Charles_Mackerras

BOHUSLAV MARTINŮ: The Greek Passion

Greek Passion martinu-600 Universal Edition Magazine

Ooit, jaren geleden al heb ik de goden (en de staf van DNO) gesmeekt om The Greek Passion van Bohuslav Martinů op de repertoirelijst te zetten. Tevergeefs. Terwijl het  geen nieuwe productie hoeft te zijn, integendeel zelfs! Er bestaat een prachtige enscenering gemaakt door David Pountney:

Het werd in 1999 in Bregenz oeruitgevoerd (het betrof hier de eerste versie van de opera), en ik raakte er een paar jaar later in Covent Garden erg door ontroerd.

In de door mij bezochte voorstelling werden de hoofdrollen vertolkt door Christopher Ventris als Manolios (Christus) en Douglas Nasrawi als Panait (Judas), en sindsdien hoop ik dat er ooit een DVD van wordt uitgebracht. Zo te zien tevergeefs…

 

Greek Passion Kazantzakis

Nikos Kazantzakis © Universal Edition Magazine

Het onderwerp: vluchtelingen, corruptie, religieuze fanatisme, humanisme en de zoektocht naar identificatie was, is en zal altijd actueel blijven. Bitter, tragisch, maar ook mooi en zeer humaan. Martinů schreef er zelf het libretto voor, naar de roman ‘Ο Χριστός ξανασταυρώνεται‘ (Christus werd weer gekruisigd) van Nikos Kazantzakis. Het boek (en de opera) vertelt een verhaal van de overlevenden van een Turks bloedbad die onderdak zoeken in een Grieks dorp waar de lokale bevolking bezig is met de voorbereidingen voor hun jaarlijkse ‘Passie-voorstellingen’.

Greek Passion film

Er bestaan twee versies van de opera. De oorspronkelijke versie werd in 1957 door de toenmalige directie van het Royal Opera Huis afgewezen. De door Martinů drastisch bewerkte partituur werd pas in 1961 in Zurich uitgevoerd, na de dood van de componist. Deze ‘herziening’ werd in 1981 door Supraphon opgenomen en in 1999 voor televisie verfilmd (Supraphon SU 7014-9).

Vooralsnog moeten we daar genoegen mee nemen, althans wat beeld betreft. Niet dat het slecht is, integendeel, want er valt waanzinnig veel te genieten, maar het is een film en de rollen worden gespeeld door professionele acteurs die werkelijk hun best doen om ons te doen geloven dat ze ook zingen.

De verfilming doet sterk aan Zeffirelli denken. Als u zijn Cavalleria Rusticana hebt gezien, dan weet u wat ik bedoel. Er zijn prachtige beelden van het dorre landschap en de hitte en droogte zijn haast voelbaar. De soundtrack komt van de opname door het Brno Philharmonic Orchestra onder leiding van Charles Mackerras (need I say more?) met o.a. John Tomlinson als de priester Grigoris, John Mitchinson als Manolios, Helen Field als Katerina en de solisten van het Welsh National Opera.

 

Greek Pasion Kaftan

Onlangs is er op Oehms (OC 967) de eerste, oorspronkelijke versie van de opera verschenen, live opgenomen in Graz in maart 2016. De uitvoering is zonder meer goed. De Zwitserse tenor Rolf Romei is een zeer ontroerende Manolios en Dshamilja Kaiser een overtuigende Katerina. Het Grazer Philharmonisches Orchester wordt zeer idiomatisch en zeer aansprekend gedirigeerd door Dirk Kaftan.


Naar de foto’s in het tekstboekje (en de fragmenten op You Tube) te oordelen was de productie ook prachtig om te zien. Waarom geen DVD?


spotify:album:4SlrWIoI0C20dOWHEA9Jis

Meer Martinů:
BOHUSLAV MARTINŮ: Madrigals
BOHUSLAV MARTINŮ: The Epic of Gilgamesh

Twee sluwe vosjes van Mackerras

vosje-janacek

Leos Janácek

Geen enkele componist, wellicht op Puccini na, hield zo van vrouwen als Janáček. Niet dat hij een versierder was, al werd hij wel op 70-jarige leeftijd verliefd op een 30 jaar jongere vrouw. Of het iets meer dan alleen een platonische verhouding was, is totaal niet relevant. Kamila Stösslová werd zijn muze, en aan haar had hij zijn mooiste werken opgedragen.

