Stoyanova zingt liedjes van Puccini

PUccini Stoyanova

Krassimira Stoyanova en Puccini … zou het ooit goed kunnen komen? Op haar vorige album met veristische aria’s ontbrak het haar aan durf om de grenzen op te zoeken, met de liederen van Puccini kan zij geen goede balans vinden en pakt te groot uit.

Puccini was dan wel een man van grote emoties, maar zelfs zijn heftigste liedjes zijn net zo teder en lief als de bloemetjes van Mimi. Geen meesterwerken, wel leuke meezingers; geen aria’s maar met de penseel getekende schetsen. Om ze goed recht te kunnen doen moet je je stem gebruiken zoals de volkszangers het doen, en daar is het instrument van Stoyanova te edel voor.

Geef haar een Verdi of, nog beter, iets Frans en ben je van een ultieme schoonheid verzekerd. Nu lijkt zij zichzelf te forceren waardoor alles schreeuwerig en soms zelfs schel klinkt. Zoals bij voorbeeld in het echt lelijk gezongen ‘Canto d’anime’.

‘Sole e amore’ gaat haar iets beter af, maar de twee duetten die zij met zichzelf had opgenomen had zij beter kunnen laten. Je hoort geen kleurverschil in de ‘twee stemmen’ en dat maakt de liedjes saai.

Maria Prinz is een adequate begeleidster, met wat meer bevlogenheid was wellicht ook de sopraan geholpen.


GIACOMO PUCCINI
Complete Songs for Soprano and Piano
Krassimira Stoyanova (sopraan)
Maria Prinz (piano)
Naxos 8573501 • 47’

KRASSIMIRA STOYANOVA: Verismo

DER ROSENKAVALIER: discografie

LA JUIVE: discografie

International Arthur Rubinstein Piano Master Competition: wedstrijd met een menselijk gezicht

Rubinstein 2014

Welke pianist droomt er niet van om de nieuwe Rubinstein te zijn? Of op zijn minst Emanuel Ax, winnaar van de eerste prijs tijdens de allereerste International Arthur Rubinstein Piano Master Competition in Tel Aviv drieënveertig jaar geleden?

Er wordt beweerd dat ‘het publiek’ gek is op concoursen en daar geloof ik zonder meer in. Al in de oudheid wist men de gemoederen met brood en spelen rustig te houden; en er werden allerlei wedstrijden georganiseerd, ook voor zangers, dichters en filosofen. Men wilt vermaakt worden en de spanning is aanlokkelijk. Ook voor de toeschouwers, maar in eerste instantie voor de deelnemers, voor wie heel erg veel op het spel staat: engagementen, platencontracten en – wie weet? – een grote carrière en eeuwige roem.

De wereld wordt harder, zo ook de competities. De rivaliteit, niet alleen onder de deelnemers maar ook onder de wedstrijden zelf, neemt toe. In die wereld voelt het concours Tel Aviv een beetje als een warm bad, zo wordt er althans beweerd.

Idith Zvi, Artistic Director ARIMS

Idith Zvi © Eyal Fisher

Idith Zvi, sinds dertien jaar artistiek leider van het Concours vindt dat leuk: “We willen een wedstrijd zijn met een menselijk gezicht. Het is – en blijft – een competitie, maar we moeten het humane aspect niet uit het oog verliezen, het is voor de deelnemers al stressy genoeg”.

Rubinstein Bistrizky

Jan Jacob Bistrizky met Arthur Rubinstein

Het was Jan Jacob Bistrizky, zelf een pianist en – vóór hij in 1971 naar Israël emigreerde – één van de leiders van het Chopin Concours in Warschau, die het initiatief nam voor het oprichten van een soortgelijk concours in Tel Aviv. Het was voornamelijk zijn bedoeling om het Israëlische culturele leven te verrijken, maar ook om de naam en het artistiek erfgoed van zijn vriend Arthur Rubinstein te eren.

Rubinstein Bistrizky met

Arthur Rubinstein en Jan Jacob Bistrizky

Vanaf de oprichting heeft het concours zich ook gericht op het promoten van het werk van Israëlische componisten. Alle deelnemers zijn verplicht om een door het concours bestelde werk van een Israëlische toondichter in te studeren. Het zijn er altijd twee, een man en een vrouw (in 2014 waren het er Ella Sheriff en Benjamin Yusupov) in Israël is seksegelijkheid meer dan belangrijk.

01_LOGO_RUBINSTEIN_2012

Het enorme succes van de eerste drie edities leidde in 1980 tot het oprichten van het Arthur Rubinstein International Music Society. Het jaar 2014 nam een bijzondere plaats in de geschiedenis van het concours in: het was veertig jaar geleden dat de competitie werd opgericht en tien jaar sinds de eerste ‘Piano Festivities’ hebben plaatsgevonden. In 2014 was het ook vijf jaar sinds de dood van Bistrizky.

Een paar cijfers: in de veertig jaar werden veertien competities gehouden, er waren zeshonderd deelnemers, 43 pianisten hebben prijzen gewonnen, in de jury namen plaats 180 vaak wereldberoemde musici en de prijzen bedragen meer dan een half miljoen dollar.

Idith Zvi is een beroemde pianiste. Zij was oprichtster en directrice van het kamermuziekfestival in Kfar Bloem in Noord Galilea, directeur van het Israel Chamber Orchestra en jarenlang hoofd van de klassieke afdeling van Kol Israel (Israelische radio). Veertien jaar geleden raakte zij bij het concours betrokken

Hoe is het allemaal begonnen?

“In 2000 werd ik benaderd door Arie Vardi, voorzitter van de jury maar ook een bekende pianist en pianopedagoog. Onder zijn leerlingen telt hij onder anderen Yundi. Of ik geïnteresseerd was om een plaatsvervanger van Bistrizky te worden? Met de belofte dat ik hem na zijn terugtrekking zou opvolgen. Wel moest ik eerst onderworpen worden aan de ondervraging door de leden van de Raad van de Commissarissen en Bistrizky zelf. Ik werd gekozen. Drie jaar later is hij met pensioen gegaan en ik nam zijn plaats in.

 

Rubinstein Zvi Arie Rub

Idith Zvi en Arie Vardi, bij het portret van Arthur Rubinstein © Daniel Tchetchik

Ik kende hem al jaren, ook omdat ik al vanaf het begin radio-uitzendingen van het concours verzorgde. Bistrizky was een zeer erudiete, intelligente man die goed georganiseerd was en precies wist wat hij wilde bereiken. Het was niet moeilijk hem op te volgen: wat hij achterliet was een zeer goed geoliede en een uitstekend lopende competitie.”

