Dmitri_Hvorostovsky

Dmitri Hvorostovsky in drie opnamen

Hvorostovsky

Dimitri Hvorostovsky als Eugene Onegin © Beth Bergman 2012


LIEDEREN EN DANSEN VAN DE DOOD (VAI 4330)

Hvorostovsky Dutoit

Nadat Hvorostovsky in 1989 de Cardiff Competition had gewonnen, stonden platenmaatschappijen in de rij om een contract met hem te tekenen. Het werd Philips en prompt werden er een paar recitals en een paar complete opera’s met hem opgenomen.

Hvorostovsky in Cardiff:

 

Alles prematuur, Hvorostovsky was er nog niet klaar voor: hij sprak de talen niet, en zijn repertoire was te beperkt. Zijn contract werd niet verlengd, en daarna was het bergopwaarts met hem gegaan.

Maar: hij herstelde zich. En hoe! Op 18 juli 1998 gaf hij een recital voor duizenden enthousiaste toehoorders tijdens het Festival de Lanaudière. Hij zong er de Liederen en dansen van de dood van Moessorgsky, gevolgd door een aantal aria’s.

Ik moet nu eerlijk bekennen dat ik van plan was om er bij te gaan lezen, maar daar kwam niets van. Ademloos heb ik zitten luisteren naar zijn fluweelachtige stem, naar zijn weergaloze legato en zijn puntgave interpretatie, waarmee hij me tot tranen toe wist te ontroeren. Daar Hvorostovsky een zeer charismatische zanger is, is het een puur genot om naar hem te kijken.

Hvorostovsky en Charles Dutoit in Rossini’s ‘Largo al Factotum’ (Barbiere di Seviglia van Rossini):

RUSSIAN SONGS FROM THE WAR YEARS (VAI 4318)

Hvorostovsky War years

Patriottisme is een ouderwets woord geworden. Alles moet internationaal, globaal, multiculti en kosmopolitisch, en dat is misschien ook beter zo. De Tweede Wereldoorlog is tweeënzeventig jaar geleden afgelopen, en het schijnt al zo lang weg….

Toch leven er nog mensen die ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’ meegemaakt hebben. Er zijn nog (persoonlijke) verhalen. En de liedjes. Groot ben ik er mee geworden, met de Russische liedjes uit die tijd. Mijn moeder, die de hele oorlog in het Rode Leger had meegevochten, zong ze in plaats van slaapliedjes, en dan droomde ik van de eenzame accordeonist op zoek naar zijn geliefde.

Niemand minder dan Dmitri Hvorostovsky bracht ze terug naar de concertzaal, en op 8 april 2003 trad hij hiermee op voor maar liefst 6500 toeschouwers in het Kremlin Palace op.

Hieronder zingt Hvorostovski ‘Журавли’ (Cranes) uit de film Als de kraanvogels overvliegen van Michail Kalatozov:

De arrangementen zijn ietwat aangepast, minder dik aangezet, klinken losser en voornamelijk nostalgisch. Er is geen sprake van een ‘hoera patriottisme’.

Hvorostovsky zingt duidelijk ontspannen, met een milde glimlach om zijn mond, zonder stemverheffing of een overduidelijke articulatie. Zoiets als een crooner, een Sinatra of een Bing Crosby.

Het publiek snottert en zingt geluidloos mee. Ook ik raak gefascineerd en voel een prikkelend gevoel in mijn ogen. Nostalgie? Mijn Nederlandse, op Curaçao geboren vriendin, was net zo ontroerd. Prachtig.

IL TROVATORE (Opus Arte 0848 D)

Hvorostovski Trovatore plus

Sommige opera’s zouden herdoopt moeten worden. Il Trovatore van Verdi zou eigenlijk ‘Azucena’ moeten heten, want per slot van rekening is zij degene die de scènes beheerst, vanaf het eerste moment dat zij opkomt.

Het is Azucena die de touwtjes in handen heeft en alleen zij kan alle personages redden of breken. Door haar zucht naar wraak vernielt zij alles en iedereen, en daar is geen doorsnee bariton tegen opgewassen. Nou ja, doorsnee?

In zijn roldebuut als Luna heeft Dmitri Hvorostovsky me in deze productie van het Royal Opera House meer dan verrast. Begin jaren negentig had ik nog mijn twijfels over hem, maar ik herroep alles wat ik in die tijd over hem heb gezegd. Nooit gedacht dat er nog een bariton bestaat die zo ontroerend ‘In balen del suo sorriso’ kan zingen. En inderdaad, bij de ‘Sperda il sole d’un suo sguardo…’ moest ik zelfs een traantje wegpinken, zo mooi was het.

