LE NOZZE DI FIGARO: discografie, deel 1

Günther Rennert Salzburg 1966

Mozart - Le nozze di Figaro (Salzburger Festspiele, Arthaus Musik ...

 

In 1966 werd in Salzburg een pracht van een Nozze vastgelegd.
De regie van Günther Rennert is (uiteraard) traditioneel en zeer fascinerend, en de decors zijn een genot voor het oog.

Gezongen wordt er op een niveau waar je tegenwoordig nog van kan dromen, want waar vind je nog zulke ensembles, waar niets, maar ook totaal niets is op aan te merken?

Iedereen zingt en acteert ongekend goed, en de interpretatie van Edith Mathis is het bewijs dat Cherubino door een sopraan gezongen moet worden. Luister alleen maar naar haar o zo mooi gezongen “Voi che sapette”, nou, dan weet je het wel…..
Het beeld is zwart/wit, maar – who cares? (Arthouse Music 107057)

Jean-Pierre Ponelle 1976 (film)

Mozart-Bohm -Les Noces [Edizione: Regno Unito]: Amazon.it: Karl ...

Ik ben een echte fan van Jean-Pierre Ponelle’s barok-theatrale verfilmingen van de opera, maar de in 1976 gerealiseerde Nozze is voor mij een regelrechte fiasco.

Fischer-Dieskau mag dan wel mooi zingen, maar zijn sex-appeal is gelijk aan dat van een ijsberg. Prey en Freni zijn optisch te oud, wat des te meer opvalt daar ze op de huid gefilmd worden. Kiri te Kanawa lijkt totaal niet betrokken, en alleen Maria Ewing is zeer overtuigend als de onstuimige Cherubino.

Een aardigheidje voor wie daar prijs op stelt: in de rollen van Basilio en Don Curzio treden twee Nederlandse tenoren op, resp. John van Kesteren en Willy Caron, maar het playback is werkelijk storend (DG 0734034)

hele film:

John Elliott Gardiner Parijs 1993

Nozze De Figaro: Amazon.ca: Alison Hagley, Hillevi Martinpelto ...

In 1993 dirigeerde John Elliot Gardiner een ‘authentieke’ uitvoering van Nozze in het Parijse Palais Garnier. Zelf ben ik er niet zo gecharmeerd van, en dat ligt niet alleen aan de instrumenten en de snelle (toegegeven: wel mooi licht gehouden) tempi. De aankleding vind ik knudde en de make-up van de zangers ronduit stuitend.Het zou eigenlijk niet storen als er goed werd gezongen, maar dat doet op Bryn Terfel en (de onherkenbaar toegetakelde) Rodney Gilfry na eigenlijk niemand.
Wat wellicht interessant is, zeker voor de wetenschappers onder u: Gardiner gebruikte de ‘Moberly/Raeburn’-herziening van de partituur, waardoor de volgorde van de nummers in de derde akte anders is en de aria’s van Marcellina en Basilio in de vierde zijn gesneuveld. Nou ja, het staat allemaal in het tekstboek. (Archiv 0730189)

 


Christoph Marthaler Parijs 2006

W.A. Mozart / Le Nozze di Figaro / Peter Mattei / Lorenzo Regazzo ...

 

De in 2006 eveneens in Garnier opgenomen voorstelling heeft de nodige commotie veroorzaakt.

Marthaler is een goede regisseur en zijn personenregie is zonder meer fantastisch, maar zijn productie heeft bijzonder weinig met het oorspronkelijk verhaal te doen, en dat niet alleen maar omdat het zich in een hybride combinatie van een bruidswinkel en een onpersoonlijk (Oost-Europese?) kantoor afspeelt.

Ik moet toegeven – het is allemaal zeer boeiend en fascinerend gedaan, maar de vrijheden die Marthaler zich veroorlooft gaan me op bepaalde momenten echt te ver: niet alleen voegt hij er een personage aan toe, hij permitteert zich zelfs om muziek(jes) en rare geluiden aan toe te voegen.

Christiane Oelze (Gravin) is niet om aan te horen, en Lorenzo Regazzo (Figaro) chargeert te veel, maar Peter Mattei is een prima graaf en Christine Schäfer schittert als een kostelijke Cherubino. (Opus Arte OA 0960)

David McVicar Londen 2006

Nozze McVicar

Het kan ook anders … Zelden zie je de opera zo intelligent en liefdevol geënsceneerd, met zoveel respect voor zowel het libretto als de muziek.

De actie is verplaatst naar 1830 en speelt zich af in een kasteel in het postrevolutionaire Frankrijk. De strikte restricties tussen de “upper class” en de bedienden zijn aan het wankelen – er is nog een kloof, maar niet zo diep meer. Ze zoeken toenadering tot elkaar: niet alleen voor een seksueel pleziertje (seks is overigens zeer nadrukkelijk aanwezig, zonder dat het plat of vulgair wordt), maar ook voor de goede raad en ondersteuning. En er is ook moreel verval, iedereen bespioneert iedereen en niemand is eigenlijk te vertrouwen.

De oogverblindende decors en kostuums zijn zeer realistisch, en Paule Constable verdient een Oscar voor de belichting.

De hele cast, met Gerald Finley als Almaviva voorop, is fantastisch en Pappano ontlokt het orkest (en de solisten) de mooiste versieringen. Adembenemend, en wat mij betreft al een klassieker. (Opus Arte OA 0990 D)

Waardeloze regie verpest een uitstekend gezongen Poliuto

Poliuto

Poliuto, een van de heerlijkste en vrijwel geheel vergeten opera’s van Donizetti is aan zijn revival begonnen. Vorig jaar heeft Opera Rara Les Martyrs, de – zeg maar – “Franse versie” van het werk opgenomen, nu is de oorspronkelijke Poliuto zelf aan de beurt.

