Peter Franken

Klassieke Pelléas et Mélisande uit Wenen

Tekst: Peter Franken

Dit werk uit 1902 is de enige opera die Debussy wist te voltooien. In 2009 stond het op het programma in Theater an der Wien, een productie van Laurent Pelly. Een opname is op dvd uitgebracht door Virgin Classics.

De eerste akte speelt zich af in een bos bij een watertje waarin zowel Prins Golaud als het jonge meisje Mélisande zijn verdwaald. Pelly en zijn decorontwerper Chantal Thomas hebben dit vorm gegeven door middel van een groot aantal op bomen gelijkende zuilen en een groepje grote keien rondom een opening die een bron moet verbeelden. Het is de opmaat voor een tamelijk naturalistische enscenering waarin het libretto zeer getrouw wordt gevolgd.

De kostumering van Pelly is vrijwel tijdloos maar met accenten die wijzen in de richting van de ontstaansperiode van de opera. Mélisande gaat gekleed in verschillende lichtgekleurde jurken en heeft lang afhangend blond haar.

Door gebruik te maken van een draaitoneel kunnen verschillende grote decorstukken zonder onderbreking voor steeds een volgende scène worden benut. We zien een paar wanden met een bed, de suggestie van een kamertje; een vrijstaande wenteltrap eindigend in een kanteel, een wat onbestemde stellage die de grot voorstelt waarin Pelléas en Mélisande zogenaamd naar een ring lopen te zoeken en zo meer. Van alle producties die ik tot op heden van deze opera heb gezien, is dit de enige waarin alles zo tot in detail wordt getoond.

Uit de dialogen maken we op dat het een sombere boel is op dat kasteel. Hoge bomen laten alleen in de zomer wat direct zonlicht toe, het leven wordt beheerst door het ziekbed van Pelléas’ vader en in de omgeving heerst hongersnood. Ingmar Bergman had er een mooie film van kunnen maken, wellicht nog beklemmender dan de opera, immers zonder zang. Mélisande voelt zich opgesloten in haar omgeving en in haar huwelijk met de oudere Golaud. ‘Je ne suis pas heureuse ici’ zingt ze in de tweede akte. Veel meer komen we over haar gevoelens niet aan de weet.

Pelléas probeert Mélisandes gezelschap aanvankelijk te mijden maar gaandeweg trekken ze steeds meer met elkaar op. Van een affaire is geen sprake maar de wederzijdse liefde groeit, zonder dat een van beiden dat wil toegeven. Pelléas besluit te vertrekken als hij er niet meer tegen kan. Een laatste ontmoeting met zijn schoonzus wordt hem fataal, zijn halfbroer steekt hem dood.

Mélisande baart een dochter maar overlijdt kort daarna, vermoedelijk aan kraamvrouwenkoorts. Tot het laatst probeert Golaud ‘de waarheid’ over haar omgang met Pelléas uit haar te kloppen, zonder resultaat. Grootvader Arkel ziet als enige een lichtpuntje: het nieuwe meisje zal Mélisandes plaats gaan innemen in de familie.

Pelléas et Mélisandepeint par Edmund Leighton (1853–1922).

De keuze van Debussy voor het verhaal van Maurice Maeterlinck werd sterk bepaald door de afwezigheid van dramatiek, context, en het naspelen van het ‘echte’ leven. Veel te gekunsteld allemaal, de toeschouwer zou door de summiere handeling en de veelal onderkoelde uitspraken van de protagonisten veel dieper kunnen doordringen in hun ervaringen. Feitelijk blijft alles een uur lang vrijwel bevroren om plotseling over te gaan in kolkende emoties.

Het begint zodra Golaud argwaan krijgt en zichzelf niet langer ervan kan overtuigen dat zijn halfbroer en zijn jonge bruid gewoon nog twee kinderen zijn die graag bij elkaar zijn, samen spelen als het ware. Maar door Pelléas mee te nemen naar een diepe kelder met een put waaruit een lijkenlucht opstijgt maakt Golaud duidelijk wie de baas is. De scène heeft een onverholen dreigend karakter.

Tegen het einde van de vierde akte laat Golaud zich gaan en sleept zijn vrouw aan de haren door de kamer. Maar meer dan opnieuw ‘je ne suis pas heureuse’ levert dat van haar kant niet op. Men leeft en lijdt in stilte en dat maakt het stuk tot een beklemmend geheel.

Bariton Laurent Naouri is een prachtige Golaud, een rijzige gestalte met bijbehorende stem. Vocaal uitstekend verzorgd en binnen de beperkte bewegingsruimte die de rol biedt een geloofwaardige middelbare man die transformeert van een naïeve goedbedoelende echtgenoot in een achterdochtige jaloerse potentaat die meer waarde lijkt te hechten aan de zekerheid dat zijn jonge vrouw hem niet heeft bedrogen, dan aan haar overleven. Als ze sterft moet hij tenminste een zuivere herinnering aan haar hebben. Hij krijgt uiteindelijk geen van beide.

Stéphane Degout is een zeer goed gecaste Pelléas, oogt jong, gedraagt zich vergeleken met de anderen vrij impulsief en zijn zang is voorbeeldig. Dit personage is tragisch, hij wordt geleefd.

Fragmenten van de tweede acte:



Zijn grootvader Arkel verbiedt hem om een stervende vriend te bezoeken omdat hij zijn eigen langdurig zieke vader niet alleen mag laten. En hij wil de wijde wereld in om niet in de verleiding te komen zijn broer te bedriegen met die mooie onwereldse Mélisande die hem vanaf haar binnenkomst al fascineert. Ondanks zijn goede bedoelingen wordt hij gedood maar dat schijnt eigenlijk niemand van zijn familieleden echt te deren. Que sera, sera.

De derde in de driehoek word vertolkt door de verrukkelijke Natalie Dessay. Probleem is dat ze er in al haar rollen uitziet als het lieve meisje met de bijbehorende mooie stem. Haar Mélisande lijkt de onschuld zelve, onbegrepen maar niet erg geheimzinnig. Hoewel, ‘ik lieg nooit, alleen tegen je broer’, vertelt ze Pelléas. Maar Dessay’s aanwezigheid heeft zo’n enorme meerwaarde dat dit aspect gemakkelijk kan worden vergeten. Ze zingt prachtig en haar acteren is volstrekt naturel. Philip Ens is ontroerend als de oude koning Arkel en Beate Ritter is gewoon erg goed als Golauds zoontje Yniol.

Het ORF Radio-Symphonieorchester Wien onder leiding van Bertrand de Billy heeft een groot aandeel is het succes van deze voorstelling. Prachtige balans tussen orkest en solisten, ze kunnen zich ook fluisterend verstaanbaar maken, precies zoals Debussy het bedoeld heeft.

Trailer:

Pelléas et Mélisande in Zürich

Pelléas et Melisande uit Zurich werd door de regisseur totaal verpest

Powder her face van Thomas Adès is een must voor elke operaliefhebber

Tekst: Peter Franken

Georges Seurat, 1889-90, Jeune femme se poudrant (Young Woman Powdering Herself), oil on canvas, 95.5 x 79.5 cm, Courtauld Institute of Art.jpg

Deze kameropera had première in 1995 en maakte van componist Adès op 24 jarige leeftijd op slag een beroemdheid in de muziekwereld. Het libretto is gebaseerd op het onstuimige leven van Margaret Campbell die in de jaren ’30 en ’40 met haar scabreuze levenswandel een centrale figuur was in de Londense High Society.

