achtergrondartikelen

TUSSEN TWEE WERELDEN

Entartete Musik swing

WALTER BRAUNFELS

Braunfels

In 1933 werd Walter Braunfels ontslagen van zijn post als directeur van de Muziekacademie in Keulen. Tot die tijd behoorde hij, samen met Richard Strauss én Franz Schreker, tot de meest uitgevoerde hedendaagse  componisten. Hij trok zich terug in de omgeving van de Bodensee (in zijn biografie wordt het mooi omschreven als ‘innerlijke emigratie’). Na de oorlog ging hij – op speciaal verzoek van de toenmalige kanselier Adenauer – naar Keulen terug. De aandacht die hij kreeg bleef bij een paar uitvoeringen van zijn werken. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar de Bodensee.

BERTHOLD GOLDSCHMIDT

Entartet Beatrice Cenci

In 1936 verliet Berthold Goldschmidt Duitsland. Zijn weg voerde hem naar Londen. Tegen beter weten in bleef hij componeren – zijn werken werden niet uitgevoerd. In 1951 won hij een compositiewedstrijd voor de opera met Beatrice Cenci.  De premiére vond plaats in 1987.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw, gesteund door de plotselinge belangstelling, ging Goldschmidt weer componeren. Zijn ‘Rondeau’ uit ’95, geschreven voor en uitgevoerd door Chantal Juilliet werd door Decca opgenomen, samen met zijn prachtige Ciaccona sinfonica uit 1936. De cd is al lang uit de handel en de componist  (in 1996 overleden) is uit de concertprogramma’s verdwenen


Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Hollaender, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… een litanie van namen. Door de Nazi’s bestempeld als Entartet en verboden, verguisd, verdreven, vermoord. Diegenen, die het overleefden, werden net zo goed vergeten als de vermoorden. Is dat allemaal de schuld van de Nazi’s?

Entartet Goldschmidt en haas

Michael Haas en Berthold Goldschmidt

Michael Haas, de producent van de ‘Entartete Musik’-serie van Decca, had hiervoor een duidelijke verklaring: “De jonge generatie componisten bleef na de oorlog met schuldgevoelens zitten. Het mocht nooit meer gebeuren, dus hebben zij daar een remedie voor gevonden. Er moest samengewerkt worden aan het bouwen van objectieve muziek, gespeend van ieder sentiment en onderworpen aan strenge regels. Muziek moest universeel worden. Het serialisme werd geboren. In Darmstadt werd afgerekend met het verleden, dus ook met componisten uit de jaren ’30. Zij waren of te romantisch en sentimenteel  of flirtten te veel met jazz en populaire muziek. De Darmstadters kregen het voor het zeggen. Daardoor ging een hele belangrijke schakel verloren. De muziek tussen Mahler en Berio, de brug tussen de jaren twintig en vijftig, de generatie van na Schoenberg.”

“Mijn zoektocht begon met een ‘Weill-project’, dat helaas niet door is gegaan. In de archieven ben ik toen op het spoor gekomen van opera’s, geschreven en met enorm veel succes uitgevoerd in de jaren twintig en dertig. Ik ging op zoek naar de partituren en het bleek, dat mijn voorgevoel mij niet had misleid. Het waren stuk voor stuk geweldige composities die het meer dan waard waren om uitgevoerd en opgenomen te worden. En de muziekgeschiedenis kreeg zijn logisch gevolg.

WILHELM GROSZ

Enetartet Grosz

In de jaren twintig van de vorige eeuw werden alle waarden aan het wankelen gebracht. De Grote Oorlog was afgelopen, landen werden onafhankelijk of verloren juist hun zelfstandigheid. Nieuwe invloeden deden van zich spreken: jazz, blues, exotische folklore. De grens tussen de klassieke en populaire muziek vervaagde.

Van alle componisten uit die tijd, was Wilhelm Grosz misschien de meest veelzijdige. Hij werd geboren in Wenen in 1894 in een welgestelde Joodse familie. In 1919 studeerde hij af aan de Weense muziekacademie, waar hij onder andere les had van Franz Schreker en in 1920 rondde hij zijn studie musicologie aan de Weense Universiteit af.

Grosz componeerde liederen, opera’s, operette’s, ballet, kamermuziek en was zeer beroemd als pianist. In.1928 werd hij in Berlijn aangesteld als artistiek directeur van de platenmaatschappij Ultraphon.

In 1929 componeerde hij (in opdracht van de toen prestigieuze radio Breslau) de liederencyclus Afrika Songs. De teksten die hij daarvoor gebruikte waren afkomstig van zwarte Amerikaanse dichters. De première op 4 februari 1930 werd zeer enthousiast ontvangen. ‘Jugendstil Spirituals’, werd de cyclus genoemd en wellicht is dat de beste omschrijving, want behalve jazz en blues zijn de liederen zwaar beïnvloed door de muziek van Zemlinsky, Mahler en …. Puccini (vergelijk ‘Tante Sues Geschichten’ met ‘Ho una casa nell’ Honan’ uit de tweede acte van ‘Turandot’!).

Toen de nazi’s aan de macht kwamen, keerde Grosz naar Wenen terug om in 1934 ook daarvandaan te moeten vluchten. Hij vestigde zich in London. Daar werd voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen zijn serieuze en populaire composities. Zijn naam werd onlosmakelijk verbonden aan een paar wereldhits, zo was ‘The Isle of Capri’ dé grootste hit van 1934.

 ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 vertrok Grosz naar Hollywood. Daar componeerde hij muziek voor ‘Along the Santa Fé Trail’, een film met in de hoofdrollen Errol Flynn, Olivia de Havilland en Ronald Reagan. In 1939 werd hij getroffen door een hartinfarct en stierf, nog maar 45 jaar oud.

AFRIKA SONGS EN MEER

Entartete Gosz Africa

Na bijna zestig jaar werd Grosz herontdekt, al duurde het maar heel even. Het is haast niet te geloven maar de ‘Afrika Songs’ beleefden in 1996 hun plaat première! Het Matrix Ensemble heeft ze voor het eerst uitgevoerd op de Proms in 1993. Op de cd verder de liederencycli ‘Rondels’ en ‘Bänkel und Balladen’ en de hits ‘Isle of Capri’, ‘When Budapest was young’ en ‘Red sails in the sunset’- liedjes die we allemaal kennen en waarvan we nooit wisten wie de componist was.

Vera Lynn zingt ‘Red Sails in the Sunset’ in 193

Mezzo Cynthia Clarey en bariton Jake Gardner  zijn subliem in de ‘Afrika Songs’ en Andrew Shore maakt een feest van ‘Bänkel und Balladen’. Ook over het Matrix Ensemble niets dan lof.

UTE LEMPER

Entartet Lemper

Hetzelfde Matrix Ensemble treffen wij aan als begeleiders van Ute Lemper bij haar opname van Berlijnse cabaretliedjes. Cabaret in Berlijn in de jaren ’20-’30, boeken zijn erover geschreven, films over gemaakt. Het was een wereld apart. De oudgediende Rudolf Nelson was er de onbetwiste koning, maar de jonge generatie deed algauw van zich spreken: Mischa Spoliansky en Friedrich Holländer. De teksten (voornamelijk Marcellus Schiffer, maar ook Tucholsky) namen de tijdgeest onder een vergrootglas. Er werd met alles gespot, maar ook de serieuze onderwerpen werden niet geschuwd.

Ute Lemper zingt ‘Der Verflossene’ van Berthold Goldschmidt

De keuze van de liedjes laat niets te wensen over. Op een paar overbekende schlagers na (‘Peter’, ‘Wenn die beste Freundin’, ‘Raus mit den Männern’) zingt zij wat minder bekende nummers) waaronder ook een compositie van Berthold Goldschmidt ,‘Der Verf‌lossene’. Goldschmidt zelf was aanwezig bij de opnamen, evenals de dochters van Spoliansky en Holländer.

