Het heeft twee jaar geduurd maar nu is het eindelijk uit: de _helemaal_ complete opname van de Rossini’s Semiramide. Voor de live uitvoering in 2016 heeft Sir Mark Elder alle muziek die Rossini schreef in ere hersteld en het resultaat is meer dan verbluffend. Wat we nu te horen krijgen is ruim vier uur van de meest verrukkelijke belcantomuziek die zijn tijd ver vooruit was.
Hieronder the making of:
Semiramide was Rossini’s laatste opera seria uit zijn Italiaanse belcanto-periode en het verwijst al naar de Franse Grand Opéra. De vermenging van beide stijlen maakt het werk uiterst boeiend en behoorlijk innoverend.
Het verhaal in één zin: Semiramide, koningin van Assyrië heeft samen met prins Assur haar man vermoord en wordt jaren later verliefd op haar doodgewaande zoon, die haar daarna ‘per ongeluk’ doodt. Wat een drama! En daar heeft Rossini dus een juweel van muziek bij gecomponeerd.
Sir Mark Elder: “Rossini’s partituur is buitengewoon ritmisch. Het bruist. Zelfs bij de treurigste muziek”. Dat hoor je. Het Orchestra of the Age of Enlightenment onder zijn leiding klinkt als een net ontkurkte champagnefles. Het bubbelt.
Ook de zangers zijn niet minder dan voortreffelijk. Het heeft totaal gen zin om Albina Shagimuratova met Joan Sutherland te vergelijken want dat is zij niet. Haar stem is anders, haar techniek is anders en haar coloraturen zijn anders, zoals het hoort. Eén ding staat als een huis: Shagimuratova is een geboren Semiramide!
Daniela Barcellona zingt een zeer overtuigende Arsace en Susana Gaspar is een uitstekende Azema. Maar het meest onder de indruk ben ik van beide bassen, Mirco Palazzi (een zeer gemeen klinkende Assur) en Gianluca Buratto (Oroe) en de enige met wie ik een beetje moeite heb is de tenor Barry Banks. Zijn hoogte klinkt af en toe geknepen, maar dat bedek ik graag met de mantel der liefde. Wat een opera! En wat een uitvoering!
GIOACHINO ROSSINI
Semiramide
Albina Shagimuratova, Daniela Barcellona, Mirco Palazzi, Barry Banks, Gianluca Buratto, Susana Gaspar e.a.
Opera Rara Chorus; Orchestra of the Age of Enlightment olv Sir Mark Elder
Opera Rara ORC57
“Jaap van Zweden: Lord of the Hong Kong Ring” kopte het Australische online magazine Limelight en daar zit wat in. Met de op 18 en 21 januari 2018 live opgenomen Götterdämmerung kwam van Zwedens ‘Hong-Kong Ring’ tot een einde en het resultaat is inderdaad verbluffend. Van Zweden zweepte zijn orkest op tot ongekende hoogtes, wat een prestatie!
Op de drie Rhijn-meisjes en Michelle DeYoung (Fricka in Rheingold en Walküre) als een uitstekende Waltraute na was zijn cast geheel nieuw en ik moet eerlijk zeggen dat de nieuwe zangers mij veel meer wisten te overtuigen.
Dat geldt voornamelijk voor de bezetting van de hoofdrollen: Daniel Brenna (Siegfried) en Gun-Brit Barkmin (Brünhilde). De jonge Amerikaanse tenor klonk jugendlich en dramatisch, zoals het hoort. Je hoorde wel dat het nog niet helemaal af is maar zijn verrassend lyrische geluid verraadde kracht en vastberadenheid. Gun-Brit Barkmins klaagzang bij Siegfrieds dood klonk intens en hartverscheurend. Kippenvel.
Het volume van de Chinese basbariton Shenyang is groot en zijn toon warm en vol. Zijn Gunther klonk monter en vol zelfvertrouwen. Prachtig ook Amanda Majeski als een zeer lyrische Gutrune. Ook de opname klinkt uitstekend: het is zonder meer een ‘Ring’ om (er bij?) te hebben.
Richard Wagner
Götterdämmerung
Gun-Brit Barkmin, Daniel Brenna, Shenyang, Eric Halfvarson, Amanda Majeski, Michelle DeYoung e.a.
Bamberg Symphony Chorus, Latvian State Choir, Hong Kong Philharmonic Chorus; Hong Kong Philharmonic Orchestra olv Jaap van Zweden
Naxos 8660428-31 (4 cd’s)
De beeldhouwer Benvenuto Cellini was geen lieverdje. Hij had ettelijke affaires, zowel met vrouwen als mannen en voor een beetje moord draaide hij zijn hand niet om. En toch heeft Berlioz voor zijn eerste opera Cellini als zijn titelheld gekozen. Het is mijn opera niet maar van de Amsterdamse productie van Terry Gilliams in 2015 heb ik zo ontzettend genoten dat ik de voorstelling een paar keer heb bezocht.
De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm. Cellini is een hel van een rol, maar laat het aan John Osborn over! Luister maar naar zijn ‘La gloire était ma seule idole’, wow!
Mariangela Sicilia is een fantastische Teresa. Haar lichte sopraan lijkt geschapen voor de rol maar het is voornamelijk dankzij de fantastische personenregie en de onvoorstelbaar goede orkestbegeleiding door Sir Mark Elder dat zij de rol zich eigen maakt.
Laurent Naouri (Fieramosca) is een kostelijke intrigant. Wat een stem en wat een acteur! Michèle Losier is een prachtige Ascanio, Maurizio Muraro een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.
In de herbergierscéne is het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show steelt, maar ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence) en Pompeo (Andrè Morsch) zijn meer dan voortreffelijk bezet.
Beeldregie van François Roussillon is schitterend. Hij licht alle belangrijke details uit zonder het geheel uit het oog te verliezen. Daardoor kun je ook perfect zien wat een echt goede personenregie met een opera doet. Let ook op het meer dan voortreffelijke koor: elk koorlid is een individuele personage.
Hieronder trailer van de productie:
Wie er niet bij waren kunnen nu hun gemiste kans halen. Voor wie er bij waren: deze dvd is een blijvende herinnering aan één van de mooiste DNO-producties ooit.
Hieronder publieksreacties na de première:
HECTOR BERLIOZ
Benvenuto Cellini
John Osborn, Mariangela Sicilia, Michèle Losier, Maurizio Muraro, Laurent Naouri, Orlin Anastassov, Nicky Spence, Marcel Beekman, André Morsch e.a.
Chorus of Dutch National Opera (Ching-Lien Wu), Rotterdam Philharmonic Orchestra olv Sir Mark Elder
Regie: Terry Gilliam
Naxos 110575-76
Kort door de bocht: William Kentridge’s productie van Alben Bergs Wozzeck gaat over de eerste Wereldoorlog en dat gaat gepaard met veel gasmaskers. Zelfs het kind van Marie en Wozzeck (hier een houten pop) heeft er één, op plaats van zijn gezicht. Wie de componist en zijn curriculum vitae kent weet wat voor een trauma die periode hem heeft bezorgd, maar de oorlog, die zit er in de opera gewoon niet in.
Kentridge ziet parallellen tussen ‘Die letzten Tage der Menschheit’ van Karl Kraus (1915-1922) en Büchners ‘Woyzeck’ (1837), maar zijn die er wel? Het – waargebeurde – verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 ter dood werd veroordeeld voor de moord op zijn vriendin werd door Georg Büchner in een toneelstuk verwerkt.
De bijna honderd jaar verlate première in 1913 werd ook door Alban Berg bezocht. Hij raakte er zo onder de indruk dat hij prompt besloot om daar een opera van te maken. Liefde, jaloezie, armoede, afgunst, wanhoop… noem het op en het zit er in. Behalve de oorlog dan.
De productie is echt des Kentridge’s. Wie zijn Lulu in Amsterdam heeft gezien weet wat hem te wachten staat. Overdaad aan visuele beelden gaan hand in hand met de alomtegenwoordigheid van video-projecties, een grote fixatie van de regisseur. Spannend is het wel maar … Maar het is zo verschrikkelijk voorspelbaar!
Gelukkig valt er muzikaal veel te genieten. Matthias Goerne is een prima Wozzeck die door dat gedoe op de bühne zijn innerlijkheid en verscheurdheid – optisch – helaas verliest. Geen betere Marie tegenwoordig dan Asmik Grigorian. Temperamentvol, sensueel, uitdagend maar ook zo ontroerend!
Frances Pappas is een zeer goede Margret, John Daszak een heerlijk oversekste Drum Major en Mauro Peter een mooie Anders. De prachtige bas Jens Larsen zet een zeer overtuigende Doktor neer en Gerhard Siegel is een voortreffelijke Hauptmann.
Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Vladimir Jurowski voornamelijk lyrisch.
Hieronder trailer van de productie:
Matthias Goerne, Asmik Grigorian, Gerhard Siegel, Jens Larsen, John Daszak, Mauro Peter e.a.
Wiener Philharmoniker olv Vladimir Jurowski
Regie: William Kentridge
Harmonia Mundi HMD 989053.54 (DVD + Blu-Ray)
Soms is het belang van een uitgave zo ontzettend groot dat het er eigenlijk niet toe doet hoe de uitvoering is. Dat is het geval met La campana sommersa van Respighi. Maar denk nu niet dat de zangers slecht zijn, verre van dat, maar echt uitstekend is eigenlijk alleen Valentina Farkas. De Roemeense sopraan is met haar zilverkleurige hoge noten en perfecte coloraturen een gedroomde Rautendelein. Ook acteert ze de rol zeer overtuigend. Maar ook Filippo Adami (Faun) en Agostina Smimmero (de heks) zijn zonder meer voortreffelijk.
Angelo Villari is een fatsoenlijke Enrico maar zodra het heftiger wordt forceert hij zichzelf en wordt zijn stem onaangenaam. Iets wat ook de zang van Maria Luigia Borsi (Magda) ontsiert. Best jammer want verder weet zij haar rol zeer indrukwekkend in te vullen.
Het libretto van deze totaal onbekende opera is gebaseerd op Die versunkene Glocke, een uit 1896 stammend toneelstuk van Gerhart Hauptmann. De verveelde waternimf Rautendelein wordt verliefd op de kerkklokkenmaker Enrico. Voor haar verlaat hij zijn vrouw en kinderen, begint een ‘slaven-business’ in het smeden van een perfecte kerkklok en komt pas bij zinnen wanneer zijn vrouw zelfmoord pleegt.
De opera heeft een zeer hoog Rusalka gehalte maar ook Hans Heiling van Marschner komt in de buurt. En, mocht u hem al missen, ook Wagner ontbrekt niet en Alberichs slavendrijverij krijgt zowat een reïncarnatie in Enrico’s ‘kloksmederij’. Rautendelein zelf, een langharige raadselachtige vrouw doet sterk denken aan Melisande en het symbolisme van Maeterlinck.
Sprookjeswereld meets symbolisme en Italiaans verismo. De prachtige, bij vlagen magische productie is zeer realistisch en volgt het libretto op de voet. Toch: af en toe wenste ik mij iets minder beelden, iets minder naturalisme, want ik gebruik graag mijn eigen fantasie.
Het tekstboekje bevat van alles behalve het belangrijkste: de synopsis! Een grote omissie bij een totaal onbekende opera!
Hieronder trailer van de productie:
OTTORINO RESPIGHI
La campana sommersa
Valentina Farkas, Maria Luigia Borsi, Agostina Smimmero, Angelo Villari, Filippo Adami e.a.
