FAUST-en van Gounod. En van Busoni

Marguerite: A Favorite Melody from Counod's Faust

Wie droomt er niet van om eeuwig jong en mooi te zijn? Het wonderlijke verhaal van Faust, over een wetenschapper die zijn ziel aan de duivel verkoopt, heeft talrijke schrijvers, dichters en componisten geïnspireerd. De versie van Charles Gounod uit 1859 is gewoonweg heerlijk

DVD

Wilt u het werk in beeld zien, dan is de keuze zeer beperkt. Zelf was ik ooit helemaal kapot van de productie van Frank Van Laecke bij Opera Zuid, maar die is niet opgenomen. Jammer.

ROBERTO ALAGNA

gounod-alagna

David McVicar, één van mijn geliefde regisseurs heeft de opera in het Londense Royal Opera House geënsceneerd. Ik heb het daar gezien, eerst met Roberto Alagna en daarna met Piotr Beczala. En eerlijk is eerlijk: ik was er niet kapot van.

Er werd heel erg goed gezongen, dat wel, maar de regie stelde mij een beetje teleur. De eerste voorstellingen, met in de hoofdrollen Roberto Alagna, Angela Gheorghiu, Bryn Terfel, Sophie Koch en Simon Keenlyside, werden in 2004 voor Warner (5099963161199) opgenomen.

Hieronder Angela Gheorghiu als Marguerite, met een toelichting van haar zelf:

FRANCISCO ARAIZA

gounod-araiza

En dan hebben we nog de “enfant terrible” van de jaren tachtig, Ken Russell …. Eerlijk beken ik dat ik niet echt ver ben gekomen met het bekijken van deze dvd (DG 0734108). De regie vind ik buitengewoon irritant met allerlei “vondsten” en “symbolen”, waarvan het nut mij totaal ontgaat.

Francisco Araiza behoorde ooit tot mijn favorieten, en in 1983 zong hij nog een pracht van Ferrando in ‘Cosi fan Tutte’ maar in deze Weense productie uit 1985 is zijn stem een fractie van wat het geweest was. ZONDE!

 

ALFREDO KRAUS

gound-scotto

In 1973 werd Faust in Tokyo opgevoerd en live opgenomen (VAI 4417). Renata Scotto, Alfredo Kraus, Nicolai Ghiaurov… wat een bezetting! Om te likkebaarden, toch? Ja en nee.

Kraus is zonder meer ‘elegant’, maar moet Faust elegant zijn? Is hij niet eerder een ordinaire schurk die gewoon het mooie meisje wil schaken? En geld wil hebben? En wil genieten? Of heb ik het niet begrepen?

Er zit ook geen passie in zijn zingen en zijn hoge noten zijn wat ‘geperst’. Maar Scotto is een zeer ontroerende Marguerite en Ghiaurov een meer dan imposante Méphistophélès.

Scène uit de productie:

CD

NICOLAI GEDDA

Layout 1

Op cd  is de keuze immens. Wat dacht u van Victoria de los Angeles en Nicolai Gedda? Met Boris Christoff als de duivel himself? Gedirigeerd door André Cluytens (Brilliant Classics 93964)? Daar gaat mijn hart van smelten. Gedda kan je wellicht een beetje met Kraus vergelijken, een beetje dan, want zijn stem is groot en zijn zeggingskracht onuitputtelijk. En dan heb ik het niet over zijn taalgevoel. Geef mij maar Gedda!

Gedda zingt “Salut! Demeure chaste et pure”:

PLÁCIDO DOMINGO

gounod-plac

Domingo is niet echt de eerste waar je aan denkt als je het over Faust hebt, maar gelukkig voor de liefhebber bestaat er van hem een goede studio opname. Gelukkig, want in dit geval kan je rustig van één van de beste opnames van het werk spreken (ooit EMI ). Het orkest van de Parijse Opera staat onder leiding van Georges Pretre, één van de beste dirigenten voor het Franse repertoire.

De cast is om je vingers bij af te likken: Mirella Freni is een broze en sensuele Marguerite en Nicolai Ghiaurov een zeer imponerende Méphistophéles.

In de kleine rol van Valentin horen we niemand minder dan Thomas Allen. Zijn ‘Avant de quitter ces lieux” heb ik nooit eerder (of later) mooier gezongen gehoord.


 

FERRUCIO BUSONI

gounod-busoni

Een andere, niet te vergeten Faust is Doktor Faustus van Ferruccio Busoni. Hij spendeerde maar liefst twintig jaar om het verhaal tot een opera te smeden, ook nog eens zonder het te voltooien. Het slot werd door zijn leerling, Philip Jarnach, gecomponeerd.

Anders dan bij Goethe (Busoni gebruikte een in die tijd bekend poppenspel voor het door hemzelf vervaardigde libretto) wenst Busoni’s Faust zich geen eeuwige jeugd, maar een volkomen vrijheid, die, zoals hij later ontdekt, niet bestaat. Maar hij heeft zijn ziel nog, en die schenkt hij aan een (zijn?) dood kind, waardoor hij als het ware reïncarneert.

De opera werd in 2006 in Zürich opgevoerd en gefilmd (Arthaus Musik 101283). Die productie is in alle opzichten fenomenaal. Thomas Hampson speelt zowat de rol van zijn leven. Zijn Faust is, zowel scenisch als muzikaal, van het allerhoogste niveau. In Gregory Kunde (Mépfistophélès) heeft hij echter een geduchte tegenstander – wat hij alleen al aan gezichtsuitdrukkingen in huis heeft, grenst aan het onmogelijke.

 

Samuel Ramey

gounod-ramey
En nu wij het over duivels hebben: kunnen wij om Samuel Ramey heen? Hij lijkt van duivelsrollen zijn beroep te hebben gemaakt. Het is een zeer dankbare karakterrol om te verbeelden, zeker voor een zangeracteur van zijn kaliber. Je kunt al je registers opentrekken en zelfs schmieren is toegestaan.

In 2000 nam Ramey voor Naxos een hele cd met allerlei duivelsrollen op, afkomstig uit Mefistofele van Boito, Faust van Gounod, Robert le Diable van Meyerbeer, La damnation de Faust van Berlioz en The Rake’s Progress van Stravinsky (Naxos 8555355).


 

 Voor meer “Fausten” zie:

IGOR STRAVINSKY: THE RAKE’S PROGRESS. Discografie

DE VROUWELIJKE FAUST: Rapsodia satanica

Faust van ARRIGO BOITO: MEFISTOFELE

PASCAL DUSAPIN: Faustus, The Last Night. ZaterdagMatinee 2010

SCENEN AUS GOETHES FAUST

Onvergetelijke première van Pascal Dusapins ‘Faustus, The Last Night’

dusapin2

Pascal Dusapin

Dusapins opera Faustus, The Last Night beleefde 13 november 2010 een onvergetelijke Nederlandse première tijdens de ZaterdagMatinee. Een betere uitvoering dan die onder leiding van Jonathan Stockhammer en met solisten als John Hancock en Jaco Huijpen is moeilijk denkbaar.

dusapin-dirigent

Jonathan Stockhammer

Allemaal dromen wij wel eens van de eeuwige jeugd, perfecte gezondheid, gelukkige liefde en vrijheid om te doen wat wij willen. En daar hebben we soms heel erg veel voor over, desnoods een pact met de duivel. Zie hier de inspiratiebron voor talloze boeken, gedichten, opera’s, muziekstukken en schilderijen.

Wij, mensen, wij houden van dromen. En van sprookjes. Maar duivels, mochten ze al bestaan, hebben iets beters te doen dan ons een paar decennia te dienen in ruil voor ons ziel. Ook de hemel en de hel zijn niet vanzelfsprekend en wellicht ook verzonnen?

Daar gaat Faustus, The Last Night van Pascal Dusapin (1955) over. Vergeet Goethe, want Mephistopheles is niet geïnteresseerd in de ziel van Faustus en Faustus wil niets verkopen. Er is ook geen Marguérite, geen liefde en ook geen kunstenaarschap. Er is NIETS. Een ‘nulla’, zoals verwoord door Iago in Otello van Verdi. En een totaal nihilisme van Mefistofele, uit de gelijknamige opera van Boito.

Dusapins opera, een werk in één nacht en elf scènes, werd voor het eerst in 2006 uitgevoerd in de Staatsoper unter den Linden in Berlijn:

Lyon en Spoleto volgden en nu was Amsterdam aan de beurt, met een opvoering tijdens de ZaterdagMatinee. Gelukkig concertante, waardoor je niet gestoord werd door de (waan)concepten van een mallote regisseur.

Alhoewel, concertante? Er gebeurde best veel op het podium van de Grote Zaal. Er werd dankbaar gebruik genaakt van de trappen en van de balkons. Alle zangers kenden hun rol uit hun hoofd (de meesten hebben de opera ook al elders gezongen), waardoor ze zich niet alleen maar op de hondsmoeilijke partituur, maar ook op het acteren konden concentreren.

De opera zelf is eigenlijk één lange conversatie over het wel of niet bestaan van dingen. En de zin of onzin van het leven. Existentialisme ten top.

Dusapin is niet makkelijk in een la te stoppen. Hij heeft les gehad van Franco Donatoni en Iannis Xenakis, maar heeft hun ideeën niet overgenomen. Hij heeft gelukkig ook een afkeer van ‘systemen’ en maakt dankbaar gebruik van alles wat er in de loop der jaren is ontwikkeld: jazz, elektronica, banda’s, toegevoegde pauken en blazers… Wat je ook niet bedenkt: Dusapin weet er raad mee.