Dankzij haar grote geërfde vermogen kon ze zich vrijwel alles permitteren en toen haar eerste huwelijk op de klippen was gelopen werd ze een aantrekkelijke partij voor de libertijnse Duke of Argil die in haar een mogelijkheid zag om zijn in verval rakende familiekasteel te restaureren. Voor de verandering hier eens de man als golddigger.

Doordat ze nu officieel in adellijke kringen figureert wordt er enerzijds meer op haar gelet maar is ze anderzijds nog meer de lieveling van de boulevardpers dan voorheen. Geruchten gaan over haar talloze minnaars waaronder veel homofiele mannen.

Begin jaren ’60 duiken er foto’s op die zijn gemaakt met een Polaroid camera waarop ze, slechts gekleed in haar onafscheidelijke parelsnoer, een man oraal bevredigt. Zijn hoofd is niet te zien en er komt een geruchtenstroom op gang over zijn identiteit. De minister van defensie is een van de kandidaten.

Nadat een hotelbediende met het verhaal kwam dat ze door hem was verleid was er geen houden meer aan voor Margaret. Dit komt in de opera terug als nagespeelde scène waarin ze roomservice laat komen. Terwijl ze die man voor de deur laat wachten krijgt ze al masturberend een orgasme en zegt vervolgens heel laconiek: ‘Come in’. Maar de opwinding is nog niet geweken en ze zet net zo lang door tot ze de hotelbediende in de badkamer kan pijpen.

Al die onthullingen zouden het kantelpunt blijken in de society carrière van de Duchess. In plaats van haar stiekem te bewonderen vanwege haar rijkdom en vrije manier van leven werd ze het slachtoffer van een juridische lynchpartij. Gaandeweg verliest ze haar vermogen en moet zelfs haar huis verkopen.

Ze neemt haar intrek in een suite van het Dorchester Hotel en moet daar na een tijdje vertrekken omdat ze haar rekening niet wenst te voldoen. Net als Jim Mahoney in Mahagonny begaat ze de ultieme misdaad: ze kan niet betalen. De Duchess slijt haar laatste levensjaren in een verzorgingshuis.

MargHet libretto van Philip Hensher laat de Duchess ruimschoots aan het woord waardoor we als toeschouwer een goed beeld krijgen van hoe ze zichzelf altijd heeft gezien, tot op hoge leeftijd. Ze spreekt over haar enorme rijkdom en hoe men haar op een voetstuk plaatste. En er vervolgens enthousiast vanaf hamerde. Maar: no regrets.

De handeling speelt zich af in de suite van het Dorchester Hotel waar ze verblijft met haar enig overgebleven kamermeisje. Bij aanvang van de opera zien we deze bediende in de weer met een hotel elektricien die direct al de toon zet door gekleed als de hertogin een ‘pijparia’ ten beste te geven. Mevrouw komt binnen en kijkt er nauwelijks van op dat ze door het personeel wordt bespot. Zo ver is het al gekomen, maar vroeger……

Er volgen flashback scènes die haar leven volgen over een periode van een halve eeuw waarin de Duchess voortdurend zichzelf speelt en drie andere zangers in verschillende hoedanigheden optreden. Zo zien we het kamermeisje terug als confidante, maîtresse van de hertog, societyverslaggever en tv interviewer. De elektricien is een ‘lounge lizard’, hotelbediende die de was ophaalt en roomservice verzorgt en society fotograaf. De hotelmanager is tevens de hertog en de rechter.

In 1999 is de opera verfilmd, deel op locatie, door de Birmingham Contemporary Music Group onder leiding van Adès, en uitgebracht op dvd.

De muziek is zeer gevarieerd en sluit veelal aan bij de periode waarin bepaalde scènes zich afspelen of geacht worden plaats te vinden. Zo is er bij aanvang typisch vooroorlogse dansmuziek te horen als de elektricien het favoriete tijdverdrijf van de Duchess naspeelt.

Op andere momenten klinkt het atonaal als in Wozzeck en dan weer uitgesproken laatromantisch. Het 15 koppige orkest bestaat uit klarinet, saxofoon, koper, strijkers, slagwerk en accordeon, geheel in overeenstemming met de ballroom orkesten van yesteryear.

Mary Plazas in Almeida Opera’s 1999 production of Powder Her Face. Photograph: Tristram Kenton

Sopraan Mary Plazas zingt en acteert met veel verve. Wel nodig om je door deze toch wel atypische rol te kunnen slaan. Het lukt haar wonderwel en je ervaart afwisselend bewondering, medelijden en afkeer van haar personage. Hilarisch is haar vertolking van de ‘roomservice scène’ waar ze zich volledig instort. Daarmee geeft ze perfect invulling aan het libretto.

Tenor Dan Norman is een uitstekende elektricien en vertolkt ook zijn andere personages met overtuiging. Bas bariton Graeme Broadbent speelt zijn hertog en hotelmanager alsof het een en dezelfde persoon is, verder dan een lage stem en irritante grijns komt hij niet. Als hypocriete fatsoenrakker in de rol van rechter die onder zijn formele outfit met pruik een rok blijkt te dragen is hij echter leuk op dreef.

Muzikaal wordt het meeste gevergd van coloratuursopraan Heather Buck als kamermeisje die zich helemaal uitleeft in alle andere typetjes en een fantastische vertolking van haar moeilijke partij te beste geeft.

De opera is een rariteit maar zeer binnenkort in ons land op de planken te zien. De Reisopera gaat er mee op tournee met niemand minder dan Laura Bohn als de Duchess. Ze vertolkte die rol ook al in Oakland tijdens het West Edge Bay Area Summer Festival. Afgaande op de videoclips is ze een zeer goede keuze voor deze rol.

Roomservice fragment:

Laura Bohn: The Duchess of Argyll highlights

Thomas Adès door Thomas Adès: beter krijgt u het niet

Pianowerken van Thomas Adès: niet vanzelfsprekend maar zeer de moeite waard

Isabel Leonard geeft visitekaartje af in The Tempest van Thomas Adès

Peter Frankens TOP TIEN 2023

1 Das Wunder der Heliane Reisopera

Annemarie Kremer voltrok Helianes wonder, ze is in mijn beleving de Heliane van deze eeuw. Prachtige productie van de Reisopera en mijn keuze voor ‘opera van het jaar’.


Annemarie Kremer voltrekt Helianes Wunder

2 Dr. Atomic USC Lustrum

De première op 13 juli in de enorme Werkspoorkathedraal was een enorm succes, zozeer dat menig professioneel operahuis er jaloers van zou worden. Alweer zo’n geweldig project van de lustrumcommissie van het Utrechts Studenten Concert

recensie van Neil van der Linden:

Dansen op de bom. Dr Atomic in Utrecht

3 Animal Farm DNO

Raskatovs muziek is lastig te duiden. Met name voor de pauze klonk het rauw en agressief, de revolutionaire fase. Later kwam alles in rustiger vaarwater, een afspiegeling van de stille repressie die de overhand krijgt. Een zeer geslaagde wereldpremière door DNO

Spectaculaire wereldpremière van Animal Farm

4 Maria Stuarda DNO

Maria Stuarda vind ik inhoudelijk de mooiste van het drietal Tudor opera’s, zeker in de laatste akte waarin Maria’s einde zich aankondigt en ze daarmee in het reine komt. Het is van een ingehouden schoonheid zonder showaria’s. De première van deze DNO productie met Kristina Mkhitaryan in de titelrol werd door het publiek met gejuich ontvangen.

Recensie van Lennaert van Anken:

Amsterdam brengt een wisselvallige Donizetti die meer erkenning verdient

5 Orphée aux enfers Opera Zuid

Opera Zuid brengt Orphée aux enfers als geslaagd muzikaal pandemonium.

Opera Zuid brengt Orphée aux enfers als geslaagd muzikaal pandemonium

6 La Voix Humaine Katia Leventhal

Levental toonde in deze voorstelling geheel zoals ik me Elle voorstel, een nog vrij jong ogende vrouw maar niet iemand die een eerste liefdestragedie te verwerken krijgt. Haar wanhoop zal eerder veroorzaakt worden door een gevoel van déjà vu, hoe krijg ik mezelf nu weer op de rails. Prachtige vertolking van dit topstuk uit het 20e eeuwse repertoire.

Ekaterina Levental is Elle in Poulencs La voix humaine

7 L’isola disabitata DNOA

Onderdeel van een groot drieluik door DNOA met een doorleefde rol van Maria Warenberg als Constanza en Kenneth Montgomery voor Het Orkest van de Achttiende Eeuw, een van zijn laatste projecten zou later blijken. RIP KM.

8 Rusalka DNO

Een leuk onderhoudend concept dat Rusalka situeert in Hollywood met een van mijn persoonlijke favorieten Annette Dasch als de Vreemde Prinses.

Rusalka goes to Hollywood

9 Katia Kabanova dvd Salzburg 2022 (verschenen 2023)

Corinne Winters maakte in 2022 haar debuut in Salzburg en wel als Katia in Katia Kabanova. Haar vertolking van de titelrol is aandoenlijk mooi, zoals iedereen kan bevestigen die de in 2023 verschenen opname op BluRay heeft gezien


Katia Kabanova was een triomf voor Corinne Wintershttp://Kabanova

10 Il Trittico dvd Salzburg 2022 (verschenen 2023)

Publiekslieveling Asmik Grigorian ontbrak natuurlijk niet tijdens de Salzburger Festspiele van 2022. Ze zong alle de drie de rollen in Il Trittico. Bij haar Suor Angelica hield ik het niet droog bij het afspelen van de BluRay van deze voorstelling, evenee

Asmik Grigorian als verbindend element in Il Trittico

Juan Diego Flórez is een fenomenale Werther in Zürich

Tekst:  Peter Franken

De productie van Werther die Tatjana Gürbaca in 2017 maakte voor Opernhaus Zürich is op BluRay uitgebracht zodat alle liefhebbers van stertenor Juan Diego Flórez kunnen meegenieten van diens vertolking van Massenets titelheld. De opname is een absolute aanrader.

Het libretto is gebaseerd op Goethes personage uit Die Leiden des jungen Werthers. Het accent ligt in de operaversie van dit verhaal echter meer op de emotionele problemen van Charlotte, de vrouw waarop Werther zo hopeloos verliefd is. Charlotte heeft haar stervende moeder twee dingen gezworen: dat ze de zorg voor de jongere kinderen uit het gezin op zich zou nemen en dat ze met Albert zou trouwen, een degelijke burgerman met goede financiële vooruitzichten.

Dat is nogal wat voor een jonge meid, je op twee fronten door middel van een eed voor de rest van je leven committeren. Geen wonder dat het direct mis gaat als Charlotte kennis maakt met de wat excentrieke intellectueel Werther, een melancholieke jongeman die maar twee emoties lijkt te kennen: ‘himmelhoch jauchzend oder zum Tode betrübt’.

Werther wordt op slag verliefd op Charlotte en vanaf dat moment bestaat er voor hem geen andere vrouw meer. Dat hij haar niet kan krijgen omdat ze niet ‘vrij’ is betekent dat hij na het geluk van een kortstondige illusie de rest van zijn leven dodelijk bedroefd zal blijven, en feitelijk ook wil blijven. In emotioneel opzicht is het verhaal wat Werther betreft afgelopen en voorspelbaar eindigt het in zelfmoord.

Voor Charlotte is de ontmoeting met Werther echter het begin van een geestelijke martelgang. Ze geeft toe een ogenblik te zijn vergeten dat ze zich door een eed aan Albert heeft verplicht. Maar Werther is haar onder de huid gekropen en dat leidt tot een voortdurend ‘schwanken’ van Charlottes gevoelens.

Werther lijdt doordat hij eendimensionaal reageert en dat ook cultiveert. Charlotte lijdt doordat ze in een fuik is gelopen waar ze de rest van haar leven niet meer uitkomt als ze zich conformeert aan de heersende burgerlijke moraal en de eed aan haar moeder gestand wil doen.

De opera begint met het optreden van de Baljuw (Bailli) die de jongere kinderen een Kerstliedje laat instuderen, in de zomer. Hij wordt een beetje op de hak genomen door twee vrienden Johann en Schmidt die zich in hun manier van leven wat minder aan de burgerlijke fatsoensnormen gelegen laten liggen dan de wat stijve weduwnaar. Cheyne Davidson geeft adequaat gestalte aan de Baljuw en het door hem gedirigeerde kinderkoortje klinkt voortreffelijk.

Albert heeft aanvankelijk begrip en geduld voor Charlottes problemen aangaande de compromisloze liefde van Werther voor haar, maar tegen het einde is hij het zat en beveelt Charlotte om zijn pistool aan Werther uit te lenen, wel wetend dat die man zichzelf van kant wil maken.

Dat maakt Albert niet tot een gemakkelijk neer te zetten personage maar Audun Iversen weet hier, ook vocaal, goed raad mee. Mélissa Petit is een opgewekte lieftallige Sophie, na Charlotte de oudste in het gezin en dus ook degene die de zorg voor de jongere kinderen van haar overneemt nadat ze met Albert is getrouwd.

Maar uiteindelijk draait alles om Werther en Charlotte. Flórez zingt in de eerste akte zijn opkomstaria ‘O Nature, pleine de grâce’ op een wijze die goed recht doet aan de schwärmerische tekst die de figuur Werther zo typeert. En zijn vertolking van het bekende ‘Pourquoi me réveiller?’ in de derde akte is ronduit hartverscheurend. Tegenover hem staat Anna Stephany als een prachtige Charlotte. Haar vocale hoogtepunt komt in de derde akte met de briefscène ‘Werther! Qui m’aurait dit..’.

Bij Gürbaca is het altijd even afwachten in hoeverre het libretto herkenbaar gevolgd wordt. Ditmaal houdt ze zich voorbeeldig aan de verhaallijn en veroorlooft zich slechts minimale afwijkingen als daarmee de dynamiek van de handeling wordt vergroot. Het resultaat is een pakkende voorstelling die van begin tot eind emotioneel zeer beladen is. Vaak blijft dat onder de oppervlakte maar in de derde akte zien we Charlotte bij het optuigen van de kerstboom uit pure frustratie een doos ballen kapot stampen. Ze is dan in afwachting van Werther: komt hij met Kerst terug of blijft hij voor altijd weg?

Hij heeft het op verschillende momenten allebei zo laten weten, nu moet blijken welke keuze hij heeft gemaakt. En als hij komt, wat zal er dan gebeuren? Prachtig spel van Stephany en later ook van Flórez als hij haar weerstand eindelijk weet te breken. Werthers lange sterfscène wordt door Flórez grotendeels lopend gespeeld waardoor ook hier veel mogelijkheden tot interactie met Stephany ontstaan.

Het decor van Klaus Grünberg is een overmaats poppenhuis met veel deuren en bewegende panelen. Het biedt doorlopend plaats aan de handeling, zowel binnen als buiten, en op een gegeven moment schuift er weer eens een wandje weg en zien we iemand achter een orgel. Het geheel is eenvoudig en inventief. De kostumering van Silke Willrett is tamelijk eigentijds met regionale accenten, goed verzorgd.

