scarpia was nooit van plan geweest om Tosca voor de nacht te betalen en Mario wordt daadwerkelijk gedood. Dan pas beseft Tosca, dat Scarpia haar zelfs in het toneelspelen had overtroffen. En dat kan zij hem niet vergeven: “O Scarpia, avanti a Dio!” (“O Scarpia, tot voor God!”) zijn haar laatste woorden.

110924-diapo315

Er zijn duizenden ‘Tosca’s’ op de markt. Ik ga ze zeker niet bespreken, te veel, te veel echt goede. Ga luisteren naar Rosa Ponselle, Rosa Raisa, Mafalda Favero, Maria Caniglia, Magda Olivero, Renata Tebaldi, Maria Callas, Zinka Milanov, Eleanor Steber, Leyla Gencer, Leontyne Price, Montserrat Cabbalè, Renata Scotto, Raina Kabaivanska, Régine Crespin … Ze zijn allemaal voortreffelijk, elk op hun eigen manier, zoals het bij een echte diva hoort. Maar – voor mij – geen één haalt het bij Sara Scuderi:

De man die van vrouwen hield

donnePuccini

Puccini dandy

Zijn uiterlijk was voor hem zeer belangrijk. Hij was altijd elegant gekleed en hield van mooie hoeden, op en top een grand seigneur. Dankzij Giuseppe Adami weten wij hoe hij eruit zag op de dag van Premio del Commercio: hij droeg een elegante, donkergrijze ‘tight’, een bolhoed en een das in dezelfde kleur met een grote parel erop.

 

Puccini door Adami

Hij was een verwoed roker en “met de sigaret tussen zijn lippen, zijn deukhoed even schuin op het hoofd, met iets mannelijks en hartelijkst in zijn intelligent gezicht en in zijn krachtig postuur” (Adami) zag hij er beslist knap en aantrekkelijk uit.

 

puccini-de Dion-Bouton

Dat was ook de bedoeling. Hij hield van auto’s en autorijden en zijn eerste exemplaar kocht hij al in 1901: een De Dion Bouton. Een van de autoritjes werd hem bijna fataal: bij een ongeluk raakte hij bewusteloos en brak zijn been. Het weerhield hem niet van het kopen van steeds nieuwere exemplaren, nog mooier en nog sneller.

Jacht was zijn grootste liefhebberij. Niet, dat hij het zo goed kon – het schijnt, dat hij heel vaak miste en zo het plezier voor de anderen bedierf. Waarom deed hij het dan? “Het jagen had voor hem meer weg van een vertoon van viriliteit, en naarmate hij ouder werd, werd de behoefte zijn mannelijkheid te bewijzen steeds sterker” (van Leeuwen). Zijn mannelijkheid….. ja, hij hield van vrouwen.

Puccini Elvira

Puccini en Elvira Bonturi

Hij trouwde laat, pas in 1904, met de vrouw met wie hij al jarenlang samenwoonde en een zoon had. Van liefde was er geen sprake meer, maar het was fatsoenlijker. Zijn vrouw, Evira Bonturi was zeer jaloers en niet geheel zonder reden. Naast de zovele korte avontuurtjes en slippertjes had hij een jarenlange verhouding met een mysterieuze vrouw uit Turijn, een verhouding die dermate serieus was, dat hij al overwoog om te gaan scheiden.

PUccini Corinna

Maria Anna Coriasco, de mysterieuze ‘La Torinese’. Picture on the tombstome

Waarom en hoe hij de verhouding beëindigde is niet bekend. Wel bekend was een schandaal rond een dienstmeisje, die door de vrouw des huizes onterecht beschuldigd van een verhouding met haar werkgever, zelfmoord pleegde.

PUccini Doria Manfredi

Doria Manfredi

Zijn werken zijn zeer erotisch getint en zijn heldinnen krijgen de mooiste muziek te zingen. Ooit zei hij: “Il giorno in cui non sarò più innamorato fatemi il funerale”  (Op de dag wanneer ik niet meer verliefd ben, begraaf me).

‘Tu, che di gel sei cinta’ uit Turandot is de laatste aria die hij heeft gecomponeerd. Ook de tekst is van hemzelf:

Hij stierf toen hij bezig was met wat het mooiste en het grootste liefdesduet in zijn oeuvre had moeten worden. En tot het laatste moment was hij bezig met zijn uiterlijk: Puccini, de man die van vrouwen hield.

Hieronder de finale van Turandot, in de ‘originele versie’ van Franco Alfano die de opera na de dood van Puccini heeft afgemaakt:

Caligula revisited

Caligula

De tegenwoordig weinig bekende Venetiaanse componist Giovanni Maria Pagliardi (1637-1702) componeerde zijn opera op het libretto van Domenico Gisberti uit 1672. De Caligula van Gisberti en Pagliardi heeft weinig gemeen met de wrede Romeinse keizer, je kunt hem eerder met een ‘Titus’, gezien door de noten van Mozart vergelijken.

De muziek zelf stelt niet echt veel voor en het verhaal heeft weinig om het lijf. Caligula wordt verliefd op een exotische schoonheid Teosena, zijn vrouw wordt jaloers, de doodgewaande echtgenoot van Teosena blijkt te leven, er wordt een beetje gevochten en er gaat iemand (schijn)dood. Happy end volgt.

Voor de productie, uitgevoerd en live opgenomen in 2017 in Scène Nationale d ‘Arras heeft de Franse dirigent Vincent Dumestre iets speciaals bedacht: hij liet de voorstelling ensceneren in de oude Siciliaanse marionettenspelstijltraditie. Daarvoor ging hij samenwerken met Mimmo Cutticchio, één van de laatste vertegenwoordigers van het vrijwel vergeten genre en inmiddels een beroemdheid.

Maar let op: het is geen reconstructie, de zogenaamde ‘pupi’ zijn door Cutticchio speciaal voor deze productie ontworpen. De prachtige marionetten, kleurrijk geschilderd en gekleed in overdadige kostuums zijn een lust voor je ogen. Dankzij de Blu-Ray techniek komt dat alles schitterend op je scherm over: de rekwisieten, de close ups, de kleuren. Weldaad.

Sophie Junker (Teosena) en Caroline Meng (Cesonia) zijn aan elkaar gewaagd, Florian Gütz is een goede Artabano en Jean-François Lombard een leuke Tigrane. Jan van Elsacker (Caligula) blijft bij de rest van de cast een klein beetje achter, zijn waanzin klinkt, althans voor mij iets te gekunsteld. Het ensemble Le poème harmonique speelt zeer stijlvol. Een echte aanrader.

GIOVANNI MARIA PAGLIARDI
Caligula
Jan van Elsacker, Caroline Meng, Florian Götz, Jean-François Lombard, Sophie Junker, Serge Goubioud
Le poème harmonique o.l.v. Vincent Demestre
Alpha Classics 716