Coro en Orchestra del Teatro Lirico di Cagliari olv Donato Renzetti
Regie: Pier Francesco Maestrini
Naxos 2110571
Settings for the 1865 premiere of a L’Africaine (press illustrations). The stage designs for Act I (Council Scene) and Act II (Dungeon Scene) were created by Auguste-Alfred Rubé and Philippe Chaperon; for Act III (Sea Scene and Shipwreck) and Act IV (Hindu Temple), by Charles-Antoine Cambon and Joseph-François-Désiré Thierry; for Scene 1 of Act V (Queen’s Garden, not shown), by Jean Baptiste Lavastre; and for Scene 2 of Act V (The Machineel Tree), by Edouard-Désiré-Joseph
SHIRLEY VERRETT
Shrirley Verrett (Selika) en Plácido Domingo (Vasco da Gama) in San Francisco
Vasco da Gama (ja, de Vasco da Gama) houdt van Inès, maar als er een gevaar voor zijn eigen leven dreigt gaat hij zich achter de Afrikaanse koningin, Sélika, schuilen. Arme Sélika! Zij houdt oprecht van hem, maar op het moment dat Inès weer ten tonele verschijnt, moet zij opzij gaan. Dat doet zij ook letterlijk, door aan een van de giftige bloemen te ruiken.
Natuurlijk gebeurt er in de opera veel meer, voornamelijk muzikaal. Ik vraag mij dan ook af hoe het komt, dat de opera nog maar zo weinig wordt uitgevoerd.
Ligt het aan de zwakke mannelijke hoofdrol, die voornamelijk de roem nastreeft? Hij heeft in ieder geval een pracht van een aria van Meyerbeer gekregen, wellicht één van de mooiste ooit: ‘Pays merveilleux/Oh paradis’:
Domingo heeft altijd vertrouwen in de opera gehad en heeft da Gama meerdere keren gezongen. Het is ook dankzij hem dat de opera in de jaren zeventig een kleine revival beleefde.
Er bestaat ook een piratenopname op cd (Legato Classics LCD-116-3), met in de hoofdrol Shirley Verrett en de werkelijk geniale Norman Mittlemann als Nelusco. Het is uit 1972, maar er wordt nergens vermeld waar het opgenomen is. Maar aangezien dat jaar een serie voorstellingen in San Francisco hebben plaatsgevonden, met Verrett, is het eigenlijk volkomen duidelijk.
De geluidskwaliteit is slecht, maar niet getreurd: de opera werd later ook voor tv opgenomen, zodat we er nu met volle teugen van kunnen genieten op dvd (Arthaus Music 100217).
De werkelijk prachtige productie werd gemaakt door Lotfi Mansouri (regie) en Wolfram en Amrei Skalicki (bühnebeeld en kostuums). Inès wordt gezongen door een (letterlijk) mooie, lichte coloratuursopraan Ruth Ann Swenson en Justino Díaz doet zijn best om ons te overtuigen dat hij eng is. Dat moet u echt gezien hebben!
MONTSERRAT CABALLÉ
In 1977 werd de opera in het Teatre Liceu in Barcelona opgenomen, wederom met Plácido Domingo als Vasco da Gama. Maar of ik deze opname kan aanbevelen? Niet echt. Montserrat Caballé is een mooie maar weinig overtuigende Sélika en Juan Pons heeft betere dagen gehad en Christine Weidinger is een niet meer dan een fatsoenlijke Inez. (Legato Classics LCD 208-2).
MARTINA ARROYO
In november 1977 werd L’Africaine live in Monaco opgenomen met een prima Martina Arroyo in de hoofdrol. In het tekstboekje staat dat het waarschijnlijk de meest complete uitvoering van de partituur is die ooit is geregistreerd. Helaas is Giorgio Casellato-Lamberti een zwakke Vasco da Gama maar de prachtige Nélusco van Sherrill Milnes maakt veel goed (Myto 3MCD 011.235)
Antônio Carlos Gomes (1836-1896) wordt wel eens de ‘Braziliaanse Verdi’ genoemd. Niet zonder reden: niet alleen zijn muziek, maar ook zijn sterk nationalistisch gekleurde thema’s doen sterk aan zijn Italiaanse collega denken.
Ik ben een groot liefhebber van de opera’s van Gomes en ik denk niet dat ik alleen ben. Het verbaast mij dan ook zeer dat zijn opera’s niet de bekendheid genieten die ze verdienen. Tijdens zijn leven was hij zeer succesvol, tegenwoordig is hij zowat helemaal vergeten, al worden zijn opera’s nog her en der opgevoerd.
Plácido Domingo is altijd de grootste voorvechter van de muziek van Gomes geweest en het is alleen aan hem te danken dat Il Guarany in 1994 in Bonn uitgevoerd en live door Sony (66273) werd opgenomen.
Toegegeven, het libretto is af en toe lachwekkend. Stel je maar twee rivaliserende Indianenstammen voor, die zowel met de Portugese edelen, Spaanse avonturiers en met elkaar vechten. Er komen ook kannibalen voorbij, er worden goudmijnen beroofd en kastelen in de fik gestoken en tussendoor gaat een mooie blanke met de Indianenhoofd ervandoor, maar eerst moet hij natuurlijk gedoopt worden. Het is niet na te vertellen, maar de muziek is zo goddelijk!
Domingo zingt Pery, de Guarany-Indiaan met een enorme gevoel van stijl, daar wordt je vanzelf stil van. Een draak van een rol, maar hij gelooft er in.
Ik ben nooit een grote bewonderaar van Verónica Villaroel (Cecilia) geweest en ook hier klinkt ze een beetje geknepen. Carlos Álvarez daarentegen is niet te versmaden als Gonzales en ook de rest van de cast is mooi.
Hieronder de finale van de opera:
Misschien ben ik een beetje bevooroordeeld (ik ben er bij geweest!), maar ik kan u allemaal de opname zeer aanbevelen.
COLOMBO
Bij de Italiaanse firma Bongiovanni (GB 2429-2) is in 2008 Gomes’ Colombo uitgekomen. De ‘Braziliaanse Verdi’ componeerde het werk, een vierdelige cantate, ter gelegenheid van het vierhonderdste herdenkingsjaar van de ontdekking van Amerika.
Colombo is een zeer verrassend werk. De muziek is zo beeldend dat je zelfs zonder het libretto – bijgesloten in een zeer informatief tekstboekje- je precies kunt voorstellen waar het verhaal over gaat.
Het werk werd in mei 2006 live opgenomen in Teatro Massimo in Catania, met in de hoofdrol de zeer charismatische bariton Alexandru Agache.
De naam van Friedrich von Flotow is voor eeuwig verbonden met maar één opera, Martha. De première vond plaats in Wenen in 1847 en daarna is de opera aan zijn zegetocht begonnen door landen en continenten. Dat de partituur zo geliefd is (of eigenlijk was want de uitvoeringen behoren tegenwoordig tot zeldzaamheden) ligt voornamelijk aan Caruso die in 1906 de opera in de Metropolitan Opera zong.
Zijn opname van ‘M’appari’(‘Ach so Fromm’) werd één van de grootste kascrackers allertijden en er is geen tenor die het niet op zijn repertoire heeft staan. Maar ook de sopraan kreeg van de componist iets prachtigs te zingen, want wie kent ‘The Last Rose of Summer’ (Letzte Rose) niet?
Hieronder Lucia Popp:
Verder heeft de opera weinig te bieden maar vermakelijk is het wel. Het is komisch, men verkleedt zich en er wordt een soort verstoppertje gespeeld.
Naar de foto’s te oordelen was de productie in Frankfurt heel erg leuk om te zien. Spijtig dat het niet op dvd is uitgebracht want van de muzikale gehalte sec moeten we het niet hebben. Er wordt zeer fatsoenlijk gezongen, voornamelijk door Maria Bengtsson (Lady Harriet), het orkest speelt ook prima maar het is niet voldoende om een niet al te sterke opera een nieuwe boost te geven.
FRIEDRICH VON FLOTOW
Martha
Maria Bengtsson, Katharina Magiera, Barnaby Rea, AJ Glueckert, Björn Bürger, Franz Mayer e.a.
Frankfurter Opern-und Museumorchester, Chor der Oper Frankfurt olv Sebastian Weigle
Oehms OC 972
Ik moet eerlijk bekennen dat de naam Gordon Getty bij mij alles behalve muziekbelletjes doet rinkelen en toch behoort hij tot de meest prominente hedendaagse Amerikaanse componisten. Gordon is de zoon van de industrieel J. Paul Getty (die van de olie én het museum in Los Angeles) en met zijn geschat familievermogen van 5 miljard dollar één van de rijkste Amerikanen.
Pentatone heeft iets met de componist. De Nederlandse firma heeft al eerder ettelijke cd’s met zijn muziek uitgebracht en voor de nieuwste release werden diverse koorwerken van Getty opgenomen. Voor zijn traditionele composities in romantische stijl gebruikte Getty zijn eigen gedichten als ook de poëmen van John Keats, Lord Byron, John Masefield, Sara Teasdale, Edwin Arlington Robinson en Ernest Christopher Dowson. Tevens maakte hij ook een nieuw arrangement van ‘Shenandoah’, een traditionele Amerikaanse folksong.
Het is mijn muziek niet, maar laat dat maar aan het Groot Omroepkoor over! De uitvoering is gewoon top en het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van James Gaffigan speelt meer dan voortreffelijk.
En eerlijk is eerlijk: een liefhebber van traditionele koorwerken met een groot gebaar en vol onvervalste romantiek komt hier ruimschoots aan zijn trekken.
De opname klinkt trouwens meer dan geweldig.
Gordon Getty
Beauty Come Dancing
The Netherlands Radio Choir and Radio Philharmonic Orchestra olv James Gaffigan
PTC 5186621
Ik liep al een tijd rond met het idee om over de moderne Amerikaanse opera’s te schrijven, want nergens ter wereld is opera zo levend als daar. Romantisch, minimalistisch, dodecafonisch: voor elk wat wils.
Maar vraag de eerste de beste doorsnee operaliefhebber (de diehards kennen kun Heggies, Barbers en Menotti’s wel) een Amerikaanse operacomponist te noemen: wedden dat ze niet verder dan Philip Glass en John Adams komen? Hoe dat komt? Omdat wij, Europeanen, onze neus ophalen voor de Amerikaanse cultuur en ons in alles superieur voelen. Daarom.
Deze maand is het precies twintig jaar geleden dat in San Francisco een belangrijke Amerikaanse opera ten doop werd gehouden: A Streetcar named desire van André Previn, naar het toneelstuk van Tennesee Williams. Ik was er bij.
De verwachtingen waren hooggespannen. A Streetcar Named Desire van Tennesee Williams behoort tot de bekendste én de belangrijkste Amerikaanse toneelstukken. De verfilming ervan door Elia Kazan in 1951 heeft niet alleen voor wereldwijde erkenning gezorgd maar heeft het stuk ook een echte cultstatus bezorgd; en de hoofrolspelers – merkwaardig genoeg op Marlon Brando na – werden allemaal met een Oscar beloond.
Het toneelstuk werd nog tweemaal verfilmd, zonder succes. Niet zo vreemd: er zijn weinig films – of drama’s – die zo intens met de naam van de acteurs zijn verbonden. Toch, het was de ultieme droom van Lotfi Mansouri, de toenmalige baas van de San Francisco Opera om van ‘Streetcar’ een opera te maken. Leonard Bernstein werd benaderd maar toonde geen interesse.
De keuze viel uiteindelijk op André Previn, een keuze die voor sommigen een beetje raar leek, tenslotte had hij nog nooit een opera gecomponeerd.
Voor het libretto tekende Philip Littel, een oude rot in het vak, op zijn naam staat o.a. The Dangerous Liaisons, een opera die twee jaar eerder met groot succes in première is gegaan. Colin Graham deed de regie en voor de hoofdrollen werden grote zangers-acteurs gecast.
Libretto volgt het toneelstuk vrijwel op de voet en gaat zelfs de moeilijkste details niet uit de weg. Er zijn wel kleine cuts gemaakt en Littel permitteerde zich een kleine toevoeging: de Mexicaanse bloemen verkoopster met haar sinistere ‘Flores, flores para los muertos’ komt aan het einde van de derde akte terug, met een duidelijke boodschap voor Blanche. Voor mij lichtelijk overbodig.
Het toneelbeeld leek sprekend op de filmbeelden. De eerste scène al: mist, een huisje met de trap naar de bovenburen en Blanche, met het koffertje in haar hand ’They told me to take a streetcar named Desire…” zingend bezorgde de filmliefhebber een feest van herkenning.
In de muziek zijn flarden Berg, Britten, Strauss en Puccini waarneembaar en het ligt makkelijk in het gehoor. De sfeer wordt mede bepaald door sterke jazzinvloeden en je hoort veel trompet- en saxofoon solo’s. Logisch, het speelt zich tenslotte af in New Orleans.
De opera is doorgecomponeerd, maar bevat talrijke aria’s: Stella en Mitch krijgen er één, er is een duet voor Stella en Blanche, en Blanche zelf wordt zeer rijkelijk bedeeld.
Alle aanwezigen speculeerden welke noten Stanley te zingen zal krijgen bij zijn beroemde ”Stelllllaaa!!!”
Geen, dus. Rodney Gilfrey (Stanley) ging, net als Marlon Brando in de film onder aan de trap staan en schreeuwde. En net als in de film kwam Stella terug. De volgende ochtend werd zij neuriënd wakker. En op Blanche’s reageerde ze met een prachtige grote aria “I can hardly stand it”
Elisabeth Futral zorgde voor een ware sensatie in haar rol van Stella. Gezegend met een schitterende, lichte, wendbare sopraan zong zij de sterren van de hemel en werd door pers en het publiek ovationeel bejubeld.
De rol van Stanley Kowalski was Rodney Gilfrey op het lijf geschreven. Mij deed hij zelfs, al was het voor even Brando vergeten. Hoe hij het deed, weet ik niet, maar hij kon zingen en kauwgum kauwen tegelijk! Hij zag er bijzonder aantrekkelijk uit in zowel het gescheurde witte T-shirt als in de “red silk pajamas”. Jammer genoeg kreeg hij van Previn geen aria te zingen, wat hem als persoon nog onsympathieker maakte.
Mitch werd zeer gevoelig gezongen door de toen mij nog onbekende tenor Anthony Dean Griffey, en Blanche…. André Previn heeft de rol speciaal voor Renée Fleming geschreven en dat kon je horen. Sensationeel.
Inmiddels heeft Fleming haar grote aria ‘I Want Magic’ aan haar repertoire toegevoegd en in de studio voor de gelijknamige recital-cd vastgelegd.
CD
De opera werd live door DG opgenomen en in de serie 20/21 (muziek van onze tijd) op de markt gebracht.
DVD
De opera is inmiddels een klassieker geworden en wordt ook in vele operahuizen in vele landen op de planken gebracht maar de kans dat u de opera ooit in Nederland te zien krijgt is vrijwel nihil. Gelukkig werd het ook op dvd opgenomen (Arthaus 100138) . Daar heb ik niet zo lang geleden weer eens naar gekeken.
“Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers” zingt Blanche Du Bois (Fleming) en verdwijnt in de verte. Zij wordt afgevoerd aan de hand van een psychiater, die ze voor een aanbidder aanziet.
Haar woorden echoën noch na, in de verte speelt een trompet, en de strijkers nemen de blues over. De hitte is voelbaar, het doek valt en ik zoek naar een zakdoek. Daarvóór heb ik tweeëneenhalf uur op het puntje van mijn stoel gezeten en vergat zelfs het glas whisky, dat ik vulde aan het begin van de opera.
Mensen: koop de dvd en laat je meesleuren. Het is zonder meer één van de beste opera’s van de laatste twintig jaar.
Renée Fleming in gesprek met André Previn over de opera:
THE KINDNESS OF STRANGERS
‘The kindness of Strangers’ is ook de titel van een film over André Previn: