cd/dvd recensies

Suite for Orchestra van Weinberg is niet anders dan een openbaring

weinberg-17

En alweer word ik zowat knock-out geslagen door een onbekende werk van Mieczysław Weinberg. Niet zo zeer door zijn zeventiende symfonie die ik nog niet kende: die is zonder meer prachtig maar niet echt verrassend. Zijn Suite for Orchestra uit 1950 is dat wel.

Het werk is ontstaan in de voor Weinberg (en andere Sovjetcomponisten) moeilijke jaren vijftig, toen je niet zo zeker was van wat je wel/niet in je noten mocht zetten, alles kon zich immers tegen je keren.

Al in de eerste paar seconden van deel één, ‘Romance’, wordt ik gegrepen door de ongekende schoonheid van de melancholieke klank van de trompet, die in deel twee, ‘Humoresque’, plaats maakt voor vrolijke lichtvoetigheid. Het is net een springerig dansje, met een citaatje of twee uit Mahlers vierde symfonie. Deel drie, ‘Waltz’, lijkt sprekend op het overbekend walsje uit de de tweede Jazz Suite van Sjostakovitsj.

De negentien minuten durende Suite for Orchestra is niet anders dan een openbaring en de kans dat het een ‘hit’ kan worden is groot. Het verbaast mij dan zeer dat het werk zo lang verborgen is gebleven: de opname door het Siberian State Symphony Orchestra beleeft hier zijn wereldpremière.

De zeventiende symfonie, bijgenaamd Memory maakt samen met nummer 18 (War, there is no world more cruel ) en 19 (Bright May) een eenheid, een trilogie met de bijnaam ‘On the Treshhold of War’. Net als de andere twee symfonieën die al eerder door Naxos werden opgenomen heeft ook deze als thema de ‘The Great Patriottic War’, oftewel de tweede Wereldoorlog.

Had de achttiende als uitgangspunt het gedicht van Aleksandr Tvardovsky, zo is nummer zeventien gebaseerd op een gedicht van Anna Achmatova:

‘Your power and freedom
But in the treasure-house of the people’s memory
There will always remain
The incinerated years of war’

Net als de werken zelf is ook de uitvoering door het orkest uit Krasnoyarsk een openbaring. De dirigent Vladimir Lande heeft al in de eerdere opname laten zien hoeveel affiniteit hij met het muziek van Weinberg heeft, maar hier overtreft hij zichzelf nog.

MIECZYSŁAW WEINBERG
Suite for Orchestra (1950),Symphony No.17 ‘Memory’, Op.137
Siberian State Symphony Orchestra (Krasnoyarsk) olv Vladimir Lande
Naxos 8573565 • 64’

Voor meer Weinberg zie ook:

Kremerata Baltica speelt MIECZYSŁAW WEINBERG
MIECZYSŁAW WEINBERG: ‘THE PASSENGER’. English traslation

War – there is no word more cruel
MIECZYSŁAW WEINBERG: Complete Sonatas for Violin and Piano

Fahrende Gesellen van Ensemble Oxalys: toegewijd en respectvol

 henschel-oxalys

Deze cd is mijn eerste kennismaking met het Belgische ensemble Oxalys en dat bevalt me zeer. Ik houd van hun benadering van de muziek: toegewijd en respectvol. Al is het soms misschien een tikkeltje te. Wat meer afstand en relativiteit had de door hen gespeelde stukken nog wat meer cachet gegeven.

Voornamelijk de Berceuse van Ferruccio Busoni had daarvan kunnen profiteren. Het oorspronkelijk voor piano gecomponeerde en daarna door de componist zelf georkestreerde juweeltje kent verschillende arrangementen, waarvan die van Erwin Stein de bekendste is. Oxalis speelt het mooi, maar wie de opname van Musici Aurei kent (Eloquentia EL 1233), begrijpt waarschijnlijk wat ik mis.

Het is ook de eerste keer dat ik Debussy’s Prélude à l’aprés midi d’un faune hoor in Benno Sachs’ bewerking voor klein ensemble. Zo gespeeld klinkt het lichter en dansanter, maar ook minder erotisch. En toch, de individuele kleuren van de diverse instrumenten komen fraai tot hun recht.

Dietrich Henschel heeft misschien niet de mooiste stem ter wereld, maar zijn interpretatiekunst is zonder meer aangrijpend.

De Lieder eines fahrenden Gesellen van Gustav Mahler, in de bewerking van Arnold Schönberg, heb ik mooier uitgevoerd gehoord, maar in de liederen van Zemlinsky kent Henschel zijn gelijke niet. De expressieve en zeer tot de verbeelding sprekende liederen op teksten van Maeterlinck moet je kunnen ondergaan en daarbij biedt Henschel je een helpende hand. Zeer indrukwekkend.


Fahrende Gesellen
Debussy, Zemlinsky, Busoni en Mahler
Dietrich Henschel (bariton), Oxalys
Passacaille 1008

zie ook: MAHLER MINGARDO MUSICI AUREI

ZEMLINSKY: 7 Songs and Chamber Symphony

 zemlinsky

Tot mijn grote ergernis is Zemlinsky nog steeds een grote ontbrekende op de concertpodia en in opnamestudio’s. Na een kortstondige renaissance in de jaren negentig, voornamelijk te danken aan James Conlon en Riccardo Chailly, is het weer stil geworden rond Zemlinsky, één van de allergrootste Jugendstil-componisten van het fin de siècle. Vraag het maar aan een doorsnee muziekliefhebber: verder dan de Lyrische Symfonie komt hij niet. Mocht hij überhaupt de naam Zemlinsky kennen.

De liederen die op deze cd onder de verzamelnaam Zeven liederen van nacht en droom zijn opgenomen, dragen verschillende opusnummers in Zemlinsky’s oeuvre. De Duitse componist Richard Dünser heeft ze op thema bij elkaar gezocht en ze van een orkestarrangement voorzien – omdat ze volgens hem “om een orkest schreeuwen”. Nu vind ik orkestbegeleiding veelal aantrekkelijker dan enkel piano, maar of het hier zo goed heeft uitgepakt?

De liederen klinken beslist mooi, zeker omdat Jenny Carlstedt over een zeer prettige mezzostem met een warm timbre beschikt en haar voordracht bijzonder aangenaam is. Toch mis ik iets.

Wat het is, kan ik pas benoemen bij het beluisteren van Dünsers arrangement van het tweede strijkkwartet, waar hij een ‘chamber symphony’ van heeft gemaakt. Het is té mooi, waardoor het op den duur een beetje monochroom wordt. Wat ontbreekt, is de voor het oeuvre van de componist onontbeerlijke erotiek. Zonder dat is Zemlinsky Zemlinsky niet meer.


ALEXANDER ZEMLINSKY
Seven songs; Chamber Symphony (based on stringquartet no.2) arranged by Richard Dünser
Jenny Carlstedt (mezzosopraan), Lapland Chamber Orchestra olv John Storgärds
Ondine ODE 1272-2

Meditation van Elīna Garanča: bij elkaar geraapt zooitje sentimenteel geestelijk verdriet…

garancameditationcd

Dat de cd voor mij in categorie “ondermaats” valt, ligt niet aan Elīna Garanča. Het behoeft geen reclame dat zij een prachtzangeres is. Haar stem is hier net zo mooi als altijd, haar zingen indrukwekkend en haar presentatie zeer zorgvuldig en verzorgd.

Ook het koor van het Letse radio is goed. Het klinkt zeer spiritueel en geïnspireerd, iets wat overigens absoluut niet gezegd kan worden van de rammelende Deutsche Radio Philharmonie Saarbrücken onder Garanča’s echtgenoot Karel Mark Chichon.

Het probleem is de cd zelf. Niet alleen is de opname onevenwichtig (soms te hard, soms te zacht, je moet continu aan de knoppen draaien), maar de zin van het hele project ontgaat mij. Bot gezegd is het een bij elkaar geraapt zooitje sentimenteel geestelijk verdriet…

Mascagni, Adam, Gounod, Bizet en William Gomez staan broederlijk naast elkaar en ook de inmiddels totaal uitgemolken Ave Maria van ‘Caccini’, die eigenlijk gewoon Vavilov heet, ontbreekt er niet. De mij onbekende Ugis Prauliņš doet in sentiment voor zijn landgenoot Pēteris Vasks niet onder, maar het absolute dieptepunt wordt bereikt met het gruwelijk toegetakelde Miserere van Allegri.

Trailer van de album:

Het klinkt misschien wrang, maar dit is de ultieme muziek bij de crematie.Ik moet er niets van hebben, maar wie niet genoeg kan krijgen van “huilmuziek” kan hier zijn hart ophalen. Voor alle anderen: u bent gewaarschuwd!


MEDITATION
Werken van Gounod, Mascagni, Mozart, Bizet, Puccini, Vasks e.a.
Elīna Garanča, mezzosopraan
Latvian Radio Choir; Deutsche Radio Philharmonie Saarbrücken Kaiserlautern olv Karel Mark Chichon
DG 4792071

Wie kent het requiem van Giovanni Bottesini?

bottesini

Bottesini kennen we als de man die de contrabas in het zonnetje heeft gezet. Buitengewoon mooie muziek heeft hij voor het instrument, waar hij een echt virtuoos op was, geschreven.

Bijna niemand weet dat hij ook opera’s componeerde en ik moet bekennen dat ik ze, op een schitterende Ero e Leandro na (er bestaat een prachtige opname van, op Dynamic, zeer aanbevolen!) alleen maar van naam kende. Ik wist dan ook niet dat hij, na de dood van zijn broer Luigi, ook een Requiem heeft gecomponeerd.

Heb ik veel gemist? Moeilijk te zeggen. Ik vind het werk nogal flauw en onevenwichtig, maar misschien ben ik oneerlijk, misschien heb ik te veel naar Verdi en Mozart geluisterd?

Maar misschien ligt het aan de uitvoering dat het werk mij niet echt kan bekoren? Er wordt fatsoenlijk in gezongen, meer niet. Het koor buldert zich door het ‘Dies irae’ heen en het contrast met de daaropvolgende ‘Quid sum miser’ kan niet groter zijn.

Augustin Prunell-Friend beschikt over een zeer lichte tenor, te licht zelfs voor een opname. Zijn geluid is op zich best mooi en lyrisch, zong hij maar niet zo vals! En zijn rollende “r” is ronduit irritant.

Dat de dirigent van oorsprong een contrabassist is verbaast mij niet.


GIOVANNI BOTTESINI
Messa da Requiem
Marta Mathéu (spraan), Gemma Coma-Alabert (mezzo), Augustín Prunell-Friend (tenor), Enric Martínez-Castignani (bariton)
Joyful Company of Singers; London Philharmonic Orchestra olv Thomas Martin
Naxos 8572994 • 65’

From the bottom of my heart

bordewijk

Nederland is een vreemd land. Men houdt er van cultuur en het aanbod is onvoorstelbaar groot en gevarieerd, zeker voor zo’n klein landje. Maar zodra het gaat om de Nederlandse scheppende kunstenaars, geef men niet thuis. Vraag de eerste de beste muziekliefhebber hoeveel Nederlandse componisten hij kent en wees verbaasd!

Wiens schuld is het eigenlijk? En wiens schuld is het dat ik niet eerder van Johanna Bordewijk – Roepman heb gehoord? Waarom worden haar werken nergens geprogrammeerd? Waarom ken ik geen pianist die haar waanzinnig mooie Debout, éveille-toi uit 1953 op zijn repertoire heeft staan? Of de zeer Debussy’aanse Improptu uit 1960?

Pareltjes zijn het, die het  meer dan waard zijn om gehoord te worden. Marcel Worms speelt ze zeer liefdevol en zo zacht, dat je het idee hebt dat hij amper de toetsen aanraakt. Ook in de Sonata 1943 weet hij  mij bijzonder te imponeren.

De Sechs Lieder uit 1925 vind ik minder interessant: niet meer dan “aardig”. Het kan ook een beetje aan de alt José Scholte liggen. Zij zingt mooi maar tamelijk kleurloos waardoor het allemaal een beetje saai klinkt, wat meer dynamiek zou kunnen helpen. Zij is ook niet altijd goed te verstaan. Het meest storend is het in de (patriottisch bedoelde) Nederlandse liederen naar de teksten van Potgieter en Zwanniken uit 1943 en 1945.

Zeer geestig zijn de cabareteske liederen Nursery Rhymes naar de teksten van Arthur Milne.  Daar weet Irene Maessen goed raad mee, al klinkt zij af en toe klein beetje schel.

Niets ten nadele van Ursula Schoch die uit haar viool een warme toon weet te ontlokken in de Vioolsonate (1923), maar het is (opnieuw) Marcel Worms die al mijn aandacht opeist.


Meer over de componiste:

https://bordewijkgenootschap.nl/ferdinand-bordewijk/johanna-bordewijk-roepman/

JOHANNA BORDEWIJK – ROEPMAN
From the bottom of my heart
Irene Maessen (sopraan), José Scholte (alt), Ursula Schoch (viool), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9648 • 70’

‘Big Brother is watching you’: 1984 als opera

1984

De vermaarde dirigent, violist, operadirecteur en componist Lorin Maazel (1930 – 2014) werd geboren in Frankrijk uit Amerikaanse ouders van Russisch-Joodse afkomst. In de laatste jaren van zijn leven legde hij zich steeds meer toe op het componeren. Op 3 mei 2005 ging bij het Londense Royal Opera House zijn eerste en enige opera, 1984 in première.

Maazel schetste zijn opera als volgt: “Een weerzinwekkend verhaal, dat me uit het hart gegrepen is. Het zet de wereld van Big Brother neer. Precies die wereld, vrees ik, waarin we nu leven. In tegenstelling tot de roman eindigt mijn opera met een sprankje hoop.”

Ruim vijf jaar werkte Maazel aan zijn compositie, en volgens The Guardian (die de opera maar niets vond) stak hij ruim 610.000 euro uit eigen zak in de productie. Niks mis mee, zou ik zeggen?

1984 is een typisch Amerikaanse opera geworden. Dat bedoel ik niet negatief; ik houd er juist van. Je hoort de invloeden van Giancarlo Menotti, Carlisle Floyd en Marvin David Levy, en ook John Harbison is nergens ver weg. En al moet Maazel in zijn componerende collega-dirigent André Previn zijn meerdere erkennen (A Streetcar Named Desire heeft veel meer power en zeggingskracht, en de muziek is beslist van een hoger niveau) is de opera echt heel erg spannend.

De Canadese regisseur Robert Lepage draagt bij aan die spanning met zijn enscenering. Rechttoe rechtaan, de muziek en het libretto nauwkeurig volgend.

De bezetting is werkelijk luxueus: Simon Keenlyside, Richard Margison, Nancy Gustafson, Diana Damrau, Lawrence Brownlee… een echte ‘Sternstunde’. Tel dan ook nog de ingesproken ‘telescreen voice’ van Jeremy Irons bij!.

Nancy Gustafson en Simon Keenlyside:

Hoe krijg je het voor elkaar? Verklaart dit misschien waar de eigen financiële inbreng van de componist aan werd uitgegeven?

Meesterwerk of geen meesterwerk: 1984 is zeer de moeite van het bekijken waard.

Ouverture:

Lorin Maazel
1984
Decca 0743289

Andris Nelsons leidt magistrale Brahms

brahms

Wat is de toegevoegde waarde aan een dvd-opname van een klassieke concert? Je luistert immers met je oren? Close ups kunnen soms behoorlijk storend zijn en je uit je concentratie kunnen halen. En je op de dirigent concentreren behoort ook niet altijd tot de grootste genoegens. Want zeg zelf: hoeveel Bernsteins lopen er rond?

De nog maar 37 jaar oude Letse dirigent Andris Nelsons behoort tot de weinige uitzonderingen: kijken naar zijn gezicht geeft je zo veel plezier dat je bij vlagen vergeet te luisteren. Bij wijze van spreken dan. Nelsons is iemand die de hele symfonie, inclusief alle aantekeningen, op zijn gezicht geprojecteerd lijkt te hebben. de vriendelijkheid waarmee hij de orkestleden toeknikt, maakt daarbij dat je van hem gaat houden.

De eerste maten van de Serenade No. 2 van Brahms vond ik een beetje tam: ik miste de spanning die de opname van de Berliner Philharmoniker onder Claudio Abbado zo bijzonder maakte. Ik miste ook de milde lyriek en het dansante. Als het gezicht van Nelsons er niet bij was…

Maar naarmate het concert vorderde hoe beter het werd. Met als bekroning zowat de mooiste lezing van de tweede symfonie, waarin Nelsons de melodielijnen tot het oneindige leek uit te spannen. Een ware sensatie.

Beide orkeststukken omlijstten Brahms’ magistrale Altrapsodie, met als soliste één van mijn geliefde mezzosopranen, Sara Mingardo. Ze begon een beetje schuchter en aarzelend, maar wist aan het eind de climax tot een absoluut maximum op te voeren. Wat een zangeres!

Zowel het koor van de Beierse radio (dirigent Gerald Hänsler) als het Lucerne Festival Orchestra zijn meer dan voortreffelijk. Het orkest verloochent zij ‘Abbado-verleden’ niet, maar de aanwijzingen van de jonge dirigent lijken ze nog extra te inspireren. Ja, er zijn van die concerten die je ook moet zien.

Hieronder de trailer van de uitgave:

JOHANNES BRAHMS
Serenade No.2, Alto Rhapsody, Symphony No.2
Sara Mingardo (alt)
Bavarian Radio Choir, Lucerne Festival Orchestra olv Andris Nelsons
ACC 20325

MAHLER & BUSONI, Sara Mingardo & Musici Aurei

LA BELLE EXCENTRIQUE

 petiboneccencd

Ik ben nooit een grote fan van Patricia Petibon geweest. Vaak vond ik haar maar een aanstelster, maar met La Belle Excentrique weet zij mij voor het eerst te overtuigen. Het is ook het repertoire waarin zij haar ei kwijt kan: met haar vederlichte stem en haar gave om stemmetjes na te doen is zij een geboren cabaretière.

Dat de cd zo leuk en spannend is, ligt ook aan de arrangementen en het gebruik van diverse begeleiders, waarbij de accordeonist David Venitucci voor een Parijse couleur locale zorgt, iets wat Petibon een beetje het aanzien van een Piaff geeft.

Bij Rosenthals ‘Rêverie’, het eerste lied uit Trois Poèmes de Marie Roustan, had ik graag een iets meer ingetogen geluid willen horen, maar in ‘Pécheur de lune’ klinkt Petibon meer op haar gemak.

Haar Hahn en, in sterkere mate, haar Fauré kunnen mij niet overtuigen. Daarin klinkt ze voor mij te veel ‘poesje mauw’. Haar stem is in die liederen ook niet altijd stabiel

Op haar best vind ik haar in het heerlijke ‘Allons-y, Cochotte!’ van Satie, waarbij zij bijgestaan wordt door de befaamde acteur en regisseur Oliver Py.

Maar degene die mijn hart echt heeft gestolen is Susan Manoff, de pianiste. Haar Satie is om je vingers er bij af te likken. Daar wil ik meer van horen!

The making of:


La Belle Excentrique
Satie, Ferré, Poulenc, Hahn, Rosenthal, Fauré en Cockenpot
Patricia Petibon (sopraan), Susan Manoff (piano), David Levi (piano), Olivier Py (vocals), Nemanja Radulovic (viool), Christian_Pierre La Marca (cello),  François Verly (percussie), David Venitucci (accordeon),
DG 4792465

MIECZYSŁAW WEINBERG: THE PASSENGER

 61bf1t6tdfl-_sl1000_

Time: early sixties. The war not yet forgotten, perhaps, but  definitely over. It is possible to be happy again, and enjoy life.

vlcsnap-passengerneostf00001

Amongst the passengers on the ocean liner is a German diplomat, on his way to Brazil with his wife Lisa to occupy an important diplomatic position.  Suddenly,  a strange woman appears and  confronts Lisa with her past. Completely shattered, Lisa feels forced to confess her past to her husband. She was an active SS member, and worked as an Aufseherin in Auschwitz. The strange woman reminds her of Martha, a Polish prisoner whose death she thinks she is responsible for.

vlcsnap-passengerneostf00011

Whether the strange woman really is Martha, or guilt makes Lisa imagine it remains uncertain. In her mind Lisa returns to the Hölle and relives the events of the past.

SONY DSC

“Die Passagerin” (Пассажирка) was the first opera by Mieczysław Weinberg, a Polish Jew who fled to the Soviet Union in 1939.

The Russian libretto (author: Alexander Medvedev) is based on an autobiographical novella by the Polish author Zofia Posmysz. Posmysz wrote her – partly fictional – meeting with her former Aufseherin in the “I” form, but from the perspective of the guard.

Weinberg composed the opera in 1968, when antisemitism in Poland and Russia again was at its height. This might have been the main reason the opera received its premiere performance only in 2006, in concert form.

The stage premiere took place in Bregenz in 2010 in an outstanding production by David Pountney. Together with set designer Johan Engels he had created a gigantic ship, with the action taking place on two levels. Present events took place on the top deck, where white and blue (heaven?) were the predominant colours.  The dark past was consigned to the lowest levels of the ship, like the subconscious.

passengerstagehdl416

Most of the opera is sung in German and Russian, but Martha sings her two big arias in Polish. We also briefly hear Czech, French and Greek.

Nothing in the opera leaves you cold, but the emotional highpoint for me is the moment Bach’s Chaconne in D is played instead of the Waltz ordered by the camp commander, with which Tadeusz (Martha’s fiance) seals his faith.

passenger

Teodor Currentzis has never been my favorite conductor, but he surpasses himself here. I had never heard him conduct with so much competence and passion.

Every role (and there are many!) is sung admirably. Elena Kelessidi is a most moving Martha. Artur Rucinski’s Tadeusz shows why he has made it to the top list of baritones. Svetlana Doneva (Katja) and Roberto Saccà (Walter) also manage to impress me.

But they all pale in comparison to Michelle Breedt. Her perfectly used voice has every human feeling in it. Love, fear, superiority or damaged ego, she is able to depict all of them equally. For her role as Lisa alone she definitely deserves an Oscar!

 English translation: Remko Jas

Mieczysław Weinberg
The Passenger
Michelle Breedt, Roberto Saccà, Elena Kelessidi, Artur Rucinski, Svetlana Doneva a.o.
Wiener Symphoniker conducted by Teodor Currentzis
Director: David Poutney
Arthaus 109080

For the Dutch version see: DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

Interview with Michelle Breedt: MICHELLE BREEDT interview in English