Élisabeth Duparc, who created the role of Deidamia
Deidamia… Heeft iemand ooit van de opera gehoord? Buiten Händel-liefhebbers en -verzamelaars? De echte ‘diehards’ kennen uiteraard elke noot ooit door het Engels-Duitse barokgenie op papier gezet, maar een doorsnee operaliefhebber? Blijkbaar toch wel, want anders was de opera niet op het repertoire van De Nationale Opera gezet. Denk ik.
De opera beleefde haar première op 10 januari 1741 en haalde maar drie voorstellingen. Het publiek vond het niet leuk. Händel zelf vond het een mislukking.
Het verhaal: Achilles verkleedt zich als een meisje om aan de Trojaanse oorlog te ontkomen. Het werd hem immers voorspeld dat hij er niet levend uit zou komen. Hij heet nu Pyrrha en heeft een verhouding met Deidamia (hmm… was de lesbische liefde toen al toegestaan?).
Ulisses weet hem uit zijn tent te lokken en zo komt zijn ware identiteit aan het licht. Niet echt een verhaal waar je warm voor loopt, maar wij, operaliefhebbers, wij kijken niet op een absurditeit meer of minder neer. Zelfs Il Trovatore en La Forza del Destino slikken wij zonder morren, nietwaar? Zolang de muziek maar mooi is. En daar is de hond begraven. Zelf vind ik er niets aan (SORRY!).
Een lange zoektocht heeft zegge en schrijve één opname opgeleverd. Hij is al tien jaar oud en werd ooit op Virgin Classics uitgebracht. Lang heeft het niet geduurd voor de opname van de markt verdween. Maar hij kwam terug, in een 15cd-box met allemaal onbekende en minder bekende Händels: Rodrigo, Radamisto, Admeto, Fernando en Arminio (Virgin Classics 6958622).
Voor een Händel-verzamelaar is zo’n box natuurlijk een must. De opnamen zijn gemaakt tussen 1977 (Admeto) en 2005 en onder de uitvoerenden treffen we veel grote namen aan: Sandrine Piau, Patricia Ciofi, Joyce diDonato, René Jacobs, Lawrence Zazzo… Om er maar een paar te noemen.
Jammer genoeg zijn er geen libretto’s bijgeleverd, althans niet in een gedrukte vorm. Het is een ‘budget-uitgave’, dus dat kan ik nog begrijpen. Maar zonder synopsis kan je geen kant op, zeker met al dat onbekende. En daar helpt een apart geleverde cd met de teksten niet echt bij, want: hoe moet je het doen?
Maar net op de valreep voor de Amsterdamse première in 2012, heeft Virgin Classics de opera alweer los uitgebracht, en nu wel met een bijgeleverde synopsis. Ik besloot om Deidamia nog een kans te geven en vol moed heb ik de cd’s in mijn speler gestopt.
Het is niet gelukt en daar kan de – zonder meer goede – uitvoering niets aan doen. De dirigent is goed, de zangers zijn goed, maar de muziek vind ik dodelijk saai. Maar laat u niet ontmoedigen, het ligt ongetwijfeld aan mij!
Daar heb ik werkelijk enorm veel plezier aan beleefd! Nog nooit eerder heb ik Verdi’s eersteling (première 1839 in Milaan) op de planken gezien, en de opera van Bilbao is (was) voor mij terra incognita. Het begon meteen feestelijk. Het orkest onder de bezielende leiding van Yves Abel zette ferm in, en de ene na de andere meezinger kwam voorbij: hier een stukje Rigoletto, daar een snufje Luisa Miller, een aanzet tot Macbeth … Heerlijk.
Ook het bühnebeeld was betoverend mooi, geheel in stijl met de muziek (die toch het meeste aan Lucia di Lamermoor doet denken) en het verhaal. Het was alsof een schilderij van één van de Pre-Rafaëliten tot leven was gewekt. Een pijnlijk moment beleefde ik met de opkomst van Riccardo, de macho verleider die voor al die toestanden heeft gezorgd: de Uruguayaanse tenor Carlo Ventre beschikt weliswaar over een soepele stem, maar zijn metaalachtig timbre en geforceerde hoogte zijn niet mijn cup of tea.
De rest van de cast vond ik werkelijk adembenemend. Marianne Cornetti (Cuniza) en Evelyn Herlitius (Leonora) zongen en acteerden op een hoogst mogelijk niveau. Ildar Abdrazakov zette een fenomenale Oberto neer, alleen al voor zijn vertolking is deze DVD een must.
Giuseppe Verdi
Oberto
Ildar Abdrazakov, Evelyn Herlitzius, Carlo Ventre, Marianne Cornetti; Orquesta Sinfónica del Principado de Asturias olv Yves Abel
Regie: Ignacio Garcia
Opus Arte OA 0982 D
Het vocale oeuvre van Britten is vrijwel onlosmakelijk verbonden met één zanger, Peter Pears. Jarenlang waren ze partners zowel in de kunst als in het dagelijks leven. Voor Pears componeerde Britten zijn liederen en opera’s, en met diens stem in zijn hoofd maakte hij arrangementen van de Engelse volksliedjes.
Death in Venice, de laatste opera van de toen al zeer zieke Britten, werd ook voor zijn partner gecomponeerd. Zeker weten doe ik het uiteraard niet, maar ik denk dat Britten er iets meer van zijn eigen leven in gestopt heeft dan in zijn eerdere opera’s. En dat het sterk autobiografisch is.
Wat hebben we zoal om te vergelijken? Naast mijn speler liggen twee dvd’s en een cd. Nou ja, cd… Zeg maar gerust cd’s, want Decca heeft één van de grootse Britse componisten geëerd met een box met al zijn opera’s (4756029). In het acht schijfjes tellende tweede deel vindt u ook Gloriana, A Midsummer Night’s Dream, The Rape of Lucretia en The Turn of the Screw. Op Death in Venice en Gloriana na allemaal gedirigeerd door de componist zelf.
Om te zeggen dat de uit 1974 stammende opname zowat de beste is wat je je kan voorstellen, is natuurlijk een open deur intrappen. Het is niet alleen de meest voorbeeldige uitvoering (Peter Pears als Aschenbach en John Shirley-Quirk in al die baritonrollen) denkbaar, de opname zelf is ook waanzinnig goed: direct, helder en zo authentiek aandoend dat je de indruk krijgt dat het live is opgenomen. Steuart Badford dirigeert het English Chamber Orchestra.
TONY PALMER
Dezelfde dirigent, het orkest en de bariton komen we ook tegen in de film van Tony Palmer (TPDVD176), gefilmd op locatie in 1980. De rol van Gustav von Aschenbach werd overgenomen door Robert Gard, een mij onbekende tenor, die het werkelijk voortreffelijk doet. Al doet hij mij Pears niet vergeten.
De film is zeer realistisch en al doet het een beetje gedateerd aan (de typische jaren zeventig sfeer is alom aanwezig), het valt niet te ontkennen dat je als genageld op je stoel blijft zitten! De beelden ven Venetië zijn mooier dan mooi, de sfeer is beklemmend en de zanger-acteurs zijn meer dan voortreffelijk. Naast Gard en Shirley-Quirk viel mijn oog (en oor!) op een niet met name genoemde zanger in de rol van de Engelse klerk.
Op het doosje staat vermeld dat ook Pears eraan meedoet. Ik kon hem niet ontdekken, al meende ik zijn stem bij één van de figuranten bij de hallucinerende Von Aschenbach te horen.
PIER LUIGI PIZZI
Venetië hoort bij deze opera, natuurlijk. Vandaar dat een in die stad opgenomen voorstelling meer tot verbeelding spreekt dan één uit … (vul maar in). De in juni 2008 in La Fenice opgenomen productie (Dynamic 33608) is zonder meer bijzonder.
Pier Luigi Pizzi staat altijd garant voor mooie beelden en zijn ensceneringen zijn bijna altijd semirealistisch, maar dan met een twist naar zowel surrealisme als symbolisme.
In zijn voorliefde voor ballet kan hij soms te ver gaan, wat ook hier een beetje het geval is. Het koor en alle figuranten, zeeleden en gasten van het hotel bestaan uit prachtig geklede (of, zo je wilt, prachtig ontklede) bloedmooie dansers. Als er niet gedanst wordt, dan wordt er stilistisch gelopen en esthetisch gestaan.
Het is net een film en Visconti is niet ver te zoeken – zelfs de beroemde hoed die Silvana Mangano als Tadzio’s moeder droeg in die film is hier nagemaakt. Maar de sfeer is zeer beklemmend, de hitte voelbaar en het uiteindelijke resultaat zeer ontroerend.
Marlin Miller verdient een Oscar voor zijn rol van de gekwelde Von Aschenbach. Met zijn zakdoek zwaaiend en zweet afvegend probeert hij fatsoen te houden, om zich uiteindelijk aan de totale waanzin en het ijlen te moeten overgeven. Bravissimo!
Zijn stem is anders dan die van Pears. Ronder en meer gefocust, zeker naar de zaal toe, wat zijn verstaanbaarheid alleen maar ten goede komt.
Scott Hendricks is meer dan fenomenaal in al zijn ‘duivelse’ personages. Met een sardonische glimlach en zichtbaar veel plezier helpt hij Von Aschenbach zijn ondergang tegemoet.
Bruno Bartoletti weet van het orkest uit La Fenice de mooiste klanken te ontlokken.
Mijn kleine bezwaar: Tadzio (een bloedmooie, het valt niet te ontkennen, Alessandro Riga) is optisch te oud en te zeker van zichzelf. Toch – zeer, zeer aanbevolen.
MEER BRITTEN
Bij Intens Media (nooit van gehoord, er staat ook geen enkele informatie bij) is een box met 10 cd’s van Britten verschenen (bestelnummer 60047). Veel bekend materiaal, maar ook een paar (voor mij) nieuwe dingen, zoals de opname van Serenade for Tenor, Horn and Strings uit 1953 of het ballet The Prince of the Pagodas. Dat behoort zeker niet tot Brittens bekendste werken; het is dan ook fijn om het in de box tegen te komen.
De box is niet echt iets voor een doorgewinterde Britten-verzamelaar, maar voor een beginner en/of een geïnteresseerde liefhebber zonder meer een ‘hebbeding’. Zeker voor de prijs: rond de 15 euro.
Vergeet ook niet de prachtige documentaire Benjamin Britten & his Festival van Tony Palmer (TPDVD174). Het zeer korrelige beeld moet je voor lief nemen, maar alleen al de optredens van Julian Bream en Peter Pears die Schubert zingt maken het aanschaffen van de dvd meer dan waard!
Het is niet de eerste keer dat Marek Janowski zich over de partituur van Der Freischütz ontfermt. Al 25 jaar geleden nam hij de opera voor RCA op en het resultaat was zonder meer goed, maar niet echt uitzonderlijk. Er waren betere uitvoeringen te vinden: Colin Davis bij voorbeeld. Of Harnoncourt. Maar nu, 25 jaar later schrijft hij er geschiedenis mee.
Dat is aan meer factoren te danken. Allereest is er de opnametechniek, iets wat voor mij niet als de grootste prioriteit geldt maar nu werd ik er door totaal overrompeld. Het voelde alsof de hele cast, inclusief het orkest zo maar in mijn kamer stond en ik op een live concert werd getrakteerd. Ook nog eens voor mij alleen. Een weelde. En dan de zangers!
De jonge Noorse sopraan Lise Davidsen is een Agathe uit duizenden. Haar vertolking is alleen maar met die van Birgit Nilsson te vergelijken. Overweldigend. Andreas Schager is een zeer tot de verbeelding sprekende Max en Alan Held een duivelse Kaspar. Ook Markus Eiche (Ottokar) en Sofia Fomina (Änchen) kunnen mij zeer bekoren.
Maar vergeet de dirigent niet! Hoe hij zijn orkest door de partituur weet te leiden is niet minder dan briljant. De eerste maat alleen al… wow!
In the nineties of the last century the (once very renowned) classical music label Decca started an unsurpassed series ‘Entartete Musik’. Under the supervision of producer Michael Haas, works were recorded by composers who were persecuted by the Nazis, many of whom were murdered in concentration camps and then ignored and even forgotten for decades.
The series didn’t last long. Sales figures were disappointing, Haas was fired, and most of those CDs are now out of print.
Franz Waxman
Every true fan of film classics knows the music of Franz Waxman. His compositions for Rebecca, Sunset Boulevard and A Place in the Sun, among others, have earned him numerous Oscar nominations and twice he was actually awarded the statuette.
For Humoresque by Jean Negulesco, starring Joan Crawford and John Garfield, he composed an outright hit: ‘Carmen Fantasie’ (played in the film by Isaac Stern), a virtuoso piece for violin and orchestra that is ubiquitous in concert halls and on recordings.
However, few people know that he has also composed ‘serious’ music. It is simply ignored.
Eric Zeisl
Zeisl’s name is almost completely forgotten nowadays. Harmonia Mundi once recorded some of his chamber music works, but these recordings too have since disappeared from the catalogue. Both composers were contemporaries with a similar fate, who ended up in Hollywood on the run from the Nazis. If their respective fates are similar, their music in no way is.
The song cycle Das Lied von Terezín consists of eight poems, written by Czech children between the ages of 12 and 16 during their stay in the Theresienstadt concentration camp.
Deeply affected by the fate of these children, Waxman composed a very moving piece of music in 1965 that, in terms of its power of expression, can be compared to Schoenberg’s A Survivor from Warsaw. The majority is written in the twelve-tone technique, but there is also a clear influence of Zemlinsky (‘Der Garten’) and in ‘Dachbodenkoncert in einer alten Schule’ a motive from Beethoven’s Mondscheinsonate is quoted. The whole is performed very movingly by the two choirs and the mezzo-soprano Della Jones.
Eric Zeisl’s Requiem Ebraico is based on Psalm 92 and is dedicated to the composer’s father and ‘all the victims of the Jewish tragedy in Europe’. Zeisl’s music is very melodic and strongly influenced by Jewish and Hebrew themes. It is unbelievable that it is not performed more frequently!
Franz Waxman: The Song of Terezín
Eric Zeisl: Requiem Ebraico
Deborah Riedel, Della Jones, Michael Kraus
Rundfunk-kinderchor Berlin, Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin conducted by Lawrence Foster (Decca 4602112)
Het zijn gouden tijden voor de Rossini liefhebbers: de ene na de andere vergeten opera van hun idool wordt vanonder de mottenballen gehaald en afgestoft. Sterker: ze worden ook daadwerkelijk uitgevoerd al was het maar tijdens een festival.
En nu, niet voor de eerste keer trouwens worden we getrakteerd op Sigismondo. Niet echt een hoogvlieger, maar de opera biedt ruim twee uur aanstekelijke muziek. Met af en toe ook een heerlijke ‘aha – moment’ van herkenning, want: hey, hoor ik nu niet een stukje Barbiere di Sevilla? Jazeker. Maar ook Elisabetta, regina d’Inghilterra komt om de hoek kijken. Ik hoor de liefhebbers al knorren van plezier en gelijk hebben ze.
Dus, Rossiniannen, let op! Hier komt de Poolse koning Sigismondo! Opgejut door zijn vriend Ladislao (denk aan Jago!) laat hij zijn vrouw Aldimira wegens een vermeend overspel ter dood veroordelen. Daar wordt hij zelf letterlijk gek van, maar – o wonder der wonderen! – Aldimira blijkt levend en wel te zijn en zij vergeeft het hem ook nog eens. Eind goed al goed.
Keri-Lynn Wilson dirigeert ferm en met veel begrip voor de partituur. Marianna Pizzolato is een goede (maar niet meer dan dat) Sigismondo, Hera Hyesang Park een mooie, lyrische Aldimira en Kenneth Tarker een uitstekende Ladislao. De opera werd in oktober 2018 in München live opgenomen en het geluid is voortreffelijk.