Eclectisch? Jazeker, maar dat is gelukkig geen scheldwoord meer. Makkelijk? Nee. Maar zo waanzinnig fascinerend!

Behalve Faustus en Mephistopheles voert Dusapin nog twee personages er bij: Togod, (een anagram van Godot, denk aan het toneelstuk van Beckett) – een half God, half duivel. En Sly, een dronkelap en een risee, en alweer een citaat. Niet alleen uit Shakespeare maar ook uit de opera van Wolf-Ferrari.

En dan hebben we ook nog een blinde engel, die zelf ook niet te zien is en die aan de hoofdpersoon alleen weet te vertellen dat hij opnieuw geboren moet worden. In de totale chaos die volgt, wordt de engel verteerd door vlammen.

Aan het eind dooft het vuur en fluisterend zacht dooft ook de muziek en worden de toeschouwers in het ‘Niets’ aan hun eigen lot overgelaten. Adembenemend mooi en pijnlijk ontroerend.

Over de uitvoering kan ik zeer kort zijn: TOP! Hoe en waar vindt men zulke schitterende zanger/acteurs? Toegegeven, ze werden versterkt, maar dat kon niet anders, tegen het geweld van pauken, trombonnen en elektronica is geen (menselijk) stem bestand. En toch … Versterkt of niet – ik neem mijn petje voor ze af, allemaal.

Heather Buck (Engel) ‘wandelde’ met een doodsgemak door de haar voorgeschreven sprongen van maar liefst twee octaven. Adam Klein was bij vlagen hilarisch als de continu dronken Sly en toch wist hij ook de ernstiger kant van zijn rol te benadrukken.

De Nederlandse bas Jaco Huijpen was een zeer imponerende Togod en Stephen West was een niet te versmaden Mephistopheles.

dusapin-jaco

Jaco Huijpen

John Hannock was een Faustus uit duizenden. Eigenlijk kan ik het nog steeds niet bevatten hoe hij de rol heeft ingevuld. Zijn stem leek van elastiek. Sprechgesang? Belcanto? Dramatisch? Alles kon en deed hij. En hoe!

Het Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Jonathan Stockhammer klonk alsof ze met de muziek van Dusapin vergroeid waren, maar misschien is dat ook zo. Onvergetelijk.

dusapin-faustus

Het slotapplaus met in het midden Pascal Dusapin en Jonathan Stockhammer

Pascal Dusapin
Faustus, the Last Night
John Hancock, Stephen West, Jaco Huijpen, Adam Klein en Heather Buc
Radio Kamer Filharmonie olv Jonathan Stockhammer

Bezocht op 13 november 2010 in het Concertgebouw in Amsterdam

Die Zauberflöte: discografie

toverfluit-schinkel-act-1

Tekening van van Karl Friedrich Thiele naar het ontwerp van Karl Friedrich Schinkel

Die Zauberflöte is zonder twijfel één van de populairste opera’s ooit. De officiële catalogus telt meer dan tachtig opnamen op cd’s en zo’n vijftien op dvd’s. De kans dat u de opera niet kent is, denk ik, nihil. Er gaat geen jaar voorbij zonder dat de opera ergens bij in u in de buurt wordt uitgevoerd. Ik twijfel er ook niet aan dat u minstens één opname in de kast hebt staan.

toverfluit-schinkel

“Water en vuurproef”, scèneontwerp van Karl Friedrich Schinkel 1817

CD’s

Cristina Deutekom

toverfluit-deutekom

Men zegt Koningin van de Nacht, men denkt Cristina Deutekom. Althans ik. De opname die zij in 1969 voor Decca (4145682) maakte staat voor mij als een huis en mag eigenlijk in geen enkele huishouding ontbreken. Oké, haar staccato is soms een beetje vreemd en af en toe mechanisch, maar wat een perfectie! Haar woede is heerlijk ordinair. Dat is niet onaardig bedoeld, want het klopt perfect met het karakter van ‘the Queen’. Al komen wij daar pas later in de opera achter.

Stuart Burrows gold ooit als één van de grootste Mozart tenoren die al op weg waren naar het zwaardere “fach”. Voor mij een schakel tussen Fritz Wunderlich en Piotr Beczala. Ik luister graag naar zijn elegante Tamino, zijn stem mengt ook heel erg mooi met Pilar Lorengar (Pamina).

Over de Papageno van Hermann Prey kan ik heel erg kort zijn: de beste ooit.

prey

De Wiener Philharmoniker staat onder leiding van Georg Solti en dat beteken vaart, drama en af en toe stilstaan. Opera ten voeten uit. Wat de opname nog dat beetje (nou ja, beetje?) extra geeft, is het tekstboek met de tekeningen van Kokoschka.

