live voorstellingen

IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015

IVC summer-school-on-russian-repertoire-participants-and-masters

Deelnemers aan het Summerschool © www.lafeenyx.com

Zo heb je niets, zo heb je een fiets: zo luidt mijn (zelf verzonnen!) geliefde gezegde. Soms is het culturele aanbod zo groot dat je niet meer weet waar je heen wilt. Maar, hoe moeilijk het ook niet is: kiezen moet je. Dus op de dag dat de meeste operaliefhebbers zich in het Amsterdamse Concertgebouw verzamelden om in een heuse Wagner marathon te worden ondergedompeld, spoedde in mij naar het Muziektheater waar een veel kleinschaliger, maar beslist niet minder interessante feest plaatsvond.

Na een week hard werken presenteerde een aantal jonge zangers zich met repertoire dat je nog steeds veel minder hoort dan de (zeker op onze podiums) dominerende Wagners. Want wees eerlijk: hoeveel Russische opera’s kent een gemiddelde operafan eigenlijk?

Het onvolprezen Internationaal Vocalisten Concours – dat veel meer doet dan het houden van een tweejaarlijkse zangcompetitie– organiseert sinds 2011 ook zogenoemde summerschools, waar zorgvuldig uitgekozen kandidaten zich in een bepaald repertoire en in bepaalde technieken kunnen bekwamen

Het begon allemaal met een Belcanto Summerschool in 2011, in 2013 gevolgd door de Wagner Academie. In 2014 werden, in samenwerking met De Nationale Opera, workshops Frans repertoire georganiseerd. En in hetzelfde jaar vond de ‘Mahler | Strauss Masterclass & Symposium’ plaats.

Nu werd er, wederom in samenwerking met De Nationale Opera, tijd en ruimte gemaakt voor de Russen. In het slotconcert in Amsterdam lieten maar liefst 21 jonge zangers horen hoe zij met de vermaarde ‘Russische ziel’ wisten om te gaan. Het resultaat was alleszins bevredigend, met een paar echte uitschieters.

De Russisch-Nederlandse zusjes Elnara en Gulnara Sfafigullina waren voor mij niet onbekend. Beiden heb ik al eerder met veel plezier gehoord. Zaterdag viel mij op hoe geweldig ze zijn gegroeid en hoe ontzettend professioneel ze inmiddels zijn geworden. Maar ook dat ze de grens van ‘jong getalenteerd’ al ruimschoots zijn gepasseerd.

IVC-Zemfira

Elnara Shafigullina als Zemfira in Aleko © Vanessa Fichter

Zeker voor Elnara geldt dat laatste. Met haar 35 jaar is ze het beginnersstadium ontgroeid en het verbaasde me dat ik haar hier bij een summerschool trof, en niet op het podium van één van onze operahuizen. Haar groots gezongen Zemfira (Aleko) was niet alleen prachtig om te horen, maar ook om te zien. In haar korte optreden wist ze haar personage – een mengeling van Carmen en Nedda – tot leven te wekken.

Gulnara zong en speelde een zeer overtuigende Tatyana (Jevgeni Onjegin), die wel een beetje overschaduwd werd door Oleksandra Didenko (Olga). De Oekraïnse beheerste de bühne vanaf het eerste moment dat ze opkwam. Maar net zo goed (en dat noem ik professionalisme) wist ze een stapje opzij te doen als haar collega’s aan de beurt waren. Eerder maakte ze overigens al indruk met een kort optreden als Milovzar in Pique Dame.

En dan was er nog de Oekraïnse Olena Kumanovska. De grote aria van Lisa (Pique Dame) zong zij met een grote, resonerende stem. In het duet met Pauline werd zij bijgestaan door de even indrukwekkende Belgische mezzo Sara Jo Benoot.

IVC-Kumanovska-en-Benoot

Olena Kumanovska en Sara Jo Benoot in een scène uit Pique Dame © Vanessa Fichter

Het was een beetje een ‘damesmiddag’, want het valt niet te ontkennen dat de vrouwen (allemaal!) superieur waren aan hun mannelijke collega-cursisten. Het is niet zo dat de mannen (waarvan twee eerder jongens dan mannen) slecht waren. Het is best mogelijk dat ze wat meer last hadden van de zenuwen. De door de 25-jarige Misha Gavriloff gezongen aria van Yeletsky voelde daardoor wat stijf aan. Mooi, maar een beetje saai.

De Koreaanse Boram Kim had zichtbaar minder last van zenuwen en wist de aria van Tomsky ook van goed acteerwerk te voorzien.

De Poolse bas Mateusz Hoedt liet in zijn lyrisch gezongen arioso van de Oude Man uit Aleko horen wat een belofte voor later hij is. Slechts 25 jaar en nu al zo’n prachtige diepte!!

Als een blok viel ik voor de charmes van Mikołaj Trąbka (Onjegin). De nog maar 23-jarige bariton heeft een charisma van hier tot Tokyo en stiekem bekroop mij het gevoel naar een zingende Hugh Grant te kijken. Zijn Onjegin had precies dat ‘etwas’ dat (jonge) mannen onweerstaanbaar maakt: een beetje onbeholpen, jongensachtige onschuld.

IVC-Trabka

Mikołaj Trąbka © Vanessa Fichter

In aanloop naar de operafragmenten werden een paar liederen van Rachmaninov, Tsjaikovski en Moessorgsky ten gehore gebracht. In dat repertoire wist Sara Jo Benoot mij het meeste te bekoren.

Aangezien de meeste deelnemers Russisch, Oekraïens of Pools waren, kan ik niet goed beoordelen hoe goed de taalcoach haar werk heeft gedaan. Maar iedereen was goed te verstaan.

De begeleidende pianistes waren van wisselend niveau. Het meest gecharmeerd was ik van Polina Bogdanova (liederen), maar Liubov Orfenova, die de scènes uit Onjegin begeleidde, straalde de meeste power uit.

Het is nu wachten op de volgende editie van het IVC, over een paar weken. En op de volgende summerschool. Wellicht Verdi? Dat hoop ik!

Over de Belcanto Zomerschool van 2011

Het Internationaal Vocalisten Concours 2018: veel goede kandidaten, spannende halve finale en een teleurstellende finale

Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014

 

The Tsar, His Wife, Her Lover and His Head van Monique Krüs verdient de tweede kans

    Peter de Grote                                                     Anna Mons

In 2013 vierden wij een ‘Nederland – Ruslandjaar’. De betrekkingen tussen beide landen bestonden toen vierhonderd jaar en daar hoorde een feest bij. Voor de gelegenheid heeft het Grachtenfestival en het Peter de Grote Festival bij Monique Krüs een opera over het leven van Peter de Grote besteld.

De wereldpremière heeft op 2 augustus 2013 in Groningen plaatsgevonden, maar de bijna drie weken later in het Amsterdamse Hermitage (waar anders?) uitgevoerde voorstelling voelde heel erg ‘premièrerig’ aan, ook omdat bijna de helft van het publiek bestond uit ambassadeurs en anderszins belangrijke mensen.

Hoe mooi en sfeerverhogend de entourage van de tuin van het Hermitage ook niet is, het is niet echt ideaal om een niet al te makkelijk in het gehoor liggende opera tot zich te nemen, zeker niet als het de eerste keer is dat je het hoort.

Het verhaal is complex en toch snel verteld: tsaar Peter is oud en ziek en voelt het naderende einde. Hij overpeinst zijn leven en haalt herinneringen op aan vroeger, daarbij geholpen door in een rap tempo achterovergeslagen glaasjes wodka. Ondertussen wordt de minnaar van zijn vrouw letterlijk een kopje kleiner gemaakt. En dat terwijl hij hem net gratie wilde schenken.

Tsar wodaka

Tsar Peter (Arash Roozbehi) aan de wodka © Ronald Knapp

Slim bedacht, maar een beetje oppervlakkig: middels de flashbacks kom je veel van het leven van de tsaar te weten, zonder hem eigenlijk te leren kennen. Nou is de opera niet echt een medium voor historische studie, maar ik denk dat het gegeven uitgewerkt kan worden tot iets meer dan één uur.

Over de muziek zelf kan ik moeilijk iets zeggen. In sommige scènes moest ik aan Samuel Barber denken, in scène twee, bijvoorbeeld. Of – nog sterker – tijdens de machteloze dans van Catherina, maar echt beklijven deed het niet. Ik zou het nog een keer moeten horen, maar dan wel onder betere omstandigheden.

De regie vond ik een beetje vreemd en voornamelijk inconsequent. De kostuums waren ook niet bijzonder behulpzaam. Realistische scènes mengen met surrealisme en humor à la Topor werkt niet echt.

Tsar met jenever

Leon van Liere als Nicolas Witsen (midden) met Esther Kuiper (zijn vrouw) en Arash Roozbehi (Peter)  © Ronald Knapp

De oranje sjaals en dassen plus een kruik jenever – is dat het beste wat Nederland zijn buitenlandse gasten te bieden heeft? Want in de synopsis stond letterlijk dat de burgemeester en zijn vrouw de jonge tsaar vol trots alle verworvenheden van Holland tonen. Maar toegegeven: in deze scène kwam de opera echt tot leven.

De zwarte jurk van Catherina was, in tegenstelling tot het rode design-gevalletje wat Anna Mons droeg, gewoon lelijk. Zat er een bedoeling achter?

Tsar Willem tries to seduce Catherine

Catharina (Caroline Uppers) en haar lover Willem Mons (Leon van Liere) © Ronald Knapp

En waarom moest Anna een (zeer fraaie, dat wel) kamerjas aan toen Peter haar na 12 jaar wilde verlaten? Ook zonder zou de scène zeer ontroerend zijn geweest, net als de daaropvolgende samenzwering van Anna met haar broer.

Tsar kimono

Willem Moons (Leon van Liere) met zijn zus Anna (Maartje Rammeloo) © Ronald Knapp

Ik moest sterk aan de andere afgedankte Anna denken, Boleyn. Wellicht ook omdat Maartje Rammeloo, die de rol meer dan fantastisch vertolkte, een belofte voor de andere Anna in zich heeft? De tijd zal het leren, maar haar fraai getimbreerde sopraan en haar souplesse, evenals de manier hoe zij met noten en overgangen omgaat, doen naar meer smaken.

Tsar Maartje-Rammeloo-Tsar-Ronald-Knapp

Maartje Rammeloo (Anna Mons) en Peter de Grote (Arash Roozbehi) © Ronald Knapp

Over de zangers trouwens niets meer dan lof! Daar kunnen we trots op zijn, op het potentieel dat wij hier in Nederland hebben. Dat ik er niet echt uitgebreid op in ga heeft te maken met de akoestiek, waardoor ik ze onrecht zou kunnen aandoen.

Peter werd gezongen door de uit Iran afkomstige bariton Arash Roozbehi, maar zo te lezen is hij hier al bijna ingeburgerd. Zijn mooie sonore stem met erotische ondertoon en zijn ‘barihunk-voorkomen’ maken hem bijzonder geschikt voor een Giovanni.

Carolina Luppers (Catherina) imponeerde met haar fraaie verschijning en een dito stem, dansen kon zij ook. Leon van Liere (Willem Mons/ burgemeester Witsen) schakelde makkelijk tussen al die karakters in, een gave! Tim Maas was een goede Lefort.

Tsar Sophia Peter

Esther Kuiper (Sofia) met Tsar Peter (Arash Roozbehi) © Ronald Knapp

Bijzonder onder de indruk was ik van de mezzo Esther Kuiper (Sofia/mevr.Witsen). Al lang heb ik het geluid van een echte mezzo, inclusief de lage borsttonen niet meer gehoord, zeker niet bij de jonge zangeressen. Kuiper heeft het allemaal, inclusief de soepele overgangen tussen de registers.

Tsar Monique

© Ronald Knapp

Ook het acht man tellende orkest, met strakke hand gedirigeerd door de meezingende componiste verdient alle lof. Allen al de manier hoe de violist alle lyrische passages dat kleine beetje meer gaf, prachtig.

Ik denk ook dat de opera veel beter tot zijn recht zou kunnen komen in een (kleine) zaal, met alle gemakken van een minstens redelijke akoestiek. Hij verdient de tweede kans.

The Tsar, His Wife, Her Lover and His Head
Monique Krüs en Sjoerd Kuyper (libretto)
Arash Roozbehi, Caroline Luppers, Leon van Liere, Maartje Rammeloo, Tim Maas, Esther Kuiper
Het Kamerensemble olv Monique Krüs
Regie: Jos Groenier

Bezocht op 22 augustus 2013

Meer Monique Krüs:
ANNE & ZEF

Meer Maartje Rammeloo:
Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE
ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S
Jules van Hessen dirigeert ‘SYMPHONIE DER TAUSEND’ van MAHLER

Meer Esther Kuyper:
GEORGES BIZET: Le Docteur Miracle. Grachtenfestival 2017
RIGOLETTO van Damiano Michieletto. Amsterdam 2017

Vermakelijke Le Docteur Miracle van Bizet

Bizet

Georges Bizet

Het lot is niet genadig geweest voor Georges Bizet. Hij zal wereldberoemd gaan worden vanwege maar één opera, waarvan hij het succes niet eens heeft mogen proeven. Hij stierf in 1875, getroffen door een dubbele hartattack mede veroorzaakt door de vreselijke fiasco van Carmen. De opera die in de toekomst de populairste opera ooit zou gaan worden.

Bizet was toen nog maar zevenendertig en wie weet wat hij ons allemaal in de toekomst had kunnen schenken? Dat hij zeer talentvol was, dat stond al vast toen hij als negenjarige toegelaten werd tot het Parijse Conservatorium, waar hij compositieles kreeg van zijn toekomstige schoonvader, Jacques Fromental Halévy.

In 1856 schreef Jacques Offenbach een concours uit voor het componeren van een komische eenakter. Van de 78 deelnemers koos de jury zes finalisten, die allemaal hetzelfde libretto (van Léon Battu en Ludovic Halévy) aangereikt kregen. De eerste prijs werd ex aequo gewonnen door de toen achttienjarige Bizet en de zes jaar oudere Charles Lecoque. ‘Le Docteur Miracle’ bleef elf avonden op de affiches staan, daarna verdween het werk in de archieven. Daar werd hij in 1951 teruggevonden en pas elf jaar later gepubliceerd.

Walton jeroen_sarphati

Jeroen Sarphati

Pianist, arrangeur en regisseur Jeroen Sarphati heeft de operette voor het Grachtenfestival in het Nederlands vertaald en de actie een eigentijdse draai gegeven.

Marcel Reijans als beroepsdemonstrant, personal assistent en Dr.Miracle
Foto’s: Ronald Knapp:

De hoofdrol van een jonge beroepsdemonstrant (soldaat in het oorspronkelijk verhaal), die om zijn geliefde – een puberende dochter van een keurige burgemeestersechtpaar – te kunnen bezoeken verschillende vermommingen aanneemt, werd meer dan voortreffelijk gezongen door Marcel Reijans. Wat mij meteen opviel was zijn voortreffelijke dictie, waardoor ieder door hem gezongen woord perfect kon worden verstaan. Ook zijn mooie, egaal gevoerde tenor kan niet genoeg geprezen worden, ik vond het zeer aangenaam om naar hem te luisteren. In al zijn vermommingen was hij even grappig en dat het meisje als een blok voor hem viel was eigenlijk vanzelfsprekend, wat een charmeur!

bizet dr miracle

Esther Kuiper, Laetitia Gerards, Willem de Vries © Ronald Knapp

Zijn geliefde Lauretta werd voortreffelijk gezongen door Laetitia Gerards. De rol van een verliefde puber was haar zowat op het lijf geschreven en haar zingen was net zo mooi als zijzelf. Het was een waar genoegen om de jonge, sprankelende sopraan van zo dichtbij te mogen meemaken.

