cd/dvd recensies

Sara Mingardo en Musici Aurei brengen Mahler bij Busoni en doen het schitterend

mahlet-mingardo

Nee, niet alweer een cd met liederen van Mahler, hoor ik u denken. Gelukkig toch wel, zeg ik. Want Sara Mingardo en Musici Aurei geven ons, door een bijzondere interpretatie een nieuwe kijk op de componist

Op het album staan Mahlers Kindertotenlieder en Lieder eines fahrenden Gesellen. Het orkest heeft echter plaatsgemaakt voor een klein kamerensemble, de zangeres beschikt over een echte ouderwetse alt en we krijgen een tussengerecht (het veel te weinig gespeelde Quartettsatz) en een toetje (Berceuse élégiaque van Busoni).

Het geluid is een beetje ouderwets, een tikje dof – het doet mij denken aan de oude Italiaanse zwart/wit films. Ik mag het wel, het brengt een bepaalde sfeer met zich mee, een sfeer van weemoed, nostalgie, melancholie en ‘tristesse’.

Gedeeltelijk komt het door de kamerensemble begeleiding (harmonium!), maar ook de stem van Mingardo klinkt ouderwets mooi. Denk: Kathleen Ferrier maar dan met veel meer dramatiek.

Het Quartettsatz klinkt – voor zo ver mogelijk – nog mooier. De tempi zijn een beetje aan de hoge kant en af en toe is het een beetje vals, maar dat deert niet. De emoties spetteren er van af, en daar gaat het in muziek om, althans voor mij.

Het idee om met de Berceuse élégiaque het programma af te sluiten is niet minder dan briljant. We blijven in dezelfde sferen.
Een cd om te koesteren!


GUSTAV MAHLER
Kindertotenlieder, Lieder eines fahrenden Gesellen, Quartettsatz
FERUCCIO BUSONI
Berceuse élégiaque
Sara Mingardo (contralto), Grazia Raimondi (viool), Silvio Di Rocco (altviool), Olaf Laneri (piano), Luigi Piovano (cello)
Musici Aurei olv Luigi Piovano
Eloquentia EL 1233

Jerzy Maksymiuk en Sinfonia Varsovia vieren een feestje

Maksymiuk.jpg

In 2015 bestond het Sinfonia Varsovia 40 jaar, reden voor een feestje. Het orkest dat sinds de oprichting onder leiding staat van Jerzy Maksymiuk is van alle markten thuis. Van Bach tot Baird en alles tussendoor. Het is dan niet meer dan logisch dat er op de jubileum box met 2 cd’s ook van alles is te vinden.

Zonde alleen, dat het – in mijn ogen – onzorgvuldig is geprogrammeerd want een Brandenburgse concert, tussen Bacewicz en Rossini ingeklemd, luistert gewoon niet fijn. De uitvoering van Bach (opname 1979) is aardig, maar niet meer dan dat, daarentegen vind ik de Divertimento van Mozart uit 1976 best wel lekker. Licht en speels, daar mag je mij wakker voor maken.

De eerste cd, met de opnamen uit 2015 vind ik interessanter. Skip Debussy en Prokofjeff, die zijn een beetje aan de saaie kant en luister naar de Elegeia van Baird. De opname is van onschatbare waarde. Onvoorstelbaar eigenlijk hoe Maksymiuk het acht minuten durende juweeltje een bijna Hitchcockiaanse spanning bezorgt.

Hieronder Elegeia olv Andrzej Markowski. Opname is van 1974:

Als laatste dirigeert Maksymiuk zijn eigen werk, Vers per Archi uit 2014. Het is een makkelijk (misschien een beetje té) in het gehoor liggend werkje met minimalistische trekjes. Ook hier is de uitvoering meer dan voortreffelijk.

Ik blijf het jammer vinden dat er niet meer hedendaagse werken op de cd’s staan. Niet voor niets behoort Maksymiuk, één de oprichters van ‘Warszawska Jesień’  tot de grootste pleitbezorgers van de moderne muziek

Maksymiuk tijdens repetitie in Warschau:

MAKSYMIUK
DEBUSSY, BACH, ROSSINI, MOZART, BACEWICZ, BAIRD e.a.
Diverse werken voor orkest
Sinfonia Varsovia olv Jerzy Maksymiuk
Warner Classics 08256 4603935 • 135’(2cd’s)

Entre elle et lui: Michel Legrand en Natalie Dessay

LegrandDessayCD

Natalie Dessay is niet zomaar een zangeres. Het beste zou je haar nog kunnen omschrijven als een zingende actrice, maar eigenlijk doe je haar zangkwaliteiten dan tekort. Haar stem is hoog, hoger en hoogst en haar coloraturen zijn duizelingwekkend.

Heeft u haar ooit ‘Ombre légère’ (Dinora van Meyerbeer) horen zingen? Zelfs Mado Robin kon het niet beter! Of neem haar Ophelie uit Hamlet van Thomas! Nee, beter kan ik het mij niet voorstellen.

Inmiddels heeft Dessay een sabbatical van de operabühne genomen om zich wat meer op haar acteerwerk te kunnen concentreren. Tussendoor heeft ze een cd opgenomen met liedjes van – en met – Michel Legrand, simpel getiteld Entre elle et lui (tussen haar en hem).

De samenwerking tussen de twee heeft een onwaarschijnlijk prachtig resultaat opgeleverd. In ‘Pappa do you hear me’ uit Yentl doet Dessay niet onder voor Barbra Streisand, zonder haar een seconde te kopiëren. Haar versie is meer jazzy, maar het onderbuikgevoel blijft behouden.

Hieronder trailer van de opname:

‘Les Moulins de Mon Coer’ uit The Tomas Crown Affaire zingt ze samen met de componist zelf, die, gezeten aan de piano, haar met zijn onnavolgbare toetsentechniek en zijn rokerige stem bijstaat.

Samen met Patricia Petibon jazzt zij dat het een lieve lust is in ‘Chanson des jumelles’ uit Les Demoiselles de Rochefort. Daar gaan je beentjes vanzelf van de grond!

Of neem de meer dan zeer ingetogen gezongen ‘Valse des lilas’, waarbij je je terug waant in de tijd dat Montmartre nog Montmartre was en de goedkope rode wijn niet alleen in de nachtelijke uurtjes rijkelijk vloeide.

Het duet uit Les parapluies de Cherbourg – gezongen met haar man, de bariton Laurent Naouri – is van een onwerkelijke schoonheid. Voor het eerst in mijn lange leven hoorde ik een versie die mij het origineel bijna liet vergeten.

Entre elle et lui
Natalie Dessay sings Michel Legrand
Warner Classics 0825646219179

Waardeloze regie verpest een uitstekend gezongen Poliuto

Poliuto

Poliuto, een van de heerlijkste en vrijwel geheel vergeten opera’s van Donizetti is aan zijn revival begonnen. Vorig jaar heeft Opera Rara Les Martyrs, de – zeg maar – “Franse versie” van het werk opgenomen, nu is de oorspronkelijke Poliuto zelf aan de beurt.

Het libretto, naar een drama van Corneille heeft als hoofdthema de marteldood van de heilige Polyeucte. Plus natuurlijk de nodige romantische liefdesperikelen van de titelheld en zijn vrouw Paolina, die ooit verloofd was met de Romeinse proconsul Severo en na zijn vermeende dood uitgehuwelijkt werd aan Poliuto.

achter de schermen:

Het verhaal speelt zich af in de derde eeuw in Armenië, maar dat moet u meteen vergeten. Marianne Clément heeft het verhaal geupdated naar zo te zien de jaren dertig van de vorige eeuw. Het is onduidelijk waar we zijn beland, in ieder geval daar, waar de troepenmacht van de Italiaanse fascisten de boel bezet houdt. (Italianen die de christenen vervolgen? Werkelijk?). Verder wordt de bühne bevolkt door de dictator volgende gepeupel en de vervolgde Christenen. De laatsten makkelijk te herkennen aan hun kaal geschoren koppen.

Knudde. Mij collega in de Engelse Telegraph kopte met “A five-star musical performance, let down by a two-star staging” en daar kan ik niet anders dan mee eens zijn.

Zeer onder indruk ben ik van Igor Golovatenko (Severo). De Rus is gezegend met een warme en goed gevoerde belcanteske bariton en zijn confrontatie met Paolina – Anna María Martinez in één van haar beste rollen – is hartverscheurend (ogen dicht!).

Michael Fabiano zingt Poliuto met een open en helder geluid. Ook zijn acteren is onberispelijk, al lijkt hij af en toe een beetje verdwaald rond te lopen. En, o ja, voor ik het vergeet: er is ook een rolstoel!

Trailer:

 

GAETANO DONIZETTI
Poliuto
Michael Fabiano, Anna María Martinez, Igor Golovatenko, Matthew Rose e.a.
London Philharmonic Orchestra olv Enrique Mazzola
Regie: Marianne Clément
Opus Arte OA1211 D

Zie ook:
Les Martyrs

MICHAEL FABIANO

Michael Fabiano overrompelt met zijn eerste cd-recital

Geoffroy Couteau speelt alle pianowerken van Brahms: een box om te koesteren

Brahms compleet

Het is al de derde keer binnen een korte tijd dat de sonates van Brahms (al of niet compleet) op mijn bureau belanden. Hoewel ik een enorme Brahms liefhebber ben, zijn sonates laten mij meestal koud.

Het ligt, denk ik, aan hun complexiteit en een gesloten vorm dat zich niet makkelijk laat kraken. Wat natuurlijk een enorme uitdaging kan zijn voor een gedurfde interpreet. Ze kwamen nu in een doos met alle pianowerken van Brahms, waardoor ik de kans kreeg om eerst uitgebreid kennis te maken met de pianist.

Ik begon met de Balladen, die zijn mij, naast de Intermezzi, het liefst.
Ik denk niet dat Couteau mij mijn geliefde Gilels kan doen vergeten, maar spannend is zijn interpretatie zeker. Dwingend ook en daar heb ik een zwak voor, ik houd niet van het vrijblijvende.

Couteau speelt Ballade n°1, Op.10:

Hongaarse Dansen speelt hij zoals het moet: vrolijk, dansant, maar met een vleugje deemoed. Onder zijn handen klinken de Händel variaties licht en speels, toch raakt hij de romantiek nergens kwijt. Met zijn spel weet Couteau mij zo te intrigeren dat ik ademloos blijf te luisteren. En met de Variationen über ein eigenes Thema  weet hij bij mij de gevoelige snaar te raken.

Terug naar de sonates. De vergelijking met François-Frédéric Guy die ze ook alle drie onlangs had opgenomen en over wie ik niet zo enthousiast was, dringt zich op. Ik kan er kort over zijn: Couteau maakt dat ik als vastgenageld aan mijn stoel blijf luisteren.

Trailer van de uitgave:

Neem alleen de Andante van op.2. Guy was mijn aandacht al na een paar minuten kwijt en bij Couteau wil ik niet dat het ophoudt. Of het aan zijn natuurlijke rubato ligt of dat ik gewoon meer klik met zijn interpretatie heb, dat weet ik niet. Een ding weet ik zeker: deze box ga ik koesteren.

JOHANNES BRAHMS
Complete piano solo works
Geoffroy Couteau
La Dolce Volta LDV 170.5  • 6.51.58’ (6cd’s)

Voor meer pianowerken van Brahms zie ook:

Jonathan Plowright en Johannes Brahms: een match made in heaven

Nietszeggende Brahms door François-Frédéric Guy

Lukas Geniušas speelt Brahms & Beethoven

Onevenwichtige Arabella uit Amsterdam

CC72686 - Omslag+++.inddVan alle late opera’s van Strauss is Arabella mij het dierbaarst. Daar heb ik geen logische verklaring voor. Of, misschien toch: ooit, jaren geleden hoorde ik op de radio hemelse muziek die gezongen werd door stemmen die mijn oren meer dan streelden. Het bleek Arabella te zijn, met in de hoofdrollen Lucia Popp en Bernd Weikl.