“Dit jaar hebben wij maar liefst 39 deelnemers, meer dan normaal. Het niveau van de kandidaten was dan ook bijzonder hoog, het was niet makkelijk om te kiezen.

De medailles die de winnaars ontvangen zijn voorzien van tekeningen die Picasso van Rubinstein maakte, met een fascimile handtekening van de maestro zelf. Plus het embleem van de staat Israël”.

Rubinstein Picasso

Ooit zei u dat je geen pianist hoeft te zijn om gevraagd te worden voor de jury.

“Daar sta ik nog steeds achter. Wij zoeken echte musici in hart en nieren, mensen die we kennen en respecteren.”

“Dit jaar hebben we onder de juryleden een ex-rocker, Yoni Rechter. Hij komt van de betere popmuziek, maar vergis je niet: hij heeft ook conservatorium gedaan en heeft een enorm muziekgevoel! Maar goed: er moet tenminste één pianist bij zijn, vind je niet? Voor het eerst dit jaar hebben wij een fantastische Egyptische pianist in de jury zitten, Ramzi Yassa”.

Ramzi Yassa in gesprek met Arik Vardi over het Rubinstein competitie. Alleen de introductie is in het Hebreeuws:

“Gelukkig zit ik zelf niet in de jury en hoef ik geen beslissingen te nemen! Ik denk dat ik veel ruzie met anderen zou krijgen!”

Hoe zit het met het repertoire dat de kandidaten moeten spelen? Wat zijn de regels?

“Bij de recitals spelen ze wat zij zelf willen, daar hebben ze geen restricties in. De laatste tijd zie je een verschuiving richting ‘modern’ en ‘minder gangbaar’. Zo hadden we een deelnemer die Ligeti op zijn lijst had staan en Igor Levit, onze tweede prijs winnaar uit 2005 speelde Reger en Hindemith”.

Igor Levitt speelt Suite “1922” Op. 26 pt 1  van Paul Hindemith:

Geen moderne componisten bij de verplichte concerten? De lijst waaruit de kandidaten mogen kiezen gaat niet verder dan Prokofjeff en Bartók?

“Dat is inderdaad zo, maar hoeveel goede pianoconcerten uit de éénentwintigste eeuw ken je? Het onderdeel kamermuziek wisselt per keer. De nadruk ligt op welke samenstelling wij voor ogen hebben, dit jaar hebben wij voor de blazerensembles gekozen”.

Onder de 39 kandidaten zijn er veel Russen (10) en Aziaten (11); heeft u daar een verklaring voor?

“Het ligt uiteraard aan het muziekonderwijs en de discipline. Ook doorzettingsvermogen en eigen ambities spelen een niet te verwaarlozen rol. Nu moet je niet meteen gaan generaliseren. Je mag ook niet alle Aziaten in één pot samen stoppen, want de verschillen onderling zijn immens. Ook de vaak gehoorde kreet dat het ze ontbreekt aan emoties klopt van geen meter! Chinezen bijvoorbeeld gebruiken veel expressie in alles wat zij spelen, meer dan Japanners, maar dat is ook generaliseren en daar wens ik mij niet schuldig aan maken”

Wat mij opvalt is het totale gemis aan deelnemers uit Nederland. Kunnen Nederlanders geen piano spelen? Of hebben ze gewoon niet van het concours gehoord?

“Is onze competitie bij jullie dan zo onbekend? Daar schrik ik van! Daar moeten wij wat meer aan doen!”

“Maar de verklaring kan ook aan het feit liggen dat er weinig Russen aan jullie conservatoria studeren. Als je de lijst met de deelnemers goed bekijkt dan zie je dat er veel van bijvoorbeeld Amerikaanse kandidaten oorspronkelijk uit Rusland komen. Of uit een van de Aziatische landen”.

Ondertussen bestormen de winnaars de internationale podia. Daniil Trifonov, de sensatie van 2011, heeft binnen een paar maanden ook andere concoursen gewonnen en een exclusief contract met DG getekend.

Igor Levit, de wat schuchtere winnaar van de tweede prijs in 2005, is ook goed terechtgekomen en heeft voor Sony een cd met de laatste pianosonates van Beethoven ingespeeld – een absolute must voor elke muziekliefhebber:


Rubinstein 2017

Dit jaar werd er van 25 april tot 11 mei 2017 de vijftiende editie van de International Arthur Rubinstein Piano Master Competition gehouden. Hoe zal het met Szymon Nehring, de nieuwste winnaar van de competitie verder gaan? De tijd zal het leren, maar zelf voorspel ik hem een grote toekomst.

Rubinstein Nehring

Szymon Nehring

Nehring speelt het derde pianoconcert van Rachmaninoff:

En als kamermuziekspeler in het eerste pianokwartet van Gabriel Fauré:

En wat denkt u van de Israëlische deelnemer Yevgeni Yontov?
Hieronder speelt hij het derde pianoconcert van Prokofjeff:

Weergaloze Liszt-recital door Boris Giltburg

 

 

 

 

 

 

Jonas Kaufmann zingt Das Lied von der Erde. Had hij beter kunnen laten.

Mahler Kaufmmann

Soms zouden zelfs de grootste zangers tegen zichzelf beschermd moeten worden. Hoe groot de drang, behoefte of dwang ook niet is: sommige dingen kun je beter niet doen, zeker als het twijfelachtige resultaat bij voorbaat al vaststaat. Jonas Kaufmann is een wereldtenor en zijn ongewone talent staat buiten kijf, maar zelfs de voetbal spelende supergoden kunnen de plank volledig misslaan bij kampioenschappen ballroomdansen.

In het boekje vertelt Kaufmann van zijn fascinatie voor Das Lied von der Erde en zijn bewondering voor Fritz Wunderlich die het werk, samen met Christa Ludwig voor Otto Klemperer had opgenomen. Dat wilde Kaufmann ook en vroeg zich af of het niet mogelijk voor hem was om alle liederen zelf te zingen. Was er niemand die hem kon vertellen dat hij het beter kon laten? Mahler componeerde het Das Lied von der Erde met twee stemmen in zijn gedachten: die van de tenor en de alt en dat deed hij niet zonder reden!

Maar er is meer waarom ik zeer ongelukkig ben met deze opname. Al in ‘Das Trinklied vom Jammer der Erde’ komt Kaufmann in ademnood en overschreeuwt zichzelf. Bij het ‘Afscheid’ aangekomen heeft hij hoorbaar geen kracht meer en zijn zingen lijkt meer op het croonen. Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Jonathan Nott routineus en vlak.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Jonas Kaufmann (tenor)
Wiener Philharmoniker olv Jonathan Nott
Sony 8985389832 • 60’

Meer Kaufmann (selectie):
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI
DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.
JONAS KAUFMANN: verismo

Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

le Prophete Anna Osborn

Le Prophète in Essen. Drawing by Anna Osborn

As Heinrich Heine supposedly once said: “When the end of the world comes make your way to the Netherlands. Everything happens fifty years later there.” Probably nothing more than a (witty) bon mot, but “se non è vero, è ben trovato”……

Fact is we do tend to remain on the sidelines waiting to see what happens in foreign opera houses. These houses have programmed many forgotten or rarely performed operas like Król Roger long before we did. Now Giacomo Meyerbeer finally has been (re)discovered abroad, we can cherish the hope the Master of Grand Opéra will soon frequent our opera houses as well. France, Great Britain, Belgium and Germany have preceded us. In  Germany one can even speak of a genuine ‘Meyerbeer revival.’

Hopefully the wait will not be as long as in Paris, where fans of the composer had to wait for twelve years for their next ‘Meyerbeer’ after Les Huguenots. If it does take that long, trips abroad will be the only option, something Meyerbeer enthousiasts have been doing for years.

Personally, I jumped at the first opportunity, and travelled to the Aalto-Theater in Essen, where in April and May 2017 an unforgettable production of Le Prophète took place.

Le_prophète_Act4_sc2_1849_-_NGO3p1147

Le-prophete-1849

After Robert le Diable and Les Huguenots, Le Prophète was the third Meyerbeer setting of a libretto by Eugène Scribe. Scribe based his story of (religious) fanaticism, sectarianism and abuse of power loosely on the life story of the Dutch Anabaptist John of Leiden, adding the necessary romantic entanglements and  amorous adventures.

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Scribe got his inspiration from two novels by Carl Franz van der Velde, ‘Die Wiedertäufer’ and ‘Die Lichtensteiner’. From the latter stems the character of Fidés, Jean’s mother.  This role, created by the famous mezzo-soprano Pauline Viardot,  made the mother-son relationship one of the most important themes of the opera.

In the opera Fidés is depicted as a strong woman, who counterbalances Jean’s megalomania very well. She was brought to life superbly by Marianne Cornetti.

10731_13069_Le_Prophete_Jung_Matthias09

Jean (John Osborn) and Fidés (Marianne Cornetti © Matthias Jung

The American mezzo has a big, booming voice, able to move from low to high notes and back down again without problems. With her immense involvement she conveys her deepest feelings to the audience. I don’t know how Pauline Viardot sounded, but I have little doubt Cornetti approaches that ideal as close as possible.

10739_13085_Le_Prophete_Jung_Matthias17

‘Ô prêtres de Baal’ . John Osborn & Marianne Cornetti © Matthias Jung

Cornetti moved me to tears in “Ah, mon fils, sois béni!”, the scene in the second act where she finds out her son spares her life by handing over his beloved to Oberthal.  Her “Ô prêtres de Baal” did not leave me unmoved either.

We know John Osborne mainly from his belcanto roles, but his voice has developed a lot in the direction of French heroic roles. Who does not remember his formidable Benvenuto Cellini in Amsterdam?

10734_13075_Le_Prophete_Jung_Matthias12

Til Faveyts ( Zacharie), John Osborn (Jean) & Pierre Doyen (Mathisen) © Matthias Jung

Meyerbeer is not new to Osborn. In 2011 he sang an outstanding Raoul (Les Huguenots) in Brussels. I thought he sang incredibly well then, but it was nothing compared to this Jean.

10726_13059_Le_Prophete_Jung_Matthias04

John Osborn © Matthias Jung

I have heard singers like Gedda and Domingo sing Jean, both fantastic in different ways, but Osborn outdid both of them. He combined his wonderful and pure height with the intensity of Domingo, and sang with the musicality and the intelligence his two predecessors were so famous for. To give the final performance a little extra oomph, Osborn treated his audience to a couple of added high notes, which were received with much gratitude.

10724_13055_Le_Prophete_Jung_Matthias02

Lynette Tapia (Berthe) © Matthias Jung

This was the first time I heard Lynette Tapia live, and I must admit she impressed me a lot. Her voice is not exactly big, which might cause problems in larger opera houses, but in Essen she could give the role of Berthe everything it needs.

10745_13097_Le_Prophete_Jung_Matthias23

‘Voici le souterraine’. Lynette Tapi, Marianne Cornetti & John Osborn

 

The way Tapia coloured her voice in order to project all her different moods was just as beautiful as her coloratura. She was so courageous in “Voici le souterraine” that it was hard to believe this was the same woman who at the start of the opera was all joy because she was going to marry her beloved. Or how firm she sounded when she realised her beloved Jean and the hated prophet were one and the same person!

10741_13089_Le_Prophete_Jung_Matthias19

Tijl Faveyts, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit © Matthias Jung

Karel Ludvik was an outstanding Count Oberthal. The Canadian bass-baritone, who lives in the Netherlands possesses a beautiful, even voice that is begging for more belcanto roles.

10733_13073_Le_Prophete_Jung_Matthias11

Tijl Faveyts, Albrecht Kludszuweit & Pierre Doyen © Matthias Jung

The three Anabaptists were excellently cast with Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen and Tijl Faveyts. I am amazed a bass with the exceptional qualities of Faveyts does not sing in all the big opera houses.

10735_13077_Le_Prophete_Jung_Matthias13

Til Faveyts (Zacharie) © Mathias Jung

Giuliano Carella conducted with love, and gave the singers the room to sing out.

10729_13065_Le_Prophete_Jung_Matthias07

John Osborn © Matthias Jung

The staging by Vincent Boussard did not bother me. No psychologizing, no multiple layers or difficult to understand symbols. With this topic, moving the opera to a caliphate would have been an easy way out, saving Boussard a lot of trouble, but luckily he stayed faithful to the libretto. The ballet was a drag, but at least it was well integrated into the total. The lighting designed by Guido Levi was simply breathtaking, with images that looked like paintings. The videos in the background formed a (at times very moving) background that did not distract from the music.

10744_13095_Le_Prophete_Jung_Matthias22

John Osborn © Matthias Jung

The bad news: if you were not there you have missed an unforgettable performance.

The good news: the German firm Oehms has recorded the performance live for a future release on cd: Bravo Oehms!

A trailer of the production can be found on the website of the Aalto Theater Essen:

http://www.aalto-musiktheater.de/premieren/le-prophete.htm

Photos of the final curtain (© Lieneke Effern):

Performance reviewed: May 14th, 2017 in the Aalto-Musiktheater, Essen

English translation: Remko Jas

Original Dutch: MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

Giacomo Meyerbeer
Le Prophète
John Osborn, Lynette Tapia, Marianne Cornetti, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen, Tijl Faveyts
Opernchor, Extrachor und Kinderchor des Aalto-Theaters
Essener Philharmoniker under the direction of Giuliano Carella
Staging: Vincent Boussard

MIECZYSŁAW WEINBERG: Complete Sonatas for Violin and Piano

Weinberg vioosonatas

Ik weet wat ik riskeer door een ‘nieuwe Weinberg’ alweer de hemel in te prijzen, maar gelooft u mij maar: ik kan niet anders.

Niet dat ik niet twijfelde. Zeker bij de eerste beluistering had ik een beetje moeite met de violist, want om te zeggen dat zijn viool zingt.. nou, nee. Ik vond zijn spel te fel, te recht voor zijn raap.. . gewelddadig soms.

Het zingen kwam voornamelijk vanuit de piano, althans op het eerste gehoor, want hoe meer ik naar de cd’s luisterde hoe meer lagen ik in de vertolking van de – beide – solisten ontdekte.

Neem alleen al de ontroerende Lento in de tweede sonate, hier stond de tijd even stil. Ook, omdat het werk mij het meest aan filmmuziek deed denken. Als vanzelf doemden zwartwit beelden uit ‘Als de kraanvogels overvliegen’ voor mijn ogen, één van de ontroerendste films ooit, waar Weinberg muziek voor heeft gecomponeerd.

En wat een verschil met de Lento uit de derde sonate uit 1947! Hier zie je Sjostakovitsj al om de hoek kijken en toestemmend glimlachen. En hier was het dat ik Kalinovsky op zijn viool hoorde zingen en mij alweer over de prachtige aanslag van Goncharova verwonderde.

De eerste vier sonates zijn ontstaan tussen 1943 en 1947 en zijn, ondanks de grote Sjostakovitsj invloeden nogal behoudend van aard. Zeker nummer vier, voor mij de minst interessante van het viertal: ondanks het vurige pleidooi van beide solisten merkte ik dat ergens gaandeweg mijn aandacht verslapte.

Pas in de vijfde sonate uit 1953 komt de echte genie Weinberg weer te voorschijn: het was zijn eerste compositie dat hij voltooide nadat hij uit de gevangenis werd ontslagen. Luister naar het Allegro moderato waarin hij totaal verschillende thema’s tot één geheel weet te smeden.

Zijn zesde sonate is een beetje een buitenbeentje. Weinberg componeerde het in 1982, de première vond pas in 2007 plaats, elf jaar na zijn dood.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Complete Sonatas for Violin and Piano
Grigory Kalinovsky (viool), Tatiana Goncharova (piano)
Naxos 857320-21  • 129’ (2cd’s)

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

le Prophete Anna Osborn

Le Prophète in Essen. Tekening van Anna Osborn

Heinrich Heine zou ooit hebben gezegd dat als de wereld vergaat, hij dan naar Nederland gaat verhuizen want “daar gebeurt alles vijftig jaar later”. Het is waarschijnlijk niet meer dan een (leuke) bon mot, maar: “se non è vero, è ben trovato”…….

Het is in ieder geval wel zo dat we op operagebied vaak op de zijlijn zitten te wachten wat er in andere operahuizen gebeurt. Het buitenland was ons vóór in het programmeren van veel vergeten en/of zelden gespeelde opera’s, zoals Król Roger. En nu het buitenland Giacomo Meyerbeer heeft (her)ontdekt, mogen ook wij de hoop koesteren dat de grootmeester van de Grand Opéra ook onze operahuizen gaat frequenteren. Frankrijk, Groot Brittannië, België en Duitsland gingen ons al voor en in Duitsland kun je zelfs van een echte ‘Meyerbeer-revival’ spreken.

Hopelijk hoeft het niet zo lang te duren zoals in Parijs toen, toen de fans van de componist na Les Huguenots twaalf jaar op hun volgende ‘Meyerbeer’ zaten te wachten. En anders blijft er niets anders over dan naar het buitenland te reizen. Iets, wat de liefhebbers al jaren doen.

Zelf heb ik de eerste mogelijkheid dat zich aandeed met beide handen aangegrepen en begaf mij naar het Aalto-Theater in Essen, waar men in april/mei 2017 een onvergetelijke productie van  Le Prophète op de planken heeft gebracht.

Le-prophete-1849


Le prophète
was, na Robert le diable en Les Hugenots de derde opera die Meyerbeer componeerde op het libretto van Eugène Scribe. Zijn verhaal over het (religieus) fanatisme, sektarisme en machtswellust heeft Scribe losjes gebaseerd op het levensverhaal van de Nederlandse wederdoper Jan van Leiden, waar hij nog de nodige romantische verwikkelingen en liefdesperikelen aan toevoegde.

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Zijn inspiratie vond Scribe in twee romans van Carl Frans van der Velde, ‘Der Wiedertäufer’ en ‘Die Lichtensteiner’. Uit de laatste komt ook de personage van Fidés, moeder van Jean, vandaan. Een personage die met de bezetting van de rol door de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot de moeder-zoon verhouding tot één van de belangrijkste thema’s van de opera heeft opgetild.

In de opera wordt Fidés voorgesteld als een sterke vrouw, die de megalomanie van Jean goed tegenwicht kan bieden en de tegenwicht, die was bij Marianne Cornetti in uitstekende handen.

10731_13069_Le_Prophete_Jung_Matthias09

Jean (John Osborn) en Fidés (Marianne Cornetti © Matthias Jung

De Amerikaanse mezzo heeft een kanon van een stem, waarmee zij van hoog naar laag en terug kan wandelen alsof het niets is. Met haar immense betrokkenheid weet zij de grootste gevoelens aan een ieder duidelijk te maken. Nu weet ik niet hoe Pauline Viardot in het echt heeft geklonken, maar ik neem zonder meer aan dat Cornetti het ideaal zeer dicht benadert.

10739_13085_Le_Prophete_Jung_Matthias17

‘ô prêtres de Baal’ . John Osborn & Marianne Cornetti © Matthias Jung

In ‘Ah! mon fils, sois béni!’, de scène in de tweede akte waarin zij verneemt dat haar zoon haar leven boven zijn geliefde heeft gekozen wist zij mij tot tranen toe te roeren. Ook haar ‘Ô prêtres de Baal’, heeft mij niet onberoerd kunnen laten.

John Osborn kenden we voornamelijk van zijn belcanto rollen, maar zijn stem heeft zich behoorlijk richting Franse heroïek ontwikkeld. Wie herinnert zich zijn formidabele Benvenutto Cellini in Amsterdam niet?

10723_13053_Le_Prophete_Jung_Matthias01

John Osborn (Jean) © Matthias Jung

Ook Meyerbeer is hem niet vreemd: in 2011 zong hij een voortreffelijke Raoul (Les Huguenots) in Brussel. Ik vond hem toen onvoorstelbaar goed, maar het was nog niets vergeleken met zijn prestatie als Jean.

10744_13095_Le_Prophete_Jung_Matthias22

John Osborn © Matthias Jung

Nu moet u weten dat ik in de rol zulke fantastische, maar ook zulke verschillende zangers heb gehoord als Gedda en Domingo: beiden fenomenaal, toch wist Osborn ze beiden nog te overtroeven. Zijn schitterend zuivere hoogte wist hij met de intensiteit van Domingo te paren en dat alles werd gecombineerd met een muzikaliteit en intelligentie waar zijn beide voorgangers zo beroemd om waren. Om de laatste voorstelling dat ‘etwas’ meer te geven trakteerde hij zijn publiek op een paar extra hoge noten, die werden dan ook met veel dank ontvangen.

10724_13055_Le_Prophete_Jung_Matthias02

Lynette Tapia (Berthe) © Matthias Jung

Het was de eerste keer dat ik Lynette Tapia live hoorde en ik moet bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk ben geraakt. Haar stem is niet echt groot en ik denk dat zij in grotere operahuizen in problemen zou zijn geraakt, maar in Essen kon zij haar rol van Berthe alles geven wat zij nodig heeft.

10745_13097_Le_Prophete_Jung_Matthias23

‘Voici le souterraine’. Lynette Tapi, Marianne Cornetti & John Osborn

Het mooiste, naast haar coloraturen, vond ik de manier hoe Tapia haar stem kleurde om al haar gemoedstoestanden duidelijk over te kunnen brengen. In ‘Voici le souterraine’ was zij zo heldhaftig dat je amper kon geloven dat het dezelfde vrouw was die aan het begin van de opera één en al vreugde was omdat zij met haar geliefde dacht te trouwen. Of hoe standvastig zij klonk toen ze zich realiseerde dat haar geliefde Jean en de gehate profeet een en dezelfde persoon waren!

10741_13089_Le_Prophete_Jung_Matthias19

Tijl Faveyts, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit © Matthias Jung

Karel Ludvik was een uitstekende Graaf von Oberthal. De Canadese, in Nederland wonende basbariton beschikt over een mooie, egale stem die schreeuwt om meer belcanto rollen.

10733_13073_Le_Prophete_Jung_Matthias11

Tijl Faveyts, Albrecht Kludszuweit & Pierre Doyen © Matthias Jung

De drie wederdopers waren meer dan voortreffelijk bezet door Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen en Tijl Faveyts. Bij de laatste verbaast het mij dat een bas van zo’n uitzonderlijke kwaliteit nog niet aan de grootste operahuizen ter wereld zingt.

Giuliano Carella dirigeerde liefdevol en gaf de zangers alle tijd om uit te zingen.

10726_13059_Le_Prophete_Jung_Matthias04

John Osborn © Matthias Jung

De regie van Vincent Boussard stoorde mij niet. Deze keer geen gepsychologiseer, geen (drie)dubbele lagen en moeilijk te ontwaren symbolen. Met dit onderwerp kon hij de actie makkelijk naar een kalifaat kunnen verhuizen en zich zo met een jantje-van-leiden van af maken. Dat deed hij niet en bleef redelijk trouw aan het libretto. Het ballet was knudde, maar werd wel in het geheel goed geïntegreerd en de belichting van Guido Levi was gewoonweg prachtig, wat bij wijlen op schilderijen lijkende beelden opleverde. De videoprojectie was niet meer dan een (soms zeer ontroerende) achtergrond: het leidde je aandacht niet van de muziek af.

Het slechte nieuws is: wie er niet bij was heeft een onvergetelijke voorstelling gemist.

Het goede nieuws is: de Duitse firma Oehms heeft de voorstelling live voor cd’s opgenomen. Bravo Oehms!

Trailer van de productie is te vinden op de site van het Aalto Theater Essen:

http://www.aalto-musiktheater.de/premieren/le-prophete.htm

Foto’s van het slotapplaus (© Lieneke Effern):

Giacomo Meyerbeer
Le Prophète
John Osborn, Lynette Tapia, Marianne Cornetti, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen, Tijl Faveyts
Opernchor, Extrachor und Kinderchor des Aalto-Theaters
Essener Philharmoniker olv Giuliano Carella
Regie: Vincent Boussard

Bezocht op 14 mei 2017 in het Aalto-Musiktheater in Essen

English translation: Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

Meer Meyerbeer:
ROBERT LE DIABLE

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

LES HUGUENOTS Brussel 2011

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

De romantische wereld van Lalo: LE ROIS D’YS

Lalo

Hoeveel operaliefhebbers kennen Le Roy d’Ys van Lalo? Volgens mij zijn er weinig mensen die er ooit van hebben gehoord, laat staan dat ze ooit de kans hadden de opera te zien. Totaal vergeten.

Hoe onterecht het is, bewijst de door Dynamic (33592) in april 2008 in Luik opgenomen voorstelling. Le Rois d’Ys is een zeer melodieuze opera met veel koorpartijen en duetten, en de muziek is romantisch en meeslepend.

Het libretto is eenvoudig: de dochters van de koning van Ys (een door de oceaan bedreigde stad) houden van dezelfde man. Wanneer hij voor Rozenn kiest, neemt Margared wraak. Samen met Karnac (vijand van de stad en de koning) opent ze de sluizen, met een overstroming als gevolg. Maar Margared wordt verteerd door schuldgevoelens en offert zich op door in het kolkende water te springen. De stad en haar bewoners zijn gered.

De enscenering is eenvoudig en realistisch. De overstroming wordt uitgebeeld als een enorme regenbui. Niet echt dreigend, maar ja, tenslotte beschikken we allemaal over een gezonde dosis verbeeldingskracht.

De cast is goed tot zeer goed. Gylaine Girard is een fantastische, evenwichtige Rozenn. Haar zeer flexibele sopraan heeft een bijzonder aangenaam timbre. Dit in tegenstelling tot de mezzo Giuseppina Piunti (Margared), die af en toe krijsend overkomt. Maar zij is zo bij haar rol betrokken dat ik het haar gauw vergeef.