Het libretto, naar een drama van Corneille heeft als hoofdthema de marteldood van de heilige Polyeucte. Plus natuurlijk de nodige romantische liefdesperikelen van de titelheld en zijn vrouw Paolina, die ooit verloofd was met de Romeinse proconsul Severo en na zijn vermeende dood uitgehuwelijkt werd aan Poliuto.

achter de schermen:

Het verhaal speelt zich af in de derde eeuw in Armenië, maar dat moet u meteen vergeten. Marianne Clément heeft het verhaal geupdated naar zo te zien de jaren dertig van de vorige eeuw. Het is onduidelijk waar we zijn beland, in ieder geval daar, waar de troepenmacht van de Italiaanse fascisten de boel bezet houdt. (Italianen die de christenen vervolgen? Werkelijk?). Verder wordt de bühne bevolkt door de dictator volgende gepeupel en de vervolgde Christenen. De laatsten makkelijk te herkennen aan hun kaal geschoren koppen.

Knudde. Mij collega in de Engelse Telegraph kopte met “A five-star musical performance, let down by a two-star staging” en daar kan ik niet anders dan mee eens zijn.

Zeer onder indruk ben ik van Igor Golovatenko (Severo). De Rus is gezegend met een warme en goed gevoerde belcanteske bariton en zijn confrontatie met Paolina – Anna María Martinez in één van haar beste rollen – is hartverscheurend (ogen dicht!).

Michael Fabiano zingt Poliuto met een open en helder geluid. Ook zijn acteren is onberispelijk, al lijkt hij af en toe een beetje verdwaald rond te lopen. En, o ja, voor ik het vergeet: er is ook een rolstoel!

Trailer:

 

GAETANO DONIZETTI
Poliuto
Michael Fabiano, Anna María Martinez, Igor Golovatenko, Matthew Rose e.a.
London Philharmonic Orchestra olv Enrique Mazzola
Regie: Marianne Clément
Opus Arte OA1211 D

Zie ook:
Les Martyrs

MICHAEL FABIANO

Michael Fabiano overrompelt met zijn eerste cd-recital

Geoffroy Couteau speelt alle pianowerken van Brahms: een box om te koesteren

Brahms compleet

Het is al de derde keer binnen een korte tijd dat de sonates van Brahms (al of niet compleet) op mijn bureau belanden. Hoewel ik een enorme Brahms liefhebber ben, zijn sonates laten mij meestal koud.

Het ligt, denk ik, aan hun complexiteit en een gesloten vorm dat zich niet makkelijk laat kraken. Wat natuurlijk een enorme uitdaging kan zijn voor een gedurfde interpreet. Ze kwamen nu in een doos met alle pianowerken van Brahms, waardoor ik de kans kreeg om eerst uitgebreid kennis te maken met de pianist.

Ik begon met de Balladen, die zijn mij, naast de Intermezzi, het liefst.
Ik denk niet dat Couteau mij mijn geliefde Gilels kan doen vergeten, maar spannend is zijn interpretatie zeker. Dwingend ook en daar heb ik een zwak voor, ik houd niet van het vrijblijvende.

Couteau speelt Ballade n°1, Op.10:

Hongaarse Dansen speelt hij zoals het moet: vrolijk, dansant, maar met een vleugje deemoed. Onder zijn handen klinken de Händel variaties licht en speels, toch raakt hij de romantiek nergens kwijt. Met zijn spel weet Couteau mij zo te intrigeren dat ik ademloos blijf te luisteren. En met de Variationen über ein eigenes Thema  weet hij bij mij de gevoelige snaar te raken.

Terug naar de sonates. De vergelijking met François-Frédéric Guy die ze ook alle drie onlangs had opgenomen en over wie ik niet zo enthousiast was, dringt zich op. Ik kan er kort over zijn: Couteau maakt dat ik als vastgenageld aan mijn stoel blijf luisteren.

Trailer van de uitgave:

Neem alleen de Andante van op.2. Guy was mijn aandacht al na een paar minuten kwijt en bij Couteau wil ik niet dat het ophoudt. Of het aan zijn natuurlijke rubato ligt of dat ik gewoon meer klik met zijn interpretatie heb, dat weet ik niet. Een ding weet ik zeker: deze box ga ik koesteren.

JOHANNES BRAHMS
Complete piano solo works
Geoffroy Couteau
La Dolce Volta LDV 170.5  • 6.51.58’ (6cd’s)

Voor meer pianowerken van Brahms zie ook:

Jonathan Plowright en Johannes Brahms: een match made in heaven

Nietszeggende Brahms door François-Frédéric Guy

Lukas Geniušas speelt Brahms & Beethoven

Onevenwichtige Arabella uit Amsterdam

CC72686 - Omslag+++.inddVan alle late opera’s van Strauss is Arabella mij het dierbaarst. Daar heb ik geen logische verklaring voor. Of, misschien toch: ooit, jaren geleden hoorde ik op de radio hemelse muziek die gezongen werd door stemmen die mijn oren meer dan streelden. Het bleek Arabella te zijn, met in de hoofdrollen Lucia Popp en Bernd Weikl.

De hemelse klank werd toen voor altijd in mijn geheugen gegrift en in mijn lange zoektocht naar dezelfde sensatie heb ik de ene na de andere Arabella verslonden.

De productie van de Nationale Opera moest ik door omstandigheden missen, vandaar dat ik maar al te blij werd met de live registratie. Het is een behoorlijk goede uitvoering geworden, waar weinig op aan te merken is. Maar een hoogvlieger is het in mijn ogen niet.

Trailer van de productie:

Jacquelyn Wagner (Arabella) heeft een mooie, zilverkleurige sopraan, maar ik mis de in elkaar overvloeiende fluwelige lijnen. Haar portrettering vind ik ook een beetje onevenwichtig.

Agneta Eichenholz is een fatsoenlijke, goed zingende maar niet echt opwindende Zdenka. Helaas is Will Hartmann geen goede Matteo. Voor de rol klinkt zijn stem te oud en te versleten.

Susanne Elmark (Fiakermilli) vind ik een ramp – onzuiver en schreeuwerig – en ook James Rutherford (Mandryka) kan mij niet echt bekoren. Zijn stem is mega groot en zeer imponerend, maar hij is meer een Wotan dan een ongelikte charmante beer uit Kroatië.

Charlotte Margiono is een heerlijke Adelaide en ook de drie graven zijn voortreffelijk bezet. Kon Marcel Reijans, één van die graven, de rol van Matteo niet overnemen?

Het orkest onder Marc Albrecht speelt, zoals het de laatste tijd helaas vaker het geval is, gewoon te hard.


 

RICHARD STRAUSS
Arabella
Jacquelyn Wagner, Agneta Eichenholz, James Rutherford, Will Hartmann, Susanne Elmark, Charlotte Margiono e.a.
Netherlands Philharmonic Orchestra olv Marc Albrecht
Challenge Classics CC72686 • SACD 195’ (3cd’s)

ARABELLA. Discografie

 

 

De Duif van Gounod is een heerlijk niemendalletje

La Colombe

Wist u dat The Hallè het oudste Britse professionele symfonieorkest is? Het werd in 1857 opgericht, in Manchester, de stad die sindsdien hun thuisbasis is. Het was ook in Manchester dat zij, onder leiding van hun chefdirigent Sir Mark Elder in juni 2015 La Colombe van Charles Gounod hebben opgenomen.

La Colombe Halle.jpg

Halle Orchestra @ Bridgewater Hall  © Robert Beale

Dat Mark Elder affiniteit heeft met de Franse opera weet iedereen die zijn spectaculaire visie op Benvenuto Cellini van Berlioz meemaakte in Amsterdam. Zelf heb ik de partituur nooit eerder met zo veel oog voor detail, zo veel kleuren en zo veel nuance uitgevoerd gehoord. Het Rotterdams Philharmonisch was onder zijn leiding zo perfect in balans dat je ze soms hoorde fluisteren.

Voor zijn opname van Les Martyrs van Donizetti voor Opera Rara werd Elder onder lofuitingen en prijzen bedolven. Dat ook La Colombe in de prijzen gaat vallen is nogal wiedes: onder Elder’s leiding sprankelt het orkest dat het een lieve lust. Je kunt enkel betreuren dat je ze niet werkelijk aan het werk ziet.

De opéra-comique La Colombe is een heerlijk niemendalletje. Het libretto van Jules Barbier en Michel Carré, lichtelijk gebaseerd op een fabel van La Fontaine heeft niets om het lijf. De duif uit de titel is het dierbaarste bezit van de verder straatarme Horace: zijn hele fortuin heeft hij namelijk uitgegeven aan de rijke gravin Sylvie op wie hij hevig verliefd is. Om haar toch op een maaltijd te kunnen trakteren besluit hij zijn geliefde vogel op te offeren: iets anders te eten kan hij haar niet bieden. Na het diner bleek de duif springlevend: de kok verwisselde hem met de papegaai van een concurrent. Eind goed al goed en ze leefden nog lang en gelukkig.

La Colombe beleefde in 1860 in Baden-Baden zijn wereldpremière, waarna het werk (in een bewerkte versie) de Parijse Opéra-Comique aandeed. Brussel en andere steden volgden en in 1923 werd de opera in Monte Carlo door niemand minder dan Sergej Diaghilev gepresenteerd. Een leuk weetje: de gesproken dialogen werden bij de gelegenheid vervangen door recitatieven, gecomponeerd door de jonge Poulenc.

Het is niet zo, dat La Colombe daarna totaal is vergeten. In 1995 werd het werkje tijdens het Festival in Compiegne scenisch uitgevoerd. Ook het festival in Buxton mocht er kennis mee maken en er waren ook voorstellingen in Siena en Parijs. En dan mogen wij ons eigen land niet vergeten: al in 2002 werd De Duif door Opera Trionfo in de regie van Jan Bouws op de planken gebracht en in 2007 werd de productie (met Jean-Léon Klosterman als Horace) herhaald:

 

De nieuwste uitvoering van The Hallé is simpelweg verrukkelijk. Naast het sprankelende orkest (luister alleen naar de begeleiding van het arietta van Maître Jean!) wist Opera Rara een viertal voortreffelijke zangers te engageren die de opera naar het allerhoogste niveau weten te tillen.

Een klein video’tje gemaakt tijdens de opnamesessie:
<p><a href=”https://vimeo.com/145575988″>OPERA RARA Gounod: La Colombe</a> from <a href=”https://vimeo.com/user35722057″>Chaz Jenkins</a> on <a href=”https://vimeo.com”>Vimeo</a&gt;.</p>

Javier Camarena’s tenor is zeer wendbaar en verraadt een nieuwe ster aan het belcanto firmament. Erin Morley fonkelt (ook in de dialogen!) als de lichtgetimbreerde Sylvie. Laurent Naouri hoef ik aan niemand voor te stellen; zijn “Le grand art de la cuisine” is een echte showstopper. Maar het mooist vind ik de jonge mezzo Michèle Losier als Mazet. Al in haar openingsromance “Sylvie! Venez-là ma mignonne” weet zij mijn hart te stelen.


 

Charles Gounod
La Colombe
Erin Morley, Javier Camarena, Michèle Losier, Laurent Naouri
The Hallè onder leiding van Sir Mark Elder
Opera Rara ORC 53

Meer Gounod:
CHARLES GOUNOD: Cantates et musique sacrée
ROMEO EN JULIA van Gounod, Bellini en Zandonai
LA NONNE SANGLANTE
FAUSTen van GOUNOD. En van BUSONI
GOUNOD: Mireille
Cantates et musique sacrée van Charles Gounod

 

Joseph Jongen: muziek voor iedereen die van mooi houdt

jongen

Men neme een vrijwel vergeten componist, zet een onbekende dirigent voor een orkest dat buiten België geen bel laat rinkelen en laat de boel versterken met een altviolist van wie de meeste mensen nooit hebben gehoord. Een geheid recept voor een totale mislukking, zou je zeggen. Mis! Het resultaat is zo adembenemend mooi, dat ik de cd gewoon niet meer uit mijn speler meer kan (en wil!) krijgen

De zeer schilderachtige en zeer tot de verbeelding sprekende Tableaux pitttoresque doen zeer ‘Debussy’aans’ aan, maar dat is met bijna alle muziek op de cd het geval.
Je hoeft niet eens de titels van de afzonderlijke delen te kennen om te weten, waar het over gaat.

Ik weet dat sommige mensen neerkijken op dat soort ‘beeldende kunst in de muziek’, maar ik vind het mooi. Het geeft rust en het gevoel alsof de tijd even stil is blijven staan en er geen boze buitenwereld bestaat. Oke, Sarabande triste is niet meer dan een niemendalletje en de Pages intimes een beetje meer van hetzelfde,  maar ik vind het ontegenzeggelijk zeer prettig om naar te luisteren.

Maar wat de cd werkelijk onweerstaanbaar maakt is het Suite pour alto et orchestre. Met schaamte moet ik bekennen dat ik het niet kende en ik zou niet eens weten waarom. Veel te zelden gespeeld? Niet ingewikkeld genoeg?

Deze cd is uitgebracht in het kader van de serie 14-18, de jaartallen die betrekking hebben op de Eerste Wereldoorlog. Hoe en waarom componeer je muziek in turbulente tijden?

In de inleiding lees ik: “Muziek die ontsproot in een periode waarin kunst soms zinloos en ijdel leek, maar die er desondanks in slaagde […] om troost te bieden.” In turbulente jaren van de 21-ste eeuw is het ook niet anders. Niets voor liefhebbers van het dissonante en ongemakkelijke.


Joseph Jongen
Tableaux pittoresque op.56, Sarabande triste op.58, Suite pour alto et orchestre op.48, Pages intimes op.55
Nathan Braude (altviool); Orchestre Philharmonique Royal de Liège olv Jean-Pierre Haeck
Musique en Wallonie MEW 1575 • 63’

Interview with Michael Fabiano

Foto: Arielle Doneson

Charles Handelman, a noted voice connoisseur, and a veteran in the business,  wrote on his Facebook page:  “I have heard a ‘few’ tenors in my life, but when a fabulous new voice comes upon the scene, my ears perk up with delight. Such was my feeling when I heard Michael Fabiano last year in I Lombardi, and Avery Fisher Hall literally rocked from the sound of his brilliant lirico-dramatico voice.”

Michael Fabiano: mit der Sopranistin Joyce El-Khoury/Foto Jaworsky

Fabiano with Joyce El-Khoury in Amsterdam  ©Basia Jaworski

 
 
That Michael Fabiano would make the big time was clear to me from the start. The very first time I saw and heard him – in the recommendable documentary “The Audition,” on the final rounds of Metropolitan Opera’s National Council Auditions –  I knew it: he is the winner!Competition was exceptionally strong that year (2007). To stand out, you had to be special, and special is what Michael Fabiano most certainly was. The young (only 22 at the time) tenor from Montclair, New Jersey, gifted with a heavenly voice, not only proved he was exceptionally talented, but showed he was an ambitious fighter as well, with his cocky disposition, and strong urge to win

Trailer from the audition:

 

Fabiano knew he had a voice, and was convinced he would have a career as a “star tenor.” A lot of people thought he was arrogant, but I liked that, he entirely was himself. In his own words: “There is always politics in every competition. Although the camaraderie among the finalists has been very nice, I don’t quite believe it. People are self-interested and want to win.”

 

Fabiano Amsterdam© Lieneke Effern
 
 
I meet the meanwhile famous tenor in Amsterdam, where he has been rehearsing Faust for several weeks. Does he still agree with what he said?
 
 
 

“Yes. You enter competitions to win, if you say otherwise, you are a hypocrite in my opinion. Competitions and contests are important, sometimes your entire career depends on them. How could one be indifferent about them?Already as a child, Fabiano had that drive. He did not like pop music, and sports, apart from baseball, were not really his thing either. He loved Tchaikovsky and Dvořák. “I am extremely ambitious. From the moment my voice was discovered, I went for it one hundred percent. I believed in my voice, and in my talent, and so I started to fight for them. I knew I could do it, but I also realized a lot of it depended on myself. That is why I studied long and hard.”  Fabiano loves to dig into books. He is very interested in politics and history, especially in the Second World War. “Churchill is my hero. Do you know his opinion on arts funding cuts? He said: “Cut money for the arts? Then what are we fighting for?” I do believe we need to reflect on that. “It is also my biggest nightmare that the arts will disappear, that there will be no more money for it, and that less and less people will have an interest in it. Lots of young people spend their time watching silly movies, and playing games, often with loud noise, the louder the better. Even a Lady Gaga show nowadays cannot last too long, because they are so easily bored. Honestly, sometimes I do fear the future.”

 

FAUST

 

Irina Lungu (Marguerite), Michael Fabiano (Le docteur Faust)

                                                      Irina Lungu and, Michael Fabiano 

The way Fabiano prepares himself for his stage roles is that of a real scholar. “I always prepare myself thoroughly. I do a lot of background reading, also on performance traditions, but I always start with the music. With Italian opera that is no problem, since I know the language well. With operas in other languages, like French, it works differently. In those cases I start with my language coach. I really need to know the text inside out, and accent free, as far as possible. As much as Fabiano prefers thorough preparations, the rehearsal period in Amsterdam is a little too long for him. “I have been here now for seven weeks, and that is too long, to be honest. A new production can be easily done in five weeks, and for a revival I think three weeks suffice. Rehearsing longer is simply a waste of time. Certainly nowadays, in times of crisis, and with all the budget cuts.

Trailer from Amsterdam

The role of Faust, in the opera of the same name by Gounod, is new for Fabiano. A real challenge, because Faust is certainly not one of the easiest roles in the repertoire. Still, during rehearsals, Fabiano ventured to start a discussion with director Àlex Ollé. “His vision was not mine. In my opinion, it did not go with the opera, certainly not as far as the ending was concerned. Gounod was a deeply religious man, and he wanted Marguerite to be saved. She should be forgiven, and allowed into Heaven. The director had a different view, and I basically had to adjust to that. After all, I am only an intermediary. I am an artist, and it is my profession to do what people ask me to do. It is not that I dislike this production, far from it, I only would have loved to see it differently.”“In my opinion directors have to learn to accept that we singers are not stupid. We are creative beings, and I feel it as my duty to explain that. Luckily, it never went so far that I refused to work with someone. Hopefully that will never happen in the future either.”

 

Fabiano Faust

              © Lieneke Effern

 

“I am very interested in roles outside the standard repertoire. I always want more, I like to explore.”“Studying a new role, for me, feels like praying in a church. I am a practicing Catholic, and I believe everything has a purpose, and everything happens for a reason, everything is God’s will. I am open for everything, but I don’t want to use my energy for just anything. My energy is too important to me for that.”“I received a gift from God, and it is my duty to pass it on. People come to the theatre to experience something, and I can help them with that. It is my duty to do that as well as I possibly can.”

 

My hardest role thus far? The Duca in Rigoletto. No so much because of the notes, but because the music is so divinely beautiful and great! I personally feel responsible for that, and want to perform the music as perfectly as possible, not smuggling anything.”“My dream role? Gustavo in Un ballo in maschera. And Don Carlo! But for the time being I am dealing mostly with Alfredos (La traviata) and Edgardos (Lucia de Lammermoor).”Fabiano’s repertoire also includes more unusual works, like Barber’s Vanessa, Respighi’s La Fiamma, Alfano’s Cyrano de Bergerac, and The Dream of Gerontius. He also sings An die ferne Geliebte by Beethoven.

Aprile Millo:This year Fabiano was the first singer ever to win both the Richard Tucker Award and the Beverly Sills Artist Award. Another legend from the operatic circuit, soprano Aprile Millo, said about him: “He has on countless times left me breathless in the beauty of what he accomplishes onstage. Audiences leap to their feet in unison. Cheering too, I am obviously not alone in my appreciation… May God protect and shower him with the generousity he gives us in every performance. Bravo, Bravo, and again, Bravo.”

English translation: Remko Jas

Michael Fabiano triumphs with his first CD recital

Waardeloze regie verpest een uitstekend gezongen Poliuto

 

Een voortreffelijke West Side Story door Michael Tilson Thomas

west

De West Side Story behoort tot de beste en beroemdste musicals ooit. De enorme populariteit dankt het werk aan een prachtig, zeer tot de verbeelding sprekende verhaal van Arthur Laurents; sterke liedteksten van Stephen Sondheim en de geniale muziek van Leonard Bernstein. Plus de onnavolgbare choreografie van Jerome Robbins. De eerste opvoering op Broadway in 1957 was meteen een immens succes en de speelfilm uit 1961 zorgde voor wereldwijde populariteit.

De complete musical wordt nog steeds opgevoerd – al is het naar mijn mening veel te weinig – maar de opnamen ervan zijn schaars. Dat ligt aan veel factoren. Eén ervan is dat je bij een opname het visuele mist. En je hebt met nog wat anders te maken: de rechten. Het werk mag niet concertante worden uitgevoerd. Althans, niet in de juiste volgorde van de nummers en niet met alle dialogen. Waarom? U moet mij niet vragen, ik ben geen advocaat.

De San Francisco Symphony is het eerste orkest ooit dat van de nabestaanden van alle vier de rechthebbenden toestemming kreeg voor een concertante uitvoering van de complete musical. De voorstelling werd live opgenomen in de Davies Symphony Hall in juni en juli 2013.

Michael Tilson Thomas, chef-dirigent van de San Francisco Symphony, is een voor de hand liggend persoon om het werk te dirigeren. Het is verbazingwekkend dat het zo lang duurde voordat hij zich eraan waagde.

MTT groeide op in de beste Broadway en Hollywood traditie: zijn grootvader Boris Tomaszewski was de man achter het Joodse theater, zijn grootmoeder Bessie één van de grootste tragédiennes van haar tijd (zij was de eerste Salomé in Amerika, in het Jiddisch) en zijn vader werkte in de filmindustrie. Hij was kind aan huis in huize Bernstein en net als Lenny, zijn geestelijke vader en mentor heeft hij “jazz in de toppen van zijn vingers”. Het muziektheater zit hem dus zowat in de genen!

leonard_bernstein_michael_tilson_thomas

De verwachtingen voor deze opname waren dan ook hooggespannen, en het resultaat overtreft al die verwachtingen. Het lijkt onmogelijk, maar de uitvoering onder MTT overtreft de opname onder Bernstein zelf. Niet in de laatste plaats vanwege de zangers. Hoe geweldig ik de bijdragen van Kiri Te Kanawa en José Carreras ook vond, geen seconde deden ze mij geloven dat zij Maria en Tony waren. Ze waren volwassen operasterren en zo klonken zij ook.

Ook orkestraal vind ik de nieuwe opname superieur aan die van de componist. Het orkest swingt werkelijk de pan uit en, beland bij de dansavond in de gym kan je amper in je stoel blijven zitten. De mambo’s en de cha-cha’s worden zo suggestief gespeeld dat je niet eens de beelden mist. Soepel en naadloos gaan ze over in de daar opvolgende ‘Meeting Scene’. Gauw zakdoekje zoeken!

Het huiveringwekkende ‘Cool’, zeer suggestief gezongen door Riff (Kevin Vortmann) en de Jets, doet mij aan Bernard Herrmann (de huiscomponist van Hitchcock) denken. De spanning is om te snijden. En dan komt de fluweelzachte  ‘One Hand, One Heart’ en je hart gaat smelten.

De manier hoe het orkest de diminuendo bij “Make our lives…. Even death won’t part us now” laat overgaan in “Tonight” is een verbluffend staaltje van volmaaktheid.
Hoe doen zij dat, in San Francisco?

De rol van Tony wordt vertolkt door Cheyenne Jackson, een vermaarde Broadway musicalster en een vaste gast in de roddelrubrieken van de showbizz magazines. De, in alle opzichten zeer aantrekkelijke zanger beschikt over dat klein beetje extra dat van een goede performer een wereldperformer maakt.

De jonge Schotse sopraan Alexandra Silber is een zeer geloofwaardige Maria. Haar ‘I feel Pretty’ is zeer aanstekelijk: zo klinkt een jong meisje die zich op haar eerste afspraakje met haar geliefde voorbereidt.

Het San Francisco Symphony Chorus doet het voortreffelijk als de straatbendes: de Pools-Amerikaanse Jets en Puerto-Ricaanse Sharks.

Hieronder de trailer:

De twee cd’s zitten in een prachtig boekje van honderd pagina’s, met daarin alle informatie, een interview met MTT, foto’s en het complete libretto. Een absolute must have!


Leonard Bernstein
West Side Story
Alexandra Silber, Cheyenne Jackson, Jessica Vosk, Kevin Vortmann e.a.
San Francisco Symphony en het San Francisco Symphony Chorus olv Michel Tilson Thomas
SFS 0059-2

Michael Tilson Thomas: in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden

‘WEST SIDE STORY’ revisited

Nelly Miricioiu Königin des Belcanto

Nelly Miricioiu/ Foto Opera Rara/ Duncan Russell

Nelly Miricioiu

 

 Jedem Belcanto-Liebhaber ist der Name Nelly Miricioiu ein Begriff! Ihre unendlich vielen Live-Aufnahmen von Rossini, Bellini, Donizetti sind in so gut wie jedem Regal von Sammlern zu finden, die sich für diese Spielart der Oper interessieren. Ihre Einspielungen seltener Donizetti-Opern bei Opera Rara vor allem haben ihren Ruhm verewigt, zu dem auch der jüngst verstorbene Walter Knoeff mit seinen Dokumenten auf Gala oder opera-club.net beigetragen hat. Die eigenwillige, höchst individuelle Sopranstimme der Miricioiu war in der Lage, sich problemlos für die Norma ebenso wie für die Anna Bolena oder Semiramide zu eignen. Aber – und das macht ihre große Bandbreite aus – auch das veristische Repertoire von La Fiamma bis zur Francesca da Rimini, von Cilea bis Puccini und Alfano war ihre Domäne. Ich selber habe sie an vielen, vielen Abenden in Italien, London (wo sie wohnt) oder anderswo gehört und bewundert. Ihre Tosca neben Robert Hale und Neil Shicoff gehört zu den spannendsten Verkörperungen meiner Opernerfahrung. Was für eine furchtlose, engagierte und sich in ihre Partien bis zur Selbstaufgabe stürzende Sängerin! Eine wirklich Künstlerin, nicht nur eine Besitzerin einer hochindividuellen Stimme, die man nicht vergisst. Namentlich in London und vor allem in Amsterdam war sie eine Göttin, eine wahre Kaiserin der Samstags-Matineen, jener unglaublichen und schon legendären Opernkonzerte im Amsterdamer Concertgebouw vor einer ebenso treuen wie jubelnden Fangemeinde. Unsere Kollegin Basia Jaworski traf La Miricioiu kürzlich auf einen Schwatz. G. H.

 

Nelly Miricioiu und Jihae Shin: Meisterklasse in Amsterdam/ Foto  Jeanne Doomen

Miricioiu in Amsterdam.Foto: Jeanne Domen


Jaworski:
Ich kann mir das Opernleben ohne Nelly Miricioiu nicht vorstellen. Mit ihrem markanten  Sopran, ihrem sehr charakteristischen Timbre und ihrem bis zur Perfektion beherrschten Vibrato, gehört sie seit Beginn der 80er Jahre zu der aussterbenden Rasse der wirklichen  Diven vom Typ einer Callas, Scotto oder Olivero. Meine frühesten Opernerinnerungen führen mich zurück zu Thaïs mit Nelly Miricioiu. Danach konnte ich sie 25 Jahre lang im Grote Zaal des Concertgebouws bewundern, während der unvergesslichen Samstagsmatinéen, bei denen sie im Ganzen 17 verschiedene Rollen gesungen hat – Ihre Palette hier reichte von Rossini, Bellini, Donizetti und Verdi bis hin zu  Puccini, Zandonai und Mascagni. Ich bewunderte sie auf der Bühne in Brüssel als Anna Bolena und in Antwerpen als Magda (La Rondine) und Anna (Le Villi). Zwischen ihr und der Amsterdamer Oper wollte es jedoch nicht klappen. Luisa Miller scheiterte an einer idiotischen Regie, und bei Norma wurde sie krank und bekam Stimmprobleme. Was für ein Verlust, denn die Miricioiu ist nicht nur eine wunderbare Sängerin, sondern auch eine phänomenale Schauspielerin.

 

 

Miricioiu Opera Rara recitalIm März war Nelly Miricioiu ein paar Tage in Amsterdam für eine  Meisterklasse von jungen, vielversprechenden Sängern. Ich durfte einer „Lehrstunde“ beiwohnen und schaute gebannt  zu, wie sie versuchte, der jungen Südkoreanerin Jihae Shin die Grundlagen der Belcantogesangstechnik nahezubringen. Miricioiu ist eine sehr physisch präsente Lehrerin. Sie singt das eine oder andere vor und lässt ihre Schüler fühlen, wie die Muskeln auf bestimmte Klänge reagieren. Wie man diese besser, eindrucksvoller oder einfach präziser erzielen kann. Sie legt ihre Hand auf Shins Bauch und schüttelt mit ihrem Kopf: Nein, so geht das nicht. „Fühle mal“, sagt sie und legt Shins Hand auf ihren eigenen Bauch. Das ganze Gesicht wird bei der Unterrichtsstunde einbezogen: von den Schläfen, Augen, Wangenknochen bis zum Kinn. Die Lippen müssen weiter auseinander gezogen werden, der Mund muss breiter, viel breiter sein! Hört sie nun, was für einen Unterschied dies macht? Jihae Shin ist eine aufmerksame Studentin, sie behält alles gut und macht alles brav nach, was ihr aufgetragen wurde. „Brava“, ruft die Lehrerin, aber die Koloratur (es wird „Caro nome“ aus Rigoletto einstudiert), die muss doch wirklich anders werden! „Das „Haha haha haha“ musst Du nicht akzentuieren, das macht Reinild (die Pianistin Reinild Mees, die nicht nur alle Unterrichtsstunden begleitet, sondern auch physisch mitmacht, BJ) schon am Klavier. Du musst flüssig darüber weggleiten, Du darfst Deine Technik nicht hören lassen. Und vergiss das Lächeln nicht, Deine Lippen, Deine Lippen …“ Miricioiu macht es kurz vor und alles passt wieder. Genau wie etwas später bei “Ah! Non credea mirarti” aus La Sonnambula. Die Studentin macht es fantastisch, und den Beiden ist die Rührung anzusehen.

 

Die Diva und ihr Mentor: Nelly Miricioiu und Patric Schmidt, der Firmenchef und spiritus rector von Opera Rara/ Opera Rara mit Dank

Nun also ein paar Fragen: Was lieben Sie am Unterrichten? Und: Ist es nicht schrecklich ermüdend? Ach ich liebe das sehr. Nicht jeder gute Sänger ist ja auch ein guter Lehrer, aber ich denke, dass ich das nicht schlecht mache mache. Es ist eine Tatsache, dass viele von meinen Lehrlingen es wirklich weit bringen und darauf bin ich stolz. Eine Meisterklasse kann man natürlich nicht mit dem wirklichen Unterricht vergleichen, aber selbst dann hoffe ich, dass ich etwas Wesentliches rüberbringen kann. Etwas das bleibt und vor allem weiter hilft. Ich schaue auch oft bei den Meisterklassen vorbei, die meine Kollegen geben, so lerne ich selbst auch noch etwas. Ich bin noch immer sehr lernbegierig.

Sehen Sie: Es geht nicht allein um die Stimme oder das Talent, harte Arbeit und/oder Ausstrahlung. Es geht um das komplette Bild. Wenn man gut aussiehst, ist das natürlich von Vorteil, aber für mich gilt, dass man mit seiner Stimme überzeugen muss und nicht mit seinem Aussehen. Auf der anderen Seite … Gestern habe ich Il Matrimonio Segreto von Cimarosa hier in Amsterdam gesehen, mit wirklich fantastischen jungen Sängern, die auch noch optisch zu ihren Partien passten. Das war einfach ideal.

Nelly Miricioiu: recording "Rosmonda d´Inghilterra" für Opera rara/ Dank an Opera rara/ Duncan Russell

Es gibt wenig wirklich gute Lehrer! Und Sänger, vor allem junge Sänger,  sind Wegwerfartikel geworden. Das Einzige, was zählt, ist der Wettbewerb, und da herrscht auch viel Angst. Denn wenn man sich nicht bedingungslos den Ansprüchen fügt, dann sind da Dutzende, wenn nicht Hunderte andere, die schon in der Reihe stehen, um es von dir zu übernehmen. Ich habe Vorsingen mitgemacht, wo den Sängern gesagt wurde: Du bist wirklich großartig, aber es sind noch viel mehr, die genauso großartig sind wie Du. Also der Nächste!“

Was denken Sie über die vielen Gesangs-Wettbewerbe, die es gibt? Ich finde sie sehr wichtig. Ohne weiteres. Man kann wirklich nicht ohne sie. Wenn man sich als junger Sänger profilieren will, wenn man sich sehen lassen will, dann muss man da mitmachen. Mitunter „springt man“ von einem zum anderen Wettbewerb, in der Hoffnung zu gewinnen und entdeckt zu werden. Was nicht hilft: Viele dieser Wettbewerbe können sich nicht entscheiden, wofür sie eigentlich bestimmt sind. Wollen sie ein Karrieresprungbrett sein für junge und beginnende Sänger oder muss der Gewinn des Wettbewerbs den bereits arrivierten Sängern mehr Bekanntheit und bessere Rollen bringen? Darin unterscheidet sich der IVC (International Vocal Competition) in sehr positiver Weise. Man erhält alle Aufmerksamkeit und es wird dafür gesorgt, dass man „reicher“ zurückkommt, auch wenn man nicht gewinnt. Man bekommt dort Meisterklassen und gute Ratschläge. Und die Atmosphäre ist sehr freundlich und gemütlich.

 

Nelly Miricioiu: Silvana in "La Fiamma" an der römischen Oper/ Foto Opera di Roma

Was halten Sie von superrealistischen Szenen auf der Bühne, von Szenen mit Gewalt und explizitem Sex, wie das immer mehr zuzunehmen scheint? Es ist nichts einzuwenden gegen realistische Bilder, aber muss es in allen Details zu sehen sein? Schockieren, um zu schockieren? Alles sehen lassen, was man es auch im TV oder im Netz sehen kann? Ich weiß, dass es Vergewaltigungen im realen Leben gibt, aber muss das auf der Bühne dargestellt werden? Vulgarität auf der Bühne, das habe ich niemals verstanden. Ist auch nirgends nötig. Ich erinnere mich an die Produktion von La Fiamma von Respighi mit dem fantastischen, rumänischen Tenor und meinem sehr lieben Kollegen Gabriel Sadé. Der Regisseur wollte die Liebesnacht so realistisch wie möglich ins Bild bringen: nackt also. Das fühlte sich für uns Sänger nicht gut an. Auf diese Art würde ich mich niemals auf die Rolle konzentrieren können und sicher nicht auf das Singen. Das wollte ich nicht. Es wurde damals beschlossen, uns eine Art „zweite Haut“ zu geben. Es sah sehr realistisch aus, aber für mein Gefühl hatte ich nichts an und war nackt. Unangenehm.

 

Nelly Miricioiu: recording "Marina, Regina d´Inghilterra" für Opera Rara/ Foto Duncan Russell/ Dank an Opera Rara

Lassen Sie uns über Verismo reden. Eine Strömung, die gegenwärtig so sehr  vernachlässigt wird. Es sind auch wenige Sänger, die in dem veristischen Stil singen können. Woran liegt das? Wird das Repertoire zu wenig gespielt, da es keine Sänger mehr dafür gibt? Oder gibt es keine veristischen Sänger, da es nicht gespielt wird? Beides natürlich. Verismo wird als nicht „intellektuell“ genug angesehen, darauf schaut man gegenwärtig herab. Wir leben in einer Zeit, die arm ist an echten Emotionen, an echten Gefühlen: Liebe, Empathie, Glaube. Emotionen zeigen gilt als altmodisch, da kann man nichts mit anfangen, wenn man konzeptionell arbeitet. Es gibt keine Nuancen mehr, die haben ausgedient. Aber es sind auch wenige Sänger, die es singen können, das ist wahr. Während der Ausbildung wird viel zu viel Nachdruck auf die technische Perfektion gelegt und zu wenig auf Individualität. Mode und Hype spielen auch eine nicht zu vernachlässigende Rolle. Früher konnte man keine Rossini-Oper ordentlich besetzen, gegenwärtig wimmelt es von den Rossini- und Belcantospezialisten. Heute scheint es so, als ob nur zwei Alternativen bestehen: Alte Musik und frühen Belcanto und Wagner. Irgendwo dazwischen haben wir nicht nur den Verismo, sondern auch Verdi verloren. Man kann leichter einen Tristan besetzen als Macbeth. Das gibt zu doch denken. Aber – und dies ist nicht zu unterschätzen – die einseitige Auswahl liegt auch an den Dirigenten und ihren Prioritäten. Die Orchester sind groß und laut und glitzernd, und mit Wagner oder Strauss kann der Dirigent besser glänzen.

Nelly Miricioiu: "Library talk" bei Opera Rara, London/ Foto Duncan Russell/ Dank an Opera Rara

Ich selber habe eine veristische Natur, die sitzt in mir, mein Körper schreit nach Emotionen. Alles, was ich erreicht habe, habe ich Jan Zekveld (der ehemalige Chef der Zaterdag Matinee) und Patric Schmid (Mitbegründer und Direktor der Opera Rara) zu verdanken. Sie begriffen meinen Charakter und entdeckten meine Möglichkeiten.  Beide sahen mein Potenzial und haben mich zu dem gemacht, was ich bin. Sie waren meine Taufpaten. Basia Jaworski

Übersetzung Beate Rothen-Heithausen
mit Dank: das Foto oben zeigt Nelly Miricioiu bei einer der berühmten “Library talks” der Opera Rara in London/ Foto Duncan Russell/ Opera Rara – mit Dank an Kim Panter).

Und zum Schluss ein Paar akustische Eindrücke von Nelly Miricioiu. Apropos Emotion: “Io son l’umile ancella” aus AdrianaLecouvreur von Cilea:

 Miricioiu in einer ihrer vielen Belcantorollen: Antonina aus Belisario von Donizetti Egli è spento, e del perdono”:

Nelly Miricioiu Fanklub:
https://www.facebook.com/groups/NellyMiricioiuFanclub/?fref=ts

http://operalounge.de/features/portraits-interviews/nelly-miricioiu

Dutch original: Nelly Miricioiu – Keizerin van de ZaterdagMatinee

 

Beethoven-Liszt

 martynov

Ik neem zonder meer aan dat er ongetwijfeld liefhebbers voor zijn, voor de door Liszt gemaakte piano transcripties van de symfonieën van Beethoven. Daar hoor ik niet bij. Het is allemaal zeer virtuoos maar ook zeer vermoeiend. Hoeveel kleuren de pianist ook niet tot zijn beschikking heeft – en daar ontbreekt het Yury Martynov niet aan – het instrument solo kan het niet tegen de kleuren van een volledige orkest opnemen.

Om het maximum aan effect te kunnen bereiken is het veelvuldig gebruik van de pedaal een vereiste, denk ik, maar hoe lang houdt een mens al die forte en fortisssimo vol? Ik in ieder geval niet. Het meest wreekt het zich in nummer vijf, want het “babababam” is, wat mij betreft, absoluut niet naar de piano vertaalbaar.

Ik ken de transcripties in de uitvoeringen van Idil Biret en Cyprian Katsaris en beiden zijn mij liever. Katsaris is behoedzamer. Zijn interpretatie is veel lichtvoetiger, rustiger en voor mij aangenamer, maar het kan ook aan het instrument liggen, Martynov bespeelt Blüthner uit 1867.

Maar ook Idil Biret gaat niet zo verschrikkelijk tekeer, het is alleen jammer dat haar tempi soms behoorlijk slepend zij. Een ding staat vast: Yury Martynov is duidelijk haar meerdere wat virtuositeit betreft.


Beethoven-Liszt
Symfonieën 4&5
Zig-Zag Territioers ZZT356 • 67’
Yury Martynov piano