cd/dvd recensies

The Sacrifice van MacMillan: verismo ten top

macmillan

De Schotse componist James MacMillan (1959) is voornamelijk bekend van sterk religieus getinte vocale werken, maar hij heeft door de jaren heen een veel breder oeuvre opgebouwd. Zijn tweede opera, The Sacrifice, werd tijdens de première (Cardiff, 2007) live opgenomen en is in 2010 op Chandos uitgebracht.

De muziek van MacMillan lijkt nog het meest op die van Benjamin Britten, niet in de laatste plaats door de bijzonder dramatische ‘interludes’, die, net als bij zijn illustere Britse voorganger, hun eigen concertleven zijn gaan leiden.

MacMillan citeert ook uit de filmmuziek. Voornamelijk Bernard Herrmann, maar ook Max Steiner (Now, Voyager!) komt om de hoek kijken.

Het zeer aangrijpende verhaal speelt zich af in een niet nader omschreven land, verscheurd door oorlogen en gevechten met terroristen. De dochter van de generaal offert zichzelf (en haar grote liefde) op door met de gewezen vijand te gaan trouwen. De rust keert in het land, maar de oorlog wordt nu persoonlijk en na een tweetal doden wordt het tijd voor de generaal om zich op te offeren voor zijn dochter en haar gezin.

Christopher Purves imponeert in zijn rol als de generaal, Lisa Milne is een ontroerende Siam, en Sarah Tynan zet een voortreffelijke ‘onnozele’ Megan neer. Al met al: een enorme aanwinst. Van harte aanbevolen.

James MacMillan
The Sacrifice
Lisa Milne, Sarah Tynan, Peter Hoare, Leigh Melrose, Christopher Purves, e.a.
Orchestra and Chorus of Welsh National Opera olv Anthony Negus.
Chandos 10572

 

A time to dance: maak kennis met Alec Roth

 roth

Heeft u ooit van de componist Alec Roth gehoord? Ik niet. Zelfs de Wikipedia weet niet veel meer over de in 1948 geboren Engelse componist te melden dan dat hij het meest bekend is door zijn samenwerking met de Indiase schrijver Vikram Seth. Een samenwerking die resulteerde in o.a. de opera Arion and the Dolphin.

A time to dance was voor mij een prettige verrassing. De ruim een uur durende cantate uit 2012 is zeer gevarieerd. Verschillende stijlen en stemmingen wisselen elkaar af en volgen elkaar op, net als de vier jaargetijden en de uren van de dag en van de nacht.

“To every thing there is a season”, zingt de bas in het openingsdeel ‘Processional: Times and Seasons’ en zet daarmee de toon. De componist heeft het één en ander geleend van de minimalisten (gelukkig meer John Adams dan Philip Glass) en het geheel door het filter van de Engelse koortraditie gehaald. Folk songs, Vaughan Williams en Delius zijn nergens ver weg en met je ogen dicht zit je in één van de films van James Ivory.

De uitvoering vind ik wisselvallig. Sopraan Grace Davidson heeft een lieftallig stemmetje met weinig body; daar moet je van houden. Ook countertenor Matthew Venner kan me weinig bekoren. Maar tenor Samuel Boden (Orphée in Orphée et Eurydice bij de Nederlandse Reisopera in 2015) en bas Greg Skidmore maken veel goed. Luister bijvoorbeeld naar het door Boden gezongen ‘Summer Noon’. Dat maakt je dag meteen goed!

A time to dance wordt aangevuld met het magnificat en nunc dimittis Hatfield Service, voor koor en orgel, en met Men and Angels, een werk voor a-capellakoor. Het koor en oudemuziekensemble Ex Cathedra neemt de koor- en begeleidingspartijen voor zijn rekening, gedirigeerd door Jeffrey Skidmore.

Hieronder de trailer van het album:

ALEC ROTH
A time to dance; Hatfield Service; Men and Angels
Grace Davidson (sopraan), Matthew Venner (alto), Samuel Boden (tenor), Greg Skidmore (bas)
Ex Cathedra olv Jeffrey Skidmore
Hyperion CDA 68144

Kaleidoscope of love: mooie cd van een sympathieke zangers, maar…..

kaleidoscope

Soms bekruipt mij het gevoel dat de countertenor de meest populaire zangstem is geworden. De ene na de andere hooggestemde heer verlaat het conservatorium met weinig perspectief: het repertoire voor het stemtype is nu eenmaal beperkt. Vandaar ook dat de meeste countertenors hun horizon met romantiek en zelfs chansons verbreden.

