interviews

Barbara Hannigan : “In principe zing ik alles alsof het Mozart is”

Hannigan

© Elmer de Haas

Barbara Hannigan is onbetwist de prima donna van de moderne muziek. Haar muzikaliteit dwingt respect af, haar techniek is onberispelijk en haar mogelijkheden (denk aan de zeer hoge noten) zowat onbegrensd.

Op een prachtige, zonnige namiddag eind september 2011 ontmoeten we elkaar voor het eerst. Ik ben vijf minuten te laat. Niets voor mij, maar ik heb een excuus. Mijn eerste vraag, nog voordat ik mij ga verontschuldigen en voordat wij wat te drinken bestellen, is wellicht een beetje vreemd, maar zij reageert er lachend op. ,,Barbara, houd je van katten?”

Ja, zij houdt van katten, maar haar reizend bestaan staat haar een eigen kat niet toe. Haar prachtige ogen glinsteren, maar ik zie er ook vraagtekens in.

 

Hannigan reizen

© Barbara Hannigan website

Ik leg haar uit dat net, een paar minuten voordat ik de deur uit wilde, mijn zwarte monster er een stokje voor stak. Hij sprong op mijn bureau en heeft er alles van afgegooid, inclusief de telefoon en het opnameapparaatje. Het ijs is gebroken en we maken er een gezellige middag van.

Een week of twee later ontmoeten we elkaar weer, maar nu ben ik gewapend met een bloknoot en een pen en er worden aantekeningen gemaakt.

 

Hannigan backstage-BOULEZ-21 jean Radel

Pli selon Pli © Jean Radel

Na haar ‘Pli selon pli’ van Boulez in Londen schreef de Engelse criticus Ivan Hewett (The Telegraph): ,,She does the kind of high-wire acrobatics with her voice that very few singers can manage, and she does it with a bravura that stops you dead in your tracks. All this is joined to a startling stage presence and cool blonde beauty that contrasts interestingly with the heat in her voice”

Hannigan in ‘Pli selon pli’ in Amsterdam:

VIBRATO

Volgens Hewett kon zij een grote carrière hebben als een ‘coloratura –queen’, maar Hannigan ging ‘modern’.

“De keuze om modern te gaan is geheel van mij”, zegt ze. ,,Ik vond het spannend. Het is ook spannend om met componisten samen te werken, al vind ik niet alles wat ik te zingen krijg altijd leuk. Zo is het ‘non vibrato’ voor mij werkelijk gruwelijk en tegen het natuurlijke zingen in. Vibrato is de ziel van het zingen, het brengt emoties over. Ik heb het op speciaal verzoek van een componist (nee, geen namen) gedaan, maar het ging niet van harte.”
Gedecideerd voegt ze toe: ,,It takes the personality of the voice.”

Ze vindt het maar onzin dat je moderne muziek anders zou moeten zingen dan de klassiekers. ,,Moderne muziek is eigenlijk ook een soort belcanto. Zonder techniek red je het niet. Het is mijn repertoire en het is inderdaad moeilijk, maar het geeft mij veel voldoening.”

,,Ik ben natuurlijk voorzichtig. Maar in principe zing ik alles alsof het Mozart is. Ik moet wel mijn hoge noten beschermen, dus als ik bijvoorbeeld Le Rossignol van Stravinsky zing, zorg ik ervoor dat er minder heftige dingen tussen zitten.” Lachend: ,,Ik zou best ooit La Fille du Régiment van Donizetti willen zingen, en als het met Juan Diego Floréz kon…”

Hannigan zingt Le Rossignol:

 

DIRIGEREN

Barbara-Hannigan04750-photocredit-MarcoBorggreve

© Marco Borggreve

Ze vervolgt serieus. ,,Ik zou nog zo veel willen! Ik heb altijd honger, ik wil zo veel, maar ik kan niet alles aannemen wat mij aangeboden wordt. Mensen waren van mij gewend dat ik makkelijk te boeken was, maar inmiddels ben ik al heel wat jaren vooruit geboekt. Ik zing zo’n 50 à 60 optredens per jaar. En in het laatste seizoen heb ik 5, 6 concerten gedirigeerd.”

Dirigeren is niet het eerste waar je aan denkt bij een sopraan. ,,Ik werd er attent op gemaakt dat als ik zing mijn lichaamstaal op dirigeren lijkt. Ik dacht er ook altijd aan, ook tijdens het zingen, hoe het orkest moest klinken. Dus op bepaald moment heb ik lessen genomen, bij veel dierbare collega’s. Het was heel erg privé, dus ik kan geen namen noemen.”

Hannigan dirigeert en zingt Gershwin:

Hannigan doet nog veel meer. Zo doet ze tegenwoordig veel aan dansen. En ook dat doet ze, zoals alles, op een hoog niveau. Met Sasha Waltz met wie ze eerder belangrijke projecten heeft gedaan (denk aan ‘Matsukaze’ van Toshio Hosokawa) zingt en danst zij ‘Passion’ van Dusapin, een werk dat zij al eerder in Amsterdam (Holland Festival 2010) heeft gezongen, in de “mise en space” van Audi.

Matsukaze:

,,Het was de eerste keer dat ik met Audi samenwerkte en daar heb ik meer dan goede herinneringen aan overgehouden. Moet je nagaan: de hele productie ontstond binnen twee dagen. Ik heb er met veel plezier aan meegewerkt. Maar nu kijk ik echt uit naar de productie van Sasha Waltz. Zeer spannend, ook omdat ik nu echt ga dansen.”

Haar geliefde componist? ,,Ligeti! Ik bewonder hem enorm, zijn muziek haalt werkelijk alles uit mij!”

György Ligeti Mysteries of the Macabre 2015 Barbara Hannigan

 BARBARA PRIVÉ

Hannigan backstage-torontotour

© Barbara Hannigan website

In wat voor gezin is zij grootgebracht? ,,Mijn familie was zeker muzikaal, maar op amateurniveau. Mijn zus speelt nog steeds cello en zelf moest ik op mijn zeventiende kiezen wat het gaat worden: piano, hobo of zingen. Het werd zingen.”

Ze begon in Toronto en ging later naar Londen. ,,En in 1995 besloot ik om naar Den Haag te gaan. Er werd mij veel over een zeer goede leraar daar verteld. Het beviel uitstekend, ook vanwege het muzikale klimaat, dus ik ben er gebleven.”

“Soms mis ik mijn land en mijn familie heel erg. Ik zie ze nog maar zelden, vaak gaat er ruim een jaar voorbij voordat ik ze kan zien. Skype helpt, maar dat is een surrogaat.”

Heeft zij nog tijd voor hobby’s? ,,Ik ben dol op koken. Dat is ook de reden dat ik altijd een appartement neem, al is het maar voor een paar dagen. Ik neem ook altijd mijn eigen messen mee. En kruiden. Thuis kook ik ook altijd, al is mijn man er ook goed in. Maar ik ben beter, dus hij mag opruimen en dat doet hij met alle plezier. Heerlijk, maar wel lastig als ik alleen ben, want dan moet ik alles zelf doen. Ook het afwassen en dat ben ik niet gewend!”

 

GEORGE BENJAMIN EN WRITTEN ON SKIN

Hannigan written on skin

Barbara Hannigan is ook de muze van veel hedendaagse toondichters. Zo ook George Benjamin. Met haar stem in zijn hoofd heeft hij Written on Skin geschreven, het stond vanaf het begin vast dat zij de rol van Agnes zou zingen. In juli 2012 zong Hannigan de wereldpremière van Written on Skin van George Benjamin

 

Hannigan Benjamin portret

George Benjamin © Matthew Loyd

Tijdens de voorbereidingen en uitvoeringen in hield zij voor mij een soort ‘email-dagboek” waarmee zij mij op de hoogte van de voorderingen hield

“George Benjamin en ik hebben elkaar drie jaar geleden in zijn huis ontmoet. Het was de bedoeling dat ik hem de mogelijkheden van mijn instrument zou laten horen. We speelden een klein componist-zangerspelletje zonder woorden, waarbij we samen ‘componeerden’. Het gaf mij gelegenheid om hem te laten zien hoe mijn stem zich het prettigst beweegt.”

De eerste repetities waren in Londen en daarna zijn we naar Aix-en-Provence verhuisd, waar de wereldpremière zou plaatsvinden. Het proces van het ‘maken van’ was zeer intensief. Mijn partij is zeer veeleisend. Kijkend naar de partituur zou je kunnen denken: eindelijk een componist die de hoge noten van Barbara Hannigan niet uitbuit of van haar een stratosferische trapezeartiest maakt. Maar de muziek stelt aan mij zeer hoge eisen.

De vocale lijnen liggen nog steeds zeer hoog en zijn lang, uitgestreken en luid. Best moeilijk voor het snel bewegende wezen van mijn stem. Ik moest ze zeer voorzichtig benaderen, zeker als de spanning in de opera wordt opgevoerd, scène voor scène, tot de finale climax, wanneer ik mijn grote aria zing.

Een paar maanden voordat ik mijn partituur ontving heeft George een paar noten voor mij veranderd – en dat terwijl hij gezworen heeft dat nooit en te nimmer te doen! Een paar passages heeft hij met de hand in mijn partituur herschreven. Dat heeft mij enorm geholpen.”

,,Ik vind mijn rol werkelijk ongelofelijk goed. Het voelt als een fantastische aanloop en de beste voorbereiding voor Lulu, die ik in oktober voor het eerst ga zingen. Agnes eindigt daar waar Lulu begint. Een seksueel vrijgevochten vrouw die geen problemen met zichzelf heeft. Een geschenk van een rol!

Eén van de hoogtepunten was voor mij de ‘sitzprobe’ met het orkest. Het was de eerste keer dat George zijn hele stuk, met het orkest en de zangers samen, heeft gehoord. Het was twee weken voor de première en wij waren allemaal zeer zenuwachtig. Maar de hele cast stond achter hem en zijn fantastische partituur. Het was een zeer ontroerende en emotionele dag.

Al mijn collega’s (niet alleen de zangers, maar ook de figuranten) waren fantastisch en we konden het geweldig goed met elkaar vinden. George heeft de muziek speciaal voor elk van ons gecomponeerd. Er werd van ons heel erg veel geëist – niet alleen vocaal, maar ook dramatisch – maar allemaal hebben we elkaar ondersteund.”

Hannigan katie_mitchell_photo

Katie Mitchell © © 2015 Festival d’Aix-en-Provence

,,Ik vind de productie weergaloos en ik adoreer regisseur Katie Mitchell. Het was de eerste keer dat ik met haar werkte. Ze werkt zeer gedetailleerd, met veel achtergrondinformatie voor ons op de bühne. Het publiek merkt daar niets van, maar voor ons was het van groot belang en het heeft een enorme invloed op ons optreden gehad. Werken met Katie was een sensatie en ik hoop dat ze mij ooit in Lulu zou willen regisseren.

Ik hield van de sensuele scènes die gecombineerd werden met de gewelddadige. We hadden een speciale ‘vechtregisseur’, die ons leerde om zo realistisch mogelijk te acteren zonder elkaar pijn te doen. Ik denk dat zoiets zeer uniek is voor de meeste operaproducties. Je moet ook veel vertrouwen hebben.

Ik moet zeggen: Agnes is een droomrol en ik vond het fantastisch om haar te mogen spelen. De recensies waren allemaal zeer lovend en ook het publiek was zeer enthousiast. Echt een droom.”

,,Ik was in 2008 al eens in Aix-en-Provence voor de eerste versie van Passion van Pascal Dusapin. Het werd toen geregisseerd door Giuseppe Frigeni. In 2010 werd de opera onder handen genomen door Sasha Waltz. Daarmee openden we het seizoen in het Théâtre des Champs Elysées “

 In 2008 traden wij op in het Théâtre du Jeu de Paume – klein en zeer intiem. Heel erg mooi ook, maar door zijn afmetingen zeer begrensd in zijn mogelijkheden. Voor Written on Skin werden wij in het grootste theater van het Festival, het Grand Théâtre de Provence, geprogrammeerd. Zeer bijzonder voor een moderne, ‘vers van de pen’-opera. De première was, zoals je al weet, een enorm succes en alle voorstellingen daarna waren uitverkocht.

Ik houd van de plaats. Aix is fantastisch en gemoedelijk. Het moedigt je aan om te relaxen, terwijl je toch hard aan het werk bent. Het festival is echt speciaal. Geen snobistisch gedoe zoals bij sommige andere festivals. En er is een echte mix van verschillende niveaus en voorstellingen. Grote orkesten naast kamermuziek.

Er is een fantastisch programma voor jonge artiesten en ik waardeer het bijzonder dat ze de kunst, en voornamelijk de opera, van hun elitaire stempel willen ontdoen. Het kan echt echt zijn en het kan iedereen aanspreken.

Ik denk dat Katie Mitchell en haar team met Written on Skin hebben geprobeerd om niet alleen de gebruikelijke operagebaren te vermijden, maar ook iets dat echt is gebeurd en dat je raakt te creëren. Iets wat veel van ons ooit aan den lijve hebben ondervonden. Zeker de vrouwen.”

Trailer van de productie in Aix:

 

Meer Barbara Hannigan:
BARBARA HANNIGAN betovert in liederen van HENRI DUTILLEUX. Concertgebouw Amsterdam, oktober 2013
LULU van Krzysztof Warlikowski. Brussel 2012
PLI SELON PLI. Amsterdam 2011
LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee
Satie, Hannigan en de Leeuw

Advertenties

Interview with JOYCE EL-KHOURY

 

Joyce Behamou

Joyce El-Khoury © Julien Benhamou

 

The first time I met Joyce El-Khoury was by coincidence. We happened to sit next to each other during opening night of Gounod’s Faust at the National Opera and started an animated conversation, which continued during intermission and after the opera had ended. We got along so well, in fact, that we soon made an appointment to continue our conversation elsewhere.

Joyce Michael

Joyce El-Khoury with Michael Fabiano in Amsterdam

A few days afterwards we meet at an almost deserted outdoor café on Rembrandt Square. The weather is gorgeous – the sun reflecting itself in our wine glasses. El-Khoury loves Amsterdam, and cannot get enough of the city.

In November 2014 El-Khoury will return to Amsterdam for Musetta (La Bohème) and the prospect to spend six entire weeks there already makes her happy. She immediately discards my remarks on the weather in November and December.

“I simply love the city, regardless the weather. The atmosphere is unique and the people are so friendly! I love Amsterdam.  Everyone is free here, or at least seems to be. The city is a huge inspiration to me. The only problem are the bikers, they scare me a little!”

The Canadian soprano, born in Beirut, is a star in the making. Opera News wrote about her: “Canadian Soprano Joyce El-Khoury’s sound is enormously satisfying — a full lirico-spinto soprano with a genuine radiance about it”.

Joyce Violetta

As Violetta (La Traviata) at the Dutch National Opera

The Dutch public can attest to this. In May 2013 El-Khoury made an unexpected and overwhelming debut as Violetta in La Traviata at the National Opera. In May 2014 she stole the hearts of the NTR Saturday Matinee audience with a deeply moving performance of Rusalka in Dvorak’s opera of the same name.

“The Matinee is even better than sinking into a warm bath. The public is so incredibly sympathetic and kind, you can feel their love, which really makes you feel good, feel loved.  You feel like … no, this feeling cannot be described. Also the organisers, the rehearsal assistants … The most beautiful moment to me came when the orchestra started to play and our voices blended with the sound of the orchestra for the first time.”

“And then we had James Gaffigan to conduct us …. I have no words for him. He breathed along with us. He was one of us, and stood above us at the same time. But also next to us. This Rusalka has been the highlight of my life thus far. Singing is a privilege, but singing at the Matinee in Amsterdam. I had the time of my life…”

Beirut and Canada

Joyce El-Khoury was born in Beirut and moved to Canada when she was six years old.

“I am a Canadian and I feel at home in Canada, but my soul, my heart, my everything stayed behind in Lebanon. Most of my family, for example, lives there. If my grandparents would not spend half of their time here, and half the time in Lebanon, I would miss them terribly. My heart is Lebanese, and I hope to spend some more time there one day.

“My father had a beautiful voice, but it was my grandfather George who was the famous singer. Well, famous, when he walked down the street people yelled Kyrie Eleison at him. I sang in the chorus as well, it helped me a lot when we first settled in Ottawa. Everything was new there, and I missed Beirut terribly, but singing comforted me.”

“I never thought about making singing my profession, I wanted to be a doctor. Or a nurse. I even worked in a children’s hospital for a while. My parents did not think that was a very good idea, though. “You have such a perfect and beautiful voice, you really need to do something with it” they said. They not only stimulated me, but also helped me to find my path in the manner that suited me. Unconditional love, indeed.”

“I function best under stress, I need to be challenged. I am sort of a workaholic: even on vacation I always take my score with me.”

El-Khoury’s current repertoire includes many classical and less famous roles by composers like Donizetti, Verdi and Puccini. Language does not seem to play a role for her.

“I have been very lucky: languages, to me, come quite easily. Learning a language almost goes by itself, it is all very natural for me. Maybe because I was raised bilingual (Arabic and French), with English added later.

I have an affinity with languages, and I love to sing in Czech or in Russian. “

Rusalka

joyce-rusalka

Rusalka in Amsterdam © Lieneke Effern

“Rusalka is in love, like someone who is in love for the first time. She dreams and believes her dreams are the truth. She is invisible to the prince, nothing more than a wave. She can only be united with him in the foam on the waves, but she wants to be seen too!”

“I am not sure whether the prince loves her…. I think he is fascinated by her. She is a great unknown, a beauty, a mystery. But she does not speak, so he does not know what to think anymore. You may think that is horrible, but you can hardly blame him. She is weird, which scares him a little.”

“Rusalka becomes truly human the moment she forgives. By forgiving she transforms into a human being. I think the opera enables us to study human emotions.”

Finale third act Rusalka from Amsterdam:

 

La Boheme

joyce-musetta

Musetta (La Boheme) in Amsterdam ©Lieneke Effern

“There is not a lot of difference between Musetta and Mimi, I think. I have sung both parts, and I love them equally. Musetta may appear more superficial, but she is not. She is just better at hiding her emotions and feelings. To the world she is happy and strong, and a big flirt as well, but inside she is a little bird. She genuinely loves Marcello, and is afraid of being hurt. It all shows in the final scene.”

With Michael Fabiano during rehearsals for La Boheme in Ottawa, El-Khoury sings Mimi

 

“The most emotional moment in the opera, to me, comes in  the second act, when Mimi says: “”Io támo tanto.”  My voice always breaks there for a moment.”

“I need to feel something. I need to have a connection with a role, and understand the character. I have to be challenged emotionally. When I do not feel anything, it  becomes too mechanical and detached. I also think you need to keep your emotions in check, though, however hard that may be. Otherwise your throat blocks, and you cannot sing.”

Trailer of the Amsterdam production, El-Khoury sings Musetta:

Suor Angelica

When I am banned to the moon and can only take one opera with me that would be Suor Angelica! For the drama, but also for the music. The music comforts me, and gives me a warm and good feeling. And then there is that beautiful ending,  the wonder that everything ends well!”

“This role also brought me where I am now. I was hired to sing Loretta in Gianni Schicchi during the Castleton Festival in 2010, but I was also the understudy for the singer who sang Angelica. She fell ill during opening night, and very gladly I took over. Under the circumstances they reversed the order: first Schicchi and then Angelica. Maestro Lorin Maazel was most helpful.”

“Later Maazel took me to Munich and even to China! I will miss him terribly: he was my mentor, teacher, supporter and friend.”

Final scene from Angelica, Castleton:

 

La Traviata

“I have learned a lot from Renata Scotto, mainly about body language: the things you do when you not sing. We have worked together in Palm Beach on a Traviata she directed in which I sang the lead. “

“I sang my very first Violetta in 2012 in Wales, then Amsterdam followed. I thought the Amsterdam production was very beautiful.  I had watched the DVD many times, and understood the clock straight away, but the business with the couch had to be explained to me. I thought it was a tremendous experience.”

La Traviata from Palm Beach directed by Renata Scotto:

 

What is your dream role?

“Thaïs! Preferably with the gorgeous costumes they had in Los Angeles. I also love Butterfly. The part lies slightly higher than other Puccini roles, but I think it suits me. I also want to sing all three Tudor queens.”

Joyce Maria S

As Maria Stuarda in Seattle

“I am not sure it will ever happen, but I would love to sing Salome” she adds with hesitation. “Actually, I would love to be a conductor, I love being in charge!”

English translation: Remko Jas

Interview in Dutch: JOYCE EL-KHOURY
About Les Martyrs: DONIZETTI: LES MARTYRS (English translation)

 

LE ROSSIGNOL ET LA ROSE: Interview with CHEN REISS.

Chen Reis

© Paul Marc Mitchell

In march 2015 Chen Reiss appeared on the stage of the National Opera in Amsterdam. She kindly took some time off from her heavy rehearsal schedule to answer my questions.

The evening we meet in the canteen of the National Opera, Chen Reiss is tired, very tired. It was a long day of rehearsals, from 10:30 until 18:00!!! With a break, but nonetheless…

She had arrived in Amsterdam six weeks earlier to study Pamina in Die Zauberflöte, and Simon McBurney’s staging requires great physical efforts of the entire cast.

Not easy, especially not if you happen to be a mother as well, travelling with a daughter who is almost two years old. It is impossible to keep up with the daily news this way, which is a blessing, in a way, because most of that news does not exactly cheer Reiss up.

 

Chen

© Paul Marc Mitchell

“I am extremely pessimistic and scared. As a Jewish and an Israeli woman I feel less and less at home in Europe. I am deeply worried, and fear everything will go awry. Not a very nice perspective, certainly not for a parent. Fortunately enough I am too busy to listen to the news. I have breakfast at eight, with my daughter, after which rehearsals start. In the evening, when I get home, it is simply too late. I am tired, and often I need to study…”

“I love Mozart with all of my heart: his sacred music perhaps even more than his operas. Those works I love singing above everything else, the music is so beautiful! Full of passion, but stylish and elegant at the same time. Which Mozart roles I love the most? Ilia (Idomeneo), I think, but in fact I love them all equally!”

Chen Reiss reveales her Top 5 Mozart soprano arias:

“Pamina passive? I don’t believe so, on the contrary! She is extremely brave and full of initiative. So much is happening to her. First she is kidnapped, then almost raped. Then her mother tells her to kill her own father. When she refuses she is scorned and cursed. She then escapes rape for a second time…  Just when you think not much else could happen to her the man she loves no longer wants to speak to her! She goes to hell and back and gets so desperate she can only think of suicide. The decision to undergo the trials and follow the man she loves to the end was made entirely by herself.  She is a hard act to follow!”

Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Monostatos), Chen Reiss (Pamina)

Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Monostatos), Chen Reiss (Pamina) © Hans van den Bogaard 

Is it eternal love, I ask?
My question makes her laugh out loud. In opera, which love is not eternal, after all?

Reiss finds the Amsterdam production by Simon McBurney truly charming. “It all looks very exciting and beautiful, and in addition I work with fantastic colleagues. And this is the third time I get to fly!

Maximilian Schmitt (Tamino), Chen Reiss (Pamina)

Maximilian Schmitt (Tamino), Chen Reiss (Pamina) © Hans van den Boogaard

 

In Vienna I was a very high flying Waldvogel in Siegfried, which not only gave me high anxiety quite a bit but made it hard for me to follow the conductor as well ….  In my last Idomeneo production I was lifted into the air for a moment, which was rather fun.

Trailer of the Viennese Idomeneo:

“Do I ever refuse a role? Yes, surely, but only when it does not suit my voice. It is harder to decide which productions you should avoid. Often you do not know the concept until a week before rehearsals start. Then it is too late to refuse. Refusing anyhow is difficult, because you no longer will be booked, especially if you are a young singer.

This also happens to great stars, by the way. Anna Netrebko recently left a production because she could not agree with the director. Apparently it is easier to replace a world famous singer than a director. The director is felt to be the most important figure, and everything revolves around him or her.”

“I was once made to wear a very heavy hat, which physically I could not do. Not even a letter from my doctor helped: I was fired, and the concept remained. Will this ever change? Who knows. Perhaps if people would stop buying tickets?”

 

(meer…)

JOSEPH CALLEJA. January 2013 interview in English

 

 

Calleja-Simon-Fowler-Decca-1

© Simon Fowler /Decca

Joseph, finalmente mio!

An unconventional opening of an interview, perhaps, but I had good reasons for it. Our Amsterdam appointment was cancelled twice, leaving Facebook and Skype the only remaining option. Even that way, it took me quite a while to finally get hold of him.

 

Calleja Malta Simon Flowler

© Simon Fowler/Decca

Him being Joseph Calleja, one of the famous tenors of his generation, with a busy current schedule and an even busier future. He was born in Malta, and had turned thirty-five just before our interview in the last week of January 2013.

“January is an outstanding month for tenors,”  he laughed.  “Mario Lanza, Domingo, my teacher, me…. There must be something special in the January air.”

To settle all disputes: his name is pronounced ‘Kaleja.’ Not the Spanish way, or the Italian or Portuguese way. Well, that is easy for the Dutch to get right then, I say, which makes him laugh again.

Calleja has close ties to the Netherlands. After all, his international career started in this country. At age nineteen (sic!) he sang Leicester in Donizetti’s Maria Stuarda for the Nederlandse Reisopera. Quite a feat, with which he impressed a lot of people. His voice was very light and sweet at that time;  his high notes supple and pure, almost like Tagliavini.

Calleja as Leicester in Bergamo in 2001:

In 2004, at the age of twenty-six he made his debut with the Dutch National Opera as the Duke of Mantua in Verdi’s Rigoletto. He had already sung the part before, in 2001, at an open air performance in the port of Rotterdam.

He still has a lot of friends from his Dutch period, and even remembers a sentence in Dutch: “eet mijn konijn niet op” (Do not eat my rabbit),

He laughs heartily at this. The anecdote is well known in the meantime, but he does not mind repeating it once more. He was seeing a Dutch girl at the time. When he visited her, he told her little sister that it was a Maltese custom to eat a lot of rabbit. The little girl grabbed her rabbit in shock, exclaiming ” eet mijn konijn niet op!”  He has always remembered the phrase since.

Joseph Calleja sings “To the canals of Amsterdam I have pledged my whole heart” at the 2013 rendition of the Grachtenfestival (Canal Festival)  accompanied by the Royal Concertgebouworchestra directed by Antonio Pappano:

Nine years ago you told me that of all current tenors the voice of Pavarotti felt closest to yours. You said: “If I were to die tomorrow, and could listen to one voice, the final voice of my life, that would be Pavarotti. He is my biggest favourite, my true idol. There have been, and there are, other big and beautiful voices, but Pavarotti remains number one for me.” Do you still feel the same?

“Yes, I do, in fact, although I have to admit I admire Jussi Björling more and more every time I listen to him. It is very well possible this has something to do with how my own voice develops.”

Your voice is often compared to that of great singers of the past In addition your career develops in an astonishingly rapid tempo. How do you feel about that yourself?

“It is true. It can be a little scary at times, everything happens so fast, which can be a burden. The audience expects you to be in top form every evening, which is impossible because the human voice is no violin. But on the other hand I would never want to miss all these fantastic experiences.”

I was speaking to Marilyn Horne a while back. She encouraged young singers to take their time, and never to rush things.

“I know, but this so difficult nowadays! I believe you do have to rush, but in a clever way. Meaning to study like crazy and work hard, but to be cautious in choosing your repertoire at the same time.”

Coming up the next four months are several radically different roles: Tebaldo in I Capuletti e i Montecchi in Munich, Rodolfo in La Bohème in Chicago, Gustavo in Un Ballo in Maschera in Frankfurt and Nadir in the Pearl Fishers in Berlin. Not to mention the concert performances of Simon Boccanegra and the Verdi Requiem. How does he switch from the lyrical Nadir to Gustavo who is definitely more dramatical?

Calleja ballo

As Gustavo in Ballo in Maschera at ROH © Catherine Ashmore

“I do not believe you need to sing Gustavo in Ballo differently than Duca in Rigoletto or Manrico in Trovatore. All those roles were written for the same type of tenor. True, the orchestras were smaller then, and the tuning was lower. That does put extra pressure on a tenor nowadays. You have to sing higher and louder than intended. Every singer goes his own path, and you make mistakes on the way, but it is possible to learn from those mistakes.”

“Certainly, I made some mistakes myself. My first La Bohème came too soon, and I have also sung a few other roles too early. But like I said, you learn from that. What helps are a good, solid technique, and good advice.”

Unlike many of his colleagues you don’t mind modern stagings.

“Respect is all I demand. I do my job, a director hopefully does his. I need to trust the director, believe that he knows what he does, and why he is doing it. I leave judging a director to the audience and the critics. Singers are not supposed to do that. We do not have to agree on everything, but we do need to respect each other.”

What if a director wants to put you on stage naked? As a singer you are already vulnerable fully dressed! Would you go that far?

“I would not know, honestly. Luckily nobody has ever asked me to strip, although I did sing a Duca in my boxer shorts once.”
Kidding aside: “if you only did the things you liked, you would be out of work ten out of twelve months. So I only say no when something can harm my voice.”

callejalanzacd

In January and February 2013 Calleja toured Europe with the program of his CD Be my love – A Tribute to Mario Lanza. Pavarotti, Domingo, Carreras; almost all tenors of hat generation idolized Mario Lanza and his movies. But you were not even born yet when he died. How does someone of your age got to know him?

“When I was young I played in a rock band. My uncle felt I had to listen to some good music, so he made me watch all these Lanza movies. That is how my love for opera started. What a fabulous singer! On his own, he had the charisma of four or five tenors. I also have all his CD’s. And I do not care one bit he sang with a microphone.”

“I have nothing against crossovers, especially not when done right. What does crossover even mean? For me it means having fun, making good music. I am not Mick Jagger or Robbie Williams. I am and will always remain an opera singer. But when done the way the three tenors did it, for example, I love it!”

“Why does an opera house have to be the only place where opera is sung? In the past men in Italy, and in Malta too, used to bring serenades by singing opera arias. The women stood in their open windows, like in a opera box. That is the way my teacher met his wife. Were not opera singers hundred years ago the pop singers of now? Well, on Malta they certainly were!”

I tell him I dreamt the night before our interview that we met in the lobby of a large hotel. He was sitting there with all his brothers and sisters and told me he would start to include folk songs in his recitals. Does he actually sing folk music?

“Our folk music is not really suitable for a trained tenor voice. Malta is like Sardinia: the music is raw. Italian music is part of our folk tradition. We grew up in the Italian tradition, the canzoni form part of our culture.”

Calleja op Malta

© Simon Fowler/Decca

Which languages do you speak at home? English, Italian of Maltese?
“Hahaha. All of them, and all of them together at the same time!”

What do you find harder? Singing opera, or touring with a recital?
“Touring, without a doubt. You pack your luggage, unpack it, go on stage and sing, go to sleep and pack your stuff again. Sometimes you can rest for a few days in between concerts, but often you are supposed to give interviews, or show up for some event, or sing something. All of that is very tiring.”

Does that explain why I had to wait so long for my interview?
”Hahahahahaaa! I am not commenting on that!”

Calleja sings

© Michele Agius

Why do you sing, actually?

“Why do I sing?”  He ponders for a moment, apparently the question is harder than it seems. “I sing because I can express all great emotions through it: love, sadness, anger…. everything!”

English translation: Remko Jas

Het interview in het Nederlands:
JOSEPH CALLEJA

International Arthur Rubinstein Piano Master Competition. Wedstrijd met menselijk gezicht

Rubinstein 2014

Welke pianist droomt er niet van om de nieuwe Rubinstein te zijn? Of op zijn minst Emanuel Ax, winnaar van de eerste prijs tijdens de allereerste International Arthur Rubinstein Piano Master Competition in Tel Aviv drieënveertig jaar geleden?

Er wordt beweerd dat ‘het publiek’ gek is op concoursen en daar geloof ik zonder meer in. Al in de oudheid wist men de gemoederen met brood en spelen rustig te houden; en er werden allerlei wedstrijden georganiseerd, ook voor zangers, dichters en filosofen. Men wilt vermaakt worden en de spanning is aanlokkelijk. Ook voor de toeschouwers, maar in eerste instantie voor de deelnemers, voor wie heel erg veel op het spel staat: engagementen, platencontracten en – wie weet? – een grote carrière en eeuwige roem.

De wereld wordt harder, zo ook de competities. De rivaliteit, niet alleen onder de deelnemers maar ook onder de wedstrijden zelf, neemt toe. In die wereld voelt het concours Tel Aviv een beetje als een warm bad, zo wordt er althans beweerd.

Idith Zvi, Artistic Director ARIMS

Idith Zvi © Eyal Fisher 

Idith Zvi, sinds dertien jaar artistiek leider van het Concours vindt dat leuk: “We willen een wedstrijd zijn met een menselijk gezicht. Het is – en blijft – een competitie, maar we moeten het humane aspect niet uit het oog verliezen, het is voor de deelnemers al stressy genoeg”.

Rubinstein Bistrizky

Jan Jacob Bistrizky met Arthur Rubinstein

Het was Jan Jacob Bistrizky, zelf een pianist en – vóór hij in 1971 naar Israël emigreerde – één van de leiders van het Chopin Concours in Warschau, die het initiatief nam voor het oprichten van een soortgelijk concours in Tel Aviv. Het was voornamelijk zijn bedoeling om het Israëlische culturele leven te verrijken, maar ook om de naam en het artistiek erfgoed van zijn vriend Arthur Rubinstein te eren.

Rubinstein Bistrizky met

Arthur Rubinstein en Jan Jacob Bistrizky

Vanaf de oprichting heeft het concours zich ook gericht op het promoten van het werk van Israëlische componisten. Alle deelnemers zijn verplicht om een door het concours bestelde werk van een Israëlische toondichter in te studeren. Het zijn er altijd twee, een man en een vrouw (in 2014 waren het er Ella Sheriff en Benjamin Yusupov) in Israël is seksegelijkheid meer dan belangrijk.

01_LOGO_RUBINSTEIN_2012

Het enorme succes van de eerste drie edities leidde in 1980 tot het oprichten van het Arthur Rubinstein International Music Society. Het jaar 2014 nam een bijzondere plaats in de geschiedenis van het concours in: het was veertig jaar geleden dat de competitie werd opgericht en tien jaar sinds de eerste ‘Piano Festivities’ hebben plaatsgevonden. In 2014 was het ook vijf jaar sinds de dood van Bistrizky.

Een paar cijfers: in de veertig jaar werden veertien competities gehouden, er waren zeshonderd deelnemers, 43 pianisten hebben prijzen gewonnen, in de jury namen plaats 180 vaak wereldberoemde musici en de prijzen bedragen meer dan een half miljoen dollar.

 

(meer…)

KAZUSHI ONO. Interview

 

FILARMONICA ARTURO TOSCANINI

Kazushi Ono © Luca Trascinelli

Regelmatige bezoekers van de Munt in Brussel kunnen zich ongetwijfeld nog aan hem herinneren: Kazushi Ono, de charismatische dirigent die tussen 2002 en 2008 de baton zwaaide bij het Symfonieorkest van de Munt. Zijn directie werd over het algemeen zeer positief ontvangen, door zowel pers als publiek. Waarbij hij voornamelijk geroemd werd voor zijn interpretaties van eigentijdse werken, waaronder de wereldpremière van Julie van Philippe Boesmans.


In 2008 werd Ono benoemd als chef-dirigent van het Orchestre de l’Opéra National de Lyon, voor velen, voornamelijk moderne regie-adepten “the opera house to be”. Zijn komst had veel te maken met zijn maatschappelijke betrokkenheid. Uit een interview met Brusselnieuws.be: “Mijn vertrek naar Lyon is mee bepaald door wat ik daar met muziek kan bijdragen op so­ciaal vlak, in plaats van te wachten op volk in de concertzaal. Ik zal er onder meer musiceren voor kinderen en senioren die het hospitaal of de bejaardeninstelling niet meer uit kunnen.”

Maar ook voor Amsterdammers is Ono geen onbekende. In maart 2010 dirigeerde hij bij De Nationale Opera zijn eigen orkest in Émilie, een opera van Kaija Saariaho

Kaija Saariaho (composer), Kazushi Ono (conductor), Françoi

Karita Mattila als Émilie © Jean-Pierre Maurin

 

DUTILLEUX

Kazushi Dutilleux

Henri Dutilleux © ZaterdagMatinee

Als je zijn opnamenlijst bekijkt kan je niet anders dan concluderen dat de Japanse maestro moderne muziek een warm hart toedraagt. Mijn absolute favoriet is zijn opname van ’L’arbre des songes’ van Dutilleux en het vioolconcert Rafael d’Haene – met het orkest uit Lyon en Yossif Ivanov als solist.


Kiest hij het repertoire zelf? “Nee, absoluut niet”, vertelt hij. “Soms is het andersom en word ik gekozen. Het vioolconcert van Dutilleux had het orkest al veel eerder geprogrammeerd. Ik werd gewoon geëngageerd voor het project. En het kwam goed van pas, want zo debuteerde ik in 2010 in het Concertgebouw bij de ZaterdagMatinee. Jaap van Zweden die het concert met Leonidas Kavakos en het Radio Filharmonisch Orkest zou dirigeren werd ziek en mij werd gevraagd om hem te vervangen”.

Wat Ono er niet bij vertelt is dat hij het hele programma heeft overgenomen. Meer dan bewonderenswaardig, want naast Dutilleux’ en La mer van Debussy stonden ook Rudolf Escher en een nieuw werk van Bart Visman op de rol. Doe het hem na!

De uitzending is hier terug te beluisteren:

http://www.radio4.nl/ntrzaterdagmatinee/uitzending/201276/16-11-2013.html

SJOSTAKOVITSJ EN BERLIOZ

Kazushi-Ono-foto-Stofleth-1

Kazushi Ono © Stofleth

Op de dag dat we elkaar spreken is Ono in Lyon, waar hij de reeks voorstellingen van Lady Macbeth of Mtsensk van Sjostakovitsj dirigeert. In de recensies rept men van zijn analytische geest. Is het waar?

Even is het stil…

“Ik weet niet of het waar is. Ik denk eigenlijk van niet. Er is zoveel geweld in die muziek, die kan je niet analytisch benaderen. De muziek is prachtig mooi en zeer diepgaand, maar eigenlijk overemotioneel. Heftig, zeer heftig, met zo veel uitbarstingen. Het is soms amper mogelijk om het in de hand te kunnen houden!”

“Denk alleen maar aan het begin van de derde akte” zegt hij en neuriet de beginscéne even voor mij. “Katja en Sergej hebben net Zinovi vermoord, Sergej heeft hem in de kelder begraven en dan zingt Katerina: kus mij, kus mij? Alsof zij voor het eerst eindelijk echt gelukkig is?!”

Maar is zij het dan niet, vraag ik? Voor het eerst gelukkig? Eindelijk gebeurt er iets in haar leven, bovendien gelooft zij oprecht in de liefde van Sergej? Ono denkt even na:

“Ja”, zegt hij. “Maar de emoties zijn zo heftig. Ik was zeer verbaasd om te zien hoe het publiek er op reageerde. Er waren veel oude mensen in de zaal, maar ook veel jeugd.”

De productie werd gemaakt door de populaire regisseur Dmitri Tcherniakov. Hoe verliep de samenwerking?
“A…. goed, eigenlijk. Maar ik heb hem pas 10 dagen voor de première ontmoet, daarvóór werd het werk gedaan door zijn assistent”.

Wat doet u als u het totaal oneens bent met de ideeën van een regisseur?
“Voor mij staat de componist voorop. Hem draag ik op mijn schouders – bij wijze van spreken dan. Het is de componist die begrepen moet worden. Een dirigent moet volledig staan achter dat wat de componist heeft willen uitdrukken. Dienstbaar zijn.”

“Ik weet waarlijk niet wat ik zou doen als ik me niet kan vinden in de ideeën van een regisseur. Overleggen, denk ik. Overleg is een magisch woord. Zonder lukt het niet.”

Maar als het overleg mislukt? Kirill Petrenko verliet Bayreuth vanwege Frank Castorf…
“Ik weet het niet. Het is gelukkig nog nooit zo ver gekomen. We hebben altijd lange repetitieperiodes en ik ben er altijd vanaf het begin bij. Tenminste, dat probeer ik. Er is voldoende tijd om dingen uit te proberen en om te overleggen.”

“Dat ik er altijd vanaf de vroegste stadium bij wil zijn heeft ook met de monitors te maken die we tegenwoordig gebruiken. Vroeger waren ze analoog maar de tegenwoordige generatie is digitaal en dat is niet altijd een verbetering. Het beeld loopt namelijk altijd een seconde of zo op het geluid voor, een echte nachtmerrie”

Zullen we het over Roméo et Juliette van Berlioz hebben? Daarvoor komt u immers naar Amsterdam.
“Voor mij is Roméo et Juliette een oratorium. Van de drie solisten speelt eigenlijk alleen de bas (vader Laurence) een prominente rol. Zijn rol is het grootst. Maar het orkest heeft het belangrijkste aandeel. Naast het koor uiteraard. Maar het is het orkest dat de belangrijkste scènes op zich neemt.”

“Dat maakt Berlioz’ Roméo et Juliette anders dan alle andere werken die op dit thema gebaseerd zijn. Anders dan in andere composities worden de belangrijkste dingen niet gezongen: de vijf belangrijkste Shakespeare-scènes liggen bij het orkest. Echt uitzonderlijk.”

Is het dan niet eerder een symfonie met koor en solisten?
Gedecideerd: “Nee, nee, voor mij is het echt een oratorium.”

Kazushi Ono dirigeert Ravel:
RAVEL. L’heure espagnole & L’enfant et les sortilèges

 

JENNIFER LARMORE interview (English translation)

Jenny in Geneva

Jennifer Larmore © Audra Melton

Summer in Amsterdam seemed to have taken a vacation, but the afternoon we met in the canteen of the National Opera it was terribly stuffy. That did not seem to bother Jennifer Larmore in the least: the warmer the better!

She had come to our capital to sing Gräfin Geschwitz in Alban Berg’s Lulu, a role she has sung previously in London and Madrid, in a production by Christof Loy that I greatly admired.

jennifer

Jennifer Larmore & Mojca Erdmann in Amsterdam

The opera is brutal, and her role is heavy, but she had little time to recover. In between performances she was studying the part of Mère Marie in Poulenc’s Dialogues des Carmélites. The extremely complex part of the rather unsympathetic and radical nun was new to her, and she was totally immersing herself in it, even though there was only one performance scheduled.

Belcanto

“That is a bit of a shame, because I think the music is gorgeous, and the opera truly moves me”, she says. “I have absolutely no problems with learning a role for only one performance. I have done that before, when I was recording for the Opera Rara label.  I studied many unknown operas knowing I would never sing them again afterwards. But I was young and curious, and highly ambitious.”

The rehearsals were long, and the recording sessions always ended with a one-off concert performance. What pleasure they gave me! Besides, without those recordings, I probably would have never gotten the chance to get to know operas such as Rossini’s Elisabetta, regina d’Inghilterra or Pacini’s Carlo di Borgogna, let alone sing them! And the music is gorgeous!”

“Di Gioia Sorse Il Di,” aria from Carlo di Borgogna. When Opera rara brought out this  recording opera connoisseurs called it the ‘belcanto recording of the millennium.’

“Quant’e grato all’alma mia,”  from Elisabetta, regina d’Inghilterra.

In the meantime, Larmore has left the period of singing (unknown) belcanto roles behind her. “It was time to close that chapter. Once you are over forty, you are no longer a young girl. Simple as that! Even though your voice still sounds youthful, and you still sing very well: it no longer works, you need to be credible as well, and remain credible.”

Larmore as Rosina in Il Barbiere di Siviglia in Amsterdam

It has always been my biggest dream to sing Marschallin in Strauss’s Rosenkavalier. I think the music is incredibly beautiful – Sometimes I secretly think it is the most beautiful opera in the world. It’s a role I definitely would love to sing. So… who knows?
For Octavian it is simply too late.  That is the same story as with the Rosina’s and all the other belcanto heroines: I no longer have the proper age for them.

“Does this perhaps have something to do with the visualisation of opera?”   “Most certainly! The new media and the live movie-theater transmissions have given an extra dimension to the brand opera: credibility. It is no longer possible to sing Mimi when you are 65 like Mirella Freni did, even though your voice is still fresh. Looks are important too, especially with all those close-ups all the time.

(meer…)