Cesare_Siepi

Decca’s Most Wanted. Part one

Decca-s-Most-Wanted-Recitals

In April 2014 the series ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ was launched: fifty albums by legendary singers, often never released on CD before. It’s a true treasure chest and it’s to be hoped that it is still available.

It was all the ‘fault’ of Victor Suzan. This employee of Universal Mexico went through the old Decca archives and lovingly restored no less than fifty albums never released on CD before. She digitized and remastered them, adding bonuses where possible and utilising the artwork from the original LP issues. Nostalgia at its bests, and moreover of the highest quality…

Fortunately, all Universal branches responded more than enthusiastically to her initiative. EDC/Hannover picked it up and so the series ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ was born. The first batch consisting of twenty titles appeared on the market in early April 2014. Fifteen more titles followed in June and the last fifteen in September of that year.

These are treasures. Real treasures. For many, certainly younger voice lovers there is plenty to (re)discover. Enough also to shake up their world view, because in the fifties and sixties the word “crossover” did not yet exist and musicals were just as much appreciated as Wagner and Verdi.

I have selected ten titles from the collection and divided them into two parts in random order.

GEORGE LONDON (4808163)

Decca London

Let’s start with George London. He was the very first American who sang Boris Godunov (in Russian!) at the Bolshoi in Moscow and was considered one of the best Wotans/Wanderers of his time. His Scarpia was also legendary during his lifetime.

Below is George London (in a perfect Russian!) as Boris, recording from a concert from 1962

He started his career in the early forties as a member of the ‘Bel-Canto Trio’, with soprano Frances Yeend and … Mario Lanza as the other two members.

On the CD On Broadway he gives a masterclass how to sing the music of musical composers Rogers, Kern and Loewe.

Below London sings ‘f I loved you’ by Rogers and Hammerstein.

You get Wagner as a bonus.


CESARE SIEPI: Easy to love (4808177)

Decca Siepi broadway

Not only Americans considered Broadway as something to take seriously. The Don Giovanni and one of the biggest Verdi-basses of the second half of the last century, Cesare Siepi, didn’t look down on the musical theatre either.

His CD on which he gives his vision on the songs of Cole Porter is called Easy to Love. It sounds ‘easy’ indeed, but it is not at all. Porter’s music benefits from simplicity, coupled with the best vocal chords in the world, and Siepi has it all.

His interpretation of ‘Night and Day’ is one of the most beautiful ones I’ve heard in my life. Not to mention ‘So in love’ or the delicious ‘Blow, Gabriel blow’ from Anything Goes.

As a bonus we get to hear some of his best Verdis: Nabucco, Philip II and a Boccanegra like you don’t hear anymore.


CESARE SIEPI: The romantic voice of Cesare Siepi (4808178)

Decca Siepi italiaans

This CD is entitled The romantic voice of Cesare Siepi and that is exactly what you get: a beauty of a voice that awakens all the romantic feelings in you!

No Broadway here anymore, but popular Italian songs that fit Siepi  like a glove: just delicious.

What really makes the CD special are the bonus tracks, with arias from Meyerbeers Robert le Diable and Les Huguenots, La Juive by Halévy and – for most people a real rarity – an aria from Salvator Rosa by Antônio Carlos Gomes. My goodness, what beautiful music! I ask (again): when do we get to see another opera by Gomes? After the performances of his Il Guarany in 1994 in Bonn it has remained silent for much too long around this Brazilian Verdi.

Below ‘Di Sposo Di Padre Le Gioie Serene’ from Salvator Rosa van Gomes, 1954:

The album was recorded in 1961 (songs) and in 1954 (arias) and the sound is excellent. In the arias Siepi is accompanied phenomenally well by the Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia and Alberto Erede. At that time Erede was considered a ‘decent’ conductor, but now he would be considered one of the greatest opera conductors of all. He gives his soloist all the space he needs and allows the orchestra to breathe with him.


ARNOLD VAN MILL (4808167)

Decca van Mill

The Dutch bass Arnold van Mill is almost completely forgotten nowadays. How unfair! His voice is a bit reminiscent of the young Kurt Moll, which of course is also due to the repertoire. Beautiful!