Was ik Leonora, dan had ik voor hem gekozen. Zeker boven José Cura als Manrico, die tot het einde toe niet kon beslissen wat hij zong: was het een Otello of een Turiddu?

Meer Hvorostovsky:
SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Dmitry Hvorostovsky
THE BELLS OF DOWN
JEVGENI ONEGIN. Discografie

 

 

 

Advertenties

JEVGENI ONEGIN. Discografie

Onegin

Jevgeni Onjegin is geen kleurrijke figuur. Hij is een nogal saaie, verveelde kwast, voor wie zelfs een vrouw versieren te veel moeite is. Door nalatenschap is hij een rijke man geworden en heeft toegang tot de “high society”, maar alles verveelt hem en eigenlijk weet hij zelf niet wat hij wil.

Hij kleedt zich volgens de laatste mode, de vraag is alleen of hij het doet omdat hij van mooie kleren houdt, of omdat het eenmaal zo hoort. Want hoe de dingen horen: dat weet hij wel.

Hij maakt ook amper een ontwikkeling door in de loop van de opera. Hij doodt zijn beste vriend nadat hij met zijn geliefde heeft geflirt – niet omdat hij daar zin in had, maar om hem (en de, in zijn ogen vreselijke, plattelanders) een lesje te leren – en zelfs dat laat hem onberoerd. Pas aan het eind wordt hij “wakker” en er komt iets van een gevoel bij hem binnen. Maar is het heus?

Niet echt iemand aan wie je een opera kan ophangen, vandaar ook dat voor veel mensen de echte hoofdpersoon niet Onjegin maar Tatyana is. Zelf weet ik het niet (als Tsjaikovski het zo had gewild dan had hij de opera “Tatyana” genoemd?), maar dat zij een veel boeiender karakter is dan de man van haar dromen staat buiten kijf.

CD’s

Onegin Vishnevskaya

Men zegt Tatyana, men denkt Galina Vishnevskaya. De Russische sopraan heeft een maatstaf voor de rol gecreëerd, waar nog maar weinig zangeressen aan kunnen tippen. In 1955 heeft zij de rol, samen met alle Bolshoi grootheden uit die tijd, voor de plaat opgenomen

Haar ‘letterscène’ is wellicht de mooiste ooit, maar de opname heeft nog meer te bieden: wat dacht u Sergei Lemeshev als Lensky? Om te likkebaarden!

Sergey Lemeshev als Lensky (zijn grote aria & duel-scène)

Valentina Petrova is een weergaloze Larina, jammer genoeg is de titelheld zelf (Evgeni Belov) een beetje kleurloos. (Melodiya 1170902).


 

Onegin Wunderlich

In 1962 werd de opera live opgenomen in München (Gala GL 100.520). Ingebort Bremmert is te licht voor Tatyana, zij klinkt ook nogal scherp, maar Brigitte Fassbaender maakt veel goed als Olga. Maar voor de verandering doen de dames even niet mee, u koopt het natuurlijk vanwege de heren: Hermann Prey en Fritz Wunderlich.

Prey is een zeer charmante, galante Onjegin, meer een broertje dan een minnaar, maar de stem is zo goddelijk mooi! En over Lensky van Wunderlich kan ik zeer kort zijn: ‘wunderbar’! Het valt mij overigens weer eens op hoe sterk Piotr Beczala op hem lijkt!

Er zijn veel toneelgeluiden en het geluid is dof met veel te veel bassen. En het is natuurlijk in het Duits, maar ja, zo ging dat in die tijd. Maar het is een weergaloos document en zeker vanwege de beide zangers eigenlijk een must.

Duel-scène uit de opname (met beeld!):

Onegin Solti

In 1974 heeft Georg Solti de opera voor Decca opgenomen (4174132) en die lezing geldt nog steeds als één van de besten. In Stuart Burrows had hij de beste Lensky na Wunderlich en vóór Beczala tot zijn beschikking en Teresa Kubiak was de personificatie van Tatyana. Jong, onschuldig, een tikje geëxalteerd aan het begin van de opera en berustend aan het einde

Onder zijn leiding bloeide het orkest (Orchestra of the Royal Opera House) als de korenbloemen in de Russische velden, waardoor het duidelijk werd waarom de componist zijn opus magnus als ’lyrische scènes’ en niet als opera beschouwde.

Bernd Weikl is een zeer verleidelijke Onjegin, zijn zeer kruidige bariton is bijzonder sexy. Nicolai Ghiaurov is natuurlijk legendarisch in zijn rol van Gremin en voor mij is Michel Sénéchal wellicht de beste Triquet ooit. Enid Hartle verdient speciale vermelding als Filipyevna.



 

 

 Onegin Levine

Ik wil wat langer stilstaan bij Onjegin van Sir Thomas Allen. Hij heeft de rol ettelijke keren gezongen: zowel in het Russisch als in het Engels. In 1988 nam hij hem voor DG (423 95923) op. Tatyana werd gezongen door Mirella Freni – in de herfst van haar carrière werd het één van haar paradepaardjes. Zij overtuigt dan ook meer als de oudere Tatyana dan als het jonge meisje, maar aan haar lezing valt niets op aan te merken.

Neil Shicoff, toen nog een pracht van een lyrico was een zeer idiomatische Lensky, maar Anne Sophie von Otter overtuigde maar matig als Olga. Onder James Levine liet het Staatskapelle Dresden een onverwacht lyrisch geluid horen, met mooie lange bogen, maar niet gespeend van een gezond gevoel voor drama.

Maar goed: het gaat voornamelijk om Thomas Allen. Zijn lezing van de titelheld is bijzonder spannend en dramatisch goed onderbouwd, het is werkelijk fascinerend om te horen hoe Onjegin’s neerbuigende houding in I verandert in een zinderende passie in III. Een stemkunstenaar, niet minder.


Het is ook zeer interessant om te zien hoe hij jonge mensen coacht bij een ‘Onjegin masterclass’ (onder zijn “leerlingen” is o.a. James Rutherford):

DVD’s

Onegin Pokrovski

Boris Pokrovsky is een levende legende. Decennialang, van 1943 tot 1982, was hij operadirecteur van het Bolshoi Theater in Moskou. Zelfs in Nederland is hij niet onbekend: in 1996 was hij met zijn nieuwe gezelschap, de Kameropera van Moskou, bij ons ‘op bezoek’ met Leven met een idioot van Alfred Schnittke.

Zijn productie van Onjegin, in 2000 in het Bolshoi in Moskou voor tv opgenomen (Arthaus Musik 107 213) dateert oorspronkelijk uit 1944. Het is natuurlijk een klassieker met alles erop en eraan. Weelderige kostuums, natuurgetrouwe decors, alles zoals het ‘hoort’.

Al bij het opengaan van het toneeldoek komt het eerste ‘open doekje’. Mensen vinden het mooi. Neem het ze kwalijk: het is ook mooi! Sterker nog: het is prachtig! Zo zie je het natuurlijk niet meer. Denk aan Zeffirelli, maar dan echt authentiek, zonder een enkele vrijheid. Je moet het minstens een keer gezien hebben, alleen al om te weten hoe het oorspronkelijk bedoeld was.

De onbekende zangers zijn allemaal gewoon goed, maar de close-ups werken een beetje lachwekkend. Het is natuurlijk ook geen productie om op tv te vertonen, je moet het daadwerkelijk zien in het operahuis. De kans daartoe is echter nihil: de productie van Boris Pokrovsky is na meer dan 60 jaar trouwe dienst door een nieuwe productie van Dmitri Tcherniakov vervangen. Koop de dvd en mijmer over de ‘goede oude tijden’, want ze komen echt niet meer terug.

Trailer van de productie:

 

Onegin Tsjer

Aan de productie van Dmitri Tcherniakov (Bel Air BAC046) ben ik met een enorme dosis scepsis begonnen. Zijn besluit om de oude legendarische productie van Boris Pokrovsky te vervangen was zeer dapper, want de Moskovieten (en niet alleen de Moskovieten) waren er zeer aan gehecht. Bovendien: je moet toch echt goed in je schoenen staan en zeker zijn van jezelf om een LEGENDE durven te vervangen. Daar kwam nog bij dat ik van de cast – op Kotsjerga en Kwiecien na  –  geen van de zangers kende.

Ik heb het geweten, want vanaf het begin zat ik op het puntje van mijn stoel. De enscenering, kostuums, bühnebeeld, decors en rekwisieten – alles klopt, al is het niet zoals het in een doorsnee ‘Onegin’ gaat. De hele eerste en tweede acte speelt zich in dezelfde ruimte af: de eetkamer in het huis van Larina, met prominent een lange tafel en stoelen. Dezelfde tafel en stoelen komen ook in III terug, maar dan in een veel rijkere ambiance.

Tatyana wordt zeer goed geacteerd door Tatiana Monogarova. Ze is bleek, spichtig en lichtelijk autistisch. Ze zit opgesloten in haar eigen gedachtenwereld. De buitenwereld maakt haar bang, ze wil er niet bij horen, ze wil weg, schuilen. Monogarova zingt een beetje tegen de toon aan, wat soms irritant aandoet, maar haar portrettering maakt alles goed.

Lensky (een goede, al niet hemelbestormende Andrey Dunaev) is door zijn onnozelheid, drammerigheid en jaloezie eigenlijk de aanstichter van het kwaad. Ook Tatyana heeft een aandeel in het drama, al is zij het zich niet bewust.

Olga (Margarita Mamsirova) is gewoon een flirt en vanaf het begin daagt zij Onegin uit. Zij is het zuchten van haar dichtende vriendje meer dan zat. En geef haar maar ongelijk!

Ook Larina (een waanzinnig goed zingende en acterende Makvala Kasrashvili) krijgt meer aandacht dan gebruikelijk. Het moment waarop zij, terugdenkend aan haar jeugdjaren, een borrel achterover slaat en even moet huilen, is zeer hartroerend. Maar zij herstelt zich gauw en alles blijft bij het oude.

Mariusz Kwiecien (Onjegin) is inderdaad onweerstaanbaar. Of laat ik het anders formuleren: hij zet zo’n verveelde, zich boven alles en iedereen verheven voelende klootzaak (sorry voor het woord!) neer zoals ik het nog nooit eerder heb gezien en dat blijft hij eigenlijk tot het eind.

Krampachtig probeert hij bij de ‘high society’ te horen, waar ze hem niet lusten. Zelfs zijn plotseling ontvlamde liefde voor Tatyana doet onecht aan. Op zijn knieën biedt hij haar een bos rode rozen aan en als zij weigert met hem te vluchten, probeert hij haar te verkrachten.

Waardig loopt Tatyana de bühne af aan de arm van haar echtgenoot waarop Onjegin een pistool tevoorschijn haalt, maar de zelfmoord wordt ons bespaard, want zonder getuigen is er natuurlijk niets aan.

Trailer:

Onegin Carsen

 

En dan hebben we nog Robert Carsens productie voor de Metropolitan Opera, opgenomen in februari 2007 (Decca 0743298). Ik ben een enorme Carsen-adept en vind bijna alles wat hij doet geweldig. Zo ook deze Onjegin

Zijn enscenering is zeer realistisch en volgt het libretto nauwkeurig. In de eerste akte is de bühne bezaaid met herfstbladeren, maar voor de rest is alles eigenlijk kaal en is er bijna geen decor. Een bed voor de ‘briefscène’, verder wat stoelen in de tweede en derde akte. Bij het duel is de bühne helemaal leeg.

Het is niet storend. Integendeel. De kostuums zijn werkelijk prachtig, maar zeker in de eerste akte doen ze mij meer aan Engelse Jane Austen-verfilmingen dan aan het Russische platteland denken. Echt storend is het niet, het oog wil ook wat, maar Renée Fleming is te glamoureus voor een boerentrien, waardoor haar omschakeling naar een trotse prinses minder indruk maakt.

Onjegin (Dmitri Hvorostovsky) is hier voornamelijk een dandy, zeer met zijn uiterlijk bezig. Nou is Dima in alle aspecten een buitengewoon aantrekkelijke zanger, maar in zijn confrontatiescène met Tatyana doet hij meer aan pappa Germont dan aan Onjegin denken.

Ramón Vargas behoorde in 2007 tot één van de beste lyrische tenoren, maar Lensky was hij niet. Hij doet werkelijk zijn best, hij ziet er ook uit als een heuse dichter, maar die rol heeft wat meer smachten nodig.

Zoals gebruikelijk is Carsens personenregie werkelijk onovertroffen en zelfs Fleming lijkt af en toe te ontdooien. Jammer genoeg is haar Russisch totaal onverstaanbaar.

Fleming en Hvorostovsky in de laatste scène van de opera:

 

Meer Jevgeni Onegin:
JEVGENI ONJEGIN van Stefan Herheim

JEVGENI ONEGIN in de regie van Kaspar Holten. ROH 2013

SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Dmitry Hvorostovsky

dima

Het jaar 1975 markeerde de vijfhonderdste verjaardag van Michelangelo, dé reden voor Sjostakovitsj om de kunstenaar met een compositie te eren.
Het werd een suite gebaseerd op diens gedichten, oorspronkelijk gecomponeerd voor een basstem met piano begeleiding, waarna de componist het bewerkt heeft voor een orkest.

Het werk, dat Sjostakovitsj zelf als zijn laatste symfonie beschouwde, ademt één en al pessimisme en zwaarmoedigheid. Wat eigenlijk geen wonder mag heten: het jaar 1974, toen de Suite ontstond, was geen gemakkelijke voor de componist. In die periode was hij zwaar ziek (hij overleed amper een jaar later): behalve problemen met zijn hart leed hij ook aan zware artritis, waardoor het componeren niet al te gemakkelijk ging. En alsof het nog niet genoeg was werd hij een jaar eerder gediagnosticeerd met kanker. Geen wonder dat hij gebukt ging onder zware depressies en gevolgd werd door de gedachten aan de dood. De Suite is al meerdere keren opgenomen, zowel met piano als met orkestbegeleiding.

Nog niet zo lang geleden heeft Ondine zelf de cyclus op cd uitgebracht, gezongen door Gerald Finley, in het Middeleeuws Italiaans.

Beide versies zijn onvergelijkbaar en beiden zijn mij even dierbaar. Finley is lichter: in zijn interpretatie hoor je nog een sprankje hoop. Iets wat ver te zoeken is bij Hvorostovski: bij hem is het allemaal kommer en kwel – oftewel de ondraaglijke zwaarheid van (einde van) het bestaan.

Aan de al in 2012 opgenomen liederen van Sjostakovitsj werden drie Petrarca Sonetten van Liszt toegevoegd. De opname dateert van twee jaar later, wat misschien het waarneembare verschil in het timbre van de bariton kan verklaren. Hier klinkt hij donkerder en zijn stem lijkt aan diepte te hebben gewonnen. Het, op zich lichtvoetige en belcanteske muziek van Liszt klinkt bij Hvorostovski een beetje zwaar op de hand, wat hem in mijn ogen een minpuntje oplevert.

Maar dat puntje komt er weer bij vanwege het meer dan voortreffelijke spel van de pianist. Het klinkt alsof Ilja Hvorostovsky erdoorheen wilt slepen,  richting het zonnige Zuiden, waar het leven minder zwaar is.



DMITRI SHOSTAKOVICH
Suite on poems by Michelangelo Buonaratti op.145A
FRANZ LISZT
3 sonetti del Petrarca, S.279A (1stversion)
Dmitri Hvorostovsky (bariton), Ivari Ilja (piano)
Ondine 1277-2 • 59’

Zie ook: SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Gerald Finley

THE BELLS OF DOWN

 

Hvorostovsky the bells

 

Deze cd stelt mij enigszins teleur. Het ligt niet aan de uitvoering, want noch op de stem, noch de zang of de interpretatie van Dmitri Hvorostovsky valt er iets om aan te merken. Die zijn gewoon perfect! Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe mooi het geluid is dat uit zijn keel komt. Het is niet minder dan de belichaming van een volmaakte schoonheid.

 

Hieronder één van de mooiste nummers van de cd, ‘Vyhozhu odin ya na dorogu’ van Elizaveta Shashina:

 

Wat mij het meest imponeert bij Hvorostovsky is, naast zijn heerlijke bronzen geluid, zijn prachtige pianissimo. Bij vlagen klinkt hij bijna breekbaar, wat een fraai contrast oplevert met de zwaarder aangezette passages.

Dat hoor je goed in de solo ‘Prostchay, radost’ (Farewell, My Joy). De stemmingen wisselen elkaar af, maar wat blijft, is een allesomvattend gevoel van totale eenzaamheid. Hierna kun je niet anders dan de muziek even stopzetten voor een moment stilte.

Maar de cd is nog niet afgelopen. Het gevoel wordt nog wel even vastgehouden, maar langzaam ebt de ontroering weg. De liederen op de cd zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, waardoor het op den duur gewoon saai en eentonig wordt. Voor mij althans; een ‘hardcore’ liefhebber van Russische geestelijke liederen en Slavische koren zal hier wellicht wel zijn hart aan ophalen.

The Grand Choir ‘Masters of Choral Singing’ is zeer op de achtergrond opgesteld en is onder dirigent Lev Kontorovich vooral dienstbaar aan de solist.

 

The Bells of Down
Geestelijke liederen van Khristov, Arkhangelsky, Varlamov, Shashina, Sviridov en Russische folksliedjes
Dmitri Hvorostovsky (bariton) en The Grand Choir ‘Masters of Choral Singing’ onder leiding van Lev Kontorovich
Ondine ODE 1238-2 • 64’