opera/operette/oratorium/koorwerken

Marin Alsop dirigeert NIXON IN CHINA

adams-nixon

John Adams behoort ongetwijfeld tot de meest succesvolle hedendaagse componisten. Logisch: zijn muziek is zeer toegankelijk en prettig in het oor liggend, zonder dat het meteen aan klanktapijt of muzak doet denken. Volgens zijn eigen woorden haalt hij zijn inspiratie uit “de landschappen en hun relatie met de menselijke psyche” en beschouwt zijn muziek als “etnisch, maar dan beïnvloed door jazz en pop”.  Zijn stijl noemt hij zelf  “post-style-style” en zijn composities een “celebratie van de Amerikaanse cultuur”.

Nixon in China werd al bij de première (1987) een grote hit. Terecht. Het is een ‘echte’, bijna ouderwetse opera, met prachtige melodieën en nazingbare aria’s.

Marin Alsop, chef dirigent van het Colorado Symphony Orchestra is al jaren lang een grote pleitbezorgster van de Amerikaanse muziek, Adams staat dan ook vaak op haar lessenaar. Om het 25-jarige jubileum van de Opera Colorado te vieren werd in 2009 een nieuwe opname van Nixon gemaakt.

Het werd tijd, want de enige opname die van de opera bestond, dateert uit 1988. Thomas Hammons, die ook al bij de première Kissinger zong, is nog steeds van de partij. Zijn stem is rijper geworden, minder mooi ook, maar dat past bij de rol.

Maria Knyova zingt een ontroerende Pat Nixon, haar ‘This is Prophetic’ klinkt als een echte tearjerker.

Chen-Ye Yuan (Chou En-lai) maakt indruk met zijn prachtig gezongen ‘I’m old’. Prachtige muziek. Prachtige uitvoering.


John Adams
Nixon in China
Robert Orth, Maria Kanyova, Thomas Hammons, Marc Heller, Chen-Ye Yuan
Colorado Symphony Orchestra olv Marin Alsop
Naxos 8.669022-24

 

Gennadi Rozhdestvensky dirigeert de oorspronkelijk versie van Das Klagende Lied van Mahler. Een must.

rozj

Soms weet je het niet meer. Je denkt een werk goed te kennen, heel erg goed zelfs. Je hebt er een zwak voor, dus je hebt het een en ander verzameld en denkt dat er geen geheimen meer voor je bestaan. En dan komt er een oude, geremasterde opname op je deurmat vallen en je voelt je verward

Tot voor kort riep je nog dat er niets beters is dan Giuseppe Sinopoli en dat je met MTT zo lekker wegdroomt, alleen al vanwege zijn zeer slopende tempi. Maar dan gaat je hele wereld op de schop, want opeens voelt het alsof je van een lange slaap bent ontwaakt en dat nu pas alles op zijn plaats valt.

Mahler was amper twintig toen hij Das klagende Lied voltooide. Het zeer romantische en o zo treurige sprookje over een koningszoon die zijn broer vermoordt in strijd om macht en liefde, beschouwde de componist zelf als zijn opus 1 en het eerste werk waarin hij zichzelf als ‘Mahler’ heeft gevonden.

Gennadi Rozhdestvensky was de eerste die Das Klagende Lied in zijn oorspronkelijke, driedelige versie dirigeerde. Alleen daarvoor verdient hij al meer dan lof. Voor de beschrijving van de uitvoering kom ik woorden te kort, want zo dramatisch en tegelijk zo ontzettend lyrisch en liefdevol heb ik het werk nooit eerder uitgevoerd gehoord.

Rozhdestvensky weet de mooiste klanken aan het BBC-orkest te ontlokken, die het meest op het ontwaken en dan het ondergaan van de dag, de wereld en het universum doen denken. Je hoort de vogels zachtjes tsjilpen en de wind door de bomen waaien. En dan gaat de zon onder. Nee, de sprookjes waren niet altijd vrolijk, zelfs toen de wereld er nog in geloofde.

The Fiddler’s Child van Janaček (opgenomen in 1979 in Praag) is nooit eerder op cd uitgebracht geweest. Ik moet u bekennen dat ik, een grote Janáček-fan, het schitterende werk nog niet kende en daar schaam ik mij voor.

De cd is een echte MUST!