Below is the duet from Der Fliegende Holländer. Arnold Van Mill sings Daland and George London Der Holländer:

Van Mill was mainly famous for his Wagner roles. Unfortunately they are not on this CD. But his smooth bass was also very suitable for Singspiel and operetta. His Lortzing, Cornelius, Nicolai and Weber (all present on this CD) are a pure delight for the ear. All real collector items. Thank you, Decca!


The CD is complemented by Russian songs, sung by the Bulgarian bass Raphael Arié.

The combination is not really a happy one: not only does the repertoire differ like day and night, the voices are incomparable as well; which does not prevent me from enjoying him enormously! Hopefully Decca will have more of Arié on the shelf, because my wish list with his recordings is quite long!

Below Arié sings ‘Ella giammai m’amo’ from Don Carlo

 

Decca’s Most Wanted Recitals. Part 2

Advertenties

Decca’s Most Wanted Recitals: deel 1

Decca-s-Most-Wanted-Recitals

In april 2014 werd de serie ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ gelanceerd: vijftig vaak niet eerder op cd uitgebrachte albums van legendarische zangers. Het is een ware schatkist en het is te hopen dat het allemaal nog op de markt is!

Het was allemaal de ‘schuld’ van Victor Suzan. De medewerker van Universal Mexico heeft de oude Decca-archieven omgespit en maar liefst vijftig nooit eerder op cd uitgebrachte albums liefdevol geremasterd, gedigitaliseerd en waar mogelijk van bonussen voorzien, inclusief kopieën van de vroegere voor- en achterkantjes. Het is nostalgie ten voeten uit, en bovendien van de allerbeste kwaliteit..

Gelukkig reageerden alle Universal-filialen meer dan enthousiast op het initiatief. EDC/Hannover pikte het op en zo werd de serie ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ geboren. De eerste ‘worp’, met twintig titels, is begin april 2014 op de markt verschenen. In juni volgden nog vijftien titels en in september dat jaar de laatste vijftien.

Schatten zijn dat. Echte schatten. Voor veel, zeker jongere stemliefhebbers zit er genoeg in om te (her)ontdekken. Genoeg ook om hun wereldbeeld aan het wankelen te brengen, want in de jaren vijftig en zestig bestond het woord “crossover” nog niet en musicals werden net zo gewaardeerd als Wagner en Verdi.

Van de collectie heb ik tien titels uitgepikt en in een willekeurige volgorde over twee delen verdeeld

GEORGE LONDON (4808163)

Decca London

Neem George London maar. Hij was de allereerste Amerikaan die Boris Godunov (in het Russisch!) in het Bolshoi in Moskou heeft gezongen en werd beschouwd als één van de beste Wotans/Wanderers van zijn tijd. Ook zijn Scarpia was al bij zijn leven legendarisch.

Hieronder George London (in een perfecte Russisch!) als Boris, opname uit een concert uit 1962

Zijn carrière begon hij begin jaren veertig als lid van het ‘Bel-Canto Trio’, met als de andere twee leden de sopraan Frances Yeend en … Mario Lanza.

Op de cd On Broadway geeft hij ons een les in hoe je de muziek van musicalcomponisten Rogers, Kern en Loewe moet zingen.

Hieronder zingt London ‘f I loved you’ van Rogers and Hammerstein’s

Wagner krijgt u als bonus.

 

CESARE SIEPI: Easy to love (4808177)

Decca Siepi broadway

Het waren niet alleen de Amerikanen die Broadway beschouwden als iets wat erbij hoorde. De Don Giovanni en één van de grootste Verdi-bassen van de tweede helft van de vorige eeuw, Cesare Siepi, haalde evenmin zijn neus op voor het populaire.

Easy to love heet zijn cd, waarop hij zijn visie geeft op de songs van Cole Porter. Het klinkt inderdaad ‘easy’, maar dat is het allerminst. Porters muziek is gebaat bij ongekunsteldheid, gepaard met de beste stembanden ter wereld, en dat heeft Siepi allemaal paraat.

Zijn interpretatie van ‘Night and Day’ behoort tot één van de mooiste die ik in mijn leven heb gehoord. Om over ‘So in love’ of het overheerlijke ‘Blow, Gabriel blow’ uit Anything Goes nog maar te zwijgen.

Als bonus krijgen we een paar van zijn beste Verdi’s te horen: Nabucco, Filips II en een Boccanegra zoals je hem niet meer hoort.

CESARE SIEPI: The romantic voice of Cesare Siepi (4808178)

Decca Siepi italiaans

Deze cd draagt als titel The romantic voice of Cesare Siepi en dat is precies wat u kunt verwachten: een pracht van een stem, die alle romantische gevoelens in u wakker maakt!

Hier geen Broadway meer, maar populaire Italiaanse liedjes, iets wat Siepi zowat op zijn lijf is gecomponeerd, gewoon heerlijk.

Wat de cd écht bijzonder maakt, zijn de bonustracks, met aria’s uit Meyerbeers Robert le Diable en Les Huguenots, La Juive van Halévy en – voor de meeste mensen een echte rariteit – een aria uit Salvator Rosa van Antônio Carlos Gomes. Mensen, mensen: wat is het mooi!Wat mij (alweer) een kreet doet slaken: wanneer krijgen we weer eens een opera van Gomes te zien? Na de voorstellingen van zijn Il Guarany in 1994 in Bonn is het onfatsoenlijk stil rond de Braziliaanse Verdi.

Hieronder ‘Di Sposo Di Padre Le Gioie Serene’ uit Salvator Rosa van Gomes, 1954:

De opnamen van het album dateren uit 1961 (liedjes) en 1954 (aria’s) en het geluid is absoluut goed. In de aria’s wordt Siepi fenomenaal begeleid door Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia onder leiding van Alberto Erede. In die tijd werd Erede als een ‘fatsoenlijke’ dirigent beschouwd, maar nu zou hij tot één van de allergrootste operadirigenten worden gerekend. Hij gunt zijn solist alle ruimte en laat het orkest mee-ademen.


ARNOLD VAN MILL (4808167)

Decca van Mill
De Nederlandse bas Arnold van Mill is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Hoe onterecht! Zijn stem doet een beetje aan de jonge Kurt Moll denken, wat natuurlijk ook aan het repertoire ligt. Prachtig!

Hieronder het duet uit Der Fliegende Holländer. Arnold Van Mill zingt Daland en George London Der Holländer:

Van Mill was voornamelijk beroemd van zijn Wagner-rollen. Jammer genoeg staan die niet op deze cd. Maar zijn soepele bas was ook uitermate geschikt voor het Singspiel en de operette. Zijn Lortzing, Cornelius, Nicolai en Weber (wel op deze cd) zijn een puur genot voor het oor. Allemaal echte verzamelaarsitems. Dank u wel, Decca!


De cd wordt aangevuld met Russische liederen, gezongen door de Bulgaarse bas Raphael Arié.

De combinatie vind ik niet echt gelukkig: niet alleen verschilt het repertoire als dag en nacht, ook de stemmen zijn onvergelijkbaar; wat niet belemmert dat ik er enorm van geniet! Hopelijk heeft Decca meer van Arié op de plank staan, want mijn wenslijstje met zijn opnamen is best lang!

Hieronder zingt Arié ‘Ella giammai m’amo’uit Don Carlo

 

English translation:

Decca’s Most Wanted Recitals: deel 1

LA JUIVE: discografie

Juive Halevy

Jacques Fromental Halévy (1799-1862) was tijdens zijn leven een zeer geliefde en gevierde componist. Op zijn naam staan zowat 40 opera’s, waarvan minstens de helft best succesvol was. Toch: geen één van zijn werken heeft ooit de populariteit van La Juive kunnen evenaren.

 

Juive_Act1_set_1835_-_NGO2p927

La Juive: decor voor de eerste acte uit de originele productie in 1835

La Juive, ‘De Jodin’, behoorde ooit tot de absolute publiekslievelingen en tot de jaren dertig van de vorige eeuw werd het stuk met grote regelmaat opgevoerd. De rol van Éléazar werd gezongen door de grootste en beroemdste tenoren uit die tijd: Caruso, Leo Slezak, Giovanni Martinelli… Wie eigenlijk niet?

Juive carusoterracota3

Terracota portret van Caruso als Éléazar, gemaakt door Onorio Ruotolo in 1920.

Enrico Caruso in een opname gemaakt op 14-09-1920:

Leo Slezak (in het Duits) in een opname uit 1928:

Juive Martinelli foto

Giovanni Martinelli als Éléazar

Van Martinelli kon ik geen voorbeeld vinden op Youtube, maar van hem bestaat er een opname van de hele tweede acte (met Elisabeth Rethberg als Rachel), opgenomen in 1936, plus wat fragmenten van de vierde akte, uit 1926 (SRO 848-1).

 

Juive_opéra_d'Halévy_et_[...]Maleuvre_Louis_btv1b7001613w

Adolphe Nourrit, vertolker van de eerste Éléazar

Éléazar is geen aimabele man. Gelijk Shakespeare’s Shylock is hij weerzin- en meelijwekkend tegelijk. Hij zit vol wrok en zint op vergelding waarvoor hij bereid is alles op te offeren, ook datgene wat hij het meest liefheeft. Maar is hij altijd zo geweest, of zijn het omstandigheden die hem zo hebben gemaakt? Bovendien kent ook hij zijn twijfels – in zijn grote aria vraagt hij zich (en God) oprecht af of hij goed heeft gehandeld.

Eigenlijk kun je hem als een mannelijk equivalent van Azucena zien. Beiden hebben ze hun eigen kind(eren) verloren en beiden hebben ze zich over een kind van hun vijand ontfermd en als eigen vlees en bloed opgevoed en grootgebracht. Waardoor Manrico een Zigeunerjongen en Rachel een Jodin is geworden. Met alle gevolgen van dien.

 

RICHARD TUCKER

 

Juive Tucker Legato

In de jaren dertig werd Halévy als ‘ontaard’ bestempeld en belandde samen met zijn opera op de grote vuilnisbelt van wat de nazi’s ‘Entartete Musik’ noemden.

Tegenwoordig gaat La Juive alle grote operahuizen rond en in 2009 heeft zij zelfs – in een schitterende productie van Pierre Audi – Amsterdam aangedaan. Het is echter nog niet zo lang geleden dat Halévy bekend was als componist van één aria en zijn opera was een echte rariteit, zeker in Europa. Ik vraag me dan ook af, hoe het met La Juive zou zijn afgelopen, als er niet iemand als Richard Tucker zou hebben bestaan.

Tucker (1913-1975), één van de grootste tenoren uit zijn tijd, was niet alleen de sterzanger bij de Metropolitan Opera, maar ook de voorzanger aan de New Yorkse hoofdsynagoge. Éléazar was zijn droomrol en met zijn sterstatus kon hij het zich permitteren om de opera op de planken te krijgen bij verschillende gezelschappen in verschillende landen, al was het maar concertante.

Zijn grootste droom was echter om La Juive in de Met te zingen, volledig geënsceneerd. Begin januari 1975 kreeg hij te horen dat de opera voor het seizoen 1975/1976 op de planning stond. Bernstein zou dirigeren en de andere rollen zouden gezongen worden door Beverly Sills (Rachel), Nicolai Gedda (Léopold) en Paul Plischka (de kardinaal).

Het mocht zo niet zijn: op 8 januari, een dag voor de productiebesprekingen zouden beginnen, kreeg Tucker een hartaanval, waaraan hij overleed.

Op verschillende labels (de mijne is op Legato Classics LCD-120-2) is de sterk gecoupeerde La Juive met Tucker te koop. De (piraten) opname is gemaakt in Londen, in 1973. Het geluid is pover en de rest van de rollen is zo-zo, maar vanwege Tucker een absolute must.


Juive Tucker Moffo

In 1973 heeft RCA (tegenwoordig Sony 88985397782) hoogtepunten uit de opera met Tucker, Anna Moffo en Martina Arroyo in de studio opgenomen.

Ik heb sterk de vermoedens dat het ze toen – voornamelijk – om Moffo (Eudoxie) te doen was. In die tijd was zij namelijk één van de stersterren van de firma. Een letterlijk bloedmooie sopraan, die zich niet alleen goed op de cover presenteerde maar ook als zangeres de slechtste niet was. Met haar lichte, wendbare stem was zij buitengewoon geschikt voor het zingen van jonge meisjesrollen, maar ook Eudoxie lag haar goed.

Martina Arroyo is een prima Rachel en Bonaldo Giaiotti een dito kardinaal, maar de echte ster van de opname is – naast Tucker – de dirigent. Antonio de Almeida heeft er duidelijk feeling mee.

Tucker en Martina Arroyo in de “Seider-scène”:

Niet op cd, maar wel op You Tube vindt u de Seider-scène uit Barcelona. De opname is gemaakt op 14 december 1974, drie weken voor Tuckers overladen:

(meer…)

DON GIOVANNI – discografie

don_giovanni_playbill_vienna_premiere_1788

                                     The Original Poster/Bill For The Premier In Prague, 1787.

Kan denken door verleiden worden vervangen? Kunnen we ‘ik (word) verleid dus ik ben’ als een soort variatie op ‘cogito ergo sum’ gebruiken? Is ons leven minder waard zonder verleiding? En zou dat een verklaring kunnen zijn voor het onmetelijke aantal uitvoeringen en opnamen van de ultieme verleidingsopera? Geen dag zonder Don Giovanni?
Toegegeven: de opera is volmaakt. Wat niet alleen de verdienste is van de muziek van Mozart, maar ook van het geniale libretto van Da Ponte. Daar staat alles in wat je hoort te weten. En voor de rest gebruik je je eigen fantasie, want alleen zo komt de mythische verleider je verlangens tegemoet.

Van de enorme stapel recent uitgebrachte opnamen van de opera op dvd heb ik er drie uitgekozen. Twee uit Salzburg en één uit de Scala. En ik noem kort de drie beste Dons die ik ken: Cesare Siepi, George London en Thomas Allen.

Salzburg, 2008

Giovanni Guth Eerlijk is eerlijk: de productie van Claus Guth uit Salzburg (2008) – binnenkort in Amsterdam te zien – is best spannend. Maar verder vind ik het één van de domste en slechtste Don Giovanni’s ooit. Zo erg als het Amsterdamse beddenpaleis wordt het niet, maar wat we krijgen, is een totaal andere opera. Het speelt zich af in een weelderig en donker bos, waar alle logica ontbreekt. Hebt u ooit een bus (en bushokje) midden in een bos gezien?
Dacht u dat Giovanni continu achter de vrouwtjes aan zit? U hebt het mis. Het is juist andersom. De arme Anna moet hem zelfs verkrachten als hij aan haar probeert te ontsnappen. Giovanni zelf denkt voornamelijk aan zijn volgende shot heroïne en aan zijn dodelijke schotwond, opgelopen tijdens het gevecht met de Commendatore, die overigens helemaal niet dood is (waarom weet Anna dat niet?).
Vanwege het hoge flowerpowergehalte doet de productie mij sterk aan Easy Rider denken. Het verbaast me dan ook niet dat de Don gezellig met Zerlina en Masetto een stickie zit te roken.
Erwin Schrott (Leporello) lijkt sprekend op Sylvester Stallone en verrek: hij kan ook in de bomen klimmen! Maar op Schrott en de werkelijk prachtig zingende en acterende Christopher Maltman (Giovanni) na kan geen van de zangers me echt overtuigen. Iets wat grotendeels de regisseur te verwijten valt. Want hoe kunnen ze overtuigen als alles wat ze doen zo belachelijk is? En zo tegen de muziek ingaat?
Voor de productie werd de Weense versie van de partituur gebruikt, wat onder meer inhoudt dat ‘Il mio tesoro’ is geschrapt. En dat we het onbenullige en totaal onlogische duet van Zerlina en Masetto erbij krijgen.
Voor de muzikale directie van Bertrand de Billy kan ik niet warm lopen. De ouverture begint behoorlijk hakkelend, met vreemde accenten. Er wordt zelfs vals geïntoneerd, iets wat je je bij Weners niet echt kunt voorstellen. (EuroArts 2072548)

 
Salzburg, 2014

Giovanni Bechtolff In 2014 mocht Salzburg weer een nieuwe productie van ’s werelds meest geliefde opera bewonderen. Nu ja, bewonderen… Was de rare Guth tenminste nog spannend, de voor het oog best aantrekkelijke enscenering van Eric Bechtolf is gewoon dodelijk saai. Daar kan zelfs de perfect gecaste latin lover Giovanni (een zeer aantrekkelijke Ildebrando D’Arcangelo) niets aan doen.
De actie speelt zich in de lobby van een hotel (nieuwe trend?) af en er is een komen en gaan van gasten, bruiloften, crime passionels en wat ook niet. Gedoe.
Luca Pisaroni (Leporello) stelt me een beetje teleur, zijn stem klinkt vaak vlak. Bovendien doet hij aan overacting. Donna Anna wordt gezongen door onze eigen Lenneke Ruiten, wat de opname meteen aantrekkelijker maakt. Anett Fritsch is een mooie, licht getimbreerde Elvira.
Helaas: ook in deze opname kan het orkest uit Wenen me niet echt bekoren. Eschenbach dirigeert nogal nogal sloom. (Unitel Classica 2072738)

Milaan, 2011

Giovanni Carsen Gelukkig hebben we Robert Carsen nog. Eén van de weinige hedendaagse regisseurs die het verhaal intact weet te laten. Natuurlijk heeft ook hij zijn eigen ‘handtekening’: bij hem is het zijn liefde voor de (geschiedenis van) cinema en de grote sterren van weleer. Vaak past hij ook het concept ‘theater in het theater’ toe. Zo ook in deze Don Giovanni uit de Scala (2011).
De voorstelling ziet er prachtig, kleurig en weelderig uit en de kostuums zijn oogstrelend. Middels eindeloze doeken, die naar believen opzij schuiven en open- en dichtgaan, creëert hij een wereld die tussen verbeelding en werkelijkheid balanceert.
Anna Netrebko overtreft zichzelf als Donna Anna, die zich de liefdeskunsten van Giovanni laat welgevallen. Met haar looks à la Claudia Cardinale past ze zo in een maffiadrama uit de jaren vijftig. Haar ‘Chi mi dice mai’ is gewoonweg perfect.
Peter Mattei is een heerlijke Don: een echte dandy, die af en toe meer geeft om zijn garderobe (ach, die verkleedpartijen!) dan om de dames. Barbara Frittoli is – voornamelijk scenisch – een zeer overtuigende Elvira en Bryn Terfel een kostelijke Leporello. Het bruidspaar Zerlina en Massetto wordt zeer geloofwaardig gezongen en gespeeld door Anna Prohaska en Štefan Kocán: voor mij het beste ‘boerenkoppel’ sinds jaren.
Daniel Barenboim dirigeert bedeesd. Zijn trage tempi vallen het meest op bij ‘La ci darem la mano’. Geen nood: zo kun je er nog meer van genieten. Zeer aanbevolen! (DG 0735218)

Cesare Siepi

giovanni-furtwangler

In 1954 werd in Salzburg een één jaar oude productie van Don Giovanni verfilmd. De tempi van Furtwängler zijn tergend langzaam en van een regie is amper sprake, wat het resultaat statisch en hopeloos ouderwets maakt. Maar Cesare Siepi (Giovanni) en Lisa Della Casa (Elvira) maken alles goed. (DG 0730199)

Thomas Allen

giovanni-allen-hempe
Sir Thomas Allen is beslist één van de beste Dons van de laatste 25 jaar van de vorige eeuw. Zijn interpretatie is tweemaal op dvd vastgelegd: in 1987 in Milaan (Opus Arte OA LS3001) en in 1991 in Köln (Arthaus Musik 100020). Persoonlijk prefereer ik de Keulse versie, niet in de laatste plaats vanwege de intelligente regie van Hampe en de werkelijk onweerstaanbare Leporello van Feruccio Furlanetto.

Er zijn ook twee cd-uitgaven met Allen als Don: een mooie, maar niet echt sprankelende onder Sir Neville Marriner uit 1990 (Philips 4321292), met de onvergetelijke Francisco Araiza als Ottavio. En een in alle opzichten fatsoenlijke, nuchtere visie van Bernard Haitink (ooit EMI 7470378), met de onweerstaanbare donna’s van Maria Ewing (Elvira) en Carol Vaness (Anna).

Hieronder de trailer van de Keulse productie:

George London

giovanni-londen

Bij mijn weten bestaat er geen complete beeldopname van Don Giovanni met George London, één van de grootste bas-baritons uit de twintigste eeuw. Des te meer kan ik iedereen het portret van de zanger aanbevelen dat een paar jaar geleden bij Arthaus Musik (101473) verscheen. De documentaire draagt de alleszeggende titel Between Gods and Demons.

Behalve van zijn Don Giovanni was London voornamelijk beroemd van zijn Scarpia en zijn Boris Godoenov. Maar hij was ook een echte entertainer, die de populaire muziek serieus nam: voor hem waren het allemaal ‘artificial art songs’. Over zijn Giovanni was iedereen het eens: als je zo veel seks uitstraalt, dan kan het demonisch worden. Iets om over na te denken.

.

Benieuwd naar meer opnamen? Lees de eerste Don Giovanni-discografie , gepubliceerd in 2009.