Sébastien Guéze (Mylio) kennen we – onder anderen – van zijn fantastische vertolking van Romeo bij de ZaterdagMatinee in 2008. Hij beschikt over een prettige, lichte tenor met een onmiskenbaar Frans tintje, en zijn interpretatie is zeer roldekkend. Werner van Mechelen is een zeer goede Karnac. Aanbevolen!

Sébastien Guéze zingt in dezelfde productie maar dan uit Opera St.Etienne :

Édouard Lalo
La Roi d’Ys
Giuseppina Piunti, Guylaine Girard, Eric Martin-Bonnet, Sébastien Guéze, Werner van Mechelen e.a.
Orchestra and chorus of the Opéra Royal de Wallonie olv Patrick Davin
Regie: Jean-Louis Pichon

Rigoletto in gekkenhuis: Damiano Michieletto weet het beter dan Verdi

Luca Salsi (Rigoletto), Gilda pop en poppenspelers

Luca Salsi (Rigoletto), Gilda pop en poppenspelers

Met de nieuwe productie van Rigoletto in de regie van  Damiano Michieletto belandden we  in een gesloten afdeling van een ‘sanatorium’. Een zwaktebod, want als je een verhaal zich laat afspelen in het hoofd van een psychiatrische patiënt kun je je alles permitteren. Het hoeft niet waargebeurd te zijn, het zit immers ‘in zijn hoofd’. Niet dat ik het idee niet snapte. Zodra je het concept doorhebt kun je een min of meer ‘logische’ verklaring vinden voor alle handelingen. Maar dan wel volgens de logica verwarde mensen eigen, niet die van het libretto.

Luca Salsi (Rigoletto)

Luca Salsi (Rigoletto)

Er waren geen rolstoelen en geen wasmachines, wel videoprojecties en de laatste tijd zeer populaire poppen. En – heren en dames lichtontwerpers: wilt er alstublieft subiet mee stoppen? – ongenadig fel licht die precies in de ogen van de toeschouwers scheen. Je zou maar oogproblemen hebben!

koor van de Nationale Opera

koor van de Nationale Opera

O ja, nog iets, meneer de regisseur. Het is niet echt aannemelijk dat een jong meisje dat nog nooit eerder in haar leven – op haar vader na – een man heeft gezien, zich voor hem al na een paar minuten zelf gaat uitkleden. Het is gewoon een puberale mannenfantasie.

Rigoletto achter de schermen:

Doordat Michieletto het verhaal zich laat spelen in een kille en koude omgeving van een gesloten inrichting voelt de voorstelling net zo koud en kil aan, en de ontroering moet je ouderwets halen uit de kelen van de zangers. En daar was gelukkig helemaal niets mis mee.

Luca Salsi (Rigoletto)

‘Cortiggiani, vil razza dannata’ : Luca Salsi (Rigoletto)

Luca Salsi deed werkelijk alles om de rol van Rigoletto naar de wens van de regisseur te kneden. Als er iemand is die een pleidooi voor het concept voortreffelijk wist uit te dragen dan was hij het wel. Zijn Rigoletto was geen liefhebbende vader, eerder een onaangename vent die zijn dochter dwangmatig als zijn bezit beschouwt en haar van haar vrijheid berooft. Waardoor hij de feitelijke aanstichter van de drama wordt.

_23m6179

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile) & Luca Salsi (Rigoletto)

Dat laatste klopt aardig wel met de bedoelingen van Verdi, denk ik, maar Rigoletto’s liefde voor Gilda is buiten kijf. Het staat gewoon in de noten die de componist heeft neergepend. Salsi is niet alleen een begenadigd acteur, maar ook een fantastische zanger. Zijn warme bariton klonk in het begin nogal droog, maar het valt niet te ontkennen dat hij gezegend is met een onmiskenbaar belcantesk timbre.

Lisette Oropesa (Gilda)

Lisette Oropesa (Gilda)

Ik houd niet van ‘Caro nome’. Het is een heerlijke showstopper waar op zich niets mis mee is, maar het wordt te veel en te vaak gezongen. Voornamelijk op concoursen en recitals waar een sopraan zich aan een jury en/of het publiek wil laten presenteren wat tot een grandioze verzadiging heeft geleid. Maar nu zou ik er niets op tegen hebben gehad dat het nummer gebisseerd zou worden.

Lisette Oropesa (Gilda) & Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

Lisette Oropesa (Gilda) & Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

In de vertolking van Lisetta Oropese klonk de aria zoals ik hem niet eerder had gehord: niet alleen virtuoos maar ook (of misschien voornamelijk?) immens ontroerend. Hier stond een echte Gilda die Verdi voor de ogen moet hebben gestaan: jong, naïef, dromerig en hopeloos verliefd. Het zou me verbazen als Oropesa niet dé Gilda van onze tijd zou worden: wat zij gisteren in Amsterdam liet horen maakt haar optreden nu al legendarisch.

Lisette Oropesa (Gilda), Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

Lisette Oropesa (Gilda), Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

‘La donna e mobile’ is eigenlijk geen echte aria maar een simpel liedje. Een liedje zoals ze vroeger in Italië te klinken werden gebracht door de kelen van jonge verleiders en daarna opgepikt werden door draaiorgels in Amsterdam. Dat is althans wat Carlo Rizzi, de dirigent van de Amsterdamse Rigoletto beweerde. Daar ben ik het met hem eens. Van die ‘hit-potentie’ was Verdi zich immers ook zelf van bewust: niet voor niets weigerde hij om het nummer vóór de première te repeteren, dit om te voorkomen dat het voortijdig uitlekte.

_23m6565

‘Ella mi fu rapita’: Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Roberto Accurso (Marullo), Koor van de Nationale Opera

Saimir Pirgu (Duca) zong hem voortreffelijk. Quasi nonchalant gooide hij de aria de lucht in met een ontspannen en een open klank, wat hem terecht een open doekje opleverde. Pirgu’s stem is licht en wendbaar en zijn timbre fraai en zeer aangenaam om naar te luisteren. Waar het hem helaas aan ontbreekt is een zekere mate van ‘volksheid’, of plat gezegd: een beetje vulgariteit. Zoiets als bij di Stefano of Pavarotti, waardoor hun Duca veel beter en echter uit de verf kwam.

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile)

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile)

Sparafucile werd uitstekend neergezet door de Poolse bas Rafał Siwek. Ik betreurde alleen dat de rol zo weinig noten kende, want ik gunde die stem (en mezelf) wat meer luisterplezier. Ook als acteur wist Siwek mij helemaal te overtuigen, zijn portrettering was een echte schurk waardig.

_23m6693

‘Bella figlia dell’amore’: Luca Salsi (Rigoletto), Annalisa Stroppa (Maddalena) , Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Lisette Oropesa (Gilda)

Met Annalisa Stroppa (Maddalena) had ik een beetje moeite. Haar stem klonk onaangenaam hard, maar ik denk dat het op rekening van de regisseur moet worden geschreven. Want, zeg maar zelf, hoe ontspannen kun je zingen als een man je slipje naar beneden trekt en zijn kop tussen je benen wringt?

Carlo Cigni (Monterone) miste het effect dat een echt diepe en donkere bas op het publiek kan hebben, waartoe zijn ambtenaar-voorkomen niet weinig aan heeft bijgedragen.

Roberto Accurso was een uitstekende Marullo en Cornelia Oncioiu een dito Giovanna.

In de kleine rol van La Contessa di Ceprano heeft Esther Kuiper een meer dan goede indruk op mij gemaakt, maar waarom moest zij stomdronken zijn? En waarom moest zij zo hard lachen? Ik heb het niet zo op met toegevoegde geluiden en die lach, die staat echt niet in de partituur.

Luca Salsi (Rigoletto), Koor van De Nationale Opera

Luca Salsi (Rigoletto), Koor van De Nationale Opera

De mannen van het Nationale Operakoor zongen en acteerden zoals altijd: formidabel. Wat boffen we toch in Amsterdam!

Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Carlo Rizzi speelde zeer liefdevol. Rizzi ondersteunde de zangers in hun moeilijke aria’s, hield het orkest waar nodig klein en zacht en gunde de zangers de nodige rust. Af en toe vond ik zijn tempi een beetje te snel of juist te langzaam, maar daar kan ik mee leven: de Verdiaanse klank was duidelijk aanwezig en dat is tenslotte het belangrijkste

Trailer van de productie:

Alle fotomateriaal: © BAUS

Zie ook: RIGOLETTO: discografie

Giuseppe Verdi
Rigoletto
Saimir Pirgu, Luca Salsi, Lisette Oropesa, Rafał Siwek, Annalisa Stroppa, Cornelia Oncioiu, Carlo Cigni, Roberto Accurso, Airam Hernández, Tomeu Bibiloni, Esther Kuiper, Deborah, Saffery, Peter Arink
Koor van De Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu)
Nederlands Philharmonisch Orkest olv Carlo Rizzi

Bezocht 9 mei 2017 in het Muziektheater ini Amsterdam

Der Rosenkavalier op dvd’s: selectie

Rosenkavalier premiere

Scènefoto uit de wereldpremière 26 januari 1911 in de Hofoper Dresden

Jaja….. mijmert de Marschallin, daarmee de hele opera in één woord samenvattend.

Ik weet niet hoe u er over denkt, maar ik vind het geniaal. De tijd gaat voorbij, of je het wilt of niet en je je erbij neerleggen is een kunst op zich. Daar kan ik eindeloos naar luisteren, want de weemoed die het woord bij mij teweegbrengt is grenzeloos. De muziek doet dan ook even mee, op de achtergrond… Mooi.

Waarom houd ik dan niet van Der Rosenkavalier? Ik denk dat het komt door de, voor mij althans, overbodige scènes met overbodige mensen. Denk aan de eindeloos durende drukke ochtend na de gepassioneerde nacht. Of, nog erger: driekwart van de derde acte, die mij het meest aan een mislukte Falstaff doet denken.

Rosenkavalier Strauss

In de met Echo Klassik 2015 bekroonde documentaire Richard Strauss and his heroines (Arthaus Musik 102 181) gaat de Oostenrijkse dirigent Franz Welser-Möst nog een stapje verder. Volgens hem is “Der Rosenkavalier” een parlando opera die men ondergaat wachtend op de grote hit: het terzet. Daaromheen is de hele opera gebouwd, aldus Welser-Möst.

 

 

DVD’s

Krassimira Stoyanova

Rosenkavalier Stoyanova

Franz Welser-Möst kan het weten: in 2014 dirigeerde hij in Salzburg één van de allerbeste en allermooiste Rosenkavalier-producties ooit, in samenwerking met oudgediende Harry Kupfer, die er haast een masterclass in regisseren van maakte. Een masterclass die verplicht zou moeten worden voor iedere regisseur die denkt met zijn ‘geniale’ concepten het wiel opnieuw te kunnen uitvinden.

De voorstelling is niet alleen prachtig om te zien, maar ook logisch en consequent. Kupfer schuwt de moderne technieken niet, maar de muziek en het libretto staan centraal: de regie is er dienstig aan gemaakt. En de werkelijk betoverend mooie videobeelden van Thomas Reimer ondersteunen het verhaal.

Krassimira Stoyanova is de Marschallin zoals ik mij haar altijd had ingebeeld: een mooie, rijpere vrouw met veel relativeringsvermogen. Günther Groissböck is een verrukkelijke Ochs met maar één minpunt: hij is té aantrekkelijk! Zijn stem, zijn acteren, maar voornamelijk zijn charisma! Ik denk niet dat ik de enige ben die de ogen niet van hem kan afhouden!

Ook de Faninal van Adrian Eröd oogt verrassend jong, wat een absolute verademing is. Bij vlagen doet hij mij aan Humberto Tan denken: de conclusie laat ik aan u over.

Sophie Koch doet het voortreffelijk als een zeer aantrekkelijke Octavian en mijn enige probleem is Mojca Erdmann. Haar Sophie klinkt exact zo als haar Lulu in Amsterdam en is evenmin te verstaan (Cmajor 719404).

Impressies van de productie:

 

Kate Royal

Rosenkavalier Royal

Wij blijven nog even in het jaar 2014, maar verplaatsen ons naar Glyndebourne, waar de nieuwe productie van Richard Jones een wereldwijd schandaal veroorzaakte. De aanleiding was, voor de verandering, niet de productie zelf maar de recensies in de Britse pers. Mijn Engelse (mannelijke!) collega’s vonden Tara Erraught (Octaviaan) totaal miscast: te klein, te lomp en te dik. De operawereld, en niet alleen, roerde zich. Want: mag je iemand, in dit geval een geweldige zangeres op haar uiterlijk beoordelen?