Gustav Mahler en Leoš Janáček
Das klagende Lied en The Fiddler’s Child
Teresa Cahill (sopraan), Janet Baker (mezzo), Robert Tear (tenor), Gwynne Howell (bas) en Bela Dekany (viool).
BBC Singers en BBC Symphony Orchestra and Chorus olv Gennadi Rozhdestvensky
ICAC (5080)

Cornelius Meister dirigeert DAS KLAGENDE LIED van MAHLER

 

Het eeuwige leven oftewel Věc Makropulos van Janáček

makropo

Het eeuwige leven, willen we het stiekem niet allemaal? Zeker als je daarbij jong, mooi en gezond blijft? En al helemaal als je een operazangeres bent en al die honderden jaren van je leven je stem kan vervolmaken. Helaas is er ook een keerzijde: je wordt cynisch en niets boeit je meer, ook de seks niet. Immers: je hebt het allemaal al gezien?

Emilia Marty (of Elina Makropoulos, of Eugenia Montez, of één van de andere van haar vroegere alter egos) brengt opschudding in het leven van iedereen, maar zelf blijft ze er kalm onder. Ooit heeft ze liefgehad, maar ook dat is al meer dan honderd jaar geleden. Nu lijkt haar einde toch dichterbij te komen, dus moet ze het ooit door haar vader uitgevonden elixer terug zien te vinden. Maar misschien is de dood toch de oplossing?

Věc Makropulos (De zaak Makropulos) van Janáček is een bijzondere opera, die veel stof levert om over na te denken. Een ‘gefundes fressen’ voor een regisseur, zou je zeggen, zeker ook omdat het libretto (Janáček zelf, naar het verhaal van Karel Čapek) werkelijk geniaal is en door de componist voorzien is van even geniale muziek.

makropulos-blu

Maar als je Christoph Marthaler heet, wil je het liefst een eigen stempel op de productie zetten en dat doet hij ook. De opera begint met een ‘stomme’ dialoog, die je middels ondertitels kan volgen. Nee, het staat niet in het libretto, maar de regisseur vond het blijkbaar spannend. Het heeft mij ook een paar uur gekost om erachter te komen dat het niet aan de dvd lag.

Of het een toegevoegde waarde heeft? Daar moet u zelf over oordelen. Voor mij hoeft het niet, de boodschap van de opera was zonder ook meer dan helder. Maar als je het eenmaal door hebt, is het ontegenzeggelijk spannend, al vraag ik mij af of het publiek links in de zaal iets kon zien, op de boventitels na.

Ik heb absoluut niets tegen modern theater, zeker niet als het goed en intelligent gedaan is. Als theater is de productie dan ook zeker boeiend. Maar Janáček is ver te zoeken, ook omdat het orkest weinig affiniteit met zijn merite heeft. Janáček is niet modern, meneer Salonen! Zelfs (of misschien juist?) in zijn gruwelijk omgekeerde sprookje ontbreekt het hem niet aan lyriek. En de accenten, de typische ‘Janáček-accenten’, die hoor ik ook nergens. Wat een misverstand!

makropolus-n

Er wordt ontegenzeggelijk goed tot zeer goed gezongen. Johan Reuter is een fantastische Prus en Raymond Very een zeer aandoenlijke Gregor. Angela Denoke is een rasartieste en al vind ik haar stem niet echt mooi, in haar rol is ze meer dan overtuigend.

De recensies waren bijna allemaal zeer lovend. Men prees het drama en de zangers. Zelfs Salonen werd bejubeld, dus het laatste oordeel is aan u. (Cmajor 709508)

Behind the scenes:

CD’S

makropolus

De 30 jaar oude klassieker onder leiding van Charles Mackerras klinkt nog steeds als een klok en is weinig voor verbetering vatbaar, helaas is hij niet (meer?) los verkrijgbaar. Decca heeft alle door Mackerras opgenomen opera’s van Janáček samengebundeld en in een 9 cd tellende box gestopt (4756872).  Op zich prima, zeker gezien de prijs, helaas krijgt u het libretto er niet bij. Maar de uitvoering is om te likkebaarden. Elisabeth Söderström is een voortreffelijke Emilia, Peter Dvorský een mooie Albert en Václáv Zítek een imponerende baron Prus.


makrol

In 2006 dirigeerde Mackerras de opera bij het English National Opera, in het Engels. De (live) opname verscheen op Chandos (CHAN 3138), en het is goed om het erbij te hebben. Cheryl Barker zingt een mooie, koele Emilia, misschien minder doorleefd dan Söderström, maar zeker niet minder sophisticated. En het Engels is een kwestie van wennen.

Twee sluwe vosjes van Mackerras

vosje-janacek

Leos Janácek

Geen enkele componist, wellicht op Puccini na, hield zo van vrouwen als Janáček. Niet dat hij een versierder was, al werd hij wel op 70-jarige leeftijd verliefd op een 30 jaar jongere vrouw. Of het iets meer dan alleen een platonische verhouding was, is totaal niet relevant. Kamila Stösslová werd zijn muze, en aan haar had hij zijn mooiste werken opgedragen.

Zonder meer was zij dan ook zijn inspiratie voor het creëren van vrouwenkarakters, die hij met zo veel liefde behandelde dat het volstrekt onmogelijk is om niet van ze te houden. Het mooie, sluwe vosje Bystrouška (wat ‘scherpe oortjes’ betekent) is daar een voorbeeld van.

Bystrouška staat symbool voor alles wat mannen in de opera ontberen, en waarnaar ze verlangen: vrijheid, onafhankelijkheid, schoonheid, maar ook genegenheid. Vandaar dat ze de Boswachter aan Terynka doet denken, een mooi zigeunermeisje, dat ook bij de Schoolmeester en de Pastoor warme gevoelens oproept. Maar het is uiteindelijk de Stroper die Terynka gaat trouwen en zijn bruid een vossenvacht cadeau doet. Symbolischer kan het niet.

Charles Mackerras op Decca (4756872)

vosje-decca

Het sluwe vosje is een pracht van een opera, met muziek die zo mooi is dat het je af en toe pijn doet. Vandaar dat dirigent en orkest niet alleen buitengewoon goed moeten zijn, maar ook bijzondere affiniteit met de muziek van Janáček moeten hebben.

Sir Charles Mackerras is zo’n dirigent. In de jaren tachtig nam hij in Wenen vijf opera’s van Janáček op, waarvoor hij louter lof ontving. En terecht. Enkele jaren geleden heeft Decca al die opera’s gebundeld en in een box uitgebracht, die ik niet anders dan van harte aanbevelen kan.

De rol van Vosje wordt gezongen door Lucia Popp, een zangeres met wellicht één van de mooiste lyrische stemmen uit de geschiedenis: een stem met de schoonheid van een kristal.

De box bevat, behalve ‘Het sluwe vosje’, ‘Jenůfa’, ‘Kát’a Kabanova’, Věc Makropulos’ en ‘Uit een dodenhuis’.

De box bevat behalve Het sluwe vosje ook Jenůfa, Kát’a Kabanova, Věc Makropulos en Uit een dodenhuis. Er zit een helder boekje bij, helaas geen libretto’s.


Charles Mackerras op Arthaus Musik (100240)

vosje-dvd

In 1995 werd Het sluwe vosje opgevoerd in Châtelet in Parijs, in een regie van Nicholas Hytner. De productie werd meteen met de hoogste prijzen onderscheiden. Geen wonder, want het is van een zeldzame schoonheid.

Hytner laat ons een sprookje zien, dat geen sprookje is en waarin mensen en dieren volkomen zijn geïntegreerd in een symbiose van de natuur en de menselijke verlangens.

Eva Jenis is werkelijk fenomenaal als Vosje. Wat die vrouw allemaal in huis heeft, grenst aan het onmogelijke. Ze rent, laat zich vallen, rolt over het toneel, springt dat het een lieve lust is… Dat ze daarbij nog kans ziet om prachtig te zingen, is onvoorstelbaar.

Prachtig is ook Hana Minutillo als Vos en Ivan Kusnjer als de stroper. Thomas Allen bewijst verder eens te meer wat een geweldige en intelligente zangeracteur hij is. Hij heeft de rol al vaker gezongen (ik herinner me een prachtige productie uit de Covent Garden van zo’n 15 jaar geleden), maar nu doet hij het in het Tsjechisch (perfect), in een voor de rest bijna exclusief Tsjechische cast.

Dat het orkest klinkt alsof ze in hun loopbaan niets anders dan Janáček speelden, mag geen wonder heten: de dirigent is dan ook niet minder dan Charles Mackerras

Monna Vanna van Rachmaninoff: what a beauty!

 monna

Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er vier gecomponeerd. Eenakters, dat wel. En echt succesvol waren ze geen van allen, op Aleko na. Waarom? Geen idee. Ik vind ze mooi. Voornamelijk The Miserly Knight, een heerlijk operaatje, gebaseerd op een tekst van Poesjkin en met veel Wagner-invloeden.

Als er niet een misverstand, een ongeluk of gewoon een dom vergeten in het spel was geweest, dan hadden we wellicht ook een lange opera van de Russische maestro gehad. Monna Vanna, naar het toneelstuk van Maeterlinck, was al best ver gevorderd toen het Rachmaninoff te binnen schoot dat hij vergeten was de rechten bij de schrijver aan te vragen. Te laat! De rechten waren verkocht aan Henry Février en die gaf geen toestemming voor de opera. En dat was dat.

De eerste akte was toen al voltooid, maar nog niet georkestreerd. Dat gebeurde pas bijna 80 jaar later. Op verzoek van Rachmaninoffs schoonzus ontfermde Igor Buketoff zich over de pianopartituur en werd Monna Vanna (of eigenlijk ‘de aanzet tot’) voor het eerst uitgevoerd. Dat was in 1984 in Saratoga, met in de hoofdrollen Tatiana Troyanos en Sherrill Milnes.

Chandos (8987) nam de opera een paar jaar later op. Helaas zonder Troyanos (de rol van Monna Vanna werd overgenomen door Blyth Walker), maar Milnes was weer van de partij in de rol van Guido. De uitvoering is meer dan uitstekend. Het is alleen jammer dat de tekst in het Engels vertaald werd.

In 2009 werd Monna Vanna in een nieuwe orkestratie van Gennady Belov eindelijk ook in Rusland, en in het Russisch, uitgevoerd. Het conservatorium van Moskou had de primeur. Het werd live opgenomen en onlangs bracht Ondine de registratie op cd uit.

Het verhaal: Pisa wordt aangevallen en belegerd. Om de stad van de totale ondergang te redden moet generaalsvrouw Monna Vanna de tent van de aanvoerder van het vijandelijke leger opzoeken – alleen en naakt onder haar mantel. De afloop kunt u, met een beetje fantasie, zelf bedenken en voor inspiratie kunt u naar haar portret kijken, geschilderd door Dante Gabriel Rosetti.

Monna Vanna 1866 by Dante Gabriel Rossetti 1828-1882

Monna Vanna 1866 Dante Gabriel Rossetti 1828-1882 Purchased with assistance from Sir Arthur Du Cros Bt and Sir Otto Beit KCMG through the Art Fund 1916 http://www.tate.org.uk/art/work/N03054

Ook in Monna Vanna zijn de invloeden van Wagner onmiskenbaar aanwezig, maar als je goed luistert dan hoor je flarden Borodin (Prins Igor!) en die nemen, naarmate de opera vordert, het voortouw in.

De uitvoering is meer dan voortreffelijk, zeker als je bedenkt dat alle rollen bezet zijn door de studenten van het conservatorium in Moskou. Ook het koor en het orkest komen daarvandaan. Daar word ik even stil van, van het niveau. Zou het alleen aan de perfecte directie van Vladimir Ashkenazy liggen?

De laatste vijftien minuten van de cd worden ‘opgevuld’ met zeven van Rachmaninoffs bekendste liederen. ‘U moyego okna’, ‘Siren’ en ‘Zdes’ khorosho’ ontbreken dus niet.

Sopraan Soile Isokoski zingt de liederen anders dan ik gewend ben. Haar stem is rijper dan het gebruikelijke ‘lievemeisjesgeluid’ en dat is even wennen. Maar mij bevalt haar lezing zeer. Zo veel diepgang en tekstbegrip hoor je zelden.

Het meeste ben ik onder de indruk van ‘Zdes’ khorosho’ (alles is fijnhier). Ze zingt het met een zweem van melancholie, die je niet onberoerd kan laten.

Maar ook ‘Son’ (droom) laat je niet koud. In haar interpretatie vertonen beide liederen, ondanks hun poëtische, droevige ondertonen (Russen zo eigen), ook prozaïsche trekken.

Zelfs van het bijna kapot gezongen ‘Vocalise’ weet Isokoski meer dan een stemoefening te maken. Ik vind het zonder meer indrukwekkend. Vladimir Ashkenazy begeleidt haar daarbij niet minder dan congeniaal op de piano. Een waarlijk prachtige cd!


Sergei Rachmaninoff
Monna Vanna; Liederen
Moscows Conservatory Opera Soloists, Moscow Conservatory Students Choir en Symphony Orchestra olv Vladimir Ashkenazy (Monna Vanna)
Soile Isokoski (sopraan) en Vladimir Ashkenazy (piano)
Ondine ODE 1249-2

TROIKA

Daniil Trifonovs weergaloze Rachmaninoff: cd van het jaar?

THE SILVER AGE

ELISABETH SÖDERSTRÖM op BBC Legends

Onweerstaanbare Mireille van Gounod

mireille

Het heeft lang geduurd, maar in 2010 werd er eindelijk dvd met Gounods Mireille uitgebracht.

Echt succesvol is de opera nooit geweest – waar een behoorlijk gerommel met verschillende versies debet aan zal zijn geweest. In 2009 zette Nicolas Joel, die dat jaar baas van de Opéra National de Paris werd, de opera echter op het toneel van het Palais Garnier, als opening van het seizoen.

Gounod’s muziek is zeer theatraal, wat door de regie en de betoverende belichting alleen maar werd onderstreept. Hier geen concepten (wat een verademing!), wel een voortreffelijke personenregie en geweldige mise-en-scène.

Het bühnebeeld doet mij aan het begin een beetje denken aan Sound of Music. Maar het pastorale, bijna serene begin verandert gaandeweg in een horror story met een Manon Lescaut-achtig einde. Ik was in tranen!

Inva Mula (Mireille) vind ik een ware ontdekking. Zowel qua stem als qua uiterlijk en gebaren doet zij mij aan drie van de grootste zangeressen van de laatste 50 jaar denken: Scotto, Freni en Cotrubas.

Charles Castronovo zingt een lichte maar in alle opzichten prettige Vincent en Alain Vernhes imponeert als Mireilles vader.

De dirigent, regisseur en dramaturg vinden Mireille een meesterwerk en daar kan ik het, na het bekijken van dvd, alleen maar mee eens zijn.

Charles Gounod
Mireille
Inva Mula, Charles Castronovo, Alain Vernhes, Franck Ferrari, Sylvie Brunet, Anne-Catherine Gillet
Orchestre et Choir de l’Opéra National de Paris olv Marc Minkowski
Regie Nicolas Joel
FRA (002)

Joseph Beer: Polnische Hochzeit. What a discovery!

beer-cover

“In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen”, sings Count Boleslav in his first big solo in Polnische Hochzeit: “In my home country roses are blossoming, but not for me, I am without a homeland.” These are words from the 1937 show, premiered in Switzerland, that could just as easily come from the biography of the composer himself.

beer-jong

Joseph Beer in Vienna

Joseph Beer was born in 1908 in Lemberg (Lwów, Lviv). Back then, this was part of the Austrian-Hungarian empire, but 10 years later it was to become one of the most important cities of Poland. Beer studied in Vienna, after the “Anschluss” in 1938 he fled to France.

beer-and-his-siblings

Joseph Beer with his siblings

He first went to Paris. Helped by the director of the Théâtre du Châtelet he earned his living by writing music for the film Festival du Monde. After failing to reach the Unites States, he ended up in Nice. During his years in hiding Beer composed Stradella in Venice there, an opera in the verismo style (premiere Zurich, 1949), which turned out to be his final one. After the war Beer got the news that his parents were killed in Auschwitz. Also his friend, mentor and librettist of Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, had not survived the camps.

beer-fritz-lohenr-beda

Fritz Löhner-Beda

In the early fifties Beer married Hanna Königsberg, also a Holocaust survivor (Königsberg fled Germany as a child, with her parents). Together with her and their two daughters he remained in Nice until his death in 1987.

beer-1986

Joseph Beer in 1986 at his balcony in Nice

Beer never got over the sad news of the loss of his family. He withdrew from public life and stopped composing. Instead, he threw himself into studying musicology. In 1966 he defended his thesis: ‘The Evolution of Harmonic Style in the Work of Scriabin.’

After the war, Polnische Hochzeit was never performed again. Beer himself refused to give permission. We can only guess why he did so, but apparently the confrontation with the operetta was too painful for him. The operetta and its subject matter were too close to his heart.

But Beer never denied his roots. According to his daughter Béatrice he always felt a Jew in the first place, and immediately after, a Pole. Not an Austrian, please, but also not a Frenchman. He lived in France for almost fifty years, and was declared a French citizen after the war, but his heart remained in Lwów, although he never saw that city again. He also spoke Polish fluently, which no doubt helped him to get the rhythms in his score right.

beer-polnische-hochzeit-poster-world-premiere

It is hard to believe, but Beer composed Polnische Hochzeit in only three weeks. Because of the difficult theater situation in Austria, the show was first presented in Switzerland – with a libretto by Kalman’s and Lehár’s co-authors Alfred Grünwald and Fritz Löhner-Beda, who also collaborated with Abraham. The premiere in 1937 in Zurich was an immediate hit. It was translated into eight languages and had 40 subsequent productions elsewhere, outside of Nazi Germany.

beer-poster-world-premiere-polnische

Under the title Les Noces Polonaises the new production of the opera was planned for October 1, 1939, in the Théâtre du Châtelet. Jan Kiepura and Martha Eggerth were supposed to sing the leading roles, but a month before opening night the Nazis started World War II.

Polnische Hochzeit is a voluptuous operetta in the Viennese tradition. One can detect echoes of Emmerich Kálmán and Paul Abraham, but the score is also filled by Polish folk dances and Jewish melodies. But there are also many “modern” syncopated numbers, e.g. the duet “Katzenaugen” (Cat’s Eyes), a veritable Charleston.

What sets Polnische Hochzeit apart is the patriotic story set in 1830 Poland, a country occupied by the Russians. Childhood sweethearts Boleslav and Jadja meet once more when Boleslav returns home. Jadja is now engaged to Boleslav’s rich uncle Staschek, but the witty maid Suze (a female sort of Figaro) finds a way to untangle the engagement and get Boleslav and Jadja together in the end. Just think of Don Pasquale..

Nikolai Schukoff is someone I encounter more and more often in operettas, and that makes me very happy. His tenor is very suited for the genre, much more than for his usual Wagnerian repertoire which has left traces in his voice. They are not dramatic, but he needs time to vocally warm up (it’s a live recording). By the time he sings the mazurka “Polenland, mein Heimatland” (Poland, my home country) he – and his voice – are in full swing. He dazzles with some glorious top notes and demonstrates a great sense of rhythm. In this, he is perfectly supported by conductor Ulf Schirmer. And the longing and passionate way Schukoff sings “Du bist meine große Liebe” (You are my big love) is something even colleagues like Nicolai Gedda couldn’t top.

Teaser for the cpo CD “Polnische Hochzeit” by Joseph Beer with Nikolai Schukoff:

Martina Rüping is a wonderful Jadja. She sings “Wenn die Mädel zu Mazurka gehen” with warm soprano tones, and she adds a certain melancholy that is touching, as is the song itself. Just like the duet “Herz and Herz” (heart to heart). I melted away.

Michael Kupfer-Radecky is an impressive Count Staschek, and Susanne Bernhard a wonderful as Suze.

It’s certainly one of the best CPO operetta releases.

The 1st page of the young heroin Jadja’s gorgeous aria (Wunderbare Träume)beer-aria-jadjaBéatrice Beer (composer’s daughter) sings Wunderbare Träume:

 

Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592

English translation: Kevin Clarke and Remko Jas

In Dutch:POLNISCHE HOCHZEIT van JOSEPH BEER

More Schukoff:
EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

DER ZIGEUNERBARON

 

Harnoncourt dirigeert Genoveva van Robert Schumann: dvd versus cd. CD wint.

DVD:

genoveva

Al vanaf de première in 1850 werd Genoveva, Schumanns enige opera, als mislukt beschouwd. En daar zit wat in: het is in feite een symfonie met stemmen.

Nikolaus Harnoncourt is echter al decennia lang pleitbezorger van Genoveva. Volgens hem is de opera een waar meesterwerk, misschien zelfs de belangrijkste opera uit de tweede helft van de negentiende eeuw. En ook daar zit wat in, want de muziek is wonderschoon en met een goede regisseur valt er ontegenzeggelijk iets prachtigs van te maken.

Martin Kušej plakt in zijn productie voor het Opernhaus Zurich het verhaal vast aan het personage van Golo, in wie hij Schumann zelf – de componist, de dichter, de revolutionair – ziet en wiens zielsroerselen het ‘echte’ verhaal vormen. De actie speelt zich merendeels af in een soort witte doos, met alle personages permanent op de bühne, alsof ze daar zitten opgesloten.

Best interessant en ongetwijfeld spannend, maar voor mij te ver gezocht en behoorlijk warrig. De liefhebber van het conceptualisme kan echter zijn hart ophalen, want de personenregie is uitstekend en de muzikale kant meer dan voortreffelijk.

Een superieure Shawn Mathey zingt Golo. Zijn mooie en warme tenor straalt inderdaad iets van een dichter uit. Juliane Banse is een ontroerende Genoveva.

