cd/dvd recensies

Gruppo Montebello speelt Mahler

Mahler Gruppo MOntebello

 

 

Nog niet zo lang geleden heeft het RCO-kamerata de kamermuziekversie van de vierde symfonie van Mahler in de bewerking van Erwin Stein uit 1921 op cd uitgebracht. Daar was ik oprecht blij mee, voornamelijk vanwege de meer dan een uitstekende uitvoering.

Die bewerkingen, ooit door Schönberg via zijn Verein für Privataufführungen geïnitieerd om ook het grote publiek met de symfonische werken bekend te maken waren ooit buitengewoon belangrijk maar of het nu nog zo is? Ik weet het niet maar ik juich de uitvoeringen zeker toe. Alleen: moet het alleemaal ook opgenomen worden?

De uitvoering door het Gruppo Montebello, live opgenomen tijdens het Orlando Festival in Maastricht is zonder meer prachtig maar de uitvoering door RCO-kamerata vind ik beter. Mooier. Homogener. Het valt echter niet te ontkennen dat Gruppo Montebello’s lezing ontegenzeggelijk spannend is en dat ik uiteindelijk toch echt voor RCO-kamerata kies heeft o.a. met de sopraan te maken: Lies Vandewege is geen match voor Judith van Wanroij. Ik vind de stem van Vandewege prachtig en haar voordracht zonder meer goed maar voor mijn gevoel zingt zij te ‘ernstig’, te weinig onbekommerd.

Nog niet zo lang geleden heeft het RCO-kamerata de kamermuziekversie van de vierde symfonie van Mahler in de bewerking van Erwin Stein uit 1921 op cd uitgebracht. Daar was ik oprecht blij mee, voornamelijk vanwege de meer dan een uitstekende uitvoering.

Die bewerkingen, ooit door Schönberg via zijn Verein für Privataufführungen geïnitieerd om ook het grote publiek met de symfonische werken bekend te maken waren ooit buitengewoon belangrijk maar of het nu nog zo is? Ik weet het niet maar ik juich de uitvoeringen zeker toe. Alleen: moet het alleemaal ook opgenomen worden?

De uitvoering door het Gruppo Montebello, live opgenomen tijdens het Orlando Festival in Maastricht is zonder meer prachtig maar de uitvoering door RCO-kamerata vind ik beter. Mooier. Homogener. Het valt echter niet te ontkennen dat Gruppo Montebello’s lezing ontegenzeggelijk spannend is en dat ik uiteindelijk toch echt voor RCO-kamerata kies heeft o.a. met de sopraan te maken: Lies Vandewege is geen match voor Judith van Wanroij. Ik vind de stem van Vandewege prachtig en haar voordracht zonder meer goed maar voor mijn gevoel zingt zij te ‘ernstig’, te weinig onbekommerd.

Wat deze cd tot een ‘must have’ maakt zijn de door Reinbert de Leeuw in 1991 bewerkte Kindertotenlieder. Niet vanwege het arrangement, die is gewoon flauw, maar vanwege de zeer aangrijpende uitvoering door Henk Neven.

 

GUSTAV MAHLER
Symphony No.4 (bewerking Edwin Stein)
Kindertotenlieder (bewerking Reinbert de Leeuw)
Lies Vandewege (sopraan), Henk Neven (bariton)
Gruppo Montebello olv Henk Guittart
Et’cetera KTV 1620

 

MAHLER 4 FOR ENSEMBLE

Jules van Hessen dirigeert ‘Sinfonie der Tausend’ van Gustav Mahler

Soms kan iets té mooi zijn om er nog van te kunnen genieten. Daniele Gatti dirigeert Haydn en Mahler

Adam Fischer dirigeert een spannende Mahler 3

Gennadi Rozhdestvensky dirigeert de oorspronkelijk versie van Das Klagende Lied van Mahler. Een must.

 

Zweedse Mahler 5 met visie

Mahler 5 Harding

Daniel Harding maakte zijn professioneel debuut in 1994 in Birmingham toen hij nog maar negentien (!) jaar oud was. Hij werd daar assistent van Simon Rattle en het seizoen daarop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker. Van zo iemand verwacht je dat hij uiteindelijk bij een echte toporkest belandt en toch kwam hij niet verder dan het Zweeds Radio-Orkest. Best jammer, denk ik, zeker bij het beluisteren van de door hem opgenomen Mahler 5.

Nu is het Zweedse orkest verre van slecht maar toch betrap ik mij op de gedachte hoe zal de symfonie hebben geklonken als Harding het met het Concertgebouworkest had opgenomen? Of de Rotterdammers?

De blazers zijn zonder meer indrukwekkend maar verschrikkelijk overheersend en ik had de strijksectie toch wel graag iets verfijnder gehoord. Echt jammer want Hardings visie mag er zeker zijn! Vanaf het eerste akkoord dwingt hij tot het luisteren en al zijn zijn tempi af en toe een beetje slopend en een beetje sloom: dat er een idee achter zit is nogal wiedes.

Ik geef toe, hij maakt indruk, althans op mij: eindelijk iemand die iets te vertellen heeft. Het is voornamelijk het Scherzo (deel drie) die nogal spectaculair klinkt, jammer genoeg haalt het Adagio het niveau niet. De strijkers!

Daniel Harding over Mahler 5:

GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.5
Swedish Radio Symphony Orchestra olv Daniel Harding
HMM 902366

Mahler 2 onder Jansons: de klank die het van de inhoud wint

Mahler 2 Jansons

Deze opname is al zeven jaar oud en is al eerder op dvd en blu-ray uitgebracht. De reden van het re-release op cd ontgaat mij dan ook volledig, zeker omdat de uitvoering alles behalve echt goed is. Deel 1, het Allegro Maestoso klinkt dan wel majestueus (zeg maar gerust: zwaar, heel erg zwaar), maar allegro valt nergens te bespeuren.

Wat de lezing van Jansons onnavolgbaar maakt zijn de details, onder zijn handen uitgewerkt tot de meest perfecte atoomdeeltjes. Zo iets als nanoseconde in de muziek. Dat hoor je goed in deel twee, die dan ook gruwelijk mooi is. Alleen: de klank, die duurt voort en in deel drie wordt hij zo vertraagt dat hij verder alle betekenis verliest. Wilde iemand hier iets zeggen?

Anja Harteros zingt mooi maar zij klinkt een beetje verloren, alsof zij niet helemaal weet wat zij doet. Bernarda Fink is in Uhrlich een lichtgewicht. Het kan ook zijn dat de (live) opname haar stem niet goed heeft vastgelegd, maar de normaal gesproken kippenvel blijft nu achterwege.

Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat de finale best spectaculair klinkt en het schitterend door het koor gezongen ‘Sterben werd ich um zu leben’ maakt zonder meer indruk . En toch is het de klank die het van de inhoud wint.


GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.2
Anja Harteros (sopraan), Bernarda Fink (alt)
Chor und Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Mariss Jansons
BR Klassik 900167

Meer Mahler onder Jansons:
Maris Jansons dirigeert MAHLER 7
Mariss Jansons dirigeert MAHLER 5
MAHLER 8 van Mariss Jansons
MAHLER 4 Jansons

Onderkoelde ‘Das Lied von der Erde’

Mahler Das Lied Rattle.jpg

Kan iemand mij vertellen waarom de ene na de andere Mahler overal en continu gespeeld en opgenomen wordt? Mahler is geen lopende band fabrieksartikel, Mahler hoort ambachtelijk te worden uitgevoerd. Het trieste is dat het nu niet eens derderangs orkesten uit Timboektoe zijn die zich daar aan bezondigen. Nee, het zijn dirigenten van naam die zo nodig nog een ‘Mahlertje’ onder handen nemen.

Nu is er weinig mis met het voortreffelijk spelende orkest uit Beieren, al vind ik de aanpak van Sir Simon Rattle te soft, te kamermuziekachtig voor zoiets monumentaals als Das Lied von der Erde. Helaas zijn zijn solisten ronduit onvoldoende.

Stuard Skelton is een heroïsche tenor met dito stem en daar vraagt het werk ook om. Maar om dan meteen alle lyriek te gaan negeren en zich door ‘Das Trinklied von Jammer der Erde’ te gaan brullen?

Magdalena Kožená heeft noch het juiste timbre noch de kracht voor het werk. Haar vederlichte mezzosopraan (weet u nog dat Mahler het voor een echte alt componeerde?) klinkt teer en kwetsbaar, maar ook behoorlijk onderkoeld. In ‘Der Einsame im Herbst’ klinkt zij onvast en in ‘Der Abschied’ mist zij het belangrijkste wat het deel zo indrukwekkend en onvergetelijk maakt: de ‘traurigkeit’.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Stuart Skelton (tenor)
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Sir Simon Rattle
BR Klassik 90019

Lady Rattle in 2004, when she was called Magdalena Kožená…

Mahler/Schönberg/Riehn: Das Lied von der Erde

Jonas Kaufmann zingt Das Lied von der Erde. Had hij beter kunnen laten.

De Russische Debussy- Ravelovich en zijn ‘Narcisse et Echo’

Tcherenin

De wegen naar de roem zijn ondoorgrondelijk. Hoe komt het dat de naam van Nikolai Tcherepnin ons helemaal niets zegt en die van zijn leraar Rimski-Korsakov onmiddellijk aan de sprookjeswereld doet denken? Waarom bezitten wij ettelijke opnamen van Ravels Daphnis et Chloé maar van Narcisse et Echo hebben wij nog nooit gehoord?

Nikolai Tcherepnin was de zoon van de persoonlijke arts van Dostojevski. In zijn tijd was hij een zeer gewaardeerde en geliefde componist, dirigent  en muziekleraar: tot zijn leerlingen behoorde onder anderen ook Sergey Prokofjeff. In 1909 trad Tcherepnin toe tot de staf van Ballets Russes van Sergey Dyagilev. In 1911 is zijn ballet Narcisse en Echo met de sterbezetting in première gegaan: de hoofdrollen werden gedanst door Vaslav Nizhinsky en Tamara Karsavina.

Het sprookje over de mooie jongeling die op zijn eigen spiegelbeeld verliefd is geworden en voor de straf in een bloem werd veranderd, werd door de componist van een werkelijk goddelijk mooie muziek voorzien. En toch…. Ondanks het succes van de opvoeringen en ondanks de prachtige noten is het ballet (en de schepper ervan) in de vergetelheid geraakt. Triest.

Twintig jaar geleden (twintig en nog steeds onbekend!) verscheen op Chandos de allereerste opname van Tcherepnins ballet. En: mensen, wat is het mooi! Af en toe flitsen bekende deuntjes voorbij. De tovenaarsleerling (track 2), flarden Rimski-Korsakov, een minuscuul fragmentje Mozart, een beetje Janacek en zelfs… ja hoor, het zit er echt in: ‘It’s a wonderful world’ (track 6, na ± 6’50). Het is allemaal zeer beeldend en klinkt alsof het Tcherepnin was die de het impressionisme had uitgevonden. Ach, hij werd niet voor niets “Debussy- Ravelovich” genoemd.

De uitvoering van het Residentie Orkest en het koor uit Den Haag onder leiding van Gennadi. Rozhdestvensky is gewoonweg geweldig. Wat een ontdekking!

Nikolai Tcherepnin
Narcisse et Echo
The Hague Chamber Choir,  Residentie Orchestra The Hague olv Gennady Rozhdestvensky
CHAN 9670

Over José Vianna da Motta en zijn pianowerken

Jose Vianna da Motta

Een Portugese Schumann wordt hij wel eens genoemd. Hoe onterecht en hoe verkeerd! De in 1868 op het eiland São Tomé e Principe in de Golf van Guinee geboren José Vianna da Motta is anders. Minder zwaar op de hand, vrolijker, onbekommerder. Zeg maar: zuidelijker.

Schumann was een geniale borderliner met een soort ‘knop in zijn hoofd’ die hem deed balanceren tussen genialiteit en banaliteit en die hem uiteindelijk in de Rhijn deed belanden. Dat hoor je in zijn muziek en dat gegeven is bij Vianna da Motta totaal afwezig.

Jose Vianna

© José Eduardo Martins

José Vianna da Motta studeerde eerst in Berlijn bij de broers Xaver en Philipp Scharwenka en in 1885 kwam hij bij Franz Liszt in Weimar terecht. In 1927 speelde hij al Beethovens 32 pianosonaten in een reeks concerten, iets waar hij zijn naamsbekendheid voornamelijk aan heeft te danken.

Zijn werken zijn alles behalve vooruitstrevend. Ze zijn zonder meer heel erg leuk maar beklijven doen ze niet. Na twee keer luisteren weet je het allemaal wel en dan wordt het … hoe zal ik het zeggen: een beetje saai? Want op den duur hoor je alleen maar een ‘klanktapijt’.

Luís Pipa is een pianist van het grote gebaar en overweldigende klanken. Wellicht ligt het daar ook aan?


JOSÉ VIANNA DA MOTTA
Portugese Rhapsody No.4; Barcarolla no.2, op 17; Barcarolla no.1, op 1; Fantasiestück op.2; Sonata in D Major; Ballada, op.16; Serenata, op.8; Méditation
Luís Pipa (piano)
Toccata Classics TOCC 0481

Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden

Cellini dvd

De beeldhouwer Benvenuto Cellini was geen lieverdje. Hij had ettelijke affaires, zowel met vrouwen als mannen en voor een beetje moord draaide hij zijn hand niet om. En toch heeft Berlioz voor zijn eerste opera Cellini als zijn titelheld gekozen. Het is mijn opera niet maar van de  Amsterdamse productie van Terry Gilliams in 2015 heb ik zo ontzettend genoten dat ik de voorstelling een paar keer heb bezocht.

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm.  Cellini is een hel van een rol, maar laat het aan John Osborn over! Luister maar naar zijn ‘La gloire était ma seule idole’, wow!

Mariangela Sicilia is een fantastische Teresa. Haar lichte sopraan lijkt geschapen voor de rol maar het is voornamelijk dankzij de fantastische personenregie en de onvoorstelbaar goede orkestbegeleiding door Sir Mark Elder dat zij de rol zich eigen maakt.

Laurent Naouri (Fieramosca) is een kostelijke intrigant. Wat een stem en wat een acteur! Michèle Losier is een prachtige Ascanio, Maurizio Muraro een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

In de herbergierscéne is het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show steelt, maar ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence) en Pompeo (Andrè Morsch) zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Beeldregie van François Roussillon is schitterend. Hij licht alle belangrijke details uit zonder het geheel uit het oog te verliezen. Daardoor kun je ook perfect zien wat een echt goede personenregie met een opera doet. Let ook op het meer dan voortreffelijke koor: elk koorlid is een individuele personage.

Hieronder trailer van de productie:

Wie er niet bij waren kunnen nu hun gemiste kans halen. Voor wie er bij waren: deze dvd is een blijvende herinnering aan één van de mooiste DNO-producties ooit.

Hieronder publieksreacties na de première:

HECTOR BERLIOZ
Benvenuto Cellini
John Osborn, Mariangela Sicilia, Michèle Losier, Maurizio Muraro, Laurent Naouri, Orlin Anastassov, Nicky Spence, Marcel Beekman, André Morsch e.a.
Chorus of Dutch National Opera (Ching-Lien Wu), Rotterdam Philharmonic Orchestra olv Sir Mark Elder
Regie: Terry Gilliam
Naxos 110575-76

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

Wozzeck Kentridge dvd

Kort door de bocht: William Kentridge’s productie van Alben Bergs Wozzeck gaat over de eerste Wereldoorlog en dat gaat gepaard met veel gasmaskers. Zelfs het kind van Marie en Wozzeck (hier een houten pop) heeft er één, op plaats van zijn gezicht. Wie de componist en zijn curriculum vitae kent weet wat voor een trauma die periode hem heeft bezorgd, maar de oorlog, die zit er in de opera gewoon niet in.

Kentridge ziet parallellen tussen ‘Die letzten Tage der Menschheit’ van Karl Kraus (1915-1922) en Büchners ‘Woyzeck’ (1837), maar zijn die er wel? Het – waargebeurde – verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 ter dood werd veroordeeld voor de moord op zijn vriendin werd door Georg Büchner in een toneelstuk verwerkt.

De bijna honderd jaar verlate première in 1913 werd ook door Alban Berg bezocht. Hij raakte er zo onder de indruk dat hij prompt besloot om daar een opera van te maken. Liefde, jaloezie, armoede, afgunst, wanhoop… noem het op en het zit er in. Behalve de oorlog dan.

De productie is echt des Kentridge’s. Wie zijn Lulu in Amsterdam heeft gezien weet wat hem te wachten staat. Overdaad aan visuele beelden gaan hand in hand met de alomtegenwoordigheid van video-projecties, een grote fixatie van de regisseur. Spannend is het wel maar …  Maar het is zo verschrikkelijk voorspelbaar!

Gelukkig valt er muzikaal veel te genieten. Matthias Goerne is een prima Wozzeck die door dat gedoe op de bühne zijn innerlijkheid en verscheurdheid – optisch – helaas verliest. Geen betere Marie tegenwoordig dan Asmik Grigorian. Temperamentvol, sensueel, uitdagend maar ook zo ontroerend!

Frances Pappas is een zeer goede Margret, John Daszak een heerlijk oversekste Drum Major en Mauro Peter een mooie Anders. De prachtige bas Jens Larsen zet een zeer overtuigende Doktor neer en Gerhard Siegel is een voortreffelijke Hauptmann.

Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Vladimir Jurowski voornamelijk lyrisch.

Hieronder trailer van de productie:

 

Matthias Goerne, Asmik Grigorian, Gerhard Siegel, Jens Larsen, John Daszak, Mauro Peter e.a.
Wiener Philharmoniker olv Vladimir Jurowski
Regie: William Kentridge
Harmonia Mundi HMD 989053.54 (DVD + Blu-Ray)

Zie ook: LULU van Kentridge

WOZZECK ZaterdagMatinee

Discografie van Wozzeck: ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

Adam Fischer dirigeert een spannende Mahler 3

Mahler 3 Adam Fischer

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: deze opname van de derde symfonie van Mahler is zonder meer fantastisch. Familiegeheim? Want ook de Mahlers van zijn broer Ivan zijn niet te versmaden. Toch: Adams visie doet mij meer dan die van zijn beroemdere broer. Ivan is meer van de perfecte klank. Adam Fischer echter is een meester in het opbouwen van de spanning, die is soms werkelijk om te snijden.

Of het aan de hoge tempi ligt? Zou kunnen, maar nergens vind ik het te snel. Bij het eerste deel doet Fischer het er twee minuten sneller dan mijn geliefde Abbado. En in het laatste deel (tempo aanduiding: Langsam. Ruhevoll. Empfunden) is Fischer maar liefst vier minuten sneller. Het gekke is dat ik het niet eens besef, wat zonder meer aan de strakke hand van de dirigent kan liggen.

Helaas moet Anna Larsson (geen kwaad woord over haar interpretatie) haar meerdere in Jessye Norman bij Abbado erkennen. Het orkest klinkt homogeen en de posthoorn soli van Frank Ludemann zijn weergaloos.

Adam Fischer ziet het hele oeuvre van Mahler als een soort (lange) afscheid. Afscheid van het verleden maar ook van de toekomst, dat omdat Mahler zo’n grote angst voor de dood had. Zo bezien zijn de tempi goed verklaarbaar.

GUSTAV MAHLER
Symphony No.3
Anna Larson (alt)
Women’s Choir of Städtischer Musikverein Düsseldorf; Düsseldorger Symphoniker olv Adam Fischer
Avi-music 8553399

Teatro Lirico di Cagliari doet ‘La campana sommersa’ van Respighi herleven

Respighi La Campana Sommersa

Soms is het belang van een uitgave zo ontzettend groot dat het er eigenlijk niet toe doet hoe de uitvoering is. Dat is het geval met La campana sommersa van Respighi. Maar denk nu niet dat de zangers slecht zijn, verre van dat, maar echt uitstekend is eigenlijk alleen Valentina Farkas. De Roemeense sopraan is met haar zilverkleurige hoge noten en perfecte coloraturen een gedroomde Rautendelein. Ook acteert ze de rol zeer overtuigend. Maar ook Filippo Adami (Faun) en Agostina Smimmero (de heks) zijn zonder meer voortreffelijk.

Angelo Villari is een fatsoenlijke Enrico maar zodra het heftiger wordt forceert hij zichzelf en wordt zijn stem onaangenaam. Iets wat ook de zang van Maria Luigia Borsi (Magda) ontsiert. Best jammer want verder weet zij haar rol zeer indrukwekkend in te vullen.

Het libretto van deze totaal onbekende opera is gebaseerd op Die versunkene Glocke, een uit 1896 stammend toneelstuk van Gerhart Hauptmann. De verveelde waternimf Rautendelein wordt verliefd op de kerkklokkenmaker Enrico. Voor haar verlaat hij zijn vrouw en kinderen, begint een ‘slaven-business’ in het smeden van een perfecte kerkklok en komt pas bij zinnen wanneer zijn vrouw zelfmoord pleegt.

De opera heeft een zeer hoog Rusalka gehalte maar ook Hans Heiling van Marschner komt in de buurt. En, mocht u hem al missen, ook Wagner ontbrekt niet en Alberichs slavendrijverij krijgt zowat een reïncarnatie in Enrico’s ‘kloksmederij’. Rautendelein zelf, een langharige raadselachtige vrouw doet sterk denken aan Melisande en het symbolisme van Maeterlinck.

Sprookjeswereld meets symbolisme en Italiaans verismo. De prachtige, bij vlagen magische productie is zeer realistisch en volgt het libretto op de voet. Toch: af en toe wenste ik mij iets minder beelden, iets minder naturalisme, want ik gebruik graag mijn eigen fantasie.

Het tekstboekje bevat van alles behalve het belangrijkste: de synopsis!  Een grote omissie bij een totaal onbekende opera!

Hieronder trailer van de productie:

OTTORINO RESPIGHI
La campana sommersa
Valentina Farkas, Maria Luigia Borsi, Agostina Smimmero, Angelo Villari, Filippo Adami e.a.
Coro en Orchestra del Teatro Lirico di Cagliari olv Donato Renzetti
Regie: Pier Francesco Maestrini
Naxos 2110571