Esther Kuiper was onovertroffen als de deftige burgemeestersvrouw. Zij gaf de rol de nodige onverschilligheid van een in louter uiterlijkheden geïnteresseerde ‘Gooise vrouw’ en haar hele optreden was in perfecte balans met haar warme stem. Ik volg de jonge mezzosopraan al een tijd, want zangeressen van haar kaliber ziet men niet zo vaak meer. Het is niet alleen de schoonheid van haar stem en haar warme timbre, het is het hele plaatje van een absolute perfectie, waar een topartieste aan moet voldoen.

Willem de Vries was een goede, harkerige burgemeester, zijn optreden vond ik zeer amusant.

De productie (regie: Jeroen Sarphati) was uiterst vermakelijk, met als hoogtepunt het beroemde ‘omelet-kwartet’. In het oorspronkelijke libretto werd het gerecht bereid met paddenstoelen, nu werd het door ‘the personal assistent’ van de burgemeester rijkelijk bestrooid met fipronil. Het lievelingseten van de burgervader werd zo vies bevonden dat men niet alleen moest kokhalzen maar zelfs vermoedde te zijn vergiftigd. Waarna heil en genezing werd gezocht bij de kwakzalver Miracle (allemaal vermommingen van de jonge minnaar). Voor de wonderpil moest een huwelijkscontract worden ondertekend en zo konden de jonge geliefden elkaar omhelzen. Waarbij ook de waarheid over fipronil werd onthuld: het ‘goedje’ is niet dodelijk.

Helaas hebben de weergoden het laten afweten: na een paar minuten begon het te regenen. Ik had echt te doen met de zangers, die zich in stromende regen dapper van hun rollen wisten te kwijten zonder aan zeggingskracht te verliezen. Petje af! Stoïcijns en onverschrokken kropen ze in de huid van hun niet direct sympathieke personages en lieten het in de regenponcho’s gestoken publiek van de verwikkelingen hoorbaar genieten.

Walton Museum-Van-Loon-foto-Ronald-Knap

© Ronald Knapp

Er zijn nog een paar voorstellingen – GAAN! Ook vanwege de entourage, de prachtige tuin van het Museum van Loon. En dan maar hopen dat het droog blijft!

Georges Bizet
Le Docteur Miracle
Laetitia Gerards (sopraan), Esther Kuiper (mezzo-sopraan), Marcel Reijans (tenor), Willem de Vries (bariton)
Jeroen Sarphati (regie en piano)

Bezocht op 12 augustus 2017 in de tuin van het Museum van Loon in Amsterdam

Meer Grachtenfestival-recensies:

GRACHTENFESTIVAL 2013: ‘The Bear’ van William Walton

Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

MONIQUE KRÜS: The Tsar, His Wife, Her Lover and His Head

 

The Bear van William Walton

Walton

Het verhaal: de mooie weduwe Irina Popova treurt al zeven maanden om haar overleden echtgenoot, en dat, terwijl hij haar ontrouw is geweest en met schulden heeft opgezadeld.

Samen met haar oude bediende Luka leeft zij teruggetrokken in haar landhuis tot er opeens een man voor de deur staat. Het is een zekere Smirnov die de schuld van haar man komt vereffenen. Hij gedraagt zich als een ongelikte beer, het komt tot uitbarsting en er worden zelfs pistolen getrokken voor een duel. En dan slaat de vlam in de pan: ze worden op slag verliefd en het duel eindigt in een vurige kus.

Het gegeven komt uit een verhaal van Tsjechov, de absolute meester in het tot één geheel samensmelten van humor en weemoed. Daar moest William Walton aan denken toen hij een opdracht kreeg van de Koussevitzki-stichting en een paar jaar later een operabestelling kreeg van het Aldebourgh Festival.

Het geestelijke niemendalletje is meer dan heerlijk. Het zou vaker op affiches mogen komen, wellicht als een soort proloog voor een andere opera – iets wat vroeger vaker gebeurde.

Het zou dan ook door beginnende zangers (iets voor de jongtalentprojecten bij de operahuizen?) uitgevoerd kunnen worden. Niet omdat het nou zo makkelijk is, maar omdat je een hele scala aan emoties in nog geen uur durende voorstelling leert te beheersen. Ze kunnen hier niet alleen hun stemmen, maar ook hun acteren polijsten en voor een regisseur is het – lijkt mij – heerlijk om aan zoiets mee te werken. Zeker ook omdat hier geen dubbele laag of bodem is te ontdekken en je niet over concepten hoeft te piekeren.

Oorspronkelijk is de opera voor drie zangers en een klein kamerorkest geschreven. De uitvoering die het Grachtenfestival ons bood moest het met één pianist stellen en dat vond ik een beetje jammer. Ik vind de orkestratie van Walton meer dan subliem, waarin alles, maar dan ook werkelijk alles de revue passeert: van cabaret tot filmmuziek en zelfs Wagner.

“Listen – are you still angry.” De aanloop tot het merkwaardige einde van de klucht heeft een hoog Tristan und Isolde-gehalte. Je ziet het al voor je, hoe ze elkaar in de armen vallen in een ‘never ending love story’. Dat moment ging in de pianobewerking onherroepelijk verloren. Muzikaal dan. Dat lag niet aan de pianist, want hij was meer dan voortreffelijk en het was zijn schuld niet dat het niet goed uit de verf kwam.

Bariton Willem de Vries

Willem de Vries © Marco Borggreve

Willem de Vries was weergaloos als de beer, de boer, het monster en al het andere wat de beminnelijke weduwe naar het hoofd van Smirnov slingerde. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit een grote fan van de bariton ben geweest. Ik vond zijn stem droog en zijn houding vaak houterig, maar nu heeft hij mij meer dan verrast! Ik had de stem van Alan Opie in mijn gedachten (dat krijg je, als je met maar één opname bent ‘opgevoed’). Die is iets voller en erotischer. Toch wist de Vries mij volledig te overtuigen.

Walton Rosanne-van-Sandwijk-Foppe-Schut

Rosanne van Sandwijk © Foppe Schut

Rosanne van Sandwijk was zeker mooi als de aantrekkelijke weduwe met kuiltjes in haar wangen, al had ik misschien wat meer vuur verwacht. Vuur en een iets ander stemtype, iets donkerder wellicht, want nu was zij voornamelijk lief. Wat mij het meest verraste was de manier waarop haar stem zich heeft ontwikkeld, daar zit veel meer in dan ik afhankelijk dacht.

 

Walton jan Baljet

Jan Willem Baljet © Ronald Knapp

Jan Willem Baljet was onnavolgbaar in zijn rol van de bediende Luka. Met zijn optreden, zorgde hij voor de meeste hilarische momenten in het toch al zo vermakelijke stuk.

 

Walton jeroen_sarphati

Jeroen Sarphati

De erepalm ging naar Jeroen Sarphati. De pianist, arrangeur en regisseur in één kan niet genoeg geprezen worden voor het werk dat hij verrichtte. Ik heb mij meer dan vermaakt en zou het zeker nog terug willen zien!

Een klein fragmentje uit de première in 1067, met Monica Sinclaire en John Shaw:

William Walton
The Bear
Rosanne van Sandwijk (mezzosopraan), Willem de Vries (bariton), Jan Willem Baljet (bariton); Jeroen Sarphati (piano en regie)

Bezocht op 21 augustus 2013

Zie ook: Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

Grachtenfestival 2015: Façade meets The Telehone

FAÇADE

telefoon dame Sitwell

Dame Edith Sitwell

“You don’t have to be English”, maar soms kan het helpen. Zeker als je een stuk zoals de ‘Façade’ van William Walton gaat beluisteren, zonder dat de tekst binnen je handbereik is.

