achtergrondartikelen

Plácido Domingo zingt Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Trailer van de film:

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

En de complete opname uit La Scala in Milaan (7-12-1994) olv Riccardo Muti,

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Decca’s Most Wanted. Part one

Decca-s-Most-Wanted-Recitals

In April 2014 the series ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ was launched: fifty albums by legendary singers, often never released on CD before. It’s a true treasure chest and it’s to be hoped that it is still available.

It was all the ‘fault’ of Victor Suzan. This employee of Universal Mexico went through the old Decca archives and lovingly restored no less than fifty albums never released on CD before. She digitized and remastered them, adding bonuses where possible and utilising the artwork from the original LP issues. Nostalgia at its bests, and moreover of the highest quality…

Fortunately, all Universal branches responded more than enthusiastically to her initiative. EDC/Hannover picked it up and so the series ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ was born. The first batch consisting of twenty titles appeared on the market in early April 2014. Fifteen more titles followed in June and the last fifteen in September of that year.

These are treasures. Real treasures. For many, certainly younger voice lovers there is plenty to (re)discover. Enough also to shake up their world view, because in the fifties and sixties the word “crossover” did not yet exist and musicals were just as much appreciated as Wagner and Verdi.

I have selected ten titles from the collection and divided them into two parts in random order.

GEORGE LONDON (4808163)

Decca London

Let’s start with George London. He was the very first American who sang Boris Godunov (in Russian!) at the Bolshoi in Moscow and was considered one of the best Wotans/Wanderers of his time. His Scarpia was also legendary during his lifetime.

Below is George London (in a perfect Russian!) as Boris, recording from a concert from 1962

He started his career in the early forties as a member of the ‘Bel-Canto Trio’, with soprano Frances Yeend and … Mario Lanza as the other two members.

On the CD On Broadway he gives a masterclass how to sing the music of musical composers Rogers, Kern and Loewe.

Below London sings ‘f I loved you’ by Rogers and Hammerstein.

You get Wagner as a bonus.


CESARE SIEPI: Easy to love (4808177)

Decca Siepi broadway

Not only Americans considered Broadway as something to take seriously. The Don Giovanni and one of the biggest Verdi-basses of the second half of the last century, Cesare Siepi, didn’t look down on the musical theatre either.

His CD on which he gives his vision on the songs of Cole Porter is called Easy to Love. It sounds ‘easy’ indeed, but it is not at all. Porter’s music benefits from simplicity, coupled with the best vocal chords in the world, and Siepi has it all.

His interpretation of ‘Night and Day’ is one of the most beautiful ones I’ve heard in my life. Not to mention ‘So in love’ or the delicious ‘Blow, Gabriel blow’ from Anything Goes.

As a bonus we get to hear some of his best Verdis: Nabucco, Philip II and a Boccanegra like you don’t hear anymore.


CESARE SIEPI: The romantic voice of Cesare Siepi (4808178)

Decca Siepi italiaans

This CD is entitled The romantic voice of Cesare Siepi and that is exactly what you get: a beauty of a voice that awakens all the romantic feelings in you!

No Broadway here anymore, but popular Italian songs that fit Siepi  like a glove: just delicious.

What really makes the CD special are the bonus tracks, with arias from Meyerbeers Robert le Diable and Les Huguenots, La Juive by Halévy and – for most people a real rarity – an aria from Salvator Rosa by Antônio Carlos Gomes. My goodness, what beautiful music! I ask (again): when do we get to see another opera by Gomes? After the performances of his Il Guarany in 1994 in Bonn it has remained silent for much too long around this Brazilian Verdi.

Below ‘Di Sposo Di Padre Le Gioie Serene’ from Salvator Rosa van Gomes, 1954:

The album was recorded in 1961 (songs) and in 1954 (arias) and the sound is excellent. In the arias Siepi is accompanied phenomenally well by the Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia and Alberto Erede. At that time Erede was considered a ‘decent’ conductor, but now he would be considered one of the greatest opera conductors of all. He gives his soloist all the space he needs and allows the orchestra to breathe with him.


