cd/dvd recensies

Als de blinde prinses Iolanta is Anna Netrebko helemaal in haar element

iolanta

 

In november 2012 was het dan eindelijk zo ver: Anna Netrebko, al sinds jaren de primadonna assoluta voor veel operaliefhebbers, deed ook Amsterdam aan. En niet zo maar in een concert met losse aria’s, maar in een complete opera. Concertante, weliswaar, maar toch. Een uitverkocht Concertgebouw en een eindeloze jubel vielen haar, volkomen terecht ten deel.

In het kader van de Europese tournee deed Iolanta meerdere steden aan en in Essen werd de voorstelling live door DG opgenomen. Een mooi aandenken voor degenen die erbij waren, voor de anderen een goede kennismaking met een opera die meer bekendheid verdient.

Als de blinde prinses Iolanta is Netrebko helemaal in haar element. Ik zou waarachtig geen andere sopraan weten die de rol met zo veel “sehnsucht” en met zo veel fluweel zou kunnen zingen. Haar arioso “Otchego eto prezhde ne znala” kan je gewoon niet onberoerd laten.

Maar ook de heren rondom de diva zijn zeer goed. Sergey Skorokhodov is een imponerende Vaudémont. Zijn Slavisch getimbreerde tenor klinkt lyrisch en krachtig tegelijk en zijn hoge noten neemt hij met een vanzelfsprekend gemak.

Vitalij Kowaljow, gezegend met een indrukwekkende, diepe bas, is een schitterende Koning René en Alexey Markov maakt als Robert veel indruk met ‘Kto možet sravnit’sya’. Het helpt natuurlijk wel dat hij zowat de mooiste noten in de opera krijgt te zingen.

Het Slovenian Philharmonic Orchestra staat onder de kundige (maar niet meer dan dat) leiding van Emmanuel Villaume, maar is niet van hetzelfde niveau als de zangers

 

Opname uit het Mariinsky Theater in 2009:

 

 

Roberts aria, opgenomen in Salzburg in 2011:

 

 

 

 

Pyotr Ilyich Tchaikovsky
Iolanta
Anna Netrebko, Sergey Skorokhodov, Alexey Markov, Vitalij Kowaljow e.a.
Slovenian Philharmonic Orchestra olv Emanuel Villaume
DG 4793969

Verrukkelijke Cendrillon met Joyce DiDonato

cendrillon

Een sprookje kent zijn eigen regels. Veel is inwisselbaar, maar waar niet aan getornd mag worden is het “happy end”. Dus: het lelijke eendje wordt een pracht van een zwaan en Assepoester wordt een prinses. Alle kwade geesten worden gestraft en we kunnen rustig gaan slapen.

Soms bid ik tot diegene in wie ik niet geloof: geef ons onze sprookjes terug, want tegenwoordig moet alles zo natuurgetrouw  en zo realistisch mogelijk. Gelukkig worden mijn gebeden wel eens gehoord en zo kwam het dat ik een ouderwets avondje genieten kon beleven, met mijn poes op schoot en Assepoester op mijn scherm.

Laurent Pelly behoort zonder meer tot één van de beste hedendaagse regisseurs: hij geeft een eigentijdse draai aan alles wat hij doet, maar hij blijft het libretto en de muziek trouw. Zijn ensceneringen zijn daarbij buitengewoon geestig. Zo ook de heerlijke Cendrillon, in 2011 opgenomen in het Royal Opera House in Londen.

Joyce DiDonato (Cendrillon) hoef ik niemand meer aan te bevelen – zij is zonder meer de grootste ‘zwischenfach-zangeres’ van onze tijd.

Ewa Podleś is meer dan een heerlijke stiefmoeder en Alice Coote de charmantste van alle ‘Prins Charmants’. En daar mag je dan de werkelijk idiomatische dirigent (Bertrand de Billy) nog aan toevoegen… Het leven kan soms echt mooi zijn!

Trailer van de productie:

JULES MASSENET
Cendrillon
Joyce DiDonato, Eglise Gutiérez, Alice Coote, Ewa Podleś, Jean-Philippe Lafont e.a.
Royal Opera Choris, Orchestra of the Royal Opeara House olv Bertrand de Billy
Regie: Laurent Pelly
Virgin Classics 60250995

Betoverend mooie muziek van August Klughardt

kluhardt

Heeft u ooit van August Klughardt (1847-1902) gehoord? Nee? Ik ook niet. Hoe onterecht! Deze Duitse romanticus was misschien niet innoverend, maar wat is zijn muziek mooi! En het is zo plezierig om naar te luisteren!

Wat kunt u verwachten? Een heerlijk potje smachtende Schubert vermengd met energieke Brahms en (voornamelijk) rustig voortkabbelende (ik bedoel het niet negatief!) Mendelssohn.

Gek genoeg doet zijn muziek mij ook aan de Nederlandse componisten denken. Het Allegro voor vier strijkkwartetten van Johannes van Bree komt zowat om de hoek kijken. Maar ook Julius Röntgen is nergens ver weg.

Beide werken op deze cd zijn betoverend mooi, al is het strijkkwintet iets virtuozer en de grommende cello maakt de boel lekker spannend.

De uitvoering kan niet mooier. Niet beter. Niet romantischer. Gewoon: een ouderwetse perfectie ten voeten uit. Van de Leipziger Streichquartet wist ik het wel, maar de pianiste Olga Gollej is voor mij een ware ontdekking.

Het is guur buiten, de winter komt er aan. Daar kunnen wij niets aan doen. Maar aan de sfeer thuis des te meer: zet de kachel aan en de cd op. Wedden dat u er ook verliefd op wordt?

August Klughardt
Piano Quintet, String Quintet
Leipziger Streichquartet, Olga Gollej (piano), Julian Steckel (cello)
MDG 307 1652-2

Chailly dirigeert Verdi: het spettert, het zindert en het bubbelt

verdi

Vertrouw een opera Riccardo Chailly toe en dan komt het goed. Het is hem aangeboren en het zit in zijn bloed. Net als Nederlanders, die – bij wijze van spreken dan – slapend kunnen fietsen zonder brokken te maken, kan Chailly slapend opera dirigeren en het resultaat wordt niet minder dan verbluffend.cHij heft zijn stokje op en …. daar gaan we!

Men zou de quote uit de film All about Eve kunnen citeren: “Fasten your seatbelts, it’s going to be a bumby night”. Dat is ook precies wat er in deze opname gebeurt. Het spettert, het zindert en het bubbelt, maar ook de ontroering is niet ver weg. Chailly is namelijk ook een lyricus zonder weerga. Dat hoor je al bij het eerste nummer op de cd: sinfonia uit I Vespri Siciliani. Je weet bij voorbaat al wat er gaat gebeuren. En dan noem ik de prelude tot de eerste akte van La Traviata niet eens!

Gelukkig heeft Chailly zich niet tot de bekende nummers beperkt en trakteert ons ook op balletscènes uit Jérusalem en ‘sinfonia’s’ uit  Alzira, Il Corsaro en Giovanna d’Arco.

Wat een muziek en wat een uitvoering! Voor mij was deze cd één van de beste bijdragen aan het Verdi jaar 2013. Met dank aan Riccardo Chailly en Filarmonica Della Scala.


GIUSEPPE VERDI
Ouvertures en Preludes
Filarmonica Della Scala olv Riccardo Chailly
Decca 4783559 • 71’

Ein Deutsches Requiem van Brahms door Jan Willem de Vriend: coca-cola light

brahms-requiem

Oei. Zwaar karwei. En: nee, het ligt niet aan het werk. Het Deutsches Requiem van Brahms behoort tot mijn lievelingscomposities van mijn geliefde componist en daar kan ik eigenlijk nooit genoeg van krijgen, maar als het zó moet dan weet ik het niet. Het Rotterdam Symphony Chorus vind ik goed, maar overweldigend, zoals het hoort? Nou, nee…

Dat kan natuurlijk ook aan de dirigent Willem de Vriend liggen. Hij legt er zulke rare accenten op dat ik het werk soms amper herken. En de tempi! De Vriend doet er zeven minuten sneller over dan mijn geliefde Wolfgang Sawallich (Orfeo) en het verschil met Herbert von Karajan (DG) is maar liefst dertien minuten.

