
cd/dvd recensies
MAHLER 8 van Mariss Jansons

Daar heb ik altijd moeite mee gehad, met de achtste symfonie van Mahler. Althans: met het eerste deel, dat mij altijd heeft verward en die ik, na eindeloze pogingen nooit heb kunnen bevatten. Ik heb het opgegeven.
Thuis sla ik het dan ook over, want pas in deel twee, de slotscéne uit Goethe’s Faust, komt de echte Mahler te voorschijn. De componist van de alledaagse, schrijnende en spottende – de religieuze mystiek gaat hem blijkbaar niet zo goed af.
De symfonie wordt ook niet zo vaak uitgevoerd, logisch eigenlijk als je bedenkt dat je duizend musici en tientallen eersteklas solisten tot je beschikking moet hebben. In maart 2011 waagde zich ook het Concertgebouworkest er aan en ze hebben het overleefd.
Onder leiding van Mariss Jansons was het geweld milder dan mild, wat ook een soort verademing met zich meebracht. Maar nog mooier dan het orkest vond ik het aandeel van de koren. Subliem.
En de solisten … Die waren wisselend. Naast de werkelijk onnavolgbare Stephanie Blythe en een beetje koele, maar zeer trotse Camilla Nylund was er eigenlijk niemand die echt stand hield.
Tommi Hakala vond ik een maatje te klein en Stefan Kocán, een grootheid inmiddels, was toen nog te jong en zijn maniertjes waren behoorlijk irritant.
Naast de audio-cd krijgt u er ook een echte bonus bij: live registratie uit het Concertgebouw op BluRay. Het beeld is onwaarschijnlijk mooi: echt een aanwinst!
GUSTAV MAHLER
Symphony no.8
Christine Brewer, Camilla Nylund, Stefan Kocán, Maria Espada, Stephanie Blythe, Mihoko Fujimara, Robert Dean Smith, Tommi Hakala; Netherlands Radio Choir, State Choit ‘Latvija’, Bavarian Radio Choir, National Boys Choir, National Children’s Choir; Royal Concertgebouw Orchestra olv Mariss Jansons
RCO Live 13002
Jules van Hessen dirigeert ‘SYMPHONIE DER TAUSEND’ van MAHLER
Dudamel dirigeert Mahler ‘light’
Ooit heb ik geschreven dat ik naar de tijd verlang toen elke nieuwe opname van een symfonie van Mahler een feest was. Je had toen dan ook echte ‘dirigeer-kanonnen’ die zich met de Oostenrijkse meester der meesters bezighielden. Tegenwoordig gaat er geen dag voorbij zonder dat er ergens zijn muziek wordt uitgevoerd, tot in de diepste provincies toe.
Nu is Gustavo Dudamel een zeer charismatische dirigent, men houdt van hem en zijn vaak onconventionele aanpak. Maar: kunnen jonge honden, hoe begaafd ook, alles spelen?
Mahlers negende symfonie is voor mij zijn meest vooruitstrevende compositie. Tijdens het componeren was hij al doodziek en zijn angst voor (en het uiteindelijke aanvaarden van) de dood kunnen alleen de grootste dirigenten en de beste orkesten overbrengen. Bij Dudamel blijft het onderbelicht.
Onder zijn handen klinkt het ‘Rondo Burlesque’ als een slappe aftreksel van een vroege symfonie van Sjostakovitsj. Dudamel neemt een te rustig tempo aan en houdt zijn toon heel erg mild, waardoor het minder wrang en – inderdaad -‘burlesker’ wordt. Maar in het Adagio versnelt hij zijn tempi aanzienlijk. Het verschil met de opname van het KCO onder Bernstein bedraagt maar liefst drie minuten!
Hoe wilt u uw Mahler hebben? Fullsound, met alles erop en eraan en druipend van emoties? Ga dan voor Bernstein met het Koninklijk Concertgebouworkest. Maar als u aan de lijn doet en alles het liefst zo ‘light’ mogelijk wilt hebben dan is deze opname onder Dudamel voor u.
