opera/operette/oratorium/koorwerken

Rolf Liebermann In Memoriam

Liebermann

Rolf Liebermann © Claude Truong-Ngoc (1980)

De Zwitserse componist Rolf Liebermann (14 september 1910 – 2 januari 1999) wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme waarin de grens tussen het toelaatbare en belachelijke opgezocht en vaak overschreden wordt.

Onder zijn leiding groeide de Hamburgse Staatsopera, waar hij tussen 1959 en 1973 veertien  jaar de scepter zwaaide tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken, bouwde een fantastisch artiestenensemble op en trok buitenlandse sterren en would-be sterren (in Hamburg begon de wereldcarrière van Plácido Domingo) aan. Arlene Saunders, William Workman, Raymond Wolansky, Franz Grundhebber, Tom Krause, Hans Sotin, Toni Blankenheim – allemaal vormden ze een vast en hecht ensemble, waar af en toe een grotere (lees: voor het grote publiek bekendere) naam aan werd toegevoegd: Lucia Popp in Fidelio en Zar und Zimmerman, Cristina Deutekom, Dietrich Fischer-Dieskau en Nicolai Gedda in Die Zauberflöte, Sena Jurinac in Wozzeck.

Liebermann boek

En hij gaf compositie opdrachten. In de jaren van zijn managent beleefden maar liefst 28 opera’s en balletten hun wereldpremière, een score waar menig operahuis jaloers op zou moeten zijn. Zijn tijd aan de Hamburgse Staatopera beschreef Liebermann later in zijn autobiografische boek ‘Opernjahre’ als de gelukkigste tijd van zijn leven. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als je zoveel moois op zo’n hoog niveau wist te realiseren kan je niet anders dan intens gelukkig zijn.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet regisseur Joachim Hess dertien producties voor de tv vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio. Met de toen beschikbare middelen was het onmogelijk om geluid en beeld tegelijk op te nemen, dus werd eerst de soundtrack gemaakt, waardoor de zangers het in de studio zeer precies konden na-mimen, zodat alles synchroon liep.

Liebermann box

Een jaar of tien geleden werden de opera’s door Arthaus Musik op dvd’s uitgebracht. Naar de hedendaagse technische maatstaven is het allemaal uiteraard verre van perfect. Het geluid is mono en de cameravoering nogal statisch maar voor de liefhebber valt er waanzinnig veel te genieten, niet in de laatste plaats vanwege het repertoire.

PENDERECKI: DIE TEUFEL VON LOUDON

Liebermann Penderski

In 1967 benaderde Liebermann Krzysztof Penderecki met het verzoek een opera voor Hamburg te componeren. Het werd Die Teufel von Loudun, waarvoor de componist zelf het libretto had geschreven. Het verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis: door het toedoen van een priores van de Ursulinenorde werd in het Franse Loudun in 1634 een priester van duivelse praktijken beschuldigd en tot de brandstapel veroordeeld.

De opera beleefde zijn wereldpremière op 20 juni 1969 en kort erna werd hij verfilmd. De hoofdrol van moeder Jeanne werd op een zeer indrukwekkende manier vertolkt door Tatiana Troyanos, een andere grote ster wiens carrière in Hamburg was begonnen (toen ze een beurs van de Rockefeller Foundation had gekregen om zich in Europa verder te bekwamen, deed ze auditie in Hamburg waar Liebermann haar meteen een contract aanbood). Haar portrettering van de door duivels geplaagde gebochelde non met seksuele visioenen is duizelingwekkend. Alles aan haar, van top tot teen, acteert. Haar gezichtsuitdrukking verandert met elke gezongen frase en haar stem gaat door merg en been.

De horrorachtige muziek met haar vele glissandi en octavensprongen roept een gevoel van onbehagen op en maakt dat je, ondanks de immense spanning, toch wel ongemakkelijk in je stoel blijft zitten. De enscenering, met veel bloot en expliciete seksscènes is voor die tijd zeer vooruitstrevend en ik kan me voorstellen dat het toentertijd als shockerend werd ervaren.

De eerste acte van de opera:

Over muziek gesproken: wist u dat William Friedkin muziek van Penderecki gebruikte voor zijn film The Exorcist?

GIAN CARLO MENOTTI: HILFE, HILFE DIE GLOBOLINKS!

Liebramann Globolinks

Speciaal voor Hamburg heeft de Italiaans-Amerikaanse componist en regisseur Gian CarloMenotti  Hilfe, Hilfe Die Globolinks!, een opera ‘voor kinderen en voor hen die van kinderen houden’ gemaakt. De première vond plaats in 1968 en een jaar later werd het in de studio verfilmd.

Ik moet u bekennen dat ik niet zo’n liefhebber van kinderopera’s ben maar hier heb ik toch schaamteloos van zitten genieten. Het is een onweerstaanbaar sprookje over aliens (Globolinks) die allergisch zijn voor muziek en alleen door middel van muziek bestreden kunnen worden.

De beelden zijn voor die tijd zeer sensationeel, vol kleur en beweging en het bos waar de kleine Emily (onweerstaanbare Edith Mathis) met haar viooltje doorheen moet om hulp te gaan halen is werkelijk beangstigend. De aliens zijn volgens de hedendaagse begrippen een beetje knudde, maar het geeft niet,  het geeft het geheel een aaibare glans. Het werk zit barstensvol humor en ironie, er wordt naar de muziekbarbaren uitgehaald: de schooldirecteur die muziek niks vindt verandert zelf in een alien.

Er wordt ook rijkelijk met oneliners gestrooid (“muziek leidt je naar de juiste weg” of “als de muziek sterft is het eind van de wereld nabij”). Onbegrijpelijk dat zoiets niet standaard voor alle scholen (en ik bedoel hiermee niet alleen de kinderen) wordt opgevoerd, het onderwerp is (en blijft) zeer actueel.

De bezetting van alle rollen, inclusief de kinderen, kan gewoon niet beter, en bewijst nog eens de hoge standaard van het Hamburgse ensemble, want waar vind je nog zoveel geweldige zangers/acteurs bij elkaar, die zoveel verschillende rollen op zo’n hoog niveau kunnen brengen?

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

LE NOZZE DI FIGARO deel 2

Die Lustige Witwe en The Merry Widow

DIE LUSTIGE WITWE

Witwe Gilfrey

De operette mag weer gezien en gehoord worden en zelfs in de deftigste opera huizen komt ze tegenwoordig op het repertoire voor. Vaak wordt er voor Die Lustige Witwe gekozen en niet zonder reden: dit is een prachtig werk, vol stervensmooie melodieën en geestige dialogen.

Helmuth Lohner, aanvankelijk een film- en toneelacteur en operettezanger legt zich de laatste jaren toe op het regisseren en dat doet hij voortreffelijk. Zijn uit 2004 daterende productie uit Zurich is zeer traditioneel, rijk aan kleuren en bewegingen, en zijn satirische karakterisering van de personages is zeer logisch.

Wel permitteert hij zich een kleine ‘aanpassing’: na het mannensextet ‘Wie die Weiber’ laat hij de  vrouwen een equivalent ervan zingen.

Aanvankelijk had ik een beetje moeite met de ietwat schrille Dagmar Schellenberg (Hanna), maar gaandeweg wordt zij alleen maar beter en revancheert zich met een perfect uitgevoerd Vilja-lied. en Rodney Gilfrey is een onweerstaanbaar charmante en sexy Danilo

 

Ute Gferer een kittige Valencienne en Piotr Beczala doet met zijn prachtige, lyrische tenor de goede oude tijden van een Kiepura herleven (Arthaus Music 100451)

 

 

THE MERRY WIDOW

Witwe Skovhus

Ja, het is in het Engels. So what? De ‘unvergessenliche süsse melodien’ klinken er niet minder mooi om. Deze productie van Franz Lehárs Die Lustige Witwe door de San Francisco Opera is gewoon wonderschoon.

The Merry Widow was in 2003 de laatste productie van Lotfi Mansouri, sinds meer dan veertig jaar het gezicht van de San Francisco Opera. Voor die gelegenheid werd een nieuwe Engelse vertaling van het libretto gemaakt, althans van de Franse versie ervan. Hierin speelt de laatste akte zich niet bij Hanna thuis, maar in het echte ‘Maxim’.

Mansouri ziet Hanna als een al wat rijpere vrouw, die gezongen dient te worden door een zangeres die Marschallin al heeft vertolkt. In dit concept past Yvonne Kenny, die hiermee haar roldebuut maakt, wonderwel. Ze beschikt over een schitterende charisma, haar stem is romig, fluwelig en betoverend.

Ook Bo Skovhus is een Danilo naar Mansouri’s hand: jeugdig en onweerstaanbaar aantrekkelijk. Zijn stem klinkt als een klok, hij is een begenadigd acteur en een voortreffelijke danser.

„Ik doe wat ik kan”, antwoordt hij op Hanna’s: „U danst goddelijk”. Nou, hij kan echt zeer veel en het verbaast me dus niet dat hij niet alleen dé Danilo maar ook één van de belangrijkste baritons van de laatste tien van de vorige en de eerste tien jaar van deze eeuw was geworden. De te zware rollen hebben zijn stem inmiddels een beetje aangetast maar hij blijft een belangrijke bühne-persoonlijkheid.

Angelika Kirschschlager en Gregory Turay excelleren als Valencienne en Camille, en ook de rest van de cast is voortreffelijk. Een wonderschone productie (Opus Arte OA 0836 D)

 

Kerst Operette-Gala’s uit Dresden

HEART’S DELIGHT. Piotr Beczała zingt operette

 

 

 

Gustav Klimt domineert Die Fledermaus uit Glyndebourne

Fledermaus Glyndebourne Allen

Het is allemaal de schuld van de champagne, zeggen ze. Zou best kunnen, want het bruist, bubbelt, schittert en spettert dat het een lieve lust is. De bubbels zijn ook letterlijk ‘omnipresent’ in deze schitterende productie van Die Fledermaus, die in augustus 2003 in Glyndebourne werd opgenomen (Opus Arte OA 0889D).

Het geheel is zeer Art Deco en Jugendstil, met decors die lijken te zijn ontworpen door Otto Wagner en geschilderd door Gustav Klimt. Die laatste is eveneens alomtegenwoordig, ook in de kleding: van de jurk van Rosalinde tot de ‘schlafrok’ van von Eisenstein, waarin de arme Alfred de gevangenis ingaat.

Voor deze productie zijn nieuwe dialogen geschreven (de regisseur, Stephen Lawless, ziet het stuk als een toneelstuk met muziek), makkelijk te volgen dankzij de Nederlandse ondertitels.

Thomas Allen zet een kruidige Von Eisenstein neer, die duidelijk aan een midlifecrisis lijdt in een ietwat ingeslapen huwelijk. Pamela Armstrong is een pittige Rosalinde.

Malena Erdmann is een fantastische Orlofsky en Lybov Petrova en kittige Adele. Eigenlijk zijn ze allemaal fantastisch, inclusief de dirigent – de sprankelende Vladimir Jurowski – die ook actief deelneemt aan de actie.

Zet de champagne maar vast koud, geniet en drink. Niet noodzakelijk met mate.

Sir Thomas Allen over Eisenstein:

 

DRIE ‘FLEDERMAUSEN’ DIE NIEMAND MAG MISSEN

Let Beauty Awake: SIR THOMAS ALLEN

Over de eerste studio-opname van Edgar

Edgar
Er waren – en er zijn nog steeds – op zijn minst twee goede redenen om deze Edgar, door de Deutsche Grammophon in 2006 opgenomen een warm welkom te heten: het was de allereerste studio opname van het werk (de enige twee andere die ik toen kende zijn live opgenomen) en het was voor het eerst dat Plácido Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen.

Nooit heb ik begrepen waarom deze opera zo ongeliefd was. Toegegeven, het is niet Puccini’s beste werk, maar dat ligt voornamelijk aan het libretto. Muzikaal ligt de opera in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème, vingeroefeningen voor Turandot.

Het is de enige opera van Puccini met een grote rol voor een mezzosopraan, een stemtype dat Puccini blijkbaar niet nodig had voor zijn schetsen van vrouwen, die bij hem nooit helemaal goed of fout waren.

Tigrana en Fidelia (let op de namen!) zijn elkaars tegenpolen. In hun strijd om de tenor is er eigenlijk geen winnares: Edgar verlaat Tigrana, die dan prompt Fidelia doodsteekt.

In Adriana Damato (Fidelia) en Marianne Cornetti (Tigrana) mochten wij toen een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.


Plácido Domingo, Adriana Damato, Marianne Cornetti, Juan Pons, Rafal Siwek; Coro e Orchestra dell’a Academia Nazionale di Santa Cecilia olv Alberto Veronesi (DG 4776102)

De man die van vrouwen hield

Mijmeringen over Tosca

‘Strigoii’ van Enescu: een verloren gewaand meesterwerk

Enesci Strigoii

Strigoii (Geesten) is een totaal onbekend oratorium van George Enescu, waar werkelijk niemand van wist. Enescu componeerde het in 1916 waarna het – onvoltooide – manuscript verloren raakte. In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook het op in het Enescu-museum en werd het voltooid door Cornel Ţăranu. Een paar uitvoeringen door het Ars Nova Ensemble volgden maar het is nu pas dat het werk werd georkestreerd, door de componist Sabin Păuta.

George Enescu

Je kunt de Geesten beschouwen als de ontbrekende schakel tussen Enescu’s vroege liederen en zijn grote opera, Oedipe. De muzikale taal van de compositie komt in de buurt van Schönberg en zijn Gurre-Lieder, maar ook Bartóks Blauwbaards burcht is nergens ver weg. En toch is het werk eigenlijk nergens mee te vergelijken, het is zo ontzettend eigen en bijzonder!

Enescu Eminescu

Mihai Eminescu

Het driedelig oratorium is gebaseerd op een dramatisch gedicht van de bekendste Roemeense dichter Mihai Eminescu (1850-1889). Het is een zeer mysterieus poeme die vertelt over de voortijdige dood van de bruid van koning Arald van wie niet vaststaat of zij een onschuldige geest of een gevaarlijke vampier is geworden.

Strigoii doet mij het meest aan een ouderwets hoorspel denken. Dat komt niet alleen door de verteller maar ook door de manier hoe de muziek om het (moeilijk te volgen) verhaal heen is gebouwd. Het is ook vreselijk spannend en dat ligt voornamelijk aan de onheilspellende muziek. En opeens bedenk ik: wie heeft nog woorden nodig als muziek sec het allemaal zelf kan vertellen? Schitterend. En onweerstaanbaar.

De uitvoering is uitstekend. Het verhaal wordt zeer spannend verteld/gezongen door de bas Alin Arca en de sopraan Rodica Viva zingt een prachtige koningin. Ook de tenor Tiberius Simu (Arald) en de bariton Bogdan Baciu (Der Magus) zijn eersteklas.

De opname werd in december 2017 gemaakt in Berlijn. Het prachtig spelende Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin stond onder leiding van Gabriel Bebeselea, de dirigent van de Nationale Roemeense opera en het Transsylvaans staatsorkest.

Het ‘toegift’, een 10-minuten durende Pastorale fantaisie für kleines Orchester uit 1899 is niet minder dan een kostbaar cadeautje. Die leg ik dan onder mijn Sinterklaas/kerst/Chanoeka-boom.
Bedankt Capriccio!


George Enescu
Strigoii; Pastorale fantaisie für kleines orchester
Rodica Vica, Alin Anca, Tiberius Simu, Bogdan Baciu
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Gabriel Bebeselea
Capriccio C 5346

‘Ascanio’ van Saint-Saëns is een ware ontdekking

Ascanio cd

We schrijven Parijs 1539. Benvenuto Cellini en zijn leerling Ascanio zijn beiden verliefd op de mooie Colombe. Maar het is ingewikkelder dan u denkt. Er is namelijk nog Scozzone en die is verliefd op Cellini. En La Duchesse d’Étampes ziet Ascanio helemaal zitten en wil van Colombe af. U snapt het meteen: foute boel!

Cellini vermoedt verraad en verbergt Colombe in een reliekschrijn. De Duchesse komt er achter en beveelt de bedienden de kist naar haar landgoed te brengen en zo Colombe te laten stikken. Scozzone die aanvankelijk aan het complot meedeed krijgt er spijt van en neemt Colombe’s plaats in de kist. Morta. Maar er is ook goed nieuws: Ascanio en Colombe mogen trouwen.

 Het libretto is gebaseerd op het toneelstuk ‘Benvenuto Cellini’ van Paul Meurice en Auguste Vacquerie maar de naam werd veranderd om verwarring te voorkomen met Benvenuto Cellini van Berlioz. De – mislukte -première vond plaats op 21 maart 1890 inde Académie Nationale de Musique in Parijs. Ik kan geen enkele reden bedenken voor de mislukking en nog minder voor het negeren van de opera voor lange tijd.

 De voorliggende opname is, voor zo ver ik weet de allereerste volledige registratie van het werk en het verbaast mij zeer dat we er zo lang op moesten wachten. De partituur is buitengewoon goed en verrassend,voornamelijk instrumentaal. De combinatie van belcanto en veristische dramatiek met de Franse slag is gewoon opwindend.

De uitvoering, in november 2017 live opgenomen in Geneve is onvoorstelbaar goed. Ik denk dat de verdienste voornamelijk op conto van de dirigent Guillaume Tourniaire moet worden geschreven: vanaf het begin tot het einde hield hij mij op mij stoel genageld.

Bernard Richter ontroert als Ascanio en Karina Gauvin is een gemene Duchesse. Eigenlijk zijn alle zangers meer dan voortreffelijk maar het meest werd ik ontroerd door Eve-Maud Hubeaux (Scozzone). Luister even naar haar ‘O coeur pur’ en probeer het droog te houden!

 

CAMILLE SAINT-SAËNS
Ascanio
Jean-Francois Lapointe, Bernard Richter, Eve-Maud Hubeaux, Jean Teitgen, Karina Gauvin
Clemence Tilquin Choeur de la Haute Ecole de Musique de Geneve, Choeur du Grand Theatre de Geneve
Orchestre de la Haute Ecole de Musique de Geneve olv Guillaume Tourniaire

LBM 013 

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

André Previn and ‘A Streetcar named desire’

I had been playing with the idea of writing about modern American operas, because nowhere in the world is opera as alive as it is there. Romantic, minimalistic, dodecaphonic: something for everyone.

But ask the average opera lover (the diehards know Heggie, Barber and Menotti) to name an American opera composer: bet that they will not get beyond Philip Glass and John Adams. Why is that? Because we, Europeans, have a nose for American culture and feel superior in everything. That’s why


Streetcar affiche

 

September 2018 it was exactly twenty years ago that an important American opera had its premiere in San Francisco: A Streetcar named desire by André Previn, after the play by Tennesee Williams. I was there.

 

Streetcar scene

Elisabeth Futral (Stella), Rodney Gilfrey (Stanley) and Renée Fleming (Blanche) © Larry Merkle

 

THE PREMIERE

Expectations were high. Tennesee Williams’ A Streetcar Named Desire is one of the best known and most important American plays. Its adaptation by Elia Kazan in 1951 not only earned the play worldwide recognition but also a real cult status; and the main characters – curiously enough except for Marlon Brando – were all rewarded with an Oscar.

Streetcar film

The play was made into a film twice more, without success.  Not surprisingly, there are few films – or dramas – so intensely linked to the actors’ names. Still, it was the ultimate dream of Lotfi Mansouri, the then boss of the San Francisco Opera, to turn ‘Streetcar’ into an opera. Leonard Bernstein was approached but showed no interest.

The choice eventually fell on André Previn, a choice that seemed a bit strange to some, after all he had never composed an opera before.

Philip Littel, an old hand in the trade, wrote the libretto. He was best known for The Dangerous Liaisons, an opera that premiered two years earlier with great success. Colin Graham was the director and for the leading roles, great singer-actors were cast.

The libretto closely follows the play  and does not shy away from even the most difficult details. Small cuts have been made and Littel allowed himself a small addition: the Mexican flower saleswoman with her sinister ‘Flores, flores para los muertos’ returns at the end of the third act, with a clear message for Blanche. To me this felt slightly superfluous.

The stage images resembled those from the film. The first scene already: mist, a little house with the stairs to the upstairs neighbours and Blanche, carrying her little suitcase, singing ‘They told me to take a streetcar named Desire…” A feast of recognition for the film lover.

Renée Fleming sings I can smell the sea air:

 

You recognise fragments of Berg, Britten, Strauss and Puccini in the music, which is easy on the ears. The atmosphere is partly determined by strong jazz influences and you hear many trumpet and saxophone solos. Logical, after all, it takes place in New Orleans.

The opera is through-composed, but contains numerous arias: Stella and Mitch get one, there is a duet for Stella and Blanche, and Blanche herself is very richly endowed with solo’s. All attendees speculated what notes Stanley would get to sing with his famous “Stelllllaaa!!!

None, as it turned out. Rodney Gilfrey (Stanley), just like Marlon Brando in the movie stood at the bottom of the stairs and shouted. And just like in the movie Stella came back. The next morning she woke up humming. And she responded to Blanche with a beautiful big aria “I can hardly stand it”.

Streetcar Stanley

Elisabeth Futral (Stella) and Rodney Gilfrey (Stanley) © Larry Merkle

 

Elisabeth Futral provided a true sensation in her role of Stella. Blessed with a brilliant, light, agile soprano, she sang the stars from the sky and was ovationally applauded by the press and the public.

Streetcar rode hemd

Stanley Kowalski’s role was Rodney Gilfrey’s own. He even did me, even if it had been forgotten Brando for a while. I don’t know how he did it, but he could sing and chew gum at the same time! He looked particularly attractive in both the torn white T-shirt and the “red silk pajamas”. Unfortunately Previn didn’t give him an aria to sing, which made him even more unsympathetic as a person.

Mitch was sung very sensitively by the then unknown tenor Anthony Dean Griffey, and Blanche…..  André Previn wrote the role especially for Renée Fleming and you could hear that. Sensational.

 

Meanwhile Fleming has added her large aria ‘I Want Magic’ to her repertoire and recorded it in the studio for the CD with the same name.

https://my.mail.ru/video/embed/3374349646045150

 

CD

Streetcar-Named-Desire-768x761cd

The opera was recorded live by DG and brought on the market in the series 20/21 (music of our time).

 

 

DVD

Streetar dvd

The opera has now become a classic and is performed in many opera houses in many countries, but the chance that you will ever see the opera in the Netherlands is virtually nil. Fortunately it was also recorded on DVD (Arthaus 100138). Not so long ago I have watched it again.

“Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers” sings Blanche Du Bois (Fleming), disappearing into the distance. She is led away by a psychiatrist, whom she sees as a worshipper.

Her words echo on, a trumpet plays in the distance, and strings take over the blues. The heat is palpable, the curtain falls and I look for a handkerchief. Before that I spent two and a half hours on the edge of my chair and even forgot the glass of whiskey I filled at the beginning of the opera.

People: buy the DVD and get carried away. It is without a doubt one of the best operas of the last twenty years.

Renée Fleming in conversation with André Previn about the opera:

 

THE KINDNESS OF STRANGERS

The kindness of Strangers’ is also the title of a film about André Previn, made by Tony Palmer

DVD WRAP.QXD (Page 1)

 

The kindness of Strangers’ is also the title of a film about André Previn

Translated with https://www.deepl.com/Translator

In Dutch: André Previns ‘A Streetcar named desire’ twintig jaar na de première

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

Heliane

Wat doe je als er in je land niet gelachen mag worden en op de liefde de doodstraf staat? Als er alles, maar dan ook alles wat kleur geeft aan het leven wordt verbannen? En wat doe je als er op een dag een Vreemdeling opduikt die de mensen leert wat vreugde is en daar voor door de Heerser van het land (die toevallig ook je gehate echtgenoot is) ter dood wordt veroordeeld? Je zoekt die man in zijn cel op en dan ontdek je het mooiste en het belangrijkste: de liefde? Jullie worden betrapt, de doodstraf volgt, maar als je echt onschuldig was dan moet er een wonder gebeuren. En dat gebeurt, waarna jij samen met De Vreemdeling ten hemel vaart.

Das Wunder der Heliane was de vierde opera van Korngold en het was ongetwijfeld zijn meest ambitieuze project. Het libretto lijkt wellicht een beetje bizar, maar je moet het door de ogen van de toenmalige ‘tijdgeest’ bekijken. Het mysterieuze, onaardse, buitennatuurlijke, het goddelijke, de uitvergrote emoties, de decadentie en de onverholen erotiek… dat zie je in veel kunstwerken uit die tijd. Ook de opofferingsgezindheid en het motto dat liefde alles overwint: zo niet nu, dan in het hiernamaals. Alsook de felle kleuren met veel goud. Ook in de notenschrift.

heliane-lotte-lehmann-i-pura

Lotte Lehmann en Jan Kiepura

De première van ‘Heliane’ vond plaats in 1927 in Hamburg en werd maar liefst drie weken later in Wenen herhaald. Heliane werd gezongen door Lotte Lehmann en de rol van De Vreemdeling door Jan Kiepura, een _lyrische_ tenor.

Volgens Brendan Carroll, dé Korngold-biograaf en kenner is de aria ‘Ich ging zu Ihm’ de “muzikale uitdrukking van de seksuele extase, alleen te vergelijken met de soortgelijke passages uit Tristan und Isolde.

Hieronder: Lotte Lehmann zingt ‘Ich ging zu Ihm’

De rol van Heliane, de enige personage in de opera die een naam heeft is een echte tour de force, zeker omdat ze zowat de hele opera aanwezig moet zijn. De rol vraagt om een sterke dramatische sopraan met een overheersende lyriek in haar stem. Laat dat maar aan Annemarie Kremer over! Haar sopraan is donkergekleurd, haar hoogte onberispelijk en haar sensualiteit evident. Tel daarbij het schitterende tekstbegrip: vanaf de eerste noot weet ze je te ‘pakken’ en verliefd op haar (én haar personage!) te laten worden. Geen twijfel mogelijk: Kremer is de geboren vertolkster voor het fin de siècle repertoire.

Annemarie Kremer in ‘Ich ging zu Ihm’:

Helaas haalt Ian Storey (De Vreemdeling) haar niveau niet. Alle noten zijn er, maar het gevoel om naar iets bijzonders te luisteren ontbreekt. Daarvoor is zijn stem te Wagneriaans en te weinig Pucciniaans. Iets wat die rol absoluut nodig heb. Het is wel waar dat je stem groot moet zijn, maar er ontbreekt hem aan de zoete tonen, aan de mooie en verleidelijke klanken.Weet u nog wie de eerste vertolker van die rol was? Juist, ja.

Aris Argiris daarentegen is een schitterende Heerser. Zijn zeer indrukwekkende bariton klinkt autoritair en hij weet zijn allesoverheersende jaloezie goed over te brengen. Prachtig.

Katerina Hebelková is een zeer goede bode en ook de kleine rollen zijn goed ingevuld. Het orkest klinkt af en toe te hard en soms denk ik dat de balans ergens niet klopt. Zal het aan de opname liggen?

Puccini over Korngold: “Hij heeft zoveel talent dat hij ons gemakkelijk de helft kan geven en toch genoeg voor zichzelf kan behouden.” En dat is waar. Snel naar de winkels en haal ‘Heliane’ thuis. Daar zult u geen spijt van hebben.

Trailer van de opname:

Erich Wolfgang Korngold
Das Wunder der Heliane
Annemarie Kremer, Ian Storey, Aris Argiris, Katerina Hebelková e.a.
Opernchor und Extrachor of the Theater Freiburg
Philharmonisches Orchester Freiburg olv Fabrice Bollon
Naxos 8660410-12

Wonderlijke productie van Das wunder der Heliane uit Berlijn

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

DIE KATHRIN

Maak kennis met Merlin van Isaac Albéniz

Merlin

De voorliggende opname biedt een geweldige mogelijkheid voor een muzikaal spelletje. De componist kwam uit Spanje, de orkestklank is Wagneriaans en de gezongen tekst is in het (oud)Engels: wie o wie?

Merlin isaac-albeniz-spanish-pianist-and-composer-1860-1909_a-G-9968947-4990831

Isaac Albéniz (want om hem gaat het) woonde een geruime tijd in Londen waar hij bevriend raakte met lord Francis Burdett Money-Coutts, een rijke bankier met grote ambities en literaire aspiraties. Zijn grootste droom was creatie van een Engelse tegenhanger van de Ring der Nibelungen en daar leende zich het verhaal van koning Arthur uitstekend voor.

Merlin francis-money-coutts

Lord Francis Burdett Money-Coutts

Albéniz kreeg alle mogelijke steun van de librettist/opdrachtgever en in 1897 ontstond Merlin, wat het eerste deel van de trilogie had moeten zijn. De opera werd in zijn geheel nooit opgevoerd en de partituur lag verspreid tussen Madrid en Londen. Dat het gevonden en gerestaureerd werd is te danken aan de dirigent José De Eusebio, die, gesterkt door een sterbezetting, het ook voor Decca mocht opnemen.

De werkelijk geweldige cast wordt aangevoerd door Plácido Domingo op zijn best als Arthur. Als Merlin horen wij Carlos Álvarez: een  droom van een bariton, warm, rond en gezegend met een bijna ouderwetse morbidezza.

Ana Mariá Martinéz  is onweerstaanbaar als de slavin Nivian (luister naar ‘Hark, hark! Did he call?’ aan het eind van de eerste acte) en Jane Henschel perfect als de gemene Morgan.

De muziek is, zoals gezegd zeer wagneriaans maar dan met een vleugje impressionisme en een snufje Spaanse folklore. Een absolute aanwinst!


Isaac Albéniz
Merlin
Carlos Álvarez, Plácido Domingo, Jane Henschel, Ana María Martinéz
Orquesta Sinfónica de Madrid olv José De Eusebio
Decca 4670962

Caligula revisited

Caligula

De tegenwoordig weinig bekende Venetiaanse componist Giovanni Maria Pagliardi (1637-1702) componeerde zijn opera op het libretto van Domenico Gisberti uit 1672. De Caligula van Gisberti en Pagliardi heeft weinig gemeen met de wrede Romeinse keizer, je kunt hem eerder met een ‘Titus’, gezien door de noten van Mozart vergelijken.

De muziek zelf stelt niet echt veel voor en het verhaal heeft weinig om het lijf. Caligula wordt verliefd op een exotische schoonheid Teosena, zijn vrouw wordt jaloers, de doodgewaande echtgenoot van Teosena blijkt te leven, er wordt een beetje gevochten en er gaat iemand (schijn)dood. Happy end volgt.

Voor de productie, uitgevoerd en live opgenomen in 2017 in Scène Nationale d ‘Arras heeft de Franse dirigent Vincent Dumestre iets speciaals bedacht: hij liet de voorstelling ensceneren in de oude Siciliaanse marionettenspelstijltraditie. Daarvoor ging hij samenwerken met Mimmo Cutticchio, één van de laatste vertegenwoordigers van het vrijwel vergeten genre en inmiddels een beroemdheid.

Maar let op: het is geen reconstructie, de zogenaamde ‘pupi’ zijn door Cutticchio speciaal voor deze productie ontworpen. De prachtige marionetten, kleurrijk geschilderd en gekleed in overdadige kostuums zijn een lust voor je ogen. Dankzij de Blu-Ray techniek komt dat alles schitterend op je scherm over: de rekwisieten, de close ups, de kleuren. Weldaad.

Sophie Junker (Teosena) en Caroline Meng (Cesonia) zijn aan elkaar gewaagd, Florian Gütz is een goede Artabano en Jean-François Lombard een leuke Tigrane. Jan van Elsacker (Caligula) blijft bij de rest van de cast een klein beetje achter, zijn waanzin klinkt, althans voor mij iets te gekunsteld. Het ensemble Le poème harmonique speelt zeer stijlvol. Een echte aanrader.

GIOVANNI MARIA PAGLIARDI
Caligula
Jan van Elsacker, Caroline Meng, Florian Götz, Jean-François Lombard, Sophie Junker, Serge Goubioud
Le poème harmonique o.l.v. Vincent Demestre
Alpha Classics 716