Fritz Wunderlich

toverfluit-bohm

Zoals Hermann Prey de Papageno en Cristina Deutekom de Koningin van Nacht voor mij zijn, zo is Fritz Wunderlich de Tamino. In 1965 heeft hij de rol voor DG (4497492) opgenomen.

toverfluit-wunderlich

HetBerliner Philharmoniker stond onder directie van Karl Böhm, wat natuurlijk wat meer statigheid en behoedzaamheid betekent dan Solti. Maar de klank is echt heel erg mooi. Roberta Peters is een waanzinnig goede Koningin van de nacht en Evelyn Lear een zoetig lyrische Pamina. Tel daarbij de werkelijk fenomenale Franz Crass als Sarastro en Hans Hotter als Sprecher – heerlijk. Toch kent de opname één minpunt: Papageno wordt gezongen door de totaal humorloze Dietrich Fischer-Dieskau. Jammer!

Charles Mackerras

toverfluit-mackerras

Voor de lezing van Sir Charles Mackerras heb ik altijd een zwak gehad. In deze opname stond hij aan het roer van het Scottish Chamber Orchestra (Telarc CD 80302). Zijn zeer elegante manier van dirigeren, zijn integriteit en totale gebrek aan maniertjes zijn mij zeer lief. Maar ook zijn cast doet mijn hart sneller kloppen van plezier.

Allereerst is er de onvergetelijke Jerry Hadley (Tamino), met zijn zoete tonen en Mozartiaanse lijnen. Daar moet ik even een traantje bij wegpinken, hij is ons te vroeg en te onnozel weggevallen.

Barbara Hendricks zingt een beetje gemaniëreerd, maar haar stem is verleidelijk lyrisch en past bij Pamina. June Anderson heeft alle “Queen waardige” noten en coloraturen paraat en Thomas Allen is voor mij, naast Hermann Prey, de beste Papageno.

Claudio Abbado

toverfluit-abbado

Geloof het of niet, maar in 2006 nam Claudio Abbado (toen al over de 70) zijn eerste Toverfluit ooit op (DG4775789). Het resultaat is niet helemaal bevredigend, maar ik wil het toch noemen, vanwege het heerlijk en slank spelende Mahler Chamber Orchestra, maar ook vanwege de toen nog betrekkelijk jonge en beginnende zangers.

Niet allemaal hebben ze het gemaakt, maar René Pape (Sarastro) hoef ik niet meer bij u te introduceren en ook Dorothea Röschmann (Pamina) behoeft geen aanbeveling. Christoph Strehl is een zonder meer overtuigende Tamino en Hanno Müller-Brachman een zeer speelse Papageno.

Dorothea Röschmann als Pamina:

DVD’s:

Nicolai Gedda

toverfluit-gedda

Gedda kon eigenlijk alles zingen en dan ook nog in vele talen. Zijn muzikaliteit was werkelijk spreekwoordelijk en dat kun je goed op deze opname horen.

Edith Mathis & Nicolai Gedda in „Mein, o welch ein Glück!’

Horst Stein dirigeert de Hamburger Philharmoniker en zijn tempi zijn fors, maar met precies 156 minuten speeltijd weet je zeker dat het een en ander is gesneuveld. Het geluid is dof en de aankleding echt “jaren zestig” (de opname is gemaakt in Hamburg, in 1971).

Toch vind ik het één van de belangrijkste Toverfluiten ooit, zeker vanwege de zangers! Zal ik ze noemen? Behalve Gedda: Hans Sotin, de jonge Franz Grundhebber (Monostatos!), Edith Mathis, Kurt Moll, Fischer-Dieskau (als spreker veel beter op zijn plaats), Kurt Moll als Gehärnischte, de zeer ondergewaardeerde William Workman als Papageno en ….. last but not least! JA! Onze “eigen”  Deutekom in haar parade rol:

De regie is van de hand Peter Ustinov. Een monument (Arthaus Musik 101265)

Piotr Beczala

toverfluit-beczala

Een overenthousiast, stormachtig applaus voor het productieteam van een opera: hoe vaak maak je dat nog mee? Het overkwam Benno Besson (regie) en Jean-Marc Stehlé (decors en kostuums) in januari 2001 na hun Zauberflöte in het Parijse Palais Garnier.

Terecht. De door hun gecreëerde voorstelling laat zich als een ouderwetse sprookjesfilm (denk aan Wizzard of Oz) bekijken en ademt de toverachtige sfeer van weleer, toen alles nog goed kwam en waarbij je je tegoed deed aan een simpel, geschilderd decor (en daar genoeg aan had). Het decor en de fantasievolle kostuums zijn overweldigend en feeëriek, met felgekleurde tropische bossen, ‘wilde dieren’ en een ‘echte’ sprookjesprins – gestoken in het wit en met een heus gouden kroontje op zijn hoofd.

Het Orchestre  de l’Opéra national de Paris onder de liefdevolle leiding van Iván Fischer speelt heel erg mooi, al zijn de tempi soms een beetje aan de (te) langzame kant.

