Verdi

DOMINGO – bariton – VERDI

 domingo

Het fenomeen Domingo …. Nee, ik ga u niet doodgooien met feiten en weetjes, die u allemaal al lang weet want de pers kan er niet genoeg van krijgen.

Nu is het zo dat ik, behalve een echte fan ook een kritische luisteraar ben en ik doe mijn best om mijn ratio en mijn anima elkaar niet voor de voeten te laten lopen. Of het mij lukt moet u, mijn lezer, het beoordelen.

Hoofdschuddend lees ik wat sommige van mijn collega’s over Domingo schrijven. Het wordt hem kwalijk genomen dat hij baritonrollen zingt terwijl hij geen echte bariton is. Nee, dat is hij niet (hoor ik iets over Ramon Vinay?), maar wat mij het meeste stoort is dat dezelfde critici Domingo vroeger nooit als de echte tenor hebben beschouwd. Alles, en zeker een menselijke stem is meestal een kwestie van smaak. Maar hoe je je kritiek opbouwt (of juist niet), is meer dan dat, het gaat ook om het fatsoen.

En nu terug naar waar het over gaat: cd met de bariton-Verdi aria’s door de tenor/bariton Plácido Domingo.

Domingo heeft een Verdi-curriculum waar je u tegen zegt, zo hij heeft in de meeste van opera’s van Verdi live geschitterd. Maar er is meer, hij heeft namelijk ook al zijn belangrijke tenoraria’s opgenomen.

Het is een beetje een onwerkelijke ervaring om hem nu in dezelfde opera’s zijn rivalen of vaders te horen zingen. Zijn voordeel: hij kent de opera’s door en door. Uw voordeel als luisteraar: een totaal andere benadering van die rollen dan u gewend bent. Hij begrijpt de andere kant ook!

Dat zijn Simon Boccanegra de meeste indruk maakt is niet verwonderlijk: die rol heeft hij al een paar jaar op zijn repertoire staan en heeft hem overal ter wereld (nee, niet in Nederland, op de een of andere manier telt Nederland als “de wereld” niet meer) vertolkt.

Domingo zingt ‘Plebe! Patrizi’ uit Simon Boccanegra (Met 2010):

’Ecco la spada’ is van zo’n intensiteit dat ik naar adem moet happen. Hierin wordt hij bijgestaan door (onder anderen) Angel Joy Blue, een sopraan die hem ook in Ziggo Dome in Amsterdam ter zijde stond. Van die dame gaan we nog meer horen.

Zijn vader Germont (La Traviata) en Rigoletto verraden ook een zekere ervaring op de bühne: in ‘Cortigiani, vil razza dannata’ klinkt hij niet minder dan hartverscheurend.

Ook Luna (Il Trovatore) heeft hij zich inmiddels eigen gemaakt. ‘Il balen’ klinkt nu al indrukwekkend, maar in ‘Qual suono’, met de meer dan uitstekende bijdrage van het koor uit Valencia laat hij zich helemaal gaan en het resultaat is verbluffend

Het Orquesta de la Comunitat Valenciana onder leiding van Pablo Heras-Casado klinkt zeer bekwaam en geeft de ster alle ruimte om te schitteren, wat hij ook ruimschoots doet.

The making of:

DOMINGO – VERDI
Aria’s uit Macbeth, Rigoletto, La Traviata, Simon Boccanegra, Ernani, Il Trovatore, Con Carlo, La Forza del destino
Plácido Domingo
Orquesta de la Comunitat Valenciana olv Pablo Heras-Casado
Sony 88883733122

 Lees ook het interview met Pablo Heras-Casado: PABLO HERAS-CASADO

Advertenties

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

don-carlo-salzburg

We leven in een merkwaardige tijd, ook wat opera betreft. De zwaarste opera’s van Wagner worden wereldwijd uitgevoerd, waarbij men blijkbaar geen moeite heeft met het vinden van geschikte Siegfrieds en Brünnhildes.

Ook de ene na de andere vergeten barokopera wordt afgestoft en perfect bezet met (onder andere) virtuoze countertenoren, een stemsoort waar men vijftig jaar geleden nog amper weet van had. En Rossini? Doen we even. Want tenoren die over de meest perfecte coloraturen en voluit gezongen hemelshoge noten beschikken, lijken tegenwoordig aan de bomen te groeien

Moeilijker wordt het opeens als je een opera van Verdi écht goed wilt bezetten. Wat is er gebeurd met de ‘voce Verdiane’? Wanneer heeft u voor het laatst een echte Verdi-bariton gehoord? Soms denk ik dat het met de tijdgeest te maken heeft. Of de mode…

Met dit gegeven in je achterhoofd valt de “all stars” uitvoering van Don Carlo (Salzburg august 2013) dan nog wel mee, al kunnen de fraaie kostuums en de werkelijk fenomenale regie niet verhullen dat er hier iets wezenlijks ontbreekt. De op zich schitterende stemmen klinken mooi, maar niet echt idiomatisch waardoor hun karakters niet helemaal uit de verf komen.

Carlo is een killer van een rol. Het is een typische rol voor een echte lyrico spinto. Met de nadruk op lyrico, maar dan wel met een power van een heldentenor. Ettelijke tenoren hebben zich er aan vertild, wat hen uiteindelijk hun stem kostte. Denk aan José Carreras of Rolando Villazón. Geen wonder dat zo weinig tenoren zich eraan wagen!

Ik ben niet kapot van de Carlo van Jonas Kaufmann. Hij speelt hem voortreffelijk, dat wel, maar hij kan mij Luis Lima (kent iemand hem nog?) in de rol niet doen vergeten. Zijn stem vind ik te aanwezig, bij vlagen zelfs te hard. Bij Kaufmann groeit Carlo tot heroïsche dimensies, maar Carlo is geen echte held, hij is een mietje, zonder eigen smoel en zonder ruggengraat.

Anja Harteros is voor mij geen Elisabetta. Zij zingt prachtig, dat wel, maar zij weet mij nergens te ontroeren. Ik vind het soms echt “gemaakt”, kunstmatig bijna…

Met Thomas Hampson als Posa ben ik gauw klaar: laagte heeft hij niet en zijn hoogte is geknepen. Zijn zingen heeft bij vlagen iets van een sprechgesang. Het is triest, maar waar: zijn hoogtijdagen zijn voorbij. Zelfs in zijn acteren kan hij mij maar matig overtuigen; voor de rol van Rodrigo is hij te ijdel.

Ook van de Eboli van Ekaterina Sementchuk kan ik niet echt warm worden. En alweer: de stem is er, zij zingt zonder meer goed, maar nergens lukt het haar om een diep in haar ziel gekwetste prinses te worden. Nergens kan ik de ‘gewonde tijger’ ontwaren. Het kolkt niet.

De oudgediende Matti Salminen daarentegen weet nog steeds iets van zijn Filippo te maken. Zijn stem is inmiddels versleten, maar is nog steeds roldekkend en zo is zijn portrettering. Zijn “Ella giammai m’amo!” is zeer ontroerend en zijn confrontatie met Il Grande Inquisitore (goede Eric Halfvarson) behoorlijk aangrijpend.

(meer…)