Bijkomend ‘probleem’ is dat de zangtechniek vandaag de dag zo onvoorstelbaar ontwikkeld is, dat een stem die nog geen tien jaar geleden tot de absolute top zou behoren, nu niet meer is dan ‘gewoon goed’. Dat is ook het geval bij Kaspar Kröner. De sympathieke, in Nederland wonende jonge Duitser beschikt over een mooie stem met een aantrekkelijk timbre, maar een Philippe Jaroussky of een Lawrence Zazzo is hij niet.

Op zijn debuut-cd ‘Kaleidoscope of love’ heeft Kröner Engelse liederen uit de zestiende en de twintigste eeuw bij elkaar verzameld en zo zijn liefde aan het repertoire verklaard. Ik vind de cd mooi, maar niet meer dan dat en ik betwijfel of ik het nog een keer zal draaien.

Kröner is een voortreffelijke interpreet die heel erg goed weet wat hij zingt en dat is een enorm plus. Maar de verstilde, warme, toverachtige sfeer die bijvoorbeeld bij de liederen van Vaughan Williams hoort, die blijft achterwege. Daar is – het spijt mij om het te moeten zeggen – de weinig geïnspireerde pianist ook debet aan.


Een (gewetens)vraag voor conservatoria: misschien wordt het tijd om de focus te verleggen naar echte Verdi-baritons? Dáár hebben we nu gebrek aan.

Trailer van de cd:

Kaleidoscope of love
Dowland, Vaughan Williams, Gurney, Finzi, Britten e.a.
Kaspar Kröner (countertenor), Arjen Verhage (luit), Stewart Emerson (piano)
7 Mountain Records 7MNTN-004

Korngolds De stille serenade: eindelijk!

kornngold

Er kan niet genoeg lof over de kleine labels afgestoken worden. Het is aan hen te danken dat wij eindelijk repertoire onze huizen en speakers in krijgen waar we vroeger alleen maar van konden dromen. Bijvoorbeeld Korngolds Die Stumme Serenade, drie jaar geleden bij CPO op cd verschenen.

Die Stumme Serenade is de laatste opera van Korngold en was bij het grote (nou ja, kleine grote) publiek alleen bekend door de Serenade. Om zijn vijftigste sterfdag te eren werd de opera in 2007 in München op de planken gezet, voor het eerst sinds de voor de Oostenrijkse radio in 1951 opgenomen productie (Korngold dirigeerde zelf vanachter de piano) en de totaal mislukte première in 1954

Twee jaar later werd het in St.Gallen en daarna nog eens in Freiburg herhaald, met allemaal jonge mensen in de hoofdrollen. En daar werd het live opgenomen.

Het verhaal is dun. Het is eigenlijk een niemendalletje over een gevierde actrice en een tot over zijn oren op haar verliefde modeontwerper, die beweert haar huis te hebben genaderd om een Serenade aan haar te brengen. Maar aangezien niemand er iets van gehoord heeft, heet het de ‘Stumme’ (Stille) Serenade.

Alle Korngoldiaanse elementen zijn aanwezig: Weense bonbons, smacht, melodie en een beetje (nou ja, een beetje veel) ‘schmalz’. Het doet een beetje musical-achtig aan, in de ouderwetse zin van het woord. Denk aan Fred Astaire en Bing Crosby. En ja, het is ietwat zoetig. Ook Lehár is niet ver weg. Eigenlijk is het een mix van opera, operette en revue, niets mis mee!

Sarah Wegener is een heerlijke Silvia Lombardi. Birger Radde (Andrea) vind ik niet echt een hoogvlieger, maar eigenlijk vind ik het niet erg, zo blij ben ik om de opname eindelijk thuis te hebben.

Ik vind het ontzettend jammer dat de productie niet op DVD is uitgebracht, want bij het zien van de trailer liep het water mij in de mond (helaas niet meer op You Tube beschikbaar)

Maar ja – iets is beter dan niets, dus: bedankt CPO!