Piotr Beczala is voor mij de mooiste lyrische tenor sinds Wunderlich en Gedda. Zijn Tamino is niet alleen perfect gezongen maar ook fantastisch geacteerd. Hij is inmiddels een wereldster, maar was toen nog maar een geheimtip.

Dorothea Röschmann schittert als een gloedvolle Pamina, en Detlef Roth is een prima Papageno. Ook de rest van de cast is zonder meer goed: Désirée Rancatore is een zeer overtuigende Koningin van de Nacht en Matti Salminen een voorteffelijke Sarastro (Arthaus Musik 107233)

Beczala en Röschmann in ‘Tamino mein, o welch ein Glück!’:

Georg Solti

toverfluit-solti-legacy

Nog even kort over Georg Solti: in 2012 vierde hij zijn honderdste verjaardag en naar aanleiding daarvan heeft Decca veel van zijn nooit eerder uitgebrachte en veelal totaal onbekende opnamen uitgebracht. Op de dubbel-cd Solti. The legacy 1937-1997 hoort u hem als de klokkenspelbespeler in Die Zauberflöte. De opname werd gemaakt in 1937 in Salzburg, Papageno wordt gezongen door Willi Domgraf-Fassbander en de Wiener Philharmoniker staan onder leiding van Toscanini (Decca 4784884).

Hieronder Domgraf-Fassbaender als Papageno (met de klokkenspel van Solti):

In 1991 heeft Solti het instrument opnieuw ter hand genomen, alweer in Salzburg, maar nu stond hij ook op de bok. De opera is twee jaar geleden op dvd uitgebracht (Decca 0743603). De regie was in handen van Johannes Schaaf en onder de solisten vinden we de piepjonge René Pape (Sarastro) en de zeer droevig aan zijn einde gekomen Deon van der Walt (Tamino)

toverfluit-solti-dvd

De opera is inmiddels ook op youtube te vinden. Hieronder deel 1:

Op zoek naar de ‘volmaakte klank’

schreker

Op de drempel van de twintigste eeuw lieten veel kunstenaars zich in hun werk leiden door het verlangen naar een volmaakte wereld. Bij geen ander was dat zo prominent aanwezig als bij Franz Schreker (1878-1934).

De première van Der ferne Klang, in 1912 in Frankfurt, werd zeer enthousiast ontvangen. In de Frankfurter Zeitung schreef criticus Paul Bekker dat “het publiek zich kon herkennen in de centrale metafoor van Schrekers werk. Iedereen hoort op zeker ogenblik die raadselachtige klank”.

De hoofdpersoon is een componist met maar één verlangen: het ontdekken van de volmaakte klank. Op zijn zoektocht ernaar verstoot hij zijn geliefde Grete en laat alles wat hij liefheeft achter zich. Pas aan het eind, als het al te laat is, beseft hij dat hij de betoverende ‘verre klank’, samen met het geluk, alleen in de liefde voor Grete kon vinden.

Er zijn niet veel officiële opnamen van de opera op de markt. Zelf ken ik er maar één: live opname uit Berlijn 1991, op Capriccio (60024-2). Daar ben ik nooit kapot van geweest en stilletjes hoopte ik dat de NTR hun uitvoering uit september 2004, met onder anderen Anne Schwanewilms op de markt zal brengen. Helaas.

Gelukkig komt nu Walhall met een live radio-opname uit Frankfurt 1948 en daar ben ik zeer blij mee.Het is een fantastische opname, met een voor die tijd buitengewoon goede geluidskwaliteit.

Ik kende geen van de zangers, des te groter was voor mij de verrassing. Der Ferne Klang is een opera die niet makkelijk valt te bezetten. Beide hoofdrollen vereisen grote stemmen die ook uitgesproken lyrisch zijn en dat zijn Ilse Zeyen (Grete) en Heinrich Bensing (Fritz) zeer zeker.

Het radio-orkest uit Frankfurt wordt op sublieme manier gedirigeerd door Winfried Zillig, een in die tijd zeer bekende Duitse componist muziektheoreticus en dirigent.


Franz Schreker
Der ferne Klang
Ilse Zeyen, Heinrich Bensing, Rudolf Gonszar e.a.
Radio-Sinfonie-Orchester Frankfurt olv Winfried Zillig
Walhall WLCD 0374

Meer Schreker:

DIE GEZEICHNETEN. Discografie

DER SCHATZGRÄBER: Amsterdam september 2012

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

FRANZ SCHREKER door Lawrence Renes

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

TUSSEN TWEE WERELDEN

HÄNSEL UND GRETEL: discografie

hans-tekening

houtsnede naar de tekening van Ludwig Richter (1853)

Sprookjes! Als kind kon ik er nooit genoeg van krijgen en nog steeds ben ik er dol op. Mijn boekenkastje van toen was er goed mee gevuld en ook mijn huidige boekenkast telt ettelijke planken met van alles wat ik op dat gebied te pakken kon krijgen.

Het verhaal van de in een donker bos verdwaalde kinderen, de boze heks en – jazeker! – het peperkoekenhuisje sprak mij, een zeer op snoep verzot meisje bijzonder aan.

Dat er van het sprookje ooit een opera werd gemaakt, dat wist ik wel. In de oude Duitse verfilming van Het dubbele Lotje van Kärstner bezoekt Louise/Lotte de door haar vader gedirigeerde voorstelling van Hänsel und Gretel. De zeer dramatische scène heeft toen enorme indruk op mij gemaakt, de opera stond dus zeer hoog op mijn verlanglijstje.

Mijn eerste echte kennismaking met de opera verliep echter ronduit teleurstellend. En nog steeds kan ik niet echt warmlopen voor het werk. Het is mij niet zoet en niet eng genoeg. Al geef ik onmiddellijk toe dat een mooie, goed gezongen en geacteerde productie mij bijzonder veel plezier kan bezorgen!

De beide mij bekende dvd-opnamen zijn dat zeer zeker en ik zou waarachtig niet weten welke van de twee je zou moeten kiezen.

Royal Opera House, 2008

hans-roh

Kleur! Dat is wat het meest opvalt in de Londense (Covent Garden 2008) productie van Moshe Leiser en Patrice Caurier. Het betoverde (en betoverende) sprookjesbos is groen, de hemel blauw, het jasje van Grietje rood, en de koekjes, gebakjes, taarten en puddinkjes hebben alle kleuren van de regenboog. Of nog meer. En fel dat ze zijn!

Het is een ware lust voor het oog, maar ook de zang is op het allerhoogste niveau. Diana Damrau is een verrukkelijke Grietje en Angelika Kirschlager een jongensachtige Hans. Zelfs in scènes met echte kinderen vallen ze niet uit de toon.

Elisabeth Connell en Thomas Allen, hier als levensechte tokkies zijn goed voor veel heerlijke leedvermaak. En dat Anja Silja meer met haar spel dan met haar zang overtuigt zij haar vergeven, zij is tenslotte een heks (Opus Arte OA BD 7032)

Hieronder de trailer:

Metropolitan Opera, 2008

 hans-met

De oorspronkelijk voor de Welsh National Opera gecreëerde en in 2008 in de Met opgenomen productie van Richard Jones is minstens zo leuk.

Chistine Schäfer (Grietje) en Alice Coote (Hans) zijn misschien net iets braver, maar Rosalind Plowright en Alan Held zijn net zo lekker karikaturaal als Connell en Allen.

Wat de uitvoering tot een absolute “must have” maakt is de heks van Philip Langridge, daar kan zelfs Anja Silja niet aan tippen! En de droompantomime aan het eind van de eerste acte is gewoon kostelijk.

Tijdens de ouverture en in de pauze krijgen we een kijkje achter de coulissen en mogen we de grimeurs in actie aanschouwen. Zeer bijzonder!

Vladimir Jurowski dirigeert zeer licht, belcantesk bijna.

Waarschuwing voor de puristen: de opera wordt in het Engels gezongen! (Warner 5099920630898)

Hieronder een korte trailer:

Milaan, 1954

hansel-karajan-italiaans

Over vreemde talen gesproken: het is helemaal niet verwonderlijk dat een voor een voornamelijk jong publiek bedoelde opera in een voor hen verstaanbare taal wordt uitgevoerd.

Zo dirigeerde von Karajan in 1954 in Milaan het sprookje in het Italiaans, maar wel met twee Duitse sopranen in de hoofdrollen: Elisabeth Schwarzkopf en Sena Jurinac. Wat het  begrip “verstaanbaarheid” meteen relatief maakt.

Rolando Panerai is een heerlijke “Pietro”, maar de cd moet u natuurlijk hebben vanwege de door Rita Streich onweerstaanbaar gezongen Sand- en Taumännchen.

Het orkestklank is, ondanks het analoge geluid zeer verfijnd (Datum DAT 12314).

Von Karajan, 1953

untitled

Verfijning is ook het beste woord om de (studio) opname van Karajan uit 1953 te beschrijven. Alleen al vanwege de ouverture zou je het willen hebben. Orkestraal klinkt het nog mooier dan de opname uit Milaan, maar dat kan natuurlijk aan de voortreffelijke geluidskwaliteit liggen.

Beide Elisabethen: Grümmer en Schwarzkopf klinken zeer geloofwaardig kinderlijk. Hun ‘Brüderchen , komm tanz mit mir’ is gewoon onweerstaanbaar. Het is alleen een beetje jammer dat hun stemmen zo op elkaar lijken, waardoor je niet meer weet of het Hansje of zijn zusje is die nu aan het zingen is. (Warner 509996407162)

Eichhorn, 1971

hans-rca

Er zijn vijf redenen om de opname, die Kurt Eichhorn in 1971 voor RCA maakte aan te schaffen: Anna Moffo (Hans), Helen Donath (Grietje), Christa Ludwig (heks), Arleen Augèr en Lucia Popp (de ‘mannetjes’).

