Hongaarse_Dansen

Claire Chevallier & Jos van Immerseel: transparante klank maar weinig emoties

Jos van Immerseel

Het repertoire voor piano vierhandig lijkt bijna onuitputtelijk en toch hoor je het niet vaak in de concertzalen. De reden is nogal logisch: vind nou eens een tweetal gelijkgestemde pianisten van formaat, tweelingen en/of andere familieleden daargelaten, die het podium en alle aandacht bereid zijn te delen! Anders is het met de studio-opnamen gesteld, die zijn namelijk niet te tellen.

Dat er dan bijna altijd om de Hongaarse Dansen van Brahms en de Slavische Dansen van Dvořák gaat is niet meer dan begrijpelijk. Het zijn fantastische, emotionerende stukken, makkelijk verteerbaar en met een grote oorwurmfactor.

Het duo Claire Chevallier en Jos van Immerseel is een grote uitdaging aangegaan om al die andere opnamen zo niet te overtroeven dan zeker van een verrassingsfactor te voorzien. Dat laatste is ze zonder meer gelukt. Van Immerseel en Chevallier bespelen een Bechstein uit 1870, een concertvleugel met parallel–besnaring (gewone hedendaagse instrumenten hebben een kruis-besnaring), waardoor, onder andere, de bas-kant veel transparanter klinkt.

En dat klopt aardig, de klank is inderdaad zeer transparant en helder, waardoor het zeer prettig is om er naar te luisteren. Je zou zelfs kunnen stellen dat de opname een zekere rust ademt. Heerlijk, dat wel, maar zijn rust en de – zeker de Hongaarse – dansen niet een contradictio in terminis?


JOHANNES BRAHMS, EDVARD GRIEG, ANTONÍN DVOŘÁK
Music for piano four hands
Claire Chevallier & Jos van Immerseel • 71’

Geoffroy Couteau speelt alle pianowerken van Brahms: een box om te koesteren

Brahms compleet

Het is al de derde keer binnen een korte tijd dat de sonates van Brahms (al of niet compleet) op mijn bureau belanden. Hoewel ik een enorme Brahms liefhebber ben, zijn sonates laten mij meestal koud.

Het ligt, denk ik, aan hun complexiteit en een gesloten vorm dat zich niet makkelijk laat kraken. Wat natuurlijk een enorme uitdaging kan zijn voor een gedurfde interpreet. Ze kwamen nu in een doos met alle pianowerken van Brahms, waardoor ik de kans kreeg om eerst uitgebreid kennis te maken met de pianist.

Ik begon met de Balladen, die zijn mij, naast de Intermezzi, het liefst.
Ik denk niet dat Couteau mij mijn geliefde Gilels kan doen vergeten, maar spannend is zijn interpretatie zeker. Dwingend ook en daar heb ik een zwak voor, ik houd niet van het vrijblijvende.

Couteau speelt Ballade n°1, Op.10:

Hongaarse Dansen speelt hij zoals het moet: vrolijk, dansant, maar met een vleugje deemoed. Onder zijn handen klinken de Händel variaties licht en speels, toch raakt hij de romantiek nergens kwijt. Met zijn spel weet Couteau mij zo te intrigeren dat ik ademloos blijf te luisteren. En met de Variationen über ein eigenes Thema  weet hij bij mij de gevoelige snaar te raken.

Terug naar de sonates. De vergelijking met François-Frédéric Guy die ze ook alle drie onlangs had opgenomen en over wie ik niet zo enthousiast was, dringt zich op. Ik kan er kort over zijn: Couteau maakt dat ik als vastgenageld aan mijn stoel blijf luisteren.

Trailer van de uitgave:

Neem alleen de Andante van op.2. Guy was mijn aandacht al na een paar minuten kwijt en bij Couteau wil ik niet dat het ophoudt. Of het aan zijn natuurlijke rubato ligt of dat ik gewoon meer klik met zijn interpretatie heb, dat weet ik niet. Een ding weet ik zeker: deze box ga ik koesteren.

JOHANNES BRAHMS
Complete piano solo works
Geoffroy Couteau
La Dolce Volta LDV 170.5  • 6.51.58’ (6cd’s)

Voor meer pianowerken van Brahms zie ook:

Jonathan Plowright en Johannes Brahms: een match made in heaven

Nietszeggende Brahms door François-Frédéric Guy

Lukas Geniušas speelt Brahms & Beethoven