Il Matrimonio segreto, een enigszins in de vergetelheid geraakt heerlijk niemendalletje

Matrimonio Cimarosa

Domenico Cimarosa

Il matrimonio segreto van Domenico Cimarosa is enigszins in de vergetelheid geraakt. Jammer, want het is een heerlijk niemendalletje.

Vaak wordt het de componist verweten dat zijn opera een slap aftreksel van de komische werken van Mozart zou zijn, maar dat is mijns inziens gewoon lariekoek. Natuurlijk zijn er Mozarts invloeden waarneembaar, maar zijn stijl is onmiskenbaar Italiaans en vergelijkbaar met die van een Galuppi, Paisiello of Piccinini. Daarbij wijst Cimarosa al richting Rossini vooruit.

Wist u trouwens dat Il Matrimonio Segreto wellicht de enige opera in de geschiedenis is, die ná de première in zijn geheel gebisseerd moest worden, maar niet vóór de componist en de hele cast op een copieuze maaltijd werden onthaald?

DANIEL BARENBOIMMatrimonio Barenboim
Barenboim gaat terug naar af en – of je het wilt of niet – brengt je terug bij Mozart. De ouverture klinkt al alsof het een voorspel tot een bewerkte Cosi fan tutte is. Ik weet niet of ik het mooi vind. Prachtig gespeeld, dat wel, maar ook een beetje zwaar.

Arleen Auger is een heerlijke Carolina, maar haar zuster en tante (resp. Julia Varady en Julia Hamari) vind ik iets te nadrukkelijk aanwezig. Wat ook aan de tempi van Barenboim kan liggen. Dietrich Fischer-Dieskau doet het verrassend goed als Geronimo. Weliswaar meer een ‘conte’ dan een ‘buffone’, maar toch.

Hieronder zingt Fischer-Dieskau ‘Udite, tutti udite’:

Ryland Davies is een fatsoenlijke Paolino, maar ik mis de zon in zijn stem. De opera werd in 1975 opgenomen en is oorspronkelijk op DG uitgebracht. Mijn exemplaar komt van Briljant Opera Collection (93962)


GABRIELE BELLINI

matrimonio bellini

Toen de Reisopera nog Opera Forum heette werd er veel aandacht aan belcanto besteed. In 1991 bracht het gezelschap een zeer genietbare uitvoering van Il matrimonio segreto op de planken. Dankzij het label Arts (hopelijk nog verkrijgbaar) werd de opname wereldwijd uitgebracht.

Het Orkest van het Oosten onder leiding van Gabriele Bellini speelt zeer lichtvoetig en sprankelend. Hun lezing bevalt mij meer dan die van Barenboim.

William Matteuzzi (Paolino) was in die tijd één van de pioniers in het herontdekken van de belcantostijl. Toen zeer verrassend, nu al een beetje gedateerd, maar alleszins het beluisteren waard.

Susan Patterson is een beetje schreeuwerige Carolina, maar Gloria Banditelli is een verrukkelijke Fidalma. Het geluid is niet geweldig, maar hé: het is een echt Nederlands product! (Arts 471172)

Hieronder een fragmentje:

GIOVANNI ANTONINI

Matrimonio Luik

De Opéra Royal de Wallonie in Luik is zeer geliefd bij liefhebbers van traditionele opera-uitvoeringen. De productie van Il matrimonio segreto uit 2008 is dan ook een voorbeeld van ouderwetse pracht. Alle ingrediënten zijn er en je hebt geen ondertitels nodig om te snappen waar het over gaat. Bij vlagen is het voor mij net iets te karikaturaal (de uitdossing van Elisetta gaat echt te ver!), maar het is ontegenzeggelijk leuk!

De oudgediende Alberto Rinaldi is een grappige Geronimo en Mario Casi is een (letterlijk) zeer aantrekkelijke graaf. Aldo Caputo (Paolino) klinkt zeer aangenaam, maar de ster van de voorstelling is de zeer sprankelende Carolina van Cinzia Forte. Zeer te spreken ben ik ook over de directie van Giovanni Antonini. Misschien niet echt een top, maar wel mooi. (Dynamic 33631)

Hieronder een interview (in het Italiaans, zonder ondertitels) met de regisseur van de productie, Stefano Mazzonis di Pralafera:

LORIN MAAZEL

Matrimonio maazel 

Deze productie van Die heimliche Ehe (ja, het is in het Duits) werd in 1967 opgenomen bij de Deutsche Oper Berlin. Tegenwoordig zou je de uitvoering ‘historisch verantwoord’ kunnen noemen. Althans wat de decors en kostuums betreft, want het Berlijnse orkest speelt natuurlijk op moderne instrumenten. De decors zijn enigszins in ‘bordkartonstijl’, maar de eenvoudige regie is zeer speels en zonder meer plezierig om naar te kijken.

