Giancarlo_Menotti

De Amerikaanse opera’s deel 2: The Consul (Der Konsul) van Giancarlo Menotti

Tekst: Peter Franken

Gian Carlo Menotti’s vluchtelingendrama stond in het seizoen 2016/17 op het programma van het Theater Krefeld – Mönchen Gladbach. Hoewel geschreven eind jaren 1940 is het beklemmend actueel. De enscenering van Katja Bening is echter geheel conform Menotti’s eigen libretto en regie aanwijzingen, zonder een spoor van transpositie naar het heden. Deze integere benadering bleek zeer effectief.

Naar verluidt las Menotti in 1947 in de krant een berichtje over een Pools-joodse vrouw die op Ellis Island zelfmoord had gepleegd toen ze niet langer tegen de bureaucratische machine was opgewassen die haar de intocht in het beloofde land, de Verenigde Staten, versperde. Dit was aanleiding tot het schrijven van een libretto waarin ook eerdere persoonlijke ervaringen werden verwerkt. In een korte toelichting wordt gesteld: ‘De opera speelt ergens in Europa, maar de handeling is niet aan een bepaald land gebonden. Het is een aanklacht tegen tirannie, in elke vorm.’

Het verhaal draait om Magda Sorel, de vrouw van John Sorel die strijd voert tegen een repressief regiem. Als John moet vluchten naar het democratische buurland probeert zij via het consulaat van deze staat een visum te krijgen voor zichzelf en haar zoontje. Aangezien ze door de geheime politie in de gaten wordt gehouden en de benodigde papieren haar worden geweigerd, staat ze op het consulaat met lege handen. Haar openingszin luidt dan ook: ‘Is de consul te spreken?’

Tamelijk voorspelbaar lukt dat niet. De consul is druk bezet, is nooit te spreken. Een in het vak geharde secretaresse staat iedereen te woord en laat geen uitzonderingen toe. Papieren moeten worden ingevuld en als ergens niet aan de zeer precieze eisen wordt voldaan kan betrokkene gelijk weer de volgende dag terug komen.

Zo komt meneer Koffner al zo lang in het kantoor dat hij verzucht dat hij dat over een jaar nog steeds te horen zal krijgen. Diezelfde Koffner neemt een Italiaanse vrouw onder zijn hoede die de landstaal niet machtig is. Hij vertaalt voor haar en helpt bij het invullen van een formulier. Op voorhand nutteloos want eigen papieren heeft ze niet.

Verder is er een vrouw die haar dochter in het buitenland wil bezoeken. Haar kind is met een soldaat van het betreffende land meegegaan, is bevallen en vervolgens in de steek gelaten. Het gaat haar slecht en haar moeder moet dringend naar haar toe. Dat kan wel een half jaar duren, krijgt ze te horen. Moeilijk geval ook omdat ze drie jaar in een concentratiekamp heeft gezeten. Dat moet goed uitgezocht worden. Verder zijn er talloze gevallen die op de hare lijken: ‘Een naam is een nummer, een verhaal is een geval’. Waarop de wanhopige vrouw uitroept: ‘Moeten wij dan sterven omdat er teveel van ons zijn?’

Comic relief komt in de persoon van de illusionist Nika Magadoff die met allerlei trucs de secretaresse ervan probeert te overtuigen dat zijn status als artiest toch belangrijker is dan een paar papieren. Hij moet tot de conclusie komen dat ook een beroemdheid als hijzelf zijn eigen weg in het leven moet zien te vinden.

Ondertussen is Magda al een maand bezig door dagelijkse bezoeken voor elkaar te krijgen dat ze een onderhoud met de consul mag hebben. Als het voor de zoveelste keer wordt geweigerd gaat ze door het lint en houdt ze een tirade over de onmenselijkheid van het bureaucratische systeem dat papieren hoger aanslaat dan mensen:

To this we’ve come:
that man be born a stranger upon God’s earth,
that he be chosen without a chance for choice,
that he be hunted without the hope of refuge.’

Het is het dramatisch hoogtepunt van de opera.

To this we’ve come, gezongen door de eerste Magda Sorel, Patricia Neway:

Deze uitbarsting heeft tot gevolg dat de secretaresse besluit toch maar eens te kijken of de consul niet een momentje beschikbaar heeft. Hij heeft net een belangrijke gast op bezoek maar die staat op het punt te vertrekken. Als die gast de inspecteur van de geheime politie blijkt te zijn die Magda al geruime tijd onder druk zet, valt ze flauw. Daarna gaat het snel bergafwaarts tot Magda besluit zelfmoord te plegen. Inmiddels zijn haar moeder en zoontje overleden en is John gearresteerd. Als ze met haar hoofd in de oven zit, hallucineert ze en ziet alle spelers in het drama voorbijkomen. De doden wenken haar, kom naar ons toe.

Muzikaal leunt het werk sterk op Puccini en de filmmuziek van Korngold. Dramatische scènes doen sterk denken aan La fanciulla del West en de begeleidende muziek van de Italiaanse vrouw is puur Butterfly. Als Magda hallucineert over een toekomst zonder barrières klinkt er revolutionaire marsmuziek.

De voorstelling in Mönchchen Gladbach werd gezongen in het Duits, geheel conform de wens van Menotti om overal de landstaal te gebruiken. Het werk is dan ook al in ruim 20 talen vertaald. Het decor wisselde tussen het huis van de familie Sorel en het bureau van de consul. Wisselingen vonden plaats met gesloten doek waarbij soms verbindende muziek te horen was.

De hoofdrol was in handen van de Poolse sopraan Izabela Matula, een goede keuze. Ze excelleerde in de grote aria en voor het overige was haar spel zeer overtuigend. De rest van de cast was duidelijk van wat minder niveau maar voor een provinciaal theater alleszins toereikend.  De goed spelende Niederrheinische Sinfoniker stonden onder leiding van Diego Martín-Etxebarría.

In 1963 werd een enscenering van Der Konsul verfilmd voor televisie, een medium dat toen nog in zijn kinderschoenen stond. In 2010 is deze opname door Arthaus op dvd uitgebracht. De zwart wit beelden dragen sterk bij aan de beklemmende sfeer van de handeling en maken het tot een prachtig document uit de geschiedenis van verfilmde opera’s. Het werk is voor televisie geënsceneerd door Rudolph Carter.

Magda Sorel wordt schitterend vertolkt door Mekitta Muszely, je ontkomt er niet aan je geheel met haar problemen te vereenzelvigen. Eberhard Wächter neemt de rol van haar echtgenoot John Sorel voor zijn rekening. Gloria Lane is fenomenaal als de onbuigzame secretaresse die als een Cerberus iedereen bij haar chef vandaan houdt, ondoorgrondelijk vanachter haar zonnebril.  Willy Ferenz overtuigt als een ‘creepy’ agent van de veiligheidspolitie.  Franz-Bauer Theussl staat voor het Orkest van de Volksoper Wien.

Barbers Vanessa from Glyndebourne: it doesn’t get any better than this

Vanessa dvd

We, European snobs, turn up our noses at American music. We find it all kitsch without really understanding it at all. What do we know about Samuel Barber and his partner Menotti, who also was a gifted composer, director and librettist? Little, I’m afraid. But how ‘American’ were they?  And what does that actually mean?

Vanessa, Samuel Barber’s first opera, hit like a bomb. The premiere at the Met on January 15, 1958 was a huge success. Newsweek reported that Barber’s performance was hailed with “an utter roar, usually reserved for prima donnas”. Dimitri Mitropoulos, who conducted the performance, remarked with great  enthusiasm, “At last, an American Grand Opera!”

But not so long after, the opera was labelled ‘un-American’. And that is a good point, for the libretto by Menotti, slightly based on the stories of Isak Denisen (Karen Blixen), is universal and of all times; and most reminiscent of  ‘Great Expectations’ by Charles Dickens.

After the premiere in 1958 (and the recording on RCA), Vanessa was locked up and almost forgotten. The reason? Ask the programmers, the managers, the musicologists, because I do not know. That the opera is still being staged, albeit sparsely, is thanks to Kiri te Kanawa who sang the role of Vanessa in Monte Carlo in 2001 and repeated it twice: in Washington and Los Angeles. That was a wake up call.

I cannot help but consider the production recorded for DVD at Glyndebourne in 2018 to be an absolute masterpiece. Keith Warner’s staging is very cinematic and it does the opera justice. You can really feel the cold and the frost and there are even a few snowflakes. Think of winter in Scandinavia. Of Strindberg. And of those emotions that remain hidden under a thick layer of ice…

Barber composed the role of Anatol for Nikolai Gedda. Edgaras Montvidas does not really come close to it. His beautiful, light tenor lacks sensuality, so it is not really plausible that he would break the hearts of no less than two women. Although… Vanessa has been waiting so long that she is ready for anything and Erika has never even met a man before. One thing is for sure: this Anatol is going to cause a lot of problems. Another thing is also for sure: this Anatol is going to make you hate him.

Erika is officially a cousin of Vanessa, but the good listener knows better and this production blatantly shows it. Erika is Vanessa’s daughter. That makes all relationships even more complicated – she is now also Anatol’s sister! – but at the same time also clearer. The French light mezzo Virginie Verrez is irresistible in the role. Her voice sounds youthful, curious and longing. Her ‘Must the winter come so soon’ already brings tears to my eyes. Towards the end, her voice becomes almost Vanessa-like in timbre. She closes the curtains, covers the mirrors and locks the doors. It is now her time to wait. Touching.

Vanessa is portrayed phenomenally by Emma Bell. Overemotional on the one hand, and yet pretty cool and calculating on the other. Something is not right there, you feel it, no, you know it. Bell does an excellent job of expressing that borderline-like quality. Both in her singing and in her acting.

Rosalind Plowright is peerless as the old baroness. She too, as are her daughter and granddaughter, is emotionally conflicted. Compassionate but up to a point: her principles win out over her feelings.

Donnie Ray Albert is irresistible as the old doctor. His ‘Under the linden tree’ is a real showstopper.

The London Philharmonic Orchestra, conducted by Jakub Hrusa, plays the stars from the sky. My God, what a conductor!

Barber: “Art is international, and if an opera is inspired, it needs no boundaries.” And that is so true here.

Emma Bell, Virginie Verrez , Edgaras Montvidas, Rosalind Plowright, Donnie Ray Albert, William Thomas, Romanas Kudriasovas
The Glyndebourne Chorus;  London Philharmonic Orchestra olv Jakub Hrusa
Regie: Keith Warner
Opus Arte OABD725

VAImusic, oftewel Sesam open u!

VAImusic

VAI (Video Artist International) werd uit puur idealisme en liefhebberij in 1988 door Ernie Gilbert opgericht. Het was zijn bedoeling om interessante concerten als ook opera- en balletvoorstellingen op video uit te brengen.

VAI Promo Image bnd

Allereerst kwamen balletfilms van Rusland uit, met o.a. Maya Plisetskaya, één van de allergrootste ballerina’s aller tijden.

Hieronder Maya Plisetskaya in een fragment uit de tweede acte van ‘De Zwanenmeer’:

De catalogus werd al gauw verrijkt met voorstellingen met Roedolf Nureyev en Margot Fonteyn, voor een balletliefhebber namen om van te likkebaarden.

VAI Lucia

Als eerste opera’s werden Lucia di Lammermoor (met Anna Moffo en Lajos Kozma) en The Medium van Giancarlo Menotti uitgebracht, gevolgd door Tosca met Tebaldi en drie titels met Beverly Sills, de ongekroonde Amerikaanse koningin van de belcanto.

Hieronder Beverly Sills in de laatste scène uit Roberto Devereux van Donizetti:

Voor de vele fans van operasterren is VAI een echte sesam, vol onvolprezen schatten, want hoe kom je anders aan de complete opera’s met Corelli, Kraus, Caballé, Bergonzi of Tagliavini? Of recitals van Scotto, Eleanor Steber, John Vickers of Leontyne Price, om maar een paar te noemen?

VAI L. Price

Van die laatste is een jaar of tien geleden een zeer aantrekkelijke DVD verschenen met de complete derde acte uit Aida, in 1958 opgenomen door de Canadese televisie, plus een recital uit 1982 met aria’s uit o.a. Cosi fan tutte en Madama Butterfly. Met als bonus een drietal aria’s  uit Il Trovatore, Aida en La Forza del Destino, afkomstig uit haar optredens in de legendarische ‘Bell Telephone Hour’ uit de jaren 1963-67 (VAI 4268).

Leontyne Price zingt ‘O patria mia’:

De catalogus van VAI beperkt zich echter niet tot opera en ballet alleen, maar vermeldt ook recitals en concerten van vele beroemde instrumentalisten en dirigenten, waaronder Oistrach, Menuhin, Barbirolli, Munch, Martha Argerich, Arturo Benedetti Michalengeli, William Kapell, Joseph Hoffman… Van Arthur Rubinstein werd een DVD uitgebracht met recitals uit 1950 en 1956, met een keur aan werken van Chopin, en de (verkorte) Rhapsody on a Theme of Paganini van Rachmaninoff (VAI 4275).

Vaimusic trailer:

ARAM KHACHATOURIAN

VAI Khachatourian

Buitengewoon fascinerend is de, op het Hollywood Film Festival als de beste documentaire bekroonde film van Peter Rosen over de Armeense componist Aram Khachatourian. Het begint met diens begrafenis, om daarna, in chronologische volgorde en in de eerste persoon, het leven te schetsen van een man, wiens geschiedenis parallel liep met die van de Sovjet Unie. Het bevat unieke archiefbeelden in zwart-wit, adembenemende filmbeelden van de Armeense landschappen, interessante interviews, fragmenten van zijn balletten, en als bonus de complete uitvoering van zijn celloconcert door Mstislav Rostropovitsj (VAI 4298)

Hieronder: Mstislav Rostropovitsj speelt het celloconcerto van Khachatourian

GIANCARLO MENOTTI: THE CONSUL

VAI Consul

Voor de meeste Nederlanders is hij niet meer dan een vaag bekende naam. Zijn opera’s zijn hier nooit populair geweest en de uitvoeringen ervan zijn op de vingers van één hand te tellen. Jammer eigenlijk, want niet alleen is zijn muziek buitengewoon mooi (men denke aan de combinatie van Mascagni met Britten), ook de onderwerpen die hij in zijn (zelfgeschreven) libretti aankaart zijn maatschappelijk betrokken en snijden actuele onderwerpen aan.

Een krantenartikel van 12 februari 1947 over de zelfmoord van een Poolse emigrante wier visum voor de VS was afgewezen werd door Menotti, die zich het lot van zijn Joodse vrienden in Oostenrijk en Duitsland nog goed herinnerde (ook zijn eigen partner, de componist Samuel Barber was Joods), gebruikt voor zijn eerste avondvullende opera. Het onderwerp heeft – helaas – niets aan zijn actualiteit verloren en The Consul is en blijft een aangrijpende opera die je door je ziel snijdt.

In 1960 werd het geproduceerd voor de televisie, en die registratie is door VAI (4266) op DVD uitgebracht. In zwart-wit, zonder ondertitels (niet schrikken, er wordt zeer duidelijk gezongen) en buitengewoon dramatisch in beeld gebracht door Jean Dalrymple.

Hieronder Patricia Neway zingt ‘To This We’ve Come’: