Channa_Malkin

Sefardisch Feest

Tekst: Neil van der Linden

Onder de titel ‘Sefardisch Feest’ gaven sopraan Channa Malkin en het ensemble La Sfera Armoniosa een concert in de Vondelkerk. Het was een onderdeel van een festival genaamd Muze van Zuid, dat verspreid plaats vindt over Amsterdam Oud-Zuid en dat zowel aansluiting zoekt bij de geschiedenis van muziek en musici die in Amsterdam Zuid hebben geleefd en gewerkt als bij de straatnamen in Zuid, waarvan er veel naar componisten zijn vernoemd.

Het concert begon en besloot met een aantal Sefardische liederen, muziek van de Joodse gemeenschap in Moors Spanje. De taal was Ladino, een Romaanse taal die een afsplitsing was van Oud-Spaans. Na de val van het laatste bastion van het Moorse rijk, Granada, werden de Joodse religie en de Islam verboden en ontvluchtten vele Joden en Moslims het land. Dientengevolge verspreidden de Ladino taal en cultuur zich over Portugal (dat aanvankelijk Spanjes voorbeeld niet volgde), Noord-Afrika, de Balkan,  Italië, Frankrijk en later, met name nadat ook Portugal het Jodendom verbood, meer noordelijke delen van Europa, Engeland en de Nederlanden. Het Ladino is nog steeds een levende taal, bij kleine gemeenschappen uit Griekenland en de Balkan.

Het concert is een weergave van het Amsterdamse muzikale landschap vanaf het laatste deel van de zestiende eeuw, toen veel Portugese Joden zich in Amsterdam hadden gevestigd, tot aan het eind van de zeventiende eeuw.

Veel Ladino liederen bevatten unieke verhalen. Zo zong Channa Malkin een lied over een ridder die verliefd op een vrouw wordt en haar uitnodigt mee te komen naar zijn voorvaderlijk kasteel om daar te trouwen. Aangekomen bij het kasteel beseft de vrouw dat zij daar ook is geboren. Ze blijkt de verloren gewaande zuster van de ridder. Een simpele naïef volksverhaal?

Maar je kunt je van alles bij zo’n ballade voorstellen. De combinatie van vreugde van het weerzien tussen zus en broer en de teleurstelling over het daarmee afscheid moeten nemen als geliefden. En ja, bebben ze onderweg misschien de liefde al bedreven, of elkaar op zijn minst innig gekust? Intrigerend is ook het idee dat de Joodse gemeenschap over het algemeen niet tot de ridderkaste werd toegelaten en dat er daarom geen Joodse kasteelheren waren. Dus dit Joodse lied ging over bijna ongrijpbare ‘anderen’. Is het een metafoor voor het onbereikbare? Zo’n lied heeft vele dubbele bodems. Een ander lied gaat over een moeder die een dochter ervan weerhoudt in zee te springen vanwege een ongelukkig liefde.

Channa Malkin vertelde net drie weken tevoren moeder te zijn geworden en sprak half bij wijze van grap de hoop uit nooit hetzelfde te hoeven meemaken. Later in het programma volgde een lied  en een tekst samengevat als ‘Om één uur ben ik geboren, om twee uur ben ik opgegroeid, om drie uur werd ik verliefd en om vier uur ben ik getrouwd”. In wezen een diep-filosofisch lied. En: bestaan er nog meer coupletten over nog meer uren en hoe lopen die af?

Ook het beroemde Durme, Durme, Durme, ofwel Slaap, slaap, slaap ontbrak niet, een slaaplied dat Channa voor haar kind zong al voordat het was geboren en nu ook weer zingt. Het lijkt mij een prettige aankomst op aarde voor een kind.

Zouden deze liederen in Amsterdam hebben geklonken? Als je naar de Portugese synagoge in Amsterdam gaat zie je wel nog veel Portugees-Joodse namen en Iberische parafernalia. Maar tussen de definitieve verdrijving uit Spanje in 1492, de daaropvolgende verdrijving uit Portugal en vervolgens ook nog eens de Val van Antwerpen in 1585 (de verovering door de Spanjaarden van de stad waar een deel van de Portugees-Joodse gemeenschap eerst een goed heenkomen had gezocht) en de opbloei van de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam kan veel cultuur verloren zijn gegaan.

Aan de andere hand is het zeker dat ook een deel van het culturele erfgoed, in volksverhalen en muziek, nog lange tijd werd gekoesterd, zonder dat daarvan tekenen resten, omdat ze in de volksmond vanzelf spraken, en omdat daarom niemand ze opschreef. Daarmee kan deze Ladino muziek deel hebben uitgemaakt van het Amsterdamse muzikale panorama dat Sweelinck (geboren in Deventer) en later Rembrandt (geboren in Leiden) aantroffen in de stad. Toch is de Ladino volkscultuur hoe dan ook beter bewaard gebleven in het Ottomaanse Rijk en in Marokko. Van dat Durme, durme, durme bestaan nog vele varianten, waarvan een deel nog steeds tot de levende cultuur behoort.

De rest van het programma bestond uit andere muziek uit de toenmalige tijd.Bijzonder fraai waren een paar liederen uit de bundel Tonos Humanos van de Spaanse barokcomponist José Morín (1619–1699), hoorbaar een componist die naar Italiaanse tijdgenoten had geluisterd. Hij was ook een vermaard bespeler van de harp en de gitaar, twee instrumenten die ook in het ensemble van de avond waren vertegenwoordigd, de gitaar in de vorm van een kleine variant, de vihuela, bespeeld door ensembleleider Mike Fentross.

Wellicht drong indertijd de muziek van de in Heusden geboren en in Utrecht werkzame Jonkheer Jacob van Eyck (1590-1657) ook tot in Amsterdam door. In elk geval vormden een prachtig van achter uit de kerk gespeelde solo voor blokfluit, gespeeld door Emma Huijsser, gevolgd door een ook van achter uit de kerk gezongen smachtend (Sefardisch?) lied fraai aan bij de sfeer van het concert, een prachtige inleiding bij twee liederen van Adriaen Valerius (1575 – 1625, nog zo’n ‘buitenlander’, uit Middelburg, en nog wel via zijn vader van Franse komaf, Valéry). Valerius is natuurlijk vooral bekend van de tekst van het Wilhelmus en van geuzenliederen, maar hij schreef ook liederen over het landleven, meestal op basis van aangepaste melodieën van bestaande liederen.

Vervolgens klonk een lied, in het Frans, van Van Eycks neef Constantijn Huygens (1596 –1687), die weliswaar Haags was, maar wiens invloed, ook muzikaal, zeer wel tot in Amsterdam kan hebben gereikt. Het gaat hier om de vader van de broers Constantijn en Christiaan, secretaris van Frederik Hendrik en Willem II.

De historisch recentste werk in het programma was afkomstig uit wat wel wordt beschouwd als de eerste Nederlandse opera, Bacchus, Ceres en Venus uit 1686, op muziek van de jonge, later in Duitsland succesvolle componist Johan Schenck (1660-1712). Muziek, ballet en wagens die door de lucht vlogen: het merendeel van het publiek vond het prachtig. Misschien vonden sommigen het toen regisseursopera, want Amsterdamse aanhangers van de Franse theaterstijl – die bij de hoogste kringen in zwang was – waren woedend. De hoofdpersonen zijn Bacchus (de wijngod), Ceres (de graan- en vruchtbaarheidsgodin) en Venus (de liefdesgodin). De liefhebbers verdedigden de opera met het devies van de opera: ‘zonder spijs en wijn kan geen liefde zijn’.

Ooit had de klassieke Romeinse blijspeldichter Terentius geschreven dat de liefdesgodin zou bevriezen zonder gezelschap van Bacchus en Ceres. Dat thema werd in de Renaissance en de Barok vaak uitgebeeld, vooral als naaktscène. In deze opera laten Bacchus en Ceres Venus in de steek en zetten zij hun volgelingen tegen haar op. Oppergod Jupiter stuurt dan zijn bode Mercurius naar de aarde om een oplossing te vinden en na veel moeite wordt uiteindelijk de vrede weer gesloten.

De opera was misschien niet in de laatste plaats een succes vanwege de zeer schaars geklede Venus, maar ook de spectaculaire scènes waarin Mercurius dankzij een liftmechaniek uit de hemel nederdaalde oogstten applaus. De productie werd minstens tien keer opgevoerd.

Turkse uitvoering van Durme, durme, durme:

Commentaar bij de clip: ‘This traditional lullaby is sung in Ladino, a Jewish hybrid language also known as Judeo-Spanish. Performed by the Janet and Jak Esim Ensemble (Antik Bir Huzun / Judeo-Espanyol Ezgiler – Kalan Muzik, 2005). Many varieties of the lyrics are sung throughout Europe and North Africa, attesting to the widespread influence of the Sephardic Diaspora.

