Het geval Inessa Galante is een schrijnend voorbeeld van wat een ‘slachtoffer van de commercie’ zou kunnen heten. Haar eerste recital Debut, uitgebracht in 1995 werd (overigens: zeer terecht) een enorm succes, wat voornamelijk te danken was aan het Ave Maria van ‘Giulio Caccini’.
Puur bedrog, bleek later want het nummer dat een enorme hit werd (wist u dat het in de Top 100 van begrafenisuitvaarten staat?) bleek omstreeks 1970 gecomponeerd te zijn door ene Vladimir Fyodorovich Vavilov, een Russische componist, luitspeler en gitarist.
Debut bleef op nummer één op alle hitlijsten staan waarna Galante ettelijke cd’s met meer van hetzelfde moest opnemen.
Doodzonde! Dat zij veel meer was dan het zoveelste studioproduct kon een ieder die haar live heeft meegemaakt beamen. Haar Violetta’s en Lucia’s zijn onvergetelijk en het spijt mij bijzonder dat er niets van is vastgelegd.
In januari 2000 heeft zij haar debuut in de befaamde Wigmore Hall gemaakt. De BBC heeft het opgenomen en het (nog bestaande?) label Campion zette het op cd, waarvoor ik beiden zeer dankbaar ben.
Bij haar Londense optreden zong Galante liedjes van Russische componisten, alle voorzien van een laagje weemoed en verlangen. Haar stem leent zich er uitstekend voor en met haar vermogen om emotie te doseren en de accenten op de juiste plekken te zetten, heeft zij er mini kameroperaatjes van gemaakt. Luister alleen naar haar zucht aan het eind van ‘Zhavaronok’ (Leeuwerik) van Glinka, alles conform de tekst. En kunt u net als ik, ook amper uw tranen onderdrukken bij het gedicht van Tolstoi, zo schitterend op muziek gezet door Tsjaikovski (Sred’ sjoemnavo bala)?
Inessa Galante beschikt over een pracht van een sopraan, met een gezonde dosis morbidezza en Roger Vignoles is een voorbeeldige ‘partner in crime’. (Campion RRCD 1348)
En alweer is een jaar voorbij gegaan. In 2018 zou Bernstein honderd jaar oud zijn geworden maar echt uitbundig werd het niet gevierd. Althans wat cd/dvd uitgaven betreft. Bij DG werd zijn Mass live opgenomen: aardig maar niet meer dan dat. Jammer. Ik denk trouwens dat de opname veel interessanter zou kunnen zijn als het voor DVD werd geregistreerd:
Daarentegen werden er weer waanzinnig veel Mahlers uitgebracht: zo veel dat ik de goden en platenfirma’s smeek om minstens een jaar ‘Mahler-embargo’. Dat er toch nog één Mahler op mijn top-tien belandde is te danken aan de fenomenale kamermuziekbewerking en een fantastische uitvoering.
Maar eerlijk is eerlijk: er werd ook zo veel aandacht aan de weinig/minder bekende werken en componisten besteed, dat ik niet anders kan dan de (voornamelijk kleine) platenfirma’s bedanken voor het aanbod. Ook omdat de uitvoeringen veelal meer dan uitstekend waren.
Na veel wikken en wegen heb ik mijn top tien+ samengesteld. En net als vorig jaar ga ik een klein beetje smokkelen en voeg ik een ‘runner up’ bij.
Hier is mijn lijstje, in ALFABETISCHE volgorde naar de componist – of de uitvoerende:
1. JACQUES FROMENTAL HALÉVY: LA REINE DE CHYPRE
La Reine de Chypre is in 1841 in première gegaan en de daarbij aanwezige Richard Wagner […] prees de score de hemel in als zijnde “nobel, hartstochtelijk en vernieuwend”. [..] het is de diva, Véronique Gens die de show steelt met haar zeer stijlvolle vertolking van de hoofdrol. […] Een must.
Hermann was voornamelijk beroemd als cellist […] maar hij was ook een begenadigd componist. Na de oorlog raakte hij – net als zovele van zijn lotgenoten – in de vergetelheid.[…] Het is dankzij de Leo Smit Stichting dat wij nu kennis kunnen maken met zijn muziek, waarvoor DANK! Zijn Grand Duo uit 1930, oorspronkelijk gecomponeerd voor en uitgevoerd met Zoltan Szekely, krijgt nu een uitstekende vertolking van Burkhard Maiss en Bogdan Jianu. Wat een ongekend prachtig werk is het toch!