ARNOLD VAN MILL (4808167)

Decca van Mill

The Dutch bass Arnold van Mill is almost completely forgotten nowadays. How unfair! His voice is a bit reminiscent of the young Kurt Moll, which of course is also due to the repertoire. Beautiful!

Below is the duet from Der Fliegende Holländer. Arnold Van Mill sings Daland and George London Der Holländer:

Van Mill was mainly famous for his Wagner roles. Unfortunately they are not on this CD. But his smooth bass was also very suitable for Singspiel and operetta. His Lortzing, Cornelius, Nicolai and Weber (all present on this CD) are a pure delight for the ear. All real collector items. Thank you, Decca!


The CD is complemented by Russian songs, sung by the Bulgarian bass Raphael Arié.

The combination is not really a happy one: not only does the repertoire differ like day and night, the voices are incomparable as well; which does not prevent me from enjoying him enormously! Hopefully Decca will have more of Arié on the shelf, because my wish list with his recordings is quite long!

Below Arié sings ‘Ella giammai m’amo’ from Don Carlo

 

Decca’s Most Wanted Recitals. Part 2

It all started with Paganini: DYNAMIC celebrates its fortieth birthday

DynamicThe genesis of Dynamic can be read as a real fairy tale. The label was founded  forty years ago by Pietro Mosetti Casaretto (1925-2012), a violin-playing surgeon with an enormous passion for classical music. Initially, only chamber music works were recorded, all performed by the many friends (including Salvatore Accardo and Bruno Cannino) of the founder.

Mosetti Casaretto, a sincere admirer of violin music in general and of Paganini in particular, set himself the goal of recording Paganini’s complete oeuvre, which he more or less succeeded in doing. The catalogue mentions 35 Paganini titles, many of them performed on the famous violin of the composer/virtuoso.

In 1996, however, there was a turnaround: Dynamic signed a cooperation contract with the opera festival in Martina Franca. With live recordings of weird and unknown operas and of lesser known versions of Macbeth and Lucia di Lammermoor, for example, Dynamic quickly became popular among opera lovers.

Nowadays they also work with other (small) Italian opera houses, such as Teatro La Fenice (Venice), Teatro Lirico di Cagliari and Teatro Regio di Parma. The company initially focused mainly on DVDs, nowadays all titles are offered on both DVD and CD.

With a few different titles, chosen by myself mainly for their high rarity, I settled down on the couch: the party could begin. What struck me immediately was that most of the operas were directed by Pier Luigi Pizzi. Coincidence?

Dynamic Pizzi

Pier Luigi Pizzi © Studio Amati Bacciardi

According to Stefano Olcese (production supervisor), it had indeed been pure coincidence at first. “But”, he adds, “Pizzi was so enthusiastic about what we were doing that he wanted us to join him when he directed another opera”. And so it happened.

I’ll start right away with two Pizzi operas – productions for which he also designed the costumes and sets.

 

Les Pêcheurs de Perles (Bizet)

Dynamic parelvissers

A production with a lot of ballet, and that bothers me a lot. When yet another dancer floats through the famous duet and thus hides the singing gentlemen from my eyes, I want to give up and read a book.

Yet it won’t let me go, so I watch again. I don’t regret it, although it is still hard for me to persevere. The blame lies mainly (except for the ballet) with the tenor: Yasu Nakajima is mainly meaningless and superficial. Too bad.

But Annick Massis is a truly enchanting Léïla. Only in her place I had chosen the baritone (good Luca Grassi). All in all: provided you do not hate ballet, it is a reasonable recording of that opera on DVD.

Below Annick Massis and Yasu Nakajima in ‘O Dieu Brama!

 

Hans Heiling (Marschner)

Dynamic Hans Heiling

Somewhat hesitantly I started Hans Heiling. Never before did I hear it, let alone see it. From Marschner I only knew Les Vampyrs. Besides: after all the hassle with the ballet in Les Pêcheurs de Perles I fear the worst. Well, that was a surprise! I immediately recognized Pizzi: his predilection for colour (mainly red in all its shades), excesses and physicality is evident here too, but it really works here.

