Month: oktober 2017

La Traviata door De Nederlandse Reisopera

LaTraviataNRO014

© Marco Borggreve

La Traviata is niet voor niets één van de bekendste en de meest geliefde opera’s ever, want al heb je het al honderd keer gezien: het blijft ontroeren. Nog vóór het slotakkoord het onontkoombare (al blijf je tegen beter weten in hopen op een plotselinge happy-end) eind aan Violetta’s leven maakt zit je onontbeerlijk te snotteren. Want wie kan het nog droog houden bij het geluid van de openvallende deur waar door Alfredo en zijn vader net op tijd binnenkomen om de stervende Violetta in hun armen te nemen?

LaTraviataNRO082

Urška Arlič Gololičič (Violetta) en Jésus Garcia (Alfredo) © Marco Borggreve

Welnu: de ontroering, die is gisteren weggebleven en mijn meegenomen zakje Kleenex kon onaangeroerd in mijn tas blijven. Wiens schuld was het? Lag het aan de regie die – toegegeven – veel steekjes heeft laten vallen, of was er meer aan de hand?

Tegenwoordig klagen we vaak over de visuele kant van de meeste hedendaagse producties en de mislukkingen van een voorstelling schrijven we doorgaans toe op conto van de regisseur. Het is dan ook vaak het geval, maar, laten we eerlijk zijn: ogen kunnen we nog sluiten, de oren niet.

Opera gaat – voornamelijk – over de muziek en staat of valt met de zangers. Het is een truïsme, maar: zonder zangers geen opera. Dat de (meeste) dames en heren regisseurs een andere mening zijn toegedaan weten we inmiddels wel, maar gemakshalve vergeten we dat er nog een ander groot ego de beleving van een meesterwerk in de weg kan staan: die van een dirigent. En laat het nou dé reden (of u wilt: de vóórnaamste reden) te zijn van de mislukking van de nieuwste productie van La Traviata door de Nederlandse Reisopera.

La Traviata Rivas

Ilyich Rivas

De jonge, nog maar vierentwintigjarige Venezolaan Ilyich Rivas mag dan al veel ervaring in Glyndebourne en bij Opera North hebben opgedaan, aan La Traviata heeft hij zich duidelijk vertild. Ik heb waarlijk geen idee wat voor verhaal hem voor ogen lag, maar het was zo eendimensionaal dat van de geniale muziek van Verdi weinig was overgebleven. Langzaam, langzamer …. stilstaand. Meer smaken had hij niet tot zijn beschikking.

Zijn gebaren waren verwarrend, daar zouden de deelnemers van het TV-programma ‘Maestro’ zich niet voor hebben hoeven te schamen. Geen wonder dat de orkestleden er niet zo goed raad mee wisten. Hun spel was ongelijk en slordig.

Geen wonder ook dat de emoties van Violetta in ‘È strano’ en de daarop volgende ‘Sempre libera’ vanuit de orkestbak totaal werden genegeerd. Waar de sopraan gewoonlijk van opgewonden tot nadenkend, van verliefd tot ontkennend tot verliefd moet laveren heeft het orkest haar in de kou laten staan. Onder de tergend langzame tempi van Rivas gingen alle coloraturen van Urška Arlič Gololičič ten onder. Mocht ze überhaupt daar over beschikken….

Dat de Sloveense sopraan (voornamelijk) niet op haar zangkwaliteiten werd gecast was nogal wiedes. Maar zo slecht had het ook niet gehoeven te klinken want ik ben er absoluut zeker van dat ze heel wat meer heeft te bieden. Haar emoties in de laatste twee actes waren echt en bij vlagen wist ze mij ontroeren.

LaTraviataNRO022

Urška Arlič Gololičič (Violetta) en Jésus Garcia (Alfredo) © Marco Borggreve

Jesús Garcia zong een fatsoenlijke Alfredo. Het was absoluut ok, maar ook niet meer dan dat. De stem is mooi, de noten zijn er, maar zijn uitstraling, ondanks zijn knappe uiterlijk was meer van een ambtenaar dan van een passionele en jaloerse minnaar. Misschien met een ander dirigent en met een betere personenregie zou hij tot betere prestaties kunnen komen? Ik weet het niet.

LaTraviataNRO047

Urška Arlič Gololičič (Violetta) en Anthony Michaels-Moore (vader Germont), met op de achtergrond Jésus Garcia (Alfredo) © Marco Borggreve

Anthony Michaels-Moore behoorde ooit tot mijn geliefde zangers. Helaas, de tijd heeft een (vroege) stempel op zijn stem gezet en van zijn prachtige, warme, lyrische bariton was niet veel meer over. Zo af en toe hoorde je nog flarden van wat het ooit was geweest, voor de rest leek zijn zang het meest op sprechgesang.

Hanna-Liisa Kirchin was een voortreffelijke Flora, van haar zou ik wat meer willen horen. Ook Eddie Wade (Barone Douphol) wist mij te bekoren en Paolo Battaglia zong een uitstekende Dottore Grenville.

La-traviata-Nederlandse-Reisopera-repetitiefoto-foto-Annina-Romita-2

Floris Visser en Ilyich Rivas tijdens de repetitie © Annina Romita

Ik ben het niet met de (her)interpretatie van Floris Vissers eens, maar ik zou er mee kunnen leven als hij zijn personen wat meer reliëf had gegeven. Maar wat ik hem voornamelijk kwalijk neem is het gebrek aan logica. Hoe kunnen er mannenkleren tevoorschijn komen uit het koffertje waar Annina mee naar Parijs ging? En: hoezo schrikken de hoeren, hun pooiers en hoerenlopers ervan als de gast een van de dames voor haar diensten gaat betalen? Toegegeven, het gebeurt met veel stampei, maar toch…

Het valt echter niet te ontkennen dat Vissers een beeld heeft gecreëerd waar ik het dan niet mee eens ben, maar die zonder meer mooi was om te zien (de belichting!) en nergens choquerend om te choqueren.

Tot slot een vraagje: moest de laatste acte zich grotendeels helemaal rechts afspelen? Vanaf mijn plaats (tweede rij balkon aan de rechter kant) kon ik vrijwel niets zien.

Libiamo:

Giuseppe Verdi
La Traviata
Urška Arlič Gololičič, Jesús Garcia, Anthony Michaels-Moore, Hanna-Liisa Kirchin, Eddie Wade, Paolo Battaglia e.a.
Het Gelders Orkest en Consensus Vocalis olv Ilyich Rivas.
Regie: Floris Visser

Bezocht op 30 oktober 2017 in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

Zie voor meer informatie op de website van de Nederlandse Reisopera.

Discografie van La Traviata:

LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Mahler 5 onder Mariss Jansons: daar ben ik niet blij mee

Mahler 5 Jansons

Ik ken geen land dat een grotere Mahler-traditie heeft dan Nederland. Wellicht is dat ook de reden dat er elke nieuwe chef-dirigent van het KCO aan zijn eigen Mahler-cyclus begint? Mariss Jansons deed het in zijn Amsterdamse periode en nu hij zijn tijd voornamelijk in München doorbrengt doet hij het ook met zij Bayerische omroeporkest.

Maar ook voor de Müncheners is Mahler geen terra incognita: al in de jaren zestig hebben ze al zijn symfonieën opgenomen onder hun toenmalige chefdirigent Rafael Kubelik. Op papier ziet de uitgave er dus veelbelovend uit, maar van het resultaat gaat mijn hart niet sneller lopen.

Ik sta open voor allerlei interpretaties en laat mij graag overtuigen maar van de dirigent verlang ik dat hij minstens de tempo aanduidingen van de componist respecteert. De beroemde Adagietto hoort ‘Sehr langsam’ gespeeld te worden, maar dat doet Jansons niet. Net zo min als de ‘Trauermarsch (In gemessenem Schritt . Streng. Wie ein Kondukt)’! Vergelijk zijn tempi maar eens met die van Bernstein of mijn absolute favoriet, Eliahu Inbal!

Niet dat Jansons aan het sprinten is, dat ook weer niet, maar opeens moet ik aan de andere vijfde symfonie denken, die van Beethoven. Geen goed teken. Bij de Rondo-Finale (tempo aanduiding: Allegro) aangekomen heeft de dirigent zijn trein al gehaald en doet hij er twee en een halve minuut langer over dan Bernstein en zelfs drie dan Bruno Walter!

Hoezeer ik Jansons ook niet bewonder: deze cd ga ik niet koesteren.


GUSTAV MAHLER
Symphony nr.5
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Mariss Jansons
BR Klassik 900150 • 74’

Meer Mahler door Mariss Jansons:

MAHLER 8 van Mariss Jansons

MAHLER 4 Jansons

Mahler 2 onder Jansons: de klank die het van de inhoud wint

 

Cornelius Meister dirigeert Das Klagende Lied: de zangers zijn uitstekend

Das Klagende Lied Meister

Mahler was amper twintig toen hij in 1880 Das klagende Lied voltooide. Het zeer romantische maar o zo treurige sprookje over een koningszoon die zijn broer vermoordt in de strijd om macht en liefde beschouwde de componist zelf als zijn opus 1 en het eerste werk waarin hij zichzelf – zoals hij later schreef – ‘in dem ich mich als “Mahler” gefunden habe’. Daar had hij gelijk in want dat het werk ‘des Mahleriaans’ is staat buiten kijf.

In de cantate, waarvoor Mahler zelf de tekst – ontleend aan sprookjesverzamelingen van Ludwig Bechstein en gebroeders Grimm – schreef, hoor je al de aanzet tot zijn eerste twee symfonieën. Toch – het werk uitgevoerd zien te krijgen ging niet van leien dakje.

In 1893 herzag Mahler het werk waarbij deel één sneuvelde. Die versie dirigeerde hij het voor het eerst in 1901, in Wenen.

Het was pas in 1969 dat het origineel manuscript van de driedelige versie werd ontdekt. Das Klagende Lied wordt niet zo vaak uitgevoerd en het is ook zijn minst opgenomen werk; iedere nieuwe opname, mits goed, is dan ook zeer welkom.

De opname onder Cornelius Meister is zonder meer goed, maar niet zo goed dat het mij de versies onder Sinopoli, Tilson-Thomas of Rozhdestvensky doet vergeten.

Het ligt niet aan de zangers, van wie ik voornamelijk Tanja Ariane Baumgartner en Adrian Eröd zeer overtuigend vind, het ligt aan het orkest. In hun spel mis ik de specifieke klank die van Mahler Mahler maakt.


GUSTAV MAHLER
Das klagende Lied
Simone Schneider (sopraan), Tanja Ariane Baumgartner (mezzosopraan), Torsten Kerl (tenor), Adrian Eröd (bariton)
Wiener Singakademie en het ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Cornelius Meister
Capriccio C 5316 • 60’

Mariss Jansons dirigeert het spectaculair spelende Koninklijk Concertgebouworkest, Eva-Maria Westbroek soleert

Westbroek Jansons concert

Mariss Jansons © Anne Dokter.

Weet u wat het verband is tussen de muziek van Sjostakovitsj, Tsjaikovski en Rachmaninoff en die van Liszt? Nee? Ik ook niet. Sterker: die is er niet.

Zijn ‘Le Préludes’ vind ik een stuk van niets. In tegenstelling tot wat de titel belooft zit er in het stuk noch een voorspel noch een inleiding tot een drama. Het stuk zelf is een drama en dat bedoel ik letterlijk. En geprogrammeerd aan het eind van een avond “de Slavische ziel bloot leggen’ slaat het als de spreekwoordelijke k*t op Dirk. Mariss Jansons heeft er blijkbaar affiniteit mee, zijn lezing van die draak van het stuk (weet u hoe lang een kwartier duurt als je eigenlijk al naar huis wil? ) stond namelijk als een huis.

Maar dáár voor was het publiek niet naar zijn concert gekomen want naar de ovaties, bravo’s en enthousiasme gemeten kwam men voornamelijk om Eva Maria Westbroek te horen. Ik ook. Zeer nieuwsgierig was ik ook naar haar interpretaties van de muziek die zij tot nu toe nog niet (of amper) heeft gezongen.

Of het haar gelukt is? Ja en nee, maar daarover later, want eerst werden we getrakteerd – en dat bedoel ik letterlijk – op een grandioze lezing van de zesde symfonie van Sjostakovitsj. Niet één van zijn bekendste werken, het wordt dan ook minder vaak gespeeld. Het is verklaarbaar.

Zijn zesde symfonie componeerde Sjostakovitsj in 1939, in de periode dat de Sovjet-verschrikkingen misschien niet meer op hun hoogtepunt waren maar nog steeds aanhielden en de politieke restricties (en de allesomvattende en alom vertegenwoordigde) censuur niet alleen een ‘herkenbare melodie’ maar ook een politcor-programma van de componisten verlangde. Dus beloofde Sjostakovitsj met zijn zesde symfonie ode aan Lenin te brengen, maar in het uiteindelijke resultaat was noch Lenin, noch ode, laat staan een ode aan Lenin te vinden. Waardoor de symfonie niets meer (maar ook niet minder!) is geworden dan een heerlijke samensmelting van de hemelse klanken die nergens over gaan.

De eeuwig durende Largo met zijn geen begin en geen einde, met daartussenin een eeuwig stilstaande kosmos heeft mij in een soort extase gebracht, wat versterkt werd door de spectaculaire klank van de strijkers.

In de daaropvolgende Allegro werd het stokje overgenomen door de in de hoofdrol geplaatste – door Sjostakovitsj innig geliefde –  es-klarinet. Het klonk speels en hemels tegelijk: bravo Arno Piters!

Het laatste deel, Presto is alweer een echte Sjostakovitsj: ludiek, schertsend en de spot drijvend met … met alles eigenlijk en dat alles met een hoog amusementsgehalte. Ook daar wist Mariss Jansons goed raad mee en liet het publiek in de staat van verrukking.

Westbroek Janson

Eva-Maria Westbroek © Anoniem

Na de pauze werden de emoties teruggebracht (of, zo u wilt, verhoogd) tot diep menselijke proporties, nu ging het over de liefde. Laat het aan Eva-Maria Westbroek over zou je zeggen, want een allesverzengende liefde, daar is zij inmiddels een expert in. Maar is de puberale liefde van een zestienjarig meisje in een diepe Russische provincie te vergelijken met de lichamelijke emoties van een volwassen vrouw?

Westbroek maakte de gelijkenis wel. Haar Tatjana kreeg immense afmetingen, het was niet meer haar jonge ‘ik’ maar haar rijpe alter ego uit de laatste akte.

Dat zij de aria met veel grote gebaren versierde vond ik op zich niet erg: ooit een opgewonden tienermeisje gezien? En, stond zij stil? Gekleed in een prachtige blauwe jurk wist Westbroek de onoverkomelijke trieste afloop van haar puppy-love te verklanken, al wenste men zich soms iets meer verstilling.

De verstilling, die is voor de liederen van Rachmaninoff – zelfs in hun georkestreerde gedaante – onontbeerlijk. Hier werkten Westbroeks’ grote gebaren als een stoorzender, want het verlangen en de weemoed die de liederen doorgaans ademen, die werden verbannen en intimiteit was ver te zoeken. Maar het valt niet te ontkennen dat het deels ook aan de orkestraties lag.

Het is zeer spijtig dat Wesbroek – in plaats van romances van Rachmaninoff – niet de aria van Katerina Ismailova uit ‘Lady Macbth of Mtsensk’ van Sjostakovitsj had gezongen. Niet alleen ligt dat repertoire haar veel beter, het had ook beter bij het programma gepast.

En toen was er de vermaledijde Liszt en het voelde als een keiharde valse noot. Zelf zou ik geen nee zeggen tegen nog een mopje Tsjaikovsky. Van mijn part mocht het orkest het verrukkelijke ‘Wals’ uit de Schone Slaapster mogen herhalen, want wat was het goddelijk!

Dmitri Sjostakovitsj – Symfonie nr.6
Pjotr Iljitsj Tsjaikovsky – Briefscène uit ‘Jevgeni Onjegin’; Wals uit ‘De schone Slaapster’
Sergei Rachmaninoff – liederen
Franz Liszt – Les préludes
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Koninklijk Concertgebouworkest olv Mariss Jansons

Gehoord 26 oktober 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

Het programma wordt zondag 29 oktober live uitgezonden:

http://www.radio4.nl/zondagmiddagconcert

Verrassend fraaie Vaughan Williams uit Duitsland

Vaughan Williams Steffens

Ralph Vaughan Williams mag dan één van de belangrijkste Britse componisten uit het begin van de twintigste eeuw zijn geweest, zijn muziek is buiten zijn geboorteland niet heel erg populair. Daar komt nog bij dat de meesten van de vele opnamen met zijn composities werden gemaakt door Engelse (of Amerikaanse) orkesten en dirigenten.

Dat het zo is, is verklaarbaar: Vaughan Williams – en zijn meest naaste collega en vriend Gustav Holst hebben er alles aan gedaan om hun muziek vrijwaren van Duitse invloeden en echte ‘Britse muziek’ te creëren.

Vaghan Williams werd sterk beïnvloed door de muziek uit de zestiende eeuw (Thomas Tallis was de grootste favoriet), daarbij heeft hij rijkelijk uit de Engelse volksmuziek geput en (her)gebruikte hij liederen en dansen van het platteland. En jazeker: dat het hem gelukt is is nogal wiedes, zijn muziek ís anders. Zelf vind ik het prachtig, maar menig – zeker Duits georiënteerde – muziekliefhebber haalt er zijn neus voor op.

Een opname gemaakt door een Duits orkest en gedirigeerd door een Duitse dirigent behoort dan ook tot rariteiten. Maar ook aan muzikale rariteiten geen gebrek op deze cd want de meeste van de door Capriccio opgenomen werken hoor je eigenlijk zelden of nooit.

De aanpak van de Duitsers vind ik buitengewoon fraai. Je hoort nog steeds dat het niet anders dan Engels kan zijn, maar ergens in de verte doemt ook Dvořak op. Dat hoor ik voornamelijk in de ouverture van de opera The Poisoned Kiss, een heerlijk zes minuten durend werkje uit 1927.

Maar het mooist vind ik Fantasia on Sussex Folk Tunes, een onvervalste celloconcerto, meesterlijk en zeer aanstekelijk gespeeld door Martin Rummel. Wist u trouwens, dat het niemand minder was dan Pablo Casals die het werk in 1930 voor het eerst heeft uitgevoerd?


RALPH VAUGHAN-WILLIAMS
The Poisened Kiss; Fantasia on Sussex Folk Tunes; In The Fen Country; Three Portraits from “The England of Elisabeth”
Martin Rummel (cello)
Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz olv Karl-Heinz Steffens
Capriccio C5314 • 70’

Mélancolie van Miki Aoki is gewoon waardeloos

Melancolie

Ik had gewaarschuwd moeten zijn. Wie zijn recital Melancholie noemt stevent met voorbedachte rade op beoogd effect: de potentiële luisteraar bij voorbaat in de gewenste stemming te brengen.

Maar ook op de verkoopcijfers want niets verkoopt zo goed als zieligheid en tristesse. Als het maar in mineur staat! Nu is er helemaal niets mis met beiden, maar dan moet men kwaliteit kunnen bieden, want de zak met treurigheid is werkelijk onuitputtelijk. Laat dat nou net niet het geval zijn: het niveau van de mij onbekende Miki Aoki is werkelijk bedroevend.

Het  eerste nummer al, de ‘Mélancolie’ van Francis Poulenc is niet anders dan een cascade van lege klanken, van een nietszeggende gepingel. De noten staan er wel op, dat wel, maar verder?

Hier wordt ik hysterisch van en krijg de neiging om te gaan gillen, al was het om de iele pianoklanken te doen verstommen. Ik pak even de opname van Julien Lellac er bij en kan weer ademhalen.

Hieronder trailer van de opname:

‘Souvenir de Chopin’ van Arthur Honegger zou de reminiscentie aan de grote Pool moeten zijn, maar dat is het niet. Wat moet ik nog meer zeggen? Dat haar Satie ronduit saai is? En dat de ‘Prélude’ van Georges Auric (onderdeel van Album de Six) zo hard klinkt dat de door haar beoogde melancholie met schrik is verdreven?


MÉLANCOLIE
Pianowerken van Eric Satie, Francis Poulenc, Darius Milhaud, Arthur Honegger, Louis Durey, Georges Auric, Germaine Taifferre
Miki Aoki, piano
Profil Hänssler PH15023 • 66′

La clemenza di Tito door het Orkest van de Achttiende Eeuw

Clemenza affiche

Ik geef toe: ik houd van grote stemmen. Stemmen die dragen, die resoneren, stemmen die vanzelf je oren en daarvandaan je hart en de rest van je lichaam bereiken. Stemmen waar je geen moeite voor hoeft te doen om ze te horen, om te verstaan wat ze je willen vertellen. Althans: in de concertzaal, want met de manipuleer-knoppen en de tegenwoordig onuitputtelijke technische mogelijkheden in de studio’s kun je zelfs van een muizenstem stem een Brünhilde maken. Of een Otello.

La_clemenza_di_Tito_1642_C0012_000152

Deirdre Angenent (Vitellia) en Paula Murrihy (Sesto)

Maar dat is de reden niet – althans niet de voornaamste – dat ik Deirdre Angenent zo geweldig vond in haar rol als Vitellia. Haar woede-uitbarstingen waren zo uit het leven gegrepen en net zo echt klonk ook haar spijt en berouw. Een levensechte vrouw, die haar gekrenkte trots wilde wreken, maar tegen welke prijs? Tel daarbij haar koninklijke uitstraling – een echte prinses waardig, haar charisma en haar présence: top! Daar stond een zangeres van een werkelijk wereldklasse.

La_Clemenza_di_Tito_9982_foto_HansHijmering

Paula Murrihy en Deirdre Angenent

Soms deed zij mij aan Caroll Neblett denken, ook zij had die fenomenale dramatische uitbarstingen paraat zonder dat haar legato er onder leed. Neblett was ooit een fantastische Minnie (La Fanciulla del West), maar daarvoor zong zij – voor mij althans – één van de beste Vitellia’s ooit. Wellicht de indicatie in welke richting het prachtige instrument van Argenent zich gaat ontwikkelen?

Deirdre Angenant zingt ‘Ecco il punto…Non più di fiori’  op het vijftigste IVC in den Bosch. Opgenomen tijdens finales op 14 september 2014:

 

Fenomenaal was ook de Ierse mezzosopraan Paula Murrihy als Sesto. Murrihy beschikt over een soepele en smeuïge stem met warme ondertonen, waarmee zij ook fantastisch wist te acteren. Haar Sesto was meelijwekkend maar nergens pathetisch, iets waar die rol vaak in wil ontaarden. Haar grote aria Parto, parto, ma tu, ben mio’ was van een ontroerende schoonheid.

Clemenza_di_Tito_9965_foto_HansHijmering

Rosanne van Sandwijk (Annio) en Laetitia Gerards (Servillia)

Rosanne van Sandwijk (Annio) en Laetitia Gerards (Servilia) waren aan elkaar gewaagd. Hun stemmen pasten perfect bij elkaar wat resulteerde in een werkelijk schitterend gezongen duet ‘Ah, perdona al primo affetto’. Dat hun rollen er niet echt uit sprongen ligt vermoedelijk aan de personages zelf: echt geprononceerd werden ze door Mozart niet neergezet.

La clemenza di Tito, Photo and Copyright © Hans Hijmering, hanshij@xs4all.nl

Henk Neven (Publio), Rosanne van Sandwijk (Annio) en Paula Murrihy (Sesto)

Toch…. Dat er ook uit een niet echt uitgesproken rol wat valt te maken, dat heeft Henk Neven bewezen met zijn schitterend gezongen en geacteerde Publio. Jammer eigenlijk dat Mozart hem niet wat meer noten heeft gegeven!

Clemenza

Henk Neven (Publio) en Andres Dahlin (Tito)

Helaas viel de Zweedse tenor Andres Dahlin (Tito) mij een beetje tegen. Zijn op zich mooie stem was gewoon een maatje te klein voor de rol, daar had ik toch echt meer geluid willen horen. Bij een keizer, al is hij een ‘doetje’ verwacht je wat meer overwicht en autoriteit en dat had Dahlin niet in zich. In zijn vertolking hoorde ik smeekbedes om lief en aardig gevonden te worden, wat op zich wel klopt, maar dan meer met een beetje te veel ‘sorry dat ik besta’ gehalte. Bedenk dat de rol ooit paradepaardje was van Werner Hollweg en Nicolai Gedda! En dat het zelfs, nog niet zo lang geleden gezongen werd door Jonas Kaufmann…

La_clemenza_di_Tito_0061

Paula Murrihy (Sesto) en Andres Dahlin (Tito)

In het programmaboekje stond dat we extra op het aandeel van de obligato klarinet in de grote aria’s aria van Sesto en Vitellia moesten letten. Mozart componeerde het speciaal voor de klarinettist Anton Stadler die het instrument wist te verrijken met vier extra lage tonen. Nu weet ik uiteraard niet hoe Stadler zijn instrument bespeelde, maar om de schitterende bijdrage van Eric Hoeprich kon echt niemand heen.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw onder zeer energieke leiding van Kenneth Montgomery speelde zonder meer fenomenaal. Er zat goed vaart in, en zowel drama als lyriek zijn voldoende aan bod gekomen.

De opera werd semi-geënsceneerd (regie: Jeroen Lopes Cardozo) opgevoerd en deze vorm van een voorstelling beleven bevalt mij zeer. Er werd voldoende aandacht en interactie besteed, de belichting was uitstekend (de scène met de brandende Colosseum!) en met een kleine detail (gedrapeerde sjaals) werd ook de tijd waarin het verhaal zich afspeelde prima geduid.

Introductievideo ‘La Clemenza di Tito’ Orkest van de Achttiende Eeuw:

Alle foto’s: © Hans Hijmering

Bezocht op 18 oktober 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

Béatrice et Bénédict uit Glyndebourne stelt behoorlijk teleur

Beatrice et Benedict

Verheugend nieuws: de ouverture wordt gespeeld met de doek dicht! Nu is de ouverture het bekendste stuk van de hele opera, dat hem dus alle ruimte wordt gegund is bijna vanzelfsprekend. Voor de rest is Béatrice et Bénédict niet echt wat je noemt een kassacracker. Geen wonder: de opera is niet echt spannend, mede veroorzaakt door de ellenlange lappen gesproken tekst.

Het verhaal (Berlioz schreef zelf het libretto naar de Much Ado About Nothing van Shakespeare) stelt niets voor, maar de muziek is bij vlagen toverachtig mooi.

De productie uit Glyndebourne 2016 stelt mij behoorlijk teleur. Laurent Pelly behoort tot mijn geliefde operaregisseurs, maar hier heeft hij zich aan vertild. Het ‘out the box denken’ van de hoofdpersonen heeft hij té letterlijk opgevat en het uiteindelijke resultaat is net zo grauw en grijs als de kleuren van de decors, de kostuums en zelfs de schmink van de zangers.

Gelukkig zijn de zangers allemaal prima. In haar eerste aria ‘Je Vais le Voir’ zet Sophie Karthäuser’ (Héro) nog te zwaar aan, maar haar duet met uitstekende Katarina Bradić (Ursule) ‘Nuit paisible et sereine!’ klinkt zoals het hoort te zijn, als een echt juweeltje.

Stephanie D’Oustrac is een fantastische Béatrice en de seksuele aantrekkingskracht tussen haar en Paul Appleby (Bénédict) is vanaf het begin voelbaar. Maar het is de jonge bariton Philippe Sly die de show steelt als de slungelige Claudio.

HECTOR BERLIOZ
Béatrice et Bénédict
Sophie Karthäuser, Stephanie D’Oustrac, Katarina Bradić, Paul Appleby, Philippe Sly e.a.
The Glyndebourne Chorus (Jeremy Bines), London Philharmonic Orchestra olv Antonello Manacorda
Regie: Laurent Pelly
Opus Arte OA BD7219 D • 118’

Meer Berlioz:
Roméo et Juliette van BERLIOZ. Mini discografie.

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

Piano werken van Sergei Bortkiewicz: wat een ontdekking!

Bortkiewicz

Lieve mensen: deze cd is gewoon grandioos! Stiekem betrap ik mij op de gedachte dat het wellicht één van de mooiste pianorecitals van de laatste tijd is. Niet dat Sergei Bortkiewicz nu echt een onderkende genie is, maar sinds wanneer is genialiteit de voorwaarde voor de waardering en – belangrijker – voor het pure genot?

Ik kende de componist voornamelijk van zijn vocale werken en meen mij ooit een of ander pianowerkje van hem te hebben gehoord, zonder dat het een bijzondere indruk op mij heeft gemaakt. De reden dat ik zonder veel animo de cd in mijn speler heb gestopt en zie maar! Daar zat ik dan op mijn bank, met ingehouden adem schaamteloos te genieten.

Pavel Gintov speelt ‘Chaos’ uit de Esquisses de Crimée van Bortkiewicz:

Bortkiewicz werd in 1877 geboren in Charkov, een Oekraïense stad bekend door zijn vele opstanden, onder andere die van de kozakkenleider Chmielnicki. Sinds 1667 behoorde de stad, samen met het oostelijke deel van Oekraïne tot de tsaristische rijk en toen de bolsjewieken Charkov overnamen werd de Bortkiewicz-familie volledig beroofd.

Samen met zijn vrouw vluchtte de componist eerst naar de Krim en daarvandaan, samen met andere honderdvijftigduizend Russische vluchtelingen naar Constantinopel.

Geholpen door vrienden vervolgden de Bortkiewiczs hun weg naar Sofia en Belgraad om uiteindelijk Wenen te bereiken. In 1925 verwierven ze de Oostenrijkse nationaliteit. Na de tweede wereldoorlog werd de componist benoemd tot hoofd van het onderwijsprogramma aan het Weens conservatorium.

In 1952 werd Bortkiewicz kortstondig populair maar algauw werd hij gewoon vergeten. Zijn zeer toegankelijke pianostukken zijn sterk geïnspireerd door Chopin, Liszt en vroege Scriabin, maar ook Schumann is nergens ver weg. De Esquisses de Crimée op. 8 componeerde Bortkiewicz in 1908 als een ode aan de prachtige natuur van de schiereiland Krim waar hij toen verbleef.

De Oekraïense pianist Pavel Gintov speelt zeer beeldig, zijn aanslag is soepel en zijn interpretatie vurig.


SERGEI BORTKIEWICZ
Esquisses de Crimée op. 8 – Minuit op. 5 – Lyrica Nova op. 59 – Lamentation and Consolation op. 17 nr. 3 & 4 – Étude in gis, op. 15 nr. 6 – in e, op. 15 nr. 10 – in cis, op. 29 nr. 3 – in Es, op. 29 nr. 6 – Prélude in b, op. 40 nr. 2 – in Fis, op. 40 nr. 4 – in E, op. 40 nr. 7 – Consolation in Es, op. 17 nr. 8
Pavel Gintov (piano)
Piano Classics PCL0120 • 65′

 

John Potter: SECRET HISTORY

Potter

John Potter kende ik voornamelijk als één van de leden van het vermaarde Hilliard Ensemble waar hij tussen1984 en 2001 deel van uitmaakte. Maar Potter is meer dan ‘alleen maar’ een zanger: hij is ook een gevierd academicus en een auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties.

Als zanger was (en is) hij  behalve in oude-muziekgroepen ook actief in de hedendaags repertoire en avant-garde-muziek. Vaak combineert hij stijlperiodes met en door elkaar: denk aan zijn werk voor de groep Red Byrd.

Potter is ook de drijvende kracht geweest achter deze cd die, geheel naar verwachting een eigen (en eigengereide) draai geeft aan voornamelijk Tomás Luis de Victoria en zijn Missa Surge Propera, en Josquin Desprez,

De titel Secret History verwijst naar Potters zoektocht naar “wat gebeurt met de muziek nadat hij is gecomponeerd”. Dus in plaats van een volledig koor laat hij de muziek klinken door één, hooguit twee stemmen, begeleid door drie vihuela’s en een viola de gamba.

Dat het resultaat op mijn zenuwen werkt ligt voornamelijk aan Potter. Vroeger vond ik zijn geluid onaards prachtig, de tijd heeft helaas zijn sporen achtergelaten.

Gelukkig is de sopraan Anna Maria Friman wel heel erg mooi en de vihuela-bespelers meer dan bekwaam.


 

John Potter
Secret History – Sacred Music
Josquin/Victoria
John Potter, Anna Maria Friman (stemmen); Ariel Abramovich, Jacob Heringman, Lee Santana (vihuelas), Hille Perl (viola da gamba)
ECM New Series 2119 4811463