Katia_Ledoux

Hoe De Nationala Opera de Nederland-Caraïbische cultuur in huis haalde

De Nationale Opera met  Hoe ANANSI de verhalen van de wereld bevrijdde  van componist Neo Muyanga en librettist Maarten van Hinte

Tekst: Neil van der Linden

Anansi betekent spin in het Akan, een taal uit een regio West-Afrika, samenvallend met het tegenwoordige Ghana. In de mythologie van die regio is de spin een boodschapper tussen de mensen en de goden. Een spin reist immers per web van de aarde naar de hemel en terug. Vervolgens werd Anansi in de verhalencultuur van de regio de naam van een komisch personage in allerlei lokale verhalen. Met de slavernij mee bereikte Anansi de Caräiben, waar hij ook in Suriname en de Antillen nog steeds voorkomt in de verhalencultuur.

Als karakter is Anansi wel wat vergelijkbaar met Tijl Uilenspiegel of misschien ook Arlecchino uit de Commedia dell’Arte; een sympathieke opportunist, een antiheld met een komische en tragische kant. Hij lijkt iedereen telkens te slim af te zijn, maar werkt zichzelf daarbij telkens in de nesten, en niet zelden is er een vrouw nodig om hem daaruit te redden. Dat gebeurt ook in deze opera, die qua opzet en enscenering ook wel aan Commedia dell’Arte doet denken.

In de plot van deze voorstelling moet Anansi in opdracht van koning Tigri (een tijger, de koning van het bos) een reeks andere gevaarlijke dieren zien gevangen te nemen, achtereenvolgens de slang die de rivier onveilig maakt en de hoornaars, een vervaarlijk  soort wesp, die je in het bos beter niet tegen kunt komen. En ook Tigri’s zuster Sisti, een luipaard, moet er volgens de koning aan geloven. In elk geval hoopt de koning met dit alles in het gevlei te komen bij de andere bewoners van het bos. Bovendien moet Anansi voor de koning op zoek gaan naar een geliefde die de koning telkens in zijn dromen ziet, prinses Vixen.

De deal voor Anansi is dat de koning dan de ‘verhalen van de wereld‘ vrijlaat. Die verhalen staan voor hoe we de geschiedenis kunnen kennen, niet alleen van de kant van de koning.  Het lukt Anansi allemaal, dat wil zeggen na raadpleging van zijn echtgenote Makuba, die een aantal listen verzint waarmee Anansi zijn doel kan bereiken. Ze komen erop neer dat hij de slang en de hoornaars met hun eigen ijdelheid paait en ze dan te pakken neemt.

Met de zuster van de koning pakt hij het op aanraden van Makuba anders aan. Ze blijkt veganist te zijn, dus niet zo gevaarlijk voor de andere dieren in het bos als de koning wil doen geloven en zij besluit Anansi te helpen met het bevrijdingsplan voor de verhalen. Ook krijgt hij prinses Vixen een paar keer te zien en kan de koning ervan overtuigen dat ze echt bestaat.

Maar de koning houdt zich niet aan zijn woord en doet alsof hij Anansi’s heldendaden zelf heeft verricht. Om Anansi gedeisd te houden biedt hij hem een baantje aan als ‘adviseur’ bij het hof. Iets wat dictatoren wel vaker doen. Maar het probleem voor zowel Anansi als voor de koning is dat al die slimmigheden natuurlijk bedacht waren door Anansi’s echtgenote Makuba en die is niet van plan het erbij te laten zitten. Uit angst dat de waarheid aan het licht komt zwicht de koning, Anansi erkent wie het uiteindelijk brein was en aan het eind breken alle dieren van het bos uit in een vrolijk feest.

De voorstelling bleek een teststraat voor veelbelovende jonge zangers. Anansi werd vertolkt door de krachtige Zuid-Afrikaanse tenor Zwakele Tshabalala, zijn echtgenote Makuba was Katia Ledoux, een mooie sopraan uit Frankrijk.

De koning Tigri is Agris Hartmanis, een mooie diepe bas uit Letland, woonachting in Nederland.


De slang was een sterke rol van bariton Martin Mkhize, ook uit Zuid-Afrika.
Sista Leopard is Carla Nahadi Babelegoto uit Italië, een mezzosopraan met een prachtige coloratuur (“mezzosoprano acuto di agilità” schrijft ze dan ook over zichzelf), die ook een fenomenaal danser bleek te zijn.

Princess Vixen is de coloratuursopraan Claron McFadden, altijd theatraal ook een betrouwbare kracht. k zou zeggen: zet deze cast nog een keer bij elkaar in een Mozart-Da Ponte-opera of Carmen neer en je krijgt ook dan een geweldig resultaat.

Ik had wat last van een fenomeen dat zich vaak voordoet als zangers van niet-Nederlandse komaf in het Nederlands zingen. Het blijkt dan toch moeilijk het Nederlands natuurlijk te laten klinken, zonder Engels klinkende klinkers. Iets waardoor ik mij overigens ook afvraag of Russisch publiek hetzelfde ervaart als Nederlanders Moussorgski en Tsjaikofski zingen.

Daar komt nog bij dat componist Neo Muyanga in de muzikale frasering niet altijd de klemtonen van het Nederlands volgt. Dus kreeg je in zanglijnen soms korte lettergrepen die lang werden en lange die kort werden. Een deel van de tekst werd echter gezongen in het Engels, waarmee deze problemen zich niet voordeden.

Gezien de technische mogelijkheden van het Muziektheater zou ik dit publiek  wel nog wat meer scenische ‘echte opera’-‘shock and awe’ hebben gegund. Nu werden af en toe wat decorstukken heen en weer gereden of van boven neergelaten. Het enorme podium van het Muziektheater voelt dan echt erg groot aan. Van de hoogte boven het podium werd nauwelijks visueel gebruik gemaakt. Bijna alles bewoog zich in een plat vlak, al leek dat platte vlak dan wel op een kolkend melkwegstelsel zoals we dat van de zijkant zouden kunnen bezien.

Het decor stoorde daar eigenlijk in, ik zou me kunnen indenken dat je het helemaal consequent tweedimensionaal had gehouden. Er was namelijk continu energieke en dynamische beweging op het toneel, waarvoor regisseur Kenza Koutchoukali en choreograaf Shailesh Bahoran zorg hadden gedragen. Bahoran, van Nederlands-Surinaamse komaf, is zelf ooit begonnen als breakdancer en danste eerder bij onder meer zowel ISH als bij Het Nationale Ballet, in Zwanenmeer Bijlmermeer II. Tot de mooiste momenten uit de voorstelling behoren die waarin klassieke dans en ‘urban’ (uit straatcultuur voortgekomen) stijlen samenkomen, en dat is vermoedelijk Bahorans signatuur.

Maar dit alles deerde het publiek niet. Er waren veel jongeren vanaf tien jaar, deels met ouders, ‘wit’ en ‘van kleur’. Iedereen reageerde dolenthousiast op woordgrappen, op uitdrukkingen afkomstig uit Carabaïsche talen en op jargon uit moderne urban jongeren‘straattaal’. Die zitten allemaal in het libretto van de hand Maarten van Hinte, zelf van (Portugees-Joodse) Surinaamse komaf, die jarenlang mede-artistiek leider was van de Amsterdamse multiculturele jongeren-muziektheatergroep Made in da Shade, die een lange reeks voorstellingen maakte met Nederlands-Caraïbische elementen en ook hiphop-cultuur.

Zo is in elk geval deze avond de Nationale Opera erin geslaagd een brug te slaan naar een wat jonger en diverser publiek en misschien enkele jonge zielen blijvend gewonnen voor het medium opera.

Libretto  Maarten van Hinte
Compositie  Neo Muyanga
Regie  Kenza Koutchoukali
Dirigent  Lochlan Brown 
Choreografie  Shailesh Bahoran
Decor en kostuums  Dieuweke van Reij

Anansi:  Zwakele Tshabalala 
Makuba:  Katia Ledoux 
Tigri, de koning:  Agris Hartmanis 
De Slang:  Martin Mkhize
Sista het Luipaard: Carla Nahadi Babelegoto
Princess Vixen: Claron McFadden
Hoornaars  Leonie van Rheden, Makudu Senaoana en Elenora Hu

Dansers: Luca Abdel-Nour, Katherine Bamford, Lily Carbone, Mila Caviglia, Joley Groeizaam, Lauren Hunter, Nicola Jones, Patrick Karijowidjojo, Isaac Mueller, Gregory Myles, Catarina Pires, Gabriel Rajah, Marchano Sarijoen, Guillermo Torrijos, Arjuna Vermeulen, Louisella Vogt, Lucinda Wessels, Sven de Wilde en Koyo Yamamoto. 

Gezien 13 november, Muziektheater, Amsterdam.
Volgende openbare voorstellingen op 20 en 21 november en er zijn schoolvoorstellingen.

Foto’s Bart Grietens

Mélisande, tussen alien en Lulu.

TEKST: NEIL VAN DER LINDEN

47.dno_pelleas-et-nde_300dpi

Diep onder de invloed van Wagner maar tegelijkertijd vastbesloten om niet slaafs in diens voetsporen te treden zal Debussy (1862-1918) de hemel hebben bedankt voor het toneelstuk Pelléas et Mélisande van Maurice Maeterlinck, in veel opzichten een symbolistisch vervolg op de thematiek van Wagners Tristan und Isolde. Debussy vond daarmee een mogelijkheid om van de Duitse laatromantiek af te wijken. De symbolistische theaterauteur par excellence, de Gentenaar Maurice Maeterlinck (geboren in 1862, hetzelfde jaar als Debussy, gestorven in 1949) brak zowel met de romantiek als met het realisme en probeerde de werkelijkheid te vatten in metaforen, het symbolisme. Die stijl lijkt nu ouderwets, maar daarmee was hij een voorloper van bijvoorbeeld Beckett.

Afbeeldingsresultaat voor mAETERLINCK

Maeterlick© Gerschel, Wikicommons

Debussy volgt in veel opzichten het klankidioom van Wagners Parsifal, maar hij had al gebroken met de traditie van de harmonische progressie die bovendien door Wagner tot het uiterste was doorontwikkeld. Dat onderscheidde zijn muziek van die van zijn goede vriend Ernest Chausson, en bijvoorbeeld ook van Paul Dukas, die ook een Maeterlinck-tekst, Ariane et Barbe-Bleu, op muziek zou zetten, en maakte Debussy tot een voorloper van het modernisme. Waar Wagner lange extatische spanningsbogen opbouwt breekt Debussy muzikale ontwikkelingen soms binnen een paar seconden radicaal af.

23.nationaleopera-us_mb87100

© MATTHIAS BAUS

De abstracte enscenering van deze voorstelling sluit daarbij aan. De mannen zouden qua kleding misschien zo kunnen zijn weggelopen uit Édouard Manets schilderij Le Déjeuner sur l’Herbe, maar verder is er niets van impressionisme in het theatrale beeld. Schuivende stellages scheppen messcherpe belijningen en geometrische patronen. De vrijwel helemaal zwart-witte kleurstelling lijkt vooruit te blikken naar de vroeg-expressionistische filmkunst, meer Murnau of Lang dan Manet of Monet dus; ik denk aan W.F. Murnau’s ‘Nosferatu’, Fritz Langs ‘Dr Mabuse’, Wiese’s ‘Das Kabinett des Dr Caligari’ of Wegener en Boese’s    ‘Der Golem’ voor mijn part.

16.nationaleopera-us_dsc2034

© MATTHIAS BAUS

En is Mélisande niet eigenlijk meer een soort Lulu (de figuur uit Frank Wedekind’s vroeg-expressionistische theaterstukken waarop Alban Berg zijn laat-expressionistische opera Lulu baseerde) dan een (‘onschuldige’) Desdemona of Mimi, zoals ze wel eens wordt neergezet? Of is ze een alien uit een andere dimensie? Dat zijn mogelijkheden die Maeterlinck eigenlijk al openlaat.

18.nationaleopera-us_dsc2058

© MATTHIAS BAUS

Je realiseert je in deze voorstelling dat Mélisande op het moment dat de opera begint al een beladen geschiedenis achter zich heeft. Als ze haar toekomstige echtgenoot Golaud ontmoet is ze voor iemand of iets op de vlucht, dat staat in de tekst. In de openingsscène laat ze een kroon in een bron vallen, dat staat ook in de tekst.  Ze wil niet dat Golaud die eruit vist. In deze enscenering blijft de kroon als smoking gun half in het donker voor op het toneel liggen. Als Mélisande aan het eind sterft, en het decor van de openingsscene terugkeert, herinner je je die kroon uit het begin, en ja, die ligt er nog steeds, en licht dan eventjes zacht op.

Mélisande is misschien wel een onbewuste of bewuste intrigante die al dan niet half-doelbewust haar omgeving met zich meesleept, of misschien is zij een wezen uit de onderbewuste wereld van Nosferatu, de Golem, of voor mijn part een lotgenoot van Wagners Holländer. De kroon die daar dan nog ligt is misschien een teken dat haar leven cyclisch is, zoals de levens van deze figuren.

De Russische sopraan Elena Tsallagova heeft een stem die licht is tegelijkertijd kan ze allerlei schakeringen kan aanbrengen, warm of juist koel, om al die ambivalenties uit te drukken. Ze is tenger, de mannen kunnen haar gemakkelijk optillen. Maar in deze regie is haar Mélisande verre van willoos, en zo wordt Mélisande ook gekenschetst in het libretto. Elena Tsallagova heeft rollen als Violetta, Gilda, Liù en Het Sluwe Vosje op haar naam, en verenigt van al die karakters iets in deze Mélisande.

20.nationaleopera-us_dsc2113

© MATTHIAS BAUS

Pelléas Paul Appleby heeft een mooie lyrische tenor. Ook wat betreft uiterlijk was de keuze voor hem in orde, aantrekkelijk en tegelijkertijd niet té ‘sexy’, eerder warm en sympathiek, misschien wel de ‘onschuldigste’ van alle volwassenen in deze opera. Zijn fraaie Mozart-stem heeft als nadeel dat die soms kracht mist om helemaal boven het Debussy-orkest uit te komen. Dat leek hem ook wat punten in het slotapplaus te kosten, het publiek was meer geporteerd van Golaud.

Golaud Brian Mulligan is een fenomenale acteur, die zowel Golauds tragische vertwijfeling als diens woede en jaloezie aangrijpend verbeeldt, en diens arrogantie. Zijn timbre is prachtig en flexibel al naar gelang de gemoedstoestand en natuurlijk Debussy’s lastige noten, en het volume reikt ver zonder dat de stem hoeft te worden geforceerd.

21.nationaleopera-us_dsc2162

© MATTHIAS BAUS

Yniold was een jongenssopraan van het Tölzer Knabenchor. Vanwege wetgeving en misschien ook omdat de rol echt zwaar is wisselt de Knabe per keer. Wie het ook was die zong deze avond, hij was uitstekend. Sinds Harnoncourt voor zijn Fledermaus een jongenssopraan gebruikte voor Prins Orlofsky, ook uit Tölz, en sinds die toen ook in Bernsteins Mahler 4 zong – wat allemaal wel ontroerend was, maar vocaal toch niet helemaal goed – moet je je hart een beetje vasthouden. Maar deze zanger was uitstekend bij stem en haalde met schijnbaar gemak alle hoogten maar ook een lage noot die hij met een kennelijk net beginnende borststem prachtig wist te plaatsen. Yniold en zijn vader Golaud waren, naast Pelléas en Mélisande, het andere paar van de avond, en minstens even hartverscheurend.

nationaleopera-us_dsc2430.jpg

© MATTHIAS BAUS

Het woud naast waarmee de opera begint wordt verbeeld door tientallen rijen van verticaal neerhangende aluminiumkleurig buizen. En ja, ik had geen moeite om daarin te geloven en tegelijkertijd de reflecties van het water te zien. De rijen buizen worden langzamerhand als gordijnen omhoog getrokken om plaats te maken voor steeds donkerder stellages, die het exterieur en de binnenkant verbeelden van het kasteel waar Golaud en Pelléas wonen, en, dan weer oplichtend een ander woud bij de bron der blinden, waar Mélisande in het bijzijn van Pelléas Golauds trouwring in de lucht gooit en dan kwijtraakt, en dan heel donker de grot waar Pelléas en Mélisande de ring veinzen te gaan zoeken, dan in het volle licht de plek waar Pelléas en Mélisande elkaar voor het laatst ontmoeten, buiten de stadsmuur, en een hospitaalkamer waar zieken en stervenden worden verpleegd.

nationaleopera-us_dsc2498.jpg

© MATTHIAS BAUS

De geometrische decorstukken worden heen en weer en rond-geduwd door mannen in het zwart en wekken het beeld van doodskisten, in een immens mortuarium. Dit alles ook allemaal in zwart en wit, als in die vroeg expressionistische film of fotografie. De in geometrische patronen doen ook denken aan camera-sluiters of -diafragma’s.

nationaleopera-usdsc_4037.jpg

© MATTHIAS BAUS

Dan was er Peter Rose als koning Arkel, de grootvader van Pelléas en Golaud, een bas met misschien ook weer wat licht volume, al heeft hij wel Wagner-bassen als Daland en Gurnemanz op zijn repertoire. Als acteur was ook hij uitstekend.

De Nederlandse jonge bariton Michael Wilmering zong De Dokter. Terwijl deze rol soms wordt onderbedeeld, was ik onder meer onder de indruk van zijn laag, waarmee hij in ik geloof zijn laatste frase een paar mooi geplaatste diepe noten kon scoren om gemakkelijk tot ver in de zaal te reiken. Zijn uiterlijk, dat donkerder is dan dat van de andere zangers, en de bril die hij bovendien leken het buitenstaanderschap van de arts te benadrukken, de enige temidden van al deze wanhopige en tegelijkertijd zelfzuchtige mensen die alles scherp ziet, maar – zelf alleen maar dienstbaar aan die elite – tegelijkertijd niet kan ingrijpen.

Maeterlinck zelf kwam van gegoede komaf, maar in zijn jonge jaren was hij ook wat we tegenwoordig sociaal advocaat zouden noemen geweest. Hoewel de tekst over hoogverheven beslommeringen gaat, zijn er ook verwijzingen naar een hongersnood die in het rijk van de familie heerst. Misschien bekritiseerde Maeterlinck de gegoede elite waar hij van afstamt als hij Golaud temidden van al het hoogverheven lijden op zeker moment als tekst laat zeggen en in het geval de opera laat zingen dat de verarmde boeren de onhebbelijkheid hebben om onder de ogen van de kasteelbewoners op het strand te komen sterven. Regisseur Olivier Py vergroot dit thema uit door de drie bedelaars die zich ophouden in de grot waar Pelléas en Mélisande heen gaan als lijken te laten afvoeren en later een anoniem personage te laten sterven op de trappen achter het paleis.

Bariton Brian Mulligan moet óf erg goed kunnen mikken óf geluk hebben als hij een pop waarmee Yniold speelt op die stellages gooit en de pop in precies dezelfde houding terecht komt als de stervende (of er ligt een onzichtbare technische truc aan ten grondslag). Die pop blijft tot het eind toe op de trappen liggen, en als Mélisande sterft klimt ze uiteindelijk omhoog en neemt in spiegelbeeld exact dezelfde lichaamshouding aan.

nationaleopera-usdsc_4381.jpg

© MATTHIAS BAUS

Mélisande’s sterven is ook een prachtige scène. Als een Isolde in haar Liebestod blijft ze staan, in dit geval voor op het toneel, met de rug naar de zaal, terwijl Arkel en Golaud zich om haar bekommeren maar eigenlijk met zichzelf bezig zijn. Dan loopt ze langzaam naar de trappen om daar bovenaan te gaan liggen in de stervenshouding die ik zojuist beschreef.

Nog een kleinere rol is mooi ingevuld, die van Geneviève, moeder van Pelléas en Golaud, door Katia Ledoux, een mooie mezzo, nota bene de winnaar van het laatste Internationaal Vocalisten Concours Den Bosch. Op het toneel is haar rol zelfs uitgebreid doordat ze ook een rol speelt tussen de personages als ze niet zingt.

Wat dat betreft is nog een andere rol sterk uitgebreid, die van de vader van Pelléas en Golaud, die geen zangpartijen heeft, maar wel een rol heeft in de toneelhandeling, als hij eerst ernstig ziek is dan beter wordt, als Mélisande in het kasteel komt wonen.

Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft het altijd geëxcelleerd in Debussy. De jaren zeventig opnames van zijn orkestwerken onder Haitink worden nog altijd gerekend tot de beste. Volgens de eerste recensies waren de eerste uitvoeringen, onder Stéphane Denève, eerder bij DNO voor Prokofjevs Liefde van de Drie Sinaasappelen en de Dialogue des Carmélites, afstandelijk. Ik denk dat de samenwerking met orkesten is gegroeid. Ja, de akoestiek van het Muziektheater werkt niet goed mee en aanvankelijk klonk het orkest vooral droog. Maar misschien ook geholpen door het toenemend aantal stellages op het toneel kreeg de klank geleidelijk aan meer diepte en warmte.

Trailer van de productie:

Gezien 18 juni 2019 De Nederlandse Opera

Het Internationaal Vocalisten Concours 2018: veel goede kandidaten, spannende halve finale en een teleurstellende finale

IVC finalisten

De finalisten van het 52ste IVC: Josh Lovell, Maria Novella Malfatti, Rosina Fabius, Claire Barnett-Jones. Jan Wouters, Nina van Essen, Katia Ledoux, Marie Perbost, Stefan Astakhov © Swinkels van Hees

De grote winnaar van de 52ste editie van het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) was de Canadese tenor Josh Lovell. Hij ontving zowel de Operaprijs als de Hoofdprijs. Of het terecht was? Voor mij – en de velen die ik sprak – niet.

IVC winnaar

Josh Lovell © Hans Hijmering

Zijn optreden in de halve finale vond ik al uitermate zwak. Zo zeer zelfs dat het mij verwonderde dat hij een plaats in de finale wist te bereiken. Goed: er waren niet zo veel tenoren in de competitie maar zijn ‘stem collega’ die ook ‘halfjes’ wist te bereiken, de onstuimige Turkse Ibrahim Yeşilay kon mij veel meer overtuigen. Zo ook de meer ingetogen ‘lyrico’, de Russische Yury Rostotsky.

IVC Josh L

Josh Lovell in actie © Hans Hijmering

Persoonlijk vond ik Lovell niet echt iemand waar ik met plezier naar luisterde. Dat de bravoure stuk ‘ Ah! Mes amis… Pour mon âme’ uit La fille du régiment met al die hoge C’s op een rijtje hem een enorm publieksapplaus heeft bezorgd is nogal wiedes: publiek houdt eenmaal van circus. Maar dat ook de jury er in trapte…. Afijn. Het kan ook aan mij liggen.

IVC Katia

Katia Ledoux © Hans Hijmering

Mijn absolute favoriet, Katia Ledoux werd beloond met de prijs van de Persjury. De zeer charismatische Franse mezzo wist mij al in de halve finales bijzonder te imponeren met haar (in een goed Russisch) gezongen Olga uit Evgeni Onegin. In de finale liet zij aan iedereen horen waarom de aria van Baba de Turk (The Rake’s Progress) door een mezzo gezongen moet worden en niet door een countertenor. Wat een rasartieste! Brava!

IVC_2018_FINALE__MG_5732

Stefan Astakhov © Hans Hijmering

De ‘baby-bariton’, nog maar 20-jarige Stefan Astakhov uit Duitsland vond ik een grootse belofte voor later. Hoe iemand op die leeftijd al over zo’n mooie, rijpe stem beschikt en zich daarbij ook op de bühne weet te presenteren, die zo taalgevoelig is en met veel tekstbegrip in meerdere talen zingt, die verdient meer dan alleen een prijs voor de jongste kandidaat.

Zijn optreden tijdens de halve finale waarbij hij een zeer ontroerende ‘Look! Through the port comes the moonshine astray! (Billy Budd) en een aria uit de zarzuela ‘ La del Soto del Parral’ van Reveriano Soutullo Otero  maakte hem voor mij niet alleen tot één van de allerbeste kandidaten maar ook de potentiële winnaar.

Helaas was zijn finale iets minder spectaculair. Wellicht lag het aan de keuze van ‘Es ist genug!’ uit Mendelssohns Elias, ik denk niet dat oratorium zijn sterkste kant is. Dat bewees hij des te meer met een ongekend prachtig en met veel passie gezongen aria van Silvio uit I Pagliacci.

IVC Wagner

Helena Koonings, Leo Cornelissen en Claire Barnett-Jones © Wagnergenootschap Nederland

De Britse mezzo Claire Bernett-Jones werd terecht beloond met de Wagnerprijs Nederland. Fantastische zangeres inderdaad, bovendien ook – eindelijk – een echte mezzo met een grote strot, uitstekende laagte en een gouden gloed in haar timbre. Ook haar presentatie op de bühne was uitstekend al was de keuze van haar jurk niet echt gelukkig te noemen. Haar Wagner was inderdaad kolossaal, maar met haar heks uit Hänsel und Gretel sloeg ze de plank behoorlijk mis. Jammer.

Er was nog één winnares van Wagnerprijs, Helena Koonings. De Nederlandse sopraan kreeg van het Wagnergenootschap Nederland een stipendium voor de Bayreuther Festspiele 2019.

IVC Nina-van-Essen-foto-Hans-Hijmering-768x512

Nina van Essen © Hans Hijmering

De Nederlandse sopraan Nina van Essen (24) mocht dankzij de ‘wildcard’ door het publiek uitgereikt na de halve finales ook in de finale meedoen. Persoonlijk was ik niet echt onder de indruk maar zij is ook heel erg jong. Dat zij publiekslieveling was, was nogal wiedes dus na afloop van het concours mocht zij ook de Publieksprijs in ontvangst nemen.

IVC Marie P

Marie Perbost © Hans Hijmering

De Dioraphte Award voor de vertolking  van ‘Oh che tranquillo mar’ van Sylvia Maessen ging zeer terecht naar de Franse sopraan Marie Perbost. De Française wist mij ook in haar operarepertoire bijzonder te imponeren, haar vertolking van ‘Me voilá seule dan la nuit’(Les Pêcheurs de perles) was zeer exemplarisch. Voor mij was zij, naast haar landgenote Ledoux de beste kandidaat die avond.

De Oratoriumprijs ging naar de Nederlandse mezzo Rosina Fabius. Of het terecht is valt moeilijk te zeggen aangezien zij de enige kandidate was in die categorie. Zelf vond ik haar vertolking van ‘Erbarme Dich’ (Matthäus-Passion) nogal aan de saaie kant – ik geeuwde meer dan dat ik ontroerd werd, maar dat kon ook aan de slome begeleiding van Hartmut Haenchen liggen.

Over Haenchen ben ik trouwens sowieso niet te spreken. Waar het aan lag weet ik niet – te weinig repetities? Orkestleden die niet echt op één lijn zaten? – we hadden ten slotte met een voortreffelijke, wereldberoemde maestro te maken, maar de tempi lagen over de gehele linie heel erg langzaam, zo langzaam dat de boel af en toe gewoon stil stond.

Maar de echte winnaar van de competitie was – en blijft – Annett Andriessen. Na twaalf jaar van een ongelooflijke inzet en fantastische leiderschap (iets waarvoor zij met speeches, staande ovatie, bloemenweelde en een ‘bescheiden’ bouquet van symbolische twaalf rozen werd gehuldigd) het stokje heeft overgedragen aan Ivan van Kalmthout.

De avond werd besloten door de waanzinnig (nomen omen) goed gezongen ’Il dolce suono’ uit Lucia di Lammermoor door de voormalige prijswinnares van het IVC, Lenneke Ruiten. Het was top.

Annett Andriessen: ik zal je heel erg missen!
Ivan van Kalmthout: ik wacht met spanning op je eerste concours en wens je veel geluk. Tot volgend jaar!

Zie ook : website van het Internationaal Vocalisten Concours.

Meer over IVC:
Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014
IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015
ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S