opera/operette/liederenrecitals

Hans Werner Henze: esthetisch -theatrale wereldverbeteraar in drie opera’s en een biografie

Henze Zeit online

Hans Werner Henze © Zeit Online

Merkwaardige man, die Henze. Ooit flirtte hij met het communisme en droomde van een wereldrevolutie, maar hij was ook een estheet en een erudiet wat hem in 1953 – mede – deed besluiten om Duitsland vaarwel te zeggen en naar Italië te verhuizen.

Zijn muziek is altijd zeer theatraal geweest: hij heeft het nooit zo gehad met de strenge regels van het serialisme en voelde zich nauw verbonden met de opera, die hij, in tegenstelling tot de toenmalige hardliners van de avant-garde, nooit als verouderd had bestempeld. Zijn discografie vermeldt dan ook meer dan twintig muziektheaterwerken, die met grote regelmaat worden opgevoerd.

DIE BASSARIDEN

Henze Bassariden

Die Bassariden behoort tot Henze’s beste en belangrijkste composities. Het libretto, naar ‘De Bacchanten’ van Eurypides, werd geschreven door W.H.Auden (kan iemand zich nog de ‘Funeral Blues’ uit Four Weddings and a Funeral herinneren?) en Charles Kallman.

Het is een massieve, doorgecomponeerde partituur geworden, verankerd in de wagneriaanse traditie (er wordt gefluisterd dat de librettisten er op stonden, dat Henze, vóór hij zich op het componeren stortte, de ‘Götterdammerung’ ging bestuderen) en gebouwd als een vierdelige symfonie met stemmen.

Het verhaal over koning Pentheus, die door alle zinnelijkheid te willen verbannen in strijd raakt met Dionysus en zijn adepten en aan het eind door zijn eigen moeder wordt verscheurd dient als een  metafoor voor het conflict tussen Eros en Ratio.

De opera is (in de Duitse vertaling) tijdens de Salzburger Festspiele in augustus 1966 in première gegaan. Het werd een enorm succes, wat één van de recensenten zelfs de kreet ontlokte dat Richard Strauss eindelijk een opvolger had gekregen. Hetgeen Henze lachend terecht van tafel veegde met een simpele “waar heeft de man zijn oren”?

Een paar jaar geleden werd de live opgenomen premièrevoorstelling door Orfeo (C 605 032 1) uitgebracht. Het zeer emotioneel spelende Wiener Philharmoniker komt onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi tot ongekende hoogtes.

Kostas Paskalis is zeer geloofwaardig in zijn rol van Pentheus en Kerstin Meyer ontroert als Agave.

Jammer alleen dat er geen libretto werd bijgeleverd, het is tenslotte geen alledaagse kost.

Das Urteil der Kalliope, intermezzo uit Die Bassariden :

L’UPUPA

Henze L'Upupa

Bijna veertig jaar later werd er in Salzburg een nieuwe (en tevens de laatste, zo beweerde de toen bijna 80-jarige componist) opera van Henze opgevoerd: L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe. Het was een opdrachtwerk van de Salzburger Festspiele, en de première in het Kleines Festspielhaus in augustus 2003 werd live opgenomen voor de dvd (EuroArts 2053929).

Het libretto, een op Syrisch-Persische verhalen gebaseerd sprookje, werd door Henze zelf geschreven. De drie zonen van De Oude Man gaan op zoek naar L’Upupa (een hop), een door de man verloren vogel met de gouden veren. De twee oudsten laten het meteen afweten en vermaken zich met drinken en kaartspelen. De jongste, Kasim (een voortreffelijke rol van Mattias Goerne), bijgestaan door een Papageno-achtige ‘Demon’ doorstaat allerlei avonturen, waaronder ook een aanslag op zijn leven door zijn broers. Maar hij vindt de vogel en terloops ook nog een geliefde in de gedaante van een Joodse Prinses (Laura Aikin) en keert naar zijn oude vader terug. Om meteen weer te vertrekken, deze keer om een gedane belofte na te komen. Een open eind dus, dat ook een prachtig beeld en een ontroerende muziek oplevert.

De tekst is bij vlagen zeer komisch, maar ook zeer poëtisch. De decors en kostuums van Jürgen Rose zijn werkelijk oogverblindend, en de regie van Dieter Dorn zeer intelligent. Er wordt ook meer dan voortreffelijk gezongen en geacteerd, met name door de werkelijk onnavolgbare John Mark Ainsley als de Demon.

DER PRINZ VON HOMBURG

 Henze Prins

Op Arthaus Musik (100164) vindt u een andere schitterende opera van Henze: Der Prinz von Homburg. Het werd in 1994 in Bayerischer Staatsoper in München opgenomen en de regie van Nikolaus Lehnhoff is werkelijk onnavolgbaar goed.

Het verhaal van een dagdromende prins, die tijdens de oorlog de bevelen niet goed weet op te volgen en tot de doodstraf wordt veroordeeld maar wordt vrijgepleit zodra hij zijn straft aanvaardt, is gebaseerd op een toneelstuk van Heinrich von Kleist.

François Le Roux lijkt geknipt voor de hoofdrol, maar ook de rest van de cast: William Cochran, Helga Dernesch, en Marianne Häggander is bijzonder sterk.

MEMOIRS OF AN OUTSIDER

 Henze Memoirs

Van harte kan ik u ook de, door Barrie Gavin in 1994 gemaakte documentaire over Henze aanbevelen (Arthaus Musik 100360). Aan het woord komen –  behalve de componist zelf en zijn Italiaanse vriend – ook Simon Rattle en Oliver Knussen, die openhartig bekent dat zijn eigen muziek nooit iets was geworden zonder de invloed van Henze. Dat alles is doorspekt met muziekfragmenten en met prachtige archiefbeelden. Als toegift krijgt u een schitterende uitvoering van Henze’s absolute meesterwerk, zijn Requiem.

Meer Henze:

HANS WERNER HENZE en zijn L’UPUPA
DAS FLOSS DER MEDUSA

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodlot: De kinderen der Zee van Lodewijk Mortelmans

Mortelmans

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodlot. Beiden eisen hun tol ongeacht de omstandigheden, smeekbeden of omkooppogingen. Op de jonge Ivo rust een vloek: zodra zijn vrouw in verwachting raakt zal hij door de zee verslonden worden. Zo verging het zijn vader, zo is het ook zijn tweelingbroer vergaan.

Maar dat je niet aan je noodlot kunt ontkomen dat weet een ieder die ooit van Oedipus heeft gehoord en als het in de sterren staat dat je leven in de golven eindigt dan verdrink je, ook al is er geen zee in de buurt. Bij wijze van spreken dan want de zee, die is in de De Kinderen der Zee hoorbaar aanwezig.

Bij de eerste noten van de ouverture ruist het en deint het en stormt het… Hoe visueel wil je je noten hebben? Beeldender kan het niet, het is expressionisme ten top.

Mortelmans partituur

Mortelmans man

Lodewijk Mortelmans

Mortelmans affiche

De Kinderen der Zee van de Belgische componist Lodewijk Mortelmans (1868-1952) beleefde zijn première – zonder succes – in 1920 en de ontgoochelde componist bewerkte het tot een 90 minuten durende suite, waarvan nu de helft door Phaedra is opgenomen. Het laatromantische idioom spreekt mij zeer aan, net als het verhaal in verzen van Raf Verhulst. Sterker: ik ben behoorlijk onder de indruk.

Mortelmans achterkant

De uitvoering is meer dan subliem. Dirk Vermeulen laat het Württembergische Philharmonie Reutlingen spelen alsof hun leven er van afhangt, adembenemend!

Liesbeth Devos (Stella) is voor mij een ware ontdekking. Haar kristalzuivere sopraan is buitengewoon aangenaam om naar te luisteren en haar stemacteren bewonderenswaardig.

Peter Gijsbertsen zingt een ontroerende Ivo, in die rol is hij voor mij werkelijk onnavolgbaar. Wat is zijn stem toch mooi en warm geworden! Werner van Mechelen (Petrus) completeert de cast uit duizenden.

‘Ellen’ op de tekst van Frederik van Eeden (Gijsbrecht) en ‘Als de ziele luistert’ (Devos) completeren de ‘Mortelmans-sectie’, maar er zijn nog liederen en aria’s van Peter Aerts en August de Boeck.

Hieronder zingt Liesbeth Devos de Cantilene van Francesca uit La Route d’Emeraude van August de Boeck:

Deze cd is een MUST!


Voor meer informatie over Lodewijk Mortelmans zie: http://www.lodewijkmortelmans.be

LODEWIJK MORTELMANS:
De Kinderen der Zee (fragmenten
Ellen, een Lied van de Smart
PETER AERTS:
In Flanders’ Field
AUGUST DE BOECK:
C’est en toi, bien aimé
Cantilene van Francesca
Recitatief & Aria van Prinses Zonnestraal
Liesbeth Devos (sopraan), Peter Gijsbertsen (tenor), Werner van Mechelen (basbariton)
Württembergische Philharmonie Reutlingen olv Dirk Vermeulen
Phaedra PH 92097 • 77’

Bertrand de Billy dirigeert ‘EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE’

Zemlinsky de Billy

Zemlinsky was geen aantrekkelijke man. Daar leed hij zo onder dat de uiterlijke schoonheid voor hem een soort obsessie werd, die tot gespletenheid in zijn eigen karakter en die van zijn fictieve personages leidde.

Die gespletenheid ontwaar je ook in zijn Eine Florentinische Tragödie, een opera gebaseerd op een toneelstuk van Oscar Wilde.  De mooie vrouw van Simone, Bianca heeft een affaire met de aantrekkelijke en rijke prins Guido. Simone betrapt ze en – na een potje kat en muis spel– vermoordt hij de minnaar van zijn vrouw met zijn blote handen. Waardoor hij de bewondering van zijn vrouw terugwint, ze wist immers niet dat hij zo sterk (lees: aantrekkelijk) was.

 Eine Florentinische Tragödie wordt de laatste tijd steeds vaker op de programma’s van de operahuizen gezet, maar de opnamen ervan zijn nog steeds schaars. De nieuwe uitgave die nu op Capriccio is verschenen, is in mei 2010 in het Weense Konzerthaus opgenomen. Waarom nu pas is eigenlijk niet zo relevant aangezien het één van de allerbeste uitvoeringen van het werk betreft.

Bertrand de Billy zweept het Weense ORF orkest tot ongekende hoogten en de spanning is om te snijden. Wolfgang Koch is fantastische Simone en Charles Reid een softe, verwijfde Guido. Heidi Brunner is een mooie, maar helaas weinig erotische Bianca.


 

ALEXANDER ZEMLINSKY
Eine Florentinische Tragödie
Wolfgang Koch (bariton), Heidi Brunner (sopraan), Charles Reid (tenor)
ORF Vienna Radio Syphony Orchestra olv Bertrand de Billy
Capriccio C5325

Zie ook: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Eine Florentinische Tragödie bij DNO: EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

 

 

 

Sonya Yoncheva zingt Verdi en faalt

Verdi Yoncheva

Hoe schitterend ik Sonya Yontcheva doorgaans ook vind: deze cd had niet uitgebracht mogen worden. De wonderlijk mooie sopraan uit Bulgarije heeft veel meer in haar mars dan een in elkaar geflanste verzameling Verdi-hits.

In ’Tacea la notte’ (Il Trovatore) gaat zij meteen de mist in: haar coloraturen zijn niet helemaal zuiver en doen zeer plichtmatig aan. ‘Liberamente or piangi’ (Attila) klinkt voornamelijk onbeholpen, maar lang niet zo erg als ‘Pace! Pace, mio Dio’ (La Forza del Destino). Haar vertolking van die aria ontbeert aan alles wat het zo schrijnend maakt en de furieuze wanhoopskreet klinkt nu meer als een avondgebed.

Hoe verkeerd! Leonora is immers Desdemona niet. Het verwondert mij dan ook niet dat  de ‘Ave Maria’ uit Otello zowat het mooiste en best gelukte nummer op deze cd is. Ook ‘Come in quest’ora bruna’(Simon Bocanegra) klinkt best aardig en je hoort wat een waanzinnig mooie stem die Yoncheva toch heeft.

Over de aria’s uit Don Carlo en Nabucco zwijg ik liever. Dat het haar repertoire (nog) niet is, is het ergste niet, het betreft tenslotte een studio-opname, maar af en toe klinkt zij gewoon vals. En vlak. Daar komt nog bij dat zij door de dirigent totaal aan haar lot wordt overgelaten en het orkest haar niet goed weet te ondersteunen. Jammer.


GIUSEPPE VERDI
Aria’s uit Il Trovatore, Luisa Miller, Attila, Stiffelio, La Forza del Destino, Otello, Simon Boccanegra, Don Carlo en Nabucco
Sonya Yoncheva (sopraan)
Münchner Rundfunkorchester olv Massimo Zanetti
Sony 8898541798

Meer Yoncheva:
PARIS, MON AMOUR

 

Verdi is nog een stapje te ver voor Joseph Calleja

Calleja Verdi

Een persoonlijke noot van Andrea Bocelli bij wijze van een introductie? Serieus? En moet ik het als een aanbeveling beschouwen? Gelukkig is het zangniveau van Joseph Calleja ver boven zijn ‘Decca-ambassadeur’. Iets wat een beetje operaliefhebber al lang weet.

Calleja’s stem is van een ongekende schoonheid en ongeacht of je van zijn timbre houdt of niet moet je toegeven dat hij één van de beste tenoren van nu is. Op zijn nieuwste cd waagt hij zich aan een veel zwaarder repertoire dan hij doorgaans zingt en dat lukt hem maar half.

Zij ‘Celeste Aida’ klinkt uitstekend, maar met ‘Di quella pira’ (Il Trovatore) komt hij al in de problemen. Gelukkig is zijn Don Carlo alweer mooi, maar dan komt Otello en…. Nee. Natuurlijk klinken de twee aria’s en de twee duetten met de niet helemaal overtuigenden Angela Gheorghiu (Desdemona) en Vittorio Vitelli (Jago) goed, aan kracht ontbreekt het Calleja immers niet.

In ‘Niun mi tema’ laat hij zich van zijn kwetsbare kant horen en dat doet hij ontroerend, maar zijn laagte is niet helemaal toereikend. Bovendien: waarom eigenlijk?

Trailer van de album:

Persoonlijk hoop ik dat Calleja nog lang van Otello afblijft, maar tegen een complete ‘Don Carlo’ zeg ik geen nee. Maar dan graag met een andere dirigent.


Giuseppe Verdi
Aria’s uit Aida, Il Trovatore, Don Carlo en Otello
Joseph Calleja (tenor)
Angela Gheorghiu (sopraan), Vittorio Vitelli (bariton)
Orquestra de la comunitat Valenciana olv  Ramón Tebar
Decca 4831539

Zie ook:
JOSEPH CALLEJA

Saaie Salome uit Frankfurt

Salome Pentatone

Aan goede Salome’s geen gebrek. Denk alleen aan Solti, Karajan of Sinopoli.
Andrés Orozco-Estrada haalt dat niveau nergens, zijn lezing is niet meer dan middelmatig.

Zijn directie mist veel, maar het ergste is een totaal gebrek aan spanning. Zet de ‘Salomes Tanz’ even op: hier wordt je toch echt niet opgewonden van! Het ligt beslist niet aan de musici van het Frankfurt Radio Symphony – orkest, want wat die – overigens schitterende! – opname laat horen is een orkestspel van een zeer hoog niveau.

Maar ook van de zangers word ik niet echt warm. Salome moet het voornamelijk van haar Lolita-achtige klank hebben en dat lukt Emily Magee nergens, voor die rol klinkt zij gewoon te volwassen. Haar stem is ook niet bijster groot en af en toe valt zij gewoon weg. Goed: de opname is live gemaakt, maar zelfs dan…

Wolfgang Kochs – prachtige, dat wel –  stem vind ik niet erotisch genoeg voor zijn rol als Jochanaan. Hij klinkt voor mij te bassig, te ouwelijk ook, ik kan mij echt niet voorstellen dat daar een aantrekkelijk jong meisje voor zal vallen.

Maar Peter Bronder is een fantastische Herodes, hij zingt zeer visueel, iets wat een enorme pré is als je geen beeld tot je beschikking hebt.

Michaela Schuster is een goede Herodias en Benjamin Bruns een werkelijk schitterende Narraboth: jong, onschuldig en tot over zijn oren verliefd.


RICHARD STRAUSS
Salome
Emily Magee, Wolfgang Koch, Peter Bronder, Michaela Schuster, Benjamin Bruns
Frankfurt Radio Symphony olv Andrés Orozco-Estrada
Pentatone PTC 5186 602

Zie ook:
SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

SALOME IN AMSTERDAM

Castellucci’s Salome op dvd en Bluray uitgebracht

Mirages: Sabine Devieilhe zorgt voor de perfecte illusie

Mirages Devieilhe

In geen ander land was de Oriënt-obsessie zo sterk ontwikkeld als in Frankrijk, denk ik. Die aantrekkingskracht op de Franse kunstenaars in de jaren 1850-1920 was zo groot dat er in die tijd zowat geen gedicht, tekening of een lied werd gecreëerd dat er niet door was geïnspireerd. Daar hoorde een mysterieuze vrouw bij, die – lonkend vanachter haar voiles – niet alleen de mannen maar ook zichzelf de afgrond in hielp.

Om haar schoonheid te benadrukken schreven de componisten haar stratosferische hoge noten voor, waardoor ze, ongeacht of zij de hindoe priesteres Lakmé, de courtisane Thaïs of de übermysterieuse vondeling Melisande was, nog sterker de realiteit ontsteeg.

Sabine Devieilhe heeft een prachtige, onaards hoge stem waarmee ze veel suggereert maar nog meer aan je verbeelding overlaat. Klasse! Ik kan mij niet heugen wanneer ik voor het laatst zo ontzettend enthousiast was over zowel de zangeres als door het door haar opgenomen repertoire.

Trailer van de opname:

Het ‘Bloemenduet’  uit Lakmé – gezongen met de mezzo Marianne Crebassa – ontbreekt uiteraard niet, net zo min als ‘À vos yeaux, mes amis’ (Hamlet van Thomas) en ‘Chanson de Rossignol van Stravinsky.

In ‘La Romance d’Ariel’ van Debussy wordt Devieilhe prachtig begeleid door niemand minder dan Alexandre Tharaud, maar het is vanwege de ‘Quatre poèmes Hindous’ van Maurice Delage dat die cd een must is. Hierin wordt de zangeres begeleid door de musici van Les Siècle die met hun instrumentarium voor een onvervalst Indiaas geluid zorgen.


Mirages: Opera arias and songs
Messager, Debussy, Delibes, Delage, Stravinsky, Thomas, Berlioz, Massenet, Koechlin
Sabine Devieilhe (sopraan), Marianne Crebassa (mezzosopraan)
Alexandre Tharaud (piano)
Les Siècle olv François-Xavier Roth

Ekaterina Levental ontroert in Russische liederen uit de ‘Zilveren tijd’

Levental

Ekaterina Levental is niet zo maar een zangeres. Zij is ook harpiste, actrice, theaterperformer en … wat eigenlijk niet? De mezzosopraan ontvluchtte haar geboorteplaats Tashkent (Oezbekistan) toen ze nog maar een tiener was en sindsdien heeft zij een carrière opgebouwd in haar nieuwe vaderland, Nederland.

De titel van haar nieuwste cd slaat op de zogenaamde ‘Russische Zilveren Tijd’ oftewel op de mooiste liederen uit de laat-romantische periode waarvan Tsjaikovski en Rachmaninoff zo niet de beste dan zeker de bekendste vertegenwoordigers waren.

Het juweeltje ‘Nye poy krassavitza pri mnye’ (Zing niet voor mij, mijn schoonheid) van Rachmaninoff behoort zonder twijfel tot één van zijn meest gezongen liederen, hier ontbreekt het dan ook niet. Maar Levental zingt het anders dan anderen. Minder verstild, minder ingehouden…

Daar waar de meeste vertolkers het lied als een timide fluisterverzoek inzetten, zet Levendal haar stembanden open in een soort pijnlijke schreeuw om aandacht. Daar voel je je ongemakkelijk bij en dat is denk ik ook de bedoeling. Mij laat het in ieder geval niet koud, ik krijg er dan ook tranen van in mijn ogen.

Dat ongemakkelijke gevoel blijf ik de hele recital houden: ik ken de liederen heel erg goed en toch is het alsof ik ze nu voor het eerst hoor. Dat noem ik werkelijk grote kunst.

Maurice Lammerts van Bueren weet dat gevoel niet alleen te ondersteunen maar ook te versterken, top. Het tekstboekje bevat alle liedteksten en een zeer goede toelichting, ook in het Nederlands. Niet te missen.

Trailer van de cd:

THE SILVER AGE
Sergei Rachmaninoff, Peter Tchaikovsky, Modest Moussorgsky
Liederen
Ekaterina Levental (mezzosopraan)
Maurice Lammerts van Bueren (piano)
Quintone Q1703

Rolando Villazon & Ildar Abdrazakov. Omdat het moest?

Duets Villazon Abdrazakov

Er is iets mis met de opname. Het ‘Parelvissers-duet’ begint heel erg zacht, zo zacht dat ik de volumeknop helemaal open moet gooien om dan ergens halverwege, van de schrik zowat van mijn stoel te vallen, zo hard wordt het. Daarna is er niets meer aan de hand. Merkwaardig.

Het duet zelf klinkt ook minder vertrouwd in mijn oren: gewoonlijk zijn het een tenor en een bariton die elkaar een eeuwige vriendschap bezweren, nu is de bariton door een diepe bas vervangen waardoor het duet een totaal andere sfeer ademt.

Dat het best mooi is ligt voornamelijk aan Abdrazakov, Villazons bijdrage kan mij iets minder bekoren. Het is best pijnlijk maar ik kan er echt niet omheen: Villazon zingt niet goed meer en dan druk ik mij voorzichtig uit.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb best van de beide Donizetti-fragmenten genoten. Gounod klinkt ook prima en beide toegiften (‘Granada’ en ‘Ochi Chernyje’) zijn heerlijk om naar te luisteren.

Het orkest uit Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin speelt de sterren van de hemel en de door Abdrazakov gezongen aria’s zijn niet te versmaden. Al met al: het is een leuke cd met veel niet voor de hand liggende duetten, wat het tot een echt ‘hebbeding’ maakt..


BIZET, BOITO, DONIZETTI, VERDI, GOUNOD, LARA, HERMANN
Duets
Rolando Villazón (tenor), Ildar Abdrazakov (bas)
Orchestre Métropolitain de Montréal olv Yannick Nézet-Séguin
DG 002894796901 • 61’

 

Juan Diego Flórez geeft Mozart-mannen een fris kleurtje

Mozart Florez

Na zijn – half mislukte – uitstapjes richting het iets zwaardere repertoire keerde Juan Diego Flórez terug naar lichte, wendbare en virtuoze Rossini’s en Donizetti’s. Zijn vertrouwd terrein waar hij zich als een vis in het water voelt en waarin hij zijn gelijke niet heeft. Toch. Een roep en drang om toch maar weer nieuwe wegen te verkennen en misschien zelfs inslaan is menselijk en aldus begrijpelijk.

Nu Flórez zich over Mozart heeft ontfermd en zich daarbij niet alleen tot de meer voor de hand liggende Ottavio en Tamino heeft beperkt maar ook Tito, Idomeneo en Ferrando onder handen heeft genomen, kan ik alleen maar juichen want het resultaat is werkelijk verbluffend. Niet alleen is hij er met glans in geslaagd om Mozart-mannen een fris kleurtje te geven, maar hij voorzag ze ook van die extra virtuositeit dat zo ontzettend Flórez-eigen is.

In de versieringen veroorlooft hij zich enige vrijheden waarmee hij mij kinderlijk blij maakt. Hij kan dat en doet het met zo’n vanzelfsprekend gemak dat je niet eens merkt dat hier een trapeze-virtuoos aan het woord is. Waarbij hij laat blijken dat hij niet alleen over een perfecte techniek maar ook een uitstekende smaak beschikt.

Het Orchestra La Scintilla onder leiding van Riccardo Minasi begeleidt licht en lichtvoetig. Deze cd ‘ist bezaubert schön’…..


WOLFGANG AMADEUS MOZART
Aria’s uit Idomeneo, Die Zauberflöte, Il re pastore, Don Giovanni, La Clemenza di Tito, Così fan tutte en Die Entführung aus dem Serail
Juan Diego Flórez (tenor)
Orchestra La Scintilla olv Riccardo Minasi
Sony 88985430862 • 52’