DNO

De voorstelling van ‘De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja’ werd gedragen door Svetlana Akesonova. Ook op DVD

kitesj-bilibin

Sketch voor de opera van Ivan Bilibin (1929)

Het is één van de mooiste Russische sprookjes, het verhaal over een meisje dat met haar gebeden een stad onzichtbaar weet te maken, waardoor de vijand het niet kan innemen. Natuurlijk is er ook liefde in het spel en ook verraad, maar er is – hoe kan het anders in een sprookje? – ook een God die ingrijpt en er voor zorgt dat alles uiteindelijk goed komt. Al is het “over the rainbow”. Of in dit geval onder het meer.

De tijden van gewoon sprookjes vertellen zijn voorbij, zeker in de opera. Regietheater heeft er voor gezorgd dat een verhaal – ongeacht of het wel of niet met het libretto (en zelfs de muziek!) klopt – aan actuele gebeurtenissen en situaties moet worden gerelateerd. Vaak leidt het tot bespottelijke producties, die al na een jaar gedateerd zijn, maar soms gebeurt er een klein wonder.

 

.

Zo’n wonder was Tcherniakovs De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja. De Amsterdamse productie werd in 2013 gelauwerd als de beste operaproductie van het jaar. Ook de opname die Opus Arte van de opera maakte is in de prijzen gevallen: de dvd heeft in 2015 International Classical Music Award in de wacht gesleept.

Volkomen terecht. Tcherniakov heeft het sprookje dan wel “ontsprookt”, maar niet voordat hij ons kennis heeft laten maken met een volkomen idylle. En met een sprookjesachtig meisje, dat als zijnde een goede fee in volkomen harmonie leeft met de natuur. De gruwelijke en brute handelingen die erna kwamen hebben er voor er gezorgd dat de schrik er voor altijd in kwam te zitten. Bloedmooi en gruwelijk tegelijk.  “Na alles wat er is gebeurd, zal het leven nooit meer hetzelfde zijn”, schreef Tsjerniakov in zijn inleiding. Woorden, die hij op een congeniale manier voor ons plastisch verbeeldde.

Toen de productie in première ging moest ik aan terroristische aanslagen op het theater in Moskou en de school in Beslan denken; maar inmiddels heeft de realiteit het theater ingehaald. Want: Groot Kitesj als symbool voor Parijs, dat zou nooit in onze hoofden opkomen. Noem het visionair…

kitesjaksenova

Svetlana Aksenova  (Fevronja) ©Monika Rittershaus

De voorstelling werd gedragen door Svetlana Aksenova die in haar rol een heuse tour de force heeft volbracht en dat niet alleen vocaal!

Naast haar was het voornamelijk John Daszak, die als de zuiplap Grisjka een fenomenale acteerprestatie leverde. In zijn stem miste ik iets van de melancholie die de tenoren van de oude Russische School zo eigen was, maar zij bestaan waarschijnlijk ook niet meer.

kitesj-met

Gennady Bezubenkov, John Daszak, Morschi Franz, Peter Arink ©Monika Rittershaus

Alexei Markov zong een indrukwekkende Fjodor en Mayram Sokolova ontroerde als het knaapje. Morschi Franz en Peter Arink leverden sterke bijrollen als de twee edelen. Maar de werkelijke hoofdrol was weggelegd voor het meer dan imponerende Koor van De Nationale Opera (instudering Martin Wright).

Trailer van de productie:

Nikolai Rimsky-Korsakov
The legend of the invisible city of Kitezh
Svetlana Aksenova, John Daszak, Vladimir Vaneev, Maksim Aksenov, Vladimir Ognovenko, Alexey Markov e.a.
Chorus of the Nationale Opera (Martin Wright), Netherlands Philharmonic Orchestra/Marc Albrecht
Director: Dmitri Tcherniakov
Opus Arte OA 1089 D

zie ook: SVETLANA AKSENOVA

ARABELLA uit Amsterdam

CC72686 - Omslag+++.inddVan alle late opera’s van Strauss is Arabella mij het dierbaarst. Daar heb ik geen logische verklaring voor. Of, misschien toch: ooit, jaren geleden hoorde ik op de radio hemelse muziek die gezongen werd door stemmen die mijn oren meer dan streelden. Het bleek Arabella te zijn, met in de hoofdrollen Lucia Popp en Bernd Weikl.

De hemelse klank werd toen voor altijd in mijn geheugen gegrift en in mijn lange zoektocht naar dezelfde sensatie heb ik de ene na de andere Arabella verslonden.

De productie van de Nationale Opera moest ik door omstandigheden missen, vandaar dat ik maar al te blij werd met de live registratie. Het is een behoorlijk goede uitvoering geworden, waar weinig op aan te merken is. Maar een hoogvlieger is het in mijn ogen niet.

Trailer van de productie:

Jacquelyn Wagner (Arabella) heeft een mooie, zilverkleurige sopraan, maar ik mis de in elkaar overvloeiende fluwelige lijnen. Haar portrettering vind ik ook een beetje onevenwichtig.

Agneta Eichenholz is een fatsoenlijke, goed zingende maar niet echt opwindende Zdenka.

Will Hartmann is geen goede Matteo. Voor de rol klinkt zijn stem te oud en te versleten.

Susanne Elmark (Fiakermilli) vind ik een ramp – onzuiver en schreeuwerig – en ook James Rutherford (Mandryka) kan mij niet echt bekoren. Zijn stem is megagroot en zeer imponerend, maar hij is meer een Wotan dan een ongelikte charmante beer uit Kroatië.

Charlotte Margiono is een heerlijke Adelaide en ook de drie graven zijn voortreffelijk bezet. Kon Marcel Reijans, één van die graven, de rol van Matteo niet overnemen?

Het orkest onder Marc Albrecht speelt, zoals het de laatste tijd helaas vaker het geval is, gewoon te hard.


 

RICHARD STRAUSS
Arabella
Jacquelyn Wagner, Agneta Eichenholz, James Rutherford, Will Hartmann, Susanne Elmark, Charlotte Margiono e.a.
Netherlands Philharmonic Orchestra olv Marc Albrecht
Challenge Classics CC72686 • SACD 195’ (3cd’s)

 

 

JEVGENI ONJEGIN van Stefan Herheim

onegindvd

Jevgeni Onjegin is een ware ‘antiheld’. Sterker: hij is een nogal saaie en verveelde kwast. Door nalatenschap is hij een rijk man geworden en heeft toegang tot de high society, maar alles verveelt hem en eigenlijk weet hij zelf niet wat hij wil. Hij kleedt zich volgens de laatste mode, de vraag is alleen of hij het doet omdat hij van mooie kleren houdt, of omdat het nu eenmaal zo hoort.

Want hoe de dingen horen dat weet hij wel. Hij maakt ook amper een ontwikkeling door in de loop van de opera. Hij doodt zijn beste vriend en zelfs dat laat hem onberoerd. Pas aan het eind wordt hij ‘wakker’ en er komt iets van een gevoel bij hem binnen. Niet echt iemand aan wie je een opera kan ophangen, vandaar ook dat voor veel mensen de echte hoofdpersoon niet Onjegin maar Tatyana is.

Wellicht. Maar één ding weet ik zeker: de opera gaat niet over de geschiedenis van Rusland. Net zo min trouwens als de roman in verzen van Poesjkin, waar het libretto, geschreven door de componist zelf, zeer losjes op is gebaseerd.

Er zijn veel prachtige voorstellingen van de opera gemaakt: denk aan Carsen, Tsjernjakov of Deborah Warren, om maar een paar te noemen. Daar hoort Herheims visie volgens mij niet bij. Bij de première vijf jaar geleden was het DNO-publiek buitengewoon enthousiast en de meeste recensenten spraken er met lof over.

Zelf vond het een misselijkmakend samenraapsel van van alles: bruine beren, astronauten, geestelijken, KGB, circus, Syberië, tsaren en de nieuwe rijken (lees: de Russische maffia). Maar het allerergste wat Herheim deed was het om zeep helpen van één van de ontroerendste tenoraria’s uit de operageschiedenis. Terwijl de arme Lenski (prima Andrej Dunaev) afscheid neemt van zijn liefde en zijn leven, wordt het beeld verstoord door de weggevoerde gevangenen.

Om één van mijn Engelse collega’s te citeren: “If a director wants an opera of Pushkin’s Onegin he should write a new libretto and commission appropriate new music. Otherwise, he deserves a visit from Tchaikovsky’s vengeful ghost….”

Bo Skovhus, ooit één van mijn lievelingszangers, voor wiens Onjegin ik ooit naar Parijs ben afgereisd, was de rol inmiddels ontgroeid. Maar het is nog steeds heel erg fijn om naar hem te kijken en te luisteren.

Krassimira Stoyanova daarentegen vind ik nog steeds één van de ontroerendste Tatyana’s uit de geschiedenis en Mikhail Petrenko zet een zeer imponerende Gremin neer, al oogt hij te jong voor zijn rol.

Het KCO onder Mariss Jansons klinkt werkelijk fantastisch: Jansons dirigeert volovergave, met brede gebaren, maar ook zeer lyrisch.

Trailer van de productie:

 

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Jevgeni Onjegin
Bo Skovhus, Krassimira Stoyanova, Andrej Dunaev,
Mikhail Petrenko e.a.
Royal Concertgebouw Orchestra Amsterdam olv Mariss Jansons
regie: Stefan Herheim
Opus Arte OA 1067 D