De hemelse klank werd toen voor altijd in mijn geheugen gegrift en in mijn lange zoektocht naar dezelfde sensatie heb ik de ene na de andere Arabella verslonden.

De productie van de Nationale Opera moest ik door omstandigheden missen, vandaar dat ik maar al te blij werd met de live registratie. Het is een behoorlijk goede uitvoering geworden, waar weinig op aan te merken is. Maar een hoogvlieger is het in mijn ogen niet.

Trailer van de productie:

Jacquelyn Wagner (Arabella) heeft een mooie, zilverkleurige sopraan, maar ik mis de in elkaar overvloeiende fluwelige lijnen. Haar portrettering vind ik ook een beetje onevenwichtig.

Agneta Eichenholz is een fatsoenlijke, goed zingende maar niet echt opwindende Zdenka. Helaas is Will Hartmann geen goede Matteo. Voor de rol klinkt zijn stem te oud en te versleten.

Susanne Elmark (Fiakermilli) vind ik een ramp – onzuiver en schreeuwerig – en ook James Rutherford (Mandryka) kan mij niet echt bekoren. Zijn stem is mega groot en zeer imponerend, maar hij is meer een Wotan dan een ongelikte charmante beer uit Kroatië.

Charlotte Margiono is een heerlijke Adelaide en ook de drie graven zijn voortreffelijk bezet. Kon Marcel Reijans, één van die graven, de rol van Matteo niet overnemen?

Het orkest onder Marc Albrecht speelt, zoals het de laatste tijd helaas vaker het geval is, gewoon te hard.


 

RICHARD STRAUSS
Arabella
Jacquelyn Wagner, Agneta Eichenholz, James Rutherford, Will Hartmann, Susanne Elmark, Charlotte Margiono e.a.
Netherlands Philharmonic Orchestra olv Marc Albrecht
Challenge Classics CC72686 • SACD 195’ (3cd’s)

ARABELLA. Discografie

 

 

De Duif van Gounod is een heerlijk niemendalletje

La Colombe

Wist u dat The Hallè het oudste Britse professionele symfonieorkest is? Het werd in 1857 opgericht, in Manchester, de stad die sindsdien hun thuisbasis is. Het was ook in Manchester dat zij, onder leiding van hun chefdirigent Sir Mark Elder in juni 2015 La Colombe van Charles Gounod hebben opgenomen.

La Colombe Halle.jpg

Halle Orchestra @ Bridgewater Hall  © Robert Beale

Dat Mark Elder affiniteit heeft met de Franse opera weet iedereen die zijn spectaculaire visie op Benvenuto Cellini van Berlioz meemaakte in Amsterdam. Zelf heb ik de partituur nooit eerder met zo veel oog voor detail, zo veel kleuren en zo veel nuance uitgevoerd gehoord. Het Rotterdams Philharmonisch was onder zijn leiding zo perfect in balans dat je ze soms hoorde fluisteren.

Voor zijn opname van Les Martyrs van Donizetti voor Opera Rara werd Elder onder lofuitingen en prijzen bedolven. Dat ook La Colombe in de prijzen gaat vallen is nogal wiedes: onder Elder’s leiding sprankelt het orkest dat het een lieve lust. Je kunt enkel betreuren dat je ze niet werkelijk aan het werk ziet.

De opéra-comique La Colombe is een heerlijk niemendalletje. Het libretto van Jules Barbier en Michel Carré, lichtelijk gebaseerd op een fabel van La Fontaine heeft niets om het lijf. De duif uit de titel is het dierbaarste bezit van de verder straatarme Horace: zijn hele fortuin heeft hij namelijk uitgegeven aan de rijke gravin Sylvie op wie hij hevig verliefd is. Om haar toch op een maaltijd te kunnen trakteren besluit hij zijn geliefde vogel op te offeren: iets anders te eten kan hij haar niet bieden. Na het diner bleek de duif springlevend: de kok verwisselde hem met de papegaai van een concurrent. Eind goed al goed en ze leefden nog lang en gelukkig.

La Colombe beleefde in 1860 in Baden-Baden zijn wereldpremière, waarna het werk (in een bewerkte versie) de Parijse Opéra-Comique aandeed. Brussel en andere steden volgden en in 1923 werd de opera in Monte Carlo door niemand minder dan Sergej Diaghilev gepresenteerd. Een leuk weetje: de gesproken dialogen werden bij de gelegenheid vervangen door recitatieven, gecomponeerd door de jonge Poulenc.

Het is niet zo, dat La Colombe daarna totaal is vergeten. In 1995 werd het werkje tijdens het Festival in Compiegne scenisch uitgevoerd. Ook het festival in Buxton mocht er kennis mee maken en er waren ook voorstellingen in Siena en Parijs. En dan mogen wij ons eigen land niet vergeten: al in 2002 werd De Duif door Opera Trionfo in de regie van Jan Bouws op de planken gebracht en in 2007 werd de productie (met Jean-Léon Klosterman als Horace) herhaald:

 

De nieuwste uitvoering van The Hallé is simpelweg verrukkelijk. Naast het sprankelende orkest (luister alleen naar de begeleiding van het arietta van Maître Jean!) wist Opera Rara een viertal voortreffelijke zangers te engageren die de opera naar het allerhoogste niveau weten te tillen.

Een klein video’tje gemaakt tijdens de opnamesessie:
<p><a href=”https://vimeo.com/145575988″>OPERA RARA Gounod: La Colombe</a> from <a href=”https://vimeo.com/user35722057″>Chaz Jenkins</a> on <a href=”https://vimeo.com”>Vimeo</a&gt;.</p>

Javier Camarena’s tenor is zeer wendbaar en verraadt een nieuwe ster aan het belcanto firmament. Erin Morley fonkelt (ook in de dialogen!) als de lichtgetimbreerde Sylvie. Laurent Naouri hoef ik aan niemand voor te stellen; zijn “Le grand art de la cuisine” is een echte showstopper. Maar het mooist vind ik de jonge mezzo Michèle Losier als Mazet. Al in haar openingsromance “Sylvie! Venez-là ma mignonne” weet zij mijn hart te stelen.


 

Charles Gounod
La Colombe
Erin Morley, Javier Camarena, Michèle Losier, Laurent Naouri
The Hallè onder leiding van Sir Mark Elder
Opera Rara ORC 53

Meer Gounod:
CHARLES GOUNOD: Cantates et musique sacrée
ROMEO EN JULIA van Gounod, Bellini en Zandonai
LA NONNE SANGLANTE
FAUSTen van GOUNOD. En van BUSONI
GOUNOD: Mireille
Cantates et musique sacrée van Charles Gounod

 

Joseph Jongen: muziek voor iedereen die van mooi houdt

jongen

Men neme een vrijwel vergeten componist, zet een onbekende dirigent voor een orkest dat buiten België geen bel laat rinkelen en laat de boel versterken met een altviolist van wie de meeste mensen nooit hebben gehoord. Een geheid recept voor een totale mislukking, zou je zeggen. Mis! Het resultaat is zo adembenemend mooi, dat ik de cd gewoon niet meer uit mijn speler meer kan (en wil!) krijgen

De zeer schilderachtige en zeer tot de verbeelding sprekende Tableaux pitttoresque doen zeer ‘Debussy’aans’ aan, maar dat is met bijna alle muziek op de cd het geval.
Je hoeft niet eens de titels van de afzonderlijke delen te kennen om te weten, waar het over gaat.

Ik weet dat sommige mensen neerkijken op dat soort ‘beeldende kunst in de muziek’, maar ik vind het mooi. Het geeft rust en het gevoel alsof de tijd even stil is blijven staan en er geen boze buitenwereld bestaat. Oke, Sarabande triste is niet meer dan een niemendalletje en de Pages intimes een beetje meer van hetzelfde,  maar ik vind het ontegenzeggelijk zeer prettig om naar te luisteren.

Maar wat de cd werkelijk onweerstaanbaar maakt is het Suite pour alto et orchestre. Met schaamte moet ik bekennen dat ik het niet kende en ik zou niet eens weten waarom. Veel te zelden gespeeld? Niet ingewikkeld genoeg?

Deze cd is uitgebracht in het kader van de serie 14-18, de jaartallen die betrekking hebben op de Eerste Wereldoorlog. Hoe en waarom componeer je muziek in turbulente tijden?

In de inleiding lees ik: “Muziek die ontsproot in een periode waarin kunst soms zinloos en ijdel leek, maar die er desondanks in slaagde […] om troost te bieden.” In turbulente jaren van de 21-ste eeuw is het ook niet anders. Niets voor liefhebbers van het dissonante en ongemakkelijke.


Joseph Jongen
Tableaux pittoresque op.56, Sarabande triste op.58, Suite pour alto et orchestre op.48, Pages intimes op.55
Nathan Braude (altviool); Orchestre Philharmonique Royal de Liège olv Jean-Pierre Haeck
Musique en Wallonie MEW 1575 • 63’

Een voortreffelijke West Side Story door Michael Tilson Thomas

west

De West Side Story behoort tot de beste en beroemdste musicals ooit. De enorme populariteit dankt het werk aan een prachtig, zeer tot de verbeelding sprekende verhaal van Arthur Laurents; sterke liedteksten van Stephen Sondheim en de geniale muziek van Leonard Bernstein. Plus de onnavolgbare choreografie van Jerome Robbins. De eerste opvoering op Broadway in 1957 was meteen een immens succes en de speelfilm uit 1961 zorgde voor wereldwijde populariteit.

De complete musical wordt nog steeds opgevoerd – al is het naar mijn mening veel te weinig – maar de opnamen ervan zijn schaars. Dat ligt aan veel factoren. Eén ervan is dat je bij een opname het visuele mist. En je hebt met nog wat anders te maken: de rechten. Het werk mag niet concertante worden uitgevoerd. Althans, niet in de juiste volgorde van de nummers en niet met alle dialogen. Waarom? U moet mij niet vragen, ik ben geen advocaat.

De San Francisco Symphony is het eerste orkest ooit dat van de nabestaanden van alle vier de rechthebbenden toestemming kreeg voor een concertante uitvoering van de complete musical. De voorstelling werd live opgenomen in de Davies Symphony Hall in juni en juli 2013.

Michael Tilson Thomas, chef-dirigent van de San Francisco Symphony, is een voor de hand liggend persoon om het werk te dirigeren. Het is verbazingwekkend dat het zo lang duurde voordat hij zich eraan waagde.

MTT groeide op in de beste Broadway en Hollywood traditie: zijn grootvader Boris Tomaszewski was de man achter het Joodse theater, zijn grootmoeder Bessie één van de grootste tragédiennes van haar tijd (zij was de eerste Salomé in Amerika, in het Jiddisch) en zijn vader werkte in de filmindustrie. Hij was kind aan huis in huize Bernstein en net als Lenny, zijn geestelijke vader en mentor heeft hij “jazz in de toppen van zijn vingers”. Het muziektheater zit hem dus zowat in de genen!

leonard_bernstein_michael_tilson_thomas

De verwachtingen voor deze opname waren dan ook hooggespannen, en het resultaat overtreft al die verwachtingen. Het lijkt onmogelijk, maar de uitvoering onder MTT overtreft de opname onder Bernstein zelf. Niet in de laatste plaats vanwege de zangers. Hoe geweldig ik de bijdragen van Kiri Te Kanawa en José Carreras ook vond, geen seconde deden ze mij geloven dat zij Maria en Tony waren. Ze waren volwassen operasterren en zo klonken zij ook.

Ook orkestraal vind ik de nieuwe opname superieur aan die van de componist. Het orkest swingt werkelijk de pan uit en, beland bij de dansavond in de gym kan je amper in je stoel blijven zitten. De mambo’s en de cha-cha’s worden zo suggestief gespeeld dat je niet eens de beelden mist. Soepel en naadloos gaan ze over in de daar opvolgende ‘Meeting Scene’. Gauw zakdoekje zoeken!

Het huiveringwekkende ‘Cool’, zeer suggestief gezongen door Riff (Kevin Vortmann) en de Jets, doet mij aan Bernard Herrmann (de huiscomponist van Hitchcock) denken. De spanning is om te snijden. En dan komt de fluweelzachte  ‘One Hand, One Heart’ en je hart gaat smelten.

De manier hoe het orkest de diminuendo bij “Make our lives…. Even death won’t part us now” laat overgaan in “Tonight” is een verbluffend staaltje van volmaaktheid.
Hoe doen zij dat, in San Francisco?

De rol van Tony wordt vertolkt door Cheyenne Jackson, een vermaarde Broadway musicalster en een vaste gast in de roddelrubrieken van de showbizz magazines. De, in alle opzichten zeer aantrekkelijke zanger beschikt over dat klein beetje extra dat van een goede performer een wereldperformer maakt.

De jonge Schotse sopraan Alexandra Silber is een zeer geloofwaardige Maria. Haar ‘I feel Pretty’ is zeer aanstekelijk: zo klinkt een jong meisje die zich op haar eerste afspraakje met haar geliefde voorbereidt.

Het San Francisco Symphony Chorus doet het voortreffelijk als de straatbendes: de Pools-Amerikaanse Jets en Puerto-Ricaanse Sharks.

Hieronder de trailer:

De twee cd’s zitten in een prachtig boekje van honderd pagina’s, met daarin alle informatie, een interview met MTT, foto’s en het complete libretto. Een absolute must have!


Leonard Bernstein
West Side Story
Alexandra Silber, Cheyenne Jackson, Jessica Vosk, Kevin Vortmann e.a.
San Francisco Symphony en het San Francisco Symphony Chorus olv Michel Tilson Thomas
SFS 0059-2

Michael Tilson Thomas: in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden

‘WEST SIDE STORY’ revisited

Beethoven-Liszt

 martynov

Ik neem zonder meer aan dat er ongetwijfeld liefhebbers voor zijn, voor de door Liszt gemaakte piano transcripties van de symfonieën van Beethoven. Daar hoor ik niet bij. Het is allemaal zeer virtuoos maar ook zeer vermoeiend. Hoeveel kleuren de pianist ook niet tot zijn beschikking heeft – en daar ontbreekt het Yury Martynov niet aan – het instrument solo kan het niet tegen de kleuren van een volledige orkest opnemen.

Om het maximum aan effect te kunnen bereiken is het veelvuldig gebruik van de pedaal een vereiste, denk ik, maar hoe lang houdt een mens al die forte en fortisssimo vol? Ik in ieder geval niet. Het meest wreekt het zich in nummer vijf, want het “babababam” is, wat mij betreft, absoluut niet naar de piano vertaalbaar.

Ik ken de transcripties in de uitvoeringen van Idil Biret en Cyprian Katsaris en beiden zijn mij liever. Katsaris is behoedzamer. Zijn interpretatie is veel lichtvoetiger, rustiger en voor mij aangenamer, maar het kan ook aan het instrument liggen, Martynov bespeelt Blüthner uit 1867.

Maar ook Idil Biret gaat niet zo verschrikkelijk tekeer, het is alleen jammer dat haar tempi soms behoorlijk slepend zij. Een ding staat vast: Yury Martynov is duidelijk haar meerdere wat virtuositeit betreft.


Beethoven-Liszt
Symfonieën 4&5
Zig-Zag Territioers ZZT356 • 67’
Yury Martynov piano