opera/operette/oratorium/koorwerken

Alzira van Verdi: een mislukking of een vergeten meesterwerkje?

Alzira

Verdi zelf vond het een mislukking. Waarom? Het verhaal is niet gekker dan Il Trovatore of La Forza del destino en de muziek beslist niet minder mooi. Toch wordt Alzira nog maar zelden uitgevoerd. Ooit hoopte ik dat deze opname er iets aan zou kunnen veranderen, want niet vaak hoor je een uitvoering op een zo hoog niveau. Helaas. We zijn al bijna 20 jaar verder en … en wanneer zijn we Alzira tegengekomen? Triest.

Terug naar de (ooit Philips) opname. De bas Slobodan Stankovic geeft schitterend gestalte aan Alvaro, de Spaanse gouverneur in Peru. Als Gusmano, zijn zoon en opvolger, horen wij Paulo Gavanelli: een pracht van een bariton en toen (de opname is uit 2001) nog een belofte voor later. Hun duet in de eerste acte, waarin de vader smeekt om genade voor de Inca leider Zamoro, laat hun stemmen samensmelten tot een ontroerende eenheid.

Marina Mescheriakova schitterde al in de eerder dat jaar uitgebrachte Jérusalem, en ook hier stelt zij niet teleur: haar romige sopraan heeft zij volledig onder controle en haar hoogte is voorbeeldig. Haar stem klinkt meisjesachtig en onschuldig, wat haar geschikt maakt voor de meeste Verdi heldinnen.

Ramon Vargas ontpopt zich steeds meer als de tenor van onze tijd. Het is een genoegen om zijn smeuïge stem zo moeiteloos en zuiver door de noten heen te horen glijden.  Zijn Zamoro is temperamentvol en gepassioneerd, en het is volkomen duidelijk: Vargas is een ster. Ook het orkest en de dirigent zijn grandioos.


Verdi
Alzira
Marina Mescheriakova, Ramon Vargas, Paulo Gavanelli, Slobodan Stankovic
L’Orchestre de la Suisse Romande olv Fabio Luisi
Philips 4646282

Is Verdi’s Jérusalem alweer vergeten?

Jerusalem

In de tweede helft van de negentiende eeuw was Parijs één van de belangrijkste operacentra. Hier hadden (o.a.) Gioacchino Rossini en Giacomo Meyerbeer hun grootste triomfen gehad en daar wilde de jonge Verdi ook erbij horen.

Het was voor Parijs dat hij zijn I Lombardi alla prima crociata uit 1843 in Jérusalem ‘veranderde’. Het verhaal: liefde, verraad en wraak tijdens de kruistochten bleef hetzelfde, de karakters echter hebben wat meer dimensies gekregen. Uiteraard kwam er een ballet in (we waren immers in Parijs), wat in een schitterend begin van de derde acte resulteerde.

Echt innoverend is de partituur niet: men hoort er flarden van Rigoletto en Macbeth in, en zelfs het Slavenkoor (hier het Pelgrimskoor) ontbreekt er niet. Maar man, man, man: wat is het allemaal mooi!

De uitvoering is van een buitengewoon hoog niveau. Fabio Luisi zweept het orkest tot ongekende hoogten, het zingt en het zindert dat het een lieve lust is. Kijk: zo ga je met Verdi om. Vind ik, althans.

Marina Menscheriakova heeft een stem uit duizenden, een formidabele techniek en wat een inlevingsvermogen! Luister maar naar haar gebed in de eerste akte, hoe zij haar stem terugneemt…. Ongeëvenaard.

Marcello Giordani is als haar geliefde Gaston aan haar gewaagd, en ook de rest van de zangers doet voor hen niet onder. Heerlijk!


Giuseppe Verdi
Jérusalem
Marina Mescheriakova, Marcello Giordani, Roberto Scandiuzzi, Philippe Rouillon
L’Orchestre de la Suisse Romande olv Fabio Luisi
Philips 4626132 (3cd’s)

Tussen traditie en vooruitgang: I due Foscari uit Napels

I due Foscari

Het kan dus wel: moderne ‘regietheater’ dat noch het verhaal noch de muziek geweld aandoet en de gulden middenweg bewandelt tussen traditie en vooruitgang.

De Zwitserse toneelregisseur Werner Düggelin die Verdi’s I Due Foscari in 2000 voor Teatro di San Carlo in Napels heeft geregisseerd werkte vanuit de muziek. Vandaar dat het hem lukte om duidelijk te maken waar die opera over gaat: de machteloosheid van de machtige, een thema dat bij Verdi vaker voorkomt. Met Raimund Bauer (decor), Jorge Jara (kostuums) en Jürgen Hoffman (belichting) vormde hij een volmaakt team dat je deed vergeten dat het eigenlijk een draak van een opera is.

Niet dat het slecht is, want dat is bij Verdi nooit het geval. Bovendien experimenteerde hij toen al met persoonsgebonden thema’s. Let op de klagelijke klarinetsolo die Jacopo vanaf ‘Qui ti rimani alquanto’ in de eerste akte tot ‘All’infelice veglio’ in het derde bedrijf begeleidt, en al vooruitwijst naar La Traviata

De uitvoering zelf is uitstekend. Nello Santi dirigeert met veel weemoed en elan, Vincenzo La Scola zet een technisch en dramatisch trefzekere Jacopo neer en Leo Nucci overtuigt als zijn vader.

Van de stem van Alexandrina Pendatschanska moet je houden, maar alle noten zijn er en zij is een voortreffelijke actrice die haar publiek weet te boeien.

Giuseppe Verdi
I due Foscari
Leo Nucci, Vincenzo La Scola, Alexandrina Pendatschanska, Danilo Rigosa e.a.
Orkest, koor en ballet van Teatro di San Carlo olv Nello Santi
Regie:
Werner Düggelin
Arthaus Musik
700190

Pijnlijk mooie Tenebrae van Gesualdo door Graindelavoix

Tekst: Neil van der Linden

Gesualdo

De Tenebrae, ‘duisternis’, is een Rooms-Katholiek kerkelijk ritueel voor de laatste dagen van de Lijdensweek: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Gedurende die drie dagen worden één voor één kaarsen van een kandelaar gedoofd, totdat de kerk aan het eind van de derde nacht in totaal verduisterd is. De teksten voor de drie nachtelijke rituelen omvatten natuurlijk het lijdensverhaal uit de Evangeliën. Verder vonden de kerkvaderen die de teksten samenstelden de Klaagzangen van Jeremia passend, over de vernietiging van Jeruzalem door de Babyloniërs.

Psalm 51, het Miserere, kreeg een prominente plek, een zogeheten Boetepsalm van David, over een wat profaan onderwerp, Koning David’s buitenechtelijke verhouding met Bathseba, echtgenote van één van zijn commandanten, maar de tekst wordt blijkbaar opgevat als een algemeen gebed om vergeving van zonden. En er is een optimistischer gestemde tekst uit de Lofzangen van Zacharia, ‘Benedictus’, over de besnijdenis van Johannes de Doper, vooruitlopend op de geboorte van Christus, in zekere zin dus terug naar AF.

Vele componisten hebben zich ook op deze passages uit de liturgie gestort, waaronder Lassus, Byrd, Palestrina, Couperin en Haydn tot en met Poulenc, Strawinksy en Boulez, waarbij met name de Klaagzangen, als Lamentationes, populair waren. Gesualdo heeft die Klaagzangen niet gebruikt, maar Graindelavoix heeft zettingen in het Gregoriaans toegevoegd.

Gesualdo Christus

Christus in het Hof van Ghetsemaneh, Gerard Honthorst

In het Festival Oude Muziek in Utrecht waar de Tenebrae werden uitgevoerd, moest het wat optimistischer Benedictus, dat de driedubbel-CD-opname besluit, het veld ruimen en werd het Miserere, dat nu aan het eind van CD-1 komt, tot slotstuk gepromoveerd.  Het is het enige stuk waarin Gesualdo het ‘responsoria’ idee intact heeft gelaten, solozang afgewisseld met ensemblezang, en de harmonieën zijn minder grillig, waardoor het een fraai berustende finale werd. En ook al is het Miserere somber gestemd, de boetedoening in de tekst kreeg daarmee een algemenere betekenis.

Gesualdo Honthorst

Zoals bekend schiep de edelman Carlo Gesualdo, prins van Venosa (1566 –1613), een eigen muzikaal universum, waarin hij, zo’n beetje met wat Bach aan het eind van de barok deed, strikt en aartsconservatief vasthield aan de muzikale beginselen van de tijd waarin hij was opgegroeid, de Renaissance, maar tegelijkertijd dat zo radicaal deed, met harmonieën vol dissonanten en steeds grilliger modulaties, dat zijn muziek ook ver vooruitkeek.

Gesualdo was muzikaal overigens van niemands waardering afhankelijk, hij schiep zijn muziek voor eigen gebruik. Dat kon hij zich permitteren. Zijn moeder was een Borromeo, van één van de invloedrijkste families van Italië, en een nicht van de Paus. Zijn eerste echtgenote was een prinses en een volle nicht. En terwijl we van enige mevrouw Monteverdi of mevrouw Palestrina zelden iets horen, zijn het de lotgevallen van die eerste echtgenote die het beeld van Carlo Gesualdo hebben bepaald.

Ik weet niet of Wagner bekend was met Gesualdo. Maar de plot van de opening van de tweede acte van Tristan und Isolde lijkt op het verhaal van de ontdekking van een buitenechtelijke relatie van zijn echtgenote. Op zekere avond deed Gesualdo alsof hij op jacht ging. Hij keerde vroegtijdig terug en trof echtgenote en haar minnaar in bed aan. Beiden reeg hij aan de degen. Het hooggerechtshof concludeerde echter: geen misdaad. Had die conclusie misschien iets te maken met zijn hoge positie? Neef van de Paus?

Hij hertrouwde, in een huwelijk dat ook weinig geluk zou brengen. Dat was met iemand uit de d’Este familie, van de Villa d’Este waaraan Liszt later een stuk zou opdragen in de Années de Pélerinage. Misschien is de plot voor de tweede acte van Tristan, waarin iets vergelijkbaars gebeurt, via Liszt bij Wagner terecht gekomen? Al met al genoeg reden voor latere boete en devotie. En die spreken uit deze muziek, de componist dan bovendien privé in een duistere kapel liet opvoeren.

Gesualdo graindelavoix-1084

Graindelavoix, een vroege voorjaarsdag © Koen Broos

Toen ik Graindelavoix voor het eerst hoorde, op hun CD met de Missa Caput van Ockeghem, kreeg ik visioenen van zingende Vlaamse boeren, met zand aan hun schoenen in een kathedraal. Lange slepende noten, en de boeren maar tegen elkaar opzingen. En ze dachten tijdens het zingen niet alleen aan de Goddelijke devotie, maar ook het bier die klaar zou staan na de mis, en het feest dat plaats zou vinden als op een schilderij van Brueghel.

Vandaar dat de lange slepende noten, die uit volle borst gezongen gezamenlijke crescendos en glijdende uithalen. Let wel, er waren kathedraalscholen, en de regio was welvarend, dus men kon zich riante zangopleidingen permitteren. Maar het is zeker dat men daar geen zangtechnieken onderwees zoals we die kennen sinds de opkomst van het belcanto.

Dat slepen en glijden in de intonaties klinkt als de traditionele zangtechnieken die heden ten dage nog steeds worden toegepast in de Oosters-Orthodoxe kerken, de zang van Corsica en Sardinië, en ook in de Arabische en Turkse muziek. Maar was het niet de kerkvader Sint-Augustinus, zelf Berbers, die de muziek in de Roomse kerk maar saai vond, en elementen van de muziek van thuis in de eredienst introduceerde?

Om te horen hoe dat zou hebben kunnen klinken, hadden Marcel Pérès en zijn ensemble Organum al met zangers uit Mediterrane tradities geëxperimenteerd, in vroege kerkmuziek van Rome tot aan Vlaamse polyfonie van Josquin de Prez. Graindelavoix bouwt hier min of meer op voort, stortte zich naast Vlaamse polyfonie zelfs op Engelse Renaissance, muziek waarvan je dacht dat die voorbehouden was aan Engelse ensembles met strakgetrokken intonaties. En nu is Graindelavoix aangeland bij min of meer het sluitstuk van de Renaissancemuziek, Gesualdo’s Tenebrae.

De passages uit de Klaagzangen van Jeremia worden afwisselend gezongen door de Est Marius Peterson, in de Rooms-Katholieke Gregoriaanse traditie van zijn land, en de Roemeen Adrian Sirbu, doorkneed in de Balkan-Orthodoxe zangstijl. Voor de madrigalen omvat het ensemble daarnaast ook de mannelijke alt Razek-François Bitar, met een Syrisch-Orthodoxe achtergrond, en een Italiaan, een Spanjaard en een Schots/Maltese, verder een Amerikaans/Zweedse, en tenslotte twee Vlamingen, waaronder oprichter en dirigent Björn Schmelzer zelf.

Al die Mediterrane intonaties toegepast op Gesualdo’s chromatiek, dissonanten en toonsoortveranderingen grijpen je bij de maag. Is dit een aanbeveling? Ja……. Pijn kan een gevoel van welbehagen achterlaten. Het is verslavend.

Dit is de eerste complete opname sinds jaren, andere relevante ensembles hebben afzonderlijk delen op CD gezet, zoals de Tallis Scholars, sereen, maar afstandelijk, en het Hilliard Ensemble, intiem en menselijk, maar ook wat monotoon. Bij Graindelavoix wordt het drama, het passieverhaal is drama.


Carlo Gesualdo
Tenebrae
Graindelavoix olv Björn Schmelzer
Glossa GCD P32116 3CDs

Over de Opera Rara opname van Il Pirata, één van de mooiste belcanto opera’s

Pirata

Il Pirata, voor mij één van de mooiste opera’s van Vincenzo Bellini is voor veel mensen niet meer dan een titel. Begrijpelijk, het wordt tegenwoordig nog maar zelden opgevoerd en de (studio)opnamen zijn schaars. Onbegrijpelijk, want die opera is niet alleen onbeschrijfelijk mooi maar ook waanzinnig goed!

Neem alleen de laatste scène: het behoort tot de beste wat Bellini ooit schreef. U hoort er al Donizetti’s Lucia di Lammermoor in. En het openingskoor uit de derde akte, ‘Che rechi tu’, kan je bijna letterlijk in Macbeth en Luisa Miller van Verdi terugvinden.

Tot voor kort kende ik maar drie (studio)opnamen van de opera, met als Imogene-vertolksters Montserrat Caballé, Maria Callas en Lucia Aliberti. Voor het gemak tel ik de ZaterdagMatinee-uitvoering met Nelly Miricioiu dan niet mee, die is tenslotte niet uitgebracht (ZONDE!).

Carmen Giannattasio’s timbre is veel lichter en minder dramatisch dan die van Callas en veel stroever dan die van Caballé, maar als je hun stemmen even uit je hoofd zet, kan je niet anders dan toegeven dat zij heel wat te bieden heeft, zeker in haar waanzinaria.

Meer moeite heb ik met de heren. Ludovic Tézier is een voortreffelijke zanger, maar belcanto… nee, daarvoor is zijn bariton niet soepel genoeg. In de passages waarin hij wat minder coloraturen te zingen heeft en gewoon autoritair mag zijn, is hij niettemin zonder meer overtuigend.

José Bros gold ooit als één van de meest veelbelovende jonge belcantozangers van zijn generatie, maar die belofte heeft hij eigenlijk nooit ingelost. Hij heeft een prima hoogte en goede coloraturen, maar zijn stem komt af en toe geknepen over.

David Parry, één van de grootste belcantospecialisten tegenwoordig, dirigeert meer dan bevlogen.


Vincenzo Bellini
Il Pirata
Carmen Giannattasio, José Bros, Ludovic Tézier, Victoria Simmonds e.a.
London Philharmonic Orchestra olv David Parry
Opera Rara ORC45

Twee ‘Les Troyens’ uit de archieven

berlioz_les_troyens_-_gardiner

Persoonlijk houd ik niet zo van Les Troyens. Het is me te statisch, te klassiek van vorm ook, want op zoek naar zijn ideale klankbeeld reisde Berlioz terug in de tijd, Gluck achterna.

Een goede voorstelling kan echter wonderen verrichten, en zie: een wonder is geschied.

De in 2003 in Théatre du Châtelet op 3 DVD’s (Opus Arte OA 0900 D) opgenomen productie van Yannis Kokkos kan ik in één woord worden beschrijven – FANTASTISCH!

Van het begin tot het eind keek ik geboeid, en was vol bewondering voor zowel de regisseur (die ook de enscenering en kostuums voor zijn rekening nam) als ook de zangers.

In de eerste twee akten koos Kokkos voor sensationele visuele effecten, die beginnen nog voordat het doek opengaat. Middels spiegels en projecties, kleuren en lichten, ontstaat een multidimensionale voorstelling, niet begrensd door regels, noch door de logica.

Zo creëert hij een stad in een stad, zo kunnen we de glorie van de oude Troje nog aanschouwen op hetzelfde moment als zij al onder gaat. Het Carthago gedeelte is wat rustiger, hier overheersen de harmonie en geometrische lijnen.

De opera wordt gedragen door twee zangeressen: Anna Caterina Antonacci, een sopraan met een fantastische laagte, sensationele gebaren en onbegrensde mimiek imponeert als de gekwelde Cassandre en de zoetgevooisde Susan Graham zet een bijzonder ontroerende Didon neer.

Susan Graham en Gregory Kunde in ‘Nuit d’ivresse’:

Maar ook met de heren is er helemaal niets mis: Gregory Kunde (wat een prachtige, makkelijke hoogte!) schittert als Énée en Laurent Naouri is een imponerende Narbal/Le Grand Prêtre.

John Eliot Gardiner dirigeert het zeer transparant spelende Orchestre Révolutionnaire et Romantique

Troyens Domingo

Een jaar of tien geleden heeft DG (0734310) een behoorlijk ingekorte voorstelling van de Metropolitan Opera op dvd uitgebracht. Het dateert uit 1983 en is (hoe kan dat anders?) zeer traditioneel, met alles daarop en daaraan. Prachtig vind ik het! Machtig, overweldigend…

En kijk maar eens wie de vertolkers van de hoofdrollen zijn: Jessye Norman (Cassandra), Tatiana Troyanos (Dido), Plácido Domingo (Aeneas)!

Jessye Norman als Cassandra:

Sterfscène van Didon (probeer het droog te houden!):

De opname zelf is ook bijzonder: omdat er, tijdens de live tv-uitzending op 8 oktober de elektriciteit was uitgevallen, werd een klein deel van de tweede akte geplukt uit een eerdere voorstelling.

Jimmy Levine dirigeert zoals we van hem gewend zijn: spannend, groots en met spierballen.

Imelda de’ Lambertazzi van Donizetti: opera met één van de ontroerendste sterfscènes ooit

Imelda

Met de volkomen vergeten opera Imelda de’ Lambertazzi van Gaetano Donizetti doet het label Opera Rara zijn naam eer aan. De zeldzame opera zit vol prachtige melodieën, die uitstekend uitgevoerd worden door de solisten.

Imelda de’Lambertazzi speelt zich af in het door oorlogen tussen de Ghibellijnen en de Welfen verscheurde Bologna. Imelda en Bonifacio worden verliefd op elkaar, maar zij is een Ghibellijn en hij een Welf, dus op een goede afloop hoef je niet te rekenen.

Niet echt een verrassend gegeven, en toch is Imelda anders dan de meeste opera’s uit die tijd: er is geen ouverture, en de mannelijke hoofdrol wordt gezongen door een bariton.

Nicole Cabell zingt een mooie titelheldin, en haar stem mengt goed met James Westman’s lichte, bijna tenorale bariton.

Hun bijdrage verbleekt echter bij de formidabele prestaties van beide tenoren. Frank Lopardo’s stem is in de loop der jaren donkerder en mannelijker geworden, toch heeft hij niets aan zijn souplesse verloren. Massimo Giordano beschikt over een pracht van een lyrische tenor, waarmee hij ook overtuigend weet te acteren.

Het perfect spelende Orchestra of the Age of Enlightment wordt met verve gedirigeerd door Mark Elder.

Of het echt een meesterwerk is? Geen idee en dat kan mij eigenlijk niet schelen. De opera zit barstensvol prachtigste melodieën, en de sterfscène van Imelda (bewaar de appendix voor later) behoort tot de ontroerendste in de operaliteratuur. Bedankt Opera Rara!


Nicole Cabell, James Westman, Massimo Giordano, Frank Lopardo, Brindley Sherratt; Orchestra of the Age of Enlightment/Mark Edler
Opera Rara ORC36