Een vriend merkte ooit op dat het voor iedere dirigent een uitdaging is om Brahms’ Requiem te willen dirigeren maar dat er weinig uitverkoren zijn om dat ook werkelijk goed neer te zetten! Hoe waar!

Beide solisten voldoen in ruime mate. Voornamelijk Thomas Oliemans weet mij in ‘Herr, lehre doch mich’ bijzonder te imponeren. Renate Arends intoneert in ‘Ihr habt nun Traurigkeit’ een beetje ruim, maar laat mooie hoge noten horen.

Ik snap best wel dat de Vriend van lichte aanpak houdt, maar Deutsches Requiem is geen coca-cola light!


Johannes Brahms
Ein Deutsches Reqiuem
Renate Arends (sopraan), Thomas Oliemans (batiton)
Residentieorkest/The Hague Philharmonic en het Rotterdam Symphony Chorus olv Jan Willem de Vriend
Challenge Classics CC72738 • 61’

Offenbach’s Bavarian Romp “FANTASIO” – Finally On Disc And Complete

fantasio_front_cover_final

Offenbach aficionados may rejoice. Here is the first complete recording of his opéra comique in 3 acts, 4 tableaux, Fantasio It is based on Alfred de Musset 1834 stage play of ther same title. The musical version was not a big success at the time of its premiere at the Salle Favart in Paris, in January 1872, but like so many Offenbach titles, Fantasio was nonetheless produced at the Theater an der Wien a month later, it was also seen in Graz and Prague in October 1872, and Berlin in 1873. A revival, in a new version, was mounted in Magdeburg in June 1927 as Der Narr der Prinzessin. Then, it seems, it was forgotten for a long time.

Offenbach later re-used the chorus of students from the first act of Fantasio in The Tales of Hoffmann, where it becomes the famous student chorus in the prologue, and the voice of Antonia’s mother in act 3 of Hoffmann enters with a theme from the overture of Fantasio. So at least two tunes from Fantasio have become very well known, in a new context.

12 years ago, Anne Sofie von Otter recorded two numbers from Fantasio for her wonderful Offenbach album on Deutsche Grammophon. I remember thinking, back then, how much I would love to hear the complete score after von Otter’s dazzling rendition of the “Ballad to the Moon” and the big love duett. What fascinating music!

It was only a question of time, I guess, till someone heard my prayers and answered them. Master of Offenbach reconstructions, Jean-Christophe Keck, had also taken an interest in Fantasio. It had been revived in October 2000 at the Opéra de Rennes in a version reassembled by him. The production by Vincent Vittoz went to Tours as well, then onto Nantes and Angers. The show was also performed at the summer festival of Opernbühne Bad Aibling in 2003.

Keck argues that one reason for the long neglect of Fantasio was that it has been difficult to locate a performing edition; only a vocal score was published at the time of the premiere, along with a “corrupt” and re-orchestrated German version.

Keck went back to the first Parisian version from 1872. His “final” re-assembled score was performed live in December 2013 London, in a concert organized by Opera Rara. They then sent their team into the studio to record the show. Just in time for christmas, the label now released the double disc. Thus making Fantasio available for all the world to hear.

The story, in a nut shell, is this: to be close to his love, Princess Elsbeth, the young Munich student Fantasio dresses up as a court jester and enters the palace. En passant he stops the war with Mantua (on the other side of the Bavarian Alps), a deed for which he is given a royal title in the end.

Sarah Connolly is a warm, melancholic and at times decisive Fantasio. Not particularly “Bavarian,” nor typically French. But a joy to listen to. As her Elsbeth, Opera Rara could not have chosen a more beautiful soprano voice than Brenda Rae. In their big duet, the voices melt into one, caress one another and glow next to each other. It is breathtakingly beautiful to listen to them!

All other soloists are also wonderful to listen to, I find, together with the great Opera Rara Chorus they are fabulously accompanied by Sir Marc Elder and the Orchestra of the Age of Enlightenment.

All of you who enjoyed L’Etoile (1877) at De Nationale Opera in Amsterdam: listen to the number “Quand l’ombre des arbres,” that starts with the chorus and is followed by Elsbeth’s aria “Cachons l’ennui” at the start of act 2. You’ll realize where most of Chabrier’s great ideas come from. For operetta and Offenbach fans, this double CD is a must have.


English translation: Kevin Clarke

For the oiginal Dutch/ versie in het Nederlands:

FANTASIO

Onevenwichtige Schulhoff door het Spectrum Concerts Berlin

schulhoff-spectrum

Vanwaar zo veel agressie? Oké, Schulhoff is Dvořak niet en ook geen Janaček, maar met beide componisten had hij meer gemeen dan veel mensen beseffen. Erwin Schulhoff was een man van uitersten. Van Janaček had hij de voorliefde voor de Tsjechische taal met zijn typische accenten geërfd en in zijn strijksextet verstopt.

In de uitvoering door de leden van Spectrum Concerts Berlin kloppen de accenten, inclusief de ferme en felle uithalen dan wel – maar moet het zó krasserig? – helaas zijn de heren het lyrische aspect (Dvořaks erfenis) ergens onderweg kwijtgeraakt. Er is ook iets mis  met de balans van de opname waardoor ik niet van de volumeknoppen af kan blijven, want of ik hoor niets of word ik opgeschrikt door een boem.

Gaat het strijksextet een beetje ten onder aan gebrek van echte visie, in de vioolsonate wordt er ruimschoots revanche genomen. Hier is de toon van de violist Boris Brovtsyn ‘mild und leise’, met waar nodig wat ruwere accenten en daar wordt hij voortreffelijk mee geholpen door de formidabele pianist Eldar Nebolsin .

Maar pas bij de door Nebolsin meesterlijk gespeelde Cinq Études de jazz herken ik ‘mijn’ Schulhoff terug en kan ik de ietwat saai uitgevallen Duo for Violin and Cello vergeten. Wat een artiest!


ERWIN SCHULHOFF
String Sextett op.45, Sonata No.2 for Violin and Piano, Duo for Violin and Cello, Cinq Études de jazz
Spectrum Concerts Berlin: Boris Brovtsyn, Valery Sokolov (viool); Philip Dukes, Maxim Rysanov (altviool); Jens Peter Maintz, Torleif Thedéen (cello), Eldar Nebolsin (piano)
Naxos 8573525 • 68’

Zie ook:
ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

Verismo past Jonas Kaufmann als een handschoen

kaufmann-verismo

In 2010 heeft Jonas Kaufmann een cd met aria’s uit verschillende veristische opera’s opgenomen. Met als slagroom op de taart het slotduet uit Andrea Chenier, gezongen met ‘onze eigen’ Eva-Maria Westbroek. Het is één van zijn beste solo-albums geworden: verismo past de Duitse tenor als een handschoen.

De cd is, met maar 61 minuten, aan de korte kant. Op zich heb ik daar niets op tegen, zeker ook omdat de cd, naast de bekendere en minder bekende stof, ook een tweetal absolute rariteiten bevat. Denk alleen maar aan Ombra di Nube van Licinio Refice.

Kaufmann begint bijzonder sterk met een echte tranentrekker, ‘Giulietta, son io’ uit Giulietta e Romeo van Zandonai. De aria lijkt geschapen voor zijn prachtige stem. Hiermee kan hij laten zien waar hij over beschikt en dat is niet weinig. In sommige recensies worden hem zowat goddelijke kwaliteiten toegemeten, een omschrijving waar ik toch best een beetje huiverig voor ben, maar nu weet ik het niet zo zeker meer

Af en toe (Pagliacci, Mefistofele) doet hij mij aan Plácido Domingo denken. Op zich merkwaardig, want hun stemmen lijken in het geheel niet op elkaar. Maar misschien is het de combinatie van zuivere lyriek met power en zeggingskracht? Ook het acteren met de stem heeft hij gemeen met de ‘grootste aller tenoren’ (de term komt van BBC Magazine).

Hij neemt je mee in het verhaal, sleurt je er doorheen om je na afloop met tranen en verbijstering achter te laten. Een prestatie, die inderdaad alleen de grootsten van de grootsten kunnen leveren, zeker als je enkel aria’s en niet de complete opera zingt.

Wat ik ook zo ontzettend mooi aan hem vind is de warmte die hij uitstraalt, soms voelt het gewoon als een warme bad.

En dan het orkest! Onder leiding van Antonio Pappano, die het grote gebaar niet schuwt, dompelt het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia uit Rome je in een weelde van klank en emoties,

Zijn er dan helemaal geen minpuntjes? O ja, zeker! Niet voor alle aria’s is Kaufmanns stem geschikt. Zo zet hij ‘Lamento di Frederico’ uit L’Arlesiana van Cilea veel te zwaar aan waardoor zijn hoge noten wat afgeknepen klinken.

Er is ook iets raars met het duet met Eva-Maria Westbroek. Ik kan mij natuurlijk vergissen, maar het klinkt alsof hun stemmen apart (en ook nog eens in aparte ruimtes) zijn opgenomen en dan aan elkaar geplakt.

Jonas Kaufmann over het zingen van verismo:

Het is best zware en zeer emotionele stof, verismo, en na 61 minuten ben je echt moe, van het luisteren alleen. Maar het geeft niet. Dit is OPERA. Op zijn best!


 

Verismo Arias
Zandonai, Giordano, Cilea, Leoncavallo, Mascagni, Boito, Ponchielli, Refice
Jonas Kaufmann (tenor), met medewerking van Eva-Maria Westbroek
Orchestra e coro dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Roma olv Antonio Pappano
Decca 4782258

Zie ook:
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

 

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

CECILIA

IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

IS VERISMO DOOD? deel 2

 

Puccini door Jonas Kaufmann: top!

 puccini

Van zijn Verdi ben ik meestal niet zo gecharmeerd, maar zijn Puccini staat als een huis. Sterker: ik ken waarlijk geen één hedendaagse jonge tenor die zich met Jonas Kaufmann in dit repertoire kan meten. Zeker als het om de zwaardere rollen gaat.

Rodolfo (La bohème) en zeker Rinuccio is is hij al lang ontgroeid. ‘Avete torto!’ (Gianni Schicchi) klinkt dan ook veel te volwassen, maar mooi is het zeker wel.

Des Grieux (Manon Lescaut) doet hij een beetje op de automatische piloot, de rol is hem dan ook zowat op de huid geschreven. Al kan ik niet ontkennen dat wat meer jeugdig elan, zeker in ‘Donna non vidi mai’ het nog extra zou kunnen oppeppen. Ik mis een beetje het fragiele, want laten we eerlijk zijn: des Grieux is in feite een “mietje”.

Kaufmanns Ramerrez/Johnson (La fanciulla del West) is van een zeldzame schoonheid. Mannelijk, heroïsch en desperaat. Je hoort het in zijn levensverhaal ‘Una parola sola’: het grijpt je naar de keel.

Nog meer tegenstrijdige emoties stopt de tenor in ‘Risparmiate lo scherno’. Hij zet zeer standvastig in, maar laat zijn zang vervolgens bijna smekend overgaan in de enige echte hit uit de opera: ‘Ch’ella mi creda’. Daarin doet hij me bijna mijn held Plácido Domingo vergeten. Op zich al een prestatie!

Het meest weet Kaufmann me te ontroeren in ‘Ei giunge! … Torna ai felici dì’ uit Le Villi. Het zou me niet verbazen als het de eerste keer is dat hij die aria zingt, zo fris en betoverend klinkt het. Zijn smachtende zang in “ed io non ho nel cor che tristezza e terror” lijkt rechtstreeks uit zijn ziel te komen. Net als in het hartroerend breekbaar gezongen ‘Orgia, chimera’ uit Edgar trouwens.

Hieronder de trailer van het album:

De Deluxe-uitgave van het album bevat een bonus-dvd met daarop ‘the making of’ en fragmenten uit volledige voorstellingen van Manon Lescaut (Londen) en La fanciulla del West (Wenen). Prachtig gezongen, dat wel, maar o zo lelijk om te zien! Je zou de regisseurs haast verdenken van antifeminisme, zo vreselijk zijn de beide heldinnen toegetakeld. Een vormloze tuinbroek en rode pruik doen Nina Stemme lijken op een overjarige hippie en de mooie Kristine Opolais ziet er in haar Manon-kostuum uit als een lelijke trol.

Naar aanleiding van deze cd hoop ik dat iemand Kaufmann overhaalt om de complete Edgar op te nemen. Maar dan graag wel op cd, voordat er weer een regisseur mee aan de haal gaat. En het liefste onder Antonio Pappano, want ook hij heeft Puccini ‘under his skin’…


Nessun dorma
The Puccini album
Jonas Kaufmann (tenor)
Orchestra e Coro del’Accademia Nazionale di Santa Cecilia olv Antonio Pappano
Sony 88875092482

Voor meer Kaufmann zie ook:

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann
JONAS KAUFMANN: verismo

Dmitry Hvorostovsky zingt Sjostakovitsj en Liszt

dima

Het jaar 1975 markeerde de vijfhonderdste verjaardag van Michelangelo, dé reden voor Sjostakovitsj om de kunstenaar met een compositie te eren.
Het werd een suite gebaseerd op diens gedichten, oorspronkelijk gecomponeerd voor een basstem met piano begeleiding, waarna de componist het bewerkt heeft voor een orkest.

Het werk, dat Sjostakovitsj zelf als zijn laatste symfonie beschouwde, ademt één en al pessimisme en zwaarmoedigheid. Wat eigenlijk geen wonder mag heten: het jaar 1974, toen de Suite ontstond, was geen gemakkelijke voor de componist. In die periode was hij zwaar ziek (hij overleed amper een jaar later): behalve problemen met zijn hart leed hij ook aan zware artritis, waardoor het componeren niet al te gemakkelijk ging. En alsof het nog niet genoeg was werd hij een jaar eerder gediagnosticeerd met kanker. Geen wonder dat hij gebukt ging onder zware depressies en gevolgd werd door de gedachten aan de dood. De Suite is al meerdere keren opgenomen, zowel met piano als met orkestbegeleiding.

Nog niet zo lang geleden heeft Ondine zelf de cyclus op cd uitgebracht, gezongen door Gerald Finley, in het Middeleeuws Italiaans.

Beide versies zijn onvergelijkbaar en beiden zijn mij even dierbaar. Finley is lichter: in zijn interpretatie hoor je nog een sprankje hoop. Iets wat ver te zoeken is bij Hvorostovski: bij hem is het allemaal kommer en kwel – oftewel de ondraaglijke zwaarheid van (einde van) het bestaan.

Aan de al in 2012 opgenomen liederen van Sjostakovitsj werden drie Petrarca Sonetten van Liszt toegevoegd. De opname dateert van twee jaar later, wat misschien het waarneembare verschil in het timbre van de bariton kan verklaren. Hier klinkt hij donkerder en zijn stem lijkt aan diepte te hebben gewonnen. Het, op zich lichtvoetige en belcanteske muziek van Liszt klinkt bij Hvorostovski een beetje zwaar op de hand, wat hem in mijn ogen een minpuntje oplevert.

Maar dat puntje komt er weer bij vanwege het meer dan voortreffelijke spel van de pianist. Het klinkt alsof Ilja Hvorostovsky erdoorheen wilt slepen,  richting het zonnige Zuiden, waar het leven minder zwaar is.



DMITRI SHOSTAKOVICH
Suite on poems by Michelangelo Buonaratti op.145A
FRANZ LISZT
3 sonetti del Petrarca, S.279A (1stversion)
Dmitri Hvorostovsky (bariton), Ivari Ilja (piano)
Ondine 1277-2 • 59’

Zie ook: SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Gerald Finley