Zonder meer was zij dan ook zijn inspiratie voor het creëren van vrouwenkarakters, die hij met zo veel liefde behandelde dat het volstrekt onmogelijk is om niet van ze te houden. Het mooie, sluwe vosje Bystrouška (wat ‘scherpe oortjes’ betekent) is daar een voorbeeld van.

Bystrouška staat symbool voor alles wat mannen in de opera ontberen, en waarnaar ze verlangen: vrijheid, onafhankelijkheid, schoonheid, maar ook genegenheid. Vandaar dat ze de Boswachter aan Terynka doet denken, een mooi zigeunermeisje, dat ook bij de Schoolmeester en de Pastoor warme gevoelens oproept. Maar het is uiteindelijk de Stroper die Terynka gaat trouwen en zijn bruid een vossenvacht cadeau doet. Symbolischer kan het niet.

Charles Mackerras op Decca (4756872)

vosje-decca

Het sluwe vosje is een pracht van een opera, met muziek die zo mooi is dat het je af en toe pijn doet. Vandaar dat dirigent en orkest niet alleen buitengewoon goed moeten zijn, maar ook bijzondere affiniteit met de muziek van Janáček moeten hebben.

Sir Charles Mackerras is zo’n dirigent. In de jaren tachtig nam hij in Wenen vijf opera’s van Janáček op, waarvoor hij louter lof ontving. En terecht. Enkele jaren geleden heeft Decca al die opera’s gebundeld en in een box uitgebracht, die ik niet anders dan van harte aanbevelen kan.

De rol van Vosje wordt gezongen door Lucia Popp, een zangeres met wellicht één van de mooiste lyrische stemmen uit de geschiedenis: een stem met de schoonheid van een kristal.

De box bevat, behalve ‘Het sluwe vosje’, ‘Jenůfa’, ‘Kát’a Kabanova’, Věc Makropulos’ en ‘Uit een dodenhuis’.

De box bevat behalve Het sluwe vosje ook Jenůfa, Kát’a Kabanova, Věc Makropulos en Uit een dodenhuis. Er zit een helder boekje bij, helaas geen libretto’s.


Charles Mackerras op Arthaus Musik (100240)

vosje-dvd
In 1995 werd Het sluwe vosje opgevoerd in Châtelet in Parijs, in een regie van Nicholas Hytner. De productie werd meteen met de hoogste prijzen onderscheiden. Geen wonder, want het is van een zeldzame schoonheid.

Hytner laat ons een sprookje zien, dat geen sprookje is en waarin mensen en dieren volkomen zijn geïntegreerd in een symbiose van de natuur en de menselijke verlangens.

Eva Jenis is werkelijk fenomenaal als Vosje. Wat die vrouw allemaal in huis heeft, grenst aan het onmogelijke. Ze rent, laat zich vallen, rolt over het toneel, springt dat het een lieve lust is… Dat ze daarbij nog kans ziet om prachtig te zingen, is onvoorstelbaar.

Prachtig is ook Hana Minutillo als Vos en Ivan Kusnjer als de stroper. Thomas Allen bewijst verder eens te meer wat een geweldige en intelligente zangeracteur hij is. Hij heeft de rol al vaker gezongen (ik herinner me een prachtige productie uit de Covent Garden van zo’n 15 jaar geleden), maar nu doet hij het in het Tsjechisch (perfect), in een voor de rest bijna exclusief Tsjechische cast.

Dat het orkest klinkt alsof ze in hun loopbaan niets anders dan Janáček speelden, mag geen wonder heten: de dirigent is dan ook niet minder dan Charles Mackerras

 

KAT’A KABANOVÁ. Discografie

 

DVD

ROBERT CARSEN

 

katja-mattila

Wolga, de langste rivier in Europa, is voor de meeste Russen het symbool voor werkelijk alles, inclusief het leven zelf. In ettelijke liederen wordt zij bezongen, en in vele verhalen en gedichten speelt zij de hoofdrol.