Charlotte  Berthold en Fischer Dieskau zijn niet echt opwindend en het orkest is niet meer dan okay, maar de vijf dames! En stiekem denk ik dat ik Helen Donath’s Gretel misschien de mooiste vind van allemaal. (BMG 74321 252812)

Hieronder Anna Moffo en Helen Donath in `Abendsagen`:

Als de blinde prinses Iolanta is Anna Netrebko helemaal in haar element

iolanta

 

In november 2012 was het dan eindelijk zo ver: Anna Netrebko, al sinds jaren de primadonna assoluta voor veel operaliefhebbers, deed ook Amsterdam aan. En niet zo maar in een concert met losse aria’s, maar in een complete opera. Concertante, weliswaar, maar toch. Een uitverkocht Concertgebouw en een eindeloze jubel vielen haar, volkomen terecht ten deel.

In het kader van de Europese tournee deed Iolanta meerdere steden aan en in Essen werd de voorstelling live door DG opgenomen. Een mooi aandenken voor degenen die erbij waren, voor de anderen een goede kennismaking met een opera die meer bekendheid verdient.

Als de blinde prinses Iolanta is Netrebko helemaal in haar element. Ik zou waarachtig geen andere sopraan weten die de rol met zo veel “sehnsucht” en met zo veel fluweel zou kunnen zingen. Haar arioso “Otchego eto prezhde ne znala” kan je gewoon niet onberoerd laten.

Maar ook de heren rondom de diva zijn zeer goed. Sergey Skorokhodov is een imponerende Vaudémont. Zijn Slavisch getimbreerde tenor klinkt lyrisch en krachtig tegelijk en zijn hoge noten neemt hij met een vanzelfsprekend gemak.

Vitalij Kowaljow, gezegend met een indrukwekkende, diepe bas, is een schitterende Koning René en Alexey Markov maakt als Robert veel indruk met ‘Kto možet sravnit’sya’. Het helpt natuurlijk wel dat hij zowat de mooiste noten in de opera krijgt te zingen.

Het Slovenian Philharmonic Orchestra staat onder de kundige (maar niet meer dan dat) leiding van Emmanuel Villaume, maar is niet van hetzelfde niveau als de zangers

 

Opname uit het Mariinsky Theater in 2009:

 

 

Roberts aria, opgenomen in Salzburg in 2011:

 

 

 

 

Pyotr Ilyich Tchaikovsky
Iolanta
Anna Netrebko, Sergey Skorokhodov, Alexey Markov, Vitalij Kowaljow e.a.
Slovenian Philharmonic Orchestra olv Emanuel Villaume
DG 4793969

Verrukkelijke Cendrillon met Joyce DiDonato

cendrillon

Een sprookje kent zijn eigen regels. Veel is inwisselbaar, maar waar niet aan getornd mag worden is het “happy end”. Dus: het lelijke eendje wordt een pracht van een zwaan en Assepoester wordt een prinses. Alle kwade geesten worden gestraft en we kunnen rustig gaan slapen.

Soms bid ik tot diegene in wie ik niet geloof: geef ons onze sprookjes terug, want tegenwoordig moet alles zo natuurgetrouw  en zo realistisch mogelijk. Gelukkig worden mijn gebeden wel eens gehoord en zo kwam het dat ik een ouderwets avondje genieten kon beleven, met mijn poes op schoot en Assepoester op mijn scherm.

Laurent Pelly behoort zonder meer tot één van de beste hedendaagse regisseurs: hij geeft een eigentijdse draai aan alles wat hij doet, maar hij blijft het libretto en de muziek trouw. Zijn ensceneringen zijn daarbij buitengewoon geestig. Zo ook de heerlijke Cendrillon, in 2011 opgenomen in het Royal Opera House in Londen.

Joyce DiDonato (Cendrillon) hoef ik niemand meer aan te bevelen – zij is zonder meer de grootste ‘zwischenfach-zangeres’ van onze tijd.

Ewa Podleś is meer dan een heerlijke stiefmoeder en Alice Coote de charmantste van alle ‘Prins Charmants’. En daar mag je dan de werkelijk idiomatische dirigent (Bertrand de Billy) nog aan toevoegen… Het leven kan soms echt mooi zijn!

Trailer van de productie:

JULES MASSENET
Cendrillon
Joyce DiDonato, Eglise Gutiérez, Alice Coote, Ewa Podleś, Jean-Philippe Lafont e.a.
Royal Opera Choris, Orchestra of the Royal Opeara House olv Bertrand de Billy
Regie: Laurent Pelly
Virgin Classics 60250995

Betoverend mooie muziek van August Klughardt

kluhardt

Heeft u ooit van August Klughardt (1847-1902) gehoord? Nee? Ik ook niet. Hoe onterecht! Deze Duitse romanticus was misschien niet innoverend, maar wat is zijn muziek mooi! En het is zo plezierig om naar te luisteren!