Gustav Mahler
Symfonie nr.9
Los Angeles Philharmonic olv Gustavo Dudamel
DG 4790924 • 86’
Gennadi Rozhdestvensky dirigeert de oorspronkelijk versie van Das Klagende Lied van Mahler. Een must.
Soms weet je het niet meer. Je denkt een werk goed te kennen, heel erg goed zelfs. Je hebt er een zwak voor, dus je hebt het een en ander verzameld en denkt dat er geen geheimen meer voor je bestaan. En dan komt er een oude, geremasterde opname op je deurmat vallen en je voelt je verward
Tot voor kort riep je nog dat er niets beters is dan Giuseppe Sinopoli en dat je met MTT zo lekker wegdroomt, alleen al vanwege zijn zeer slopende tempi. Maar dan gaat je hele wereld op de schop, want opeens voelt het alsof je van een lange slaap bent ontwaakt en dat nu pas alles op zijn plaats valt.
Mahler was amper twintig toen hij Das klagende Lied voltooide. Het zeer romantische en o zo treurige sprookje over een koningszoon die zijn broer vermoordt in strijd om macht en liefde, beschouwde de componist zelf als zijn opus 1 en het eerste werk waarin hij zichzelf als ‘Mahler’ heeft gevonden.
Gennadi Rozhdestvensky was de eerste die Das Klagende Lied in zijn oorspronkelijke, driedelige versie dirigeerde. Alleen daarvoor verdient hij al meer dan lof. Voor de beschrijving van de uitvoering kom ik woorden te kort, want zo dramatisch en tegelijk zo ontzettend lyrisch en liefdevol heb ik het werk nooit eerder uitgevoerd gehoord.
Rozhdestvensky weet de mooiste klanken aan het BBC-orkest te ontlokken, die het meest op het ontwaken en dan het ondergaan van de dag, de wereld en het universum doen denken. Je hoort de vogels zachtjes tsjilpen en de wind door de bomen waaien. En dan gaat de zon onder. Nee, de sprookjes waren niet altijd vrolijk, zelfs toen de wereld er nog in geloofde.
The Fiddler’s Child van Janaček (opgenomen in 1979 in Praag) is nooit eerder op cd uitgebracht geweest. Ik moet u bekennen dat ik, een grote Janáček-fan, het schitterende werk nog niet kende en daar schaam ik mij voor.
De cd is een echte MUST!
Gustav Mahler en Leoš Janáček
Das klagende Lied en The Fiddler’s Child
Teresa Cahill (sopraan), Janet Baker (mezzo), Robert Tear (tenor), Gwynne Howell (bas) en Bela Dekany (viool).
BBC Singers en BBC Symphony Orchestra and Chorus olv Gennadi Rozhdestvensky
ICAC (5080)
Cornelius Meister dirigeert DAS KLAGENDE LIED van MAHLER
Het eeuwige leven oftewel Věc Makropulos van Janáček
Het eeuwige leven, willen we het stiekem niet allemaal? Zeker als je daarbij jong, mooi en gezond blijft? En al helemaal als je een operazangeres bent en al die honderden jaren van je leven je stem kan vervolmaken. Helaas is er ook een keerzijde: je wordt cynisch en niets boeit je meer, ook de seks niet. Immers: je hebt het allemaal al gezien?
Emilia Marty (of Elina Makropoulos, of Eugenia Montez, of één van de andere van haar vroegere alter egos) brengt opschudding in het leven van iedereen, maar zelf blijft ze er kalm onder. Ooit heeft ze liefgehad, maar ook dat is al meer dan honderd jaar geleden. Nu lijkt haar einde toch dichterbij te komen, dus moet ze het ooit door haar vader uitgevonden elixer terug zien te vinden. Maar misschien is de dood toch de oplossing?
Věc Makropulos (De zaak Makropulos) van Janáček is een bijzondere opera, die veel stof levert om over na te denken. Een ‘gefundes fressen’ voor een regisseur, zou je zeggen, zeker ook omdat het libretto (Janáček zelf, naar het verhaal van Karel Čapek) werkelijk geniaal is en door de componist voorzien is van even geniale muziek.

Maar als je Christoph Marthaler heet, wil je het liefst een eigen stempel op de productie zetten en dat doet hij ook. De opera begint met een ‘stomme’ dialoog, die je middels ondertitels kan volgen. Nee, het staat niet in het libretto, maar de regisseur vond het blijkbaar spannend. Het heeft mij ook een paar uur gekost om erachter te komen dat het niet aan de dvd lag.
Of het een toegevoegde waarde heeft? Daar moet u zelf over oordelen. Voor mij hoeft het niet, de boodschap van de opera was zonder ook meer dan helder. Maar als je het eenmaal door hebt, is het ontegenzeggelijk spannend, al vraag ik mij af of het publiek links in de zaal iets kon zien, op de boventitels na.
Ik heb absoluut niets tegen modern theater, zeker niet als het goed en intelligent gedaan is. Als theater is de productie dan ook zeker boeiend. Maar Janáček is ver te zoeken, ook omdat het orkest weinig affiniteit met zijn merite heeft. Janáček is niet modern, meneer Salonen! Zelfs (of misschien juist?) in zijn gruwelijk omgekeerde sprookje ontbreekt het hem niet aan lyriek. En de accenten, de typische ‘Janáček-accenten’, die hoor ik ook nergens. Wat een misverstand!

Er wordt ontegenzeggelijk goed tot zeer goed gezongen. Johan Reuter is een fantastische Prus en Raymond Very een zeer aandoenlijke Gregor. Angela Denoke is een rasartieste en al vind ik haar stem niet echt mooi, in haar rol is ze meer dan overtuigend.
De recensies waren bijna allemaal zeer lovend. Men prees het drama en de zangers. Zelfs Salonen werd bejubeld, dus het laatste oordeel is aan u. (Cmajor 709508)
Behind the scenes:
CD’S

De 30 jaar oude klassieker onder leiding van Charles Mackerras klinkt nog steeds als een klok en is weinig voor verbetering vatbaar, helaas is hij niet (meer?) los verkrijgbaar. Decca heeft alle door Mackerras opgenomen opera’s van Janáček samengebundeld en in een 9 cd tellende box gestopt (4756872). Op zich prima, zeker gezien de prijs, helaas krijgt u het libretto er niet bij. Maar de uitvoering is om te likkebaarden. Elisabeth Söderström is een voortreffelijke Emilia, Peter Dvorský een mooie Albert en Václáv Zítek een imponerende baron Prus.
In 2006 dirigeerde Mackerras de opera bij het English National Opera, in het Engels. De (live) opname verscheen op Chandos (CHAN 3138), en het is goed om het erbij te hebben. Cheryl Barker zingt een mooie, koele Emilia, misschien minder doorleefd dan Söderström, maar zeker niet minder sophisticated. En het Engels is een kwestie van wennen.
Twee sluwe vosjes van Mackerras

Leos Janácek
Geen enkele componist, wellicht op Puccini na, hield zo van vrouwen als Janáček. Niet dat hij een versierder was, al werd hij wel op 70-jarige leeftijd verliefd op een 30 jaar jongere vrouw. Of het iets meer dan alleen een platonische verhouding was, is totaal niet relevant. Kamila Stösslová werd zijn muze, en aan haar had hij zijn mooiste werken opgedragen.
Zonder meer was zij dan ook zijn inspiratie voor het creëren van vrouwenkarakters, die hij met zo veel liefde behandelde dat het volstrekt onmogelijk is om niet van ze te houden. Het mooie, sluwe vosje Bystrouška (wat ‘scherpe oortjes’ betekent) is daar een voorbeeld van.
Bystrouška staat symbool voor alles wat mannen in de opera ontberen, en waarnaar ze verlangen: vrijheid, onafhankelijkheid, schoonheid, maar ook genegenheid. Vandaar dat ze de Boswachter aan Terynka doet denken, een mooi zigeunermeisje, dat ook bij de Schoolmeester en de Pastoor warme gevoelens oproept. Maar het is uiteindelijk de Stroper die Terynka gaat trouwen en zijn bruid een vossenvacht cadeau doet. Symbolischer kan het niet.
Charles Mackerras op Decca (4756872)
Het sluwe vosje is een pracht van een opera, met muziek die zo mooi is dat het je af en toe pijn doet. Vandaar dat dirigent en orkest niet alleen buitengewoon goed moeten zijn, maar ook bijzondere affiniteit met de muziek van Janáček moeten hebben.
Sir Charles Mackerras is zo’n dirigent. In de jaren tachtig nam hij in Wenen vijf opera’s van Janáček op, waarvoor hij louter lof ontving. En terecht. Enkele jaren geleden heeft Decca al die opera’s gebundeld en in een box uitgebracht, die ik niet anders dan van harte aanbevelen kan.
De rol van Vosje wordt gezongen door Lucia Popp, een zangeres met wellicht één van de mooiste lyrische stemmen uit de geschiedenis: een stem met de schoonheid van een kristal.
De box bevat, behalve ‘Het sluwe vosje’, ‘Jenůfa’, ‘Kát’a Kabanova’, Věc Makropulos’ en ‘Uit een dodenhuis’.
De box bevat behalve Het sluwe vosje ook Jenůfa, Kát’a Kabanova, Věc Makropulos en Uit een dodenhuis. Er zit een helder boekje bij, helaas geen libretto’s.
Charles Mackerras op Arthaus Musik (100240)
In 1995 werd Het sluwe vosje opgevoerd in Châtelet in Parijs, in een regie van Nicholas Hytner. De productie werd meteen met de hoogste prijzen onderscheiden. Geen wonder, want het is van een zeldzame schoonheid.
Hytner laat ons een sprookje zien, dat geen sprookje is en waarin mensen en dieren volkomen zijn geïntegreerd in een symbiose van de natuur en de menselijke verlangens.
Eva Jenis is werkelijk fenomenaal als Vosje. Wat die vrouw allemaal in huis heeft, grenst aan het onmogelijke. Ze rent, laat zich vallen, rolt over het toneel, springt dat het een lieve lust is… Dat ze daarbij nog kans ziet om prachtig te zingen, is onvoorstelbaar.
Prachtig is ook Hana Minutillo als Vos en Ivan Kusnjer als de stroper. Thomas Allen bewijst verder eens te meer wat een geweldige en intelligente zangeracteur hij is. Hij heeft de rol al vaker gezongen (ik herinner me een prachtige productie uit de Covent Garden van zo’n 15 jaar geleden), maar nu doet hij het in het Tsjechisch (perfect), in een voor de rest bijna exclusief Tsjechische cast.
Dat het orkest klinkt alsof ze in hun loopbaan niets anders dan Janáček speelden, mag geen wonder heten: de dirigent is dan ook niet minder dan Charles Mackerras
SÌ, SÌ, SÌ, SÌ! Marie-Nicole Lemieux zingt ROSSINI
Marie-Nicole Lemieux in een interview met het OpéraOnline: “Weet je wat merkwaardig is? Met Rossini heb je twee maal zo veel te zingen, maar je bent maar half zo moe aan het eind van het optreden. Rossini begrijpt de stem volkomen”.
Andersom geldt ook: Lemieux begrijpt Rossini volkomen. Dat hoor je. Meteen al in ‘Cruda sorte!’ (Italiana in Algeri) laat ze alle remmen los en trakteert ons op één van verrukkelijkste uitvoeringen van de aria, te vergelijken alleen met Marylin Horne of Ewa Podleś. Net als in adembenemend virtuoos – én spannend! – gezongen ‘Di tanti palpiti’.
Bij ‘Lasciami: non t’ascolto’ (beide Tancredi) wordt zij bijgestaan door de sopraan Patrizia Ciofi, die in virtuositeit niet onderdoet. En ontroerend dat het is! Het Kattenduet aan het eind is precies wat het moet zijn: een verrukkelijke uitsmijter en de kers op de taart.
Een spannend én verrassend recital (deze live registratie dateert van december 2015) samenstellen is geen sinecure. Want al doe je je best, je ontkomt niet aan de onvermijdelijke krakers. Maar, beste plattenmaatschappijen: zelfs een geheel Rossini-recital kan zónder ‘Una voce poco fa’! Zeker in geval van een lang gevestigde zangeres die niets meer hoeft te bewijzen. Voor de rest niets dan lof over deze album. Marie-Nicole Lemieux: Sì, Sì, Sì, Sì!
Rossini
Sì, Sì, Sì, Sì!
Marie-Nicole Lemieux (alt). Met medewerking van Patrizia Ciofi (sopraan) en Julien Veronèse (bas)
Choeur et Orchestre de l’Opéra National Montpellier Languedoc-Roussillon olv Enrique Mazzola
Erato 0190295953263
KROSSOVER, OPERA REVISITED
Klassieke muziek was vroeger van iedereen en dat zou mezzosopraan Tania Kross graag terug willen hebben. Voor haar cd Krossover, opera revisited hebben diverse hedendaagse musici daarom ‘nieuwe oude opera-aria’s’ geschreven.
Het is een verzameling van sentimentele tot zeer sentimentele luisterliedjes (“onbekende/nog niet als zodanig erkende opera aria’s” volgens Kross), die je sterk aan de oude, mistige zwart/wit filmbeelden van een aanhoudende regen, het afscheid nemen van je geliefde, van verlaten stranden en eenzame zonsondergangen doen denken en die je een beetje desolaat achterlaten.
Het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid is sterk en de melancholie (en nostalgie) is allesoverheersend. Domenico Modugno is met zijn ‘Piove’ nergens ver weg en ook de fado komt om de hoek kijken. Maar als je goed luistert, herken je ook iets van ‘Puccini-akkoorden’.
Ik mag het wel, al realiseer ik mij dat de cd niet voor iedereen bestemd is. Menig ‘opera-diehard’ zal hier zijn neus voor ophalen en (zo stel ik mij voor) veel jonge rapliefhebbers zullen er ook geen boodschap aan hebben. Hun gemis, denk ik dan, en zet de cd opnieuw op…Hun gemis, denk ik dan en zet de cd opnieuw op.
De liedjes bieden, hoe gek dat misschien klinkt, een soort troost. Het gevoel dat je hebt nadat Mimi is gestorven; je laat je tranen rijkelijk vloeien, maar daarna kan het alleen maar beter worden.
Kross: “In de hedendaagse klassieke muziek zijn we alle verbanden met de menselijke psyche, met een hart en ziel zo’n beetje kwijtgeraakt. Mensen zijn gaan experimenteren en hebben de melodie en de herkenbaarheid overboord gegooid. Maar niemand kan ontroerd worden door dissonanten en met het intellect alleen raak je van steeds meer mensen vervreemd.”
“De klassieke muziek van vroeger was van iedereen”, vervolgt ze. “Iedereen floot de Mozart-deuntjes en zong mee met de liedjes van Schubert. Dat is waar ik weer naar verlang. Ik wil dat de mensen, zeker jonge mensen, terugkeren naar de concertzalen en operahuizen en dat ze ontroerd raken.”
Kross besloot om door te gaan waar het volgens haar allemaal is gebleven: de romantiek, de herkenbaarheid en – voornamelijk – het gevoel. Haar uitgangspunt was om een soort ‘nieuwe oude opera-aria’s’ te creëren, opera-aria’s die iedereen moesten kunnen aanspreken.
Vooraanstaande Nederlandse en buitenlandse musici en tekstdichters (denk aan namen als Spinvis, Huub van der Lubbe of Lucky Fonz III) zetten zich aan het componeren, geholpen door de deskundige arrangeur en alleskunner, Bob Zimmerman, die de boel naar de klassieke wetten plooide (petje af!).
Begeleid door het zeer betrokken en zeer gevoelig spelende Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel dook Kross de studio in. Het resultaat kreeg de zeer toepasselijke titel Krossover – opera revisited
The making of:
De toon wordt gezet met ‘Mea Culpa’ van Reyn Ouwehand en Marinus de Goederen. De muziek zet zachtjes in en de stem van Tania fluistert mee, onschuldig schuldig, met de hoop op vergeving die er misschien niet komt.
Vanwaar zo veel sentimentaliteit en zo veel droefenis? De meeste opera’s gaan zelden over schuld of verlatenheid. Er wordt in gemoord, gestorven, er wordt zelfmoord gepleegd, maar de heldinnen worden zelden verlaten en/of verscheurd door een schuldbesef.
Kross (lachend): “Blijkbaar is dat een idee dat mannen van vrouwen hebben! Ik heb ze een opdracht gegeven en dat is het resultaat, blijkbaar zien mannen ons zo!
Ik wilde teruggaan naar de oorsprong en naar de primaire menselijke emoties, ik wilde nieuwe muziek maken voor het nieuwe, jonge publiek.”
Op mij maakt ‘Nichts macht mehr Sinn’ van Martijn Konijnburg en Henri Meijer zeer veel indruk. Het voelt ook echt opera-achtig aan. Door het ritme, het tempo, maar ook door de wisselende stemmingen. Kross: “Klopt. Een paar jaar geleden hadden de makers een echte hit gemaakt, met – inderdaad – veel opera-achtige uithalen en een beetje bombarie. Dat wilde ik er ook bij hebben.
Maar ook ‘Voor geen goud’ van Huub van der Lubbe zou niet in een opera, of minstens een moderne muziekproductie misstaan. Het is, wat mij betreft, het allerbeste nummer op de toch al zo fraaie cd. Het geeft Tania ook de meeste mogelijkheden om al haar kunnen te laten horen.
Krossover, opera revisited
Tania Kross (mezzosopraan).
Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel.
Challenge Records (CC72628)
Tides of life: spannende arrangementen van liederen van Wolf, Schubert, Brahms en Barber
In de winter van 2014 maakten Amsterdam Sinfonietta en de Amerikaanse bariton Thomas Hampson een tournee door Europa. In twee weken gaven ze twaalf concerten in zes verschillende Europese landen.
Speciaal voor dit tournee en in opdracht van Amsterdam Sinfonietta bewerkte de Britse componist David Matthews liederen van Wolf, Schubert en Brahms en Schuberts ‘Ständchen’ werd van een nieuw arrangement voorzien door Bob Zimmerman. Alleen ‘Dover Beach’ van Samuel Barber kreeg niet een echte ‘make over’ en bleef dicht bij de oorspronkelijke compositie.
De liederen zijn nu soms amper herkenbaar, maar ik vind het niet erg. Het is best spannend om te horen wat een arrangement met bekende melodieën kan doen.
De tekst blijft natuurlijk hetzelfde, maar de melodielijn – en zeker de toon – verandert wel. In de nieuwe arrangementen klinken de ‘Vier ernste Gesänge’ van Brahms iets minder somber en de liederen van Wolf (‘Der Rattenfänger’!) worden juist veel serieuzer van toon en minder ironisch.
In de zetting van Bob Zimmerman klinkt het lieftallige ‘Ständchen’ een beetje unheimlich. Een gevoel, dat versterkt wordt door de omdraaiing van de “rollen”: het is nu geen meisje dat bijgestaan wordt door een mannenkoor, het zijn nu de vrouwen die de man begeleiden. Het is wel even wennen, maar mooi is het zeer zeker. Het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor weet er in ieder geval goed raad mee.
Hampsons stem is niet meer zo mooi en gecultiveerd zoals vroeger, wat hier alleen maar een pré is. Zo klinken de liederen lekker kruidig, met veel pit.
Amsterdam Sinfonietta bewijst alweer dat ze tot een van de beste kamermuziekensembles in de wereld behoren.
Tides of Life
Hugo Wolf, Franz Schubert, Johannes Brahms, Samuel Barber
Thomas Hampson (baritone), Candida Thompso (viool), Netherlands Female Youth Choir; Amsterdam Sinfonietta
Channel Classics CCS 38917 • 55’
THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade
NOTTURNO: Thomas Hampson zingt liederen van Richard STRAUSS
SOL GABETTA PRAYER
Franz Schreker: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…
IRRELOHE
In 2010 is het opera in Bonn aan een heuse Schreker revival begonnen. In 2010 werd er Irrelohe op de planken gezet en daar door MDG (9371687-6) live opgenomen.

Het verhaal lijkt nog het meest op een heuse horrorfilm. De heren van het kasteel Irrelohe zijn vervloekt. Op hun huwelijksdag worden ze gek en verkrachten een maagd – een vloek die ze aan hun eerstgeborene zoon doorgeven. Alleen de vlammen kunnen de vloek ontkrachten. En die vlammen komen er ook, aan het eind, als de mooie Eva (Ingeborg Greiner) de graaf Heinrich (onweerstaanbare Roman Sadnik) boven de bastaard Peter (Mark Morouse) verkiest. U snapt hem natuurlijk meteen: Peter is de eerstgeborene zoon van de verkrachter; Heinrich (die dus zijn halfbroer is) kwam 30 dagen later ter wereld. Eind goed al goed, maar eerst gaan we huiveren, sidderen en…. genieten..
Roman Sadnik in scènes uit Irrelohe:
Van de opera bestond al een opname op Sony, in 1989 live opgenomen in Wenen.
Wiener Symphoniker stond onder leiding van Peter Gülke en wellicht is het zijn schuld dat het niet heel erg opwindend klinkt. Aan de zangers (o.a. Luana de Vol en Monte Pederson) ligt het in ieder geval niet niet, al vind ik ze ook niet echt om naar huis te schrijven.
DER SCHMIED VON GENT

Van Schrekers’s laatste opera, Der Schmied von Gent had ik een piratenopname uit Berlijn 1981 in mijn bezit, maar daar was ik niet echt weg van: noch van de klank, noch van de uitvoering. Bovendien was de opera zonder synopsis amper te volgen.
Met smacht zat ik dus op de eerste commerciële uitgave van te wachten en zie: daar is hij dan! ‘De Smit’ werd in 2010 in Chemnitz live opgenomen en op CPO (777 647-2) uitgebracht, hulde!
Het is een “Grosse Zauberoper” met een verhaal dat een beetje in de buurt komt van ‘Der Freischütz’, er komt ook een duivel in voor, maar ook de Heilige Petrus en … Alva (het speelt zich tijdens de 80-jarige oorlog). En ja, het komt allemaal goed.
De bezetting, met o.a. fantastische Oliver Zwarg in de hoofdrol van Smee is voortreffelijk.
LIEDEREN
De onvolprezen Reinild Mees heeft er het initiatief voor genomen en is (uiteraard) zelf achter de piano gekropen om twee cd’s vol met de liederen van Schreker te begeleiden en op te nemen. Er doen Jochen Kupfer, Ofelia Sala en Anne Buter aan mee en het resultaat is werkelijk voortreffelijk (Channel Classics CCS 12098 en CCS 14398)

Ook een echte aanrader is een uitgave van Koch Schwann (3-6454-2), hopelijk nog in de handel, met daarop naast het voorspel voor Irrelohe en ‘Vorspiel zu einer grossen Oper’ een werkelijk onweerstaanbare liedcyclus ‘Vom ewigen Leben’, naar de gedichten van Walt Whitman. Het is fenomenaal gezongen door Claudia Barainsky – alleen al voor haar, met haar stralende hoogte en een enorme tekstbegrip moet je de cd toch echt hebben.
En dan heb ik het nog niet eens over het fantastisch spelende Deutsche Symphonieorchester Berlin. De dirigent, Peter Ruzicka snapt precies waar het in de muziek van Schreker over gaat.
VORSPIEL ZU EINEM DRAMA
Als toetje één van de prachtigste instrumentale werken van één van mijn geliefde componisten: Vorspiel zu einem Drama uit 1913. Het BBC Symphony Orchestra
staat onder leiding van Jascha Horenstein:
Meer Schreker:
De bedwelmende klank van Franz Schreker
‘Zij was toch de mijne, of was zij het niet’?
DIE GEZEICHNETEN. Discografie
DER FERNE KLANG
DER SCHATZGRÄBER: Amsterdam september 2012
FRANZ SCHREKER door Lawrence Renes
SCHÖNE WELT. Anne Schwanewilms
‘Zij was toch de mijne, of was zij het niet’?