Het zal mij worst wezen hoe een zangeres eruitziet, als ze me maar met haar zang en spel weet te overtuigen, maar deze keer moet ik mijn collega’s een beetje gelijk geven. Ondanks de schmink en het (zeer lelijke) kostuum ziet Erraught er uit als een meisje. Haar werkelijk prachtige mezzo klinkt daarbij zeer vrouwelijk en met geen mogelijkheid wekt zij de schijn van een potente jongeman van 17. Ook in haar/zijn vermomming als Mariandel kan zij mij nergens overtuigen

Kate Royal is niet een echt idiomatische Marschallin: haar mooie maar zeer lichte sopraan beschikt nu eenmaal niet over het romige timbre dat de rol vereist.

Teodora Gheorghiu (Sophie) is, denk ik, de beste van het “trio”, maar ook zij weet niet zo goed wat zij met de tekst kan doen. Wat mij het meeste stoort echter is dat de stemmen niet zo goed mengen, waardoor de overhandiging van de roos (en de trio!) een beetje in de soep valt.

De productie zelf is vrij conventioneel, maar nergens ‘Weens’. Het wemelt er van flauwe, zeer seksueel getinte grappen en de beginscène met de naakte Marschallin ‘full monty’ onder de douche vind ik té.

Robin Ticciati houdt het orkest “light”: onder zijn leiding klinkt de ouverture vederlicht met veel nadruk op de melodielijn. Nafluitbaar, eigenlijk (Opus Arte OA 1170D).

Trailer:

 

René Fleming

 Rosenkavalier Fleming

Ooit behoorde Fleming tot mijn absolute favorieten. Met haar Desdemona, Rusalka en Salome (Herodiade van Massenet) wist ze mij tot tranen toe te roeren. Haar Blanche (A Streetcar Named Desire) was meelijwekkend en breekbaar en haar eerste Strauss-opnamen smaakten naar meer.

Helaas. Gelijkend haar oudere collega en landgenote Cheryl Studer ging ook zij zowat alles zingen en opnemen, met een soms zeer dubieus resultaat. Maar wat mij het meeste ging tegenstaan, was haar gemaaktheid, haar maniertjes en haar ‘Miss Plastic’-voorkomen. Weg gevoelens, weg emoties. Zonde.

Dat is ook te zien in de anders een werkelijk schitterende productie, in 2009 opgenomen in Baden-Baden (Decca 0743343). De regie van Herbert Wernicke is zeer doordacht  en spannend, zeer logisch ook. Decors en kostuums zijn oogverblindend en er gebeurt van alles. Er is een knipoog naar Commedia del’Arte en door het gebruik van spiegels wordt veel meer gesuggereerd dan we te zien krijgen, leuk. Prachtig.

Sophie Koch is een verrukkelijk potente Octaviaan en Diana Damrau een leuke en (soms een beetje té) guitige Sophie. Franz Hawlata is een fantastische  Ochs en in de kleine rol van de Italiaanse zanger horen we niemand minder dan Jonas Kaufmann. Ook orkestraal valt er veel te genieten, al gaat Thielemann er soms heel erg zwaar doorheen.

Renée Fleming zingt prachtig mooi, zonder meer, maar: kunt zich voorstellen dat u, na een overheerlijke nacht, vol liefde en passie, wakker wordt met een perfect zittend kapsel? Dat bedoel ik dus.

Een repetitiefragment:

 

Adrianne Pieczonka

Rosenkavalier Pieczonka

De voorstelling, in 2004 opgenomen tijdens de Salzburger Festspiele (Arthaus 107139) heeft werkelijk alles in zich om tot de top tien van de beste producties te behoren.

De Canadese Adrianne Pieczonka is voor mij één van de spannendste sopranen van de laatste tijd. Haar klank is open, haar hoogte soepel en haar geluid vol en warm. Bovendien weet ze op een zeer natuurlijke manier de noten op te laten bloeien, zonder dat ze ze van onder aanpakt. Ze is ook wars van maniertjes, echt een verademing! In veel opzichten, ook visueel, doet zij mij aan Tomowa-Sintow denken.

Angelika Kirschschlager is een verrukkelijke Octaviaan en Miah Persson een schattige Sophie.

Franz Hawlata oogt een beetje jong voor Ochs, maar wist u dat de baron in werkelijkheid nog geen 40 was?

De productie zelf vind ik ongekend mooi en spannend. Regie lag in handen van Robert Carsen die daarmee alweer heeft bewezen dat hij toch echt bij de absolute top hoort.

De kleine rol van de Italiaanse tenor is zeer luxueus bezet door Piotr Beczala, die er zijn Salzburger debuut mee maakte.

Het Wiener Philharmoniker wordt zeer lyrisch maar tegelijk ook gespierd gedirigeerd door Semyon Bychkov.

Nieuwsgierig?
Hier deel 1 van de productie:

 

 

 

 

 

 

 

Parfum: liederen met seksuele aantrekkingskracht

Karg-Parfum_Cover_thumb

Dat de album een zeer uitnodigende titel Parfum draagt snap ik wel. De op deze cd verzamelde liederen op Franse gedichten uit de tweede helt van de negentiende eeuw hebben een bijzondere seksuele aantrekkingskracht op de toeschouwer.

Alles is mooi aan deze cd. Of het de geheimzinnige cyclus Sheherezade van Maurice Ravel is of de onbekende jeugdwerkjes van de vijftienjarige Benjamin Britten: ze laten je bedwelmd en beneveld achter. Zelfs de overbekende ‘L’Invitation au voyage’ van Henri Duparc klinkt zoals ik hem nooit eerder heb gehoord. Mysterieus en onaards mooi.

Maar het meest ontroerd en getroffen werd ik door ‘Épiphanie’ van Charles Koechlin. Het lied op zich is al een wonderschoon juweeltje, maar in de vertolking van Christiane Karg (en het orkest!) wordt het een door gouden glans geschaduwd schilderij.

Karg heeft een zeer geschikte stem voor de door haar vertolkte liederen: licht, zuiver en zilverkleurig. Haar interpretatie is sierlijk en elegant, laverend tussen de pasteltinten van het impressionisme en de donkere kleuren van het symbolisme. Net als de gedichten die zij zingt. Dat het tegelijk gevoileerd klinkt draagt bij aan de mysterie ‘vrouw’. Ze zou Melisande kunnen zijn. Of zelfs de Sheherezade.

De jonge Duitse dirigent David Akham doet voor haar niet onder en dirigeert alsof hij in zijn dirigeerstokje een complete poëziealbum heeft opgeborgen. Wat een cd!


Parfum
Liederen van Ravel, Debussy, Britten, Koechlin en Duparc
Christiane Karg (sopraan)
Bamberger Symphoniker olv David Afkham
Berlin Classics BR 0300832BC