cd/dvd recensies

Franz Schreker: De Gezeichneten. Discografie

schreker-1918

Alviano: foto uit de première in Frankfurt 1918 via Green Integer Blog

Het idee kwam van Zemlinsky: hij wilde een opera maken over een lelijke man en het libretto bestelde hij bij Schreker. Eenmaal klaar met zijn werk viel het Schreker zwaar om afstand te doen van zijn tekst. Gelukkig zag Zemlinsky van de opera af en zo sloeg Schreker zelf aan het componeren.

Net als Der Ferne Klang, gaat ook De Gezeichneten over de zoektocht naar de onbereikbare idealen. Alviano, een mismaakte rijke edelman uit Genua droomt van schoonheid en volmaaktheid. Op een eiland laat hij “Elysium” bouwen, een plek waar hij zijn idealen hoopt te verwezenlijken. Wat hij niet weet, is dat de edelen zijn eiland misbruiken: zij houden zich er bezig met orgieën, verkrachtingen en zelfs met moorden.

De titel van de opera is dubbelzinnig. Niet alleen zijn de hoofdpersonen ‘getekend’ (Alviano door zijn monsterlijke uiterlijk en Carlotta door een dodelijke ziekte), ook maakt Carlotta een tekening van Alviano, waarin zij zijn ziel probeert te vangen

CD’S

EDO DE WAART 1990

schreker-vara

Deze prachtige opera, rijk aan duizenden kleuren en zwoele klanken (luister alleen maar naar de ouverture, kippenvel!) wordt de laatste tijd steeds vaker op de planken gebracht. In 1990 werd het  werk onder leiding van Edo de Waart in de Matinee uitgevoerd, met een lelijk zingende, maar zeer betrokken en daardoor zeer kwetsbare William Cochran als Alviano en een fenomenale Marilyn Schmiege als Carlotta (Marco Polo 8.223328-330).


LOTHAR ZAGROSEK 1994

schreker-decca

In 1994 heeft Decca (4444422)  De Gezeichneten in de serie ‘Entartete Musik’ opgenomen. Hier ben ik niet zo gecharmeerd van, noch van het orkest, noch van de solisten, maar het is in ieder geval helemaal compleet.


WINFRIED ZILLIG 1966

schreker-walhall

Ik ben niet kapot van Helmut Krebs in de hoofdrol van Alviano: zijn timbre is weliswaar mooi, maar zijn hoogte is geknepen. De rollen van Carlotta en de sadistische verleider Tamare zijn door het echtpaar Evelyn Lear en Thomas Stewart perfect bezet.

De Amerikaanse bariton Stewart was in die tijd een zeer gevierde Wagnerzanger, beroemd om zijn Wotans en Amfortassen. Lear werd vaak vergeleken met Elisabeth Schwarzkopf, zelf vind ik haar manier van zingen natuurlijker en aangenamer. Haar prachtige verschijning maakte haar een ideale Carlotta, het is jammer dat wij er geen beelden van hebben. Het is echter de prachtige bas Franz Cras die de opname domineert in zijn rol van hertog Adorno.

Het geluid vind ik aanvankelijk aan de povere kant, maar het lijkt beter te worden naarmate de opera vordert. Het kan natuurlijk ook dat je eraan went. Het Noord-Duitse radio-orkest onder Winfried Zillig vind ik niet echt geweldig. Ik mis de zinnelijkheid, maar het kan ook aan de opname liggen.

De partituur is, zoals toen gebruikelijk was, behoorlijk ingekort. Jammer, maar het is niettemin een zonder meer bijzonder belangrijke uitgave! (Walhall WLCD 0376)


FRANZ SCHREKER 1928 (fragmenten)

schreker-eigen

Op een box met drie cd’s (Symposium 1271/1272/1273) waarop Schreker te bewonderen valt als dirigent van onder meer zijn eigen werk, staan ook een paar fragmenten uit Die Gezeichneten, opgenomen in 1928, met zijn vrouw Maria in de rol van Carlotta.

schreker_wife

Franz en Maria Schreker

DVD:

LEHNHOFF/NAGANO 2005

schreker-dvd1

In 2005 werd in Salzburg een alom bejubelde productie van Nikolaus Lehnhoff live opgenomen en op DVD (EuroArts 2055298) uitgebracht. Persoonlijk ben ik er niet onverdeeld enthousiast over, al moet ik toegeven dat het allemaal zeer spectaculair en zeer spannend is geënsceneerd.

Om te beginnen vind ik het decor (het liggende lichaam van een dode vrouw, het hoofd gescheiden van de romp, waarover volop gewandeld word) te nadrukkelijk aanwezig en beladen met goedkope en overbodige symboliek. Ook de eindscène vind ik getuigen van slechte smaak: tegenwoordig heb je heel wat meer nodig dan ontvoerde jonge maagden om te choqueren, dus Lehnhoff laat ze nadrukkelijk jong zijn. Deze maagden, inclusief Ginevra Scotti, zijn niet ouder dan 10 jaar oud, het antwoord van de regisseur heet dus pedofilie. Ja, dat komt inderdaad schokkend over, maar was het nodig? Daar ben ik niet zo zeker van.

Maar in vergelijking met de afschuwelijk platte enscenering van Kušej bij De Nederlandse Opera (gelukkig niet opgenomen, wat wel zonde is van de geweldig goede hoofdrol van Gabriel Sadè) is Lehnhoff natuurlijk een held.

Dus toch maar Lehnhoff aanschaffen, want er valt ontegenzeggelijk veel te genieten. Ten eerste is er de muziek zelf, prachtig en zeer erotisch gespeeld door het Berlijnse Deutsches Symphonie-Orchester onder leiding van Kent Nagano. De beelden zijn mooi, de kleuren (met overheersend diep blauw) zijn mooi en de zangers/acteurs, gestileerd naar hedendaagse sterren als Johnny Depp en Tom Cruise, zijn mooi – alles tenslotte draait hier om de uiterlijke schoonheid, en dat weet Lehnhoff met zijn team mooi te benadrukken.

Robert Brubakker is een aandoenlijke Alviano, en al snap ik niet helemaal waarom hij in het begin in vrouwelijke kleren wordt gestoken – indrukwekkend is het wel. Anne Schwanewilms is een mooie, koele Carlotta, en Michael Volle overtuigt als de viriele graaf Tamare.

Trailer van de opname:

Scènes met Robert Brubakker:

De bedwelmende klank van Franz Schreker

DER SCHATZGRÄBER: Amsterdam september 2012

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

DER FERNE KLANG

SCHÖNE WELT. Anne Schwanewilms

‘Zij was toch de mijne, of was zij het niet’?

Monna Vanna van Rachmaninoff: what a beauty!

 monna

Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er vier gecomponeerd. Eenakters, dat wel. En echt succesvol waren ze geen van allen, op Aleko na. Waarom? Geen idee. Ik vind ze mooi. Voornamelijk The Miserly Knight, een heerlijk operaatje, gebaseerd op een tekst van Poesjkin en met veel Wagner-invloeden.

Als er niet een misverstand, een ongeluk of gewoon een dom vergeten in het spel was geweest, dan hadden we wellicht ook een lange opera van de Russische maestro gehad. Monna Vanna, naar het toneelstuk van Maeterlinck, was al best ver gevorderd toen het Rachmaninoff te binnen schoot dat hij vergeten was de rechten bij de schrijver aan te vragen. Te laat! De rechten waren verkocht aan Henry Février en die gaf geen toestemming voor de opera. En dat was dat.

De eerste akte was toen al voltooid, maar nog niet georkestreerd. Dat gebeurde pas bijna 80 jaar later. Op verzoek van Rachmaninoffs schoonzus ontfermde Igor Buketoff zich over de pianopartituur en werd Monna Vanna (of eigenlijk ‘de aanzet tot’) voor het eerst uitgevoerd. Dat was in 1984 in Saratoga, met in de hoofdrollen Tatiana Troyanos en Sherrill Milnes.

Chandos (8987) nam de opera een paar jaar later op. Helaas zonder Troyanos (de rol van Monna Vanna werd overgenomen door Blyth Walker), maar Milnes was weer van de partij in de rol van Guido. De uitvoering is meer dan uitstekend. Het is alleen jammer dat de tekst in het Engels vertaald werd.

In 2009 werd Monna Vanna in een nieuwe orkestratie van Gennady Belov eindelijk ook in Rusland, en in het Russisch, uitgevoerd. Het conservatorium van Moskou had de primeur. Het werd live opgenomen en onlangs bracht Ondine de registratie op cd uit.

Het verhaal: Pisa wordt aangevallen en belegerd. Om de stad van de totale ondergang te redden moet generaalsvrouw Monna Vanna de tent van de aanvoerder van het vijandelijke leger opzoeken – alleen en naakt onder haar mantel. De afloop kunt u, met een beetje fantasie, zelf bedenken en voor inspiratie kunt u naar haar portret kijken, geschilderd door Dante Gabriel Rosetti.

Monna Vanna 1866 by Dante Gabriel Rossetti 1828-1882

Monna Vanna 1866 Dante Gabriel Rossetti 1828-1882 Purchased with assistance from Sir Arthur Du Cros Bt and Sir Otto Beit KCMG through the Art Fund 1916 http://www.tate.org.uk/art/work/N03054

Ook in Monna Vanna zijn de invloeden van Wagner onmiskenbaar aanwezig, maar als je goed luistert dan hoor je flarden Borodin (Prins Igor!) en die nemen, naarmate de opera vordert, het voortouw in.

De uitvoering is meer dan voortreffelijk, zeker als je bedenkt dat alle rollen bezet zijn door de studenten van het conservatorium in Moskou. Ook het koor en het orkest komen daarvandaan. Daar word ik even stil van, van het niveau. Zou het alleen aan de perfecte directie van Vladimir Ashkenazy liggen?

De laatste vijftien minuten van de cd worden ‘opgevuld’ met zeven van Rachmaninoffs bekendste liederen. ‘U moyego okna’, ‘Siren’ en ‘Zdes’ khorosho’ ontbreken dus niet.

Sopraan Soile Isokoski zingt de liederen anders dan ik gewend ben. Haar stem is rijper dan het gebruikelijke ‘lievemeisjesgeluid’ en dat is even wennen. Maar mij bevalt haar lezing zeer. Zo veel diepgang en tekstbegrip hoor je zelden.

Het meeste ben ik onder de indruk van ‘Zdes’ khorosho’ (alles is fijnhier). Ze zingt het met een zweem van melancholie, die je niet onberoerd kan laten.

Maar ook ‘Son’ (droom) laat je niet koud. In haar interpretatie vertonen beide liederen, ondanks hun poëtische, droevige ondertonen (Russen zo eigen), ook prozaïsche trekken.

Zelfs van het bijna kapot gezongen ‘Vocalise’ weet Isokoski meer dan een stemoefening te maken. Ik vind het zonder meer indrukwekkend. Vladimir Ashkenazy begeleidt haar daarbij niet minder dan congeniaal op de piano. Een waarlijk prachtige cd!


Sergei Rachmaninoff
Monna Vanna; Liederen
Moscows Conservatory Opera Soloists, Moscow Conservatory Students Choir en Symphony Orchestra olv Vladimir Ashkenazy (Monna Vanna)
Soile Isokoski (sopraan) en Vladimir Ashkenazy (piano)
Ondine ODE 1249-2

TROIKA

Daniil Trifonovs weergaloze Rachmaninoff: cd van het jaar?

THE SILVER AGE

ELISABETH SÖDERSTRÖM op BBC Legends

Onweerstaanbare Mireille van Gounod

mireille

Het heeft lang geduurd, maar in 2010 werd er eindelijk dvd met Gounods Mireille uitgebracht.

Echt succesvol is de opera nooit geweest – waar een behoorlijk gerommel met verschillende versies debet aan zal zijn geweest. In 2009 zette Nicolas Joel, die dat jaar baas van de Opéra National de Paris werd, de opera echter op het toneel van het Palais Garnier, als opening van het seizoen.

Gounod’s muziek is zeer theatraal, wat door de regie en de betoverende belichting alleen maar werd onderstreept. Hier geen concepten (wat een verademing!), wel een voortreffelijke personenregie en geweldige mise-en-scène.

Het bühnebeeld doet mij aan het begin een beetje denken aan Sound of Music. Maar het pastorale, bijna serene begin verandert gaandeweg in een horror story met een Manon Lescaut-achtig einde. Ik was in tranen!

Inva Mula (Mireille) vind ik een ware ontdekking. Zowel qua stem als qua uiterlijk en gebaren doet zij mij aan drie van de grootste zangeressen van de laatste 50 jaar denken: Scotto, Freni en Cotrubas.

Charles Castronovo zingt een lichte maar in alle opzichten prettige Vincent en Alain Vernhes imponeert als Mireilles vader.

De dirigent, regisseur en dramaturg vinden Mireille een meesterwerk en daar kan ik het, na het bekijken van dvd, alleen maar mee eens zijn.

Charles Gounod
Mireille
Inva Mula, Charles Castronovo, Alain Vernhes, Franck Ferrari, Sylvie Brunet, Anne-Catherine Gillet
Orchestre et Choir de l’Opéra National de Paris olv Marc Minkowski
Regie Nicolas Joel
FRA (002)

Joseph Beer: Polnische Hochzeit. What a discovery!

beer-cover

“In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen”, sings Count Boleslav in his first big solo in Polnische Hochzeit: “In my home country roses are blossoming, but not for me, I am without a homeland.” These are words from the 1937 show, premiered in Switzerland, that could just as easily come from the biography of the composer himself.

beer-jong

Joseph Beer in Vienna

Joseph Beer was born in 1908 in Lemberg (Lwów, Lviv). Back then, this was part of the Austrian-Hungarian empire, but 10 years later it was to become one of the most important cities of Poland. Beer studied in Vienna, after the “Anschluss” in 1938 he fled to France.

beer-and-his-siblings

Joseph Beer with his siblings

He first went to Paris. Helped by the director of the Théâtre du Châtelet he earned his living by writing music for the film Festival du Monde. After failing to reach the Unites States, he ended up in Nice. During his years in hiding Beer composed Stradella in Venice there, an opera in the verismo style (premiere Zurich, 1949), which turned out to be his final one. After the war Beer got the news that his parents were killed in Auschwitz. Also his friend, mentor and librettist of Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, had not survived the camps.

beer-fritz-lohenr-beda

Fritz Löhner-Beda

In the early fifties Beer married Hanna Königsberg, also a Holocaust survivor (Königsberg fled Germany as a child, with her parents). Together with her and their two daughters he remained in Nice until his death in 1987.

beer-1986

Joseph Beer in 1986 at his balcony in Nice

Beer never got over the sad news of the loss of his family. He withdrew from public life and stopped composing. Instead, he threw himself into studying musicology. In 1966 he defended his thesis: ‘The Evolution of Harmonic Style in the Work of Scriabin.’

After the war, Polnische Hochzeit was never performed again. Beer himself refused to give permission. We can only guess why he did so, but apparently the confrontation with the operetta was too painful for him. The operetta and its subject matter were too close to his heart.

But Beer never denied his roots. According to his daughter Béatrice he always felt a Jew in the first place, and immediately after, a Pole. Not an Austrian, please, but also not a Frenchman. He lived in France for almost fifty years, and was declared a French citizen after the war, but his heart remained in Lwów, although he never saw that city again. He also spoke Polish fluently, which no doubt helped him to get the rhythms in his score right.

beer-polnische-hochzeit-poster-world-premiere

It is hard to believe, but Beer composed Polnische Hochzeit in only three weeks. Because of the difficult theater situation in Austria, the show was first presented in Switzerland – with a libretto by Kalman’s and Lehár’s co-authors Alfred Grünwald and Fritz Löhner-Beda, who also collaborated with Abraham. The premiere in 1937 in Zurich was an immediate hit. It was translated into eight languages and had 40 subsequent productions elsewhere, outside of Nazi Germany.

beer-poster-world-premiere-polnische

Under the title Les Noces Polonaises the new production of the opera was planned for October 1, 1939, in the Théâtre du Châtelet. Jan Kiepura and Martha Eggerth were supposed to sing the leading roles, but a month before opening night the Nazis started World War II.

Polnische Hochzeit is a voluptuous operetta in the Viennese tradition. One can detect echoes of Emmerich Kálmán and Paul Abraham, but the score is also filled by Polish folk dances and Jewish melodies. But there are also many “modern” syncopated numbers, e.g. the duet “Katzenaugen” (Cat’s Eyes), a veritable Charleston.

What sets Polnische Hochzeit apart is the patriotic story set in 1830 Poland, a country occupied by the Russians. Childhood sweethearts Boleslav and Jadja meet once more when Boleslav returns home. Jadja is now engaged to Boleslav’s rich uncle Staschek, but the witty maid Suze (a female sort of Figaro) finds a way to untangle the engagement and get Boleslav and Jadja together in the end. Just think of Don Pasquale..

Nikolai Schukoff is someone I encounter more and more often in operettas, and that makes me very happy. His tenor is very suited for the genre, much more than for his usual Wagnerian repertoire which has left traces in his voice. They are not dramatic, but he needs time to vocally warm up (it’s a live recording). By the time he sings the mazurka “Polenland, mein Heimatland” (Poland, my home country) he – and his voice – are in full swing. He dazzles with some glorious top notes and demonstrates a great sense of rhythm. In this, he is perfectly supported by conductor Ulf Schirmer. And the longing and passionate way Schukoff sings “Du bist meine große Liebe” (You are my big love) is something even colleagues like Nicolai Gedda couldn’t top.

Teaser for the cpo CD “Polnische Hochzeit” by Joseph Beer with Nikolai Schukoff:

Martina Rüping is a wonderful Jadja. She sings “Wenn die Mädel zu Mazurka gehen” with warm soprano tones, and she adds a certain melancholy that is touching, as is the song itself. Just like the duet “Herz and Herz” (heart to heart). I melted away.

Michael Kupfer-Radecky is an impressive Count Staschek, and Susanne Bernhard a wonderful as Suze.

It’s certainly one of the best CPO operetta releases.

The 1st page of the young heroin Jadja’s gorgeous aria (Wunderbare Träume)beer-aria-jadjaBéatrice Beer (composer’s daughter) sings Wunderbare Träume:

 

Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592

English translation: Kevin Clarke and Remko Jas

In Dutch:POLNISCHE HOCHZEIT van JOSEPH BEER

More Schukoff:
EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

DER ZIGEUNERBARON

 

Harnoncourt dirigeert Genoveva van Robert Schumann: dvd versus cd. CD wint.

DVD:

genoveva

Al vanaf de première in 1850 werd Genoveva, Schumanns enige opera, als mislukt beschouwd. En daar zit wat in: het is in feite een symfonie met stemmen.

Nikolaus Harnoncourt is echter al decennia lang pleitbezorger van Genoveva. Volgens hem is de opera een waar meesterwerk, misschien zelfs de belangrijkste opera uit de tweede helft van de negentiende eeuw. En ook daar zit wat in, want de muziek is wonderschoon en met een goede regisseur valt er ontegenzeggelijk iets prachtigs van te maken.

Martin Kušej plakt in zijn productie voor het Opernhaus Zurich het verhaal vast aan het personage van Golo, in wie hij Schumann zelf – de componist, de dichter, de revolutionair – ziet en wiens zielsroerselen het ‘echte’ verhaal vormen. De actie speelt zich merendeels af in een soort witte doos, met alle personages permanent op de bühne, alsof ze daar zitten opgesloten.