 

Juliane Banse, Shawn Mathey, Martin Gantner, Cornelia Kalish
Orchestra and the Chorus of the Zurich Opera House olv Nikolaus Harnoncourt
Regie: Martin Kušej
Arthaus Musik 101 327

 

CD:

genoveva-cd

Wilt u een zowat volmaakte Genoveva horen, zonder poespas en zonder concepten?
Ga dan voor de cd opname die Harnoncourt in 1996 voor Warner Classics (0825646912612) maakte, met het Chamber Orchestra of Europe en als solisten Oliver Widmer, Ruth Ziesak, Deon van der Walt, Marjana Lipovsek en Thomas Quasthoff. Beter krijgt u het niet.


 

José van Dam neemt afscheid van De Munt met Don Quichotte van Massenet

Don Q

©Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Het moet een ultieme nachtmerrie zijn voor de baas van een operahuis: je hebt een belangrijke première, het orkest en de zangers staan in de startblokken en het publiek, inclusief een koninklijke gast (hier in de gedaante van de Belgische kroonprinses Mathilde) zit al in de zaal. En dan laat de techniek het afweten.

Het overkwam Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt in Brussel, vlak voor de première van Don Quichotte van Massenet. ,,Vanmiddag werkte alles nog perfect”, verontschuldigde De Caluwe zich tegenover zijn gasten. ,,Maar nu laat de computer ons in de steek.”

Vervelend. Maar in de operabusiness, net als in het echte leven, kan altijd van alles misgaan. En live is live, wat eigenlijk ook zijn charme heeft. Ingeblikte perfectie betekent niet automatisch het ultieme genot. Het publiek is een en al begrip en in afwachting van wat er komen gaat, verplaatst het zich massaal richting foyer en drankjes.

Een uur later kan het feest dan eindelijk beginnen. En het werd een feest.

qu

José van Dam ©Michel Cooreman Events Photography

De voorstelling was in meerdere opzichten een echte verjaardag. Het was precies 100 jaar geleden dat Don Quichotte voor het eerst werd uitgevoerd in Brussel en met de rol van de dolende ridder nam José van Dam (dat jaar 70), één van de grootste Belgische zangers ooit, op een magistrale manier afscheid van De Munt, het operahuis waar hij 30 jaar aan was verbonden en waar hij zeer verschillende rollen heeft gezongen. De nieuwe productie werd dan ook speciaal voor hem gemaakt.

In zijn toelichting zei regisseur Laurent Pelly dat een voorstelling een droom is, waarin we binnenstappen. ,,De dromer, dat kan de toeschouwer zijn, of de auteur of het personage.”

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Bij de aanvang van het stuk zit ‘de dromer’ in zijn stoel. Hij lijkt sprekend op Massenet zoals we hem van de foto uit die tijd kennen. Hiermee wordt meteen de link gelegd tussen de componist zelf (Massenet was toen hij de opera componeerde tot over zijn oren verliefd op Lucy Arbell, een 27-jarige mezzo die de rol van Dulcinée zong) en zijn held.

Hij is een dromer en een dichter. Hij is de toeschouwer, maar hij gaat ook een actieve deelnemer worden van de actie. Sterker nog: hij gaat de actie sturen, waardoor dingen gebeuren die anders nooit zouden zijn gebeurd. Hij is (ook in zijn aankleding) half ridder/half dichter. Half hier en half daar. Waar het ook moge zijn. Hallucinerend.

Het decor (Barbara de Limburg) bestaat voornamelijk uit stapels papier. Het zijn de ettelijke liefdesbrieven die Don Quichotte aan zijn geliefde schreef. Papierbergen die zich onder het balkon van de schone Dulcinea opstapelen. Siërra’s van liefdesbrieven waarop de echte en gedroomde gevechten plaatsvinden.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

De muziek is zeer onderhoudend en onmiskenbaar Spaans. Of wat wij als Spaans ervaren, met heel erg veel fandango en ‘olé’. Doorgecomponeerd, maar met aria’s. Verbazingwekkend energiek, maar ook waanzinnig lyrisch. Niet echt dagelijkse kost.

Het vereist dan ook een dirigent van formaat die met al die schakeringen weet om te gaan. Dat allemaal is Marc Minkowski op het lijf geschreven. Hij heeft meer lyriek in zijn linkerpink dan menig dirigent in zijn hele lichaam.

Het geluid dat hij het orkest wist te ontlokken was niet minder dan grandioos. Hij schuwde de sentimentaliteit niet en waar nodig zorgde hij voor de humoristische noot. Zo mooi, zo spannend, zo uitdagend heb ik de muziek nog nooit eerder gehoord. Het moet gezegd: hij heeft mijn hart gestolen.

Ook de cellist (het programmaboekje vermeldt helaas zijn naam niet) die voor de ontroerende solo in de Entr’acte tussen het vierde en vijfde bedrijf heeft gezorgd, verdient een eervolle vermelding.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt/La Monnaie

Werner van Mechelen (Sancho Panza) was voor mij de held van de avond. In zijn grote aria in de vierde akte (‘Riez, alle, riez de pauvre idéologue’) toonde hij zich niet alleen een stemkunstenaar van een superieure kwaliteit, maar ook een acteur waar je U tegen zegt. Bravo!

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Silvia Tro Santafé (La Belle Dulcinéé) heeft mij lichtelijk teleurgesteld. Ze deed het beslist niet slecht, maar ik vond haar stem niet kruidig, niet sexy genoeg (luister maar eens hoe Teresa Berganza die rol vertolkte!). Voor mij was haar uitstraling ook niet erotisch genoeg. In de prachtige jurken, ontworpen door Pelly zelf, zag zij er beeldig uit, maar alleen daarmee breng je de harten van het hele dorp niet op hol.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

José van Dam is Don Quichotte en Don Quichotte is José van Dam. Ik ken geen zanger die meer uit de rol wist uit te halen (Schaliapin daargelaten, maar voor hem werd de opera gecomponeerd). De keren dat hij de rol heeft gezongen zijn niet te tellen, gelukkig heeft hij het ook opgenomen.

Zijn stem is niet zo fris meer, het kan ook niet anders, maar hij heeft nog steeds de kracht. En zijn portrettering is werkelijk formidabel. Men leeft met de arme man en zijn wanen mee. Zijn sterfscène bezorgde mij kippenvel en tranen liepen mij over de wangen.

Bezocht op 4 mei 2010

DVD (Naïeve DR 2147)

quichotte-dvd

Tot mijn grote vreugde heeft de feestelijke productie een welverdiende uitgave op dvd gekregen. Koop de dvd en laat u verleiden door het werk, door de zangers, de prachtige en intelligente regie van Laurent Pelly en niet in laatste instantie door het orkest en de dirigent Marc Minkowski.

José van Dam, Silvia Tro Santafé, Werner van Mechelen, e.a.
Orchestre et Choers de la Monnaie olv Marc Minkowski
Regie: Laurent Pelly.

LA CARAVANE DU CAIRE

gretry

De uit Luik afkomstige componist André-Modeste Grétry (1741-1813) geniet geen grote bekendheid, maar kan in zijn geboortestad nu en dan op een productie rekenen. In oktober 2013 werd daar zijn opera La caravane du Caire opgevoerd, door Ricercar uitgebracht op een bijzondere dubbel-cd.

Als ik sterren kon geven voor cd-presentatie, had deze opname er zonder twijfel vijf gekregen. De twee cd’s zitten ingepakt in een waar boekwerk, met een prachtig schilderij op de omslag (portret van bey Mehmet Said Pasja, door Joseph Aved) en een inhoud van ruim honderd letterlijk en figuurlijk glimmende pagina’s. Je vindt er behalve de synopsis en het libretto ook zeer uitgebreide achtergrondinformatie, in drie talen. Kostbaar!

Het banale, exotische verhaal van een stel Europeanen die worden gevangengenomen en als slaven aan rijke sjeiks en pasja’s worden verkocht, waarna een (poging tot) ontsnapping volgt en alles wordt besloten met een happy end, was zeer in de mode aan het einde van de achttiende eeuw. Er werd veelvuldig gebruik van gemaakt, onder anderen door Mozart en Rossini

Het was mijn eerste kennismaking met La caravane du Caire en die verliep buitengewoon plezierig. Natuurlijk moest ik meteen aan Die Entführung aus dem Serail van Mozart denken, maar de vergelijking zou totaal misplaatst zijn. Grétry bedient zich van een zeer eigen idioom dat het midden houdt tussen late barok en Gluck. De muziek is heel erg leuk en de uitvoering is zonder meer goed: mooie stemmen, goed orkest… Onze zuiderburen zouden zeggen: zeer plezant!

ANDRÉ-MODESTE GRÉTRY
La caravane du Caire
Katia Velletaz, Jennifer Borghi, Cyrille Dubois, Tassis Christoyannis, Reinoud van Mechelen e.a.
Les Agrémens en het Choeur de Chambre de Namur olv Guy Van Wass
Ricercar  RIC 345