Over de stemmen ben ik niet zo enthousiast, op Josef Greindl (Geronimo) na. Erika Köth vind ik te schel en te volwassen voor Carolina. De Elisetta van Lisa Otto is veel leuker. Donald Grobe is geen goede Paolino – zo kun je tegenwoordig muziek uit het tijdperk Mozart-Rossini niet meer zingen.

Bijzonder gecharmeerd ben ik wel van de jonge Lorin Maazel op de bok. In tegenstelling tot Barenboim houdt hij het orkest licht en sprankelend. (Arthaus Musik 101625)

Bruisende ‘Semiramide’ van Opera Rara

Semiramide

Het heeft twee jaar geduurd maar nu is het eindelijk uit: de _helemaal_ complete opname van de Rossini’s Semiramide. Voor de live uitvoering in 2016 heeft Sir Mark Elder alle muziek die Rossini schreef in ere hersteld en het resultaat is meer dan verbluffend. Wat we nu te horen krijgen is ruim vier uur van de meest verrukkelijke belcantomuziek die zijn tijd ver vooruit was.

Hieronder the making of:

     

 

Semiramide was Rossini’s laatste opera seria uit zijn Italiaanse belcanto-periode en het verwijst al naar de Franse Grand Opéra. De vermenging van beide stijlen maakt het werk uiterst boeiend en behoorlijk innoverend.

Het verhaal in één zin: Semiramide,  koningin van Assyrië heeft samen met prins Assur haar man vermoord en wordt jaren later verliefd op haar doodgewaande zoon, die haar daarna ‘per ongeluk’ doodt. Wat een drama! En daar heeft Rossini dus een juweel van muziek bij gecomponeerd.

Sir Mark Elder: “Rossini’s partituur is buitengewoon ritmisch. Het bruist. Zelfs bij de treurigste muziek”. Dat hoor je. Het Orchestra of the Age of Enlightenment onder zijn leiding klinkt als een net ontkurkte champagnefles. Het bubbelt.

Ook de zangers zijn niet minder dan voortreffelijk. Het heeft totaal gen zin om Albina Shagimuratova met Joan Sutherland te vergelijken want dat is zij niet. Haar stem is anders, haar techniek is anders en haar coloraturen zijn anders, zoals het hoort. Eén ding staat als een huis: Shagimuratova is een geboren Semiramide!

Daniela Barcellona zingt een zeer overtuigende Arsace en Susana Gaspar is een uitstekende Azema. Maar het meest onder de indruk ben ik van beide bassen, Mirco Palazzi (een zeer gemeen klinkende Assur) en Gianluca Buratto (Oroe) en de enige met wie ik een beetje moeite heb is de tenor Barry Banks. Zijn hoogte klinkt af en toe geknepen, maar dat bedek ik graag met de mantel der liefde. Wat een opera! En wat een uitvoering!


GIOACHINO ROSSINI
Semiramide
Albina Shagimuratova, Daniela Barcellona, Mirco Palazzi, Barry Banks, Gianluca Buratto, Susana Gaspar e.a.
Opera Rara Chorus; Orchestra of the Age of Enlightment olv Sir Mark Elder
Opera Rara  ORC57

SEMIRAMIDE. Antwerpen december 2010

Gefascineerd door onbekende opera’s: op bezoek bij OPERA RARA.

Opera Rara en drie onbekende ‘serieuze’ Rossini’s 

Uitstekende ‘Götterdämmerung’ van Jaap van Zweden

Gotterdammerung

 “Jaap van Zweden: Lord of the Hong Kong Ring” kopte het Australische online magazine Limelight en daar zit wat in. Met de op 18 en 21 januari 2018 live opgenomen Götterdämmerung kwam van Zwedens ‘Hong-Kong Ring’ tot een einde en het resultaat is inderdaad verbluffend. Van Zweden zweepte zijn orkest op tot ongekende hoogtes, wat een prestatie!

Op de drie Rhijn-meisjes en Michelle DeYoung (Fricka in Rheingold en Walküre) als een uitstekende Waltraute na was zijn cast geheel nieuw en ik moet eerlijk zeggen dat de nieuwe zangers mij veel meer wisten te overtuigen.

Dat geldt voornamelijk voor de bezetting van de hoofdrollen: Daniel Brenna (Siegfried) en Gun-Brit Barkmin (Brünhilde). De jonge Amerikaanse tenor klonk jugendlich en dramatisch, zoals het hoort. Je hoorde wel dat het nog niet helemaal af is maar zijn verrassend lyrische geluid verraadde kracht en vastberadenheid. Gun-Brit Barkmins klaagzang bij Siegfrieds dood klonk intens en hartverscheurend. Kippenvel.

Het volume van de Chinese basbariton Shenyang is groot en zijn toon warm en vol. Zijn Gunther klonk monter en vol zelfvertrouwen. Prachtig ook Amanda Majeski als een zeer lyrische Gutrune. Ook de opname klinkt uitstekend: het is zonder meer een ‘Ring’ om (er bij?) te hebben.


DAS RHEINGOLD. Rattle? Van Zweden?

Richard Wagner
Götterdämmerung
Gun-Brit Barkmin, Daniel Brenna, Shenyang, Eric Halfvarson, Amanda Majeski, Michelle DeYoung e.a.
Bamberg Symphony Chorus, Latvian State Choir, Hong Kong Philharmonic Chorus; Hong Kong Philharmonic Orchestra olv Jaap van Zweden
Naxos 8660428-31 (4 cd’s)

Gruppo Montebello speelt Mahler

Mahler Gruppo MOntebello

 

 

Nog niet zo lang geleden heeft het RCO-kamerata de kamermuziekversie van de vierde symfonie van Mahler in de bewerking van Erwin Stein uit 1921 op cd uitgebracht. Daar was ik oprecht blij mee, voornamelijk vanwege de meer dan een uitstekende uitvoering.

Die bewerkingen, ooit door Schönberg via zijn Verein für Privataufführungen geïnitieerd om ook het grote publiek met de symfonische werken bekend te maken waren ooit buitengewoon belangrijk maar of het nu nog zo is? Ik weet het niet maar ik juich de uitvoeringen zeker toe. Alleen: moet het alleemaal ook opgenomen worden?

De uitvoering door het Gruppo Montebello, live opgenomen tijdens het Orlando Festival in Maastricht is zonder meer prachtig maar de uitvoering door RCO-kamerata vind ik beter. Mooier. Homogener. Het valt echter niet te ontkennen dat Gruppo Montebello’s lezing ontegenzeggelijk spannend is en dat ik uiteindelijk toch echt voor RCO-kamerata kies heeft o.a. met de sopraan te maken: Lies Vandewege is geen match voor Judith van Wanroij. Ik vind de stem van Vandewege prachtig en haar voordracht zonder meer goed maar voor mijn gevoel zingt zij te ‘ernstig’, te weinig onbekommerd.

Nog niet zo lang geleden heeft het RCO-kamerata de kamermuziekversie van de vierde symfonie van Mahler in de bewerking van Erwin Stein uit 1921 op cd uitgebracht. Daar was ik oprecht blij mee, voornamelijk vanwege de meer dan een uitstekende uitvoering.

Die bewerkingen, ooit door Schönberg via zijn Verein für Privataufführungen geïnitieerd om ook het grote publiek met de symfonische werken bekend te maken waren ooit buitengewoon belangrijk maar of het nu nog zo is? Ik weet het niet maar ik juich de uitvoeringen zeker toe. Alleen: moet het alleemaal ook opgenomen worden?

De uitvoering door het Gruppo Montebello, live opgenomen tijdens het Orlando Festival in Maastricht is zonder meer prachtig maar de uitvoering door RCO-kamerata vind ik beter. Mooier. Homogener. Het valt echter niet te ontkennen dat Gruppo Montebello’s lezing ontegenzeggelijk spannend is en dat ik uiteindelijk toch echt voor RCO-kamerata kies heeft o.a. met de sopraan te maken: Lies Vandewege is geen match voor Judith van Wanroij. Ik vind de stem van Vandewege prachtig en haar voordracht zonder meer goed maar voor mijn gevoel zingt zij te ‘ernstig’, te weinig onbekommerd.

Wat deze cd tot een ‘must have’ maakt zijn de door Reinbert de Leeuw in 1991 bewerkte Kindertotenlieder. Niet vanwege het arrangement, die is gewoon flauw, maar vanwege de zeer aangrijpende uitvoering door Henk Neven.

 

GUSTAV MAHLER
Symphony No.4 (bewerking Edwin Stein)
Kindertotenlieder (bewerking Reinbert de Leeuw)
Lies Vandewege (sopraan), Henk Neven (bariton)
Gruppo Montebello olv Henk Guittart
Et’cetera KTV 1620

 

MAHLER 4 FOR ENSEMBLE

Jules van Hessen dirigeert ‘Sinfonie der Tausend’ van Gustav Mahler

Soms kan iets té mooi zijn om er nog van te kunnen genieten. Daniele Gatti dirigeert Haydn en Mahler

Adam Fischer dirigeert een spannende Mahler 3

Gennadi Rozhdestvensky dirigeert de oorspronkelijk versie van Das Klagende Lied van Mahler. Een must.

 

Zweedse Mahler 5 met visie

Mahler 5 Harding

Daniel Harding maakte zijn professioneel debuut in 1994 in Birmingham toen hij nog maar negentien (!) jaar oud was. Hij werd daar assistent van Simon Rattle en het seizoen daarop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker. Van zo iemand verwacht je dat hij uiteindelijk bij een echte toporkest belandt en toch kwam hij niet verder dan het Zweeds Radio-Orkest. Best jammer, denk ik, zeker bij het beluisteren van de door hem opgenomen Mahler 5.

Nu is het Zweedse orkest verre van slecht maar toch betrap ik mij op de gedachte hoe zal de symfonie hebben geklonken als Harding het met het Concertgebouworkest had opgenomen? Of de Rotterdammers?

De blazers zijn zonder meer indrukwekkend maar verschrikkelijk overheersend en ik had de strijksectie toch wel graag iets verfijnder gehoord. Echt jammer want Hardings visie mag er zeker zijn! Vanaf het eerste akkoord dwingt hij tot het luisteren en al zijn zijn tempi af en toe een beetje slopend en een beetje sloom: dat er een idee achter zit is nogal wiedes.

Ik geef toe, hij maakt indruk, althans op mij: eindelijk iemand die iets te vertellen heeft. Het is voornamelijk het Scherzo (deel drie) die nogal spectaculair klinkt, jammer genoeg haalt het Adagio het niveau niet. De strijkers!

Daniel Harding over Mahler 5:

GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.5
Swedish Radio Symphony Orchestra olv Daniel Harding
HMM 902366

Mahler 2 onder Jansons: de klank die het van de inhoud wint

Mahler 2 Jansons

Deze opname is al zeven jaar oud en is al eerder op dvd en blu-ray uitgebracht. De reden van het re-release op cd ontgaat mij dan ook volledig, zeker omdat de uitvoering alles behalve echt goed is. Deel 1, het Allegro Maestoso klinkt dan wel majestueus (zeg maar gerust: zwaar, heel erg zwaar), maar allegro valt nergens te bespeuren.

Wat de lezing van Jansons onnavolgbaar maakt zijn de details, onder zijn handen uitgewerkt tot de meest perfecte atoomdeeltjes. Zo iets als nanoseconde in de muziek. Dat hoor je goed in deel twee, die dan ook gruwelijk mooi is. Alleen: de klank, die duurt voort en in deel drie wordt hij zo vertraagt dat hij verder alle betekenis verliest. Wilde iemand hier iets zeggen?

Anja Harteros zingt mooi maar zij klinkt een beetje verloren, alsof zij niet helemaal weet wat zij doet. Bernarda Fink is in Uhrlich een lichtgewicht. Het kan ook zijn dat de (live) opname haar stem niet goed heeft vastgelegd, maar de normaal gesproken kippenvel blijft nu achterwege.

Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat de finale best spectaculair klinkt en het schitterend door het koor gezongen ‘Sterben werd ich um zu leben’ maakt zonder meer indruk . En toch is het de klank die het van de inhoud wint.


GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.2
Anja Harteros (sopraan), Bernarda Fink (alt)
Chor und Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Mariss Jansons
BR Klassik 900167

Meer Mahler onder Jansons:
Maris Jansons dirigeert MAHLER 7
Mariss Jansons dirigeert MAHLER 5
MAHLER 8 van Mariss Jansons
MAHLER 4 Jansons

Als Gaza noch schön war – Samson et Dalila an der Met

Text: Mordechai Aranowicz

 

Samson et

© Ken Howard / Met Opera

Nach der Wiener Staatsoper, präsentierte nun die Metropolitan Opera eine Neuproduktion von Camille Saint-Saens Oper Samson et Dalila mit Roberto Alagna und Elina Garanca. Die geschmackvolle Neuproduktion des serbischen Musical-Regisseurs Darko Tresnjak eröffnete dieses Jahr die Met Saison und war optisch in jeder Hinsicht eine Freude.

Obwohl die Handlung im (antiken) Gaza spielt, erlag das Regieteam nicht der plumpen Versuchung, die Handlung mit dem Nahostkonflikt zu vermengen, sondern beliess das Werk schön, brav – und das meine ich als Kompliment –  in der Antike!

Samson garanca-alagna-saint-saens-ken-howard-met-opera

©Ken Howard / Met Opera

Bühnenbildner Alexander Dodge hatte dabei leicht abstrahierte Räume geschaffen, die die im Libretto geforderten Orte darstellten, und dabei orientalische Architektur mit futuristischen Elementen kombinierte, Linda Chos Kostüme beschworen die Zeit der Philister im biblischen Land Kanaan herauf.  Eine hochästhetische, geschmackvolle Produktion, die ein Werk respektiert und doch in ihrer Ausdrucksweise ganz im heute verhaftet ist.

Samson garanca

Elina Garanca, Roberto Alagna © Ken Howard / Met Opera

Musikalisch war man vor allem von Elina Garanca begeistert, deren sinnlicher Mezzo, nicht nur ihren Tenorpartner verführte, sondern das gesamte Opernhaus. Da stimmte jede Geste und Note, die berühmte Arie ‘Mon coeur s`ouvre à ta voix’ offenbarte die gesamte Ambivalenz des Charakters.

Samson

Roberto Alagna © Ken Howard / Met Opera

Roberto Alagna dagegen besitzt immer noch sein wunderbares kräftiges Timbre, zeigte jedoch in der Höhe deutliche Abnutzungserscheinungen, so klang insbesondere im dritten Akt und in der Schlussszene die Stimme oft verengt und fahl.

Samson Naouri

Laurent Naouri © Ken Howard / Met Opera

Rundum Grossartig dagegen der finstere Oberpriester des Dagons von Laurent Naouri und berührend die kurzen Auftritte Dimitry Beloselsky als altem Hebräer. Der Chor erbrachte eine rundum gelungene, beeindruckende Leistung. Die Tänze während des Bacchanale wirkten jedoch von Austin McCormick etwas einfallslos choreographiert.

Sir Mark Elder dirigierte das Met Orchester zwar genau und sängerfreundlich, hätte jedoch an manchen Stellen dramatischer zupackender dirigieren können. Darunter litt vor allem der Coup de Theatre der Schlussszene mit dem einstürzenden Tempel, zumal es auch die Inszenierung es an dieser Stelle bei Andeutungen beliess. Am Ende dieser insgesamt wunderbaren Aufführung gab es begeisterten Jubel für alle Beteiligten.

Trailer:

Onderkoelde ‘Das Lied von der Erde’

Mahler Das Lied Rattle.jpg

Kan iemand mij vertellen waarom de ene na de andere Mahler overal en continu gespeeld en opgenomen wordt? Mahler is geen lopende band fabrieksartikel, Mahler hoort ambachtelijk te worden uitgevoerd. Het trieste is dat het nu niet eens derderangs orkesten uit Timboektoe zijn die zich daar aan bezondigen. Nee, het zijn dirigenten van naam die zo nodig nog een ‘Mahlertje’ onder handen nemen.

Nu is er weinig mis met het voortreffelijk spelende orkest uit Beieren, al vind ik de aanpak van Sir Simon Rattle te soft, te kamermuziekachtig voor zoiets monumentaals als Das Lied von der Erde. Helaas zijn zijn solisten ronduit onvoldoende.

Stuard Skelton is een heroïsche tenor met dito stem en daar vraagt het werk ook om. Maar om dan meteen alle lyriek te gaan negeren en zich door ‘Das Trinklied von Jammer der Erde’ te gaan brullen?

Magdalena Kožená heeft noch het juiste timbre noch de kracht voor het werk. Haar vederlichte mezzosopraan (weet u nog dat Mahler het voor een echte alt componeerde?) klinkt teer en kwetsbaar, maar ook behoorlijk onderkoeld. In ‘Der Einsame im Herbst’ klinkt zij onvast en in ‘Der Abschied’ mist zij het belangrijkste wat het deel zo indrukwekkend en onvergetelijk maakt: de ‘traurigkeit’.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Stuart Skelton (tenor)
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Sir Simon Rattle
BR Klassik 90019

Lady Rattle in 2004, when she was called Magdalena Kožená…

Mahler/Schönberg/Riehn: Das Lied von der Erde

Jonas Kaufmann zingt Das Lied von der Erde. Had hij beter kunnen laten.

De Russische Debussy- Ravelovich en zijn ‘Narcisse et Echo’

Tcherenin

De wegen naar de roem zijn ondoorgrondelijk. Hoe komt het dat de naam van Nikolai Tcherepnin ons helemaal niets zegt en die van zijn leraar Rimski-Korsakov onmiddellijk aan de sprookjeswereld doet denken? Waarom bezitten wij ettelijke opnamen van Ravels Daphnis et Chloé maar van Narcisse et Echo hebben wij nog nooit gehoord?

Nikolai Tcherepnin was de zoon van de persoonlijke arts van Dostojevski. In zijn tijd was hij een zeer gewaardeerde en geliefde componist, dirigent  en muziekleraar: tot zijn leerlingen behoorde onder anderen ook Sergey Prokofjeff. In 1909 trad Tcherepnin toe tot de staf van Ballets Russes van Sergey Dyagilev. In 1911 is zijn ballet Narcisse en Echo met de sterbezetting in première gegaan: de hoofdrollen werden gedanst door Vaslav Nizhinsky en Tamara Karsavina.

Het sprookje over de mooie jongeling die op zijn eigen spiegelbeeld verliefd is geworden en voor de straf in een bloem werd veranderd, werd door de componist van een werkelijk goddelijk mooie muziek voorzien. En toch…. Ondanks het succes van de opvoeringen en ondanks de prachtige noten is het ballet (en de schepper ervan) in de vergetelheid geraakt. Triest.

Twintig jaar geleden (twintig en nog steeds onbekend!) verscheen op Chandos de allereerste opname van Tcherepnins ballet. En: mensen, wat is het mooi! Af en toe flitsen bekende deuntjes voorbij. De tovenaarsleerling (track 2), flarden Rimski-Korsakov, een minuscuul fragmentje Mozart, een beetje Janacek en zelfs… ja hoor, het zit er echt in: ‘It’s a wonderful world’ (track 6, na ± 6’50). Het is allemaal zeer beeldend en klinkt alsof het Tcherepnin was die de het impressionisme had uitgevonden. Ach, hij werd niet voor niets “Debussy- Ravelovich” genoemd.

De uitvoering van het Residentie Orkest en het koor uit Den Haag onder leiding van Gennadi. Rozhdestvensky is gewoonweg geweldig. Wat een ontdekking!

Nikolai Tcherepnin
Narcisse et Echo
The Hague Chamber Choir,  Residentie Orchestra The Hague olv Gennady Rozhdestvensky
CHAN 9670

Over José Vianna da Motta en zijn pianowerken

Jose Vianna da Motta

Een Portugese Schumann wordt hij wel eens genoemd. Hoe onterecht en hoe verkeerd! De in 1868 op het eiland São Tomé e Principe in de Golf van Guinee geboren José Vianna da Motta is anders. Minder zwaar op de hand, vrolijker, onbekommerder. Zeg maar: zuidelijker.

Schumann was een geniale borderliner met een soort ‘knop in zijn hoofd’ die hem deed balanceren tussen genialiteit en banaliteit en die hem uiteindelijk in de Rhijn deed belanden. Dat hoor je in zijn muziek en dat gegeven is bij Vianna da Motta totaal afwezig.

Jose Vianna

© José Eduardo Martins

José Vianna da Motta studeerde eerst in Berlijn bij de broers Xaver en Philipp Scharwenka en in 1885 kwam hij bij Franz Liszt in Weimar terecht. In 1927 speelde hij al Beethovens 32 pianosonaten in een reeks concerten, iets waar hij zijn naamsbekendheid voornamelijk aan heeft te danken.

Zijn werken zijn alles behalve vooruitstrevend. Ze zijn zonder meer heel erg leuk maar beklijven doen ze niet. Na twee keer luisteren weet je het allemaal wel en dan wordt het … hoe zal ik het zeggen: een beetje saai? Want op den duur hoor je alleen maar een ‘klanktapijt’.

Luís Pipa is een pianist van het grote gebaar en overweldigende klanken. Wellicht ligt het daar ook aan?


JOSÉ VIANNA DA MOTTA
Portugese Rhapsody No.4; Barcarolla no.2, op 17; Barcarolla no.1, op 1; Fantasiestück op.2; Sonata in D Major; Ballada, op.16; Serenata, op.8; Méditation
Luís Pipa (piano)
Toccata Classics TOCC 0481