
cd/dvd recensies
De romantische wereld van Lalo: LE ROIS D’YS
Hoeveel operaliefhebbers kennen Le Roy d’Ys van Lalo? Volgens mij zijn er weinig mensen die er ooit van hebben gehoord, laat staan dat ze ooit de kans hadden de opera te zien. Totaal vergeten.
Hoe onterecht het is, bewijst de door Dynamic (33592) in april 2008 in Luik opgenomen voorstelling. Le Rois d’Ys is een zeer melodieuze opera met veel koorpartijen en duetten, en de muziek is romantisch en meeslepend.
Het libretto is eenvoudig: de dochters van de koning van Ys (een door de oceaan bedreigde stad) houden van dezelfde man. Wanneer hij voor Rozenn kiest, neemt Margared wraak. Samen met Karnac (vijand van de stad en de koning) opent ze de sluizen, met een overstroming als gevolg. Maar Margared wordt verteerd door schuldgevoelens en offert zich op door in het kolkende water te springen. De stad en haar bewoners zijn gered.
De enscenering is eenvoudig en realistisch. De overstroming wordt uitgebeeld als een enorme regenbui. Niet echt dreigend, maar ja, tenslotte beschikken we allemaal over een gezonde dosis verbeeldingskracht.
De cast is goed tot zeer goed. Gylaine Girard is een fantastische, evenwichtige Rozenn. Haar zeer flexibele sopraan heeft een bijzonder aangenaam timbre. Dit in tegenstelling tot de mezzo Giuseppina Piunti (Margared), die af en toe krijsend overkomt. Maar zij is zo bij haar rol betrokken dat ik het haar gauw vergeef.
Sébastien Guéze (Mylio) kennen we – onder anderen – van zijn fantastische vertolking van Romeo bij de ZaterdagMatinee in 2008. Hij beschikt over een prettige, lichte tenor met een onmiskenbaar Frans tintje, en zijn interpretatie is zeer roldekkend. Werner van Mechelen is een zeer goede Karnac. Aanbevolen!
Sébastien Guéze zingt in dezelfde productie maar dan uit Opera St.Etienne :
Édouard Lalo
La Roi d’Ys
Giuseppina Piunti, Guylaine Girard, Eric Martin-Bonnet, Sébastien Guéze, Werner van Mechelen e.a.
Orchestra and chorus of the Opéra Royal de Wallonie olv Patrick Davin
Regie: Jean-Louis Pichon
Parfum: liederen met seksuele aantrekkingskracht
Dat de album een zeer uitnodigende titel Parfum draagt snap ik wel. De op deze cd verzamelde liederen op Franse gedichten uit de tweede helt van de negentiende eeuw hebben een bijzondere seksuele aantrekkingskracht op de toeschouwer.
Alles is mooi aan deze cd. Of het de geheimzinnige cyclus Sheherezade van Maurice Ravel is of de onbekende jeugdwerkjes van de vijftienjarige Benjamin Britten: ze laten je bedwelmd en beneveld achter. Zelfs de overbekende ‘L’Invitation au voyage’ van Henri Duparc klinkt zoals ik hem nooit eerder heb gehoord. Mysterieus en onaards mooi.
Maar het meest ontroerd en getroffen werd ik door ‘Épiphanie’ van Charles Koechlin. Het lied op zich is al een wonderschoon juweeltje, maar in de vertolking van Christiane Karg (en het orkest!) wordt het een door gouden glans geschaduwd schilderij.
Karg heeft een zeer geschikte stem voor de door haar vertolkte liederen: licht, zuiver en zilverkleurig. Haar interpretatie is sierlijk en elegant, laverend tussen de pasteltinten van het impressionisme en de donkere kleuren van het symbolisme. Net als de gedichten die zij zingt. Dat het tegelijk gevoileerd klinkt draagt bij aan de mysterie ‘vrouw’. Ze zou Melisande kunnen zijn. Of zelfs de Sheherezade.
De jonge Duitse dirigent David Akham doet voor haar niet onder en dirigeert alsof hij in zijn dirigeerstokje een complete poëziealbum heeft opgeborgen. Wat een cd!
Parfum
Liederen van Ravel, Debussy, Britten, Koechlin en Duparc
Christiane Karg (sopraan)
Bamberger Symphoniker olv David Afkham
Berlin Classics BR 0300832BC
Een paar woorden over Thaïs van Massenet

Wie kent ‘Méditation’ niet, het sentimenteel zoete maar o zo mooie stuk vioolmuziek, met een hoog tranengehalte? Er zijn echter niet veel mensen die de opera waarin het stuk als een soort intermezzo in de tweede akte fungeert, ooit hebben gehoord, laat staan gezien.
Méditation in de uitvoering van Josef Hassid (opname uit 1940):
De opnamen ervan zijn nog steeds schaars, ik ken er zelf maar drie (met Anna Moffo, Beverly Sills en Renée Fleming), waarvan die met Sills, Sherrill Milnes en Nicolai Gedda (Warner 0190295869069) me het dierbaarst is.
De productie van Pier Luigi Pizzi uit La Fenice was al eerder op cd uitgebracht en ik vond het muzikaal en voornamelijk vocaal bijzonder sterk. Bijzonder nieuwsgierig was ik daarom of de beelden er iets aan toevoegden op de dvd van Dynamic. Daar ik nu volmondig ja op kan zeggen.
De decors zijn schaars, maar toch lijkt het alsof het toneel er helemaal vol mee is. Vanwege de kleuren (met zeer overheersend rood) wellicht, maar ook vanwege de dominante plaats die ze op de bühne innemen. Zo staat het met rozen overdekte bed van Thaïs, waar ze – als was ze Venus uit Urbino of een Danaë van Titiaan – zeer voluptueus op ligt, zeer prominent in het midden van het toneel.

Eva Mei (Thaïs) en Michele Pertusi (Athanaël)
In de derde acte, wanneer het leuke leven is afgelopen en het boeten begint, zijn de rozen nergens meer te bekennen (een doornen bed?) en is haar houding net zo kuis als haar witte gewaad.

De kostuums zijn een verhaal apart: zeer weelderig, oriëntaals en weinig verhullend. Eva Mei gaat niet zover als haar collega Carol Neblett, die in 1973 in New Orleans geheel uit de kleren ging, maar haar doorzichtig niemendalletje, waar haar borsten haast ongemerkt uit floepen, laat niets aan de verbeelding over.
Wellicht werd ze geïnspireerd door de allereerste Thaïs, Sybil Sanderson, wier borsten tijdens de premièrevoorstelling in 1894 ook ‘per ongeluk’ zichtbaar werden? Maar goed, het gaat dan ook over de grootste (en mooiste) courtisane in Alexandrië!
Eva Mei is zeer virtuoos en zeer overtuigend als Thaïs. Zo ook Michele Pertusi als Athanaël. Er is wel heel erg veel ballet. Ook daar waar het eigenlijk niet hoort, wat soms zeer storend werkt.
Jules Massenet
Thaïs
Eva Mei, Michele Pertusi, William Joiner, Christophe Fel e.a.
Orchestra del Teatro La Fenice do Venezia olv Marcello Viotti
Regie: Pier Luigi Pizzi
Dynamic 33427
Meer Massenet:
JOSÉ VAN DAM als DON QUICHOTTE van MASSENET in Brussel 2010
CENDRILLON met Joyce DiDonato
Stabat Mater van Karol Szymanowski: meesterwerk meesterlijk uitgevoerd

Heuglijk nieuws: Karol Szymanowski is helemaal terug. De een na de andere worden zijn composities afgestoft, opgepoetst, uitgevoerd en opgenomen. Zijn vioolconcerten behoren inmiddels tot de meest gespeelde werken voor het instrument en zijn mysterieuze opera Król Roger doet alle grote operahuizen aan. Zo vanzelfsprekend is het niet, want nog niet zo lang geleden mocht je zijn muziek niet mooi vinden. Niet goed in ieder geval want niet “modern” genoeg en van alle stijlen thuis: eclectisch dus.
Dat Szymanowski beïnvloed werd door Richard Strauss zal niemand ontkennen. Tel daarbij de inspiratie die hij opdeed bij de impressionisten en een enorme liefde voor Poolse folklore. Vergeet de Arabische invloeden niet, plus de grote fascinatie voor alles wat exotisch en mystiek was. Met die mix aan invloeden wist Szymanowski zijn eigen stijl te brouwen, waardoor je al na een paar maten zijn scheppende hand kunt herkennen.
Zijn Stabat Mater uit 1926 vind ik de mooiste Stabat Mater ooit gecomponeerd, misschien alleen te vergelijken met die van Poulenc. Bizar eigenlijk dat het werk nog steeds zo weinig wordt uitgevoerd.
Of de nieuwe opname door het door Jacek Kaspszyk geleide koor en het Filharmonisch Orkest uit Warschau met een viertal solisten van naam hier iets aan kan veranderen? Dat hoop ik. De uitvoering is schitterend en het werk, dat niet minder dan een echte meesterwerk is verdient het.
Behalve het Stabat Mater heeft Kaspszyk ook Szymanowski’s Litania do Marii Panny (Litany to Virgin Mary) en zijn derde symfonie Pieśń o nocy (Song of the Night) opgenomen, waardoor de cd, qua gekozen repertoire identiek is aan die onder Rattle uit 1994.
Litania do Marii Panny behoort tot Szymanowski’s rijpste werken, maar stilistisch is het van de vier jaar jongere Stabat Mater amper te onderscheiden. Ook de derde symfonie uit de jaren 1914-1916 is duidelijk des Szymanowski’s: “art nouveau meets het katholiek geloof”. Met de onmiskenbare invloeden van Debussy en Scriabin en de sterke hang naar het oriëntalisme – voor zijn symfonie gebruikte hij de Poolse vertaling van het gedicht van de Perzische dichter Jalāl ad-Dīn ar-Rūmī – Szymanowski ten voeten uit. Hoezo eclectisch?

Aleksandra Kurzak ©Martyna Gallaweb
Aleksandra Kurzak is niet minder dan betoverend. Haar prachtige, volromige, lyrische sopraan met duizelingwekkende en loepzuivere hoogte is tegelijk groot, krachtig en uitdrukkingsvol. Haar voordracht is onberispelijk en haar interpretatie ontroerend. Van de acht minuten durende Litania maakt zij een mini melodrama, dat je niet onberoerd laat. Adembenemend.

Agnieszka Rehlis
In de Stabat Mater wordt zij bijgestaan door de prachtige mezzo Agnieszka Rehlis. Rehlis heeft van oratoria haar specialiteit gemaakt en dat is hoorbaar. Haar grote, warme stem houdt zij goed in bedwang en haar interpretatie is ingetogen, wat een prachtige contrast oplevert met de zeer dramatische Kurzak.

Artur Rucinski © Andrzej Swietlik
Artur Rucinski weet mij met zijn belcanteske bariton zeer te imponeren. Ik kan mij voorstellen dat je zijn aandeel iets te opera-achtig zou kunnen vinden, zelf vind ik het heel erg mooi.

Dmitri Korchak © Dmitri Korchak
Dmitri Korchak beschikt over een heerlijk zoet-lyrische tenor met een zeer aangenaam timbre, ik vraag mij alleen af of zijn stem niet te klein is voor de imposante derde symfonie. Je kunt het werk makkelijk met Das Lied von der Erde van Mahler vergelijken en daarvoor heb je toch een beetje stentortenor voor nodig. Korchak komt hier duidelijk aan de grens van wat hij kan, maar de enorme (schitterende, overigens) koor, waar hij tegen moet opboksen is ook niet niks.
Helaas wordt hij niet echt geholpen door de dirigent: Kaspszyk laat het orkest zwellen tot een absolute max. Indrukwekkend, zonder meer, maar met wat meer mysticisme en oosters parfum zou hij voor een absolute perfectie hebben kunnen zorgen. Niettemin: schitterend!
Het is alleen jammer dat men de liedteksten niet heeft afgedrukt, want al was u het Pools machtig dan nog steeds had u er niets van kunnen verstaan.
Karol Szymanowski
Litania do Marii Panny op,59
Stabat Mater op.53
III Symfonia “Pieśń o nocy” op.27
Aleksandra Kurzak (sopraan), Agnieszka Rehlis (mezzosopraan), Dmitry Korchak (tenor), Artur Ruciński (bariton)
Warsaw Philharmonic Orchestra & Choir olv Jacek Kaspszyk
Warner Classics 9 58645 0 • 61′
WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

Ik ben een enorme fan van Ewa Podleś: een met borsttonen en al gewapende echte alt. Zangers zoals zij worden eigenlijk niet meer gemaakt en moeten gekoesterd worden. Maar zelfs zij kan niet alles zingen.
Het kan ook aan haar leeftijd liggen, maar ik vermoed dat de door haar gezongen Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz totaal ongeschikt zijn voor haar stemtype. Wat het ook is: ik vind het niet mooi. Haar interpretatie is te serieus en haar intonatie is veel te ruim. Zonde.
De prachtige jeugdliederen van Szymanowski, nog geheel en al in de neoromantiek verankerd, schreeuwen om een lichter stemtype en een minder gewichtige aanpak. Luister maar naar Piotr Beczala, die de liederen in 2004 voor Channel Classics heeft opgenomen!

Witold Lutoslawski
Het Concert voor Orkest uit 1954 is Lutosławski’s meest bekende compositie. Het ligt uiteraard aan de toegankelijkheid, de herkenbare structuur en de klassieke opbouw van het werk.
In de late jaren zestig heeft de componist geprobeerd zich er van te distantiëren maar is gelukkig snel op zijn beslissing teruggekomen. Zelfs hij kon blijkbaar niet negeren dat het niet alleen de bekendste maar wellicht ook één van zijn beste composities is.
De uitvoering door het Polish National Radio Symphony Orchestra onder zijn Duitse dirigent Alexander Liebreich is zonder meer prima, maar is voor mij niet spannend genoeg.
De discografie vermeldt ettelijke opnamen van het werk, er zijn dus genoeg goede alternatieven. Zoals de opname door het BBC Orchest onder leiding van Edward Gardner (Chandos). Of die door het Poolse Nationale Radio Orkest in de jaren zestig gemaakt onder leiding van de componist zelf (ooit EMI). Maar een cd uitbrengen met nog geen 47 minuten muziek is gewoon misdadig.
WITOLD LUTOSŁAWSKI
Concerto for Orchestra (1954)
KAROL SZYMANOWSKI
Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz Op.5 (1902)
Polish National Radio Symphony Orchestra olv Alexander Liebreich
Ewa Podleś, contralto
Accentus Music ACC 30332 • 47’
Polnische Hochzeit van Joseph Beer. Wat een ontdekking!
„In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen“ zingt graaf Boleslav in zijn eerste aria. Het had net zo goed uit de biografie van de componist kunnen komen.

Joseph Beer in 1925 © Oeillet
Joseph Beer werd in 1908 geboren in Lemberg (Lwów, Lviv), wat toen nog bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk hoorde, maar tien jaar later één van de belangrijkste steden werd in het herrezen Polen. Beer studeerde in Wenen en na de anschluss vluchtte naar hij naar Frankrijk. Eerst naar Parijs waar hij, geholpen door de directeur van Théâtre du Châtelet zich in leven hield door de muziek voor de film Festival du Monde te componeren. Zijn poging om de US te bereiken mislukte: verder dan Nice kwam hij niet.

Valse identiteitscard van Joseph Beer
Tijdens zijn onderduikperiode componeerde hij er Stradella in Venice, een opera in veristische stijl (première Zurich 1949) die zijn laatste bleek te zijn.

Robert McFarland zingt aria van Doge uit STRADELLA IN VENEDIG:

Joseph Beer met zijn ouders, broer en zus
Na de oorlog bereikte hem het nieuws dat zijn ouders in Auschwitz waren vermoord. Ook zijn vriend, mentor en librettist van de Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, heeft het kamp niet overleefd.

Fritz Löhner-Beda
Begin jaren vijftig trouwde Beer met Hanna Königsberg, ook een Holocaust overlevende (Königsberg heeft als kind samen met haar ouders Duitsland ontvlucht). Samen met haar en hun twee dochters bleef hij in Nice – tot zijn dood in 1987.

Joseph Beer met zijn vrouw Hanna Königsberg in Nice
Beer is nooit het droeve nieuws van het verlies van zijn familie te boven gekomen. Hij trok zich terug uit het publieke leven en stopte met componeren, daarvoor in de plaats stortte hij zich op zijn studie musicologie: in 1966 promoveerde hij op “Evolutie van de harmonische stijl van Scriabin”.
Polnische Hochzeit werd na de oorlog niet meer opgevoerd, Beer zelf wilde er geen toestemming voor geven. Naar het “waarom” kunnen we alleen maar gissen, maar blijkbaar was de confrontatie met de operette voor hem te pijnlijk. De operette met zijn onderwerp lag hem te veel aan het hart.
Maar zijn roots verloochende hij nooit. Volgens zijn dochter Béatrice voelde hij zich in eerste instantie een Jood, maar daarna meteen een Pool. Geen Oostenrijker, alsjeblieft. Maar ook geen Fransman. Hij woonde er bijna vijftig jaar en werd na de oorlog tot Franse staatsburger bevorderd, maar zijn hart bleef in Lwów, al heeft hij de stad nooit meer terug gezien. Hij sprak ook vloeiend Pools, wat zonder twijfel van belang was voor het leggen van de juiste accenten in zijn partituur.
Het is bijna niet te geloven, maar Beer componeerde Polnische Hochzeit in slechts drie weken. De première in 1937 in Zurich was een enorm succes. Het werd vertaald in acht talen en werd – behalve in nazi Duitsland –in veertig verschillende landen op de planken gebracht. Onder de titel Les Noces Polonaises zou de operette op 1 oktober 1939 worden opgevoerd in Théâtre du Châtelet. De hoofdrollen zouden gezongen worden door Jan Kiepura en Martha Eggerth, maar een maand daarvoor zijn de Nazi’s de tweede Wereldoorlog begonnen.
Polnische Hochzeit is een heerlijke operette in de rijke Weense traditie. Je hoort er flarden van Emmerich Kálmán en Paul Abraham (Victoria und ihr Husar!), maar de partituur is rijkelijk gelardeerd met Poolse volksdansen en Joodse volksmelodieën. Plus de in de tijd veel gebruikte jazzinvloeden: het duet ‘Katzenaugen’ is een onvervalste charleston.
Een operetteliefhebber ontdekt er alle noodzakelijke ingrediënten. De jeugdgeliefden Boleslav en Jadja komen elkaar weer tegen als Boleslav naar zijn vaderland terugkeert. Jadja is aan Boleslavs rijke oom Staschek beloofd, maar een slimme meid Suze (zeg maar: een soort vrouwelijke Figaro) weet de boel tot het goede einde te brengen. Het verhaal heeft ook veel weg van Don Pasquale. Wat de Polnische Hochzeit anders maakt is het hoge patriottismegehalte: het verhaal speelt zich af in 1830, in de door Russen bezette Polen.
Nikolai Schukoff kom ik steeds vaker tegen bij de (vergeten) operettes en dat maakt me blij. Na Giuditta en Zigeunerbaron is het al zijn derde operette opname. Zijn stem is er zeer geschikt voor, veel beter dan voor Wagners die kleine littekens op zijn stem hebben achtergelaten. Erg is het niet: hij heeft gewoon wat tijd nodig om op te warmen (de opname is live). Al in de mazurka ‘Polenland mein heimatland’ is hij helemaal op dreef en laat een paar stralende hoge noten horen. Heel bijzonder is ook zijn gevoel voor het ritme, waarmee hij goed geholpen wordt door de dirigent Ulf Schirmer. En voor de smachtend gezongen hit die nog geen hit is, ‘Du bist meine grosse Liebe’, zou zelfs Gedda zich niet voor hoeven te schamen.
Teaser:
Martina Rüping is een heerlijke Jadja. Haar warme sopraan weet mij in het met melancholische ondertoon gezongen ‘Wenn die mädel zu mazurka gehen’ zeer te ontroeren. En wat een mooi nummer is het! Net als het duet ‘Herz an Herz’ (denk aan ‘Lippen Schweigen”) trouwens. Smullen!
Michael Kupfer-Radecky imponeert als graaf Staschek en Susanne Bernhard is een verrukkelijke Suze.
Béatrice Beer, dochter van de componist zingt ‘Wunderbare Traume’:
Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592
English translation: JOSEPH BEER: POLNISCHE HOCHZEIT.
NOTTURNO: Thomas Hampson zingt liederen van Richard STRAUSS
In 2014 was Richard Strauss “jarig”. Het was te merken in de aanwas van cd’s rond het oeuvre van de componist uit München. Ook de bariton Thomas Hamson heeft toen een cd met een selectie van zijn liederen uitgebracht.
Ik heb niets tegen herdenken, ook al gaat het om de overbekende componisten. Integendeel, het levert namelijk soms echte verrassingen op: zo kan een onbekende of verloren gewaande compositie (her)ontdekt worden, maar ook werken die amper nog worden uitgevoerd beleven zo hun herkansing.
Ik ben dol op liederen van Richard Strauss en ik houd van Thomas Hampson. Kan er dan nog iets misgaan? Zeker, als de cd ook een echte “Hampson touch” heeft meegekregen? De zanger heeft de liederen namelijk zelf gekozen en ze chronologisch gerangschikt; dat alles vergezeld met een persoonlijke noot in het cd-boekje.
Dat ik niet echt enthousiast over het resultaat ben geworden ligt aan Hampsons (voor mij te) gecultiveerde manier van zingen, waardoor alles zeer fraai klinkt, maar de emotie wordt onderbelicht. Dat gecultiveerde wreekt zich in de algehele beleving: op den duur wordt het een beetje eentonig.
Alleen in ‘Ach weh mir unglückhaften Mann’ trekt Hampson alle registers open, waarin hij meer dan geholpen wordt door Wolfram Riegel. Diens begeleiding is zo buitengewoon congeniaal dat men eigenlijk niet meer van een begeleider mag spreken maar meer van een ‘sparringpartner”.
Ook ‘Nottturno’ – een zwaarmoedig lied naar de tekst van Richard Dehmel – prachtig op viool begeleid door Daniel Hope, maakt veel goed. Ik kende het lied alleen maar met orkestbegeleiding, Hampson zong het in Salzburg in 2012. Zijn interpretatie is nadrukkelijker geworden, wat ook aan de begeleiding kan liggen. Het lied, dat al “minimaal” was maakt nu een nog minimalistischer en haast atonale indruk.
Thomas Hampson zingt ‚Notturno‘ in Salzburg:
Al met al: net geen top, maar wel van harte aanbevolen!
Notturno
Lieder von Richard Strauss
Thomas Hampson, bariton; Wolfram Riegel, piano; Daniel Hope, viool
DG 4792943
Meer recitals door Thomas Hampson:
TIDES OF LIFE
THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade
D’OR ET LUMIÈRE / אור וזהב

“Op hun concerten nodigt Le Baroque Nomade het publiek uit om samen mee te reizen door de tijd en de ruimte. In de traditie van de rondtrekkende muzikanten herstelt het ensemble de culturele en historische verbanden tussen het Europese repertoire en muzikale tradities van elders: Chinees, Indisch, Ethiopisch en Turks […]”
Aan het woord is Jean-Christophe Frisch, fluitist en oprichter van de Franse groep Le Baroque Nomade. De groep bestaat al meer dan twintig jaar en heeft in die tijd evenzoveel cd’s uitgebracht, maar op de een of andere manier zijn ze niet alleen aan mijn, maar ook aan de Joodse mainstreammedia’s aandacht ontsnapt.
Op hun nieuwste cd Or vezahav (Licht en goud) verzamelden ze verschillende volksliedjes en gezangen die betrekking hebben op de Joodse Feestdagen, vanaf Rosh Hashana (Joods Nieuwjaar) tot en met Pesach.
De cd opent – vanzelfsprekend eigenlijk – met ‘Avinu Malkenu’, oftewel Onze Vader. Het gebed maakt deel van de synagogale liturgie en wordt traditioneel gezongen op Rosh Hashana en Yom Kipur (Grote Verzoendag).
Naast de, voornamelijk in het Ladino gezongen volksliedjes heeft Le Baroque Nomade ook stukken opgenomen van componisten uit het begin van de achttiende eeuw. De meeste fragmenten komen uit Dio, Clemenza e Rigore, een verloren gewaand oratorium uit 1733 van een onbekende componist, in wie Fritsch Giuseppe Lidarti meent te herkennen.
Het oratorium werd besteld door de Joodse gemeenschap van het plaatsje Casale Monferrato en werd pas in de twintigste eeuw in Moskou teruggevonden. Of wij veel hebben gemist is moeilijk te zeggen, daarvoor zijn de stukken te fragmentarisch.
De uitvoering vind ik niet meer dan matig. Er wordt wel met veel passie gemusiceerd, maar alles klinkt behoorlijk amateuristisch en niet altijd zuiver. Alsof de revolutie in en de ontwikkeling van het op authentieke instrumenten musiceren nooit had plaats gevonden.
Daar de groep opgericht werd door de fluitist Jean-Christophe Frisch, concentreert het zich vanzelfsprekend rond het instrument (de instrumenten?) van de oprichter en dat vind ik jammer. Een niet helemaal zuiver klinkende blokfluit is niet bepaald prettig om naar te luisteren.
Ook de sopraan Cyrille Gerstenhaber vind ik niet altijd aangenaam klinken. Voornamelijk in de volksliedjes vind ik haar zang behoorlijk gekunsteld en niet ‘losjes’ genoeg. In de klassieke stukken is zij beter op haar plaats.
Het tekstboekje klopt ook niet helemaal: niet alle data’s en namen worden correct weergegeven. Onder andere lezen we dat alle arrangementen werden gemaakt door Josef Mijnapfel, die zou leven van 1553 tot 1821. Iets wat volgens mij fysiek onmogelijk is.
Or Zahav
D’Or de Lumiére
XVIII-21
La Baroque Nomade
Music for celebrations
Cyrille Gerstenhaber
Jean-Christophe Frisch
Harmondia Mundi EVCD029 • 68’
Mendelssohn gedirigerd door Andrew Manze: ‘sit back and enjoy’
Met de opname van de eerste en de derde symfonie van Mendelssohn heeft de in de Oude Muziek gespecialiseerde Britse violist en sinds 2014 chefdirigent van het NDR Radiophilharmonie, Andrew Manze, zijn visitekaartje afgegeven.
Het is niet alleen hun eerste cd samen, het is tevens deel één van het project dat alle symfonieën van Mendelssohn zal omvatten. Een weinig revolutionaire daad, zou je denken: aan goede opnamen van symfonieën van Mendelssohn, al of niet compleet, hebben wij immers geen gebrek. Het is echter best interessant om de visie van de van oorsprong barok-specialist te kunnen horen, zeker nu hij voor een “modern” orkest staat.
De uitvoering is zonder meer goed. Manze dirigeert met veel oog voor het detail, maar ik mis de sfeertekening, het ‘plaatje achter de muziek’. Iets, wat zich voornamelijk in de derde symfonie, waarvoor Mendelssohn rijkelijk inspiratie in Schotland heeft opgedaan, wreekt.
Het is niet uitgesloten dat ik te veel naar Claudio Abbado heb geluisterd: het risico van cd’s hebben, men hecht er aan. Maar misschien moet ik niet te veel nadenken en gewoon genieten?
“Sit back and enjoy”, zo staat het op de achterkant van het boekje en er is niets op tegen om die woorden letterlijk te nemen. Al is het van de schitterend warme en natuurgetrouwe klank van de opname. En dan te weten dat ik het ik via gewone cd-speler en speakers heb beluisterd.
CD- presentatie:
http://www.ndr.de/orchester_chor/radiophilharmonie/Start-einer-Mendelssohn-Serie-mit-Andrew-Manze,mendelssohn174.html