Best interessant en ongetwijfeld spannend, maar voor mij te ver gezocht en behoorlijk warrig. De liefhebber van het conceptualisme kan echter zijn hart ophalen, want de personenregie is uitstekend en de muzikale kant meer dan voortreffelijk.

Een superieure Shawn Mathey zingt Golo. Zijn mooie en warme tenor straalt inderdaad iets van een dichter uit. Juliane Banse is een ontroerende Genoveva.

 

Juliane Banse, Shawn Mathey, Martin Gantner, Cornelia Kalish
Orchestra and the Chorus of the Zurich Opera House olv Nikolaus Harnoncourt
Regie: Martin Kušej
Arthaus Musik 101 327

 

CD:

genoveva-cd

Wilt u een zowat volmaakte Genoveva horen, zonder poespas en zonder concepten?
Ga dan voor de cd opname die Harnoncourt in 1996 voor Warner Classics (0825646912612) maakte, met het Chamber Orchestra of Europe en als solisten Oliver Widmer, Ruth Ziesak, Deon van der Walt, Marjana Lipovsek en Thomas Quasthoff. Beter krijgt u het niet.


 

Henk Neven en Hans Eijsackers. En de zee

neven

Ik weet niet hoe u er over denkt, maar ik word zo ontzettend moe van de vergelijkingen! Henk Neven, één van onze fijnste jonge zangers, werd al bij de bespreking van zijn eerste cd in The Grammophone, als de ‘opvolger van’ bestempeld. Hoe onterecht! Nevens dictie en zijn uitspraak, van zowel het Duits als het  Frans zijn zonder meer voorbeeldig, maar niet te nadrukkelijk: hij declameert niet, hij zingt.

Zijn timbre vind ik buitengewoon prettig: warm en ongedwongen. Hij zingt je toe, zoals iemand je over je bol aait. Het mooist vind ik hem in het midden en het hoge register, daar klinkt zijn stem helemaal vrij. Daar weet hij ook prachtig met kleuren te spelen en dwingt hij zijn luisteraar naar zijn fluistertonen te luisteren. Daarmee doet hij mij af en toe aan een iets donkerder getimbreerde Gerard Souzay denken.

In Hans Eijsackers heeft hij niet alleen een begeleider maar ook een “soulmaatje” gevonden. Zoals de twee op elkaars verlengde zitten en elkaar zonder woorden, met wellicht alleen een knipoog begrijpen … Pure magie!

De cd is zeer weemoedig, dus beluister het niet op de veranda op een waaierige, donkere dag met de ziltige regendruppels op je gezicht. Of misschien juist wel?


The Sea
Liederen van Debussy, Fauré en Schubert
Henk Neven (bariton), Hans Eijsackers (piano)
Onyx 4102 • 64’

Meer Henk Neven:
Rêves d’Espagne
LA CLEMENZA DI TITO door het Orkest van de Achttiende Eeuw

José van Dam neemt afscheid van De Munt met Don Quichotte van Massenet

Don Q

©Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Het moet een ultieme nachtmerrie zijn voor de baas van een operahuis: je hebt een belangrijke première, het orkest en de zangers staan in de startblokken en het publiek, inclusief een koninklijke gast (hier in de gedaante van de Belgische kroonprinses Mathilde) zit al in de zaal. En dan laat de techniek het afweten.

Het overkwam Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt in Brussel, vlak voor de première van Don Quichotte van Massenet. ,,Vanmiddag werkte alles nog perfect”, verontschuldigde De Caluwe zich tegenover zijn gasten. ,,Maar nu laat de computer ons in de steek.”

Vervelend. Maar in de operabusiness, net als in het echte leven, kan altijd van alles misgaan. En live is live, wat eigenlijk ook zijn charme heeft. Ingeblikte perfectie betekent niet automatisch het ultieme genot. Het publiek is een en al begrip en in afwachting van wat er komen gaat, verplaatst het zich massaal richting foyer en drankjes.

Een uur later kan het feest dan eindelijk beginnen. En het werd een feest.

qu

José van Dam ©Michel Cooreman Events Photography

De voorstelling was in meerdere opzichten een echte verjaardag. Het was precies 100 jaar geleden dat Don Quichotte voor het eerst werd uitgevoerd in Brussel en met de rol van de dolende ridder nam José van Dam (dat jaar 70), één van de grootste Belgische zangers ooit, op een magistrale manier afscheid van De Munt, het operahuis waar hij 30 jaar aan was verbonden en waar hij zeer verschillende rollen heeft gezongen. De nieuwe productie werd dan ook speciaal voor hem gemaakt.

In zijn toelichting zei regisseur Laurent Pelly dat een voorstelling een droom is, waarin we binnenstappen. ,,De dromer, dat kan de toeschouwer zijn, of de auteur of het personage.”

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Bij de aanvang van het stuk zit ‘de dromer’ in zijn stoel. Hij lijkt sprekend op Massenet zoals we hem van de foto uit die tijd kennen. Hiermee wordt meteen de link gelegd tussen de componist zelf (Massenet was toen hij de opera componeerde tot over zijn oren verliefd op Lucy Arbell, een 27-jarige mezzo die de rol van Dulcinée zong) en zijn held.

Hij is een dromer en een dichter. Hij is de toeschouwer, maar hij gaat ook een actieve deelnemer worden van de actie. Sterker nog: hij gaat de actie sturen, waardoor dingen gebeuren die anders nooit zouden zijn gebeurd. Hij is (ook in zijn aankleding) half ridder/half dichter. Half hier en half daar. Waar het ook moge zijn. Hallucinerend.

Het decor (Barbara de Limburg) bestaat voornamelijk uit stapels papier. Het zijn de ettelijke liefdesbrieven die Don Quichotte aan zijn geliefde schreef. Papierbergen die zich onder het balkon van de schone Dulcinea opstapelen. Siërra’s van liefdesbrieven waarop de echte en gedroomde gevechten plaatsvinden.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

De muziek is zeer onderhoudend en onmiskenbaar Spaans. Of wat wij als Spaans ervaren, met heel erg veel fandango en ‘olé’. Doorgecomponeerd, maar met aria’s. Verbazingwekkend energiek, maar ook waanzinnig lyrisch. Niet echt dagelijkse kost.

Het vereist dan ook een dirigent van formaat die met al die schakeringen weet om te gaan. Dat allemaal is Marc Minkowski op het lijf geschreven. Hij heeft meer lyriek in zijn linkerpink dan menig dirigent in zijn hele lichaam.

Het geluid dat hij het orkest wist te ontlokken was niet minder dan grandioos. Hij schuwde de sentimentaliteit niet en waar nodig zorgde hij voor de humoristische noot. Zo mooi, zo spannend, zo uitdagend heb ik de muziek nog nooit eerder gehoord. Het moet gezegd: hij heeft mijn hart gestolen.

Ook de cellist (het programmaboekje vermeldt helaas zijn naam niet) die voor de ontroerende solo in de Entr’acte tussen het vierde en vijfde bedrijf heeft gezorgd, verdient een eervolle vermelding.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt/La Monnaie

Werner van Mechelen (Sancho Panza) was voor mij de held van de avond. In zijn grote aria in de vierde akte (‘Riez, alle, riez de pauvre idéologue’) toonde hij zich niet alleen een stemkunstenaar van een superieure kwaliteit, maar ook een acteur waar je U tegen zegt. Bravo!

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Silvia Tro Santafé (La Belle Dulcinéé) heeft mij lichtelijk teleurgesteld. Ze deed het beslist niet slecht, maar ik vond haar stem niet kruidig, niet sexy genoeg (luister maar eens hoe Teresa Berganza die rol vertolkte!). Voor mij was haar uitstraling ook niet erotisch genoeg. In de prachtige jurken, ontworpen door Pelly zelf, zag zij er beeldig uit, maar alleen daarmee breng je de harten van het hele dorp niet op hol.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

José van Dam is Don Quichotte en Don Quichotte is José van Dam. Ik ken geen zanger die meer uit de rol wist uit te halen (Schaliapin daargelaten, maar voor hem werd de opera gecomponeerd). De keren dat hij de rol heeft gezongen zijn niet te tellen, gelukkig heeft hij het ook opgenomen.

Zijn stem is niet zo fris meer, het kan ook niet anders, maar hij heeft nog steeds de kracht. En zijn portrettering is werkelijk formidabel. Men leeft met de arme man en zijn wanen mee. Zijn sterfscène bezorgde mij kippenvel en tranen liepen mij over de wangen.

Bezocht op 4 mei 2010

DVD (Naïeve DR 2147)

quichotte-dvd

Tot mijn grote vreugde heeft de feestelijke productie een welverdiende uitgave op dvd gekregen. Koop de dvd en laat u verleiden door het werk, door de zangers, de prachtige en intelligente regie van Laurent Pelly en niet in laatste instantie door het orkest en de dirigent Marc Minkowski.

José van Dam, Silvia Tro Santafé, Werner van Mechelen, e.a.
Orchestre et Choers de la Monnaie olv Marc Minkowski
Regie: Laurent Pelly.

LA CARAVANE DU CAIRE

gretry

De uit Luik afkomstige componist André-Modeste Grétry (1741-1813) geniet geen grote bekendheid, maar kan in zijn geboortestad nu en dan op een productie rekenen. In oktober 2013 werd daar zijn opera La caravane du Caire opgevoerd, door Ricercar uitgebracht op een bijzondere dubbel-cd.

Als ik sterren kon geven voor cd-presentatie, had deze opname er zonder twijfel vijf gekregen. De twee cd’s zitten ingepakt in een waar boekwerk, met een prachtig schilderij op de omslag (portret van bey Mehmet Said Pasja, door Joseph Aved) en een inhoud van ruim honderd letterlijk en figuurlijk glimmende pagina’s. Je vindt er behalve de synopsis en het libretto ook zeer uitgebreide achtergrondinformatie, in drie talen. Kostbaar!

Het banale, exotische verhaal van een stel Europeanen die worden gevangengenomen en als slaven aan rijke sjeiks en pasja’s worden verkocht, waarna een (poging tot) ontsnapping volgt en alles wordt besloten met een happy end, was zeer in de mode aan het einde van de achttiende eeuw. Er werd veelvuldig gebruik van gemaakt, onder anderen door Mozart en Rossini

Het was mijn eerste kennismaking met La caravane du Caire en die verliep buitengewoon plezierig. Natuurlijk moest ik meteen aan Die Entführung aus dem Serail van Mozart denken, maar de vergelijking zou totaal misplaatst zijn. Grétry bedient zich van een zeer eigen idioom dat het midden houdt tussen late barok en Gluck. De muziek is heel erg leuk en de uitvoering is zonder meer goed: mooie stemmen, goed orkest… Onze zuiderburen zouden zeggen: zeer plezant!

ANDRÉ-MODESTE GRÉTRY
La caravane du Caire
Katia Velletaz, Jennifer Borghi, Cyrille Dubois, Tassis Christoyannis, Reinoud van Mechelen e.a.
Les Agrémens en het Choeur de Chambre de Namur olv Guy Van Wass
Ricercar  RIC 345

Die Entführung aus dem Serail. Mini discografie

entfuaffiche

Affiche bij de eerste uitvoering van de opera 16 juli 1782 in Burgtheater

CD

entfuhrung-cd

Aan opnamen van Die Entführung aus dem Serail geen gebrek, maar écht goede kun je op de vingers van één hand tellen. Bovendien moet je daarvoor vaak behoorlijk ver terug in de tijd. Maar de allernieuwste opname – op 21 september 2015 live in het Théâtre des Champs-Élysées opgenomen en door Jérémie Rhorer zeer levendig gedirigeerd – behoort voor mij tot de allerbesten.

David Portillo is een buitengewoon fraaie Pedrillo. Licht en luchtig, vermakelijk en amusant; en ondertussen sterren naar beneden zingend…. Schitterend.

Rachelle Gilmore is een heerlijke Blonde. Luister maar naar ‘Welche Wonne, welche Lust’, die zij met een onberispelijke hoogte en kristalheldere coloraturen zingt! Adembenemend.

Mischa Schelomianski schittert als Osmin. Dat hij de rol met een dik Russisch accent zingt is hier alles behalve storend. Osmin kan het hebben.

Jane Archibald (Konstanze) klinkt af en toe een beetje schel, maar zo gauw zij ‘Ach ich liebte’ inzet geef ik mij helemaal over.

Alleen Belmonte (Norman Reinhardt) heb ik weleens beter gehoord. Zijn stem is smeuïg en zijn timbre aangenaam, maar het ontbeert hem een beetje aan souplesse, waardoor hij zijn ‘Wenn der Freude Tränen liessen’ niet tot een goed einde brengt. Gelukkig lukt het bij ‘Ich baue ganz auf deine Stärke’ veel beter, maar ik blijf moeite met zijn versieringen hebben.

Het is niet perfect, nee, maar dat zijn live-voorstellingen nooit. Eén van de redenen waarom ze juist zo leuk zijn; er gaat immers niets boven live theater! De tempi zijn aan de flinke kant maar nergens opgejaagd en het orkest sprankelt dat het een lieve lust is. En er is geen regisseur die het voor mij weet te verpesten. Zo wil ik mijn opera’s hebben (Alpha 242)

 

DVD

De wegen van de platenmaatschappijen zijn soms ondoorgrondelijk en zo kon het gebeuren dat er binnen een kort tijdbestek twee verschillende uitvoeringen van Entführung aus de Serail bij dezelfde firma, BelAir Classics uitkwamen. Het betreft respectievelijk een productie die Jonathan Miller voor de Zürcher Festspiele in 2003 vervaardigde (BAC007) en een voorstelling gefilmd in Aix-en-Provence in 2004, in de regie van Jérome Deschamps en Macha Makeïeff, en gedirigeerd door Marc Minkowski (BAC028).

Tussen beide producties zit een wereld van verschil, zo zie je maar wat een goede (of zo je wilt: een slechte) regie met een opera kan doen.

Zürcher Festspiele 2003

entfuhrung-zurich


Jonathan Miller, toch niet de eerste de beste, laat het gewoon afweten. Er gebeurt niets. In het midden staat een palmboom en de zangers komen op, leunen er tegenaan en zingen hun aria.

Ze zijn totaal aan hun lot overgelaten, wat bij de meesten resulteert in clichématige gebaren en gebaartjes. Bij Patricia Petibon (Blonde) gebeurt juist het tegenovergestelde: zij chargeert dat het een lieve lust is en doet aan overacting. In het kort: hier zijn zes personages op zoek naar een regisseur.

Patricia Petibon zingt ‚Durch Zartlichkeit und Schmeicheln‘:

Ook over het zingen ben ik niet enthousiast, want zelfs Piotr Beczala (Belmonte) en Malin Hartelius (Konstanze) presteren ver beneden hun niveau.

Er is wel één pluspuntje: Klaus Maria Brandauer in de spreekrol van Bassa Selim. Iedere scène met hem verandert in puur theater. Hij acteert niet, nee, hij geeft gewoon een masterclass in acteren.

 

Aix-en-Provence 2004

61za-pfb2zl-_sl1024_


De productie uit Aix-en-Provence kan je in één woord beschrijven: kostelijk. Al bij de aanblik van het orkest (allemaal met tulbanden en andere exotische hoofddeksels op) en de opkomst van de breed glimlachende Minkowski weet je dat je je gaat amuseren.

Het toneel wordt bevolkt door een bonte verzameling van merkwaardige figuren in oriëntaalse kostuums, de ene grap volgt de andere grol op, waarbij geen enkel cliché wordt geschuwd. Het is geen komedie meer, het is een slapstick. En waarom niet? Mozart kan het goed hebben, zeker als het om een singspiel gaat.

De dansante opkomst van Bassa Selim (een fantastische Shahrokh Moshkin-Ghalam, een in Frankrijk zeer beroemde danser en acteur) is een verhaal apart. Zijn Duits is abominabel, maar het zij hem vergeven, want wat hij verder met die rol doet (inclusief spectaculaire verdwijntruc aan het eind) is adembenemend.

Malin Hartelius laat horen wat een fantastische Kostanze zij is. Magali Léger (Blonde), Matthias Klink (Belmonte), Loïc Félix (Pedrillo) en Wojtek Smilek (Osmin) zijn allemaal prima, het orkest fel en Minkowski op dreef. Maar wees gewaarschuwd: het zit barstensvol Mohammed grappen.

De complete opera is hier te zien:

https://www.operaonvideo.com/die-entfuhrung-aus-dem-serail-aix-2004-minkowski-hartelius-smilek/

 

 

Volmaakte Verkündigung van Walter Braunfels

verkund

Religie, daar is niets mis mee. Mits goed gedoseerd kan zij ook voor veel geluk (en zaligheid) zorgen. Mensen kunnen er hoop uit putten en het pure geloof in wonderen kan zelf ook wonderen veroorzaken. Al is het niet tastbaar.

verkun-claudel

Paul Claudel

De Franse dichter en toneelschrijver Paul Claudel (1868 – 1955) was een diepgelovige man en vrijwel al zijn werken werden door zijn katholieke geloof geïnspireerd. Zo ook ‘De boodschap aan Maria’, waar de Verkündigung van Braunfels op is gebaseerd.

Violaine is verloofd met Jakobäus maar wijst hem af: door haar liefdadigheidsdaad (zij heeft een leproze man gekust) is zij zelf besmet geraakt. Jakobäus trouwt met Violaine’s zuster Mara en als hun kind na de geboorte sterft laat Violaine het herleven. Of eigenlijk: opnieuw geboren worden. Het mystieke verhaal vol liefde, tragiek en opoffering ruikt sterk naar wierook en is niet wars van primaire sentimenten.

Zo is het partituur van Walter Braunfels ook. Narratief en donker, want zelfs de wonderen laten weinig hoop achter. Een onvervalst mysteriespel, met veel aandacht voor het martelaarschap, maar dan wel gelardeerd met de mooiste noten die regelrecht uit de hemel lijken te zijn neergedaald.

verkund-braunfels

Walter Braunfels

Verkundigung betekende mijn eerste kennismaking met de componist Braunfels. In 1994 werd het werk door EMI (nu Warner) uitgebracht. Een uitgave die mijn wereldbeeld aan het wankelen heeft gebracht. Want snappen deed ik het niet: hoe kon zo’n onvervalst meesterwerk zo lang onbekend blijven? Waarom werd het nooit uitgevoerd? Sindsdien stond Braunfels (samen met Korngold, Zemlinsky en Schreker) bovenaan mijn lijstje van mijn geliefde componisten.

Die EMI opname, met onder anderen John Bröcheler als Jakobäus was zonder meer fantastisch, maar dat het nóg beter kan bewijst de nieuwe uitgave van BR Klassiek.

De door Ulf Schirmer gedirigeerde uitvoering werd in 2014 in München live opgenomen. Juliane Banse (Violaine) gaat totaal in haar rol op. Zij zingt zacht, wiegend en liefhebbend. Volmaakte goedheid. Janina Baechle is een goede Mara en Hanna Schwarz en Robert Holl schitteren als hun ouders.

Adrian Eröd is een veel betere Jakobäus dan Bröcheler: zijn stem is lichter en hoger, liefdevoller ook, waardoor zijn karakter aan duidelijkheid wint.


Walter Braufels
Verkündigung
Robert Holl, Hanna Schwarz, Juliane Banse, Janina Baechle, Adrian Eröd, Matthias Klink, Mauro Peter e.a.
Chor des Bayerischen Rindfunks; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
BR Klassik 900311

Voor meer Braunfels zie ook:

WALTER BRAUNFELS. Liederen, deel 1

Meer WALTER BRAUNFELS op Capriccio. En op CPO.

TUSSEN TWEE WERELDEN

Een beetje (meer) over Walter Braunfels