De Philharmonia Zürich staat onder leiding van dirigent Cornelius Meister.

Bejubelde Tsaar Saltan hernomen door de Munt

Tekst: Peter Franken

IThe Tsar’s departure and farewell, by the Russian artist Ivan Bilibin (1905), corresponds to the Introduction to Act 1, and the first movement of Rimsky-Korsakov’s suite from the opera (1903)

In 2019 ging Tsaar Saltan in De Munt in een productie van Dmitri Tcherniakov. Zijn lezing van deze opera van Rimsky Korsakov was een groot succes en werd deze maand hernomen met grotendeels dezelfde cast.

Russische opera’s hebben al gauw de neiging mij wat te irriteren door de veelheid aan repeterende declamatorische zang waarvan wordt beweerd dat het variaties zijn op volksliedjes. Dat mag zo zijn, ik hoor liever wat vloeiender zanglijnen en op dit punt komt de partituur van Tsaar Saltan geheel tegemoet aan mijn wensen. Maar wat mij vooral weet te winnen voor dit werk, dat ik zondag 17 december voor het eerst hoorde, is de rol van het orkest.

In de begeleiding houdt de componist het wat in toom maar in de vele orkestrale passages is het alom goud dat er blinkt. Vooral de bijdragen van de strijkers zijn stuk voor stuk hoogstandjes al wordt ook een groot beroep gedaan op de technische kwaliteiten van de blazers en dan met name de fluiten. De ‘vlucht van de hommel’ is natuurlijk het bekendste voorbeeld maar de partituur biedt de luisteraar nog tal van andere passages om in verrukking te raken. Het orkest van de Munt onder leiding van Timur Zangiev deed het werk van Rimsky Korsakov, de Russische geweldenaar op het gebied van orkestratie, alle eer aan.

Tsaar Saltan is een sprookje waarin verschillende standaardsituaties zijn versmolten tot een nieuw geheel. Het begint met Assepoester en later maken we kennis met een koene held (‘Siegfried’) die zijn macht ontleent aan de hulp van een betoverde zwaan die zich later manifesteert als een ideale echtgenote waar elke held van droomt.

Er tussendoor fietst een verhaal over twee steden. Het rijk van Tsaar Saltan heeft als hoofdstad Tmoetarakan wat in het Nederlands de connotatie ‘rotgat’ heeft. Niet erg vleiend voor een metropool. De held Gvidon sticht een nieuwe stad die als een droombeeld verschijnt aan zeelieden die er over komen opscheppen aan Saltans hof. Binnen de kortste keren wil iedereen naar dat fantastische oord met al zijn wonderen waaronder een eekhoorn die goud spuwt. In de finale vindt een algehele verzoening plaats maar het feitelijke einde is onbestemd.

Gvidon is de zoon van de Tsaar die met zijn moeder als baby in een ton is gestopt en in zee gegooid. Ze spoelen aan op een eiland waar hij opgroeit. Als hij een zwaan redt komt die betoverde vrouw in beeld, je kan het als geoefend sprookjeslezer wel uittekenen allemaal.

Tcherniakov heeft gekozen voor een opzet waarin het sprookje wordt bedacht en verteld door Gvidon. Hij leeft feitelijk in een fantasiewereld en daarin is alles mogelijk, ook een huwelijk met die voormalige zwaan. Therniakov is echter een stap verder gegaan door van Gvidon een zwaar autistische jongeman te maken die alleen met zijn moeder kan communiceren. Ze komen bij aanvang samen het toneel op en moeder vertelt het publiek hoe moeilijk het is om als alleenstaande vrouw te leven met een autistisch kind dat zijn vader nooit heeft gekend.

Zodra het verhaal zijn aanvang neemt zien we die twee, eenvoudig en zelfs een beetje sjofel gekleed, tussen de sprookjespersonages in de meest uitzinnige kostuums, als stripfiguren.

Tenor Bogdan Volkov weet zijn partij vocaal zeer goed te vertolken maar is tevens erg overtuigend als autist, met kenmerkende gebaren, manier van spreken en lopen en op het oog ongecoördineerde lichaamsbuigingen. Wat mij betreft had de regie hem wel iets minder clichématig autistisch mogen neerzetten. Het is per slot van rekening een breed spectrum en het personage dat in een droomwereld leeft en bij het minste of geringste overprikkeld raakt hoeft niet perse ook met alle andere eigenaardigheden behept te zijn.

Naast hem was Svetlana Aksenova een prima zingende en zeer kwetsbare verstoten Tsaritsa. Als haar wereld instort nadat ze te horen heeft gekregen dat de Tsaar haar en haar kind ter dood heeft veroordeeld, louter op basis van een vals bericht, krijgt de muziek plotseling een geheel ander karakter waardoor haar klaagzang je door merg en been gaat. Prachtig gedaan.

Coloratuur sopraan Olga Kulchynska was uitstekend op dreef in haar aria’s als zwaan en prinses, zeer zuiver in de hoogte en met een stem die klonk als een klok. Ze moet er vast wel een glas mee kunnen laten springen.

Ante Jerkunica is de bas die men zich wenst in de rol van Tsaar Saltan. Hij gaat als zachtaardige echtgenoot naar barse heerser, van Gremin naar Hunding zogezegd, en dat ging hem zeer goed af. Ook de overige rollen waren goed tot zeer goed bezet.

Het koor van De Munt speelt in dit werk een belangrijke rol maar doordat Tcherniakov heeft gekozen voor een zeer ondiep toneel, vermoedelijk om de indruk te wekken van een sprookjesboek waarin de personages tot leven komen, zong men vooral vanuit onverwachte plekken: balkons, loges etc. Het klonk er allemaal niet minder om.

Trailer:

Foto’s: ©Monika Forster

Meer sprookjes van Rimsky-Korsakov

In gesprek met Svetlana Aksenova

Le Grand Macabre door La Fura dels Baus is briljant

Tekst: Peter : Peter Franken

György Ligeti schreef Le Grand Macabre in de periode 1974–1977 als opdrachtwerk voor de Koninklijke Opera Stockholm waar het werk in 1978 zijn première beleefde. Het libretto schreef de componist zelf waarbij hij zich baseerde het toneelstuk La Balade du Grand Macabre van Michel de Ghelderode uit 1934. In 1996 werd het werk in een herziene Engelstalige versie heruitgebracht. Deze wordt hieronder besproken.

Het stuk absurdistisch noemen is bijna een eufemisme, de meest ongerijmde scabreuze scènes volgen elkaar op in duizelingwekkende vaart. Centrale personages zijn de dood in de persoon van Nekrotzar die verderf komt zaaien en bij het einde teleurgesteld is dat er nog mensen in leven zijn gebleven. Verder de door hem tot slaaf gemaakte Piet the Pot, het oversekste liefdespaar Amanda en Amando, de sadistische Mescalina en haar echtgenoot de astronoom Astramadors, Prince Go-Go en natuurlijk de chef van de geheime politie Gepopo die gezongen wordt door een coloratuursopraan die tevens de rol van Venus vervult. Dit is een van de lijfstukken van Barbara Hannigan.

Barbara Hannigan in 2011:

In de eerste scène maken we kennis met Piet the Pot die plotseling bezoek krijgt van Nekrotzor die het einde van de wereld aankondigt. Tussendoor is het koppel Amanda en Amando bij voortduring bezig met het enige waarvoor ze lijken te willen leven: seks. Dat is ook het leidmotief van de volgende scène die draait om de SM-relatie van haaibaai Mescalina en haar man de astronoom Astradamors. Als ze zich beklaagt over te weinig weerwerk regelt de net opgedoken Venus (bij een astronoom is alles mogelijk) een nieuwe groot geschapen minnaar. Dat blijkt Nekrotzar te zijn en Mescalina overleeft de daarop volgende geslachtsdaad niet.

Daarna verplaatst de handeling zich naar het paleis van Prins Go-Go die zich op zijn kop laat zitten door twee ministers: de White and Black Minister, die tussendoor ook elkaar het leven zuur maken. De chef van de geheime Dienst Gepopo komt verslag doen van dreigende ontwikkelingen in het land. Vervolgens verzamelen de meeste personages zich en is er een ruig feest in afwachting van de beloofde apocalyps. Die blijft echter uit en men vraagt zich in gemoede af of men nu dood is of nog steeds leeft. Ook Nekrotzar kan aanvankelijk niet geloven dat zijn missie is mislukt. Hij krimpt zienderogen en verdwijnt in het niets. In een gezamenlijk slot, vergelijkbaar met het einde van A rakes progress, zingen de protagonisten dat je vooral moet genieten van het leven zonder te tobben over een naderend einde. Uiteindelijk gaat iedereen een keer dood, dus wat zal het.

La Fura dels Baus staat bekend om producties die stuk voor stuk technische hoogstandjes zijn. Van een voorstelling in het Gran Teatre de Liceu is door ArtHaus een opname op Blu-ray uitgebracht en bij het afspelen daarvan keek in mijn ogen uit. Het is absoluut briljant wat decorontwerper Alfons Flores heeft gecreëerd. En dat het ‘werkt’ komt mede door de prachtige kostuums van Lluc Castels, de videoprojecties van Franc Aleu en de belichting van Peter van Praet. Alex Ollé en Valentina Carrasco hebben zich volledig kunnen concentreren op het regieconcept.

We zien een reusachtig beeld van een naakte vrouw in een wat verwrongen kruiphouding alsof ze zich ergens onmachtig naar toe probeert te slepen. Haar borsten rusten op de toneelvloer en een van de tepels blijkt als deurtje te kunnen fungeren. Amando en Amanda trekken zich via die opening terug omdat ze zich teveel door hun omgeving gestoord voelen.

Op een gegeven moment verandert het beeld in een zeer gedetailleerd skelet, kwestie van projectie en belichting. Of toch niet, het lijkt net zo echt als dat beeld. Daarna draait het om en kijken we naar het achterwerk waarbij niet geheel verrassend, gelet op de teksten die worden gedebiteerd, de bilspleet wordt gebruikt als toneelopening. Maar soms opent zich de gehele bilpartij en is er een compleet interieur te zien.

Foto van de première van het toneelstuk

Hoewel ik inmiddels aardig vertrouwd ben met 20e eeuwse muziek in de opera bevind ik me bij het beluisteren van Le Grand Macabre nog steeds behoorlijk buiten mijn comfort zone. Het is vooral theater, zeer absurdistisch en onderhoudend. Niets ten nadele van alle uitvoerenden met inbegrip van het orkest onder leiding van Michael Boder, maar de muziek neem ik maar op de koop toe.

We zien op deze opname Chris Merritt als Piet the Pot, Werner van Mechelen als Nekrotzar, Frode Olsen als Astramadors en Francisco Vas als Prince Go-Go in de belangrijkste mannenrollen. De vrouwen worden vertolkt door Ning Liang (Mescalina), Inés Moraleda (Amando), Ana Puche (Amanda) en Barbara Hanningan (Venus). Hannigan is natuurlijk ook van de partij als Gepopo, geweldig leuk om te zien. Tenslotte Francisco Vas en Simon Butteriss als respectievelijk de White en de Black Minister.

De complete productie:

Eindelijk een scenisch pakkende Francesca op dvd

Tekst: Peter Franken

Francesca da Rimini door Dante Gabriel Rosetti (1855)

Riccardo Zandonai (1883-1944) schreef meer dan tien opera’s waarvan alleen Francesca da Rimini enige bekendheid geniet. De opera ging in 1914 in première en heeft sindsdien een leven in de luwte geleid. Zijn librettist Tito Ricordi baseerde zich op een toneelstuk van Gabriele d’Annunzio waarbij hij zich vooral concentreerde op de liefdesaffaire van de protagonisten.

Het verhaal van Francesca da Polenta en Paolo Malatesta is gebaseerd op personages uit de 13e eeuw. Paolo, bijgenaamd Il bello, wordt naar Francesca gestuurd als huwelijksmakelaar voor zijn oudere broer, de weinig aantrekkelijke manke Giovanni. De twee worden op slag verliefd en beginnen een affaire. Ze worden echter ontmaskerd door Malatestino, de jongste broer van het stel en die zorgt ervoor dat Giovanni het koppel in flagrante weet te betrappen. Beiden worden samen aan het zwaard geregen en sterven in hun laatste omhelzing.

Francesca wordt wel de Italiaanse Tristan genoemd. Ook hier de aantrekkelijke jonge man die een bruid moet werven voor een onaantrekkelijke partij. Giovanni in de rol van Marke en Malatestino als Melot. Belangrijk verschil is echter dat Francesca willens en wetens in de waan wordt gebracht en gelaten dat ze daadwerkelijk met Paolo gaat trouwen. Ze wordt glashard door beide families bedrogen, met inbegrip van Paolo.

I

n het drieluik dat Christof Loy voor Deutsche Oper Berlin maakte over eigenzinnige vrouwen in opera’s van begin vorige eeuw heeft hij Francesca een plaats gegeven naast Els (der Schatzgräber) en Heliane (Das Wunder der Heliane). Daarbij heeft Loy zich laten leiden door de gedachte dat een mannetjesputter als d’Annunzio geen middeleeuwse zwijmelpartij met fatale afloop voor ogen heeft gestaan toen hij de zoveelste bewerking van dit verhaal schreef.

We kunnen het de auteur niet meer vragen maar voor Loy was het aanleiding om Francesca neer te zetten als een zelfbewuste manipulatieve vrouw die niet door het leven wenst te gaan als willoos slachtoffer van een complot. Het kale feit dat haar familie zijn toevlucht nam tot dit bedrog geeft al aan dat ze een sterke wil heeft en met geen mogelijkheid te bewegen was geweest tot een huwelijk met Giovanni.

We zien Paolo en Francesca samen, op slag verliefd. Ze geeft hem een roos, ze kussen elkaar en zij tekent ongezien het contract dat haar wordt voorgehouden. Vervolgens wordt dit aan Giovanni voorgelegd, die ook op het toneel aanwezig is.

Bariton Ivan Inverardi is een grote zwaargebouwde man en oogt middelbaar. Met zijn lange haar en slecht zittend pak zet Loy hem neer als maffia capo. Dus niet mank maar gewoon onaantrekkelijk voor de mooi jonge Francesca. Dat valt des te meer op doordat verder iedereen er tip top bijloopt in maatkostuums en strakke jurken.

De proloog loopt direct over in de oorlogsscène waarbij Francesca Paolo op een soort zelfmoordmissie stuurt, als boetedoening voor zijn bedrog. Hier zien we weer een overeenkomst met Tristan, die door Isolde op het matje wordt geroepen omdat de rekening tussen hen beiden nog niet vereffend is. Maar ze drinken uit hetzelfde glas waarmee hun liefde feitelijk bevestigd wordt.

Voor Francesca is dat echter niet genoeg, ze wil dat alle broers haar schoothondje worden. Na Giovanni laat ze ook de jongste broer Malatestino uit datzelfde glas drinken. Met list en bedrog is ze deze Malatesta familie binnengehaald, nu zijn ze alle drie verliefd op haar en heeft ze de vernedering kunnen afschudden.

Tussen Paolo en Francesca gaat het er hevig aan toe, eigentijds en niet met alleen maar smachtende blikken en machteloze gebaren. Pech is dat de jonge Malatestino het in de gaten krijgt en jaloers als hij is op Paolo probeert hij Francesca uit haar tent te lokken. Ze heeft dat weliswaar door maar gaat er te vrij mee om. In deze scène is er opvallend veel fysiek contact tussen die twee. Malatestino voelt zich als een kleine jongen behandeld en ‘gaat het zeggen’.

Loy’s regie heeft er een pakkende voorstelling van gemaakt die Francesca toont in een ongebruikelijke vierhoeksverhouding met fatale afloop, niet in de laatste plaats door haar eigen toedoen. En dat maakt de uitgebrachte Blu-ray tot iets bijzonders, een absolute aanrader.

De cast is goed verzorgd, over de volle breedte. Van de hofdames en de intriganten tot de drie broers Malatesta en hun gemeenschappelijk liefdesobject Francesca. Malatestino heeft een betrekkelijk kleine rol maar tenor Charles Workman laat hem door zijn overtuigende vertolking veel groter lijken dan hij is. Zowel tegenover Francesca als Giovanni laat hij duidelijk blijken hen een slag voor te zijn en dus niets te vrezen heeft, hoe onaangenaam zijn gedrag ook mag wezen.

Ivan Inverardi als Giovanni is een overtuigende potentaat. Zijn zang is dienovereenkomstig, overheersend en bedreigend zonder ook maar ergens zichzelf te overschreeuwen.

Het liefdespaar komt voor rekening van de nieuwe coryfee Jonathan Tetelman en de gelauwerde Sarah Jakubiak die eerder ook Heliane voor Loy vertolkte. Tetelman is een knappe keren, ideaal voor Paolo il Bello, en hij zingt de sterren van de hemel.

Een geweldige tenor en mooie aanwinst. Jakubiak draagt de voorstelling, er is vrijwel geen scène waarin ze niet op het toneel te vinden is. Ze geeft zich helemaal en het resultaat is indrukwekkend. Uitstekend gezongen en geweldig geacteerd.

Carlo Rizzi heeft de muzikale leiding. Koor en orkest van DOB. Uitgebracht op Naxos.

Making of:

Fotomateriaal: © Monika Rittershaus

De grote Oliemans show is terug in Amsterdam

Tekst:Peter Franken

Hoewel er sinds de première in 2012 al meerdere reprises waren geweest werd de openingsvoorstelling van Simon MacBurney’s productie van Die Zauberflöte op 1 december bij De Nationale Opera gevierd als een echte première, compleet met het verschijnen van het productieteam op het toneel na afloop. Het gaf een extra feestelijk tintje aan deze geweldige theateravond waarin de Papageno van Thomas Oliemans de absolute hoofdrol vervulde.

Dat ligt niet alleen aan diens kwaliteiten als zanger en acteur maar ook aan de keuzes die MacBurney in zijn benadering van dit prachtige muziekstuk met zwaar gedateerde verhaallijn heeft gemaakt. Emanuel Schikaneder schreef in 1791 het libretto en had als doelgroep zijn gebruikelijke publiek voor ogen. Het stuk valt in de categorie Vaudeville en is bestemd voor een volkstheater waarin hartelijk gelachen mag worden tijdens de voorstelling. Door dat als uitgangspunt te nemen kom je als vanzelf terecht bij het enige personage dat echt leuk uit de hoek kan komen: Papageno.

Eigenlijk is het verhaal gewoon een fantasy, om in hedendaagse termen te spreken, waarin een komisch duo op zoek gaat naar iets of iemand. De zoektocht betreft hier een gegijzelde prinses, de opdrachtgever is een enge dame die angstaanjagend zingt. Het wat vulgaire aspect van de verwerkte humor vinden we in het gebruik van de ‘wapens’ die het duo in staat moeten stellen hun queeste tot een goed einde te brengen: een toverfluit plus een klokkenspel.

Vervang de vraag ‘Wo sind wir’ door ‘Are we there yet’ en je ziet het verband met Shrek en zijn sprekende ezel. Maar Schikaneder wijkt af van het geijkte pad door Tamino en Papageno elkaar direct kwijt te laten raken. Zodoende concentreert de handeling zich op Papageno die ook nog eens bijna als eerste de prinses mag kussen. Bij MacBurney scheelt dat maar een haartje: als je maar lang genoeg ‘Bei Männern welche Liebe fühlen’ zingt gaat dan vanzelf. Tamino blijft zodoende nog meer dan gebruikelijk een wat fletse bijfiguur. Papageno rules en Thomas Oliemans draagt dat breed uit: de grote Oliemans show.

Hij is al sinds 2012 met deze rol getrouwd (sorry Laura) en heeft er de operawereld mee veroverd, recent nog de Met. Het komisch aspect weet hij volledig uit te buiten zonder dat het doorschiet naar ‘theater van de lach’ en door hem in plaats van het klokkenspel, dat gewoon aan de rand van het podium blijft staan, een keukentrapje als rekwisiet mee te geven wordt een bij vlagen hilarisch effect gerealiseerd. Voeg daaraan toe zijn welluidende bariton en je hebt ‘the full package’. Bravo Thomas.

De inbreng van de overige solisten is vooral muzikaal. Pamina werd aandoenlijk gevoelig vertolkt door sopraan Ying Fang, inmiddels een vaste waarde bij DNO en wat mij betreft mag dat nog lang zo blijven.

Coloratuursopraan Ranielle Kraus excelleerde vooral in haar tweede aria ‘Der Hölle Rache’ waarin ze ook als actrice flink aan de bak moest. Het leverde haar een verdiende ovatie op.

De Tamino van Mingjie Lei was goed verzorgd, een genoegen om naar te luisteren.

Christof Fischesser als Sarastro wist vooral indruk op me te maken door zijn uiterlijk voorkomen. Hij zette precies die dubieuze potentaat neer die mij in dit stuk altijd voor ogen staat. Zijn zang vond ik adequaat. Mooie rolinvulling door de Drei Damen en Drei Knaben en Laetitia Gerards mocht op het einde nog even het PaPaPa duet met Thomas komen zingen, leuk gedaan.

Het koor van DNO heeft in Die Zauberflöte een belangrijke ondersteunende rol waarbij de mannen ook nog eens regelmatig moeten figureren als Saratro’s slaafse aanhang. Niet te verwarren met de echte slaven in zijn paradijs die aangevoerd worden door Monostatos. MacBurney heeft van hem een kantoorfrik gemaakt die zich gaandeweg steeds losser begint te gedragen en eindigt als ongeschoren hippie. Daarmee haalt hij de angel uit het racistische karakter van dit personage. Lucas van Lierop maakte er iets moois van.

Riccardo Minasi neemt met enkele zangers passages uit ‘Die Zauberflöte’ door.
Beeld Melle Meivogel © Trouw

Het Nederlands Kamerorkest stond onder leiding van Riccardo Minasi die hiermee een lacune wist te dichten in zijn Mozart dirigaten. Tijdens een kort intermezzo kreeg hij even een viool aangereikt en speelde daarop een paar maten als Stehgeiger terwijl het orkest hem licht swingend volgde. Het was een van die momenten waaruit kon worden opgemaakt hoezeer het orkest met de handeling op het toneel tot een geheel was gesmeed. En zo hoort het ook in een Vaudeville voorstelling zal Schikaneder gedacht hebben. En de twee oude heren Stadler en Waldorf in de moderne versie van dit genre zouden hem zijn bijgevallen.

Maar toch, we kunnen niet volledig uitsluiten dat Schikaner en Mozart er indertijd een boodschap in hebben willen leggen, zij het zeer verhuld. Als we al die opgeblazen teksten gewoon voor kennisgeving aannemen evenals de symboliek en het geneuzel over Isis en Osisris, dan blijf er nog iets over dat een aanknopingspunt biedt. Helemaal op het einde zingt Sarastro: ‘Die Strahlen der Sonne vertreiben die Nacht, zernichten der Heuchler erschlichene Macht’.

Het is zeer wel mogelijk dat hier wordt gedoeld op de totalitaire christelijke maatschappij die dusdanig is gecorrumpeerd dat er onbeschrijfelijk veel leed over de mensheid is uitgestort en de geestelijke ontwikkeling van de mens vrijwel geen vooruitgang meer laat zien. De huichelarij heeft de macht gegrepen en de wereld in duisternis gestort. De ‘nacht’ die over ons is neergedaald wordt verdreven door een nieuwe dag waarin de mens weer vrij is om eigenstandig te denken en te handelen. Het christendom is een ‘bijgeloof’, een door de mens bedachte ideologie die moet worden afgeschud. Als dat inderdaad de bedoeling is geweest dan is voorstelbaar dat die boodschap behoorlijk cryptisch is verpakt.

Maar dit geheel terzijde natuurlijk.


Thomas Oliemans over Die Zauberflöte bij DNO




Die Zauberflöte: discografie







Opera Zuid brengt moderne versie van Mozarts Schauspieldirektor

Tekst: Peter Franken

Der Schauspieldirektor is een kort komisch Singspiel dat op 7 februari 1786 voor het eerst werd opgevoerd in de Orangerie van Paleis Schönbrunn. De gelegenheid was een lunch die keizer Joseph gaf voor 80 genodigden. Zodoende had het werkje van meet af aan het karakter van een stuk dat bestemd was voor tussen de schuifdeuren. Bij diezelfde gelegenheid had Salieri’s Prima la musica e poi le parole première, eveneens een korte eenakter. De keizer wilde meer aandacht voor het Duitse Singspiel genereren maar het publiek reageerde vooral ten faveure van Salieri’s Italiaanse creatie.

Der Schauspieldirektor bevat vijf stukken muziek: een ouverture, arietta, rondo, terzet en vaudeville; bij elkaar ongeveer 25 minuten. Het werkje leunt dan ook zwaar op de gesproken teksten en die waren duidelijk toegesneden op de toenmalige actualiteit. Het is dus voor elk gezelschap dat dit Singspiel vandaag de dag programmeert zaak om hier flink de stofkam doorheen te halen. Dat kan een pakkende eenakter van een uurtje opleveren. En net als bij de keizer thuis zou daar dan die Prima la musica van Salieri tegenover gezet kunnen worden voor een avondvullend programma. Waarschijnlijk werd dat te kostbaar want Opera Zuid heeft in plaats van voor die oplossing te kiezen het Singspiel naar eigen inzicht geactualiseerd en uitgebreid met nog eens ongeveer 20 minuten muziek uit andere Mozart opera’s.

Hiertoe is geput uit Cosi fan tutte, Le nozze di Figaro en Die Zauberflöte. Verder is er een tenoraria te horen die ik niet kon plaatsen. Tussendoor wordt het geheel aan elkaar gepraat in een format dat meerdere lagen heeft. Je kijkt aanvankelijk naar een auditie. Dat blijkt vervolgens een repetitie te zijn voor een stuk over een auditie.

Als het vervolgens pauze is en de spelers achter de coulissen zich vertreden en met elkaar praten vindt er opnieuw een onderbreking door de toneelregie plaats waaruit blijkt dat we kijken naar de repetitie van een voorstelling die gaat over een repetitie van een auditie voor een opera. Niet geheel onverwacht krijgen de spelers in dit ‘matroesjkadrama’ meerdere identiteiten en namen. Het is aardig bedacht maar wordt al gauw een theatraal handigheidje.

Tijdens de pauze in de repetitie voor een auditie probeert de tenor die Herr Vogelsang vertolkt om Mademoiselle Silberklang te versieren. Inmiddels zijn het acteurs in de tweede laag die spelen dat ze zichzelf spelen.

Goed beschouwd lukte dat alleen Kristina Bitenc die geheel naturel zat te praten zoals ik haar bij eerdere gelegenheden al wel eens heb gesproken. Voeg dit bij haar stimmliche Silberklang vertolking en je hebt de echte prima donna van de avond. Ik heb van haar genoten.

Madame Herz kwam voor rekening van Chelsea Bonagura die een geweldige entree had als de Roemeense sopraan Angela, door de Schauspieldirektor gemakshalve aangeduid als Madame Ceauscescu. Bonagura wist goed raad met haar door Madame Herz gezongen arietta ‘Da schlägt die Abschiedsstunde’. En in het Eifersuchtduet ‘Ich bin die erste Sängering’ met Bitenc dreven ze elkaar steeds verder de hoogte in. Hilarisch nummer, het muzikale hoogtepunt van het werkje.

De vocale bijdragen van Marc Pantus als Buff en Mitch Raemakers als Herr Vogelsang bleven hier wel wat bij achter. Ook het koppel dat het PaPaPaPa duetje mocht voorzingen kwam niet verder dan tijdvulling. En dat was een beetje de makke van deze productie: er moest teveel tijd worden gerekt om tot ongeveer anderhalf uur te komen. Het is dat men Thomas Allen had weten te strikken voor de titelrol, anders was het een moeizame avond geworden.

De bijna 80-jarige Allen is natuurlijk een fenomeen, een van de grote baritons van yesteryear. Het is eigenlijk treurig dat hij hier uitsluitend mag spreken en de scène waarin hij lamenteert over het feit dat hij niet kan zingen is onbedoeld schrijnend: goed beschouwd is hij geen (echte) zanger meer en nu dus aangewezen op acteren.

Terwijl het toneel steeds donkerder wordt komen Pantus, Bonagura en Bitenc hem troosten met een gevoelige trio: Fiordiligi en Dorabella die roerend afscheid nemen van hun lovers terwijl Don Alfonso schijnheilig meezingt. Het was het mooiste moment van de avond.

So far so good. Waar ik teveel moeite mee had was de kwaliteit van de gedebiteerde teksten en de wijze waarop die werden voorgedragen. Dat kwam helaas vaak niet verder dan het niveau van amateurtoneel. Als je wel eens kijkt naar comedy op tv, zelf ben ik fan van ‘The big bang theory’, dan valt op dat grappen meestal heel terloops worden gemaakt. Dus niet minutenlang uitmelken, als iemand het heeft gemist heeft hij pech gehad.

Een goed voorbeeld van hoe het in mijn beleving niet moet is de grap die wordt gemaakt over een controversiële Lohengrin regie in Salzburg. Die in een wasserette, ja met 200 wasmachines, het was geweldig. Als oneliner is dat zeer geslaagd, als onderdeel van een tenen krommende scène over dat vermaledijde regietheater is het niet meer dan ongemakkelijke tijdvulling. En dat is naar mijn smaak teveel het geval in deze Schauspieldirektor.

In de bak zat de Phiharmoniezuid. Enrico Delamboye had de muzikale leiding.
Op zich wel een aardige voorstelling maar er had meer ingezeten.

Behind the scenes:

Christopher Gillett vertelt over Der Schauspieldirektor – Opera Zuid

trailer:

https://vimeo.com/884122026/0d1ced240f?share=copy

Fotomateriaal: © Joost Milde, Opera Zuid

Zeer geslaagde Siberia uit Bregenz uitgebracht op Bluray

Tekst: Peter Franken

Het succes van Fedora uit 1898 met zijn Russische verhaallijn bracht Giordano ertoe opnieuw een werk in die setting te schrijven. Dat werd Siberia op een libretto van Luigi Illica. De opera had in 1903 première in La Scala en was gedurende een tiental jaren redelijk succesvol. Daarna raakte het werk in de vergetelheid. In 2022 stond er een nieuwe productie van Siberia op het programma in Bregenz. De regie was in handen van Vasily Barkhatov en een opname van de première is door Unitel uitgebracht op Bluray.

Schijnexecutie van de Petrasjevtsy, illustratie uit ‘Dostojevski’, Leonid Grossman (1963)

De handeling speelt zich grotendeels af in een strafkamp in Siberië en haalt zijn inspiratie uit Dostojevski’s Aantekeningen uit het dodenhuis, vooral bekend van Janaceks opera. De eerste akte is feitelijk een theatraal vehikel dat ten doel heeft de protagonisten vanuit Sint Petersburg in Siberië te krijgen. Giordano maakte het zijn librettist Illica volstrekt duidelijk. Hij wilde geen historische opera met aandacht voor ‘actuele zaken’ als Socialisme, Nihilisme en Antiklerikalisme maar gewone romantiek: een vrouw tussen twee mannen. Het strafkamp was niet meer dan de hardvochtige sociale omgeving waarin de heldin ten onder zou gaan, zoals Violetta in de ‘woestijn die Parijs werd genoemd’.

Het draait om Stephana, een vrouw die als jong meisje is ontdekt door Gléby die haar eerste minnaar werd en haar vervolgens omvormde tot een verdienmodel. Dat heeft succes gehad, ze woont in een huis dat haar geschonken is door Vorst Alexis; vele welgestelde minnaars zijn hem voorgegaan. Maar Stephana gaat incognito de stad in en de jonge officier Vassili wordt op slag verliefd op dit onschuldige meisje dat de kost verdient met borduurwerk. Als hij toevallig in Stephana’s huis komt om zijn peetmoeder te begroeten loopt alles mis. Deze Nikona is in dienst van Stephana en door een ongelukkig toeval bevinden zich ook Gléby, Alexis en zijn gevolg aldaar. Vassili doodt Alexis, wordt veroordeeld en Stephana reist hem na als ‘vrijwillig gedetineerde’.

Als Gléby ook in dat kamp opduikt zijn de rapen gaar. Hij wil zijn vroegere protégée meenemen, kent een ontsnappingsroute. Als ze weigert maakt hij ten overstaan van de gevangenen alles bekend over haar verleden als courtisane, tot verbijstering van Vassili. Ze geeft echter geen krimp, beschuldigt hem op zijn beurt van bedrog en uitbuiting. Als ze met Vassili wil ontsnappen via de route die Gléby heeft aangegeven, slaat deze alarm. Stephana wordt neergeschoten en sterft in de armen van haar geliefde.

Barkhatov maakt geen gebruik van live videobeelden, bless him. Maar helemaal zonder filmbeelden bleek toch een brug te ver in een hedendaagse productie. Het verhaal wordt omlijst door een raamvertelling waarin een oude vrouw begin jaren ’90 op zoek gaat naar het verleden van haar familie. Ze reist van Petersburg naar Siberië en als ze de plek heeft gevonden waar ooit het strafkamp stond waar haar ouders zijn omgekomen, strooit ze daar de as uit van haar overleden broer. Die urn heeft ze de hele tijd in haar arm geklemd, ze laat hem geen moment uit het oog. De plek in kwestie is nu een eenvoudige kinderspeelplaats tussen typische ‘oostblok’ woonflats. Het lijkt een verwijzing naar de situatie is Berlijn waar zich een kinderspeelplaats bevindt boven de  vroegere Führerbunker, omringd door DDR Plattenbau. 

Het decor van de eerste akte wordt met schuifwanden en andere kleine aanpassingen geschikt gemaakt voor de twee volgende. Om die raamvertelling een plek in het geheel te geven speelt akte 2 zich niet af op een treinstation maar in een archief. De oude vrouw mag daar op zoek gaan naar haar familie. Om het niet moeilijker te maken dan strikt noodzakelijk krijgt ze en passant de tekst van ‘la fanciulla’ te zingen, een meisje dat in het vervolg van het verhaal geen rol meer speelt. De kostumering is een beetje onbestemd maar uit de film kunnen we afleiden dat die vrouw een jaar of tachtig is. Barkhatov laat haar geboren worden in het strafkamp evenals een wat ouder broertje. Daarmee situeert hij de handeling in de nadagen van het tsaristische Rusland.

Dat Stephana haar Vassili louter en alleen uit liefde nareist om het leven in een strafkamp met hem te delen wordt door Barkhatov met een korreltje zout genomen. Hij toont haar hoogzwanger op dat treinstation ergens in Siberië waar ze een kapitein geld geeft in ruil voor informatie over Vassili’s eindbestemming. Ze heeft haar rijke leven vaarwel gezegd en ‘alles’ aan de armen gegeven maar voldoende contant geld meegenomen om te kunnen overleven.

Het kampleven wordt treffend weergegeven maar geweldsexcessen blijven nadrukkelijk achterwege, het moest immers een romantische opera zijn? De muziek is heel herkenbaar voor de luisteraar die bekend is met Chénier en Fedora. Een beklijvende hit ontbreekt maar het werk kent meerdere fraaie monologen en duetten. In de tweede en derde akte wordt veelvuldig geciteerd uit het lied van de Volgaslepers, een Russische traditional.

De Canadese sopraan Ambur Braid geeft schitterend gestalte aan de gedoemde heldin die zoals zo vaak haar verleden niet kan ontlopen. Ze acteert zeer geloofwaardig en haar zang is van begin tot eind op hoog niveau. In de eerste akte is ze nog een roekeloze verliefde vrouw die tot haar ontzetting alles in duigen ziet vallen. Maar door zich ‘te bekeren’ tot de echte liefde en Vassili na te reizen om zijn lot te delen, transformeert ze in een powerhouse dat Gléby overtuigend van repliek dient en de sympathie van haar medegevangenen weet te verwerven.

Tenor Alexander Mikhailov zet een solide Vassili neer, uitstekend gecast door Barkhatov die hem kort daarna ook een rol gaf in zijn productie van Charodéyka in Frankfurt. In die opera zong hij Prins Yuri die het enige liefdesduet van het werk voor zijn rekening neemt. Weliswaar met zijn moeder, maar toch. In Siberia is hij een goed acterende lover die na een kort moment van ontzetting de situatie toch weer weet te accepteren, zowel in de confrontatie met Prins Alexis als met Gléby.

De Gléby van Scott Hendricks is gemaakt charmant en manipulatief in de eerste akte, rancuneus in de derde. Enge man, mooi gedaan. In de kleinere rollen vallen vooral Frederika Brillembourg als een bezorgde Nikona en Omer Kobiljak als de onfortuinlijke Alexis op. De rol van de oude vrouw die ook nog even zingt komt voor rekening van Clarry Bartha.

De muzikale leiding van Valentin Uryupin completeert het succes. Hij dirigeert de Wiener Symphoniker en het Praags Philharmonisch Koor. Een echte aanwinst de opname.

Trailer van de productie:

https://www.youtube.com/watch?v=NmLIPo3DvYQ

Fotomateriial : © Karl Forstner/ Bregenzer Festspiele