Hans Heiling (Jan Svatos in Czech) was a legendary king of spirits, his name is often found in Czech and German legends. He falls in love with an earthly girl and swears off his magic power to marry her.

However, she is in love with an ordinary boy and rejects him. Disillusioned (only a man can try his luck on earth) Heiling returns to his underground kingdom. A male equivalent of Rusalka, but without the tragic end.

There is insanely good singing and acting, there is not a single weak role. I already knew how formidable Anna Caterina Antonacci can be, but the (also to the eye) very attractive Markus Werba is a true discovery. Very exciting and dazzling. Recommended.

Below a fragment of the production:

 

Alfonso und Estrella (Schubert)

Dynamic Schubert

Another surprise! I love it: a romantic fairy tale about an old king, who is thrown off the throne by his rival, and about his son who falls in love with the daughter of his father’s rival.

After some complications (there is also a real bad guy) everything goes well: Alfonso and Estrella get married and the old king gets his throne back, which he then promptly hands over in favour of the young couple. And there is also a moral: a really big man forgives his enemies.

The music is very beautiful. No, it’s not a masterpiece, but still … it’s unmistakably Schubert. There are a few incredibly beautiful ballads: a song by Froila about the cloud girl, for example. Or a touching ‘Wo ist sie’ by Mauregato, who thinks he has lost his daughter.

Eva Mei, Rainer Trost, Alfred Muff, Markus Werba and Jochen Schmeckenbacher play and sing exceptionally well, and I also think the staging (directed by Luca Ronconi) is a great success. In a setting of string instruments only, the opera is played out two-dimensionally: on stage and on the platform behind it, where puppets play the scenes.

In the first act the singers are dressed in evening dress (suggesting a song recital?), in the second and third act they wear period costumes from the region  (Spain in the eighteenth century).

Like Hans Heiling, the piece was performed in 2004 in Cagliari, an opera house that is not afraid of unknown repertoire.

More Dynamic (a selection):
Il Matrimonio segreto, a somewhat forgotten niemendalletje
LALO: LE ROIS D’YS
GIOVANNI BOTTESINI: Requiem

In Dutch:
Het begon met Paganini… Dynamic viert zijn veertigste verjaardag

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Rolf Liebermann In Memoriam

Liebermann

Rolf Liebermann © Claude Truong-Ngoc (1980)

De Zwitserse componist Rolf Liebermann (14 september 1910 – 2 januari 1999) wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme waarin de grens tussen het toelaatbare en belachelijke opgezocht en vaak overschreden wordt.

Onder zijn leiding groeide de Hamburgse Staatsopera, waar hij tussen 1959 en 1973 veertien  jaar de scepter zwaaide tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken, bouwde een fantastisch artiestenensemble op en trok buitenlandse sterren en would-be sterren (in Hamburg begon de wereldcarrière van Plácido Domingo) aan. Arlene Saunders, William Workman, Raymond Wolansky, Franz Grundhebber, Tom Krause, Hans Sotin, Toni Blankenheim – allemaal vormden ze een vast en hecht ensemble, waar af en toe een grotere (lees: voor het grote publiek bekendere) naam aan werd toegevoegd: Lucia Popp in Fidelio en Zar und Zimmerman, Cristina Deutekom, Dietrich Fischer-Dieskau en Nicolai Gedda in Die Zauberflöte, Sena Jurinac in Wozzeck.

 

Liebermann boek

En hij gaf compositie opdrachten. In de jaren van zijn managent beleefden maar liefst 28 opera’s en balletten hun wereldpremière, een score waar menig operahuis jaloers op zou moeten zijn. Zijn tijd aan de Hamburgse Staatopera beschreef Liebermann later in zijn autobiografische boek ‘Opernjahre’ als de gelukkigste tijd van zijn leven. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als je zoveel moois op zo’n hoog niveau wist te realiseren kan je niet anders dan intens gelukkig zijn.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet regisseur Joachim Hess dertien producties voor de tv vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio. Met de toen beschikbare middelen was het onmogelijk om geluid en beeld tegelijk op te nemen, dus werd eerst de soundtrack gemaakt, waardoor de zangers het in de studio zeer precies konden na-mimen, zodat alles synchroon liep.

Liebermann box

Een jaar of tien geleden werden de opera’s door Arthaus Musik op dvd’s uitgebracht. Naar de hedendaagse technische maatstaven is het allemaal uiteraard verre van perfect. Het geluid is mono en de cameravoering nogal statisch maar voor de liefhebber valt er waanzinnig veel te genieten, niet in de laatste plaats vanwege het repertoire.

PENDERECKI: DIE TEUFEL VON LOUDON

Liebermann Penderski

In 1967 benaderde Liebermann Krzysztof Penderecki met het verzoek een opera voor Hamburg te componeren. Het werd Die Teufel von Loudun, waarvoor de componist zelf het libretto had geschreven. Het verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis: door het toedoen van een priores van de Ursulinenorde werd in het Franse Loudun in 1634 een priester van duivelse praktijken beschuldigd en tot de brandstapel veroordeeld.

De opera beleefde zijn wereldpremière op 20 juni 1969 en kort erna werd hij verfilmd. De hoofdrol van moeder Jeanne werd op een zeer indrukwekkende manier vertolkt door Tatiana Troyanos, een andere grote ster wiens carrière in Hamburg was begonnen (toen ze een beurs van de Rockefeller Foundation had gekregen om zich in Europa verder te bekwamen, deed ze auditie in Hamburg waar Liebermann haar meteen een contract aanbood). Haar portrettering van de door duivels geplaagde gebochelde non met seksuele visioenen is duizelingwekkend. Alles aan haar, van top tot teen, acteert. Haar gezichtsuitdrukking verandert met elke gezongen frase en haar stem gaat door merg en been.

De horrorachtige muziek met haar vele glissandi en octavensprongen roept een gevoel van onbehagen op en maakt dat je, ondanks de immense spanning, toch wel ongemakkelijk in je stoel blijft zitten. De enscenering, met veel bloot en expliciete seksscènes is voor die tijd zeer vooruitstrevend en ik kan me voorstellen dat het toentertijd als shockerend werd ervaren.

Trailer van de productie:

Over muziek gesproken: wist u dat William Friedkin muziek van Penderecki gebruikte voor zijn film The Exorcist?

GIAN CARLO MENOTTI: HILFE, HILFE DIE GLOBOLINKS!

Liebramann Globolinks

Speciaal voor Hamburg heeft de Italiaans-Amerikaanse componist en regisseur Gian CarloMenotti  Hilfe, Hilfe Die Globolinks!, een opera ‘voor kinderen en voor hen die van kinderen houden’ gemaakt. De première vond plaats in 1968 en een jaar later werd het in de studio verfilmd.

Ik moet u bekennen dat ik niet zo’n liefhebber van kinderopera’s ben maar hier heb ik toch schaamteloos van zitten genieten. Het is een onweerstaanbaar sprookje over aliens (Globolinks) die allergisch zijn voor muziek en alleen door middel van muziek bestreden kunnen worden.

De beelden zijn voor die tijd zeer sensationeel, vol kleur en beweging en het bos waar de kleine Emily (onweerstaanbare Edith Mathis) met haar viooltje doorheen moet om hulp te gaan halen is werkelijk beangstigend. De aliens zijn volgens de hedendaagse begrippen een beetje knudde, maar het geeft niet,  het geeft het geheel een aaibare glans. Het werk zit barstensvol humor en ironie, er wordt naar de muziekbarbaren uitgehaald: de schooldirecteur die muziek niks vindt verandert zelf in een alien.

Er wordt ook rijkelijk met oneliners gestrooid (“muziek leidt je naar de juiste weg” of “als de muziek sterft is het eind van de wereld nabij”). Onbegrijpelijk dat zoiets niet standaard voor alle scholen (en ik bedoel hiermee niet alleen de kinderen) wordt opgevoerd, het onderwerp is (en blijft) zeer actueel.

