Riccardo_zandonai

JONAS KAUFMANN: verismo

kaufmann-verismo

In 2010 heeft Jonas Kaufmann een cd met aria’s uit verschillende veristische opera’s opgenomen. Met als slagroom op de taart het slotduet uit Andrea Chenier, gezongen met “onze eigen” Eva-Maria Westbroek. Het is één van zijn beste solo-albums geworden: verismo past de Duitse tenor als een handschoen.

De cd is, met maar 61 minuten, aan de korte kant. Op zich heb ik daar niets op tegen, zeker ook omdat de cd, naast de bekendere en minder bekende stof, ook een tweetal absolute rariteiten bevat. Denk alleen maar aan ‘Ombra di Nube’ van Licinio Refice.

Kaufmann begint bijzonder sterk met een echte tranentrekker, ‘Giulietta, son io’ uit Giulietta e Romeo van Zandonai. De aria lijkt geschapen voor zijn prachtige stem. Hiermee kan hij laten zien waar hij over beschikt en dat is niet weinig. In sommige recensies worden hem zowat goddelijke kwaliteiten toegemeten, een omschrijving waar ik toch best een beetje huiverig voor ben, maar nu weet ik het niet zo zeker meer

Af en toe (Pagliacci, Mefistofele) doet hij mij aan Plácido Domingo denken. Op zich merkwaardig, want hun stemmen lijken in het geheel niet op elkaar. Maar misschien is het de combinatie van zuivere lyriek met power en zeggingskracht? Ook het acteren met de stem heeft hij gemeen met de ‘grootste aller tenoren’ (de term komt van BBC Magazine).

Hij neemt je mee in het verhaal, sleurt je er doorheen om je na afloop met tranen en verbijstering achter te laten. Een prestatie, die inderdaad alleen de grootsten van de grootsten kunnen leveren, zeker als je enkel aria’s en niet de complete opera zingt.

Wat ik ook zo ontzettend mooi aan hem vind is de warmte die hij uitstraalt, soms voelt het gewoon als een warme bad.

En dan het orkest! Onder leiding van Antonio Pappano, die het grote gebaar niet schuwt, dompelt het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia uit Rome je in een weelde van klank en emoties,

Zijn er dan helemaal geen minpuntjes? O ja, zeker! Niet voor alle aria’s is Kaufmanns stem geschikt. Zo zet hij ‘Lamento di Frederico’ uit L’Arlesiana van Cilea veel te zwaar aan waardoor zijn hoge noten wat afgeknepen klinken.

Er is ook iets raars met het duet met Eva-Maria Westbroek. Ik kan mij natuurlijk vergissen, maar het klinkt alsof hun stemmen apart (en ook nog eens in aparte ruimtes) zijn opgenomen en dan aan elkaar geplakt.

 

Jonas Kaufmann over het zingen van verismo:

 

Het is best zware en zeer emotionele stof, verismo, en na 61 minuten ben je echt moe, van het luisteren alleen. Maar het geeft niet. Dit is OPERA. Op zijn best!

 


 

Verismo Arias
Zandonai, Giordano, Cilea, Leoncavallo, Mascagni, Boito, Ponchielli, Refice
Jonas Kaufmann (tenor), met medewerking van Eva-Maria Westbroek
Orchestra e coro dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Roma olv Antonio Pappano
Decca 4782258

Zie ook:
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

CECILIA

IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

IS VERISMO DOOD? deel 2

 

Advertenties

Zandonai: Francesca da Rimini in Parijs

francesca-libretto 

Op 31 januari 2011 werd de opera Francesca da Rimini van Riccardo Zandonai voor het eerst opgevoerd in Parijs, in de Opéra Bastille. De geweldige cast onder aanvoering van Svetla Vassileva en Roberto Alagna kon zeker aan de hoge verwachtingen voldoen. Regisseur Giancarlo del Monaco moest het echter met een stortvloed aan boe’s bekopen.

Francesca da Polenta (1255 –1285), beter bekend als Francesca da Rimini was een tijdgenote van Dante Alighieri, die haar een plaats in zijn ‘ La Divina Commedia’ heeft “gegund”, maar dan in de vijfde cirkel.  Droevig, want dat verdiende ze niet en als God bestaat dan heeft hij haar al lang gratie verlengd.

Het verhaal: om de vrede tussen de huizen da Polenta en Malatesta te bezegelen moet Francesca met de oudste van de Malatesta broers, Giovanni (Gianciotto) trouwen.
Hij is echter zo afzichtelijk dat de kans dat ze “nee’ zegt buitengewoon groot is. Om haar om de tuin te leiden wordt zij aan zijn jongere broer, Paolo il Bello voorgesteld. Francesca valt als een blok voor de mooie Paolo en ook hij vat de allesomvattende liefde.

De werkelijkheid is gruwelijk: Francesca wordt wakker als de vrouw van Gianciotto. En om het nog ingewikkelder te maken wordt ook de jongste van de Malatesta broers, Maletestino de eenogige, verliefd op haar.