Wat kunt u verwachten? Een heerlijk potje smachtende Schubert vermengd met energieke Brahms en (voornamelijk) rustig voortkabbelende (ik bedoel het niet negatief!) Mendelssohn.

Gek genoeg doet zijn muziek mij ook aan de Nederlandse componisten denken. Het Allegro voor vier strijkkwartetten van Johannes van Bree komt zowat om de hoek kijken. Maar ook Julius Röntgen is nergens ver weg.

Beide werken op deze cd zijn betoverend mooi, al is het strijkkwintet iets virtuozer en de grommende cello maakt de boel lekker spannend.

De uitvoering kan niet mooier. Niet beter. Niet romantischer. Gewoon: een ouderwetse perfectie ten voeten uit. Van de Leipziger Streichquartet wist ik het wel, maar de pianiste Olga Gollej is voor mij een ware ontdekking.

Het is guur buiten, de winter komt er aan. Daar kunnen wij niets aan doen. Maar aan de sfeer thuis des te meer: zet de kachel aan en de cd op. Wedden dat u er ook verliefd op wordt?

August Klughardt
Piano Quintet, String Quintet
Leipziger Streichquartet, Olga Gollej (piano), Julian Steckel (cello)
MDG 307 1652-2

Chailly dirigeert Verdi: het spettert, het zindert en het bubbelt

verdi

Vertrouw een opera Riccardo Chailly toe en dan komt het goed. Het is hem aangeboren en het zit in zijn bloed. Net als Nederlanders, die – bij wijze van spreken dan – slapend kunnen fietsen zonder brokken te maken, kan Chailly slapend opera dirigeren en het resultaat wordt niet minder dan verbluffend.cHij heft zijn stokje op en …. daar gaan we!

Men zou de quote uit de film All about Eve kunnen citeren: “Fasten your seatbelts, it’s going to be a bumby night”. Dat is ook precies wat er in deze opname gebeurt. Het spettert, het zindert en het bubbelt, maar ook de ontroering is niet ver weg. Chailly is namelijk ook een lyricus zonder weerga. Dat hoor je al bij het eerste nummer op de cd: sinfonia uit I Vespri Siciliani. Je weet bij voorbaat al wat er gaat gebeuren. En dan noem ik de prelude tot de eerste akte van La Traviata niet eens!

Gelukkig heeft Chailly zich niet tot de bekende nummers beperkt en trakteert ons ook op balletscènes uit Jérusalem en ‘sinfonia’s’ uit  Alzira, Il Corsaro en Giovanna d’Arco.

Wat een muziek en wat een uitvoering! Voor mij was deze cd één van de beste bijdragen aan het Verdi jaar 2013. Met dank aan Riccardo Chailly en Filarmonica Della Scala.


GIUSEPPE VERDI
Ouvertures en Preludes
Filarmonica Della Scala olv Riccardo Chailly
Decca 4783559 • 71’

Ein Deutsches Requiem van Brahms door Jan Willem de Vriend: coca-cola light

brahms-requiem

Oei. Zwaar karwei. En: nee, het ligt niet aan het werk. Het Deutsches Requiem van Brahms behoort tot mijn lievelingscomposities van mijn geliefde componist en daar kan ik eigenlijk nooit genoeg van krijgen, maar als het zó moet dan weet ik het niet. Het Rotterdam Symphony Chorus vind ik goed, maar overweldigend, zoals het hoort? Nou, nee…

Dat kan natuurlijk ook aan de dirigent Willem de Vriend liggen. Hij legt er zulke rare accenten op dat ik het werk soms amper herken. En de tempi! De Vriend doet er zeven minuten sneller over dan mijn geliefde Wolfgang Sawallich (Orfeo) en het verschil met Herbert von Karajan (DG) is maar liefst dertien minuten.

Een vriend merkte ooit op dat het voor iedere dirigent een uitdaging is om Brahms’ Requiem te willen dirigeren maar dat er weinig uitverkoren zijn om dat ook werkelijk goed neer te zetten! Hoe waar!

Beide solisten voldoen in ruime mate. Voornamelijk Thomas Oliemans weet mij in ‘Herr, lehre doch mich’ bijzonder te imponeren. Renate Arends intoneert in ‘Ihr habt nun Traurigkeit’ een beetje ruim, maar laat mooie hoge noten horen.

Ik snap best wel dat de Vriend van lichte aanpak houdt, maar Deutsches Requiem is geen coca-cola light!


Johannes Brahms
Ein Deutsches Reqiuem
Renate Arends (sopraan), Thomas Oliemans (batiton)
Residentieorkest/The Hague Philharmonic en het Rotterdam Symphony Chorus olv Jan Willem de Vriend
Challenge Classics CC72738 • 61’