GIOACHINO ROSSINI
Sigismondo
Hera Hyesang Park, Marianna Pizzolato, Rachel Kelly, Kenneth Tarver, Gavan Ring, Guido Loconsolo, Il Hong, Olga Watts Chor des Bayerischen Rundfunks; Münchner Rundfunkorchester olv Keri-Lynn Wilson BR Klassiek 900327Keri-Lynn_Wilson
Les Huguenots, ooit één van de meest succesvolle opera’s in de geschiedenis van de Parijse Opera, had het ongeluk om, samen met haar schepper, door de Nazi’s als ‘Entartet’ (ontaard) bestempelt te worden. Een van de redenen waarom het werk decennialang werd genegeerd en maar sporadisch uitgevoerd.
Marguerite de Valois is altijd één van de favoriete rollen van Dame Joan Sutherland geweest. Zij zong haar al in 1962 in La Scala en ze koos ervoor om haar te zingen in haar laatste operaproductie op het toneel, op 2 oktober 1990 in Sydney.
De stem van de ruim 60-jarige La Stupenda is niet zo vast meer, maar haar hoogte en haar coloraturen mogen er nog steeds wezen en op Amanda Thane (Valentine) en de werkelijk schitterende Suzanne Johnston (Page) na haalt geen van de zangers haar niveau. Er wordt wel heel erg goed geacteerd en ook het onvermijdelijke ballet is allesbehalve irritant.
De kostuums en het decor zijn natuurgetrouw en beeldend mooi, en het hele toneel lijkt het meest op een groot, zeventiende-eeuws schilderij. De zeer traditionele productie is niet alleen prachtig om te zien om ook waanzinnig spannend: zie hier het bewijs dat een goede regisseur (Lotfi Mansuri) geen concepten nodig heeft om een boeiend theater te maken.
Giacomo Meyerbeer
Les Huguenots
Joan Sutherland, Amanda Thane, Anson Austin, Suzanne Johnston; The Elisabethan Sydney Orchestra olv Richard Bonynge
Regie: Lotfi Mansuri
Opus Arte OA F4024 D
Ik ben geen echte liefhebber van de Duitse romantische opera’s wat niet zegt dat ik er niet van kan genieten. Maar dan moet de uitvoering echt goed zijn. En dat is deze Euryanthe zeer zeker. De opera werd in december 2018 in Wenen live opgenomen, wat de sfeer alleen maar ten goede komt: je proeft als het ware het theater.
Het ORF Radio Symphony Orchestra is een streling voor het oor. De jonge Duitse dirigent Constantin Trinks heeft duidelijk affiniteit met het genre: alleen voor hem en zijn orkest is de aanschaf van deze cd een must. Maar onderschat het Arnold Schoenberg Chor niet! Ook zij dragen aan het slagen van deze productie bij en niet een beetje ook!
En dan zijn er nog de solisten. Jacquelyn Wagner is een zeer goede Euryanthe: haar romige sopraan en haar souplesse doen je echt geloven dat zij de onschuldige maagd is. Norman Reinhardt zingt een zeer overtuigende Adolar maar de erepalm gaat naar het schurkenpaar: Andrew Foster-Williams( Lysiart) en Theresa Kronthaler (Eglantine).
Robert Schumann vond de opera “Een ketting van glinsterende juwelen van begin tot het eind. Allemaal geestig en ingenieus”. Zo ver wil ik niet gaan, maar eerlijk is eerlijk: hier heb ik intens van genoten.
CARL MARIA VON WEBER
Euryanthe
Stefan Cerny, Norman Reinhardt, Jacquelyn Wagner, Andrew Foster-Williams;
Arnold Schoenberg Chor, ORF Vienna Radio Symphony Orchestra olv Constantin Trinks
Capriccio C5373
Ooit van Eduardo e Cristina van Rossini gehoord? Nee? Bijna niemand en toch was de opera ooit buitengewoon succesvol. De première vond plaats in Venetië op 24 April 1819 en was een zo groot succes dat er niet minder dan 24 opvoeringen volgden. Edoch: na 1840 verdween de opera van de affiches.