Francesca wijst hem af, waarna hij wraak zweert. Lang hoeft hij niet te wachten: hij ontdekt dat Francesca en Paolo minnaars zijn, verklapt het aan Gianciotto, waarna beide geliefden gedood worden.

francesca-daniunzio

Gabriele D’Annunzio

 

Romantiek ten top, geen wonder dat het een inspiratiebron voor een menig schilder en toondichter was, maar ook de literatuur bleef niet achter. Gabriele D’Annunzio (1863 – 1938) schreef er een prachtig toneelstuk over (een aardig weetje: de hoofdrol werd door niemand minder dan Eleonore Duse, wellicht de grootste Italiaanse actrice ooit, gespeeld) dat in 1914 door Riccardo Zandonai voor een opera werd verwerkt.

francesca-duse

Zandonai was een leerling van Mascagni en een echte verisme adept, maar tegelijkertijd was hij ook een Wagneriaan. Hij was ook een groot bewonderaar van Debussy en Strauss en dat alles hoor je in zijn muziek. De opera is broeierig, sensueel, maar ook buitengewoon lyrisch.

francesca-zandonai

Riccardo Zandonai

De hoofdrol vereist niet alleen een grote, dramatische stem met veel lyriek (ik noem Francesca een klein zusje van Isolde), maar ook nog eens het vermogen om de alles verzengende passie  gestalte te geven. De grootste Francesca’s waren dan ook de zangeressen die verder durfden te gaan dan “gewoon” zingen: Magda Olivero, Raina Kabaivanska, Renata Scoto en Nelly Miriciou.

Of Svetla Vassileva die status ook bereikt moet de tijd leren, maar bij de première was zij zonder meer indrukwekkend. Een mooie, slanke dame met een van huis uit lyrische stem waarmee zij zelfs in dat immense operahuis alle hoeken kon bereiken.

Haar stem op zich is rond en licht, prettig om naar te luisteren, maar daar moet nog meer drama bij. Ik denk dat ze er nog in kan groeien, tenslotte is ze nog jong en nog niet echt bekend met het verisme. Vooralsnog vond ik haar prestatie buitengewoon indrukwekkend.

francesca1

Ontmoetingscène van Francesca (Svetla Vassileva) en Paolo (Roberto Alagna). Foto: Mirco Maglioca/Opéra National de Paris

Roberto Alagna was een bijna perfecte Paolo. Hij heeft een ideaal timbre voor die rol en aangezien zijn stem met de jaren behoorlijk is gegroeid weet hij zich goed raad met de heftigste passages. In de meer lyrische momenten vond ik hem minder overtuigend en af en toe klonk hij ronduit vermoeid, zeker in de hoogte. Ook niet alle noten waren zuiver en soms leek hij zichzelf te overschreeuwen. Toch was hij zonder meer geloofwaardig.

George Gagnidze (Gianciottto) viel mij tegen. Zijn stem is ontegenzeggelijk groot en imponerend, maar wollig. En ik vond weinig inhoud in wat hij zong. Maar misschien moet ik dat op het conto van de belabberde akoestiek in Bastille toeschrijven?

William Joyner daarentegen was een Malatestino uit duizenden. Vaak wordt de rol door een goede ‘comprimiario’ bezet, nou – hier stond een grootheid in spe in de startblokken!

francesca2

Svetla Vassileva en Louise Callignan. Foto: Mirco Maglioca/Opéra National de Paris

Mooi was ook Samaritana (Louise Callinan) en de kleine rol van Smaragdi werd prachtig vertolkt door Cornelia Onciuiu.

Het was voor het eerst dat het werk in Parijs werd opgevoerd, dus de verwachtingen waren hoog gespannen. Helaas. Er was ook een regisseur.

De regie van Giancarlo del Monaco was eigenlijk precies wat je ervan kon verwachten: realistisch tot en met, waar op zich helemaal niets mis mee is. Maar in zijn poging om de wereld van d’Annunzio na te bootsen, creëerde hij een mishmash van de Middeleeuwen en de Art Deco.

Het paleis van de Malatesta’s was een letterlijk nagebouwde ‘Il Vittoriale degli Italiani’, de laatste verblijfplaats van de poëet en de beeltenis van zijn kale kop sierde het voordoek.

francesca-villa

Kamer in  ‘Il Vittoriale degli Italiani’, villa van d’Annunzio. Foto courtasy Italy Magazine

De dames droegen jurken die rechtstreeks leken te zijn overgewaaid uit de schilderijen van een Klimmt of de Prerafaëlieten en de heren hadden iets van een uniform aan. Behalve Paolo dan. Conform de overgeleverde schilderijen droeg hij een lang blauw kleed en de gevechten ging hij (hoe verzien je het?) met pijl en boog aan. Amateuristisch tot en met. Vanwege de changementen (?) heeft del Monaco de opera in stukjes gehakt en maar liefst twee pauzes ingelast, wat niet echt bevorderlijk was voor de concentratie.

De tweede acte was overigens behoorlijk verwarrend. Voor zover je het kon zien, want halverwege de gevechten ging een gigantisch felle lamp aan, die rechtstreeks in de ogen van de toeschouwers scheen. Veel heb ik dus moeten missen, maar toen de lamp uiteindelijk uitging was er opeens een enorm schip, waar Gianciotto, gezeten op een rolstoel, (een knipoog naar de Godfather?) uit kwam rollen.

Wat ik de regisseur ook (of misschien het meest?) kwalijk neem, is dat hij ‘te leen’ is gegaan bij zijn collega Piero Faggioni, waar hij een slap aftreksel van maakte. Hij heeft het geweten! Die arme del Monaco werd op een enorme boe-geroep onthaald, daar trilden zelfs de wanden van La Bastille van. Hij nam het zeer sportief op. Hij knielde, hief zijn handen ter hemel en wierp het publiek kushandjes toe. Schattig.

Het orkest onder Daniel Oren was zonder meer voortreffelijk, maar het laatste woord over de prachtige opera is nog niet gezegd.

Het liefdesduet:

 

Bezocht op 31 januari 2011