En voor de “Korngoldianen” onder ons: een rariteit
Korngold en speelt en neuriet ‘Die Schönste Nacht’ uit  Die Stumme Serenade. De opname is uit 1946

Erich Wolgang Korngold
Die Stumme Serenade
Sarah Wegener, Birger Radde, Frank Buchwald, Werner Klockow, Anna-Luciana Leone, Sebastian Reich
Young Opera Company, Holst-Sinfonietta olv Klaus Simon
CPO 7774852

Zie ook:
Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

DIE KATHRIN

Korngold liederen

MARION COTILLARD excelleert in JEANNE D’ARC AU BÛCHER

honegger

Soms is het moeilijk om het onderscheid te zien tussen een met stemmen geacteerd oratorium en een opera. Dat is helemaal het geval bij Arthur Honeggers oratorium Jeanne d’Arc au bûcher. Een briljant werk, vorig jaar door Alpha op cd en dvd uitgebracht.

Jeanne D’Arc zit dramaturgisch zo geniaal in elkaar dat ik mij afvraag waarom het werk nooit scenisch wordt uitgevoerd. De poëtische tekst van Paul Claudel is bijzonder fraai en de zeer dramatische muziek doet je huiveren. Het maakt je koud tot op het bot.

Het in 1938 gecomponeerde werk (tijdens de Tweede Wereldoorlog gold het in Frankrijk letterlijk als ‘pièce de résistance’) speelt zich af op en om de brandstapel. Jeanne is al op de brandstapel beland en haar verhaal wordt, in willekeurige orde, in flashbacks verteld.

Op 12 november 2012 werd het werk live opgenomen in de Sala Pau Casals in Barcelona. Mede door het onder leiding van Marc Soustrot zeer suggestief spelende orkest werd het een aangrijpende voorstelling.

De gesproken hoofdrollen van Jeanne en Frère Dominique worden op een onnavolgbare manier vertolkt door de Franse acteurs Marion Cotillard (bij het grote publiek bekend uit de film La Môme, waarin ze de rol van Édith Piaf speelde) en Xavier Gallais. De tenor Yann Beuron zet een voortreffelijke aanklager “zwijn” Porcus neer.

Jeanne’s kreet: “Je ne veux pas mourir! J’ai peur … “  (Ik wil niet sterven! Ik ben bang..) doet mij aan alle slachtoffers van religieuze waanzin denken, waar we de laatste tijd genoeg over gehoord hebben.

Het Belgische label Alpha heeft de door Medici.tv opgenomen voorstelling zowel op cd als dvd uitgebracht. Ik heb het werk eerst op cd beluisterd en daar was ik al bijzonder van onder de indruk. Maar op dvd krijg je er een zeer belangrijke dimensie bij. Het visuele maakt het drama nog schrijnender, nog voelbaarder, ook al is de uitvoering concertante. Mocht u kunnen kiezen, koop dan de dvd. Maar ook de cd is niet te versmaden.

Marion Cotillard zei over de rol van Jeanne:‘This role is one of the most exciting acting experiences I have ever had.’ Ik kan niet anders dan met haar eens zijn.

Hieronder de trailer:

Arthur Honegger
Jeanne d’Arc au  boûcher
Marion Cotillard, Xavier Gallais, Yann Beuron, Marta Almajano e.a.
Lieder Càmera Choir; Madrigal Choir; Vivaldi-Petits Cantors de Catalunya Choir
Barcelona Symphony & Catalonia National Orchestra onder leiding van Marc Soustrot
Alpha 708 (dvd) of 709 (cd)

Bespottelijke L’Italiana in Algeri (regie: Davide Livermore) in Pesaro

italianadvd

Regisseur Davide Livermore maakte in de zomer van 2013 een bonte productie van L’Italiana in Algeri voor het Rossini Opera Festival in Pesaro. Zijn enscenering is op dvd uitgebracht door Opus Arte, al is de voortreffelijke cast de enige reden om daar blij mee te zijn

Olieraffinaderijen, stapels dollarbiljetten, chicks, ‘gillende nichten’, ontvoeringen, reddingshelikopters: wat je ook niet bedenkt, alle mogelijke clichés passeren je tv-scherm. Het voelt alsof ik in een duizelig makende achtbaan ben beland. En dat is dan alleen nog maar de ouverture!

Davide Livermore maakte eerder een zeer geslaagde Rossini’s  Ciro in Babilonia, maar bij zijn enscenering van L’Italiana in Algeri denk ik: hoeveel slapstick kan een mens verdragen?

Ik vind zijn regie ronduit storen en de alom tegenwoordige ‘choreografie’ (zeg maar gerust ‘copulerende bewegingen’) begint al gauw op je zenuwen te werken. Maar het ergste is dat het gedoe op de bühne je aandacht van de muziek afleidt. Zonde.

Alex Esposito is weergaloos als de oversekste macho Mustafà (een vraagje aan de regisseur: heeft hij werkelijk nog viagrapilletjes nodig?). Zijn prachtig gevoerde bas is soepel en wendbaar en zijn coloraturen zijn meer dan voorbeeldig.

De mij onbekende tenor Yijie Shi (Lindoro) vind ik een beetje kleurloos, maar hij beschikt over een echt Rossiniaans timbre en zijn hoge noten en coloraturen zijn uitstekend.

Shi’s gebrek aan charisma wordt ruimschoots vergoed door de schitterende mezzo Anna Goryachova. Haar vertolking van Isabella is een klasse apart. Wat een stem, wat een energie en wat een présence! Dat zij de saaie Lindoro boven de spannende Mustafà verkiest, daar gaat ze ongetwijfeld spijt van krijgen….

Mariangela Sicilia is een mooie Elvira, hoewel een beetje over the top (dank u wel, meneer de regisseur) en Mario Cassi zingt een prima Taddeo.

Davide Luciano (Haly) is een echte ontdekking. In het tekstboekje is helaas geen info te vinden over hem (of over welke zanger dan ook). Jammer.

Het orkest uit Bologna is onder de leiding van José Ramón Encinar zonder meer formidabel.

Trailer van de productie:

GIOACHINO ROSSINI
L’Italiana in Algeri
Anna Goryachova, Alex Esposito, Mariangela Sicilia, Raffaella Lupinacci, Davide Luciano, Yijie Shi, Mario Cassi
Orchestra and chorus of the Theatro Comunale di Bologna olv José Ramón Encinar; regie: Davide Livermore
OPUS ARTE OA 1141D

Alma Quartet neem alle strijkkwartetten van Schulhoff op. En hoe!

 schulhoff-alma

Van alle componisten die onder de term ‘Entartete muziek vallen is Erwin Schulhoff de meest complexe.

Anders dan diverse anthologieën ons vertellen is Schulhoff nooit in Theresienstadt geweest. Hij werd ook niet in Auschwitz vermoord. De hybride Tsjechische componist die in geen hokje past had gewoon pech gehad. De door hem aangevraagde Russische staatsburgerschap kwam twee dagen te laat, waardoor hij in plaats van in de Sovjet Unie in het concentratiekamp Wülzburg belandde, waar hij in 1942 aan tuberculose overleed.

Vanaf zijn prille jeugd werd Schulhoff gefascineerd door alles wat nieuw was. Hartelijk omarmde hij dada en jazz, had ook een bijzondere voorkeur voor het groteske. Zijn muziek was grenzen en genres – soms zelfs die van een ‘goed fatsoen’ – overschrijdend.mGeen wonder dat zijn muziek zich niet laat etiketteren: alleen al binnen het oeuvre voor het strijkkwartet ontwaar je een enorme variëteit aan stijlen.

Op zijn Divertimento op.14 en strijkkwartet op.25 na, werden alle door het Alma Quartet gespeelde werken gecomponeerd tussen 1923 en 1925. Beide, zeer ritmische strijkkwartetten verraden Schulhoffs affiniteit met jazz – de tweede iets meer dan de eerste – en met de Tsjechische folklore.

De aan Darius Milhaud opgedragen ‘5 Pieces for String’ uit 1923 klinken behoorlijk neoclassicistisch. Elk refereert aan een dans of een land. In ‘Alla Valse Viennese’ schemeren de ‘walsjes van Ochs’ door en bij ‘Alla Tango Milonga’ kan je alleen maar aan Argentinië denken.

Van alle tot nu toe bestaande opnamen van kwartetten van Schulhoff was die van het Petersen Quartet (Cappricio) mij het dierbaarst. Hun uitvoering vind ik nog steeds fantastisch, maar nu moeten ze in hun Amsterdamse collega’s hun meerdere erkennen. Grandioos.

Enorme pluim ook voor de Vruchtvlees.com voor het ontwerp van de cover en de omslag van het doosje. Niet alleen zeer fleurig en vrolijk, maar ook perfect bij de muziek van Schulhoff passend.


ERWIN SCHULHOFF
Complete string quartets
Alma Quartet
Gutman Records 161 (2 cd’s) • 1.51′

Voor meer Schulhoff zie ook:

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Alma Quartet live: ALMA QUARTET speelt Debussy, Ravel, Sjostakovitsj en Schulhoff

Verdi aria’s voor bariton door de tenor/bariton Plácido Domingo.

domingo

Het fenomeen Domingo …. Nee, ik ga u niet doodgooien met feiten en weetjes, die u allemaal al lang weet want de pers kan er niet genoeg van krijgen.

Nu is het zo dat ik, behalve een echte fan ook een kritische luisteraar ben en ik doe mijn best om mijn ratio en mijn anima elkaar niet voor de voeten te laten lopen. Of het mij lukt moet u, mijn lezer, het beoordelen.

Hoofdschuddend lees ik wat sommige van mijn collega’s over Domingo schrijven. Het wordt hem kwalijk genomen dat hij baritonrollen zingt terwijl hij geen echte bariton is. Nee, dat is hij niet (hoor ik iets over Ramon Vinay?), maar wat mij het meeste stoort is dat dezelfde critici Domingo vroeger nooit als de echte tenor hebben beschouwd. Alles, en zeker een menselijke stem is meestal een kwestie van smaak. Maar hoe je je kritiek opbouwt (of juist niet), is meer dan dat, het gaat ook om het fatsoen.

En nu terug naar waar het over gaat: cd met de bariton-Verdi aria’s door de tenor/bariton Plácido Domingo.

Domingo heeft een Verdi-curriculum waar je u tegen zegt, zo hij heeft in de meeste van opera’s van Verdi live geschitterd. Maar er is meer, hij heeft namelijk ook al zijn belangrijke tenoraria’s opgenomen.

Het is een beetje een onwerkelijke ervaring om hem nu in dezelfde opera’s zijn rivalen of vaders te horen zingen. Zijn voordeel: hij kent de opera’s door en door. Uw voordeel als luisteraar: een totaal andere benadering van die rollen dan u gewend bent. Hij begrijpt de andere kant ook!

Dat zijn Simon Boccanegra de meeste indruk maakt is niet verwonderlijk: die rol heeft hij al een paar jaar op zijn repertoire staan en heeft hem overal ter wereld (nee, niet in Nederland, op de een of andere manier telt Nederland als “de wereld” niet meer) vertolkt.

Domingo zingt ‘Plebe! Patrizi’ uit Simon Boccanegra (Met 2010):

’Ecco la spada’ is van zo’n intensiteit dat ik naar adem moet happen. Hierin wordt hij bijgestaan door (onder anderen) Angel Joy Blue, een sopraan die hem ook in Ziggo Dome in Amsterdam ter zijde stond. Van die dame gaan we nog meer horen.

Zijn vader Germont (La Traviata) en Rigoletto verraden ook een zekere ervaring op de bühne: in ‘Cortigiani, vil razza dannata’ klinkt hij niet minder dan hartverscheurend.

Ook Luna (Il Trovatore) heeft hij zich inmiddels eigen gemaakt. ‘Il balen’ klinkt nu al indrukwekkend, maar in ‘Qual suono’, met de meer dan uitstekende bijdrage van het koor uit Valencia laat hij zich helemaal gaan en het resultaat is verbluffend

Het Orquesta de la Comunitat Valenciana onder leiding van Pablo Heras-Casado klinkt zeer bekwaam en geeft de ster alle ruimte om te schitteren, wat hij ook ruimschoots doet.

The making of:


DOMINGO – VERDI
Aria’s uit Macbeth, Rigoletto, La Traviata, Simon Boccanegra, Ernani, Il Trovatore, Con Carlo, La Forza del destino
Plácido Domingo
Orquesta de la Comunitat Valenciana olv Pablo Heras-Casado
Sony 88883733122

 Lees ook het interview met Pablo Heras-Casado: PABLO HERAS-CASADO

LES CONTES D’HOFFMAN door Laurent Pelly

hoffmanndvd

Niet alle hedendaagse producties kun je “eurotrash” noemen. Ik denk dat de meeste regisseurs zeer integer te werk gaan en de reden dat wij er niet zo veel over horen is heel simpel: zij veroorzaken geen schandalen en dat is voor de pers niet interessant genoeg.

Neem nou Laurent Pelly: wat hij ook niet onder handen neemt verandert in goud. Toegegeven, soms is het een beetje ‘namaak goud’, maar toch. Zij ensceneringen zijn voornamelijk intelligent en altijd trouw aan de muziek.

Zijn Les Contes d’Hoffmann  uit Barcelona, 2013, is een beetje surrealistisch en voelt als een boze droom. Iets waar ik mij zonder meer in kan vinden. Alleen al hoe hij de incarnatie van Muse in Niclausse verbeeldt is een opera-oscar waard.

Michael Spyres behoort tot de steeds groeiende groep jonge tenoren, die nu nog in het lyrische vak zitten, maar die al een belofte voor ‘dramatico’ in zich hebben. De rol van Hoffmann vereist kracht, maar moet zeer lyrisch gezongen worden, denk aan Domingo in zijn jonge jaren. Daar voldoet Spyers ruimschots aan.

Zijn interpretatie van ‘Kleinzach’ is wellicht de beste die ik in jaren heb gehoord: perfecte hoge noten, allemaal ‘al punto’ en dat ook nog met begrip voor de tekst. En zijn Frans is niet minder dan perfect.

Ook Natalie Dessay, één van de favoriete zangeressen van Pelly is van de partij. Nu niet meer als Olympia, de rol waar zij een stempel op heeft gedrukt, maar als de zieke Antonia. Een creatie om nooit te vergeten.

De jonge Kathleen Kim is een overtuigende Olympia en Tatiana Pavlovskaya een zeer sensuele Giulietta.

Ik ben een groot bewonderaar van Laurent Naouri en ook hier stelt hij mij niet teleur. Met zijn paars gelakte nagels en een “gedegen” make-up zingt hij een duivel uit duizenden. Simpelweg geniaal.

‘Légende de Kleinzack’ gezongen door Michael Spyres:

JACQUES OFFENBACH
Les Contes d’Hoffmann
Michael Spyres, Kathleen Kim, Natalie Dessay, Tatiana Pavlovskaya, Laurent Naouri, Michèle Losier e.a.
Symphony Orchestra and Chorus of the Gran Teatre del Liceu olv Stéphane Denève
Regie: Laurent Pelly
Erato 46369140

TUTTO BUFFO

 bordogna

Klassieke cd’s verkopen niet.

Nee, ik ken de cijfers niet, maar de kranten, mochten ze überhaupt nog over klassieke muziek schrijven, zeggen dat het zo is. Dé reden dat de grote labels zich in principe alleen tot de grootste hits beperken en wie een solo album wil volspelen of -zingen moet zich goed kunnen presenteren op de cover.

Dat laatste is ook geval met de mij weinig bekende Paolo Bordogna. En toch schijnt de in 1972 geboren Italiaan één van de ’s werelds beste buffo – baritons te zijn. “Serieus grappig” kopte de Australische Limelight Magazine en noemde hem verder “the thinking man’s clown”.

Ik denk, nee, ik neem onmiddellijk aan dat het allemaal klopt, maar daarvoor moet je de zanger toch echt eerst in actie zien. Denk ik.

Naar de foto’s in het boekje te oordelen is de prettig ogende Bordogna ook een echte kameleon die zich volkomen aan zijn personages weet aan te passen. Maar, wat zonder het visuele overblijft is een zeer aangename, maar op den duur eentonige stem. Ondanks de verschillende stemmetjes die hij weet op te zetten.

Het is allemaal ontzettend knap wat hij doet, maar ik denk niet dat ik de cd vaak zal draaien: sommige aria’s horen gewoon in de complete opera thuis. Bovendien: hoeveel lol achter elkaar kan een mens verdragen?


Tutto buffo
Cimarosa, Mozart, Rossini, Donizetti, Verdi, Puccini, Mascagni, Rota
Paolo Bordogna (bariton); Filharmonica Arturo Toscanini olv Francesco Lanzillota
Decca 4811685 • 61’