Dame Edith Sitwell (1887 – 1964) was een zeer excentrieke schrijfster en dichteres van aristocratisch komaf. Haar door o.a. Dada geïnspireerde serie gedichten Façade – an entertainment  schreef ze tussen 1918 en 1951. William Walton, die haar protégé was, maakte er in 1922 een soort ‘accompagnement’ voor.

telefoonwilliam-walton-and-edith-sitwell-1340371662-view-0

Sir William Walton met zijn vrouw Susanna en Dame Edith Sitwell

In 1951 reviseerde Walton het werk. In die versie werd het in 1953 door Decca opgenomen, met als sprekers Sitwell zelf en Sir Peter Pears:

In 1970 maakte Walton er een vervolg op: hij voegde er nog acht gedichten aan toe en noemde het Façade – An further entertainment.

Beide delen werden in het kader van het Grachtenfestival 2015 in het Amsterdamse Compagnietheater uitgevoerd, in een niet-alledaagse bezetting. Naast sopraan Rosemary Joshua stond als haar ‘partner in crime’ Nicolas Mansfield, in het dagelijks leven baas van de Nederlandse Reisopera.

Telefoon Facade-Ronald-Knapp

Rosemary Joshua en Nicolas Mansfield © Ronald Knapp

Beide (versterkte) sprekers waren goed te verstaan en articuleerden voortreffelijk. Toch ontbrak er iets. Misschien kwam het doordat het flesje Bombay Sapphire op het tafeltje tussen hen onaangeroerd bleef. In elk geval wilde het nergens knallen en werd het niet meer dan een klein feestje.

Na Façade 1 merkte ik dat er een soort moeheid optrad en voor de zoveelste keer bedacht ik dat een weergave van de teksten, hoe absurd ze ook zijn, zou helpen. Was een projectie op de muur geen optie? Persoonlijk zou ik trouwens terugwillen naar de versie uit 1951, maar dat zal waarschijnlijk niet meer mogen.

Beide sprekers werden meer dan voortreffelijk begeleid door, voor de gelegenheid feestelijk uitgedoste (het oog wilt ook wat) kamermuziek ensemble De Bezetting Speelt. Hun optreden was een puur genot niet alleen voor je oor maar ook voor je gemoedstoestand. Het was nogal wiedes dat ze de jazz en de pasodoble in hun vingers hebben. En Ensemble om in de gaten te houden!

William Walton
Façade
Rosemary Joshua en Nicolas Mansfield (sprekers), Ensemble De Bezetting Speelt

THE TELEPHONE

Telephone-Ronald-Knapp-2

Maartje Rammeloo (Lucy) en Drew Santini (Ben) © Ronale Knapp

Voor de pauze knalde de Reisopera wél en dan ook met een echte voltreffer. De mini opera van Menotti, een niemendalletje eigenlijk, The Telephone, or L’Amour à trois heb ik niet eerder zo ongelofelijk mooi vormgegeven gezien.

De Zweedse regisseur Mia Ringblom Hjertner, geholpen door decorontwerper Gunnar Ekman en lichtontwerper Joakim Brink, heeft zich precies aan het libretto en de regieaanwijzingen gehouden. De regie bracht ons naar een voor de jaren veertig modern ingericht appartement van een aan de telefoon verslaafde kunstverzamelaarster, waarbij de ‘titelheld’ niet tot smartphone werd gedegradeerd.

Maartje Rammeloo was een Lucy om je vingers bij af te likken. Gestoken in een beige deux pièces met een wit zijden bloesje en gewapend met een sigarettenpijp kon ze zo voor Rita Hayworth in ‘Gilda’ doorgaan.

Ook haar zingen was ouderwets goed. Rammeloo beschikt over een kristalheldere coloratuursopraan die zij zeer gedisciplineerd onder de duim heeft weten te krijgen. Iets, wat haar in staat stelt om hele telefoongesprekken te voeren zonder dat je in de gaten krijgt dat zij ze zingt. Haar manier van prononceren deed mij aan Marilyn Cotlow, de eerste vertolkster van de rol denken. Brava.

Telefoon Marilyn_Cotlow_1952

Marilyn Cotlow

Bravo ook voor Drew Santini, een Ben van je dromen. Een sukkelig jongetje, tot over zijn oren verliefd op een vrouw die hij niet aan kan. De stem van de Canadese, in Nederland wonende bariton is niet echt groot, maar de lyriek druipt er vanaf. Zo’n stem die als een warm bad aanvoelt. Geen wonder dat zijn liefdesverklaring door de telefoon Lucy’s hart liet smelten.

Telephone-Ronald-Knapp-1

Maartje Rammeloo & Drew Santini © Ronald Knapp

Grote bravo voor de pianist Evert-Jan de Groot, die de opera niet alleen congeniaal begeleidde maar dankzij zijn acteervermogen ook een onvervangbaar deel van het geheel was.

Het is te hopen, dat iemand de productie heeft opgenomen, want het leven kennende kan ik mijn hoop op meer en vaker Menotti laten varen.

Hieronder een impressie van de opening van het Grachtenfestival met rond minuut vijf een piepklein fragmentje uit The Telephone:

Gian Carlo Menotti
The Telephone
Maartje Rammeloo (sopraan), Drew Santini (bariton), Evert-Jan de groot (piano)

Bezocht op 15 augustus 2015 in Compagnietheater – Amsterdam.

 

Oidípous van Calliope Tsoupaki

Oidípous-Janiek-Dam-1

 Stelt u zich voor dat u plaats gaat nemen in de rechtbankjury, zoals ze in vele landen bestaan. De beklaagde wordt beschuldigd van moord op zijn vader en incest met zijn moeder: na zijn daad heeft hij zijn eigen moeder getrouwd en kinderen met haar gekregen.

Zijn advocaat pleit voor onschuldig. Zijn cliënt is ter goeder trouw: hij heeft een rondreizende bende bevochten zonder te weten dat het onder leiding stond van zijn vader. Voor het oplossen van de problemen van de bestuurloze stad kreeg hij de hand van de weduwe van de vermoorde bestuurder. Hoe moest hij weten dat zij zijn moeder was?

De beklaagde beroept zich op het onontkoombare noodlot: hij kon er niets aan doen, het stond immers in de sterren.

Fascinerend gegeven. Inspirerend ook. Voer voor mensenkenners en psychologen. En een grote inspiratiebron voor kunstenaars. Geen beter thema dan een verscheurde personage die alleen maar twijfels oproept en met wie je alle kanten op kan.

odipus calliope met man

Calliope Tsoupaki en Edzard Mik © Merlijn Doomernik

Ook in de opera/het oratorium Oidípous van Calliope Tsoupaki zijn er geen antwoorden, maar mag men zelf oordelen – voor zover mogelijk. Voor haar nieuwe werk heeft Tsoupaki zich samen met haar librettist Edzard Mik door Oidípous te Kolonos van Sophocles laten inspireren, al vermengde zij dat ook met diens oudere toneelstuk, plus die van Seneca en Aristoteles.

Mik heeft het libretto in het Nederlands geschreven, waarna Tsoupaki het in oud Grieks heeft vertaald. Prachtige zet, want zo ontstond een absolute eenheid tussen de tekst en de muziek. Oud Grieks is vanzelf al metrisch en zangerig, maar door Tsoupaki’s noten werden de woorden niet alleen versterkt maar ook van een soort ‘geheimzinnigheid’ voorzien.

Tsoupaki schrijft mooie, toegankelijke muziek, zeer poëtisch ook. Het is allemaal zeer beeldend en zonder fratsen, zonder dat het meteen tot een ‘easy going’ vervalt. Als weinig anderen weet zij mijn ziel te raken: ik ben een fan.

Een van Tsupaki’s mooiste composities vind ik Triptychon . Hieronder deel drie: ‘Eothinòn’, gespeeld door het Doelen Kwartet:

Niet anders is het met haar, speciaal voor Holland Festival gecomponeerde Oidípous. Tsoupaki bedient zich van het oude, polifonische idioom die zij rijkelijk lardeert met Griekse invloeden. Maar zij verloochent ook haar klassieken niet en laat Bach over haar schouder kijken. Dat alles wordt versterkt door het door haar gebruikte instrumentarium. Theorbes, gamba’s, traverso, orgel….. je kan je niet aan de indruk onttrekken dat de muziek al eeuwen oud is.

Aan de totaal uitverkochte en zeer enthousiast ontvangen première in het Muziekgebouw aan ’t IJ droegen zeker ook de musici (de voortreffelijk spelende Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven) en de fantastische zangers bij.

Oidípous-Calliope-Tsoupaki-foto-Janiek-Dam

© Janiek Dam

De bas Harry van der Kamp beschikt over een zeer imponerend geluid, maar ik vond zijn intonatie niet altijd zuiver. Ik had ook wat meer dramatiek willen horen, maar zijn vertolking van de oude koning was zeer indrukwekkend. Met zijn zwartgeverfde oogleden oogde hij een beetje angstaanjagend, maar ik neem aan dat dat de bedoeling was.

Het was de eerste keer dat ik Nora Fischer live hoorde. Zij is een enorme toneelpersoonlijkheid en weet de aandacht niet alleen te trekken maar ook te houden. Een prestatie.

Oidípous-Janiek-Dam-2

© Janiek Dam

Haar stem is niet echt groot, maar echt oordelen kon ik niet, want het geluid (waarom eigenlijk?) werd versterkt. Het mooist vond ik de manier hoe zij van geluid wisselde naarmate het karakter het vereiste: van een lief meisje tot een krijsende vrouw, alles had zij paraat. Haar Antigone was zeer menselijk en zeer hedendaags in haar emoties. Heel herkenbaar, invoelbaar ook.

Marcel Beekman kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in het tenorale vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden. Geen wonder dat hij de geliefde tenor is van Tsoupaki en dat zij haar werken componeert met zijn stem in haar hoofd.

Met zijn drieën vertolkten de zangers alle rollen: de oude en de jonge Oedipe, Polyneikes, Kreon, Theseus, Antigone en het koor. Ik vond het een beetje verwarrend, een naamaanduiding boven de verzen was beslist niet overbodig geweest.

Odipus

De zaal van het Muziekgebouw was in de mise-en-espace van Pierre Audi veranderd in een soort amfitheater, met aan drie kanten van de bühne stoelen. Goed bedacht, maar niet echt publieksvriendelijk. Vanaf de mij toebedeelde plaats kon ik in ieder geval het achtertoneel niet zien.

Het op de muur achter in de zaal hangende masker dat telkens van kleur verschoot, was prachtig om te zien, maar leidde de aandacht af. Ook het geloop met het boek/de partituur in de hand, een soort déjà vu met Greek Love Songs van Holland Festival 2010, vond ik irritant. Nee, de mise-en-espace voegde in mijn ogen niets toe. Volgende keer concertante? Alsjeblieft?

Calliope Tsoupaki, kunstenaarsportret:

Calliope Tsoupaki (muziek) en Edzard Mik (libretto)
Oidípous
Regie: Pierre Audi
Marcel Beekman, Nora Fischer, Harry van der Kamp
Nederlandse Bachvereniging olv Jos van Veldhoven

Bezocht op 28 juni 2014 in het Muziekgebouw aan het IJ

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

‘WEST SIDE STORY’ revisited

WEst Side Story

Voor het Holland Festival 2013 werd de verfilming van Bernsteins West Side Story uit 1961 opgelapt en met live-begeleiding van het Radio Filharmonisch Orkest vertoond in Carré. Een heuse belevenis, feilloos geleid door Wayne Marshall.

Noem mij maar een softie of een sentimentele oude wijf, maar één van de dingen waar ik het meest bang voor ben, is de confrontatie met mijn verleden. Ik heb dingen in folders en la’s van mijn hoofd, hart en ziel veilig opgeborgen en – mocht de nood aan de man komen doe ik ze even open, ruik ik er aan, aai het en dan berg ik het weer veilig terug op. Soms pink ik een traantje weg of drink ik een glaasje te veel. Wel zo veilig.

De confrontatie met je geliefde van weleer is zo mogelijk nog enger – wil ik dat wel? Ik ben bang dat ik teleurgesteld ga worden, net als die keer toen ik mijn ouderlijk huis na 40 jaar weer eens betrad. Het was klein, donker en benauwd. Weg mooie herinnering!

Wees niet bang, ik ga het nu echt niet hebben over mijn privéleven, maar over een film. Aan de andere kant: horen films, boeken en muziek uit je jeugd niet bij je privéleven? Ze hebben je immers gevormd?

Genoeg mijmeringen, wij gaan het over de West Side Story hebben. Het verhaal kent u ongetwijfeld allemaal, want die is net zo oud als de weg naar Rome en wellicht al ouder. Daar heeft Shakespeare dankbaar gebruik van gemaakt in zijn Romeo en Julia, maar Ovidius is hem in zijn Metamorphosen (Pyramus en Thisbe) al voorgegaan. En het thema heeft anno nu nog steeds (helaas, moet ik zeggen) niets aan actualiteit en zeggingskracht verloren.

west love

West Side Story behoort zonder meer tot één van de beroemdste en beste musicals ooit, daar kan niemand aan twijfelen. Het oorspronkelijke verhaal, over de toen prangende vete tussen de Iers-Amerikaanse bende de ‘Jets’ en de Joodse ‘Emeralds’ werd nooit gerealiseerd, maar de door Bernstein, Laurents (script) en Robbins in 1947 bedachte East Side Story werd tien jaar later, met de nu naar de westkant van Manhattan verplaatste handeling, een regelrecht succes.

west side beide

In 1961 werd de musical verfilmd en werd van meet af een geniale klassieker. De muziek van Leonard Bernstein, de songteksten van Stephen Sondheim en de choreografie van Jerome Robbins: doe ze het nog eens na! De film moet je gezien hebben, al was het maar om een referentie te kunnen hebben.

En nu dus werd de film helemaal opgelapt. Gerestaureerd, heet dat. In het kader van het Holland Festival werd hij éénmalig (doodzonde!) op het grote doek in het Amsterdamse Carré vertoond, met een live begeleiding van het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van de zeer charismatische Engelse dirigent Wayne Marshall.

Hoe ze dat voor mekaar hebben gekregen weet ik niet, maar het resultaat was meer dan verbluffend. Alles liep synchroon en je vergat dat je naar een film keek en dat het orkest op het podium stond. Het was een echte belevenis en het voelde alsof je naar een echte live
voorstelling zat te kijken.

Het orkest: mijn goede genade wat waren ze goed! Ik zat aan mijn stoel genageld en durfde nog amper adem te halen. Nou ja, de keren daargelaten dat ik toch echt naar mijn zakdoek moest grijpen, samen met iedereen om me heen.

West Wayne

Wayne Marshall © WDR/Detlef Overmann & Ed Brambis

Wayne Marshall heb ik nu voor het eerst live meegemaakt. Ik kende zijn opnamen van Gershwin – daar is hij een kampioen in -,maar ook zijn Poulenc en Hindemith zijn niet te versmaden. Ook zijn piano en orgel opnamen zijn niet aan mij voorbij gegaan, ik bewonder hem al jaren. Live was hij meer dan ik had verwacht – soms wist ik niet waar ik naar toe moest kijken!

west dance

De volle zaal was voor de helft gevuld met zeer jonge mensen. Het verwonderde mij echt, dus in de pauze heb ik er een paar opgezocht. Zij waren 16 en 17 en zij vonden het super gaaf. Nee, de pasjes waren niet verouderd en de muziek kenden zij wel. Van Madonna en Amy Winehouse en zo. Mooi. En aan het einde kwamen de tranen.

Ter herinnering en herkenning één van de voor mij spannendste scènes uit de film, ‘Tonight’:

Let ook op de woorden “tonight there will be no morning star”. En ergens bij 2.30’ zie je de Jets die zo voor het boord van ‘Coffee warehouse’ opgesteld staan, dat de enige letters die te zien zijn het woord ‘war’ vormen.

Meer Bernstein:
ROBERTA ALEXANDER zingt Bernstein

WONDERFUL TOWN

Koninklijk Concertgebouworkest speelt THE BEST OF BERNSTEIN

A Quiet Place door Opera Zuid: productie van het jaar?

TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns

LEONARD BERNSTEIN: Mass. A Theatre piece for singers, players and dancers

 

 

 

 

SALOME IN AMSTERDAM: waar bleef de kop?

Salome Amsterdam Affiche

Let niet op het mooie affiche. Het belooft ons iets wat niet waar wordt gemaakt en wat we niet krijgen. Het hoofd van Jochanaan blijft tot het einde aan zijn lichaam vastzitten, waardoor het beoogde schokeffect achterwege blijft. Want, zeg maar zelf, een vrijage met een dodelijk  gewonde man is toch wel van een ander kaliber dan klaarkomen met zijn afgehakte kop.

Regisseur Ivo van Hove aan het woord:

COMING OF AGE

Ivo van Hove ziet de opera als een coming of age-verhaal en in die zin was Malin Byström een gedroomde Salome die precies deed wat de regisseur van haar verlangde. Klein, teer en lijkbleek was zij zowat de personificatie van een boze, verwende puber die haar zin kostte wat kost moest en zou krijgen.

Malin Byström (Salome) & Lance Ryan (Herodes)

Lance Ryan (Herodes) & Malyn Byström (Salome) © BAUS

Byström zag er uit als Salome, zij danste als Salome, maar zingen als Salome lukte haar maar half. Daar miste haar stem de orkaankracht voor die het moeiteloos boven het orkest zou kunnen tillen. Maar het was haar roldebuut en de kans dat zij er in gaat groeien is groot, het potentieel is in ieder geval aanwezig. Sowieso moet men haar uithoudingsvermogen en betrokkenheid bewonderen: zij gaf de rol alles wat zij had.

DANS

In het tekstboek (niet lezen!) wordt gerept van kolonialisme, imperialisme en meer van dat soort bla bla, maar gelukkig merkte je daar niets van. Salome danste omdat ze eenmaal haar zinnen op Jochanaan had gezet, levend of dood. Het dubbele van haar wens werd door van Hove meer dan prachtig verbeeld; hij liet Salome de dans dan ook ‘dubbel’ uitvoeren. Fysiek agressief op het voortoneel en gedroomd sensueel en sterk erotisch geladen op de videoprojectie op de muur.

Lance Ryan (Herodes), Malin Byström (Salome), Doris Soffel (Herodias)

Lance Ryan (Herodes), Doris Soffel (Herodias) & Malyn Byström (Salome) © BAUS

Het was niet alleen mooi om naar te kijken, het werkte ook hallucinerend en hypnotiserend, waardoor ook alle personages in het drama er deel aan moesten nemen, of ze het wilden of niet. Een absoluut hoogtepunt van de productie. Ik noem het maar zoals het was: een orgasme.

Malin Byström (Salome) & Doris Soffel (herodias)

Doris Soffel (Herodias) & Malyn Byström Salome) © BAUS

De rol van Jochanaan werd bezet door de Russische basbariton Evgeny Nikitin. Schitterende zanger, dat zeker, maar geen Jochanaan. Ik vind zijn stem te laag en te ‘bassig’, waardoor hij in moeilijkheden kwam bij zijn hoge noten.

Malin Byström (Salome) & Evgeny Nikitin (Jochanaan)

Peter Sonn (Narraboth), Malyn Byström (Salome) & Evgeny Nikitin (Jochanaan) © BAUS

Nog erger was het met zijn uitstraling gesteld: die had hij namelijk helemaal niet. Nikitin zag er uit als een bejaarde motorrijder, zijn grijzige haar in een staartje en zijn hele lichaam bedekt met tatoeages. Met zijn sjofele kleding en zijn totale gebrek aan charisma kon hij moeilijk indruk op wie dan ook maken, laat staan dat hij een gedroomd seksobject van een mooie prinses kon worden.

Malin Byström (Salome), Evgeny Nikitin (Jochanaan)

Evgeny Nikitin (Jochanaan) & Malyn Byström (Salome) © BAUS

Herodes (Lance Ryan) en Herodias (Doris Soffel) waren beiden goed. Aanvankelijk had ik een beetje moeite met Ryan: zijn stem is niet echt een karaktertenor zoals ik gewend ben, maar gaandeweg gaf ik mij toch gewonnen.

Malin Byström (Salome) & Lance Ryan (Herodes) & Doris Soffel (Herodias)

Doris Soffel (Herodias), Lance Ryan (Herodes), Malyn Byström (Salome) & het lijk © BAUS

Ergens las ik dat de regisseur clichés wilde vermijden en dat was hem goed gelukt. Ryan is een goed uitziende man die er zeer netjes maar ook gladjes eruitzag in zijn nette pak. Zeg maar: het type hoge ambtenaar met een uitstraling van een garnaal.

Doris Soffel (Herodias), op de achtergrond Malin Byström (Salome)

Doris Soffel (Herodias © BAUS

Ook de Herodias van Doris Soffel was minder karikaturaal dan gewoonlijk, meer een ‘Gooise vrouw’ dan een hysterisch jaloerse krijswijf op leeftijd.

Doris Soffel (Herodias), Malin Byström (Salome), Lance Ryan (Herodes)

Dorris Soffel (Herodias) in het midden, achter haar Malyn Byström (Salome), naaast haar zittend Hanna Hipp (page) © BAUS

Hanna Hipp (page) heeft weinig indruk op mij gemaakt. Op de bühne was zij de grote ‘afwezige’ wat ongetwijfeld zowel met haar nietszeggend driedelig kostuum als met het gebrek aan goede regieaanwijzingen te maken zou kunnen hebben. Met zijn/haar personage wist van Hove zich blijkbaar geen raad.

Lance Ryan (Herodes), Peter Sonn (Narraboth)

James Platt (Soldaat), liggend Peter Sonn (Narraboth & Lance Ryan (Herodes) © BAUS

Uitstekend daarentegen was de Narraboth van Peter Sonn. Met zijn soepele, lyrische tenor wist hij de “mooie Syriër” en gekwelde legercommandant goed gestalte te geven. Ik ben de regisseur ook zeer dankbaar dat hij Narraboth gewoon een fatsoenlijke zelfmoord heeft laten plegen, precies zoals het in het libretto staat.

Ook alle kleine rollen waren zeer goed bezet, met de vijftal kibbelende Joden voorop.

Salome maan

© BAUS

Het minimalistisch toneelbeeld van Jan Versweyveld was zeker mooi, gelukkig gaf hij ook de maan met al zijn gedaantes de prominente plaats die hij verdiende.

Had Ivo van Hove ons datgene gegeven waar we, net als Salome sterk naar verlangden, dan had men kunnen spreken van een bijna perfecte voorstelling.

Malin Byström (Salome)

Malyn Byström (Salome) © BAUS

Al met al: het was een goed tot zeer goed gezongen mooie productie, met in de hoofdrol een goddelijk spelend orkest. Zoals het eigenlijk bij Richard Strauss hoort. Het is niet te geloven dat het Koninklijk Concertgebouworkest, althans in de huidige bezetting, de partituur voor het eerst op de lessenaars had.

Trailer van de productie:

Richard Strauss
Salome

Malin Byström, Evgeny Nikitin, Lance Ryan, Doris Soffel, Peter Sonn, Hanna Hipp e.a.
Koninklijk Concertgebouworkest olv Daniele Gatti.
Regie: Ivo van Hove

Bezocht op 9 juni 2017

SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

‘DAS GEHEGE’ van Wolfgang Rihm: een moderne versie van ‘SALOME’? ZaterdagMatinee december 2011

Emily Magee als SALOME in Frankfurt

Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

le Prophete Anna Osborn

Le Prophète in Essen. Drawing by Anna Osborn

As Heinrich Heine supposedly once said: “When the end of the world comes make your way to the Netherlands. Everything happens fifty years later there.” Probably nothing more than a (witty) bon mot, but “se non è vero, è ben trovato”……

Fact is we do tend to remain on the sidelines waiting to see what happens in foreign opera houses. These houses have programmed many forgotten or rarely performed operas like Król Roger long before we did. Now Giacomo Meyerbeer finally has been (re)discovered abroad, we can cherish the hope the Master of Grand Opéra will soon frequent our opera houses as well. France, Great Britain, Belgium and Germany have preceded us. In  Germany one can even speak of a genuine ‘Meyerbeer revival.’

Hopefully the wait will not be as long as in Paris, where fans of the composer had to wait for twelve years for their next ‘Meyerbeer’ after Les Huguenots. If it does take that long, trips abroad will be the only option, something Meyerbeer enthousiasts have been doing for years.

Personally, I jumped at the first opportunity, and travelled to the Aalto-Theater in Essen, where in April and May 2017 an unforgettable production of Le Prophète took place.

Le_prophète_Act4_sc2_1849_-_NGO3p1147

Le-prophete-1849

After Robert le Diable and Les Huguenots, Le Prophète was the third Meyerbeer setting of a libretto by Eugène Scribe. Scribe based his story of (religious) fanaticism, sectarianism and abuse of power loosely on the life story of the Dutch Anabaptist John of Leiden, adding the necessary romantic entanglements and  amorous adventures.

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Scribe got his inspiration from two novels by Carl Franz van der Velde, ‘Die Wiedertäufer’ and ‘Die Lichtensteiner’. From the latter stems the character of Fidés, Jean’s mother.  This role, created by the famous mezzo-soprano Pauline Viardot,  made the mother-son relationship one of the most important themes of the opera.

In the opera Fidés is depicted as a strong woman, who counterbalances Jean’s megalomania very well. She was brought to life superbly by Marianne Cornetti.

10731_13069_Le_Prophete_Jung_Matthias09

Jean (John Osborn) and Fidés (Marianne Cornetti © Matthias Jung

The American mezzo has a big, booming voice, able to move from low to high notes and back down again without problems. With her immense involvement she conveys her deepest feelings to the audience. I don’t know how Pauline Viardot sounded, but I have little doubt Cornetti approaches that ideal as close as possible.

10739_13085_Le_Prophete_Jung_Matthias17

‘Ô prêtres de Baal’ . John Osborn & Marianne Cornetti © Matthias Jung

Cornetti moved me to tears in “Ah, mon fils, sois béni!”, the scene in the second act where she finds out her son spares her life by handing over his beloved to Oberthal.  Her “Ô prêtres de Baal” did not leave me unmoved either.

We know John Osborne mainly from his belcanto roles, but his voice has developed a lot in the direction of French heroic roles. Who does not remember his formidable Benvenuto Cellini in Amsterdam?

10734_13075_Le_Prophete_Jung_Matthias12

Til Faveyts ( Zacharie), John Osborn (Jean) & Pierre Doyen (Mathisen) © Matthias Jung

Meyerbeer is not new to Osborn. In 2011 he sang an outstanding Raoul (Les Huguenots) in Brussels. I thought he sang incredibly well then, but it was nothing compared to this Jean.

10726_13059_Le_Prophete_Jung_Matthias04

John Osborn © Matthias Jung

I have heard singers like Gedda and Domingo sing Jean, both fantastic in different ways, but Osborn outdid both of them. He combined his wonderful and pure height with the intensity of Domingo, and sang with the musicality and the intelligence his two predecessors were so famous for. To give the final performance a little extra oomph, Osborn treated his audience to a couple of added high notes, which were received with much gratitude.

10724_13055_Le_Prophete_Jung_Matthias02

Lynette Tapia (Berthe) © Matthias Jung

This was the first time I heard Lynette Tapia live, and I must admit she impressed me a lot. Her voice is not exactly big, which might cause problems in larger opera houses, but in Essen she could give the role of Berthe everything it needs.

10745_13097_Le_Prophete_Jung_Matthias23

‘Voici le souterraine’. Lynette Tapi, Marianne Cornetti & John Osborn

 

The way Tapia coloured her voice in order to project all her different moods was just as beautiful as her coloratura. She was so courageous in “Voici le souterraine” that it was hard to believe this was the same woman who at the start of the opera was all joy because she was going to marry her beloved. Or how firm she sounded when she realised her beloved Jean and the hated prophet were one and the same person!

10741_13089_Le_Prophete_Jung_Matthias19

Tijl Faveyts, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit © Matthias Jung

Karel Ludvik was an outstanding Count Oberthal. The Canadian bass-baritone, who lives in the Netherlands possesses a beautiful, even voice that is begging for more belcanto roles.

10733_13073_Le_Prophete_Jung_Matthias11

Tijl Faveyts, Albrecht Kludszuweit & Pierre Doyen © Matthias Jung

The three Anabaptists were excellently cast with Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen and Tijl Faveyts. I am amazed a bass with the exceptional qualities of Faveyts does not sing in all the big opera houses.

10735_13077_Le_Prophete_Jung_Matthias13

Til Faveyts (Zacharie) © Mathias Jung

Giuliano Carella conducted with love, and gave the singers the room to sing out.

10729_13065_Le_Prophete_Jung_Matthias07

John Osborn © Matthias Jung

The staging by Vincent Boussard did not bother me. No psychologizing, no multiple layers or difficult to understand symbols. With this topic, moving the opera to a caliphate would have been an easy way out, saving Boussard a lot of trouble, but luckily he stayed faithful to the libretto. The ballet was a drag, but at least it was well integrated into the total. The lighting designed by Guido Levi was simply breathtaking, with images that looked like paintings. The videos in the background formed a (at times very moving) background that did not distract from the music.

10744_13095_Le_Prophete_Jung_Matthias22

John Osborn © Matthias Jung

The bad news: if you were not there you have missed an unforgettable performance.

The good news: the German firm Oehms has recorded the performance live for a future release on cd: Bravo Oehms!

A trailer of the production can be found on the website of the Aalto Theater Essen:

http://www.aalto-musiktheater.de/premieren/le-prophete.htm

Photos of the final curtain (© Lieneke Effern):

Performance reviewed: May 14th, 2017 in the Aalto-Musiktheater, Essen

English translation: Remko Jas

Original Dutch: MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

Giacomo Meyerbeer
Le Prophète
John Osborn, Lynette Tapia, Marianne Cornetti, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen, Tijl Faveyts
Opernchor, Extrachor und Kinderchor des Aalto-Theaters
Essener Philharmoniker under the direction of Giuliano Carella
Staging: Vincent Boussard

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

le Prophete Anna Osborn

Le Prophète in Essen. Tekening van Anna Osborn

Heinrich Heine zou ooit hebben gezegd dat als de wereld vergaat, hij dan naar Nederland gaat verhuizen want “daar gebeurt alles vijftig jaar later”. Het is waarschijnlijk niet meer dan een (leuke) bon mot, maar: “se non è vero, è ben trovato”…….

Het is in ieder geval wel zo dat we op operagebied vaak op de zijlijn zitten te wachten wat er in andere operahuizen gebeurt. Het buitenland was ons vóór in het programmeren van veel vergeten en/of zelden gespeelde opera’s, zoals Król Roger. En nu het buitenland Giacomo Meyerbeer heeft (her)ontdekt, mogen ook wij de hoop koesteren dat de grootmeester van de Grand Opéra ook onze operahuizen gaat frequenteren. Frankrijk, Groot Brittannië, België en Duitsland gingen ons al voor en in Duitsland kun je zelfs van een echte ‘Meyerbeer-revival’ spreken.

Hopelijk hoeft het niet zo lang te duren zoals in Parijs toen, toen de fans van de componist na Les Huguenots twaalf jaar op hun volgende ‘Meyerbeer’ zaten te wachten. En anders blijft er niets anders over dan naar het buitenland te reizen. Iets, wat de liefhebbers al jaren doen.

Zelf heb ik de eerste mogelijkheid dat zich aandeed met beide handen aangegrepen en begaf mij naar het Aalto-Theater in Essen, waar men in april/mei 2017 een onvergetelijke productie van  Le Prophète op de planken heeft gebracht.

Le-prophete-1849


Le prophète
was, na Robert le diable en Les Hugenots de derde opera die Meyerbeer componeerde op het libretto van Eugène Scribe. Zijn verhaal over het (religieus) fanatisme, sektarisme en machtswellust heeft Scribe losjes gebaseerd op het levensverhaal van de Nederlandse wederdoper Jan van Leiden, waar hij nog de nodige romantische verwikkelingen en liefdesperikelen aan toevoegde.

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Zijn inspiratie vond Scribe in twee romans van Carl Frans van der Velde, ‘Der Wiedertäufer’ en ‘Die Lichtensteiner’. Uit de laatste komt ook de personage van Fidés, moeder van Jean, vandaan. Een personage die met de bezetting van de rol door de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot de moeder-zoon verhouding tot één van de belangrijkste thema’s van de opera heeft opgetild.

In de opera wordt Fidés voorgesteld als een sterke vrouw, die de megalomanie van Jean goed tegenwicht kan bieden en de tegenwicht, die was bij Marianne Cornetti in uitstekende handen.

10731_13069_Le_Prophete_Jung_Matthias09

Jean (John Osborn) en Fidés (Marianne Cornetti © Matthias Jung

De Amerikaanse mezzo heeft een kanon van een stem, waarmee zij van hoog naar laag en terug kan wandelen alsof het niets is. Met haar immense betrokkenheid weet zij de grootste gevoelens aan een ieder duidelijk te maken. Nu weet ik niet hoe Pauline Viardot in het echt heeft geklonken, maar ik neem zonder meer aan dat Cornetti het ideaal zeer dicht benadert.

10739_13085_Le_Prophete_Jung_Matthias17

‘ô prêtres de Baal’ . John Osborn & Marianne Cornetti © Matthias Jung

In ‘Ah! mon fils, sois béni!’, de scène in de tweede akte waarin zij verneemt dat haar zoon haar leven boven zijn geliefde heeft gekozen wist zij mij tot tranen toe te roeren. Ook haar ‘Ô prêtres de Baal’, heeft mij niet onberoerd kunnen laten.

John Osborn kenden we voornamelijk van zijn belcanto rollen, maar zijn stem heeft zich behoorlijk richting Franse heroïek ontwikkeld. Wie herinnert zich zijn formidabele Benvenutto Cellini in Amsterdam niet?

10723_13053_Le_Prophete_Jung_Matthias01

John Osborn (Jean) © Matthias Jung

Ook Meyerbeer is hem niet vreemd: in 2011 zong hij een voortreffelijke Raoul (Les Huguenots) in Brussel. Ik vond hem toen onvoorstelbaar goed, maar het was nog niets vergeleken met zijn prestatie als Jean.

10744_13095_Le_Prophete_Jung_Matthias22

John Osborn © Matthias Jung

Nu moet u weten dat ik in de rol zulke fantastische, maar ook zulke verschillende zangers heb gehoord als Gedda en Domingo: beiden fenomenaal, toch wist Osborn ze beiden nog te overtroeven. Zijn schitterend zuivere hoogte wist hij met de intensiteit van Domingo te paren en dat alles werd gecombineerd met een muzikaliteit en intelligentie waar zijn beide voorgangers zo beroemd om waren. Om de laatste voorstelling dat ‘etwas’ meer te geven trakteerde hij zijn publiek op een paar extra hoge noten, die werden dan ook met veel dank ontvangen.

10724_13055_Le_Prophete_Jung_Matthias02

Lynette Tapia (Berthe) © Matthias Jung

Het was de eerste keer dat ik Lynette Tapia live hoorde en ik moet bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk ben geraakt. Haar stem is niet echt groot en ik denk dat zij in grotere operahuizen in problemen zou zijn geraakt, maar in Essen kon zij haar rol van Berthe alles geven wat zij nodig heeft.

10745_13097_Le_Prophete_Jung_Matthias23

‘Voici le souterraine’. Lynette Tapi, Marianne Cornetti & John Osborn

Het mooiste, naast haar coloraturen, vond ik de manier hoe Tapia haar stem kleurde om al haar gemoedstoestanden duidelijk over te kunnen brengen. In ‘Voici le souterraine’ was zij zo heldhaftig dat je amper kon geloven dat het dezelfde vrouw was die aan het begin van de opera één en al vreugde was omdat zij met haar geliefde dacht te trouwen. Of hoe standvastig zij klonk toen ze zich realiseerde dat haar geliefde Jean en de gehate profeet een en dezelfde persoon waren!

10741_13089_Le_Prophete_Jung_Matthias19

Tijl Faveyts, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit © Matthias Jung

Karel Ludvik was een uitstekende Graaf von Oberthal. De Canadese, in Nederland wonende basbariton beschikt over een mooie, egale stem die schreeuwt om meer belcanto rollen.

10733_13073_Le_Prophete_Jung_Matthias11

Tijl Faveyts, Albrecht Kludszuweit & Pierre Doyen © Matthias Jung

De drie wederdopers waren meer dan voortreffelijk bezet door Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen en Tijl Faveyts. Bij de laatste verbaast het mij dat een bas van zo’n uitzonderlijke kwaliteit nog niet aan de grootste operahuizen ter wereld zingt.

Giuliano Carella dirigeerde liefdevol en gaf de zangers alle tijd om uit te zingen.

10726_13059_Le_Prophete_Jung_Matthias04

John Osborn © Matthias Jung

De regie van Vincent Boussard stoorde mij niet. Deze keer geen gepsychologiseer, geen (drie)dubbele lagen en moeilijk te ontwaren symbolen. Met dit onderwerp kon hij de actie makkelijk naar een kalifaat kunnen verhuizen en zich zo met een jantje-van-leiden van af maken. Dat deed hij niet en bleef redelijk trouw aan het libretto. Het ballet was knudde, maar werd wel in het geheel goed geïntegreerd en de belichting van Guido Levi was gewoonweg prachtig, wat bij wijlen op schilderijen lijkende beelden opleverde. De videoprojectie was niet meer dan een (soms zeer ontroerende) achtergrond: het leidde je aandacht niet van de muziek af.

Het slechte nieuws is: wie er niet bij was heeft een onvergetelijke voorstelling gemist.

Het goede nieuws is: de Duitse firma Oehms heeft de voorstelling live voor cd’s opgenomen. Bravo Oehms!

Trailer van de productie is te vinden op de site van het Aalto Theater Essen:

http://www.aalto-musiktheater.de/premieren/le-prophete.htm

Foto’s van het slotapplaus (© Lieneke Effern):

Giacomo Meyerbeer
Le Prophète
John Osborn, Lynette Tapia, Marianne Cornetti, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen, Tijl Faveyts
Opernchor, Extrachor und Kinderchor des Aalto-Theaters
Essener Philharmoniker olv Giuliano Carella
Regie: Vincent Boussard

Bezocht op 14 mei 2017 in het Aalto-Musiktheater in Essen

English translation: Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

Meer Meyerbeer:
ROBERT LE DIABLE

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

LES HUGUENOTS Brussel 2011

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd