Minnie’s from Gigliola Frazzoni and Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) at the premiere of La Fanciulla del West

Puccini’s women are never one-dimensional. That is expressed in his music, but who still understands the intentions behind the notes? Good Minnies are scarce these days, and to find the best, one has to go back to the nineteen fifties/sixties.

Like Salome, Minnie is loved and desired by men. Well, you say, she is the only woman in a rough world of miners inhabited only by guys. But it’s not that simple. She lives all alone in a remote hut and a few minutes after meeting a strange man, she invites him to her house. She smokes, and drinks whiskey. And she loves a game of cards, cheating if necessary.

In the scene leading up to the poker game, she says to the sheriff, “Who are you, Jack Rance? The owner of a gambling joint. And Johnson? A bandit. And me? The owner of a saloon and a gambling joint, I live off whiskey and gold, dancing and faro. We’re all the same! We’re all bandits and cheats!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi as Minnie

And I choose not to talk to you about Renata Tebaldi, even though she was one of the greatest (if not the greatest!) Minnie’s ever. She was lucky to have an exclusive contract with a leading record company (Decca), something her colleagues could only dream of.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni as Minnie with Franco Corelli (Johnson)

That explains why few people, apart from a few opera-diehards, have ever heard of Gigliola Frazzoni or Eleanor Steber (to name but two). Believe me: neither soprano is inferior to Tebaldi. Just pay attention to the range of emotions they have at their disposal. They cry, sob, scream, roar, beg, suffer and love. Verismo at its best. You don’t need a libretto to understand what’s going on here.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

They sing as well, and how! All the notes are there. There’s no cheating. Well, something may go wrong during a live performance, but it is live, that’s drama, that’s opera. And let’s face it, when you play poker and your lover’s life is at stake, you don’t think about belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

The recording with the American Eleanor Steber was made in 1954 at the Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s soprano is very warm and despite the hysterical undertones of an almost perfect beauty.

Gian Giacomo Guelfi makes a devastating impression as Rance and the two together… well, forget Tosca and Scarpia! I don’t like Mario del Monaco, but Johnson was a role in which he truly shone. Mitropoulos conducts very dramatically with theatrical effects.

The recording can also be found on Spotify:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

The registration with Gigliola Frazzoni was made at La Scala in April 1956 (a.o. Opera d’Oro1318). Frazzoni sings very movingly: it is not always beautiful, but what drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is probably the most attractive bandit in history and Tito Gobbi as Jack Rance is a luxury. He is, what you call, a vocal actor. In his performance you can hear a lust for power and horniness, but also a kind of sentimental love.

fanciulla-corelli

Franco Corelli as Johnson

Gigliola Frazzoni and Franco Corelli in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’.

The whole recording on Spotify:


Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

In Dutch:Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

Frau ohne Schatten in Rotterdam: een werkelijk fabuleuze matinee

Tekst: Sander Boonstra

Frosch Yannick

Yannick Nézet-Séguin © Hans van der Eoerd

Hoe vaak kun je een al zelden in Nederland uitgevoerde opera aanschouwen onder een dirigent die onder andere in dit land zijn internationaal befaamde carrière startte. Dan moet je toch wel helemaal gek zijn om thuis te blijven? Ik heb het over Richard Strauss zijn Frau ohne Schatten: het ‘zorgenkindje’ van hem en librettist Hugo von Hofmannstahl. Het romantische equivalent van Mozarts Die Zauberflöte – in de hoop van Hofmannstahl zelfs de opvolger – werd in 1919 lauw door pers en publiek ontvangen. Was het het ingewikkelde verhaal? Of de bombastische partituur? Gelukkig heeft de opera in onze tijd een plekje veroverd in de opera-canon. En terecht!

Strauss’ muziek is werkelijk prachtig en het Rotterdams Philharmonisch Orkest laat onder hun oude chef Yannick Nézet-Séguin geen moment onbenut de partituur te laten sprankelen! Dat hier sprake is van een warme, hechte band en wederzijds vertrouwen en respect hoor je. In elke noot, in elke frasering, bij elk instrument, drie uur lang. Nézet-Séguin kiest hier en daar voor grotesk en theatraal, wat even prachtig en overdonderend is als zijn klein en intiem.

Op papier is de solistische bezetting om je vingers bij af te likken. Stuk voor stuk namen die je in deze rollen wilt horen. Op Thomas Oliemans als de Bode na maakt iedereen zijn debuut bij het Rotterdamse orkest. Niemand die voor een ander onder doet, hoe groot of hoe klein de rol ook is. Oliemans met zijn warme bariton, sopraan Katrien Baerts (stem van de valk) en tenor Bror Magnus Tødenes (Verschijning) met hun parel helder klinkende stemmen, en het uitstekend bij elkaar klinkende trio van Andreas Conrad, Michael Wilmering en Nathan Berg als de broers van Barak.

Michaela Schüster is een droom van een Amme: vanaf de eerste tot en met de laatste noot vult haar warme, volle stem in de hoogte en de laagte alle hoeken en gaten van De Doelen, en zet ze met haar bewegingen en blikken een voedster neer waarmee niet te spotten valt.

Lise Lindström is een krachtige Färberin met een groot bereik, maar is op haar manier van een heel ander kaliber dan Schüster. In de hoogte klinkt ze misschien wat schel, maar ik heb er geen moment moeite mee gehad.

Frosch Elza-van-den-Heever-foto-Jiyang-Chen-1

Elza van den Heever © Jiyang Chen

Elza van den Heever is een prachtige lyrische Kaiserin, die vocaal overtuigt in haar beslissing voor het geluk van het verversechtpaar te kiezen.

Stephen Gould en Michael Volle blijven in het geheel niet achter bij de dames. Gould’s heldentenor heeft geen last van ‘matinee-stress’ en klinkt als een klok bij zijn entree. Zijn solo in de tweede akte is een waar hoogtepunt van de middag: heroïsch en toch een prachtig lyrische zachte kant van de Kaiser.

Frosch Volle

Michael Volle © Bayrischer Rundfunk

Maar Volle steelt absoluut de show! Wat een stem, die alle facetten van de verver behelst: zoekend naar de liefde van zijn vrouw gaat het over naar zijn toorn voor haar, om te eindigen in een intens gelukkige drang te jubelen. Het semi-liefdesduet tussen Barak en zijn vrouw in de derde akte heeft me tot tranen geroerd.

En zo zetten dirigent, orkest, solisten, samen met de uitstekend zingende koren (Rotterdams Symphony Chrous en het Nationaal Kinderkoor) voor een nagenoeg uitverkochte zaal een fabuleuze middag neer, die me de treinreis Leeuwarden – Rotterdam elke minuut waard was!

Frosch Sander

© Sander Boonstra

Discografie: Het een en ander over Die Frau ohne Schatten

Kan een bariton overtuigend Werther zingen?

werther-concert Hampson

In 1902, tien jaar na de première, maakte Massenet een nieuwe versie van zijn Werther, dit op verzoek van de Italiaanse bariton Mattia Battistini, die de hoofdrol graag wilde zingen. Massenet veranderde de toonsoort niet, maar herschreef de vocale lijnen van Werthers muziek, waardoor de aria’s, ‘Pourquoi me réveiller’ incluis, nauwelijks te herkennen zijn.

De ‘bariton versie’ van de opera was en blijft een rariteit, er bestaat zelfs geen origineel manuscript van de score. De laatste tijd, met zijn hang naar steeds nieuwe uitdagingen, kwam er ook een verhoogde belangstelling voor de alternatieve versies van de bekende opera’s. De (hoge) baritons, het zingen van de slechteriken beu, herontdekken het repertoire, waarin zij al hun lyrische melancholie kwijt kunnen.

Thomas Hampson is altijd al een bewandelaar van minder bekende paden geweest en de rol van Werther heeft hij al in 1989 voor het eerst vertolkt. In 2004 zong hij een concertante uitvoering ervan in het Parijse Chatelet, en die uitvoering is door Virgin op twee dvd’s uitgebracht. Hij doet het uitstekend, maar het manisch-depressieve is een beetje weg.

Zijn Charlotte wordt subliem gezongen door Susan Graham, die de rol enkele jaren geleden ook in Amsterdam heeft vertolkt, waarbij zij het publiek en de pers tot tranen toe had geroerd. Michel Plasson heeft de drama in zijn vingertoppen en dat hoor je.

Jules Massenet
Werther
Thomas Hampson, Susan Graham, Sandrine Piau, Stéphane Degout
Orchestre National du Capitole de Toulouse olv Michel Plasson
Virgin 3592579

Giulio Cesare uit Glyndebourne: de beste entertainment ooit

https://media.s-bol.com/YE6rAlLG4nPW/835x1200.jpg

Entertainment is geen vies woord, vindt David McVicar. En zo schiep hij voor Glyndebourne een voorstelling van Giulio Cesare waarop Joop van den Ende jaloers zou kunnen zijn.

De handeling is verhuisd naar het eind van de 19e eeuw, toen Egypte nog een Britse kolonie was, en de kostuums verraden Indiase invloeden. India herkennen we trouwens ook in bewegingen, dansjes en pasjes, die rechtstreeks uit Bollywood shows lijken te zijn overgenomen. Ook musical en variété zijn niet weg te zoeken, en alles schittert en spettert dat het een lieve lust is. Mij bevalt die aanpak wel, des te meer daar het ook theatraal goed in elkaar zit: McVicar heeft personages van vlees en bloed geschapen, en zijn mise-en-scène is werkelijk meesterlijk.

Tussen al dat gefeest, gedans en gelach is er ook plaats voor bezinning, en de droevige momenten worden zodanig uitvergroot, dat je er werkelijk bij stil moet blijven staan (Kleenex binnen handbereik!), zoals tijdens ‘Cara Speme’, het duet tussen Cornelia (Patricia Bardon) en Sesto (Angelika Kirschschlager). Deze hartverscheurende muziek wordt door beide zangeressen ontroerend mooi en in volkomen harmonie gezongen.

Nu moet ik toegeven, dat ik geen liefhebber van Danielle de Niese ben, en haar maniertjes om haar stem zwoel te laten klinken me ronduit irriteren, maar optisch is ze wel een pracht van een Cleopatra.

Giulio Ceesare De Niese

Danielle de Niese als Cleopatra © Tristram Kenton

Zij is een mooie, sensuele verschijning, kan acteren en dansen, en met haar afgetrainde, slanke lichaam, gestoken in een schaars kostuum (denk aan Mata Hari) kan ze zowat iedere man om haar vinger winden. Dus ook Giulio Cesaro (een fantastische Sarah Connolly), hier een autoritaire, aantrekkelijke generaal van middelbare leeftijd, met een vriendelijke uitstraling. Een waarlijk meesterlijke productie.


Georg Händel:
Giulio Cesare in Egitto.
Sarah Connolly, Patricia Bardon, Angelika Kirchschlager, Daniele de Niese e.a.
Glyndebourne Chorus; Orchestra of the Age of Enlightenment olv William Christie.
Regie: David McVicar.
Opus Arte OA 0950 D (3 dvd’s)

Zaubernacht van Kurt Weill is gewoon mooi

Zaubernacht Weill

Tegenwoordig geldt hij als één van de allerbeste componisten voor het muziektheater, maar in 1922 was Kurt Weill maar een beginner. De Zaubernacht, een ballet–pantomime voor kinderen (Weill noemde het zelf een ‘droom dans’) was de eerste opdracht die hij kreeg, het kwam van een Russisch balletgezelschap uit Berlijn. Het werk werd nooit uitgegeven en het scenario is kwijtgeraakt. Het enige wat overbleef was een onvolledige, met de hand geschreven piano-uittreksel.

In opdracht van de WDR heeft Meirion Bouwen, Engelse musicoloog en musicus (ooit de artistieke en persoonlijke manager van Michael Tippett) het ballet gereconstrueerd en in juni 2000 werd het op de Triennale in Keulen uitgevoerd. Het is een liefelijk sprookje over twee kinderen en een goede fee. Zodra de kinderen gaan slapen komt de fee aan hun bed en met een toverspreuk wekt zij hun speelgoed en de personages uit hun boeken tot leven.

Nee, het is geen meesterwerk, integendeel, het is eerder een niemendalletje, maar wat is het mooi! De dansjes zijn aanstekelijk en de melodieën buitengewoon prettig. Wat ik wel heel erg jammer vind is dat de ‘Tovernacht’ op cd en niet op dvd is verschenen, want ik neem aan, dat het visuele effect de waarde van het werk aanzienlijk kon vergroten. De uitvoering door het Ensemble Contrasts Köln olv Celso Antunes is van een zeer hoog niveau.


Kurt Weill
Zaubernacht
Ingrid Schmithüsen sopraan
Ensemble Contrasts Köln olv Celso Antunes
Capriccio 67011

Herinneringen aan de stad, de opera en de bouw van de metro: Ballo in Maschera in Düsseldorf

Ballo Duseldorf opera

Voor Amsterdammers deed Düsseldorf van een jaar of tien geleden zeer vertrouwd aan: men bouwde er een metro. Het was bijna ondoenlijk om het operahuis van de Deutsche Oper am Rhein te bereiken. Alles was op de schop, een doorgang was moeilijk te vinden, je struikelde over de blokken en de stenen, kreeg zand in de ogen en het lawaai maakt edat je zowat doof werd. Met één woord: chaos.

Het operahuis zelf (bouwjaar 1875) heeft ook een ‘make-over’ ondergaan. Eerst werd het huis grondig verbouwd en gemoderniseerd en toen stapte de volledige leiding op. Het seizoen 2009/2010 is dus het eerste van de Generalintendant Christoph Meyer en Generalmusikdirektor Axel Kober.

Zij mogen tevreden zijn. Het huis ziet er na verbouwing prachtig uit. Modern en toch klassiek, met heel erg veel licht. Je kan er in de pauze dineren en de prosecco (4 euro per glas, geen rijen) vloeit er rijkelijk.

Het publiek is jong. Op de door mij bezochte voorstelling van Un Ballo in Maschera was zeker de helft van de bezoekers rond de dertig. En de zaal was tot de laatste plaats gevuld.

De productie zelf komt niet op het conto van de huidige leiders: het is een herneming uit 2006. Dat is maar goed ook voor hen, want de Noorse regisseur Stein Winge maakt er een potje van. Wat ik hem voornamelijk kwalijk neem, is het gebrek aan logica. Nergens wil hij iets echt duidelijk maken. Er is zelfs geen ‘concept’ te bespeuren. Alsof hij helemaal niet wist wat hij ermee aan moest. Modern? Of toch maar terug naar de traditie?

Nou ja, Gustavo houdt in ieder geval van Amelia, dat is meegenomen… Maar zijn opkomst! Gekleed in een gele kamerjas en een blauwe broek lijkt hij een vleesgeworden Zweedse vlag. Hoera! Wij zijn in ieder geval goed geografisch bezig.

Ballo Eva Statsenko

©Frank Heller

En in de Galgenveldscène, na de ‘ontmaskering’ van Amelia (ze heeft slechts een petje op en haar echtgenoot herkent haar niet?!) trekken de samenzweerders kleine flesjes Absolut Wodka uit hun binnenzakken, die ze op het ritme van de muziek naar binnen gieten. Hoera! Wij zijn nog steeds in Zweden.

Een productie om gauw te vergeten, ware het niet dat Eva-Maria Westbroek de rol van Amelia zong. En eerlijk is eerlijk: zij was de reden dat ik mijn reisje naar Düsseldorf heb ondernomen.

Ze heeft me niet teleurgesteld. Integendeel. Ze zong in de mooiste traditie van de sopranen van weleer: haar portamenti en de manier hoe ze haar stem naar boven liet ‘bloeien’ waren van een ouderwetse schoonheid, waardoor ze mij aan Zinka Milanov liet denken.

Ballo Eva tenor

©Frank Heller

De rest van de cast was zo zo. Mario Malagnini (Gustavo) irriteerde niet, hij haalde zijn noten, was betrokken, maar af en toe had ik het idee dat zijn keel dichtgeknepen werd. Maar hij was beslist niet slecht.

Dat was Boris Statsenko (Renato) ook niet. Zijn stem is zeer zeker indrukwekkend, alleen had ik de indruk dat hij in de verkeerde opera was beland. Was het een Rigoletto dan was ik zeker onder de indruk. De kern zat er in, maar voor Renato miste hij de lyriek.

ballo dusseldorf

©Frank Heller

Ekaterina Morozova (Oscar) was totaal miscast. Op zich een geweldige zangeres, maar nergens de lichtvoetige spring-in-het-veld-adolescent. Daar tegenover stond een Ulrica van formaat. Mariana Pantcheva beschikte over de prachtige borsttonen, waar de Bulgaarse alten zo goed in zijn.

Bezocht in oktober 2009

Muziek als extase: Kathryn Stott speelt Schulhoff

Schulhoff hot

 “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Erwin Schulhoff in 1919. Geen wonder dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging maar zelfs zijn artistieke credo was.

Schulhoff (1894-1942) was in zijn tijd zeer gewaardeerd niet alleen als componist maar ook als een virtuoos pianist. In a recensies uit die wordt gesproken van een ‘absoluut volkomen techniek’ en een opmerkelijke gave tot improviseren.

Dat laatste kwam hem bijzonder te pas tijdens zijn (live) radio optredens, waarin hij uiteraard ook zijn eigen jazz composities promootte. In 1928 nam hij voor Polydor een paar van zijn composities op, waaronder drie uit zijn Cinq Études de Jazz. Het zijn bijzonder moeilijke concertstukken, die van de uitvoerder bijna het onmogelijke eisen.

Dat Kathryn Stott over de vereiste techniek beschikt is evident. Haar opnamen van onder andere pianomuziek van Fauré bezorgden haar wereldfaam en ettelijke prijzen. Ook voor de uitvoering van de jazzcomposities van Schulhoff verdient zij de grootste lof. Zij speelt de Etudes veel langzamer dan de componist, maar toch zeer ritmisch en bijzonder virtuoos. En ja: het plezier bij het luisteren is inderdaad fysiek.


Ervín Schulhoff
Hot Music
Katryn Stott (piano)
BIS 1249

Márai’s Gloed in sublieme operabewerking

Waarde Marai

Een literaire gebeurtenis van formaat: hoe vaak maken we dat tegenwoordig nog mee? We leven in de wereld van Kluuns, Kochs en Sonja Bakkers; tot pulp vermalen volksvermaak dat we tegenwoordig literatuur noemen.

Maar in 1989, een jaar nadat zijn auteur zelfmoord had gepleegd, kwam Gloed onze huizen en levens binnen. Niemand heeft er eerder van gehoord. Noch over de auteur noch over het boek, dat voor het eerst in 1942 werd uitgebracht. Er was geen ontkomen aan: iedereen ging het lezen, al was het pro forma.

Gloed ontketende een ware Sándor Marái hype, de ene na de andere roman van de schrijver werd aan de vergetelheid onttrokken en een paar jaar konden we ons onze literaire wereld niet meer zonder hem voorstellen. Voor zo lang het duurde.

In Nederland werd Gloed maar liefst tweemaal voor toneel bewerkt en het zou me niet verbazen als er nog ergens een filmscript op stapel lag. Maar een opera? Naar een boek waarin nagenoeg niets gebeurt?

Egon Kracht

Het idee kwam van de componist en contrabassist Egon Kracht: “De gelaten spanning die het boek bij mij opriep, vond ik weer spannend om te verwerken in een muziektheatervoorstelling”.

In de zomer van 2010 begon Kracht samen met Dick Hauser met het schrijven van het stuk. Op 17 februari ging het werk, getiteld WAAARDE, in première, in de Philharmonie te Haarlem.

Waarom heet de opera WAAARDE? En vanwaar die drie A’s? “De naam is afgeleid van het centrale thema van de voorstelling (vriendschap en verraad). De lange AAA-klank komt van aanspreekstitels die men wel eens gebruikt (wááárde heer of wááárde vriend). Het zegt ook iets over de waarde die je aan vriendschap hecht. En het trekt uiteraard de aandacht.

In WAAARDE draait het, net als in het boek, om de meest menselijke thema’s uit het leven: vriendschap en liefde, ontrouw en verraad. En om herinneringen die op een bepaald moment een eigen leven gaan leiden..”

41 jaar lang is Henrik blijven broeden op de prangende vraag wat er in werkelijkheid is gebeurd tussen hem en Konrad, ooit zijn allerbeste vriend. Heeft Konrad hem willen doden? Wilde hij samen met Henriks vrouw vluchten? Waarom is hij opeens verdwenen, alleen? Na 41 jaar komen hij en Konrad weer bij elkaar. Krijgt Henrik nu eindelijk antwoord op zijn vragen?

De manier waarop Kracht en Hauser het boek voor het toch niet voor de hand liggende medium hebben bewerkt, is ronduit geniaal. Of is subliem een beter woord? De voorstelling was zeer poëtisch, intiem en ontroerend. De toeschouwer was getuige van iets wat misschien niet eens plaatsvond, want wellicht speelde de ontmoeting zich alleen maar af in het hoofd van de ijlende Henrik? Het was tegelijk ook zeer spannend, want natuurlijk willen wij allemaal weten wat er is gebeurd. Als er al iets gebeurd is.

Wat de bewerking voor toneel ooit de das omdeed, tenminste voor mij, was de statische vertaling van het boek. De heren zaten met hun glaasje cognac bij de open haard. Het werkte niet.

waaarde2

Kracht en Hauser hebben er een eigenzinnige draai aan gegeven. De twee ooit beste vrienden gaan niet alleen met elkaar praten, maar gaan ook een gevecht met elkaar aan. Dat doen zij door met elkaar te schermen, een sport die ze vroeger samen beoefenden. Degens kruisen. Een briljante vondst.

De muziek is sterk. Egon Kracht heeft een zeer weemoedige, blues-achtige partituur gecomponeerd, waarbinnen genoeg ruimte was voor improvisaties. Het is net als het gesprek na 41 jaar: je weet wel waar je naar toe wilt, maar je weet niet of je er komt. En zeker niet wat je onderweg nog tegenkomt.

Kracht zelf bespeelt de contrabas en daar krijgt hij een werkelijk prachtige tegenspel bij van Angelo Verploegen op de trompet.

WAAARDE-1

WAAARDE wed gezongen door twee zangers/acteurs: Marc Drost (Henrik) en Henk Zwart (Konrad). Ze deden het fantastisch. Met zijn tweeën wisten ze de spanning er goed in te houden. Hun stemmen klonken doorleefd en hun hele optreden was zeer overtuigend.

Trailer van de productie:

Bezocht 1 maart 2011 in het Bellevue Cinerama in Amsterdam.

Frank Martin: En het leven won….

Martin cantate

Bent u op zoek naar de ultieme schoonheid en de grootste emoties (en wie is dat eigenlijk niet?), en stelt u daarbij de hoogste eisen aan de kwaliteit dan moet u deze cd onmiddellijk kopen.

Aan de cantate Et la vie l’emporta heeft Frank Martin gewerkt tot aan de laatste week van zijn leven, maar heeft het helaas niet kunnen voltooien. Bernard Reichel, een vriend van Martin, heeft na de dood van de componist het laatste deel geïnstrumenteerd.

Het werk dat oorspronkelijk de titel ‘De Profundis ad Lucem’ (van de duisternis naar het licht) zou dragen gaat over de strijd tussen leven en dood, maar daarover kunt u (in het Nederlands!) in het zeer goed geschreven tekstboekje lezen. Daarbij moet ik het enige minpunt van deze uitgave melden: de gezongen teksten zijn niet vertaald. Zonde, want de tekst doet er ook toe en niet iedereen is alle talen machtig

De cantate straalt een grote melancholie uit, en in haar muzikale taal doet ze sterk aan Der Cornet denken. Maar ook de Messe pour double choeur a capella, gebaseerd op de aloude Latijnse teksten en de ‘Ariel liederen’ afkomstig uit Martins Der Sturm zijn ongekend mooi en ontroerend. Een betere uitvoering dan door het Nederlands Kamerkoor is amper mogelijk. Wat een cd!

Frank Martin
Et la vie l’emporta, Five Ariel Songs for mixed choir, Messe pour double choeur a capella
Nederlands Kamerkoor olv Tonu Kaljuste
Qdisc Q 97056

Tiefland van d’Albert: verisme pur sang

Tiefland

Eugen d’Albert, ooit een gevierd pianist en componist zit nog steeds op zijn renaissance te wachten. De reden waarom hij zo ontzettend genegeerd wordt ontgaat mij en stemt mij behoorlijk droevig. Ik houd van zijn opera’s en zijn Tiefland behoort tot mijn absolute favorieten. Mocht u hem niet kennen: de muziek is puur verisme. Zeg maar een Duitse Mascagni.

In 2006 werd die opera in Zurich opgenomen en dat het resultaat niet zo fijn is ligt aan (what else is new?) de regisseur. En toch…  zo veel keuze hebben we niet, of wel? Althans niet op dvd. En aangezien er echt uitstekend in wordt gezongen… Toch maar doen? Kijken?

Ik heb geen idee waar de proloog zich afspeelt. In een ruimtestation? Op een geheime locatie waar een ‘nieuw mens’ (een Golem?) gecreëerd wordt? In ieder geval niet hoog in de bergen, zoals het in het libretto staat. En ook niet in de molen, al fietsen er de in plastic verpakte broden voorbij (hint, hint!). De Zwitserse toneelregisseur Matthias Hartmann heeft duidelijk een concept. Om het te onderstrepen maakt hij veelvuldig gebruik van video en digitale media.

En toch: niet afhaken! Ook als u niet van conceptueel regietheater houdt. Hartmann kent zijn vak en zijn personenregie is zeker goed. En desnoods kunt u het beeld uitzetten want muzikaal is het een feest.

Matthias Goerne doet het fantastisch als de landeigenaar Sebastiano en wat het echtpaar Petra Maria Schnitzer (Marta) en Peter Seiffert (Pedro) hier laat zien (en horen!) is een pure sensatie. Of zal ik zeggen: opera?

Matthias Goerne, Petra Maria Schnitzer, Peter Seiffert, László Polgár; Orchester der Opera Zürich olv Hans Welser-Möst
regie: Matthias Hartmann (EMI 23448292)

Tiefland Janowski

Wie de opera wil leren kennen: luister naar de cd-opname met Bernd Weikl, René Kollo en Eva Marton, gedirigeerd door Marek Janowski


DER GOLEM