Susan_Manoff

Van Tragédiennes naar Visioenen. VÉRONIQUE GENS, een mini portret

gens c Alexandre Weinberger Virgin Classics

In 1999 werd Véronique Gens door de Franse ‘Victoires de la Musique’ uitgeroepen tot zangeres van het jaar, maar haar carrière begon dertien jaar eerder, toen zij werd voorgesteld aan William Christie. Haar stem was nog niet geschoold en dat was precies waar hij naar op zoek was. In 1986 debuteerde zij als lid van zijn beroemde barokensemble Les Arts Florissants. Zeer snel groeide zij uit tot de zangeres van de barokmuziek en werkte met de grootste namen uit het circuit: Marc Minkowski, Philippe Herreweghe, René Jacobs, Christophe Rousset en Jean-Claude Malgoire.

Gens zingt ´Ogni vento´ uit Agrippina van Hàndel, olv Malgoire:

Het was Malgoire die haar haar eerste Mozart rollen: Cherubino (Le Nozze di Figaro) en Vitellia (La Clemenza di Tito) liet zingen, maar als iemand haar twintig jaar geleden had voorspeld dat zij ooit Contessa uit Le Nozze of  Elvira (Don Giovanni) zou zingen, dan had ze het stellig niet geloofd.

Véronique Gens als Donna Elvira in Barcelona:

Zingen wilde zij altijd al, maar haar familie van vrijwel alleen maar artsen en farmaceuten vond het maar niks. Geen vast inkomen, geen pensioen  … Dus ging zij Engels studeren in haar geboorteplaats Orléans, en daarna op de Sorbonne.

Inmiddels heeft zij honderden – waarvan vele bekroonde – opnamen gemaakt en haar repertoire breidt zich steeds uit: na Mozart kwam Berlioz  – zo zong zij de rol van Marie in L’enfance du Christ, en voor haar opname van Les Nuit d’été werd zij uitverkoren als de ´Editor’s Choice´ van het Engelse Gramophone. Ook haar cd getiteld Nuit d’étoile met liederen van Fauré, Poulenc en Debussy werd overal zeer enthousiast ontvangen.


Voor Virgin was zij in 2006 op een ontdekkingsreis door de veelal onbekende schatten van de Franse barok gegaan en het resultaat mag er wezen.

 

Gens Tragediennes

Begeleid door het Ensemble Les Talens Lyriques onder leiding van Christophe Rousset nam zij aria’s op van de opera’s van Lully, Campra, Rameau, Leclair, de Mondonville, Royer en Gluck Die zogenaamde “tragédie-lyriques” waren geïnspireerd door de grote klassieke toneelstukken, waarin het tragische element als het belangrijkste gold. Ook bevatten ze lange dramatische scènes, die de toenmalige diva’s de mogelijkheid gaven om het hele scala aan emoties te kunnen tonen.

Véronique Gens past dit allemaal als een handschoen. Zij neemt ons op een ontdekkingreis mee, waarin heel wat vergeten pareltjes voor een enorm plezier zorgen. Maar hoe prachtig ze ook allemaal niet zijn, het absolute hoogtepunt bereikt ze in ‘Dieux puissants que j’atteste…’, Clytamnestra’s schrijnende hartenkreet om haar dochter, uit Iphigénie en Aulide van Gluck.

Daar stijgt zij met de snelheid van een achtbaan tot enorme hoogtes in, en laat de luisteraar naar adem happend en met hartkloppingen achter. Brava.


TRAGÉDIENNES
Aria’s uit vroege Franse opera’s van Lully, Campra, Rameau, Mondonville, Leclair, Royer, Gluck
Les talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset
Virgin 346.762-2 • 70’

(meer…)

Advertenties

LA BELLE EXCENTRIQUE

 petiboneccencd

Ik ben nooit een grote fan van Patricia Petibon geweest. Vaak vond ik haar maar een aanstelster, maar met La Belle Excentrique weet zij mij voor het eerst te overtuigen. Het is ook het repertoire waarin zij haar ei kwijt kan: met haar vederlichte stem en haar gave om stemmetjes na te doen is zij een geboren cabaretière.

Dat de cd zo leuk en spannend is, ligt ook aan de arrangementen en het gebruik van diverse begeleiders, waarbij de accordeonist David Venitucci voor een Parijse couleur locale zorgt, iets wat Petibon een beetje het aanzien van een Piaff geeft.

Bij Rosenthals ‘Rêverie’, het eerste lied uit Trois Poèmes de Marie Roustan, had ik graag een iets meer ingetogen geluid willen horen, maar in ‘Pécheur de lune’ klinkt Petibon meer op haar gemak.

Haar Hahn en, in sterkere mate, haar Fauré kunnen mij niet overtuigen. Daarin klinkt ze voor mij te veel ‘poesje mauw’. Haar stem is in die liederen ook niet altijd stabiel

Op haar best vind ik haar in het heerlijke ‘Allons-y, Cochotte!’ van Satie, waarbij zij bijgestaan wordt door de befaamde acteur en regisseur Oliver Py.

Maar degene die mijn hart echt heeft gestolen is Susan Manoff, de pianiste. Haar Satie is om je vingers er bij af te likken. Daar wil ik meer van horen!

The making of:


La Belle Excentrique
Satie, Ferré, Poulenc, Hahn, Rosenthal, Fauré en Cockenpot
Patricia Petibon (sopraan), Susan Manoff (piano), David Levi (piano), Olivier Py (vocals), Nemanja Radulovic (viool), Christian_Pierre La Marca (cello),  François Verly (percussie), David Venitucci (accordeon),
DG 4792465