Het is de 1923-versie die de sopraan Juliane Banse en de pianist Martin Helmchen in september 2017 voor Alpha classics hebben opgenomen. En het moet het moet gezegd worden: zowel de sopraan als de pianist maken een onvergetelijke indruk op de luisteraar. Juliane Banse met haar stralende, lyrische sopraan, een enorm tekstbegrip en een zowat volmaakte interpretatie. Martin Helmchen heeft de ‘taal’ van Hindemith in zijn vingers waardoor zelfs de dissonanten hier behoorlijk klassiek klinken.
4. ERICH WOLFGANG KORNGOLD: DAS WUNDER DER HELIANE
De rol van Heliane[…] vraagt om een sterke dramatische sopraan met een overheersende lyriek in haar stem. Laat dat maar aan Annemarie Kremer over! Haar sopraan is donkergekleurd, haar hoogte onberispelijk en haar sensualiteit evident. […]Geen twijfel mogelijk: Kremer is de geboren vertolkster voor het fin de siècle repertoire.
Wat ik nu zo onvoorstelbaar leuk vind is dat ik al die instrumenten afzonderlijk goed kan horen. Iets wat niet onmiddellijk een pre is als het om een (groot) orkestklank gaat, maar in de pocketversie is het onweerstaanbaar. Zo kan ik enorm genieten van het schitterende pianospel van Nicolas van Poucke en de stralende warmte van de strijkers bezorgt mij een gevoel van een zeer aangename geborgenheid.
Bij de eerste noten van de ouverture ruist het en deint het en stormt het… Hoe visueel wil je je noten hebben? Beeldender kan het niet, het is expressionisme ten top. […]Dirk Vermeulen laat het Württembergische Philharmonie Reutlingen spelen alsof hun leven er van afhangt, adembenemend! […]Liesbeth Devos (Stella) is voor mij een ware ontdekking[…]. Peter Gijsbertsen zingt een ontroerende Ivo[..] Werner van Mechelen completeert de cast uit duizenden.
7. SERGEI RACHMANINOFF: DESTINATION RACHMANINOV.DEPARTURE
Ik heb nog nooit in mijn leven een betere uitvoering van dit concert gehoord.[…] Onder de waanzinnig energieke, inspirerende en opwindende leiding van Yannick Nézet-Séguin ontplooien ze zich als een meesterlijk virtuoos geheel […]Koop de cd en geniet van wat wellicht de beste opname van het jaar is.
De uitvoering is onvoorstelbaar goed. Ik denk dat de verdienste voornamelijk op conto van de dirigent Guillaume Tourniaire moet worden geschreven[…]Eigenlijk zijn alle zangers meer dan voortreffelijk maar het meest werd ik ontroerd door Eve-Maud Hubeaux (Scozzone). Luister even naar haar ‘O coeur pur’ en probeer het droog te houden!
9. DMITRI SJOSTAKOVITSJ: COMPLETE CHAMBERMUSIC FOR PIANO AND STRINGS
Het Ensemble is zeker een groep om in de gaten te houden. Niet alleen spelen ze op het allerhoogste niveau, ze hebben ook heel wat te vertellen.[…] De cellosonate wordt hier zo ontzettend goed gespeeld dat ik mij er totaal in heb kunnen verliezen en de sonate voor altviool en piano heb ik niet eerder zo waanzinnig goed uitgevoerd gehoord
10. ÁSDIS VADIMARSDÓTTIR: THE VOICE OF THE VIOLA IN TIMES OF OPRESSION
Over de uitvoering kan ik maar kort zijn: een absolute TOP! De klank die Ásdís Valdimarsdóttir haar altviool ontlokt is van een zeldzame schoonheid. Het is zo mooi dat het pijn doet. Luister even naar het Adagio van de sonate van Weinberg. Huiveringwekkend
‘Talitha Kumi!’ betekent ‘Talitha: sta op!’ in het Aramees. Het is een citaat uit het Evangelie van Marcus […] Het is de evangelist die het verhaal van het werk draagt: de tenor Rainer Trost zingt zijn tekst zeer indrukwekkend en weet de luisteraar aan zijn lippen te kluisteren
Sprookjeswereld meets symbolisme en Italiaans verismo. De prachtige, bij vlagen magische productie is zeer realistisch en volgt het libretto op de voet […] Soms is het belang van een uitgave zo ontzettend groot dat het er eigenlijk niet toe doet hoe de uitvoering is
In mei 2014 zou Giuseppe Valdengo 100 jaar zijn geworden. Een feit dat iedereen is ontgaan, want de in in Turijn geboren bariton is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Hoe triest! En dan te bedenken dat hij één van de geliefde zangers van Arturo Toscanini was! Hij is nog te bewonderen op live-radio-opnamen van Aida, Otello en Falstaff, onder leiding van de grote maestro.
Opera News schreef over Valdengo: “Although his timbre lacked the innate beauty of some of his baritone contemporaries, Valdengo’s performances were invariably satisfying — bold and assured in attack but scrupulously musical.” Hoe waar!
Hieronder een hommage aan de bariton, gemaakt naar aanleiding van zijn honderdste verjaardag:
Ik kende hem van zijn optreden in de film Great Caruso met Mario Lanza, maar hij viel mij pas echt op in zijn rol van Alfio in de door RAI gefilmde Cavalleria rusticana, met de onnavolgbare Carla Gavazzi als Santuzza.
Alfio ontbreekt op de in 1949 voor London opgenomen cd, maar zijn Tonio uit Pagliacci, een rol waarmee hij ongekende triomfen vierde, staat er wel op. Verder klinken twee zeer ontroerend gezongen aria’s uit Rigoletto, plus de in het Italiaans gezongen Hamlet en Valentin.
Het grootste gedeelte van zijn recital wordt echter in beslag genomen door Italiaanse liedjes van Tosti, Brogi, Denza en Leoncavallo. Repertoire dat hem past als een handschoen.
MADO ROBIN
De Franse coloratuursopraan zou je eigenlijk als het achtste wereldwonder kunnen beschouwen. Haar stem was van het type soubrette met een zeer aangenaam meisjesachtig timbre en haar coloratuur techniek meer dan subliem, maar er was meer: haar hoge noten waren extreem hoog. Met haar stem bereikte zij zonder problemen niet alleen de f’’’, maar zelfs de c’’’’ – de allerhoogste noot ooit door een menselijke stem bereikt – had zij binnen haar bereik.
Al haar hoge noten op een rij, voorzien van de beschrijving:
In de jaren vijftig was zij een zeer gevierde radio- en TV ster in Frankrijk, maar haar roem reikte ver over haar landsgrenzen. Haar grootste triomfen vierde zij als Lakmé en Leïla (Parelvissers), maar ook haar Lucia en Olympia waren spreekwoordelijk.
Mireille van Gounod is niet echt een rol die wij van haar zouden verwachten, maar het past wonderwel bij haar kinderlijk naïeve timbre. Van die fragmenten heb ik dan ook het meest genoten, veel meer dan van haar Lucia en Bellini’s.
GERARD SOUZAY
De in alle opzichten mooie bariton Gérard Souzay heeft de grote fout begaan om veel te lang door te zingen. Zijn laatste Philips-opnamen zijn niet om aan te horen en zijn pikzwart geverfd haar maakte hem nogal zielig en pathetisch. Doodzonde, want als je zijn vroegere opnamen beluistert, dan kun je niet anders dan verliefd op hem en zijn stem worden.
Souzay was zonder meer één van de grootste vertolkers van het Franse lied en zijn Fauré’s en Ravels zijn om van te smullen. Maar onderschat ook zijn Duitse lieder niet! Luisterend naar zijn opname van Liederkreis van Schumann uit 1965 ontkom je niet aan de gedachte dat het zo moet, zo en niet anders. Zet alleen maar zijn ‘In der Fremde’ op; ik wil met u wedden dat u niet kunt ontkomen aan het gevoel ontheemd te zijn.
Hieronder Liederkreis:
Net zo prachtig is zijn Dichterliebe: met zijn lichte bariton en zijn lieve, zoete klank doet hij je daadwerkelijk verliefd worden. De opname stamt uit 1953 en behalve de cyclus staan er nog drie losse liederen van Schumann op, waaronder de tot tranen toe roerende interpretatie van ‘Nussbaum’:
In deze opnamen begeleidt Souzays toenmalige vaste begeleidster Jacqueline Bonneau hem. Na 1954 maakte zij plaats voor Dalton Baldwin (Bonneau reisde niet graag). Met Baldwin had Souzay een soort muzikaal huwelijk. Hun samenwerking staat garant voor ultieme schoonheid.
Hieronder Dichterliebe:
VIRGINIA ZEANI
De in 1925 geboren Zeani heeft op haar 23ste debuut gemaakt als Violetta in Bologna, een rol die haar handelsmerk zou worden. Zij had maar liefst 69 rollen op haar repertoire, waarvan veel premières – zo creëerde zij in 1957 de rol van Blanche in “Dialogues van les Carmélites’ van Poulenc. Haar repertoire reikte van Haendel via Bellini, Donizetti, Massenet en Gounod tot Wagner . En uiteraard de nodige Verdi’s en Puccini’s.
Haar in 1958 onder leiding van Giuseppe Patané opgenomen Puccini aria’s zijn – gekoppeld aan een recital door Graziella Sciutti – al eerder door Decca uitgebracht geweest; maar haar Donizetti’s, Bellini’s en Verdi’s uit 1956 (dirigent: Gianandrea Gavazzeni) beleven hun cd – première.
INGVAR WIXELL
De Zweed Ingvar Wixell was en blijft een meer dan fenomenale Verdi bariton, en zijn Rigoletto behoort tot de beste creaties van de rol.
Hieronder zingt Ingvar Wixell ‘Cortigiani, vil razza dannata’ in de Rigoletto-film van Jean-Pierre Ponnelle uit 1982:
Hij beschikte over een sonore geluid die het meeste aan een stevige eik deed denken, op het eerste gezicht onwankelbaar en toch gevoelig voor wind en regen. Het mooist hoor je het in ‘Tregua è cogi’ uit Attila:
HILDE GUEDEN
Hilde Gueden was naast Lisa Della Casa één van de beste vertolksters van de liederen van Richard Strauss. Op deze cd doet zij mijn hart kraaien van plezier, geflankeerd door niemand minder dan pianist Friedrich Gulda. De mono-opname is in 1956 gemaakt in de beroemde Sofiensaal in Wenen, onder supervisie van de legendarische John Culshaw.
Als bonus horen we één van Guedens heerlijke Zdenka’s, in duet met Lisa Della Casa als Arabella, afkomstig uit een minder bekende opname van de Strauss-opera onder Rudolf Moralt (1953). Ook klinken er twee scènes uit één van de mooiste Rosenkavalier-opnames die ik ken, die onder Silvio Varviso uit 1964.
Hieronder de laatste scène uit die opname. Naast Gueden klinken Régine Crespin en Elisabeth Söderström.
In april 2014 werd de serie ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ gelanceerd: vijftig vaak niet eerder op cd uitgebrachte albums van legendarische zangers. Het is een ware schatkist en het is te hopen dat het allemaal nog op de markt is!
Het was allemaal de ‘schuld’ van Victor Suzan. De medewerker van Universal Mexico heeft de oude Decca-archieven omgespit en maar liefst vijftig nooit eerder op cd uitgebrachte albums liefdevol geremasterd, gedigitaliseerd en waar mogelijk van bonussen voorzien, inclusief kopieën van de vroegere voor- en achterkantjes. Het is nostalgie ten voeten uit, en bovendien van de allerbeste kwaliteit..
Gelukkig reageerden alle Universal-filialen meer dan enthousiast op het initiatief. EDC/Hannover pikte het op en zo werd de serie ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ geboren. De eerste ‘worp’, met twintig titels, is begin april 2014 op de markt verschenen. In juni volgden nog vijftien titels en in september dat jaar de laatste vijftien.
Schatten zijn dat. Echte schatten. Voor veel, zeker jongere stemliefhebbers zit er genoeg in om te (her)ontdekken. Genoeg ook om hun wereldbeeld aan het wankelen te brengen, want in de jaren vijftig en zestig bestond het woord “crossover” nog niet en musicals werden net zo gewaardeerd als Wagner en Verdi.
Van de collectie heb ik tien titels uitgepikt en in een willekeurige volgorde over twee delen verdeeld
GEORGE LONDON (4808163)
Neem George London maar. Hij was de allereerste Amerikaan die Boris Godunov (in het Russisch!) in het Bolshoi in Moskou heeft gezongen en werd beschouwd als één van de beste Wotans/Wanderers van zijn tijd. Ook zijn Scarpia was al bij zijn leven legendarisch.
Hieronder George London (in een perfecte Russisch!) als Boris, opname uit een concert uit 1962
Zijn carrière begon hij begin jaren veertig als lid van het ‘Bel-Canto Trio’, met als de andere twee leden de sopraan Frances Yeend en … Mario Lanza.
Op de cd On Broadway geeft hij ons een les in hoe je de muziek van musicalcomponisten Rogers, Kern en Loewe moet zingen.
Hieronder zingt London ‘f I loved you’ van Rogers and Hammerstein’s
Wagner krijgt u als bonus.
CESARE SIEPI: Easy to love (4808177)
Het waren niet alleen de Amerikanen die Broadway beschouwden als iets wat erbij hoorde. De Don Giovanni en één van de grootste Verdi-bassen van de tweede helft van de vorige eeuw, Cesare Siepi, haalde evenmin zijn neus op voor het populaire.
Easy to love heet zijn cd, waarop hij zijn visie geeft op de songs van Cole Porter. Het klinkt inderdaad ‘easy’, maar dat is het allerminst. Porters muziek is gebaat bij ongekunsteldheid, gepaard met de beste stembanden ter wereld, en dat heeft Siepi allemaal paraat.
Zijn interpretatie van ‘Night and Day’ behoort tot één van de mooiste die ik in mijn leven heb gehoord. Om over ‘So in love’ of het overheerlijke ‘Blow, Gabriel blow’ uit Anything Goes nog maar te zwijgen.
Als bonus krijgen we een paar van zijn beste Verdi’s te horen: Nabucco, Filips II en een Boccanegra zoals je hem niet meer hoort.
CESARE SIEPI: The romantic voice of Cesare Siepi (4808178)
Deze cd draagt als titel The romantic voice of Cesare Siepi en dat is precies wat u kunt verwachten: een pracht van een stem, die alle romantische gevoelens in u wakker maakt!
Hier geen Broadway meer, maar populaire Italiaanse liedjes, iets wat Siepi zowat op zijn lijf is gecomponeerd, gewoon heerlijk.
Wat de cd écht bijzonder maakt, zijn de bonustracks, met aria’s uit Meyerbeers Robert le Diable en Les Huguenots, La Juive van Halévy en – voor de meeste mensen een echte rariteit – een aria uit Salvator Rosa van Antônio Carlos Gomes. Mensen, mensen: wat is het mooi!Wat mij (alweer) een kreet doet slaken: wanneer krijgen we weer eens een opera van Gomes te zien? Na de voorstellingen van zijn Il Guarany in 1994 in Bonn is het onfatsoenlijk stil rond de Braziliaanse Verdi.
Hieronder ‘Di Sposo Di Padre Le Gioie Serene’ uit Salvator Rosa van Gomes, 1954:
De opnamen van het album dateren uit 1961 (liedjes) en 1954 (aria’s) en het geluid is absoluut goed. In de aria’s wordt Siepi fenomenaal begeleid door Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia onder leiding van Alberto Erede. In die tijd werd Erede als een ‘fatsoenlijke’ dirigent beschouwd, maar nu zou hij tot één van de allergrootste operadirigenten worden gerekend. Hij gunt zijn solist alle ruimte en laat het orkest mee-ademen.
ARNOLD VAN MILL (4808167)
De Nederlandse bas Arnold van Mill is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Hoe onterecht! Zijn stem doet een beetje aan de jonge Kurt Moll denken, wat natuurlijk ook aan het repertoire ligt. Prachtig!
Hieronder het duet uit Der Fliegende Holländer. Arnold Van Mill zingt Daland en George London Der Holländer:
Van Mill was voornamelijk beroemd van zijn Wagner-rollen. Jammer genoeg staan die niet op deze cd. Maar zijn soepele bas was ook uitermate geschikt voor het Singspiel en de operette. Zijn Lortzing, Cornelius, Nicolai en Weber (wel op deze cd) zijn een puur genot voor het oor. Allemaal echte verzamelaarsitems. Dank u wel, Decca!
De cd wordt aangevuld met Russische liederen, gezongen door de Bulgaarse bas Raphael Arié.
De combinatie vind ik niet echt gelukkig: niet alleen verschilt het repertoire als dag en nacht, ook de stemmen zijn onvergelijkbaar; wat niet belemmert dat ik er enorm van geniet! Hopelijk heeft Decca meer van Arié op de plank staan, want mijn wenslijstje met zijn opnamen is best lang!
Hieronder zingt Arié ‘Ella giammai m’amo’uit Don Carlo
Er waren – en er zijn nog steeds – op zijn minst twee goede redenen om deze Edgar, door de Deutsche Grammophon in 2006 opgenomen een warm welkom te heten: het was de allereerste studio opname van het werk (de enige twee andere die ik toen kende zijn live opgenomen) en het was voor het eerst dat Plácido Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen.
Nooit heb ik begrepen waarom deze opera zo ongeliefd was. Toegegeven, het is niet Puccini’s beste werk, maar dat ligt voornamelijk aan het libretto. Muzikaal ligt de opera in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème, vingeroefeningen voor Turandot.
Het is de enige opera van Puccini met een grote rol voor een mezzosopraan, een stemtype dat Puccini blijkbaar niet nodig had voor zijn schetsen van vrouwen, die bij hem nooit helemaal goed of fout waren.
Tigrana en Fidelia (let op de namen!) zijn elkaars tegenpolen. In hun strijd om de tenor is er eigenlijk geen winnares: Edgar verlaat Tigrana, die dan prompt Fidelia doodsteekt.
In Adriana Damato (Fidelia) en Marianne Cornetti (Tigrana) mochten wij toen een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.
Plácido Domingo, Adriana Damato, Marianne Cornetti, Juan Pons, Rafal Siwek; Coro e Orchestra dell’a Academia Nazionale di Santa Cecilia olv Alberto Veronesi (DG 4776102)
Je hebt liedzangers en liedzangers. Er zijn er die beroemd werden voornamelijk vanwege hun tekstinterpretatie, soms zo ver doorgevoerd dat je denkt naar een openbare spraakles te luisteren. Anderen zijn één en al muziek: zij interpreteren niet maar geven gewoon door. Tenslotte heeft de componist al voor de interpretatie gezorgd door bij de tekst muziek te schrijven.
Gérard Souzay behoort tot zulke zangers. Zijn lichte bariton is warm en zacht en zijn dictie ietwat geparfumeerd. Hij blinkt uit door zijn muzikaliteit en een zeldzame vorm van oprechtheid, en als geen ander schittert hij in de kunst van diminuendo.
Op de cd Songs of Many Lands zingt hij – in de oorspronkelijke taal – liederen uit verschillende landen, veelal in klassieke arrangementen. De meesten zijn niet of weinig bekend wat de cd nog interessanter maakt. Luister alleen al naar zulke pareltjes, als de intrieste ‘Karjalan Kunnailla’ uit Finland of ‘La barcheta’ van Pietro Burati: een zeldzaam mooi Venetiaans liefdeslied.
Driekwart van de liederen werd eind jaren vijftig opgenomen toen Souzay’s stem op zijn mooist was en het is best jammer dat er nog een achttal liederen van twintig jaar later aan toe werd gevoegd.
Dalton Baldwin toont zich een congeniale partner op de piano en het geheel roept de sfeer van nostalgie op.
De altvioolsonate van Dick Kattenburg (1919-1944) bestaat uit maar één deel, allegro moderato. De reden is simpel: vóór Kattenburg het werk kon voltooien werd hij tijdens een razzia in een bioscoop opgepakt en op 5 mei 1944 naar Westerbork gestuurd. Twee weken later, op 19 mei 1944, werd hij naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij werd vermoord. Kattenburg is maar 24 jaar oud geworden.
Max Vredenburg (1904 -1976) is tegenwoordig voornamelijk bekend als medeoprichter van het Nationale Jeugd Orkest. In de jaren twintig vertrok hij naar Parijs waar hij met o.a. Paul Dukas en Albert Roussel studeerde, componisten die hem zeer hebben beïnvloed. In 1941 vluchtte hij naar Batavia en in 1942 belandde hij in de Jappenkamp. Hij heeft de oorlog overleefd maar een groot deel van zijn familie werd vermoord in Sobibor en Auschwitz. Het Lamento componeerde hij in 1953 ter nagedachtenis van zijn zus Elsa.
De sonate van Mieczysław Weinberg, oorspronkelijk gecomponeerd voor klarinet en piano is misschien de meest complexe van alle andere werken op deze cd, het is ook de enige compositie die niet alleen maar treurig is: je kunt er ook flarden klezmer en Joodse folklore in herkennen.
En als u denkt in ‘Adagio’ de beginmatten van de Mondscheinsonate van Beethoven te herkennen dan heeft u gelijk. Die noten staan er wel degelijk in. Net zo trouwens als in het adagio, het slotdeel van de sonate van Dmitri Sjostakovitsj. Het uit 1975 stammende werk was zijn laatste compositie, vlak na de voltooiing van de sonate overleed hij aan longkanker.
Over de uitvoering kan ik maar kort zijn: een absolute TOP! De klank die Ásdís Valdimarsdóttir haar altviool ontlokt is van een zeldzame schoonheid. Het is zo mooi dat het pijn doet. Luister even naar het Adagio van de sonate van Weinberg. Huiveringwekkend.
Marcel Worms, toch wel een van de grootste pianisten/begeleiders van onze tijd houdt zich een beetje schuil, zijn IJslandse collega alle eer gunnend om te brilleren. Maar ga maar goed luisteren en ervaar hoe ontzettend meevoelend zijn bijdrage is. Zoiets heet ‘partners in crime’, denk ik. Beter kan ik het niet omschrijven.
Mieczysław Weinberg, Dick Kattenburg, Max Vredenburg, Dmitri Shostakovich
The voice of the Viola in Times of Opression
Ásdís Valdimarsdóttir (altviool), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9657
Strigoii (Geesten) is een totaal onbekend oratorium van George Enescu, waar werkelijk niemand van wist. Enescu componeerde het in 1916 waarna het – onvoltooide – manuscript verloren raakte. In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook het op in het Enescu-museum en werd het voltooid door Cornel Ţăranu. Een paar uitvoeringen door het Ars Nova Ensemble volgden maar het is nu pas dat het werk werd georkestreerd, door de componist Sabin Păuta.
George Enescu
Je kunt de Geesten beschouwen als de ontbrekende schakel tussen Enescu’s vroege liederen en zijn grote opera, Oedipe. De muzikale taal van de compositie komt in de buurt van Schönberg en zijn Gurre-Lieder, maar ook Bartóks Blauwbaardsburcht is nergens ver weg. En toch is het werk eigenlijk nergens mee te vergelijken, het is zo ontzettend eigen en bijzonder!
Mihai Eminescu
Het driedelig oratorium is gebaseerd op een dramatisch gedicht van de bekendste Roemeense dichter Mihai Eminescu (1850-1889). Het is een zeer mysterieus poeme die vertelt over de voortijdige dood van de bruid van koning Arald van wie niet vaststaat of zij een onschuldige geest of een gevaarlijke vampier is geworden.
Strigoii doet mij het meest aan een ouderwets hoorspel denken. Dat komt niet alleen door de verteller maar ook door de manier hoe de muziek om het (moeilijk te volgen) verhaal heen is gebouwd. Het is ook vreselijk spannend en dat ligt voornamelijk aan de onheilspellende muziek. En opeens bedenk ik: wie heeft nog woorden nodig als muziek sec het allemaal zelf kan vertellen? Schitterend. En onweerstaanbaar.
De uitvoering is uitstekend. Het verhaal wordt zeer spannend verteld/gezongen door de bas Alin Arca en de sopraan Rodica Viva zingt een prachtige koningin. Ook de tenor Tiberius Simu (Arald) en de bariton Bogdan Baciu (Der Magus) zijn eersteklas.
De opname werd in december 2017 gemaakt in Berlijn. Het prachtig spelende Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin stond onder leiding van Gabriel Bebeselea, de dirigent van de Nationale Roemeense opera en het Transsylvaans staatsorkest.
Het ‘toegift’, een 10-minuten durende Pastorale fantaisie für kleines Orchester uit 1899 is niet minder dan een kostbaar cadeautje. Die leg ik dan onder mijn Sinterklaas/kerst/Chanoeka-boom.
Bedankt Capriccio!
George Enescu
Strigoii; Pastorale fantaisie für kleines orchester
Rodica Vica, Alin Anca, Tiberius Simu, Bogdan Baciu
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Gabriel Bebeselea
Capriccio C 5346
Is the music world finally waking up? Not if it’s up to the big record companies. With them we are still condemned to Bachs, Beethovens and Wagners. Fortunately, smaller labels like Chandos still exist. A while ago they surprised us with a CD with chamber works by Paul Ben-Haim, now they know how to make me overjoyed with Jerzy Fitelberg.
While Ben-Haim’s name was still a little known here and there, Fitelberg’s name was not. At least not Jerzy’s, because there are still enough old recordings of his father Grzegorz, who was a famous conductor.
Jerzy Fitelberg (1903 – 1951) was born in Warsaw and first studied with his father who had him play as a percussionist in the orchestra of the National Theatre in order to gain experience. From 1922 he studied composition with Franz Schreker in Berlin, among others. In 1927 he made a name for himself by re-orchestrating Sullivan’s Mikado for Erik Charell’s operetta-revue in the Grosses Schauspielhaus in Berlin. In 1933 he fled first to Paris and from there to New York.
Fitelberg was one of the favourite composers of Copland and Artur Rubinstein, among others. He himself described his compositional style as “full of the energy and high tension of Stravinski combined with the harmonic complexity of Hindemith and the colours of Milhaud’s French music. Plus the much-needed satire”.
Below an arrangement, made by Stefan Frenkel, of a Tango from Fitelberg’s opera ‘Der schlechgefesselte Prometheus’,played by Marleen Asberg (violophone) and Gerard Bouwhuis (piano) at a concert given by the Ebony Band, April 25, 2013 in Amsterdam,
His works were often performed until his death, after which they disappeared from the stage. Until more than sixty years later the ARC Ensemble (yes, the same ensemble that recorded the Ben-Haim CD) picked up the thread.
The first string quartet from 1926 starts with a resolute Presto, which reminds me a lot of Mendelssohn, but not for long. Soon Slavic themes pass by to make way for the melancholic Meno mosso. Beautiful.
The second string quartet , overloaded with prizes in 1928, sounds a bit like Janaček, but with Polish instead of Moravian dances in the background. The sonatine for two violins mixes all the contradictions of the late 1930s: entertainment, jazz and a (cautious) atonality.
Fisches Nachtgesang, a night music for clarinet, cello and celesta is so beautiful that it hurts. It reminds me of a night candle, which goes out carefully. Covered with the soothing words “go to sleep, but don’t worry about it”, but you’re not really reassured.
The members of the Canadian ARC Ensemble, who play contagiously well, all work at the Glenn Gould School at the Royal Conservatory of Music. What a CD! Ten out of ten!
Jerzy Fitelberg
Chamber Works
String Quartets Nos 1 and 2
Serenade; Sonatine; Night musik “Fisches Nachtgesang”.
ARC Ensemble
Chandos CHAN 10877
De kans dat u ooit van Nicolae Bretan (1887 – 1968) hebt gehoord is niet zo groot. Dat ligt niet aan zijn muziek, want deze Roemeense componist/zanger (hij werd opgeleid als een bariton) heeft heel wat prachtige werken gecomponeerd.
Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij een korte tijd als de directeur van de Nationale Opera in Boekarest maar omdat hij weigerde lid te worden van de Communistische Partij werd hij uitgesloten van de componistenbond, wat betekende dat zijn werken niet meer uitgevoerd mochten worden. De kentering kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw: er werd toen (mede door het initiatief van zijn dochter) een Nicolae Bretan Muziekstichting opgericht, en de Engelse firma Nimbus nam gestaag zijn composities op.
Ik bezit drie van zijn vier opera’s: Horia (NI 5513/4),‘Golem’ en ‘Arald’ (NI 5424), daar heb ik altijd met veel plezier naar geluisterd, en die kan ik iedere operaliefhebber van harte aanbevelen.
Een paar jaar geleden is bij Nimbus (NI 5810) een cd met selectie van zijn liederen (hij heeft er meer dan 200 gecomponeerd!) uitgekomen, mooi gezongen door de bariton Alexandru Agache. Ze doen me een beetje aan liederen van Puccini denken, maar dan wel met een Roemeens-Hongaars sausje. Niet echt meesterwerken, maar zeer prettig om naar te luisteren.
Door hun weemoed stralen ze ook een zekere melancholie uit, en voor je het weet word je er een beetje droevig van. Daar Agache niet over al te veel kleurnuancen beschikt, kan het op den duur een beetje eentonig worden. Doseren met mate, zou ik zeggen.