Adriana_Damato

Over de eerste studio-opname van Edgar

Edgar
Er waren – en er zijn nog steeds – op zijn minst twee goede redenen om deze Edgar, door de Deutsche Grammophon in 2006 opgenomen een warm welkom te heten: het was de allereerste studio opname van het werk (de enige twee andere die ik toen kende zijn live opgenomen) en het was voor het eerst dat Plácido Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen.

Nooit heb ik begrepen waarom deze opera zo ongeliefd was. Toegegeven, het is niet Puccini’s beste werk, maar dat ligt voornamelijk aan het libretto. Muzikaal ligt de opera in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème, vingeroefeningen voor Turandot.

Het is de enige opera van Puccini met een grote rol voor een mezzosopraan, een stemtype dat Puccini blijkbaar niet nodig had voor zijn schetsen van vrouwen, die bij hem nooit helemaal goed of fout waren.

Tigrana en Fidelia (let op de namen!) zijn elkaars tegenpolen. In hun strijd om de tenor is er eigenlijk geen winnares: Edgar verlaat Tigrana, die dan prompt Fidelia doodsteekt.

In Adriana Damato (Fidelia) en Marianne Cornetti (Tigrana) mochten wij toen een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.


Plácido Domingo, Adriana Damato, Marianne Cornetti, Juan Pons, Rafal Siwek; Coro e Orchestra dell’a Academia Nazionale di Santa Cecilia olv Alberto Veronesi (DG 4776102)

De man die van vrouwen hield

Mijmeringen over Tosca

Advertenties