Kaija_Saariaho

Kaija Saariaho’s L’amour de loin


Kaija Saariaho is among the most successful contemporary composers. And rightly so.
She has developed her own style, connecting the tonal with the atonal. Without concessions, but also without losing touch with her listeners.

Once a student of Brian Ferneyhough and Klaus Huber, she very quickly abandoned serialism. Saariaho uses a lot of electronics that she interweaves with polyphony. This creates a very exciting mix of styles: very modern and abstract, yet with easy-to-follow melodies.



Her music is serene, sometimes quietly rippling along (I don’t mean that in a negative way!) and very meditative, often reminding me of Messiaen. And of paintings, as her music is all about colour and colour nuances, which is not surprising when you know that she first studied at art school. I like this a lot.

L’amour de loin (Love from afar), for me her most beautiful opera, is based on a poem by an unknown 12th-century Provençal troubadour, Jaufré Rudel. In it, he sings of an imaginary distant lover, not knowing that she actually exists. A pilgrim returning from the “fairyland” (Lebanon) has seen her: she is called Clémence, she is a countess and she lives in Tripoli.

Our troubadour will have none of it; after all, love is supposed to be pure, abstract and especially distant. Still, he cannot resist the temptation and travels after his faraway lover.
It doesn’t end well. Or does it? He dies, but blissfully. And in her arms.



Harmonia Mundi released a recording of the opera in September 2009. The performance is truly outstanding. Daniel Belcher is very convincing as the, desperately in love, troubadour and Marie-Ange Todorovitch is a fine pilgrim.

The palm of honour, however, goes to Ekaterina Lekhina (Clémence). Her prayer at the end of the opera cannot leave anyone unmoved.

The Deutsches Symphonie-Orchester under Kent Nagano plays in a very evocative and visual way, you don’t need a director for that.

Sit back and let the music (and your own imagination) do the rest. A world will open up for you.

Kaija Saariaho
L’amour de loin
Ekaterina Lekhina, Marie-Ange Todorovitch, Daniel Belcher.
Deutches Symphonie-Orchester Berlin en Rundfunkchor Berlin/ Kent Nagano.
Harmonia Mundi HMC 801937.38

Susanna Phillips sings an excerpt of Clémence’s final prayer from Act V of Kaija Saariaho’s “L’Amour de Loin.” Production: Robert Lepage. Conductor: Susanna Mälkki. 2016-17 season

An excerpt from Act IV of Kaija Saariaho’s “L’Amour de Loin.” Production: Robert Lepage. Conductor: Susanna Mälkki. 2016-17 season.

Scène du Pèlerin (Monica Groop) avec Clémence, Comtesse de Tripoli(Dawn Upshaw)

L’Amour de loin (Kaija Saariaho) – warm-up from the Opera Ballet Vlaanderen

LÁmour de loin (complete) from the Finnish National Opera

Regards sur l’Infini: een les in loslaten

Corona, pandemie, isolatie, maatregelen, quarantaine, geen optredens, geen livemuziek, mensen zonder werk, zangers die niet meer mogen zingen. Rampzalig. En dan heb ik het niet eens over de fysieke aspecten van de dodelijke ziekte die ons heeft overvallen. Maar er gebeurde ook veel moois. Live streamings, opera archieven die open gingen en gratis en voor niets op onze laptops waren te bewonderen. En, en dat vind ik eigenlijk het mooiste, die ellendige tijd heeft ook prachtige projecten opgeleverd.

Neem alleen maar Regards sur l’Infini, een onwaarschijnlijk mooi album met liederen van Olivier Messiaen, Claude Debussy, Henri Dutilleux, Kaija Saariaho en Claire Delbos; gezongen door Katharine Dain met op de piano Sam Armstrong. Het project is tot stand gekomen door (of moet ik zeggen: vanwege) quarantaine: ze trokken zich een half jaar terug en al die tijd hebben ze onafgebroken aan de het project kunnen werken.

Het resultaat is werkelijk geweldig. Niet alleen zijn de meeste liederen geen alledaagse kost, er is ook over de opbouw van de recital goed nagedacht. Je kunt het vergelijken met een exclusief chic viergangendiner, waarbij Messiaen en zijn vrouw Claire Delbos (kent iemand haar nog?) het ‘hoofdgerecht’ zijn.

Zijn Poèmes pour Mi componeerde Messiaen voor zijn vrouw, die zelf ook een begenadigde componist was. Het is dan eigenlijk best logisch dat zijn cyclus gevolgd wordt door Delbos’ L’âme en bourgeon, liederen die zij componeerde op gedichten van Cécile Sauvage, Messiaens moeder

Het programma begint en eindigt met twee liederen van Saariaho: ‘Parfum de l’instant’ en . ‘Il pleut’. Noem het een amuse en het digestief. Debussy en Dutilleux zijn dan een voor- en nagerecht

.

Katharine Dain: “Onder stressvolle omstandigheden zijn we vaak geneigd terug te verlangen naar het verleden of uit te kijken naar een betere toekomst. De liederen op het album zijn meditatief van aard en bedoeld om te aarden in een stressvol heden, zodat je daar uiteindelijk toch schoonheid en betekenis aan kunt ontlenen. Het laatste lied op de cd, ‘Il pleut’ van Saariaho, maakt een eind aan al het geworstel en komt met de enige werkzame remedie: loslaten.”

De Amerikaanse, in Nederland wonende Katharine Dain beschikt over een heldere sopraan en haar voordracht is niet alleen zeer expressief maar ook warm. In haar uitvoering zijn al de liederen niets minder dan kleine drama’s. Drama’s die passen in een afgesloten kamer die je voorlopig niet mag verlaten en waar geen buiten bestaat.

Samuel Armstrong toont zich meer dan begeleider alleen. Hij heeft zich dienstbaar opgesteld  aan de sopraan en zichzelf op de achtergrond geplaatst. En toch is hij duidelijk aanwezig, iets wat je het beste in Messiaen kunt horen. Dat kunnen alleen de allergrootsten.


foto’s © Jasper Grijpink.

Insomnia van Yuiji Takahashi: balanceren tussen dromen en ontwaken

Kremer Insomnia

Gidon Kremer kun je denken wat je wilt, maar lef kan je hem niet ontzeggen. Met net zoveel vuur houdt hij een pleidooi voor het onbekende als voor het overbekende, al ligt het eerste hem het meest. Twintig jaar geleden kwamen er tegelijkertijd twee nieuwe opnamen van Kremer bij Universal op de markt. Op de ene romantisch-virtuoze vioolmuziek van Dvorak, Strauss en Kreisler, op de andere een avontuurlijke ontdekkingsreis door landen en stijlen.

Kremer romantisch


De vioolsonate van Strauss is niet echt alledaagse kost en ook de lieflijke vioolwerkjes van Dvorak behoren niet tot het dagelijks repertoire: welkom dus. Maar eerlijk is eerlijk, de tweede cd met o.a. Insomnia van Takahashi (tevens de titel van de disk) is verreweg interessanter

Yuji Takahashi (leerling van Xenakis) schreef het werk voor Kremer en Naoko Joshino, die hier de harp verruilde voor het Japanse equivalent, de kugo. Insomnia betekent slapeloosheid en de titel dekt de lading want de meeste werken op deze cd balanceren op een dunne draad tussen het niet kunnen slapen, dromen en het ontwaken. Fascinerend.

Insomnia behoort, samen met de Six Melodies van John Cage en Kaija Saariaho’s Nocturne tot de hoogtepunten van deze cd maar ook de rest, op één enkel stuk na, is buitengewoon interessant. Ik heb de cd net een paar keer teruggedraaid en nog steeds ben ik zeer onder de indruk


Romantic echoes
Richard Strauss, Antonin Dvorak, Kreisler
Gidon  Kremer viool, Oleg Maisenberg piano
DG 4534402

Insomnia
Michio Miyagi , Erik Satie, Jean Françaix, Arvo Pärt , Nino Rota, Alfred Schnittke, Kaija Saariaho, Toru Takemitsu, Yuji Takahashi, John Cage
Gidon Kremer viool, Naoko Joshino harp
Philips 4560162

L’amour de loin

Saariaho L'Amour

Kaaia Saariaho behoort tot de meest succesvolle hedendaagse componisten. Terecht.
Zij heeft een eigen stijl ontwikkeld, die het tonale met het atonale verbindt. Zonder concessies, maar ook zonder dat zij het contact met haar luisteraar verliest.

Ooit was zij een leerlinge van Brian Ferneyhough and Klaus Huber, maar heeft het serialisme heel snel vaarwel gezegd. Saariaho gebruikt veel elektronica die zij met polyfonie verweeft. Daardoor ontstaat een zeer spannende mix van stijlen: zeer modern en abstract, maar toch met makkelijk te volgen melodieën.

Haar muziek is verstild, soms rustig voortkabbelend (dat bedoel ik niet negatief!) en zeer meditatief, waardoor zij mij vaak aan Messiaen doet denken. En aan schilderijen, want haar muziek is één en al kleur en kleurnuancen, wat niet verwonderlijk is als je weet dat ze eerst aan de Kunstacademie heeft gestudeerd. Ik vind het mooi.

L’amour de loin, voor mij haar mooiste opera, is gebaseerd op een gedicht van een onbekende twaalfde-eeuwse Provençaalse troubadour, Jaufré Rudel. Daarin bezingt hij een imaginaire verre geliefde, niet wetend dat zij ook daadwerkelijk bestaat. Een uit het ‘sprookjesland’ (Libanon) terugkerende pelgrim heeft haar gezien: zij heet Clémence, is een gravin en woont in Tripolis.

Onze troubadour wilt er niets van weten, tenslotte hoort de liefde zuiver, abstract en ver te zijn. Toch, hij kan de verleiding niet weerstaan en reist zijn verre geliefde achterna. Het loopt niet goed af. Of juist wel? Hij sterft, maar dan wel gelukzalig. En in haar armen.

Harmonia Mundi bracht een opname van de opera uit in september 2009. De uitvoering is werkelijk voortreffelijk. Daniel Belcher is heel erg overtuigend als de wanhopig verliefde troubadour en Marie-Ange Todorovitch is een prima pelgrim. De erepalm gaat echter naar Ekaterina Lekhina (Clémence). Haar gebed aan het eind van de opera kan niemand onberoerd laten.

Het Deutsches Symphonie-Orchester onder Kent Nagano speelt zeer suggestief en beeldend, daar heb je geen regisseur voor nodig. Ga er rustig voor zitten en laat de muziek (en je eigen fantasie) de rest doen. Er gaat een wereld voor je open. Aanbevolen.


Kaija Saariaho
L’amour de loin
Ekaterina Lekhina, Marie-Ange Todorovitch, Daniel Belcher.
Deutches Symphonie-Orchester Berlin en Rundfunkchor Berlin olv Kent Nagano.
Harmonia Mundi HMC 801937.38