In de begeleiding horen we onder meer een Turkse Orientaalse luit, de oud.

Andere Turkse versie:

Afwijkende melodie meerstemmig gezongen in Sarajevo, arrangement Laura Hassler van Musicians without Borders:

De in Nederland wonende Nani Noam Vazana en ensemble:

Durme Durme door de Marokkaans-Sefardische zangeres Françoise Atlan:

Andere versie:

Durme durme hermosa donzella. Jordi Savall, Montserrat Figueras, Pedro Esteban:

 

Durme, Durme, Gaia Nostra:

Durme, Durme, Yasmin Levy en Gil Shohat:

(Durme Durme kent vele varianten en vele opnamen. Om nog maar te zwijgen over Uskudara, vernoemd naar stadsdeel van Istanbul, hier door Françoise Atlan. https://open.spotify.com/track/0ttnBtm593tbSNoe0tsL16?si=8b528de439144c1d)

José Marín door Montserrat Figuerras met Rolf Lislevand en ensemble, waaronder Arianna Savall.

La Sfera Armoniosa – Que ferons-nous – Constantijn Huygens :

La Sfera Armoniosa en Channa Malkin, muziek van Willem de Fesch (1687-1761):

Uit de opera Ceres Bacchus en Venus van Johann Schenk door Camerata Trajectina:

Sefardisch Feest
Avondconcert in de Vondelkerk, Amsterdam, 17 september 2022
Channa Malkin, sopraan en La Sfera Armoniosa onder leiding van Mike Fentross, vihuela.

Foto’s: © Neil van der Linden

Zie ook : Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey

Mario Castelnuovo-Tedesco: meer dan componist van gitaarwerken

Mario Castelnuovo–Tedesco (Florence, 3 april 1895 – Beverly Hills, 16 maart 1968) werd geboren in de Joodse familie van Sefardische afkomst (Joden die in 1492 werden verdreven uit Spanje). Hij was buitengewoon creatief, op zijn naam staat van alles: pianowerken, concerten, opera’s…. Zijn composities werden gespeeld door de grootsten: Walter Gieseking, Gregor Piatigorsky, Jascha Heifetz, Casella.

Heifetz spelt het tweede vioolconcert van Mario Castelnuovo-Tedesco: ‘I Propheti’. Opname uit 1954:

Tegenwoordig kennen we hem voornamelijk van zijn gitaarwerken, bijna honderd in totaal, veelal geschreven voor Andres Segovia.

Segovia speelt het Gitaarconcert No.1 in D majeur, Op. 99; live opname uit 1939:

Het was begin jaren dertig van de vorige eeuw dat de componist zijn ‘Joodse roots’ is gaan ontdekken, iets wat versterkt werd door het opkomend fascisme en de rassenwetten. Zijn muziek werd niet meer uitgevoerd. Geholpen door Arturo Toscanini heeft Castelnuovo-Tedesco, samen met zijn gezin vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog Italië weten te verlaten

Zoals de meeste Joodse componisten die Europa ontvluchtten belandde ook Castelnuovo-Tedesco in Hollywood. Waar hij dankzij Jascha Heifetz door Metro-Goldwyn-Mayer werd aangesteld als componist van filmmuziek.

Op speciale verzoek van Rita Hayworth componeerde hij muziek voor de film The Loves of Carmen met Hayworth en Glenn Ford. Hieronder de dansscène uit de film:

In die tijd componeerde Castelnuovo-Tedesco ook nieuwe opera’s en vocale werken geïnspireerd door Amerikaanse poëzie, Joodse liturgie en de Bijbel: Amerika bood hem mogelijkheden om zijn Italiaanse muzikale erfenis en zijn Joodse spiritualiteit te verdiepen en te ontwikkelen. Hij droomde ervan zijn Sacred Service “once in the synagogues of Florence” te horen. De première vond plaats in 1950, in de New Yorkse Park Avenue Synagogue.

Uit 1956 dateert de opera Il mercante di Venezia naar Shakespeare’s The Merchant of Venice (Castelnuovo-Tedesco was een grote Shakespeare liefhebber) werd in 1961 uitgevoerd tijdens Maggio Musicale in Florence. Franco Capuana dirigeerde en de hoofdrollen werden gezongen Renato Capecchi (Shylock) en Rosanna Carteri (Portia). De voorstelling werd opgedragen aan Arturo Toscanini

In 1966 componeerde hij The Divan of Moses Ibn Ezra. Het is een setting van negentien gedichten van Rabbi Moses ben Jacob Jacob ibn Ezra, ook bekend als Ha-Sallaḥ (‘schrijver van boetvaardige gebeden’).

Ibn Ezra werd geboren in Granada rond 1055 – 1060, en overleed na 1138 en hij wordt beschouwd als één van de grootste dichters van Spanje. Die ook nog eens een enorme invloed op de Arabische literatuur heeft gehad. Castelnuovo-Tedesco componeerde de ‘divans’ (gedichten) op de moderne Engelse vertaling

Roberta Alexander zingt The Divan of Moses Ibn Ezra

Channa Malkin en Izhar Elias in ‘Fate has blocked the way’:

Zijn celloconcerto schreef de componist voor Gregor Piatigorsky, de première vond plaats in 1935, Arturo Toscanini dirigeerde het New York Philharmonic. En dat was het dan. Sindsdien werd het concerto totaal vergeten, tachtig jaar lang. Totdat Raphael Wallfisch zich daarover ontfermde

Raphael Wallfisch speelt het Allegro Moderato uit het celloconcert van Castelnuovo-Tedesco

Na de Tweede Wereldoorlog werd Castelnuovo-Tedesco, net als meerdere Joodse componisten die noodgedwongen moesten vluchten en hun heil haddenn gezocht in Hollywood beschuldigd van conservatisme en sentimentaliteit. Dat hij in veel van zijn werken geïnspireerd  werd door De Spaanse folklore werd hem evenmin niet in dank afgenomen.

Castelnuovo-Tedesco:

“Ik heb in mijn leven veel melodieën voor zangstem geschreven en er 150 van uitgegeven (in mijn la bleef veel liggen) op teksten in alle talen die ik ken: Italiaans, Frans, Engels, Duits, Spaans en Latijn. Mijn ambitie en sterker nog, mijn diepe drijfveer is altijd geweest om mijn muziek te verenigen met poëtische teksten die mijn belangstelling en gevoel prikkelden, om de lyriek ervan tot uitdrukking te brengen”.

In 2019 werd zijn biografie verfilmd in de film Maestro. Hieronder de trailer:

Officiëele website van Mario Castelnuovo-Tedesco:

https://mariocastelnuovotedesco.com/

Channa Malkin and Izhar Elias in ‘Songs of Love and Exile, a Sephardic Journey’

Channa.jpg

Mario Castelnuovo-Tedesco (Florence, 3 April 1895 – Beverly Hills, 16 March 1968) was born into a Jewish family of Sephardic origin (Jews who were expelled from Spain in 1492). He was extraordinarily creative, and has numerous compositions to his name: piano works, concerts, opera’s…. His compositions were played by the greatest: Gieseking, Piatigorski, Heifetz, Casella. Nowadays we mainly know him from his guitar works, almost a hundred in total, mostly written for Andres Segovia.

In the early 1930s, the composer began to discover his ‘Jewish roots’, something that was reinforced by the rise of fascism and racial laws. His music was no longer performed. With the help of Arturo Toscanini, Castelnuovo-Tedesco and his family managed to leave Italy just before the outbreak of the Second World War.

Like most of the Jewish composers who fled Europe, Castelnuovo-Tedesco ended up in Hollywood. Thanks to Jascha Heifetz he was hired by Metro-Goldwyn-Mayer as a composer of film music. At that time he also composed new opera’s and vocal works inspired by American poetry, Jewish liturgy and the Bible.

Castelnuovo-Tedesco: “In my life I have written many melodies for the voice and published 150 of them (many remained in my drawer) on texts in all the languages I know: Italian, French, English, German, Spanish and Latin. My ambition and indeed, my deep motivation has always been to unite my music with poetic texts that stimulated my interest and feelings, to express their lyricism”.

In 1966 he composed The Divan of Moses Ibn Ezra. It is a setting of nineteen poems by, Rabbi Moses ben Jacob ibn Ezra also known as Ha-Sallaḥ (‘writer of penitential prayers’). Ibn Ezra was born in Granada around 1055 – 1060, and died after 1138 and is considered one of the greatest poets in Spain. He also had an enormous influence on Arabic literature. Castelnuovo-Tedesco composed the ‘divan’ (poems) on the modern English translation.

I very much regret that the duo Channa Malkin (soprano) and Izhar Elias only recorded six songs of the cycle. Not only because they have almost no competition (I only know two complete recordings of the songs myself), but also because their performance is really beautiful. Malkin’s lyrical soprano: girlish yet very focused fits the songs like a glove. She was born in Amsterdam, but her Jewish roots lie in Moldova, Russia and the Ukraine.

The guitarist Izhar Elias was also born in the Netherlands, but his roots lie in Iraq and India. And in Israel. What they have in common is the restlessness and the strong urge to do something with their own past. And you can hear that. You can hear that in the thirteen Sephardic folk songs that are presented here in arrangements by Joaquin Rodrigo and Daniel Akiva, among others.

What makes the CD stand out is the really excellent booklet with lots of information and all the lyrics.

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey
Channa Malkin (soprano), Izhar Elias (guitar)
Brilliant Classics 95652

https://www.channamalkin.com

In Dutch: Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey

Channa.jpgMario Castelnuovo–Tedesco (Florence, 3 april 1895 – Beverly Hills, 16 maart 1968) werd geboren in de Joodse familie van Sefardische afkomst (Joden die in 1492 werden verdreven uit Spanje). Hij was buitengewoon creatief, op zijn naam staat van alles: pianowerken, concerten, opera’s…. Zijn composities werden gespeeld door de grootsten: Gieseking, Piatigorski, Heifetz, Casella. Tegenwoordig kennen we hem voornamelijk van zijn gitaarwerken, bijna honderd in totaal, veelal geschreven voor Andres Segovia.

Begin jaren dertig is de componist zijn ‘Joodse roots’ gaan ontdekken, iets wat versterkt werd door het opkomend fascisme en de rassenwetten. Zijn muziek werd niet meer uitgevoerd. Geholpen door Arturo Toscanini heeft Castelnuovo-Tedesco, samen met zijn gezin vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog Italië weten te verlaten

Zoals de meeste Joodse componisten die Europa ontvluchtten belandde ook Castelnuovo-Tedesco in Hollywood. Waar hij dankzij Jascha Heifetz door Metro-Goldwyn-Mayer werd aangesteld als componist van filmmuziek. In die tijd componeerde hij ook nieuwe opera’s en vocale werken geïnspireerd door Amerikaanse poëzie, Joodse liturgie en de Bijbel.

Castelnuovo-Tedesco: “Ik heb in mijn leven veel melodieën voor zangstem geschreven en er 150 van uitgegeven (in mijn la bleef veel liggen) op teksten in alle talen die ik ken: Italiaans, Frans, Engels, Duits, Spaans en Latijn. Mijn ambitie en sterker nog, mijn diepe drijfveer is altijd geweest om mijn muziek te verenigen met poëtische teksten die mijn belangstelling en gevoel prikkelden, om de lyriek ervan tot uitdrukking te brengen”.

In 1966 componeerde hij The Divan of Moses Ibn Ezra. Het is een setting van negentien gedichten van Rabbi Moses ben Jacob Jacob ibn Ezra, ook bekend als Ha-Sallaḥ (‘schrijver van boetvaardige gebeden’). Ibn Ezra werd geboren in Granada rond 1055 – 1060, en overleed na 1138 en hij wordt beschouwd als één van de grootste dichters van Spanje. Die ook nog eens een enorme invloed op de Arabische literatuur heeft gehad. Castelnuovo-Tedesco componeerde de ‘divans’ (gedichten) op de moderne Engelse vertaling.

Ik betreur het zeer dat het duo Channa Malkin (sopraan) en Izhar Elias maar zes liederen van de cyclus hebben opgenomen. Want niet alleen dat ze bijna geen concurrentie hebben (zelf ken ik maar twee complete opnamen van de liederen), maar ook omdat hun uitvoering werkelijk prachtig is. Malkins lyrische sopraan: meisjesachtig maar toch zeer kernachtig past de liederen als een handschoen. Zij is in Amsterdam geboren maar haar Joodse roots liggen in Moldavië, Rusland en Oekraïne.

Ook de gitarist Izhar Elias is in Nederland geboren maar zijn roots liggen in Irak en in India. En in Israël. Wat ze gemeen hebben is de rusteloosheid en de sterke drang om iets met hun eigen verleden te doen. En dat hoor je. Dat hoor je ook in de dertien Sefardische volksliedjes die hier gepresenteerd worden in bewerkingen van o.a. Joaquin Rodrigo en Daniel Akiva.

Wat de cd dat ene extra geeft is de werkelijk voortreffelijke booklet met veel informatie en alle liedteksten


https://www.channamalkin.com

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey
Channa Malkin (sopraan), Izhar Elias (gitaar)
Brilliant Classics 95652