Heel erg wonderlijk is het niet. Succes of geen succes: voor Rossini was het een haastig ‘tussenwerkje’ waarvoor hij het een en ander van zijn andere opera’s heeft hergebruikt. Zijn partituur is voornamelijk opgebouwd uit delen uit Adelaide di Borgogna, Ricciaro e Zoraide en, voornamelijk Ermione. Daarbij schroomde hij niet om ook bij collega’s leentjebuur te spelen: niet echt ongebruikelijk in de tijd. Het resultaat is een alleraardigst pastiche waar je veel plezier aan kunt beleven om het daarna gewoon weer te gaan vergeten.
De opera werd in 2017 in Bad Wildbad live opgenomen en ik denk, nee ik weet zeker dat de Rossiniannen onder ons daar buitengewoon blij mee zullen zijn. Zeker ook omdat de uitvoering zonder meer goed is.
De Amerikaanse tenor Kenneth Tarver (Carlo) steelt de show als de Zweedse koning Carlo, zijn hoge noten zijn loepzuiver en zijn coloraturen onberispelijk. Een beetje moeite had ik met Silvia Dalla Benetta (Cristina), maar Laura Polverelli zingt een onberispelijke Eduardo en de bas Baurzhan Anderzhanov imponeert als Giacomo. Gianluigi Gelmetti dirigeert alsof zijn leven er van afhangt.
GIOACHINO ROSSINI
Eduardo e Cristina
Kenneth Tarver, Silvia Dalla Benetta, Laura Polverelli, Baurzhan Anderzhanov, Xiang Xu
Camerata Bach Choir Poznan, Virtuosi Brunensis olv Gianluigi Gelmetti
Naxos 8660466-67
Vroeger hield ik niet van de opera. Ik was gek op vioolconcerten en pianosolowerken, heel vroeg leerde ik kamermuziek te waarderen en toen ik iets ouder werd kwamen ook liederen op mijn weg. Maar opera? Het idee alleen dat er een oude, dikke dame een jong meisje moest verbeelden die aan tbc stierf bezorgde mij al de slappe lach. Over vooroordelen gesproken!
Tot ik, op een memorabele avond in 1982 de tv aanzette om naar Carmen te kijken. Ik deed het alleen maar om mijn toenmalige vriendje te “pleasen” en toen gebeurde het. Vanaf die avond was de wereld dezelfde niet meer, en mijn leven een grote liefde rijker.
De bewuste Carmen heb ik jarenlang op een slecht gekopieerde maar peperdure mc (weet iemand nog wat het was?) gekoesterd. Het kwam later uit op verschillende ‘piratenlabels’ en uiteindelijk op dvd (Arthaus Musik 109096).
Inmiddels ben ik vele jaren en ervaring verder, maar nog steeds vind ik de opname onweerstaanbaar. Allereerst vanwege Domingo. Luister naar zijn ‘La fleur que tu m’avais jetée’: als je daar geen kippenvel van krijgt, dan weet ik het niet meer. En ook vanwege Carlos Kleiber, een dirigent zoals ze tegenwoordig niet meer gemaakt worden.
De allermooiste cd-opname, althans voor mij, is die met Teresa Berganza onder Claudio Abbado (DG 4196362). Het werd in 1978 in de studio, maar wel na een serie live-voorstellingen, opgenomen en dat hoor je. Ileana Cotrubas (Micaëla) en Sherrill Milnes (Escamillo) completeren de voortreffelijke cast.
Twee jaar eerder heeft Domingo de opera ook al in de studio opgenomen (Decca 4144892), maar daar ben ik er minder over te spreken. Solti dirigeert voortreffelijk en Tatiana Troyanos is een Carmen uit duizenden, misschien zelfs beter dan Berganza, maar José van Dam is geen Escamillo en het geheel mist de theatersfeer.
De allereerste, mij bekende opname dateert uit 1967. Het komt uit het Teatro Municipal de Santiago en staat onder de leiding van Anton Guadagna (Legato LCD 194-2). Regina Resnik is een voortreffelijke Carmen, maar wat de opname echt memorabel maakt is de Escamillo van Ramon Vinay, ooit zelf een Don José van formaat.
Interessant ook de opname uit Covent Garden, 1973 (Arkadia MP 498-3). Voornamelijk vanwege Shirley Verrett in de hoofdrol en de piepjonge Kiri te Kanawa als Micaëla.
MASSENET: Werther
Werther was één van de geliefde rollen van de jonge Domingo. Helaas is er weinig van gedocumenteerd gebleven. Op 18 december 1977 werd de opera door de Bayerische Rundfunk in München opgenomen. Deze opname is inmiddels ook op cd uitgebracht (Orfeo C 464 982).
Charlotte werd toen gezongen door Brigitte Fassbaender, niet echt een zangeres met wie je de rol associeert… Nou! Laat je verrassen, want wat hier gebeurt, hoor je werkelijk heel zelden: drama, passie, liefde, wanhoop… Ze spat samen met Domingo werkelijk van je speler af.
Een fragment:
In 1979 werd er een studio opname van de opera gemaakt, onder Riccardo Chailly, met een totaal miscastte Elena Obraztsova als Charlotte. Het is best spannend, maar de poëzie ontbreekt.
Massenet: Manon
Ja, ook Manon behoorde ooit tot Domingo’s repertoire. De enige opname die ik ken, staat op Melodram (MEL 27054). Het is live opgenomen in de New York City Opera op 20 februari 1969. Manon wordt gezongen door de werkelijk onweerstaanbare Beverly Sills. Julius Rudel dirigeert.
Massenet: Le Cid
Een rariteit, zeker, maar wat een mooie rariteit! Sony (7454942 – check voor alle zekerheid het nummer, ze veranderen zo gauw!) heeft de concertante uitvoering in New York, 1989, live opgenomen. Eve Queler dirigeert en Grace Bumbry schittert als Chimene.
Gounod: Faust
Gelukkig voor de liefhebber bestaat er van Domingo’s Faust een goede studio-opname. Het is in 1979 door EMI (tegenwoordig Warner)) opgenomen en in dit geval kan je rustig van één van de beste opnames van het werk spreken. Het orkest van de Parijse Opera staat onder leiding van Georges Prêtre, één van de beste dirigenten voor het Franse repertoire.
De cast is om je vingers bij af te likken: Mirella Freni is een broze en sensuele Marguerite en Nicolai Ghiaurov een zeer imponerende Méphistophéles. In de kleine rol van Valentin horen we niemand minder dan Thomas Allen.
Saint-Saëns: Samson et Dalila
EMI (nu Warner dus) heeft de opera in 1991 in Parijs opgenomen. De dirigent was Myung-Whun Chung en daar wringt de schoen: hij heeft er geen kaas van gegeten. Maar hij was niet de enige boosdoener! Iemand kwam op het onzalige idee om Dalila door Waltraud Meier te laten zingen. Forget it.
De andere studio-opname, ditmaal op dvd (DG 0730599), heeft ook een Dalila waar je niets mee kan: Olga Borodina. Het is in 1998 in de Metropolitan Opera opgenomen. Ik was erbij en vond het niet leuk – en ik vind het nog steeds niet leuk.
Nee, geef mij maar de opname uit San Francisco! De regie was in handen van Nicolas Joel en Dalila werd gezongen door de echt sexy Shirley Verrett (Arthaus Video 100 202)
Offenbach: Les Contes d’Hoffmann
Hoffmann was één van Domingo’s grootste rollen. Daar komt, wat mij betreft, geen andere zanger zelfs in de buurt.
Wilt u de opera op cd hebben dan is de Decca opname onder leiding van Richard Bonynge, met Dame Joan Sutherland in alle drie de vrouwelijke rollen (4173832) zeer aan te bevelen