Ook in De storm van Ostrovski, waar de opera van Janaček op is gebaseerd, en zo ook in de opera zelf: in haar spiegelt zich de ziel van de ongelukkige Kát’a, die haar leven dan ook in Wolga laat eindigen. Je hoort haar ook in de muziek

Dat heeft Robert Carsen in zijn Antwerpse enscenering in 2004 goed begrepen: hij liet de hele bühne door water bedekken en het verhaal zich op vlonders afspelen. Ik vond het de aller-allermooiste productie van het werk. Het is in 2008 door het Teatro Real in Madrid overgenomen en niet zo lang geleden ook op dvd uitgebracht (Fra Musica 003).

Ik moet u heel eerlijk bekennen dat ik echt bang was om het terug te zien. Zou ik het nog steeds zo mooi vinden? Het antwoord is volmondig: ja! Sterker. Het is nog veel mooier dan ik het mij kon herinneren.

Karita Mattila is een Kát’a om verliefd op te worden en Jiří Bělohlávek is, naast Mackerras, de beste pleitbezorger voor de opera. Wilt u mijn eerlijke mening weten? KOPEN, want mooier bestaat niet!

Derde akte: de storm

 

CHRISTOPHER MARTHALER

 

katja-marthaler

Geloof het of niet: voor de meeste operaliefhebbers behoort Kát’a Kabanova tot het standaardrepertoire, maar in Salzburg beleefde zij haar première pas in 1998. Dat de productie toen met gemengde gevoelens werd ontvangen, lag niet aan de muziek of de zangers, noch aan het orkest of de dirigent.

Sylvain Cambreling ontfermde zich over Janačeks meesterwerk, met de nodige liefde en begrip. Al bij de ouverture zat mijn keel dicht en liepen mijn ogen vol met tranen.

Maar helaas, er was ook een regisseur. Marthaler plaatste de handeling ergens in het Oostblok van de jaren zestig, zijn inspiratie duidelijk puttend uit de Tsjechische filmhits uit die tijd. Degenen die ooit Liefde van een blondje van Miloš Forman hebben gezien, weten wat ik bedoel.

Er is nergens een rivier te bekennen (een foto op de muur telt niet mee) en dat is iets wat ik absoluut onacceptabel vind, want Kát’a Kabanova zonder Wolga is voor mij als de Die Zauberflöte zonder fluit.

Een liefhebber van het moderne, conceptuele regietheater kan er misschien plezier aan beleven, want muzikaal zit het werkelijk goed in elkaar. Het was duidelijk, dat hij over een bijzonder lange repetitietijd kon beschikken: de zangers waren gekneed tot een formidabel ensemble.

De zang was ook superieur. Angela Denoke zette een kwetsbare Kát’a neer en Dagmar Pecková schitterde als de opstandige Varvara. David Kuebler en Rainer Trost waren perfect gecast als respectievelijk Boris en Kudrjas, en allemaal hebben ze hun bravo’s wel verdiend. Voor ons Nederlanders is het bovendien leuk om onze eigen nationale trots, Henk Smit, in actie te kunnen zien.

 

 

In de strijd tussen regie en muziek won de laatste het.

 

NICOLAUS LEHNHOFF

 

katja-lehnhoff

Lehnhoff behoort tot de regisseurs die graag een eigen draai aan een voorstelling geven, maar in Glyndebourne heeft hij een vrij traditionele productie geleverd (Arthaus 100158). Zeer sober, maar met veel oog voor details en voor de psychologische ontwikkeling van de personages.

Hij benadrukt alle aspecten van Kát’a’s karakter, ook haar piëteit, dringt diep door in haar gekwelde ziel en maakt haar ellende voelbaar. Er heerst een gevoel van algehele verlatenheid, wat door de prachtige, felle kleuren, die af en toe sterk aan schilderijen van Münch doen denken, versterkt wordt.

Ook muzikaal is er geen reden om te klagen: Nancy Gustafson is een prachtige Kát’a en Barry McCauley een uitstekende Boris.

 

“Storm-scène” uit de derde akte:

 

CD

 

katja-decca

 

Beide door Charles Mackerras gedirigeerde cd-opnames met respectievelijk Elisabeth Söderström op Decca (4218522) en Gabriela Beňačková op Supraphon (SU3291-2 632) in de hoofdrol zijn heel erg goed en geen van beide zou ik willen missen, al heb ik een lichte voorkeur voor Beňačková.

 

 

 

katja-sup

Peter Straka is als Boris net zo geloofwaardig als Petr Dvorsky en Nadĕžda Kniplova en Eva Randová (Kabanicha) zijn aan elkaar gewaagd.