De bezetting van alle rollen, inclusief de kinderen, kan gewoon niet beter, en bewijst nog eens de hoge standaard van het Hamburgse ensemble, want waar vind je nog zoveel geweldige zangers/acteurs bij elkaar, die zoveel verschillende rollen op zo’n hoog niveau kunnen brengen?

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

LE NOZZE DI FIGARO deel 2

The voice of the Viola in Times of Opression: viola as a voice for the persecuted

altviool voice of the viola

The viola sonata by Dick Kattenburg (1919-1944) consists of only one movement, allegro moderato. The reason is simple: before Kattenburg could complete the work, he was arrested during a raid in a cinema and sent to Westerbork on 5 May 1944. Two weeks later, on 19 May 1944, he was deported to Auschwitz, where he was murdered. Kattenburg was only 24 years old.

Max Vredenburg (1904 -1976) is now mainly known as co-founder of the National Youth Orchestra. In the 1920s he left for Paris where he studied with Paul Dukas and Albert Roussel, composers who influenced him greatly. In 1941 he fled to Batavia and in 1942 he ended up in a Japanese camp. He survived the war but a large part of his family was murdered in Sobibor and Auschwitz. He composed the Lamento in 1953 in memory of his sister Elsa.

altvioool VredenburgMax1

Max Vredenburg © Maria Austria MAI

The sonata by Mieczysław Weinberg, originally composed for clarinet and piano, is perhaps the most complex of all the other works on this CD. It is also the only composition that is not only sad: you can also recognize fragments of klezmer and Jewish folklore in it.

And if you think you recognize the opening measures of Beethoven’s Mondscheinsonate in ‘Adagio’, you are right. Those notes are indeed in it. Just as in the adagio, the final movement of Dmitri Shostakovich’s sonata. The work, dating from 1975, was his last composition, and shortly after the completion of the sonata he died of lung cancer.

I can only be brief about the performance: the absolute TOP! The sound that Ásdís Valdimarsdóttir elicits from her viola is of a rare beauty. It is so beautiful that it hurts. Listen to the Adagio of Weinberg’s sonata. Terrifying.

Marcel Worms, surely one of the greatest pianists/accompanists of our time, keeps himself a bit in the background, giving his Icelandic colleague all the honour of wearing glasses. But just listen carefully and experience how compassionate his contribution is. That’s what I think is called ‘partners in crime’. I can’t describe it any better.

Mieczysław Weinberg, Dick Kattenburg, Max Vredenburg, Dmitri Shostakovich
The voice of the Viola in Times of Opression
Ásdís Valdimarsdóttir (viola), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9657

Translated with www.DeepL.com/Translator

Article in Dutch: The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

Forbidden Music in World WAR II: PAUL HERMANN

Decca’s Most Wanted Recitals: deel 2

Decca-s-Most-Wanted-Recitals 2

GIUSEPPE VALDENGO

Decca Valdengo

In mei 2014 zou Giuseppe Valdengo 100 jaar zijn geworden. Een feit dat iedereen is ontgaan, want de in in Turijn geboren bariton is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Hoe triest! En dan te bedenken dat hij één van de geliefde zangers van Arturo Toscanini was! Hij is nog te bewonderen op live-radio-opnamen van Aida, Otello en Falstaff, onder leiding van de grote maestro.

Opera News schreef over Valdengo: “Although his timbre lacked the innate beauty of some of his baritone contemporaries, Valdengo’s performances were invariably satisfying — bold and assured in attack but scrupulously musical.” Hoe waar!

Hieronder een hommage aan de bariton, gemaakt naar aanleiding van zijn honderdste verjaardag:

Ik kende hem van zijn optreden in de film Great Caruso met Mario Lanza, maar hij viel mij pas echt op in zijn rol van Alfio in de door RAI gefilmde Cavalleria rusticana, met de onnavolgbare Carla Gavazzi als Santuzza.

Alfio ontbreekt op de in 1949 voor London opgenomen cd, maar zijn Tonio uit Pagliacci, een rol waarmee hij ongekende triomfen vierde, staat er wel op. Verder klinken twee zeer ontroerend gezongen aria’s uit Rigoletto, plus de in het Italiaans gezongen Hamlet en Valentin.

Het grootste gedeelte van zijn recital wordt echter in beslag genomen door Italiaanse liedjes van Tosti, Brogi, Denza en Leoncavallo. Repertoire dat hem past als een handschoen.


MADO ROBIN

Decca Robin

De Franse coloratuursopraan zou je eigenlijk als het achtste wereldwonder kunnen beschouwen. Haar stem was van het type soubrette met een zeer aangenaam meisjesachtig timbre en haar coloratuur techniek meer dan subliem, maar er was meer: haar hoge noten waren extreem hoog. Met haar stem bereikte zij zonder problemen niet alleen de f’’’, maar zelfs de c’’’’ – de allerhoogste noot ooit door een menselijke stem bereikt – had zij binnen haar bereik.

Al haar hoge noten op een rij, voorzien van de beschrijving:

In de jaren vijftig was zij een zeer gevierde radio- en TV ster in Frankrijk, maar haar roem reikte ver over haar landsgrenzen. Haar grootste triomfen vierde zij als Lakmé en Leïla (Parelvissers), maar ook haar Lucia en Olympia waren spreekwoordelijk.

Mireille van Gounod is niet echt een rol die wij van haar zouden verwachten, maar het past wonderwel bij haar kinderlijk naïeve timbre. Van die fragmenten heb ik dan ook het meest genoten, veel meer dan van haar Lucia en Bellini’s.


GERARD SOUZAY

Decca-Souzay-Liederkreis-op.-39

De in alle opzichten mooie bariton Gérard Souzay heeft de grote fout begaan om veel te lang door te zingen. Zijn laatste Philips-opnamen zijn niet om aan te horen en zijn pikzwart geverfd haar maakte hem nogal zielig en pathetisch. Doodzonde, want als je zijn vroegere opnamen beluistert, dan kun je niet anders dan verliefd op hem en zijn stem worden.

Souzay was zonder meer één van de grootste vertolkers van het Franse lied en zijn Fauré’s en Ravels zijn om van te smullen. Maar onderschat ook zijn Duitse lieder niet! Luisterend naar zijn opname van Liederkreis van Schumann uit 1965 ontkom je niet aan de gedachte dat het zo moet, zo en niet anders. Zet alleen maar zijn ‘In der Fremde’ op; ik wil met u wedden dat u niet kunt ontkomen aan het gevoel ontheemd te zijn.

Hieronder Liederkreis:

Net zo prachtig is zijn Dichterliebe: met zijn lichte bariton en zijn lieve, zoete klank doet hij je daadwerkelijk verliefd worden. De opname stamt uit 1953 en behalve de cyclus staan er nog drie losse liederen van Schumann op, waaronder de tot tranen toe roerende interpretatie van ‘Nussbaum’:

In deze opnamen begeleidt Souzays toenmalige vaste begeleidster Jacqueline Bonneau hem. Na 1954 maakte zij plaats voor Dalton Baldwin (Bonneau reisde niet graag). Met Baldwin had Souzay een soort muzikaal huwelijk. Hun samenwerking staat garant voor ultieme schoonheid.

Hieronder Dichterliebe:

VIRGINIA ZEANI

decca zeani

 

De in 1925 geboren Zeani heeft op haar 23ste debuut gemaakt als Violetta in Bologna, een rol die haar handelsmerk zou worden. Zij had maar liefst 69 rollen op haar repertoire, waarvan veel premières – zo creëerde zij in 1957 de rol van Blanche in “Dialogues van les Carmélites’ van Poulenc. Haar repertoire reikte van Haendel via Bellini, Donizetti, Massenet en Gounod tot Wagner . En uiteraard de nodige Verdi’s en Puccini’s.

Haar in 1958 onder leiding van Giuseppe Patané opgenomen Puccini aria’s zijn – gekoppeld aan een recital door Graziella Sciutti – al eerder door Decca uitgebracht geweest; maar haar Donizetti’s, Bellini’s en Verdi’s uit 1956 (dirigent: Gianandrea Gavazzeni) beleven hun cd – première.


INGVAR WIXELL

Decca Wixell

De Zweed Ingvar Wixell was en blijft een meer dan fenomenale Verdi bariton, en zijn Rigoletto behoort tot de beste creaties van de rol.

Hieronder zingt Ingvar Wixell ‘Cortigiani, vil razza dannata’ in de Rigoletto-film van Jean-Pierre Ponnelle uit 1982:

Hij beschikte over een sonore geluid die het meeste aan een stevige eik deed denken, op het eerste gezicht onwankelbaar en toch gevoelig voor wind en regen. Het mooist hoor je het in ‘Tregua è cogi’ uit Attila:


HILDE GUEDEN

Decca Gueden

Hilde Gueden was naast Lisa Della Casa één van de beste vertolksters van de liederen van Richard Strauss. Op deze cd doet zij mijn hart kraaien van plezier, geflankeerd door niemand minder dan pianist Friedrich Gulda. De mono-opname is in 1956 gemaakt in de beroemde Sofiensaal in Wenen, onder supervisie van de legendarische John Culshaw.


Als bonus horen we één van Guedens heerlijke Zdenka’s, in duet met Lisa Della Casa als Arabella, afkomstig uit een minder bekende opname van de Strauss-opera onder Rudolf Moralt (1953). Ook klinken er twee scènes uit één van de mooiste Rosenkavalier-opnames die ik ken, die onder Silvio Varviso uit 1964.

Hieronder de laatste scène uit die opname. Naast Gueden klinken Régine Crespin en Elisabeth Söderström.

 

Denkend aan Gérard Souzay
DE STIEFZUSSEN VAN MARIA CALLAS
IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

Decca’s Most Wanted Recitals: deel 1

Decca-s-Most-Wanted-Recitals

In april 2014 werd de serie ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ gelanceerd: vijftig vaak niet eerder op cd uitgebrachte albums van legendarische zangers. Het is een ware schatkist en het is te hopen dat het allemaal nog op de markt is!

Het was allemaal de ‘schuld’ van Victor Suzan. De medewerker van Universal Mexico heeft de oude Decca-archieven omgespit en maar liefst vijftig nooit eerder op cd uitgebrachte albums liefdevol geremasterd, gedigitaliseerd en waar mogelijk van bonussen voorzien, inclusief kopieën van de vroegere voor- en achterkantjes. Het is nostalgie ten voeten uit, en bovendien van de allerbeste kwaliteit..

Gelukkig reageerden alle Universal-filialen meer dan enthousiast op het initiatief. EDC/Hannover pikte het op en zo werd de serie ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ geboren. De eerste ‘worp’, met twintig titels, is begin april 2014 op de markt verschenen. In juni volgden nog vijftien titels en in september dat jaar de laatste vijftien.

Schatten zijn dat. Echte schatten. Voor veel, zeker jongere stemliefhebbers zit er genoeg in om te (her)ontdekken. Genoeg ook om hun wereldbeeld aan het wankelen te brengen, want in de jaren vijftig en zestig bestond het woord “crossover” nog niet en musicals werden net zo gewaardeerd als Wagner en Verdi.

Van de collectie heb ik tien titels uitgepikt en in een willekeurige volgorde over twee delen verdeeld

GEORGE LONDON (4808163)

Decca London

Neem George London maar. Hij was de allereerste Amerikaan die Boris Godunov (in het Russisch!) in het Bolshoi in Moskou heeft gezongen en werd beschouwd als één van de beste Wotans/Wanderers van zijn tijd. Ook zijn Scarpia was al bij zijn leven legendarisch.

Hieronder George London (in een perfecte Russisch!) als Boris, opname uit een concert uit 1962

Zijn carrière begon hij begin jaren veertig als lid van het ‘Bel-Canto Trio’, met als de andere twee leden de sopraan Frances Yeend en … Mario Lanza.

Op de cd On Broadway geeft hij ons een les in hoe je de muziek van musicalcomponisten Rogers, Kern en Loewe moet zingen.

Hieronder zingt London ‘f I loved you’ van Rogers and Hammerstein’s

Wagner krijgt u als bonus.

 

CESARE SIEPI: Easy to love (4808177)

Decca Siepi broadway

Het waren niet alleen de Amerikanen die Broadway beschouwden als iets wat erbij hoorde. De Don Giovanni en één van de grootste Verdi-bassen van de tweede helft van de vorige eeuw, Cesare Siepi, haalde evenmin zijn neus op voor het populaire.

Easy to love heet zijn cd, waarop hij zijn visie geeft op de songs van Cole Porter. Het klinkt inderdaad ‘easy’, maar dat is het allerminst. Porters muziek is gebaat bij ongekunsteldheid, gepaard met de beste stembanden ter wereld, en dat heeft Siepi allemaal paraat.

Zijn interpretatie van ‘Night and Day’ behoort tot één van de mooiste die ik in mijn leven heb gehoord. Om over ‘So in love’ of het overheerlijke ‘Blow, Gabriel blow’ uit Anything Goes nog maar te zwijgen.

Als bonus krijgen we een paar van zijn beste Verdi’s te horen: Nabucco, Filips II en een Boccanegra zoals je hem niet meer hoort.

CESARE SIEPI: The romantic voice of Cesare Siepi (4808178)

Decca Siepi italiaans

Deze cd draagt als titel The romantic voice of Cesare Siepi en dat is precies wat u kunt verwachten: een pracht van een stem, die alle romantische gevoelens in u wakker maakt!

Hier geen Broadway meer, maar populaire Italiaanse liedjes, iets wat Siepi zowat op zijn lijf is gecomponeerd, gewoon heerlijk.

Wat de cd écht bijzonder maakt, zijn de bonustracks, met aria’s uit Meyerbeers Robert le Diable en Les Huguenots, La Juive van Halévy en – voor de meeste mensen een echte rariteit – een aria uit Salvator Rosa van Antônio Carlos Gomes. Mensen, mensen: wat is het mooi!Wat mij (alweer) een kreet doet slaken: wanneer krijgen we weer eens een opera van Gomes te zien? Na de voorstellingen van zijn Il Guarany in 1994 in Bonn is het onfatsoenlijk stil rond de Braziliaanse Verdi.

Hieronder ‘Di Sposo Di Padre Le Gioie Serene’ uit Salvator Rosa van Gomes, 1954:

De opnamen van het album dateren uit 1961 (liedjes) en 1954 (aria’s) en het geluid is absoluut goed. In de aria’s wordt Siepi fenomenaal begeleid door Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia onder leiding van Alberto Erede. In die tijd werd Erede als een ‘fatsoenlijke’ dirigent beschouwd, maar nu zou hij tot één van de allergrootste operadirigenten worden gerekend. Hij gunt zijn solist alle ruimte en laat het orkest mee-ademen.


ARNOLD VAN MILL (4808167)

Decca van Mill
De Nederlandse bas Arnold van Mill is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Hoe onterecht! Zijn stem doet een beetje aan de jonge Kurt Moll denken, wat natuurlijk ook aan het repertoire ligt. Prachtig!

Hieronder het duet uit Der Fliegende Holländer. Arnold Van Mill zingt Daland en George London Der Holländer:

Van Mill was voornamelijk beroemd van zijn Wagner-rollen. Jammer genoeg staan die niet op deze cd. Maar zijn soepele bas was ook uitermate geschikt voor het Singspiel en de operette. Zijn Lortzing, Cornelius, Nicolai en Weber (wel op deze cd) zijn een puur genot voor het oor. Allemaal echte verzamelaarsitems. Dank u wel, Decca!


De cd wordt aangevuld met Russische liederen, gezongen door de Bulgaarse bas Raphael Arié.

De combinatie vind ik niet echt gelukkig: niet alleen verschilt het repertoire als dag en nacht, ook de stemmen zijn onvergelijkbaar; wat niet belemmert dat ik er enorm van geniet! Hopelijk heeft Decca meer van Arié op de plank staan, want mijn wenslijstje met zijn opnamen is best lang!

Hieronder zingt Arié ‘Ella giammai m’amo’uit Don Carlo

 

English translation:

Decca’s Most Wanted Recitals: deel 1