opera/operette/liederenrecitals
Henk Neven en Hans Eijsackers. En de zee
Ik weet niet hoe u er over denkt, maar ik word zo ontzettend moe van de vergelijkingen! Henk Neven, één van onze fijnste jonge zangers, werd al bij de bespreking van zijn eerste cd in The Grammophone, als de ‘opvolger van’ bestempeld. Hoe onterecht! Nevens dictie en zijn uitspraak, van zowel het Duits als het Frans zijn zonder meer voorbeeldig, maar niet te nadrukkelijk: hij declameert niet, hij zingt.
Zijn timbre vind ik buitengewoon prettig: warm en ongedwongen. Hij zingt je toe, zoals iemand je over je bol aait. Het mooist vind ik hem in het midden en het hoge register, daar klinkt zijn stem helemaal vrij. Daar weet hij ook prachtig met kleuren te spelen en dwingt hij zijn luisteraar naar zijn fluistertonen te luisteren. Daarmee doet hij mij af en toe aan een iets donkerder getimbreerde Gerard Souzay denken.
In Hans Eijsackers heeft hij niet alleen een begeleider maar ook een “soulmaatje” gevonden. Zoals de twee op elkaars verlengde zitten en elkaar zonder woorden, met wellicht alleen een knipoog begrijpen … Pure magie!
De cd is zeer weemoedig, dus beluister het niet op de veranda op een waaierige, donkere dag met de ziltige regendruppels op je gezicht. Of misschien juist wel?
The Sea
Liederen van Debussy, Fauré en Schubert
Henk Neven (bariton), Hans Eijsackers (piano)
Onyx 4102 • 64’
Meer Henk Neven:
Rêves d’Espagne
LA CLEMENZA DI TITO door het Orkest van de Achttiende Eeuw
THE SICILIAN: Roberto Alagna

Heeft u ook zo’n last van de winterdip? Heeft het voor u ook lang genoeg geduurd en bent u de aanhoudende kou, mist, regen en wind zat? Dan heb ik voor u een fantastisch medicijn: Siciliaanse liedjes, gezongen door Roberto Alagna.
De cd is al een paar jaar oud, maar op zoek naar warmte heb ik hem weer uit te kast getrokken. Zo zie je maar: het is fijn om dingen te bewaren, op een goed moment komt het altijd van pas.
Het is niet makkelijk voor een operazanger om op een geloofwaardige manier volksliedjes te zingen, maar Alagna doet het voortreffelijk. Hij houd zijn stem licht en soepel, durft te chargeren en te schmieren. Ook de ruwe klanken zijn hem niet vreemd.
Je kan horen dat hij zich op bekend terrein begeeft: zijn voorouders komen tenslotte uit Sicilië. Al bij de eerste maten van de opzwepende ‘Abballati’ gaan uw voeten van de grond en gaat u vrolijk mee fluiten.
Op de prachtig ingetogen ‘Ninna Nanna’ (compositie van zijn broer, Frédérico) en een fraai opgeleukt thema uit de ‘Godfather’ na, zijn alle liedjes op de cd traditioneel.
Prachtig, ontroerend – wellicht het belangrijkst in deze tijd van het jaar – (hart)verwarmend. Ik zou zeggen: nodig een paar vrienden uit, open een fles Nero d’Avola en zet de cd op. Wedden dat zelfs de verwarming niet hoger hoeft?
Een voorproefje:
Roberto Alagna
The Sicilian
DG 4778104
Measha Brueggergosman: Surprise!
Bestaat er ook zoiets als de ‘muziekwensenhemel’? Ooit heb ik, na het beluisteren van een recital-cd van Jonathan Lemalu met onder meer een drietal cabaretliedjes van William Bolcom, zowat gesmeekt om meer. En zie, op de debuut-cd Surprise van Measha Brueggergosman uit 2010 staan er maar liefst zeven. Het zijn ze nog niet allemaal, maar ze zijn wel georkestreerd, en dat ook nog door Bolcom zelf!
Bolcom componeerde de liedjes voor zijn vrouw, de Amerikaanse mezzo Joan Morris. De orkestversie maakte hij speciaal voor deze opname. Kleine juweeltjes zijn het, grenzend aan smartlappen. Af en toe doen ze aan Kurt Weill (met of zonder Brecht) denken, niet in de laatste plaats door de grote discrepantie tussen de (vaak surrealistische) tekst en de muziek.
Minder te spreken ben ik over de orkestratie die Patrick Davin maakte van de liederen van Schönberg. Het is alsof ze hun Berlijnse afkomst hiermee kwijt zijn geraakt, en voor Satie vind ik de stem van Measha Brueggergosman iets te groot.
Surprise is de titel van één van de liedjes van Bolcom, en het is inderdaad een (zeer aangename!) verrassing om met de jonge flamboyante Canadese sopraan Brueggergosman kennis te maken. Haar dijk van een stem werd ooit door Gramophone omschreven als ,,an instrument of endless fascination”. Iets wat ik alleen maar kan beamen.
Measha over haar cd op Youtube:
Surprise
William Bolcom, Arnold Schönberg, Erik Satie;
Measha Brueggergosman (sopraan); William Bolcom (piano); BBC Symphony Orchestra olv David Robertson
DG 4776589
Diana Damrau: Forever?

Mij zult u nooit over het repertoire horen klagen: daar ben ik een groot liefhebber van. Niet alleen van operettes maar ook van sommige musicals en zeker van filmmuziek. Ook die van Disney, ja. Er is ook helemaal niets mis mee en goede filmmuziek verraadt veeleer de ware meesterschap van de schepper.
Er was een periode dat het als minderwaardig werd beschouwd, nu mag het weer. Maar soms lijkt het er op dat het ook moet. Met de nadruk op “moet”. Moet iedere operaster zich ook in dit repertoire bewijzen? Om te laten zien, dat … ja, wat precies? Dat zij/hij ook croonen kan?
Dat Diana Damrau het kan, staat buiten kijf. Ook het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra onder leiding van David Charles Abell weet er raad mee. En toch. Er knaagt iets. Zelf zegt Damrau altijd een grote voorliefde voor het repertoire te hebben gehad. Sterker: daar is zij mee grootgebracht. Ik wil haar best geloven, al denk ik niet dat zij van de generatie meisjes is die ‘One day my prince will come’ of ‘Over the Rainbow’ onder de douche zong.
Over de cd zelf is best goed nagedacht. Het begint met de (helaas lelijk gezongen) vocalise uit The Ninth Gate van de in december 2013overleden Wojciech Kilar en eindigt met de vocalise uit de opera Wuthering Heights van Frédéric Chaslin (een cd première!).
Maar de overgang van Kilar via Johann Strauss (Damrau als Adele? Nou…. nee…) naar Gershwin is, voor mij althans, te groot. En et duet ‘Lippen schweigen’, gezongen met de zeer ongeïnteresseerd klinkende Rolando Villazon is niet minder dan een misser. Let op: de trackinglist is niet correct!
FOREVER
Unforgettable Songs from Vienna, Broadway and Hollywood
Kilar, Künneke, Kálman, Léhar, Strauss, Loewe, Stephan, Gershwin e.a.
Diana Damrau (sopraan), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra olv David Charles Abell
Erato 5099960266620 • 77’
Voor meer Diana Damrau zie ook:
DIANA DAMRAU zingt LISZT
HÄNSEL UND GRETEL: discografie
DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER
LUCIA DI LAMMERMOOR met Diana Damrau
OPERETTE. Nieuwjaarsgala’s uit Dresden
Kerst Operette-Gala’s uit Dresden

Mijn lieve lezers: u zou eens moeten weten hoe belangrijk u allemaal bent. Wij muziekrecensenten, ook wij zijn egotrippers, net zo goed als romanschrijvers of psychologen. Ook wij doen wat wij doen, omdat het ons van onze problemen af helpt. Of juist niet.
Omdat u allemaal zo trouw bent en de moeite neemt om mij te lezen (hoop ik), ga ik u wat over mezelf vertellen. Ook omdat ik naar aanleiding van een interview ‘doodsbedreigingen’ heb gekregen (ben ik nu een BN’er?) en er een beetje ‘unheimlisch’ van werd.
Muziek is geen wetenschap, zeker niet in de strikte zin. Er bestaan geen wiskundige regeltjes voor, al waren (en zijn er nog steeds) genoeg ‘pioniers’ die dat beweerden. Het resultaat van hun wiskundige berekeningen was kakofonie of juist het tegenovergestelde: de zich eindeloos herhalende reeks van drie noten. Ik weet dat er genoeg liefhebbers voor zijn en ik gun ze hun plezier. Maar nu wil ik het met u over iets hebben wat nog steeds een taboe is: het sentiment.
Toen ik een meisje van 4 was werd ik door mijn ouders ‘gescheiden’. Mijn viool spelende vader nam mij mee naar Sviatoslav Richter, wat uiteraard in pianolessen resulteerde. Mijn moeder hield van operette en aangezien er niemand anders was om haar te begeleiden, werd ik meegenomen. Ik ging mee en ik genoot. Nog steeds, meer dan 60 jaar later, ken ik de meeste operettes uit mijn hoofd. In het Pools, dat wel, want alles was toen vertaald.
Jan Kiepura en Martha Eggerth in het duet uit de Lustige Witwe van Lehár. In het Pools:
Waarom ik het aan u vertel? Omdat ik u deelgenoot wil maken van wat ik noem ‘my little sentimental journey’. Op oudejaarsdag – gezeten op de bank in mijn verwarmde huis, met mijn kat naast mij en het glaasje bubbles in de hand – luisterde en keek ik naar de operetteavond uit Dresden en ik werd bevangen door weemoed en, nou ja, verlangen naar vroeger. Ik voelde mij weer het vierjarige meisje en het enige wat ik wilde, was dat mijn moeder naast mij kon zitten en het ook mee kon maken. Jammer genoeg bestaat er geen telefoonverbinding met het hiernamaals, anders kon ik haar bellen: ‘Mam, je moet het horen!’
Afijn. Nu zullen we de sentimenten sentimenten laten en ons beperken tot het ‘product’. De jaarlijkse ‘Kerst Operette-Gala’s’ in Dresden zijn inmiddels beroemd en halen hoge kijkcijfers. De Staatskapelle Dresden wordt door niemand minder dan Christian Thielemann gedirigeerd en behalve Piotr Beczała doet er ook een sopraan (of twee) aan mee.
In 2011 waren Angela Denoke en Ana Maria Labin van de partij, in 2012 moest de geplande Diana Damrau wegens ziekte op het laatste moment afzeggen en werd vervangen door Ingeborg Schlöpff.
Beide Gala’s zijn in 2013 bij DG op de markt uitgebracht: Kalmán (2012) op cd met als bonus Lehár uit 2011 op dvd.
Hieronder zingt Beczala ‘Freunde, das Leben ist lebenswert’ uit Giuditta.
Live opname uit 20007:
Dat ik de cd (waarom niet op dvd?) iets hoger schat dan de dvd heeft alles met mijn eigen voorkeuren te maken: ik houd waanzinnig veel van Lehár, maar Kalmán heeft mijn hart al lang geleden meer dan gestolen. ‘Weisst du es noch’ uit de Csárdásfürstin is dagenlang (en nachtenlang!) niet van mijn speler (en mijn hoofd) weggeweest.
Vindt u het een rare recensie? Ik ook. Maar als u van operette houdt, nee, als u van muziek houdt en het sentiment niet schuwt, dan gaat u het doosje aanschaffen. Ik verzeker u dat uw hart er warm van wordt.
Happy New Year
Kalmán en Lehár
Staatskapelle Dresden olv Christian Thielemann.
Solisten: Piotr Beczala en Ingeborg Schöpf (cd) en Angela Denoke en Ana Maria Labin (dvd).
DG 4790929
Zie ook:
Bryn Terfels slechteriken vallen tegen
Op papier zag het er schitterend uit. Een van de grootste bas-baritons van onze tijd, beroemd niet alleen maar vanwege zijn stemschoonheid, maar ook vanwege zijn acteurskwaliteiten, tekstbegrip en humor, ging zich over de slechteriken in de opera ontfermen. Helaas….
Het zijn er heel wat! Je hebt ze ook in allerlei gradaties: verleiders (Giovanni), oplichters (Duncamara), pooiers en drugsdealers (Sportin’Life), spionnen (Barnaba), sadisten (Scarpia) en moordenaars … En natuurlijk de duivel zelf. Heerlijk!
Ook het idee om de opera-aria’s af te wisselen met musicals is zeer verfrissend, maar … Maar het werkt niet. Om te beginnen is de opbouw te onevenwichtig, waardoor je je niet op de muziek kan concentreren. Voordat je het goed in de gaten hebt, zit je in een volkomen andere sfeer.
Terfel zet best zwaar aan en wat mij betreft chargeert hij te veel. Soms pakt het goed uit. Zijn Dulcamara is verrukkelijk en Sweeney Todd (met een niet herkenbare Anne Sophie von Otter in prachtig cockney Engels) is niet te versmaden, maar Barnaba (La Gioconda) lijkt nergens op en Mefistofele van Boito mist elegantie. Jammer.
De tempi zijn aan de (soms tergend) lage kant en het Zweeds Radio Symfonie Orkest (dirigent: Paul Daniel) wil nergens sprankelen.
Dat hij een geweldig acteur is demonstreert Terfel in het terzet uit Don Giovanni, waarin hij alle drie de rollen (Don Giovanni, Leporello en Commendatore) voor zijn rekening neemt.
De meeste recensies waren zeer enthousiast, maar ik ben maar matig overtuigd. Het kan ook aan mij liggen.
Bryn Terfel
Bad Boys
Zweeds Radio Symfonie Orkest olv Paul Daniel.
DG 4778091
Verismo past Jonas Kaufmann als een handschoen

In 2010 heeft Jonas Kaufmann een cd met aria’s uit verschillende veristische opera’s opgenomen. Met als slagroom op de taart het slotduet uit Andrea Chenier, gezongen met ‘onze eigen’ Eva-Maria Westbroek. Het is één van zijn beste solo-albums geworden: verismo past de Duitse tenor als een handschoen.
De cd is, met maar 61 minuten, aan de korte kant. Op zich heb ik daar niets op tegen, zeker ook omdat de cd, naast de bekendere en minder bekende stof, ook een tweetal absolute rariteiten bevat. Denk alleen maar aan ‘Ombra di Nube’ van Licinio Refice.
Kaufmann begint bijzonder sterk met een echte tranentrekker, ‘Giulietta, son io’ uit Giulietta e Romeo van Zandonai. De aria lijkt geschapen voor zijn prachtige stem. Hiermee kan hij laten zien waar hij over beschikt en dat is niet weinig. In sommige recensies worden hem zowat goddelijke kwaliteiten toegemeten, een omschrijving waar ik toch best een beetje huiverig voor ben, maar nu weet ik het niet zo zeker meer
Af en toe (Pagliacci, Mefistofele) doet hij mij aan Plácido Domingo denken. Op zich merkwaardig, want hun stemmen lijken in het geheel niet op elkaar. Maar misschien is het de combinatie van zuivere lyriek met power en zeggingskracht? Ook het acteren met de stem heeft hij gemeen met de ‘grootste aller tenoren’ (de term komt van BBC Magazine).
Hij neemt je mee in het verhaal, sleurt je er doorheen om je na afloop met tranen en verbijstering achter te laten. Een prestatie, die inderdaad alleen de grootsten van de grootsten kunnen leveren, zeker als je enkel aria’s en niet de complete opera zingt.
Wat ik ook zo ontzettend mooi aan hem vind is de warmte die hij uitstraalt, soms voelt het gewoon als een warme bad.
En dan het orkest! Onder leiding van Antonio Pappano, die het grote gebaar niet schuwt, dompelt het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia uit Rome je in een weelde van klank en emoties,
Zijn er dan helemaal geen minpuntjes? O ja, zeker! Niet voor alle aria’s is Kaufmanns stem geschikt. Zo zet hij ‘Lamento di Frederico’ uit L’Arlesiana van Cilea veel te zwaar aan waardoor zijn hoge noten wat afgeknepen klinken.
Er is ook iets raars met het duet met Eva-Maria Westbroek. Ik kan mij natuurlijk vergissen, maar het klinkt alsof hun stemmen apart (en ook nog eens in aparte ruimtes) zijn opgenomen en dan aan elkaar geplakt.
Jonas Kaufmann over het zingen van verismo:
Het is best zware en zeer emotionele stof, verismo, en na 61 minuten ben je echt moe, van het luisteren alleen. Maar het geeft niet. Dit is OPERA. Op zijn best!
Verismo Arias
Zandonai, Giordano, Cilea, Leoncavallo, Mascagni, Boito, Ponchielli, Refice
Jonas Kaufmann (tenor), met medewerking van Eva-Maria Westbroek
Orchestra e coro dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Roma olv Antonio Pappano
Decca 4782258
Zie ook:
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI
DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.
CECILIA
IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana
IS VERISMO DOOD? deel 2
Puccini door Jonas Kaufmann: top!
Van zijn Verdi ben ik meestal niet zo gecharmeerd, maar zijn Puccini staat als een huis. Sterker: ik ken waarlijk geen één hedendaagse jonge tenor die zich met Jonas Kaufmann in dit repertoire kan meten. Zeker als het om de zwaardere rollen gaat.
Rodolfo (La bohème) en zeker Rinuccio is is hij al lang ontgroeid. ‘Avete torto!’ (Gianni Schicchi) klinkt dan ook veel te volwassen, maar mooi is het zeker wel.
Des Grieux (Manon Lescaut) doet hij een beetje op de automatische piloot, de rol is hem dan ook zowat op de huid geschreven. Al kan ik niet ontkennen dat wat meer jeugdig elan, zeker in ‘Donna non vidi mai’ het nog extra zou kunnen oppeppen. Ik mis een beetje het fragiele, want laten we eerlijk zijn: des Grieux is in feite een “mietje”.
Kaufmanns Ramerrez/Johnson (La fanciulla del West) is van een zeldzame schoonheid. Mannelijk, heroïsch en desperaat. Je hoort het in zijn levensverhaal ‘Una parola sola’: het grijpt je naar de keel.
Nog meer tegenstrijdige emoties stopt de tenor in ‘Risparmiate lo scherno’. Hij zet zeer standvastig in, maar laat zijn zang vervolgens bijna smekend overgaan in de enige echte hit uit de opera: ‘Ch’ella mi creda’. Daarin doet hij me bijna mijn held Plácido Domingo vergeten. Op zich al een prestatie!
Het meest weet Kaufmann me te ontroeren in ‘Ei giunge! … Torna ai felici dì’ uit Le Villi. Het zou me niet verbazen als het de eerste keer is dat hij die aria zingt, zo fris en betoverend klinkt het. Zijn smachtende zang in “ed io non ho nel cor che tristezza e terror” lijkt rechtstreeks uit zijn ziel te komen. Net als in het hartroerend breekbaar gezongen ‘Orgia, chimera’ uit Edgar trouwens.
Hieronder de trailer van het album:
De Deluxe-uitgave van het album bevat een bonus-dvd met daarop ‘the making of’ en fragmenten uit volledige voorstellingen van Manon Lescaut (Londen) en La fanciulla del West (Wenen). Prachtig gezongen, dat wel, maar o zo lelijk om te zien! Je zou de regisseurs haast verdenken van antifeminisme, zo vreselijk zijn de beide heldinnen toegetakeld. Een vormloze tuinbroek en rode pruik doen Nina Stemme lijken op een overjarige hippie en de mooie Kristine Opolais ziet er in haar Manon-kostuum uit als een lelijke trol.
Naar aanleiding van deze cd hoop ik dat iemand Kaufmann overhaalt om de complete Edgar op te nemen. Maar dan graag wel op cd, voordat er weer een regisseur mee aan de haal gaat. En het liefste onder Antonio Pappano, want ook hij heeft Puccini ‘under his skin’…
Nessun dorma
The Puccini album
Jonas Kaufmann (tenor)
Orchestra e Coro del’Accademia Nazionale di Santa Cecilia olv Antonio Pappano
Sony 88875092482
Voor meer Kaufmann zie ook:
DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann
JONAS KAUFMANN: verismo
Dmitry Hvorostovsky zingt Sjostakovitsj en Liszt

Het jaar 1975 markeerde de vijfhonderdste verjaardag van Michelangelo, dé reden voor Sjostakovitsj om de kunstenaar met een compositie te eren.
Het werd een suite gebaseerd op diens gedichten, oorspronkelijk gecomponeerd voor een basstem met piano begeleiding, waarna de componist het bewerkt heeft voor een orkest.
Het werk, dat Sjostakovitsj zelf als zijn laatste symfonie beschouwde, ademt één en al pessimisme en zwaarmoedigheid. Wat eigenlijk geen wonder mag heten: het jaar 1974, toen de Suite ontstond, was geen gemakkelijke voor de componist. In die periode was hij zwaar ziek (hij overleed amper een jaar later): behalve problemen met zijn hart leed hij ook aan zware artritis, waardoor het componeren niet al te gemakkelijk ging. En alsof het nog niet genoeg was werd hij een jaar eerder gediagnosticeerd met kanker. Geen wonder dat hij gebukt ging onder zware depressies en gevolgd werd door de gedachten aan de dood. De Suite is al meerdere keren opgenomen, zowel met piano als met orkestbegeleiding.
Nog niet zo lang geleden heeft Ondine zelf de cyclus op cd uitgebracht, gezongen door Gerald Finley, in het Middeleeuws Italiaans.
Beide versies zijn onvergelijkbaar en beiden zijn mij even dierbaar. Finley is lichter: in zijn interpretatie hoor je nog een sprankje hoop. Iets wat ver te zoeken is bij Hvorostovski: bij hem is het allemaal kommer en kwel – oftewel de ondraaglijke zwaarheid van (einde van) het bestaan.
Aan de al in 2012 opgenomen liederen van Sjostakovitsj werden drie Petrarca Sonetten van Liszt toegevoegd. De opname dateert van twee jaar later, wat misschien het waarneembare verschil in het timbre van de bariton kan verklaren. Hier klinkt hij donkerder en zijn stem lijkt aan diepte te hebben gewonnen. Het, op zich lichtvoetige en belcanteske muziek van Liszt klinkt bij Hvorostovski een beetje zwaar op de hand, wat hem in mijn ogen een minpuntje oplevert.
Maar dat puntje komt er weer bij vanwege het meer dan voortreffelijke spel van de pianist. Het klinkt alsof Ilja Hvorostovsky erdoorheen wilt slepen, richting het zonnige Zuiden, waar het leven minder zwaar is.




