LES HUGUENOTS Brussel 2011

1mbmeyerbeer_ap

Meyerbeer omringt door de personages uit zijn opera’s

Les Huguenots, ooit één van de meest succesvolle opera’s in de geschiedenis van de Parijse Opera (alleen al in het jaar na de première in 1836 waren er meer dan duizend voorstellingen!), had het ongeluk om, samen met zijn schepper Meyerbeer, door de nazi’s als ‘Entartet’ bestempeld te worden. Eén van de redenen waarom het werk decennia lang nog maar sporadisch werd uitgevoerd.

Daar heeft ook Wagner een zeer kwalijke rol in gespeeld. Gedreven door jaloezie (hij heeft ook het een en ander van Meyerbeer ‘geleend’) en een dierlijk antisemitisme heeft hij de opera en zijn maker de grond ingeboord. Nog steeds wordt wel eens smalend over Meyerbeer en zijn muziek gedaan, men vindt het allemaal hoempapa en klatergoud. Hoe onterecht!

Ten eerste moet je de muziek in haar tijd plaatsen, dus: Rossini, Bellini en Donizetti. Ten tweede had Parijs zijn eigen regels waar geen ontkomen aan was: men wilde een ‘Grand Opéra’, met alles erop-en-eraan en vooral met veel ballet. In dat kader bezien zijn zijn opera’s, die vaak als thema’s racisme, intolerantie, misbruik van religie en het gevaar van sektarisme hebben, zeer innoverend.

De muziek wijst al vooruit naar Rigoletto (Gilda-motief) en de page Urbain was zonder meer de inspiratiebron voor Oscar (Ballo in Maschera). Ook Bizet en Berlioz hebben rijkelijk van de partituren van Meyerbeer geprofiteerd en wat dacht u van het liefdesduet en de daaropvolgende liefdesdood van Raoul en Valentine – komt het de operakenners en -liefhebbers niet ‘een beetje’ bekend voor?

De allereerste ‘Valentine’ ooit werd gezongen door Cornélie Falcon, een donkere sopraan, die zo veel impact op de door haar gezongen rollen heeft gehad, dat dat specifieke stemtype naar haar genoemd werd. Ik kan natuurlijk alleen maar gissen hoe ze in het echt heeft geklonken, maar het is zeer aannemelijk dat de Zweedse Ingela Brimberg daar dichtbij in de buurt komt. Zij beschikt over een grote, zeer doordringende stem met donkere ondertonen en een zeer sterke resonantie. In de hoogte raffelde ze er wel eens een nootje af – wat meer legato zou haar sieren – maar dat even terzijde. In mijn oren was ze een Valentine uit duizenden.

_1mb5291

copyright Baus / De Munt

Marguerite de Valois is altijd één van de favoriete rollen van Joan Sutherland geweest, zij zong haar al in 1962 in La Scala, en ze koos ervoor om haar te zingen in haar laatste operaproductie op het toneel, op 2 oktober 1990 in Sydney. Henriette Bonde-Hansen is natuurlijk geen Sutherland, maar zij was zo bij haar rol betrokken, gaf haar zo een impact, dat je gauw La Stupenda ging vergeten. Een mooie verschijning ook en in de zeer erotisch getinte tweede akte kon je amper je ogen van haar afhouden

_1mb4659

copyright Baus / De Munt

John Osborn (Raoul) is niet alleen een zeer muzikale, maar ook een intelligente zanger. Hij begon een beetje aarzelend, in het begin klonk zijn beroemde en beruchte hoogte een beetje geknepen en vermeed hij forte-passages. Zo was zijn romance ‘Plus blanche que la blanche hermine’ (prachtig op de bühne begeleid door viola d’amore) een beetje aan de voorzichtige kant.

_mb74916

copyright Baus / De Munt

Naarmate de opera vorderde gingen echter steeds meer remmen los en liet hij zich helemaal gaan, wat in de twee laatste aktes in een regelrechte triomf resulteerde. Zo iets heet ‘strategisch’ zingen en dat deed mij kraaien van plezier. Niet alleen vanwege al die, met zoveel inleving mooi gezongen noten. Maar ook, omdat ik er nu vrijwel zeker van ben dat hij zijn prachtige instrument zal koesteren om niet als een nachtkaars uit te gaan en voortijdig in de la met ‘er was eens een zeer veelbelovende zanger’ te eindigen

Enorm veel bewondering had ik voor Jean-François Lapointe als de Nevers. Zijn personage is al bijzonder sympathiek, maar hij wist hem met zijn mooie, warme bariton dat kleine beetje extra te geven. Bovendien zingt hij in alle voorstellingen en daar neem ik mijn petje voor af, want de rol is beslist niet klein!

Helemaal weg was ik van de (jonge!) bas François Lis in zijn rol van de oudgediende Marcel. Niet vaak krijg je de gelegenheid om een echte Franse ‘basse chantante’ te horen. Nou … nu stond er één, een beetje chargerend in zijn spel, maar dat zij hem vergeven – zijn rol is er ook een beetje naar.

Philippe Rouillon wist als Comte de Saint–Bris volledig te overtuigen en Blandine Staskiewicz was een zeer aardige Urbain. Niet hemelbestormend in haar zang, maar wel degelijk aanwezig.

Speciale vermelding verdient het meer dan het uitstekende koor van de Munt (koorleider: Martino Faggiani). Zij zongen werkelijk de sterren van de hemel, daar wordt een mens stil van.

Met Mark Minkowski in de orkestbak weet je bij voorbaat al dat het orkest, zelfs in zo’n beladen en groots opgezette opera als Les Huguenots, licht gehouden zou worden. Hij heeft de partituur (er werd gespeeld zonder een enige coupure, BRAVO!) afgestoft en voorzien van delicate lyriek, maar bij de massascènes – en dat zijn er heel wat! – pakte hij helemaal uit.

Ik moet u eerlijk bekennen dat ik, na het debacle van Romeo & Juliette in Amsterdam, een beetje bang was voor alweer een Srebrenica, of, erger nog – Palestijnse gebieden. Niets daarvan. Olivier Py heeft het verhaal met zijden handschoenen aangepakt: hij hield zich strikt aan het verhaal en volgde het libretto zeer nauwkeurig op.

De enige verwijzing naar de toekomst was in de laatste akte – een lichte reminiscentie aan de Kristallnacht, prachtig verbeeld met lichten en glas. De laatste scène voerde ons naar het begin van de jaren veertig en de Jodenvervolging. Hierbij moet ik opmerken dat het zo subtiel was gedaan dat het nergens storend of er met de haren bijgesleept overkwam.

_1mb5538

copyright  Baus / De Munt

Net zomin als Minkowski schuwde ook Py, waar nodig, het spektakel niet, bovendien trakteerde hij ons op prachtige tableaux-vivants. Een lust voor het oog, daar sommige scènes letterlijk uit de schilderkunst lijken te zijn overgewaaid: wat dacht u van ‘La Danse’ van Matisse, of ‘La Liberté Guidant le Peuple’ van Delacroix?

De decors zijn een verhaal apart. Pierre–André Weitz creëerde zeer realistische en toch genoeg tot de verbeelding sprekende beelden. Het meeste leek het op een spannende film, waar de grens tussen realiteit en fantasie zeer vloeiend is. Dankzij de zeer vernuftige techniek duurden de changementen maar een paar seconden, waardoor we zo van het paleis van de Nevers in de tuinen van Marguerite met badende schonen konden belanden. Adembenemend mooi.

De kostuums, waar Weitz ook verantwoordelijk voor was, waren historisch en modern tegelijk, zonder dat het ergens afbreuk deed aan de geloofwaardigheid. De katholieken leken uit de renaissance-schilderijen te zijn gewandeld en de protestanten kregen een geheel zwarte outfit. Het ballet (choreografie: Olivier Py en zijn assistent in samenwerking met hun vaste groep dansers/acteurs) werd intiem gehouden en was niet alleen uiterst boeiend om te zien, maar ook helemaal verweven met de actie.

_1mb4722

copyright Baus / De Munt

Jammer genoeg bestaat er geen officiële trailer van de productie. Op Youtube zijn er een paar fragmenten te vinden, helaas is de kwaliteit ervan echt slecht.

Toch wil ik u de finale van de derde akte laten zien, om u een beetje de indruk te kunnen geven

Giacomo Meyerbeer
Les Huguenots
Henriette Bonde-Hansen, Ingela Brimberg, Blandine Staskiewicz, John Osborn, Philippe Rouillon, Jean-François Lapointe, François Lis e.a.
Koor en Orkest van de Munt olv Marc Minkowski
Regie: Olivier Py

Bezocht op 24 juni 2011

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s