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Hollaender, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… een litanie van namen. Met het noemen van de namen begon de in de jaren negentig gemaakte documentaire over de ‘Entartete Musik’. Of de dvd nog ergens te koop betwijfel ik…

Waarschijnlijk is het, samen met de hele prestigieuze Decca-project op de vuilnisbelt beland. Daar viel niets aan te verdienen. Zoals Michael Haas toe al opmerkte: “De serie is zeer succesvol, wij krijgen prijzen, wij worden geroemd. Maar verkopen doen wij niet”.

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Betwee two worlds

In 1944 schreef Korngold muziek voor de film Between two worlds. Het zou een van zijn laatste filmmuziekcomposities worden. De hoofdpersoon, een concertpianist, doet tevergeefs zijn best om uit het door oorlog geteisterde Engeland naar Amerika te vluchten. Een visum wordt hem geweigerd en hij pleegt zelfmoord. Zijn vrouw volgt hem in de dood.

Aangezien de zelfmoordenaars de toegang tot de hemel wordt geweigerd zijn de pianist en zijn vrouw gedoemd om eindeloos tussen twee werelden te pendelen.

Na bijna dertig jaar sinds het herontdekken van de ooit verboden en zelden uitgevoerde componisten bevinden wij ons nog steeds tussen twee werelden. Die van de grote roem en die van vergetelheid.

Toen vroeg ik mij oprecht af of we het nog konden meemaken dat die muziek ooit weer gewaardeerd ging worden puur om de kwaliteit ervan. Toen was ik nog optimistisch. Nu eigenlijk niet meer.

Meer over Entertete Musik en de verboden componisten (selectie):
Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Braunfels:
VERKÜNDIGUNG

Zemlinsky:
EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Korngold:
KORNGOLD: complete songs

Schreker:
DER FERNE KLANG

Johnny & Jones

Johnny and Jones artiestenfoto

Artiestenfoto Johnny and Jones. Foto: PR © Achterhoek Nieuws b.v

In het echt heetten zij Nol van Wesel en Max Kannewasser. Max had een gitaar en Nol een goede stem en allebei hielden zij van jazz. Vóór ze ontdekt werden  – tijdens een personeelsfeestje in 1934 – werkten ze voor de Bijenkorf. Twee jaar later traden zij voor het eerst professioneel op en gaven ze definitief hun banen op. Nol (Johnny) was toen 18 en Max (Jones) 20 jaar oud.

Johnny & Jones waren de eerste echte Nederlandse tieneridolen, ze werden dan ook door hun achterban op handen gedragen. Zij traden in de beste clubs op, ook in het buitenland.

Johnny en Jones Antwerpen

Johnny and Jones in de Dierentuin Antwerpen, fotograaf onbekend, 1932

Hun laatste optreden dateert van 24 augustus 1941. Op 9 oktober 1943 werden ze naar Westerbork gedeporteerd, waar zij bleven optreden. In augustus 1944, tijdens een kort uitstapje naar Amsterdam hebben ze een zestal nummers – allen geschreven in kamp Westerbork – voor de plaat opgenomen. Toen werd hen een onderduikadres aangeboden, maar zij weigerden. In het kamp waren hun families achtergebleven bovendien waren zij immers Johnny &Jones?!

Johnny en Jones Leo Kok

Van Wesel en Kannewasser tijdens sloopwerkzaamheden in Westerbork,tekening van Leo Kok uit 1944

Op 4 september 1944 werden ze naar Theresienstadt gedeporteerd, vanwaar ze via Auschwitz uiteindelijk in Bergen Belsen terecht kwamen. Max stierf er op 20 maart 1945, Nol op de dag van de bevrijding van de kamp op 18 april 1945.

In 2001 werd hun grootste hit ‘Meneer Dinges weet niet wat swing is’ samen met nog een paar van hun populairste nummers op cd gezet (Two kids and a guitar Panachord DH 2051)

Enkele maanden later kwam een tweede cd uit met nooit eerder uitgebrachte materiaal, waaronder ook liedjes, die zij op een huwelijksfeest in maart 1942 zongen alsook de verloren gewaande opnamen van die bewuste dag in 1944 (Maak het donker in het donker NJA 0101)

Daar zit ook de Westerbork Serenade bij, een loflied op het kamp. Werden zij ertoe gedwongen? Niemand zal het ooit weten.

 

BOHUSLAV MARTINŮ: The Greek Passion

Greek Passion martinu-600 Universal Edition Magazine

Ooit, jaren geleden al heb ik de goden (en de staf van DNO) gesmeekt om The Greek Passion van Bohuslav Martinů op de repertoirelijst te zetten. Tevergeefs. Terwijl het  geen nieuwe productie hoeft te zijn, integendeel zelfs! Er bestaat een prachtige enscenering gemaakt door David Pountney:

Het werd in 1999 in Bregenz oeruitgevoerd (het betrof hier de eerste versie van de opera), en ik raakte er een paar jaar later in Covent Garden erg door ontroerd.

In de door mij bezochte voorstelling werden de hoofdrollen vertolkt door Christopher Ventris als Manolios (Christus) en Douglas Nasrawi als Panait (Judas), en sindsdien hoop ik dat er ooit een DVD van wordt uitgebracht. Zo te zien tevergeefs…

‘Christus werd weer gekruisigd’

Greek Passion Kazantzakis

Nikos Kazantzakis © Universal Edition Magazine

Het onderwerp: vluchtelingen, corruptie, religieuze fanatisme, humanisme en de zoektocht naar identificatie was, is en zal altijd actueel blijven. Bitter, tragisch, maar ook mooi en zeer humaan. Martinů schreef er zelf het libretto voor, naar de roman ‘Ο Χριστός ξανασταυρώνεται‘ (Christus werd weer gekruisigd) van Nikos Kazantzakis. Het boek (en de opera) vertelt een verhaal van de overlevenden van een Turks bloedbad die onderdak zoeken in een Grieks dorp waar de lokale bevolking bezig is met de voorbereidingen voor hun jaarlijkse ‘Passie-voorstellingen’.

FILM

Greek Passion film

Er bestaan twee versies van de opera. De oorspronkelijke versie werd in 1957 door de toenmalige directie van het Royal Opera Huis afgewezen. De door Martinů drastisch bewerkte partituur werd pas in 1961 in Zurich uitgevoerd, na de dood van de componist. Deze ‘herziening’ werd in 1981 door Supraphon opgenomen en in 1999 voor televisie verfilmd (Supraphon SU 7014-9)

Vooralsnog moeten we daar genoegen mee nemen, althans wat beeld betreft. Niet dat het slecht is, integendeel, want er valt waanzinnig veel te genieten, maar het is een film en de rollen worden gespeeld door professionele acteurs die werkelijk hun best doen om ons te doen geloven dat ze ook zingen.

De verfilming doet sterk aan Zeffirelli denken. Als u zijn Cavalleria Rusticana hebt gezien, dan weet u wat ik bedoel. Er zijn prachtige beelden van het dorre landschap en de hitte en droogte zijn haast voelbaar. De soundtrack komt van de opname door het Brno Philharmonic Orchestra onder leiding van Charles Mackerras (need I say more?) met o.a. John Tomlinson als de priester Grigoris, John Mitchinson als Manolios, Helen Field als Katerina en de solisten van het Welsh National Opera.


CD

Greek Pasion Kaftan

Onlangs is er op Oehms (OC 967) de eerste, oorspronkelijke versie van de opera verschenen, live opgenomen in Graz in maart 2016. De uitvoering is zonder meer goed. De Zwitserse tenor Rolf Romei is een zeer ontroerende Manolios en Dshamilja Kaiser een overtuigende Katerina. Het Grazer Philharmonisches Orchester wordt zeer idiomatisch en zeer aansprekend gedirigeerd door Dirk Kaftan.


Naar de foto’s in het tekstboekje (en de fragmenten op You Tube) te oordelen was de productie ook prachtig om te zien. Waarom geen DVD?

Meer Martinů:
BOHUSLAV MARTINŮ: Madrigals
BOHUSLAV MARTINŮ: The Epic of Gilgamesh

Hans Werner Henze: esthetisch -theatrale wereldverbeteraar in drie opera’s en een biografie

Henze Zeit online

Hans Werner Henze © Zeit Online

Merkwaardige man, die Henze. Ooit flirtte hij met het communisme en droomde van een wereldrevolutie, maar hij was ook een estheet en een erudiet wat hem in 1953 – mede – deed besluiten om Duitsland vaarwel te zeggen en naar Italië te verhuizen.

Zijn muziek is altijd zeer theatraal geweest: hij heeft het nooit zo gehad met de strenge regels van het serialisme en voelde zich nauw verbonden met de opera, die hij, in tegenstelling tot de toenmalige hardliners van de avant-garde, nooit als verouderd had bestempeld. Zijn discografie vermeldt dan ook meer dan twintig muziektheaterwerken, die met grote regelmaat worden opgevoerd.

DIE BASSARIDEN

Henze Bassariden

Die Bassariden behoort tot Henze’s beste en belangrijkste composities. Het libretto, naar ‘De Bacchanten’ van Eurypides, werd geschreven door W.H.Auden (kan iemand zich nog de ‘Funeral Blues’ uit Four Weddings and a Funeral herinneren?) en Charles Kallman.

Het is een massieve, doorgecomponeerde partituur geworden, verankerd in de wagneriaanse traditie (er wordt gefluisterd dat de librettisten er op stonden, dat Henze, vóór hij zich op het componeren stortte, de ‘Götterdammerung’ ging bestuderen) en gebouwd als een vierdelige symfonie met stemmen.

Het verhaal over koning Pentheus, die door alle zinnelijkheid te willen verbannen in strijd raakt met Dionysus en zijn adepten en aan het eind door zijn eigen moeder wordt verscheurd dient als een  metafoor voor het conflict tussen Eros en Ratio.

De opera is (in de Duitse vertaling) tijdens de Salzburger Festspiele in augustus 1966 in première gegaan. Het werd een enorm succes, wat één van de recensenten zelfs de kreet ontlokte dat Richard Strauss eindelijk een opvolger had gekregen. Hetgeen Henze lachend terecht van tafel veegde met een simpele “waar heeft de man zijn oren”?

Een paar jaar geleden werd de live opgenomen premièrevoorstelling door Orfeo (C 605 032 1) uitgebracht. Het zeer emotioneel spelende Wiener Philharmoniker komt onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi tot ongekende hoogtes.

Kostas Paskalis is zeer geloofwaardig in zijn rol van Pentheus en Kerstin Meyer ontroert als Agave.

Jammer alleen dat er geen libretto werd bijgeleverd, het is tenslotte geen alledaagse kost.

Das Urteil der Kalliope, intermezzo uit Die Bassariden :

L’UPUPA

Henze L'Upupa

Bijna veertig jaar later werd er in Salzburg een nieuwe (en tevens de laatste, zo beweerde de toen bijna 80-jarige componist) opera van Henze opgevoerd: L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe. Het was een opdrachtwerk van de Salzburger Festspiele, en de première in het Kleines Festspielhaus in augustus 2003 werd live opgenomen voor de dvd (EuroArts 2053929).

Het libretto, een op Syrisch-Persische verhalen gebaseerd sprookje, werd door Henze zelf geschreven. De drie zonen van De Oude Man gaan op zoek naar L’Upupa (een hop), een door de man verloren vogel met de gouden veren. De twee oudsten laten het meteen afweten en vermaken zich met drinken en kaartspelen. De jongste, Kasim (een voortreffelijke rol van Mattias Goerne), bijgestaan door een Papageno-achtige ‘Demon’ doorstaat allerlei avonturen, waaronder ook een aanslag op zijn leven door zijn broers. Maar hij vindt de vogel en terloops ook nog een geliefde in de gedaante van een Joodse Prinses (Laura Aikin) en keert naar zijn oude vader terug. Om meteen weer te vertrekken, deze keer om een gedane belofte na te komen. Een open eind dus, dat ook een prachtig beeld en een ontroerende muziek oplevert.

De tekst is bij vlagen zeer komisch, maar ook zeer poëtisch. De decors en kostuums van Jürgen Rose zijn werkelijk oogverblindend, en de regie van Dieter Dorn zeer intelligent. Er wordt ook meer dan voortreffelijk gezongen en geacteerd, met name door de werkelijk onnavolgbare John Mark Ainsley als de Demon.

DER PRINZ VON HOMBURG

 Henze Prins

Op Arthaus Musik (100164) vindt u een andere schitterende opera van Henze: Der Prinz von Homburg. Het werd in 1994 in Bayerischer Staatsoper in München opgenomen en de regie van Nikolaus Lehnhoff is werkelijk onnavolgbaar goed.

Het verhaal van een dagdromende prins, die tijdens de oorlog de bevelen niet goed weet op te volgen en tot de doodstraf wordt veroordeeld maar wordt vrijgepleit zodra hij zijn straft aanvaardt, is gebaseerd op een toneelstuk van Heinrich von Kleist.

François Le Roux lijkt geknipt voor de hoofdrol, maar ook de rest van de cast: William Cochran, Helga Dernesch, en Marianne Häggander is bijzonder sterk.

MEMOIRS OF AN OUTSIDER

 Henze Memoirs

Van harte kan ik u ook de, door Barrie Gavin in 1994 gemaakte documentaire over Henze aanbevelen (Arthaus Musik 100360). Aan het woord komen –  behalve de componist zelf en zijn Italiaanse vriend – ook Simon Rattle en Oliver Knussen, die openhartig bekent dat zijn eigen muziek nooit iets was geworden zonder de invloed van Henze. Dat alles is doorspekt met muziekfragmenten en met prachtige archiefbeelden. Als toegift krijgt u een schitterende uitvoering van Henze’s absolute meesterwerk, zijn Requiem.

Meer Henze:

HANS WERNER HENZE en zijn L’UPUPA
DAS FLOSS DER MEDUSA

Seizoen 2018/19 van de Nederlandse Reisopera

 

Nederlandse-Reisopera

N.B. for English translation  scroll down

Het seizoen van de Nederlandse Reisopera is dan wel klein maar zeer fijn. Met Puccini, Korngold en Sondheim zijn ze niet alleen publiekvriendelijk maar ook zeer verrassend. Twee eigenschappen die een nieuw operaseizoen – bij voorbaat, al is het op papier – tot een succes maken. Zeker voor mij, met twee titels die tot mijn absolute top drie allertijden horen.

Het seizoen wordt op 13 oktober 2018 geopend met Tosca van Puccini. De hoofdrol wordt gezongen door de Noorse sopraan Kari Postma; Noah Stewart zingt Cavaradossi en de baron Scarpia wordt vertolkt door Philip Rhodes. Harry Fehr regisseert en het Orkest van het Oosten staat onder leiding van de Engelse belcanto-specialist David Perry.

Hieronder Kari Postma als Kat’a Kabanova van Janáček in Oslo. Het is de – ons ook bekende – productie van Willy Decker:

 

Op 8 december gaat Die Tote Stadt van Erich Wolfgang Korngold in première in Enschede. Het is een coproductie met Theater Magdeburg in Duitsland, geregisseerd door Jakob Peters-Messer, dezelfde die ook Siroe, re di Persia bij de gezelschap heeft geënsceneerd.
Die Deutsche Bühne schreef over deze productie: “Die Melange aus Psychologie und Atmosphäre, die Peters-Messer und sein Team (Bühne: Guido Petzold, Kostüme: Sven Bindseil) finden, passt alles in allem maßgeschneidert zu dieser Musik.”

Antony Hermus dirigeert het Noord Nederlands Orkest en de hoofdrollen worden gezongen door Daniel Frank (Paul), Iordanka Derilova (Marie/Marietta) en Marian Pop (Frank).

Trailer van de productie in Maagdenburg:

 

Het seizoen wordt afgesloten met de musical A Little Night Music van Stephen Sondheim. De regie is in handen van Zack Winokur en het Gelders Orkest komt onder de leiding van Ryan Bancroft.

 

Reisopera Zack Winokur

Zack Winokur

De rol van Frederik Egerman wordt gezongen door Paul Groot en Susan Rigvava-Dumas zingt Desiree Armfeldt. In de cast verder een keur aan Nederlandse zangers, met (o.a.) Laetitia Gerards, Alexander de Jong, Nikki Treurniet en Esther Kuiper

Hieronder een opwarmertje: dame Judi Dench zingt ‘Send in the Clowns’ uit de musical

 

In december 2018 organiseert het gezelschap wederom een MeezingMessiah in Carré.

Ook in de zomer van 2018 blijft de Reisopera actief. Op 1 juli maakt het gezelschap deel uit van de Robeco Summer Night ‘A Night at the Opera’ en op 11 en 12 augustus verzorgen ze een aantal concerten tijdens het Grachtenfestival Amsterdam.

Meer plannen:

Voor april 2018 staat een operaconferentie gepland met alle operagezelschappen in Nederland. De bedoeling is om plannen te maken voor de onderlinge coöperatie.

Op 1 september 2018 gaat de startsein voor de Nationale Opera Studio: een samenwerking met De Nationale Opera en Opera Zuid.

Beide initiatieven zijn zeer toe te juichen. Er is ook iets om naar uit te kijken: in 2020 herneemt de Nederlandse Reisopera hun zeer bejubelde productie van Tristan und Isolde.

Teaser (uit 2013) van de productie:

Het wordt gedirigeerd door Antony Hermus en de rol van Isolde gaat gezongen worden door de Nederlandse sopraan Kelly God.

Reiopera Kelly God

Kelly God

Zie voor meer informatie de website van de Nederlandse Reisopera.

 

The Dutch National Touring Opera’s 2018-2019 season

The Dutch National Touring Opera’s season might be small but it is of exceptionally high quality. With Puccini, Korngold and Sondheim the season manages to be  both audience-friendly and original. Two qualities to make it a success in advance – at least on paper. To me, personally, it is even more successful, as it includes two operas that firmly belong in my top three of greatest operas of all time.

The season opens on 13 October 2018 with Puccini’s Tosca. The title role is sung by Norwegian soprano Kari Postma. Noah Stewart sings Cavaradossi and Baron Scarpia is played by Philip Rhodes. Harry Fehr directs and the Orchestra of the East is led by British belcanto specialist David Perry.

On 8 December Die Tote Stadt by Erich Wolfgang Korngold opens in Enschede. It is a co-production with the Theater Magdeburg in Germany, directed by Jakob Peters-Messer who also directed Siroe, re di Persia for the company.

Die Deutsche Bühne wrote about this production: “Die Melange aus Psychologie und Atmosphäre, die Peters-Messer und sein Team (Bühne: Guido Petzold, Kostüme: Sven Bindseil) finden, passt alles in allem maßgeschneidert zu dieser Musik.”

Antony Hermus conducts the North Netherlands Symphony Orchestra. The main roles will be sung by Daniel Frank (Paul), Iordanka Derilova (Marie/Marietta) and Marian Pop (Frank).

The 2018-19 season closer is Stephen Sondheims musical A Little Night Music. Zack Winokur directs and the Arnhem Philharmonic Orchestra will be led by Ryan Bancroft.

Frederik Egerman is sung by Paul Groot and Susan Rigvava-Dumas sings Desiree Armfeldt. A prime selection of Dutch singers completes the ensemble, with (amongst others) Laetitia Gerards, Alexander de Jong, Nikki Treurniet and Esther Kuiper.

In December 2018 the company will organise another Sing-Along Messiah in the Carré Theater in Amsterdam.

The Touring Opera remains active during the summer of 2018 as well. On 1 July the company participates in the Robeco Summer Night concert ‘A Night at the Opera’ and on 11 and 12 August several productions can be seen during  the Canal Festival in Amsterdam.

More plans:

In April 2018 an opera meeting is planned with all Dutch opera companies. The aim of the meeting is to make plans for further collaboration.

On 1 September 2018 the National Opera Studio will be launched: a collaboration between the  Dutch National Touring Opera, the Dutch National Opera and Opera South.

Both initiatives are much to be applauded. Something else to look forward to: in 2020 the Dutch National Touring Opera will reprise their much praised production of Tristan und Isolde.

Anthony Hermus will conduct and Dutch soprano Kelly God will sing Isolde.

English translation: Remko Jas

For more information see the website of the Dutch National Touring Company.

Seizoen 2018/19 van DE NATIONALE OPERA in Amsterdam

DNO seizoen 1819

NB: scroll down for the English translation

Maandag 19 februari werd het nieuwe, 2018/19 seizoen van de Nationale Opera gepresenteerd. Het is het voorlaatste seizoen dat door Pierre Audi geprogrammeerd is. Het programma is weinig verrassend en de liefhebber van belcanto, verismo of überhaupt de Italiaanse opera heeft het nakijken.

Geen Verdi, Donizetti, Bellini, Mascagni, Leoncavallo of Giordano en Puccini moet het van de reprise van wat – in mijn ogen – één van slechtste producties van zijn Madama Butterfly ever was: Robert Wilsons afschuwelijk emotieloze en minimalistische ‘zen” Butterfly van Wilson komt na 16 (!) jaar terug. Niemand kon mij het ‘waarom’ uitleggen, behalve dat je ook naar oude producties terug moet grijpen. Ook van de cast, althans op papier, ben ik niet onder de indruk.

Ooo…. Er is wel een Rossini, dat wel. Met – hoe verrassend! – voor de tweehonderdste keer zijn Il Barbiere di Seviglia… De opera wordt geregisseerd door Lotte de Beer en Rosina wordt gezongen door Nino Machaidze.

De andere jonge Nederlandse regisseur, Floris Visser maakt zijn DNO-debuut met Juditha Triumphans van Vivaldi.

Mozart en Wagner ontbreken uiteraard niet en het seizoen wordt geopend met de zes jaar oude productie van Die Zauberflöte in de regie van Simon McBurney. Het is al de derde keer dat de productie terugkomt en dat maakt mij niet echt blij. Maar het is fijn om te lezen dat twee van de belangrijkste rollen vertolkt gaan worden door Nederlandse zangers: Thomas Oliemans herhaalt zijn koddige Papageno en als Papagena mogen we Lilian Farahani verwelkomen.

Trailer van de eerste reeks:

Er zijn maar liefst zeven nieuwe producties, altijd goed nieuws. Maar of ik er zo blij moet zijn? Jenůfa van Janáček behoort tot mijn lievelingsopera’s, maar ik denk niet dat Annet Dasch de juiste zangeres is om die rol te vertolken. Had men Asmik Gregorian niet kunnen vragen? Om maar één zangeres te noemen die we (alweer) bij DNO niet gaan horen. De regie ligt in handen van Katie Mitchell, tja, dan weet je bij voorbaat al hoe de productie uit gaat zien.

Heel erg blij ben ik met de Oedipe van Enescu. De productie van Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco is  niet nieuw, is al eerder in Brussel en daarna in Londen te zien geweest. De recensies waren verdeeld, maar de muziek is zo goddelijk!

Trailer uit Londen:

Porgy and Bess van Gershwin is een andere titel die mij doet watertanden. Het word een coproductie met de ENO en de Metropolitan Opera in New York, dus ik denk niet dat we er bang voor hoeven zijn. De rol van Porgy wordt gezongen door Eric Owens en als Serena (ook iets om naar uit te kijken) verwelkomen we Latonia Moore

Eric Owens vertelt over Porgy, een rol die hij al eerder heeft vertolkt at the San Francisco Opera:

Ik ben geen grote Wagner-fan, maar voor zijn Tannhaüser kun je mij midden in de nacht wakker maken. De productie wordt geregisseerd door Christoph Loy en voor de rol van Elisabeth keert Svetlana Aksenova naar Amsterdam terug. De hoofdrol wordt gezongen door Daniel Kirch

DNO seizoen Aksenova

Svetlana Aksenova als Fevronja ©Monika Rittershaus

In het kader van het Opera Forward Festival kunnen we, onder anderen twee wereldpremières verwachten.

DNO_kurtag_gyorgy_90_160220_01

György Kurtág © István Huszti

Van Fin de partie, de eerste opera van de inmiddels 91-jarige György Kurtág (regie Pierre Audi) en van Micha Hamels Caruso a Cuba.

DNO seizoen Hamel

Micha Hamel in gesprek met Klaus Bertisch © DNO

Girls of the Golden West  van John Adams krijgt bij ons zijn Europese première.

Trailer van Girls of the Golden West uit San Francisco:

Over de “prestige-project”, aus LICHT van Stockhausen zwijg ik het liefst in alle talen. Maar mocht u 315 euro te veel in uw portemonnee hebben …..

De complete overzicht:

Die Zauberflöte (W.A. Mozart)
Stanislas de Barbeyrac, Mari Eriksmoen, Thomas Oliemans, Dmitry Ivashchenko, Kathryn Lewek, Judith van Wanroij, Rosanne van Sandwijk, Helena Rasker e.a.
Dirigent: Antonello Manacorda, regie: Simon McBurney

Jenůfa (L. Janáček)
Annette Dasch, Evelyn Herlitzius, Hanna Schwarz, Norman Reinhardt, Francis van Broekhuizen, Karin Strobos e.a.
Dirigent: Tomáš Netopil, regie: Katie Mitchell

Il barbiere di Siviglia (G. Rossini)
René Barbera, Nino Machaidze, Davide Luciano, Ambrogio Maestri e.a.
Dirigent: Maurizio Benini, regie: Lotte de Beer

Oedipe (G. Enescu)
Johan Reuter, Eric Halfvarson, Christopher Purves, James Creswell, Ante Jerkunica, André Morsch, Mark Omvlee, Sophie Koch e.a.
Dirigent: Marc Albrecht, regie: Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco

Porgy and Bess (G. Gershwin)
Eric Owens, Adina Aaron, Frederick Ballentine, Mark S. Doss, Latonia Moore e.a.
Dirigent: James Gaffigan, regie: James Robinson

Juditha Triumphans (A. Vivaldi)
Gaëlle Arquez, Teresa Iervolino, Vasilisa Berzhanskaya, Francesca Ascioti e.a.
Dirigent: Andrea Marcon, regie:Floris Visser

Girls of the Golden West (J. Adams)
Julia Bullock, Davóne Tines, Paul Appleby, Ryan McKinny e.a.
Dirigent: Grant Gershon, regie: Peter Sellars

Caruso a Cuba (M. Hamel)
Dirigent: Otto Tausk, regie: Johannes Erath

Fin de partie (G. Kurtág)
Frode Olsen, Leigh Melrose, Hilary Summers en Leonardo Cortellazzi.
Dirigent: Markus Stenz, regie: Pierre Audi

The Second Violinist (D. Dennehy)
Dirigent: Ryan McAdams. Regie: Enda Walsh

Tannhäuser (R. Wagner)
Daniel Kirch, Svetlana Aksenova, Ekaterina Gubanova, Stephen Milling, Björn Bürger, Attilio Glaser e.a.
Dirigent: Marc Albrecht, regie: Christof Loy

Madama Butterfly (G. Puccini)
Elena Stikhina, Enkelejda Shkosa, Gianluca Terranova, Brian Mulligan, Tim Kuypers e.a.
Dirigent: Jader Begnamini, regie: Robert Wilson

aus LICHT (K. Stockhausen)
Studenten van de master ‘aus LICHT’ aan het Koninklijk Conservatorium.
Dirigent: Kathinka Pasveer, regie: Pierre Audi

Pelléas et Mélisande (C. Debussy)
Solisten: n.n.b.
Dirigent: Daniele Gatti, regie: Olivier Py

Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

 

The Dutch National Opera’s 2018-2019 season (Amsterdam)

Earlier this week the Dutch National Opera unveiled its 2018-19 season, Pierre Audi’s penultimate one. Not a very surprising season. Lovers of belcanto, verismo or Italian opera in general will be disappointed. No Verdi, Donizetti, Bellini, Mascagni, Leoncavallo or Giordano.

Puccini is represented by a reprise of what I believe to be one of the worst productions of Madama Butterfly ever: Robert Wilson’s ghastly, emotionless and minimalistic “Zen”  Butterfly, returning after sixteen (!) years. No one could exactly explain why, except that sometimes it is worth looking back at old productions. The cast, at least on paper, does not impress me much either.

Oooh… We also do get a Rossini!  Il barbiere di Siviglia…  how original, for the hundredth time. Lotte de Beer will direct, and Nino Machaidze sings Rosina.

Another young Dutch director, Floris Visser, makes his DNO debut with Vivaldi’s Juditha Triumphans.

Of course, Mozart and Wagner are present. The season will be opened by Simon McBurney’s six-year old Zauberflöte. This will be the third time it returns, which does not exactly thrill me. It is nice to read though that two important roles will be sung by Dutch singers: Thomas Oliemans repeats his dotty Papageno, and we welcome Lilian Farahani as Papagena.

We get seven new productions no less, which is always good news. But I am nut sure they all make me very happy? Janáček’s Jenůfa is one of my favourite operas, but I doubt Annette Dasch will be he right singer for the role. Was it not possible to ask Asmik Grigorian? To mention just one singer we (again) will never hear at the DNO? Katie Mitchell directs, so we all know in advance how this will look like.

I am very excited about Enescu’s Oedipe. The production by Àlex Ollé (La Fura dels Baus) and Valentina Carrasco is not new. It has been done in Brussels and London before, to mixed reviews, but the music is just divine!

Gershwin’s Porgy and Bess is another opera that makes my mouth water. It is a co-production with the ENO and the Metropolitan Opera in New York, so we probably will not have to worry too much how it will look. Porgy will be sung by Eric Owens and Serena by Latonia Moore (something to look forward to).

I am not really a huge Wagner fan, but for Tannhaüser you can wake me up in the middle of the night. Christoph Loy directs and Svetlana Aksenova will return to Amsterdam to sing Elisabeth. The title role will be sung by Daniel Kirch

During the Opera Forward Festival DNO presents two world premieres.
Fin de partie, the first opera by 91-year-old György Kurtág (direction Pierre Audi) and Micha Hamel’s Caruso a Cuba. Girls of the Golden West  by John Adams gets its European premiere in Amsterdam.

On the prestige project “aus LICHT” by Stockhausen I prefer to remain silent. But in case you want to get rid of 315 euros ….

For more information see website van De Nationale Opera.

English translation: Femko Jas

Dmitri Hvorostovsky in drie opnamen

Hvorostovsky

Dimitri Hvorostovsky als Eugene Onegin © Beth Bergman 2012


LIEDEREN EN DANSEN VAN DE DOOD (VAI 4330)

Hvorostovsky Dutoit

Nadat Hvorostovsky in 1989 de Cardiff Competition had gewonnen, stonden platenmaatschappijen in de rij om een contract met hem te tekenen. Het werd Philips en prompt werden er een paar recitals en een paar complete opera’s met hem opgenomen.

Hvorostovsky in Cardiff:

Alles prematuur, Hvorostovsky was er nog niet klaar voor: hij sprak de talen niet, en zijn repertoire was te beperkt. Zijn contract werd niet verlengd, en daarna was het bergopwaarts met hem gegaan.

Maar: hij herstelde zich. En hoe! Op 18 juli 1998 gaf hij een recital voor duizenden enthousiaste toehoorders tijdens het Festival de Lanaudière. Hij zong er de Liederen en dansen van de dood van Moessorgsky, gevolgd door een aantal aria’s.

Ik moet nu eerlijk bekennen dat ik van plan was om er bij te gaan lezen, maar daar kwam niets van. Ademloos heb ik zitten luisteren naar zijn fluweelachtige stem, naar zijn weergaloze legato en zijn puntgave interpretatie, waarmee hij me tot tranen toe wist te ontroeren. Daar Hvorostovsky een zeer charismatische zanger is, is het een puur genot om naar hem te kijken.

Hvorostovsky en Charles Dutoit in Rossini’s ‘Largo al Factotum’ (Barbiere di Seviglia van Rossini):

RUSSIAN SONGS FROM THE WAR YEARS (VAI 4318)

Hvorostovsky War years

Patriottisme is een ouderwets woord geworden. Alles moet internationaal, globaal, multiculti en kosmopolitisch, en dat is misschien ook beter zo. De Tweede Wereldoorlog is tweeënzeventig jaar geleden afgelopen, en het schijnt al zo lang weg….

Toch leven er nog mensen die ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’ meegemaakt hebben. Er zijn nog (persoonlijke) verhalen. En de liedjes. Groot ben ik er mee geworden, met de Russische liedjes uit die tijd. Mijn moeder, die de hele oorlog in het Rode Leger had meegevochten, zong ze in plaats van slaapliedjes, en dan droomde ik van de eenzame accordeonist op zoek naar zijn geliefde.

Niemand minder dan Dmitri Hvorostovsky bracht ze terug naar de concertzaal, en op 8 april 2003 trad hij hiermee op voor maar liefst 6500 toeschouwers in het Kremlin Palace op.

Hieronder zingt Hvorostovski ‘Журавли’ (Cranes) uit de film Als de kraanvogels overvliegen van Michail Kalatozov:

De arrangementen zijn ietwat aangepast, minder dik aangezet, klinken losser en voornamelijk nostalgisch. Er is geen sprake van een ‘hoera patriottisme’.

Hvorostovsky zingt duidelijk ontspannen, met een milde glimlach om zijn mond, zonder stemverheffing of een overduidelijke articulatie. Zoiets als een crooner, een Sinatra of een Bing Crosby.

Het publiek snottert en zingt geluidloos mee. Ook ik raak gefascineerd en voel een prikkelend gevoel in mijn ogen. Nostalgie? Mijn Nederlandse, op Curaçao geboren vriendin, was net zo ontroerd. Prachtig.

IL TROVATORE (Opus Arte 0848 D)

Hvorostovski Trovatore plus

Sommige opera’s zouden herdoopt moeten worden. Il Trovatore van Verdi zou eigenlijk ‘Azucena’ moeten heten, want per slot van rekening is zij degene die de scènes beheerst, vanaf het eerste moment dat zij opkomt.

Het is Azucena die de touwtjes in handen heeft en alleen zij kan alle personages redden of breken. Door haar zucht naar wraak vernielt zij alles en iedereen, en daar is geen doorsnee bariton tegen opgewassen. Nou ja, doorsnee?

In zijn roldebuut als Luna heeft Dmitri Hvorostovsky me in deze productie van het Royal Opera House meer dan verrast. Begin jaren negentig had ik nog mijn twijfels over hem, maar ik herroep alles wat ik in die tijd over hem heb gezegd. Nooit gedacht dat er nog een bariton bestaat die zo ontroerend ‘In balen del suo sorriso’ kan zingen. En inderdaad, bij de ‘Sperda il sole d’un suo sguardo…’ moest ik zelfs een traantje wegpinken, zo mooi was het.

Was ik Leonora, dan had ik voor hem gekozen. Zeker boven José Cura als Manrico, die tot het einde toe niet kon beslissen wat hij zong: was het een Otello of een Turiddu?

Meer Hvorostovsky:
SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Dmitry Hvorostovsky
THE BELLS OF DOWN
JEVGENI ONEGIN. Discografie

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

 

Bianca, de aantrekkelijke vrouw van de koopman Simone heeft een affaire met de mooie prins Guido Bardi. Simone betrapt ze en daagt Guido uit tot een duel met degens en zwaarden om hem uiteindelijk met zijn blote handen te wurgen.  Bewonderend kijkt zijn vrouw hem aan: ” Waarom heb je mij niet verteld dat je zo sterk bent?”. Op zijn beurt wordt Simone zich bewust van de schoonheid van zijn vrouw: ”Waarom heb je mij niet verteld dat je zo mooi …”.

Zemlinsky Oscar_Wilde_portrait

Oscar Wilde

 

Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky is gebaseerd op het laatste toneelstuk van Oscar Wilde. Het begin van het stuk ontbreekt: het manuscript werd gestolen toen Wilde in de gevangenis belandde. Zemlinsky heeft het probleem opgelost door een proloog te componeren, die de liefdesscène tussen Bianca en Guido moest suggereren.

De opera, die in 1917 in première is gegaan heeft voor veel gossip gezorgd. ‘Eine autobiografische Tragödie’ kopte het Wiener  Zeitung boven het artikel van Edwin Baumgartner. Alma Mahler was not amused. Zij was er zeker van dat Zemlinsky haar affaire met Walter Groppius had verbeeld.

                           Mathilde Schönberg Zemlinsky met kind en met haar man

Het Weense publiek daarentegen dacht dat het om Schönberg en zijn vrouw Mathilde, de zus van Zemlinsky, ging. Mathilde had haar man verlaten voor de jonge schilder Richard Gerstl.

Zemlinsky Gerstl_-_Bildnis_Mathilde_Schönberg

Mathilde Schönberg met kind. Schilderij van Gerstl

Toen ze naar haar echtgenoot terugkeerde heeft Gerstl zelfmoord gepleegd, hij was toen maar 25 jaar oud.

 

Zemlinsky Gerstl

Richard Gerstl: ‘selbstporträt (nackt in ein voll figur’) uit 1908. Courtesy Leopold Museum / Neue Galerie

 

All in the family in de beste traditie, aldus.

Maar wat denkt u: mag je een fictief personage in een kunstwerk als het alter ego van zijn schepper beschouwen? De levenswandel van een componist op de door hem gecomponeerde opera projecteren? Hoe ver betrek je het leven bij de kunst?

In een brief aan Alma Mahler schreef Zemlinsky dat “een leven moest geofferd worden om het leven van twee anderen te redden”. Maar maakt dit dan meteen tot het centrale thema van deze opera, zoals veel critici schijven? Ik weet het niet.

Een ding is zeker: Eine Florentinische Tragödie laat zich beluisteren als een spannende, donkere thriller, waarin je met geen van de personages meevoelt.

Zemlinsky Tragedie Chailly

In 1997 heeft Decca de opera opgenomen in de hun inmiddels vervallen serie ‘Entartete Musik’. Riccardo Chailly dirigeerde het Koninklijk Concertgebouworkest (Decca 4551122).


In hetzelfde jaar kwam ook een (live) opname van het Keulse Gürzenich-Orchester gedirigeerd door hun toenmalige chef-dirigent James Conlon (ooit EMI).

ZemllinskyConlonFRONT-1

Beide opnamen zijn goed en ik zou waarlijk niet weten welke te kiezen. De orkestklank bij Chailly is voller en de strijkers klinken aangenamer, maar Conlon is ontegenzeggelijk spannender, wellicht omdat het live is.

De klank van het Keulse orkest is sensueler, die van het KCO donkerder. De zangers zijn bij beide opnamen aan elkaar gewaagd, al vind ik David Kuebler (Guido bij Conlon) veel aangenamer dan een beetje schelle Heinz Kruse bij Chailly.

Iris Vermillion bij Chailly klinkt mooier en warmer dan Deborah Voight bij Conlon, maar de laatste heeft dan weer meer sexappeal. In de rol van Guido is Albert Dohmen (Chailly) verreweg te prefereren boven de niet helemaal idiomatische Donnie Ray Albert.

ZemlinskyCD Jurowski

In 2010 werd Eine Florentinische Tragödie door het London Philharmonic Orchestra opgenomen onder zeer inspirerende leiding van Vladimir Jurowsky (LPO-0078). Albert Dohmen is weer van de partij: zijn Simone klinkt nog indrukwekkender dan op Decca.

Sergey Skorokhodov is een ‘lulletje rozenwater’ Guido, met geen mogelijkheid tegen de macho Dohmen opgewassen. Zeg maar: een don Ottavio die het tegen Hunding gaat opnemen. Heike Wessels (Bianca) is een vergissing.


Op You Tube zijn er inmiddels veel (fragmenten) van de live uitvoeringen van de opera te vinden, o.a. uit Lyon:

Frühlingsbegräbnis, de cantate die Zemlinsky in contact bracht met Alma Mahler


Zemlinsky cantate fruhling

 

Van die cantate bestaat (bestond?) een hele mooie uitvoering door het Gürzenich-Orchester uit Keulen onder leiding van James Conlon, met als solisten de sopraan Deborah Voight en de bariton Donnie Ray Albert.  Ik vind het werk schitterend, het doet mij in de verte denken aan Ein Deutsches requiem  van Brahms. De cantate was ooit gekoppeld aan meer onbekende werken van Zemlinsky, die hier allemaal hun plaatpremières beleefden: Cymbeline – suite, naar de tekst van Shakespeare en Ein Tanzpoem. Helaas…. Zelfs You Tube heeft de opname van de internet weggehaald, dus tweedehands (of een vriend die het in zijn bezit heeft om een kopie vragen) blijft de enige optie.

Merkwaardig genoeg staat Frühlingsbegräbnis door Conlon wél op Spotify, maar dan in combinatie met Psalms en Hochzeitgesang in een totaal andere  uitvoering:


Op Spotify kunt u ook de opname onder Antony Beaumont te beluisteren. De uitvoering is minder mooi dan die van Conlon maar beslist niet slecht:

 


Cymbeline van Conlon is wel op You Tube te vinden:

James Conlon over Zemlinsky (en Ullmann):

“De muziek van Alexander Zemlinsky en Viktor Ullmann bleef decennia lang verborgen door de nasleep van de vernietiging, aangericht door het beleid van het nazi-regime […] Volledige erkenning van hun werken en talent ontbreekt nog steeds, meer dan 70 jaar na hun dood […] Hun leven en persoonlijke geschiedenissen waren tragisch, maar hun muziek overstijgt het allemaal. Het is aan ons om hun verhaal te waarderen in zijn volle historische en artistieke context.”

Geraadpleegde literatuur:
Antony Beaumont: Zemlinsky
Michael Haas: Forbidden Music. The Jewish Composers banned by the Nazis

Zie ook

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

 

 

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

DER ZWERG

Zemlinsky Zwerg dvd

 

Als geen andere dirigent van naam is James Conlon al sinds jaren een vurig pleitbezorger van de ‘Entartete-componisten’. In zijn Keulse jaren (hij was tussen 1989 en 2002 chef dirigent van de Gürzenich-Orchester en  artistiek leider van de opera) heeft hij vrijwel alle orkestrale en vocale werken van Zemlinski uitgevoerd en opgenomen. De opnamen op EMI (de meeste zijn helaas niet meer in de handel) koester ik als de grootste schat, wat het waarschijnlijk ook is.

Zemlinsky James Conlon

James Conlon

In 2006 werd Conlon aangesteld als de muzikale leider van de opera van Los Angeles en één van zijn eerste projecten was een serie ‘Recovered Voices: A Lost Generation’s Long-Fortgotten Masterpieces’. De serie is in 2008 gestart met een double-bill van Ullmann’s Der zerbrochene Krug en Zemlinsky’s Der Zwerg. (Arthaus Music 101 528)

Het idee om een opera te componeren over een lelijke man die verliefd is op een schoonheid heeft Zemlinsky zijn hele leven vervolgd, zo kwam hij ook bij Oscar Wilde en zijn The Birthday of the Infanta terecht.

Zemlinsky zwerg kostuum

Kostuumontwerp voor ‘Der Zwerg’ door August Haag, Köln 1922

Op haar achttiende verjaardag ontvangt Donna Clara een merkwaardig geschenk: een dwerg, die bovendien afzichtelijk lelijk is. Een heerlijk speeltje voor de infante, zeker ook omdat de dwerg het van zichzelf niet weet – hij heeft nog nooit zijn eigen spiegelbeeld gezien.. Donna Clara maakt hem verliefd en laat hem in de waan dat ze ook van hem houdt, waarna ze hem voor spiegels zet. Hij overleeft het niet, maar dat kan de verwende prinses niet boeien.

Zemlinksy velazquez.meninas

Diego Velázques: Las Meninas

De zeer traditionele en naturalistische setting is buitengewoon mooi en de kostuums zijn oogverblindend. Je waant je daadwerkelijk aan het Spaanse hof. Het geheel ziet er als een schilderij van Velazques uit, adembenemend.

Adembenemend is ook de uitvoering. James Johnson zingt en acteert een voortreffelijke Don Esteban. Mary Dunleavy heeft alles in huis om de verwaande infante te vertolken: zij is mooi en capricieus. Haar stem is zilverkleurig en kinderlijk licht. Ook als actrice weet ze te overtuigen.

De hoofdrol wordt hier op een onnavolgbare wijze gezongen door Rodrick Dixon. De enige die ik ooit beter vond, was Douglas Nasrawi, die ik de rol hoorde zingen tijdens de ZaterdagMatinee.

James Conlon over de door hem gedirigeerde Der zerbrochene Krug van Ullmann gekoppeld aan Zemlinsky’s Der Zwerg:

DER TRAUMGÖRGE

Zemlinsky Traumgorge “De sprookjes moeten werkelijkheid worden”, zingt Görge, nadat zijn droom door de boeren en zijn verloofde Grete is uitgelachen. En zie maar: Görge vindt zijn gedroomde prinses in de gedaante van de door de boeren uitgestotene Gertraud en zijn droom komt uit.

Het verhaal van Görge de dromer en zijn zoektocht naar het onbereikbare ideaal werd door Zemlinski van muziek van ontroerende schoonheid voorzien. Sehnsucht, zinderende erotiek, symboliek …. Noem het maar op en je vindt het. Het werk doet mij sterk aan Król Roger van Szymanowski denken, dezelfde lange, uitgesponnen lijnen in de sopraan-aria, dezelfde overweldigende koorpartijen, opzwellende orkest. Ik vind het prachtig.

Der Traumgörge (libretto van Leo Feld, naar het sprookje ‘Vom unsichtbaren Königreich’van Richard von Volkmann-Leander en het gedicht van Heine ‘Der arme Peter’) werd door Zemlinsky bedoeld als hulde aan zijn toenmalige geliefde Alma. Door omstandigheden werd de opera nooit bij zijn leven uitgevoerd, de eerste – behoorlijk ingekorte – uitvoering vond pas in 1980 plaats.

Zemlinsky Traumgorge decor

Decorontwerp van Alfred Roller voor ‘Der Traumgörge’. Weense Hofoper 1907

Dat het niet aan de muziek ligt, bewijst de eerste volledige opname uit 1999. Het Keulse orkest onder leiding van James Conlon alleen al verdient een tien met een griffel en de solisten zijn absoluut subliem.

David Kuebler zet met een stralende hoogte een schitterende Görge neer. Zijn stem vermengt de juiste dosis metaal met sottovoce, wat nodig is voor deze rol.

Patricia Racette, toen nog een grote onbekende is onwerkelijk mooi als Gertraud (de fluwelen tonen in ‘Och! Ich wil zu dir in die Welt’ zijn van een Korgoldiaanse schoonheid) en  Andreas Schmidt boers genoeg voor Hans. De liveopname klinkt uitstekend.


DER KÖNIG KANDAULES 

Zemlinsky KK Gerome

Jean-Léon Gérôme (1824-1904): ‘King Candaules’

In 1938 vluchtte Zemlinsky naar New York. In zijn koffertje bevond zich de onvoltooide opera Der könig Kandaules. Eenmaal in New York, hoopte hij op de uitvoering in de Metropolitan Opera.

Zemlinsky Andre Gide

André Gide

Helaas voor hem was het op het toneelstuk van André Gide gebaseerde libretto (koning Kandaules wil zijn geluk en [de schoonheid van] zijn vrouw met iedereen delen. Door de koning aangemoedigd en door een onzichtbaar makende ring geholpen, brengt Gyges een nacht door met de koningin. Als zij achter de ware toedracht komt, spoort zij Gyges aan om de koning te vermoorden waarna hijzelf tot koning wordt gekroond), te gewaagd voor het Amerikaanse publiek. Toen Zemlinsky in 1942 stierf, was zijn opera nog steeds onvoltooid.

Zemlinsky Beaumont

Antony Beaumont

Het was pas de Engelse musicoloog én Zemlinsky-biograaf Antony Beaumont die het partituur voltooide. In oktober 1996 werd de opera in Hamburg uitgevoerd, met enorm veel succes. De uitvoering werd live opgenomen en op het label Capriccio (600712) uitgebracht.

Zemlinsky KK Capriccio

De uitvoering onder leiding van Gerd Albrecht is zonder meer uitstekend en de hoofdrollen zijn met James O’Neal (Kandaules), Monte Pederson (Gyges) en Nina Warren (Nyssia) zeer adequaat bezet. In de kleine rol van Nicomedes horen we een jonge debutant, Mariusz Kwiecień.


Zemlinsky KK Nagano

In 2002 heeft Salzburg de opera op het programma gezet en de live opgenomen – fenomenaal beztte – uitvoering werd in een zeer verzorgde uitgave op 2 cd’s uitgebracht (Naïve 3070). De rol van Kandaules werd vol overgave gezongen door Robert Brubacker en Wolfgang Schöne was een uitstekende Gyges. De Zweedse Nina Stemme, die toen nog in het lyrische ‘fach’ zat, zong een mooie Nyssia. Het Deutsche Symphonie Orcherst onder leiding van Kent Nagano klinkt zeer spannend.

Onze onvolprezen ZaterdagMatinee heeft de opera in november 2007 concertante uitgevoerd, helaas bestaat er geen opname van. Jammer, want de dirigent Bernhard Kontarsky dirigeerde met veel overgave en Stuart Skelton en Jeanne-Michèle Charbonnet waren onvergetelijk als de koningspaar.

Gyges (of was het Zemlinsky zelf?):  „Der, der ein Glück hält, soll sich gut verstecken! Und besser noch, sein Glück vor Andern“.

Deel 1: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Deel 2: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: LYRISCHE SYMPHONIE

Deel 4: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

Zemlinsky LS partituur

Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, maar de allereerste naoorlogse uitvoering van de Lyrische Symphonie dateert uit eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Dit absolute meesterwerk werd gecomponeerd tussen 1922-23 en beleefde zijn première in Praag 4 juni 1924. Het is, net als Das Lied von der Erde van Mahler een soort kruising tussen een orkestrale liederencyclus en een symfonie.

Zemmlinsky Rabindranath-Tagore+Der-Gärtner

Zemlinsky schreef het werk op de tekst van de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore The Gardener, in de Duitse vertaling van Hans Effenberger. De zeven liefdesgedichten zijn gegoten in de vorm van een dialoog tussen een prins (bariton) en een verliefd meisje (sopraan). Veel musicologen beschouwen het werk als autobiografisch en daar zit zeer zeker iets in.

Of het om de (nog steeds?) onverwerkte breuk met Alma Schindler ging, zoals sommige critici willen geloven? Dat denk ik niet, zelf ben ik veel meer geneigd om Antony Beaumont (dé Zemlinsky kenner en biograaf) te geloven dat het om zijn in die tijd net begonnen relatie met Louise Sachsel ging.

Zemlinsky Berg en Fuchs

Alban Berg en Hanna Fuchs

In dit kader bezien is het misschien leuk te weten dat Alban Berg het derde deel van de symfonie (‘Du bist mein Eigen’) in het Adagio Apassionato van zijn Lyrische Suite voor strijkkwartet citeerde. U weet toch wel dat Berg in die tijd een heimelijke liefdesaffaire had met Hanna Fuchs, voor wie hij het werk componeerde?

Hieronder het Adagio appassionato uitgevoerd door het Galimir String Quartet. De opname dateert uit 1935:

Van het ooit zo genadeloos vergeten maar inmiddels het bekendste en het vaakst uitgevoerde werk van Zemlinsky bestaan best veel uitvoeringen. Daar springen er meteen twee uit, van  James Conlon en Riccardo Chailly.

Orkestraal wint Chailly het, voornamelijk vanwege de ongeëvenaarde klank van het KCO, maar in het vierde deel weet Conlon zijn orkest zulke zoete tonen te ontlokken dat ik er helemaal voor ga.

Zemlinsky LS Chailly

Opname onder Riccardo Chaillly:


Zemlinsky LS Conlon

Ook de solisten vind ik bij Conlon geschikter. Bo Skovhus overtuigt mij veel beter dan Håkan Hagegård. De tweede heeft een warme, ronde bariton met iets rustgevends in zijn timbre en dat vind ik hier een nadeel, de rusteloosheid in de stem van Skovhus geeft zijn woorden wat meer impact.

Zijn voordracht vind ik ook helderder en zijn uitspraak duidelijker. Luister hoe hij de woorden  “Du bist mein Eigen, mein Eigen, du, die in meinen endlosen Träumen wohnt...zingt! Ook Soile Isokoski is te prefereren boven de (prachtig zingende, dat wel) sopraan van Chailly, Alexandra Marc.

Opname onder James Conlon:


Bo Skovhus is altijd iemand geweest die de Entartete Musik een meer dan een warm hart toedraagt. Dat liet hij merken door – onder andere – de keuzes voor de door hem gezongen werken.

De Lyrische Symphony stond vaak in zijn concertprogramma’s overal ter wereld, ook in Amsterdam (maart 2007, met Hillevi Martinpelto en het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Donald Runnicles) en behalve voor EMI heeft hij het werk ook voor RCA opgenomen, deze keer met een onvoorstelbaar mooie lyrische sopraan Luba Orgonasova.

Zemlinsky LS Flor

De directie van Claus Peter Flor is een beetje onevenwichtig, maar de zes liederen die er aan vastzitten, door Skovhus gezongen en schitterend op piano begeleid door Helmut Deutsch, maken een boel goed.

Hieronder een opname met Bo Skovhus, Maria Bengtsson en het Staatskapelle Berlin onder leiding van Kirill Petrenko, opgenomen in het Berlijnse Philharmonie op 30 december 2011:

https://www.youtube.com/watch?v=C9G0J9Ljt7E

In de opname van BBC Classics uit 1996 worden de zangpartijen met veel begrip en nog meer nuancen gezongen door Thomas Allen en Elisabeth Söderström. Michael Gielen toont enorm veel affiniteit voor de partituur.

Zemlinsky LS Allen

Zie ook: deel 1
EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

deel 3: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

deel 4: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Lyrische Suite van Alban Berg: Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL